Bijlage bij amendement 8 a 2 - 19-93 Raadsvoorstel ontwikkeling Cleene Hooge
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
26 juni 2019 28 19-93
onderwerp
Ontwikkeling Cleene Hooge
behandelen in raadscommissie
Ruimte
portefeuillehouder
Wethouder Dekker Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wilbert Dingemanse (tel. 0118-675424) w.dingemanse@middelburg.nl
datum vergadering agendapunt
programma behandeld door e-mail
conceptbesluit
De raad besluit: 1. De ontwikkelvisie van StadgoedLandgoed d.d. mei 2019 vast te stellen; 2. Uiterlijk in de raadsvergadering van november een exploitatieopzet aan de gemeenteraad voor te leggen ter besluitvorming; 3. Daarbij de volgende kaders te hanteren: a. Niet meer, maar ook niet minder afboeken dan de verliesvoorziening die in het grondbedrijf al getroffen is; b. De contouren van onbebouwd gebied en het gebied met bebouwingsmogelijkheden te hanteren conform de ontwikkelvisie; c. Investeringen die in het onbebouwd gebied nodig zijn worden gedekt vanuit de opbrengsten van het te bebouwen gebied, indien de opbrengsten uit het onbebouwd gebied meer zijn dan nu geraamd is dan komen die ten gunste van het te bebouwen gebied in de vorm van minder woningen (financieel communicerende vaten); 4. Voor het niet te bebouwen gebied onderzoek te doen naar versterking van de biodiversiteit en ecologische natuur- en landschapsontwikkeling, in participatie met belanghebbenden; 5. De plannen voor woningbouw eveneens middels participatie te ontwikkelen; 6. De gronden die niet nodig zijn voor de ontwikkeling vooralsnog niet te verkopen; 7. Het traject dat met de klankbordgroep is gevolgd te evalueren in het kader van het proces ‘participatie, doen en leren’. relatie met eerdere besluitvorming
In 2008 is besloten om circa 55 hectare grond aan te kopen in het gebied Cleene Hooge, vanuit het oogpunt van woningbouw op deze locatie. Het ging om een strategische grondaankoop voor de toekomst, waarbij niet op voorhand duidelijk was hoeveel woningen gerealiseerd zouden gaan worden. Maximaal werd rekening gehouden met de bouw van een nieuwe woonwijk tot 900 woningen in een dichtheid van twintig woningen per hectare, minimaal met iets meer dan honderd woningen in het dure segment. In de uit 2010 daterende herziene kwaliteitsatlas is het gehele gebied benoemd als (reserve)locatie voor woningbouw. Ontwikkeling werd voorzien voor de wat langere termijn, na 2020. Rond de vaststelling van de herziene kwaliteitsatlas en ook daarna zijn vanuit de gemeenteraad via moties en amendementen diverse voorstellen gekomen om de locatie niet te ontwikkelen vanwege de landschappelijke waarden van het gebied. Deze zijn geen van alle aangenomen. In het werkprogramma van de vorige coalitie, dat in 2014 is opgesteld, is opgenomen dat voor dit gebied een ontwikkelvisie wordt voorbereid, waarbij de landschappelijke waarde het belangrijkste uitgangspunt is. In de visie zal tevens in beeld worden gebracht hoe de boekwaarde na 2018 gereduceerd kan worden.
In het kader van het werkprogramma is een motie aangenomen waarin werd gevraagd in de visie ook een scenario op te nemen waarin het gebied niet ontwikkeld wordt. In december 2015 is het actieplan grondbedrijf vastgesteld, waarin het (laten) maken van een ontwikkelvisie ook is
opgenomen. Het voorlopig uitgangspunt is op dat moment een beperkte ontwikkeling in een wat exclusiever segment, uitgaande van zoveel mogelijk behoud en ook het versterken van de landschappelijke waarde van het gebied. Daarbij is richtinggevend een aantal van honderd woningen genoemd. De Stichting de Cleene Hooge zal bij de plannen worden betrokken. In vervolg daarop is in juni 2016 door de gemeenteraad een startnotitie vastgesteld, waarin het proces om te komen tot een ontwikkelvisie is beschreven, waarna een start is gemaakt met het opstellen van de visie. In december 2017 is een tussentijds advies van MaGRID besproken in de commissie Ruimte. In het in 2018 opgestelde werkprogramma van de huidige coalitie is vervolgens opgenomen dat de ontwikkelvisie met vertrouwen wordt afgewacht, op basis waarvan verdere stappen zullen worden ondernomen. Over de locatie Poppenroede, waarvoor in het tussentijdse advies enkele varianten zijn geschetst (en waarvan in de opdracht voor het definitieve advies is aangegeven dat dit op dat moment ver genoeg was uitgewerkt) is in augustus 2018 in het kader van de actieve informatieplicht een memo verzonden waarin is aangegeven dat op verzoek van de eigenaar medewerking is verleend aan het verzoek om hun eerdere initiatief van een landgoed op deze locatie nieuw leven in te blazen, waarmee andere mogelijke invullingen voor dit gebied zijn vervallen.
voorstel aangekondigd via termijnkalender
Nee wat is de aanleiding en het bestaand beleid? relatie met de programmabegroting?
Conform de in juli 2016 vastgestelde startnotitie is eind 2016 MaGRID gestart met het opstellen van een ontwikkelvisie. Bij de selectie van de landschapsarchitect is ook de Stichting de Cleene Hooge betrokken geweest. MaGRID heeft bij het opstellen van het advies gebruik gemaakt van de kennis van het gebied die bij de bestuursleden van de stichting aanwezig is en tevens is ook aan omwonenden en andere betrokkenen gevraagd tijdens een bewonersavond hun mening te geven. Eind september is door MaGRID aan de gemeente een tussentijds advies gegeven, waarin wordt ingegaan op landschappelijke kwaliteiten en woonkwaliteiten en tevens een voorlopig advies wordt gegeven ten aanzien van ontwikkelingsmogelijkheden en -beperkingen. Dit tussentijds advies (bijlage 1) is begeleid door een raadsvoorstel in december 2017 voorgelegd in de Commissie Ruimte en daar ook besproken. Op verzoek van de gemeenteraad heeft hier in de raad verder geen besluitvorming over plaatsgevonden. In vervolg hierop is, opnieuw in overleg met de Stichting de Cleene Hooge, begin 2018 opdracht verstrekt aan het bureau StadgoedLandgoed om de voorlopige visie van MaGRID uit te werken tot een definitieve visie (bijlage 2). Dit in een aantal varianten, variërend van nul tot circa honderd woningen. Daarbij is aangegeven dat het op een interactieve manier uitwerken van de visie een vereiste was.
De definitieve visie is half mei aan de gemeente geleverd (bijlage 3). Rond de totstandkoming van de definitieve visie heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. Bij het uitwerken van die visie heeft het bureau allereerst gewerkt met een klankbordgroep. In vier bijeenkomsten heeft deze groep haar inbreng geleverd, waarbij de gemeente en de Stichting de Cleene Hooge steeds als toehoorder aanwezig waren. Hierbij is het bereiken van consensus over de wenselijkheid van de verschillende varianten niet het uitgangspunt geweest (niet iedereen van de klankbordgroep staat achter het mogelijk uitvoeren van alle varianten), maar het overleg heeft er wel toe geleid dat de varianten op deze manier in de visie terecht zijn gekomen. Verslagen van de bijeenkomsten met de klankbordgroep zijn als bijlage in de visie opgenomen. Ook heeft het bureau de conceptvisie voorgelegd aan een aantal organisaties op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur (waarbij de gemeente op een later tijdstip afzonderlijk heeft gesproken met Het Zeeuwse Landschap en de Tuin van Zeeland die er in eerste instantie niet bij aanwezig konden zijn). Het verslag van deze bijeenkomst is aangevuld met schriftelijke reacties die daarna gegeven zijn (bijlage 4).
Tenslotte heeft het bureau de concept visie gepresenteerd tijdens een algemene informatieavond voor omwonenden en andere belangstellenden, zodat breder input kon worden verkregen dan alleen vanuit de klankbordgroep. Ook hiervan is in de bijlagen bij de ontwikkelvisie verslag gedaan. Vanuit de gemeente is apart gesproken met Kaljouw Landschapsbeheer die nu tijdelijk gevestigd is in het gebied. Van Kaljouw is na dit overleg een schriftelijke reactie ontvangen (bijlage 5). Ook een van de leden van de klankbordgroep heeft een schriftelijke reactie ingediend (bijlage 6). Tenslotte heeft ook de Stichting de Cleene Hooge schriftelijk
gereageerd op de definitieve versie van het visiedocument (bijlage 7). Ook hebben diverse personen mondeling hun mening gegeven. In de visie worden zeven varianten uitgewerkt, waarvan er zes uitgaan van woningbouw in een deel van het gebied. Daarnaast zijn diverse tussenvarianten denkbaar. De verschillende varianten zijn in het rapport voorzien van een globale duiding op het financiële vlak. Dit is door ons verder uitgewerkt, waarbij ook rekening is gehouden met de boekwaarden en de reeds getroffen verliesvoorziening. Inclusief tussenvarianten zijn in totaal twintig varianten op hoofdlijnen voorzien van een financiële vertaling op basis van een bepaald woonprogramma (bijlage 8 en 9). wat willen we bereiken?
We willen duidelijkheid over in welke richting we als gemeente verder gaan met het gebied Cleene Hooge. Evident is dat het gebied Cleene Hooge zowel landschappelijk als cultuurhistorisch waardevol is. Omdat er een groot aantal belangen spelen, vraagt dit om een afweging. Grofweg gaat het om het landschap en cultuurhistorie aan de ene kant, en om de woningbouwopgave die de gemeente heeft en de gemeentelijke financiën aan de andere kant. Door met name (sympathisanten van) de Stichting de Cleene Hooge is aan het eerste ook nog het punt ‘uitzicht op de duinen’ toegevoegd. Overigens sluit zoals in de ontwikkelvisie wordt aangegeven woningbouw in het gebied het behouden of versterken van landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet uit, zodat met name de keuzes ‘woningbouw’ en ‘uitzicht op de duinen’ tegenover elkaar staan. Met het vaststellen van de ontwikkelvisie wordt impliciet besloten achter het ordeningsprincipe te staan dat daarin als uitgangspunt genomen is: het open houden van het poelgebied en het toevoegen van bebouwing op de kreekrug, voornamelijk ontsloten vanaf de Walcherseweg. De contouren van het bebouwd (groen/rood op de tekeningen in de ontwikkelvisie) en onbebouwd gebied (grijs) liggen daarmee ook vast.
Rekening houdend met de bovenstaande geschetste belangen stelt het college voor om een keuze te maken voor maximaal variant 5, zoals deze door ons in bijlage 8 is omschreven. In die variant worden tachtig woningen ontwikkeld en blijft meer dan driekwart van het gebied onbebouwd. Bij het opstellen van de exploitatieopzet en het verder uitwerken van het plan wordt, rekening houdend met de voorwaarden dat financieel gezien niet verder afgewaardeerd wordt en dat de kosten voor en opbrengsten vanuit natuurontwikkeling in de grondexploitatie worden opgenomen, bekeken hoe ver kan worden opgeschoven in de richting van variant 4. Met name voor wat betreft het ruimtebeslag van de bebouwing (en dus wellicht ook minder woningen), zodat meer zichtlijnen kunnen overblijven. Qua ruimtebeslag gaat het dan om een variant die tussen de varianten 4 en 5 in ligt, zeg maar variant 4½. Voor het grootste gedeelte van het gebied, dat in alle varianten onbebouwd blijft, geldt dat er keuzes gemaakt kunnen worden over het toevoegen danwel versterken van natuurwaarden. In de ontwikkelvisie worden hiervoor voorstellen gedaan, die om nadere uitwerking vragen.
Gezien de aandacht die er landelijk is voor het de nadelen van intensieve landbouw en het onder druk staan van de soortenrijkdom is het streven om een bijdrage te leveren, bijvoorbeeld door het tot stand brengen van zogenaamde boerenlandnatuur, waarbij door middel van natuur-inclusieve landbouw de biodiversiteit kan worden vergroot. Eigenlijk alle betrokkenen in het participatietraject onderschrijven dit, zodat aan deze breed gedragen wens tegemoet wordt gekomen. argumenten
Voor de keuze voor een ontwikkeling ergens tussen variant tussen 4 en 5 in zijn een aantal argumenten: Een belangrijk uitgangspunt van de ontwikkelvisie is het bouwen op de kreekrug, waarbij een groen ‘raamwerk’ wordt neergezet, waarbinnen woningbouw mogelijk is. Idealiter gaat het dan om landschappelijk of landelijk wonen, wat zich uit in woningtypologie en woningdichtheden. In de varianten 3 tot en met 5 is hier sprake van, in variant 6 wordt het minder landelijk en meer stedelijk. Een tweede punt is dat er vanuit de naastgelegen wijk De Griffioen behoefte is aan bepaalde woningtypen die er nu niet of onvoldoende zijn. Om die reden is het gewenst om een gemengd programma te realiseren en niet enkel dure vrijstaande woningen. In de varianten 4, 4A en 5 zit ook een behoorlijk aandeel woningen onder de vijf ton in een gemixt programma, waarmee het een aanvulling kan zijn op het bestaande aanbod in de wijk. Qua financiën is het enkel in de varianten 5 en 6 inclusief subvarianten mogelijk om te ontwikkelen zonder dat er grote extra afboekingen noodzakelijk zijn. Variant 5B geeft ongeveer hetzelfde financiële resultaat als variant 5, maar bevat nagenoeg alleen dure woningen. Een variant tussen 4 en 5 in zou ook mogelijk moeten zijn zonder verdere afboekingen.
-
In de woningmarktafspraken 2016-2025 zijn voor het gebied Cleene Hooge 80 woningen opgenomen. Tot variant 5 sluit dit hier op aan.
In het kort kunnen de verschillende belangen c.q. wensen van derden voor het gebied als volgt worden samengevat, waarbij is aangegeven in hoeverre hieraan tegemoet is gekomen: Organisatie Stichting de Cleene Hooge
Belang c.q. wensen Geen woningbouw, behoud van uitzicht vanaf het Laurens Stommespad (ook geen hagen), uitbreiding wandelmogelijkheden, vergroten biodiversiteit, geen extra verkeer op het Laurens Stommespad
Resultaat Beperkte woningbouw, deels behouden van uitzicht, uitbreiding wandelmogelijkheden is mogelijk, vergroten biodiversiteit, verkeer grotendeels via de Walcherseweg
Bewoners De Griffioen
Wisselend, variërend van de mening zoals de stichting die heeft tot het (beperkt) toevoegen van woningtypes die wat toevoegen voor de wijk
Gemengd woningbouwprogramma, zowel qua woningtypen als prijsklasse
Kaljouw Landschapsbeheer
Nieuwe stal op de huidige locatie, bijdrage leveren in ecologisch beheer en toename biodiversiteit, het agrarisch blijvende gebied een open karakter laten behouden
Mogelijkheden voor een nieuwe stal in het gebied, mogelijkheden om een bijdrage te leveren in het beheer, vergroten biodiversiteit, gebied houdt deels een open karakter
Diverse organisaties op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie
Vergroten biodiversiteit, over het creëren danwel blokkeren van zichtlijnen wordt wisselend gedacht, over woningbouw wordt ook wisselend gedacht maar teveel woningen doen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten
Vergroten biodiversiteit, deels behouden van uitzicht, aandacht voor landschappelijke inpassing
In Middelburg blijft er de komende jaren sprake van een vraag naar nieuwe woningen, als gevolg van blijvende huishoudensgroei. De in mei van dit jaar vastgestelde provinciale bevolkings- en huishoudensprognose laat een hogere verwachte groei zien dan eerder (2015) werd verwacht. Het argument dat het uitzicht op de duinen verdwijnt geldt voor (delen van) de huidige stadsrand, het Laurens Stommespad. Voor een deel blijft ook bij de voorgestelde variant het uitzicht in tact, voor een deel wordt dit door een verschuivende stadsrand verlegd naar openbaar toegankelijk gebied dat iets verder weg ligt. Vanuit de Cleene Hoogeweg (die in alle voorstellen gehandhaafd blijft en niet ingekort wordt ten behoeve van agrarische grond) blijft het uitzicht zoals het is. Een groot deel van het gebied blijft immers onbebouwd. Het argument van het verlies aan uitzicht geldt overigens voor iedere ontwikkeling buiten bestaand bebouwd gebied. Het Laurens Stommespad wordt als wandelroute gebruikt, maar is in de basis de ontsluitingsroute voor een achttal woningen aan het Laurens Stommespad en de Cleene Hoogeweg, de schapenschuur en een voormalig agrarisch bedrijf aan de Cleene Hoogeweg en diverse agrarische percelen. kanttekeningen
Er is geprobeerd met zoveel mogelijk belangen rekening te houden. Een variant die tussen 4 en 5 in zit is een compromis waar voor iedere partij wat in zit, maar waar niemand volledig tegemoet wordt gekomen. Diverse partijen zullen daarom teleurgesteld zijn.
wat gaan we ervoor doen?
Nadat is besloten over de uitgangspunten kan dit financieel gezien uitgewerkt worden in een exploitatieopzet en kan vervolgens ook uitwerking tot een concreet plan plaatsvinden. De exploitatieopzet zal na de zomer aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Een exploitatieopzet gaat uit van een looptijd van tien jaar, waarbij de eerste jaren gebruikt kunnen worden voor de planuitwerking, participatie en de benodigde procedures op het gebied van de ruimtelijke ordening. Qua participatie willen we in ieder geval het overleg met Stichting de Cleene Hooge continueren. Zie verder onder het kopje ‘wat communiceren we?’. Voor de mogelijkheden om natuurwaarden toe te voegen en/of de biodiversiteit in het gebied te versterken willen we graag in gesprek met de ZMF en Het Zeeuwse Landschap, die beiden het aanbod hebben gedaan hierover mee te denken, waarbij ervaringen hiermee in andere gebieden opgedaan worden betrokken. Als voorbeeld is hierbij de boerenlandnatuur op Schouwen-Duiveland genoemd, waar Het Zeeuwse Landschap een belangrijke rol in heeft (bijlage 10). Daarbij hoort ook de afweging of gronden verkocht kunnen worden, of dat het beter is om ook in de toekomst als pachter op te treden, zodat het voorstel is om deze gronden vooralsnog niet te verkopen.
Overigens is dit alleen haalbaar als gekozen wordt voor een variant die voldoende financiële middelen oplevert, omdat deze maatregelen geld kosten. Uitgangspunt is dat investeringen die nodig zijn en eventuele opbrengsten vanuit het gebied worden mee genomen in de grondexploitatie. Daarmee zijn het onbebouwd en het te bebouwen gebied financieel gezien communicerende vaten, wat ook inhoudt dat als de inkomsten uit het onbebouwd gebied hoger zijn dan nu wordt ingeschat, er minder woningen nodig zijn om het zelfde financiële resultaat te behalen. Het voorstel om gronden vooralsnog niet te verkopen hangt ook samen met verwervingen die in het kader van de doorontwikkeling van Waterpark Veerse Meer en de draaiing van de baan van het vliegveld gedaan moeten worden. Mogelijk kan de gemeente Middelburg hieraan indirect een bijdrage leveren door ruilgronden beschikbaar te stellen. wat mag het kosten?
Zie bijlage 8 en 9 voor een financiële vertaling van de verschillende varianten (inclusief tussenvarianten) op hoofdlijnen. Geconcludeerd kan worden dat in alle gevallen sprake is van een verlies, dat in de meeste gevallen ook hoger is dan het bedrag dat tot nu toe als verliesvoorziening is gevormd. De bedragen die in de bijlagen zijn opgenomen als waardering van agrarisch blijvende grond (voornamelijk grasland) zijn gebaseerd op een inschatting van een agrarisch taxateur. Dit wordt nog nader uitgewerkt in een taxatierapport. Het totale verlies voor het project (op netto contante waarde per eind 2019) varieert in de verschillende varianten tussen de € 4,5 en € 11,7 miljoen. Wordt gekozen voor de zogenaamde nulvariant, dan is het verlies € 11,3 miljoen. Op het moment dat door de raad besloten is met welke variant we verder gaan zal op basis van deze variant een exploitatieopzet worden vastgesteld, die dan na de zomer ter vaststelling aan de gemeenteraad zal worden aangeboden. Volgens de BBV-voorschriften dient voor het einde van 2019 een exploitatieopzet voor dit gebied te zijn vastgesteld. Zo niet, dan zal het geheel afgewaardeerd moeten worden tot agrarische waarde. Voorgesteld wordt om een keuze te maken voor een variant waarbij geen verdere afboekingen nodig zijn. Dat houdt in dat er een verlies zal zijn van maximaal € 6,8 miljoen op contante waarde.
In de laatste versie van de doorrekening grondbedrijf d.d. februari 2019 is rekening gehouden met een verlies op contante waarde per 1 januari 2019 van € 5,6 miljoen. hoe gaan we dat financieren?
In de voorziening grondbedrijf is op basis van eerdere uitgangspunten voor deze locatie een bedrag van € 6,8 miljoen opgenomen ter dekking van een verwacht verlies. Afhankelijk van welke variant gekozen wordt, kan een deel hiervan vrijvallen (in de (sub)varianten 5 of 6) of zal eind 2019 een aanvullend verlies genomen moeten worden. Dit kan oplopen tot € 4,9 miljoen in variant 3A. Dit bedrag zal ten laste worden gebracht van de reserve grondbedrijf, voor zover deze toereikend is. Per 1 januari 2019 is het saldo van de reserve € 8,6 miljoen. Bij een vrijval komt dit bedrag ten gunste van de reserve. Op basis van de voorgestelde keuze zal de gevormde verliesvoorziening eind 2019 toereikend zijn. In de laatste versie van de doorrekening werd rekening gehouden met een vrijval van € 1,2 miljoen.
zijn er significante gevolgen voor het weerstandsvermogen?
In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt op dit moment rekening gehouden met het risico dat Cleene Hooge volledig wordt afgeboekt, conform het scenario specifieke risico’s in de doorrekening van het grondbedrijf d.d. februari 2019. Met een keuze voor de uitvoering van een variant waarbij niet verder afgewaardeerd hoeft te worden valt dit risico weg. Dit doet het risicoprofiel van de gemeente aanzienlijk dalen, hetgeen een forse verbetering van de weerstandsratio oplevert. hoe draagt dit voorstel bij aan een duurzaam energieneutraal Middelburg?
De visie bevat voorstellen die een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan de natuurwaarden en biodiversiteit in het gebied. Voorgesteld wordt deze mogelijkheden nader uit te werken; wat hiervan gerealiseerd kan worden zal in overleg met bijvoorbeeld Het Zeeuwse Landschap en/of de ZMF nader onderzocht moeten worden. Veel hangt ook af van de toekomstige eigendomssituatie van de agrarische grond; als dit in eigendom wordt gehouden zijn er wellicht meer sturingsmogelijkheden. Het hangt uiteraard ook af van welke variant gekozen wordt. Een recent initiatief als ‘Herenboeren’ zou hier wellicht ook in passen. Hoe de voorgenomen woningbouw bijdraagt aan een duurzaam energieneutraal Middelburg zal pas in een later stadium duidelijk worden, als plannen verder worden uitgewerkt. In ieder geval zal nieuwbouw gasloos uitgevoerd moeten worden, maar onderzocht zal worden of en hoe een stap verder kan worden gezet. Ervaringen vanuit bijvoorbeeld Essenvelt kunnen daarbij dan betrokken worden. wat communiceren we?
Richting de diverse betrokken partijen is afgesproken om de definitieve visie te verspreiden, dan wel actief aan te geven waar deze op internet te vinden is. Na ons besluit is dat ook gebeurd. Het uiteindelijke besluit van de gemeenteraad zal op dezelfde manier gecommuniceerd worden. Bij de verdere uitwerking van de gekozen ontwikkelvariant (zowel het te bebouwen deel als het gedeelte dat onbebouwd blijft) zal wat ons betreft in ieder geval de Stichting de Cleene Hooge betrokken blijven. De stichting is immers vanaf het allereerste begin betrokken bij het proces wat, ondanks dat men volgens de statuten tegen iedere vorm van woningbouw is en direct duidelijk was dat het bereiken van consensus over het resultaat een haast onmogelijke opdracht zou zijn (en dus ook niet het doel was), in goed overleg verlopen is. Dat willen we graag continueren. Ook over de mogelijkheden voor het vergroten van de biodiversiteit in het gebied, iets waar wel consensus over is. In overleg met de stichting kan bepaald worden wie verder bij het participatietraject worden betrokken. De kaders vanuit dit raadsvoorstel zijn dan de kaders waarbinnen participatie kan plaatsvinden. In het kader van ‘participeren, doen en leren’ willen we een aantal participatieprocessen evalueren. Voor dit project zouden we dit willen doen voor het traject dat met de klankbordgroep is gevolgd.
Nee Er is weliswaar geen advies ingewonnen bij de ‘reguliere’ adviesraden, maar onder het kopje ‘wat is de aanleiding…’ is geschetst op welke manier participatie heeft plaatsgevonden, onder meer door het concept plan voor te leggen aan diverse organisaties op het gebied van landschap, natuur en cultuurhistorie. advies ingewonnen bij adviesorgaan?
bijlagen
1. Tussentijds advies MaGRID d.d. 18 september 2017, ‘Visie op de ontwikkelingsmogelijkheden van de noordwestrand van Middelburg’ 2. Opdracht aan StadgoedLandgoed 3. Definitief advies StadgoedLandgoed d.d. mei 2019, ‘Ontwikkelingsvisie Cleene Hooge’ (inclusief verslaglegging bewonersavond en bijeenkomsten klankbordgroep) 4. Verslag overleg met diverse organisaties op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur d.d. 27 februari 2019, aangevuld met schriftelijke reacties 5. Reactie Kaljouw Landschapsbeheer 6. Reactie over Cleene Hooge in relatie tot de Griffioen
openbaar
X X X
X
X X
geheim
7. Reactie Stichting de Cleene Hooge 8. Financiële vertaling diverse varianten, beschrijving en resultaat op hoofdlijnen 9. Overzicht exploitatieresultaten verschillende varianten 10. Artikel over boerenlandnatuur uit ‘Zeeuws Landschap’ voorjaar 2019
Middelburg, 3 juni 2019 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
mr. A. van den Brink de burgemeester,
mr. H.M. Bergmann
X X X X