Bijlage 8 Bestemmingsplan- MER Waterpark Veerse Meer Gecombineerd plan- en projectMER, Tauw 6-5-2021 + oplegnotitie 7-6-2021-VERVALLEN
Tekst van het document
Dit omdat significante effecten op het Natura 2000 gebied Veerse Meer niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Daarnaast spelen er mogelijk effecten van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000 gebieden (niet het Veerse Meer). Volgens art. 7.2a lid 1 Wm zijn bestemmingsplannen waarvoor een Passende Beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Geconcludeerd kan dus worden dat een m.e.r. plicht (planMER) voortkomt uit de volgende sporen: kaderstelling bestemmingsplan voor m.e.r beoordelingsplichtige besluiten en vanwege het opstellen van de Passende Beoordeling. Daarnaast geldt dus voor het bestemmingsplan een m.e.r. beoordelingsplicht als gevolg van categorie D10. Op grond van een m.e.r. beoordeling moet beoordeeld worden of sprake is van een project m.e.r. plicht. Besloten is om direct een projectMER op te stellen in samenhang met het planMER. Formeel is hiermee sprake van een gecombineerd plan- en projectMER. In het vervolg MER genoemd.
1.3
Stappen m.e.r. procedure
De m.e.r.-procedure valt te verdelen in twee fasen: de voorfase (aankondigen en bepalen detailniveau en reikwijdte van het MER) en het vervolg (opstellen van MER en de besluitvorming).
25/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de procedurestappen van de m.e.r.procedure. Voorfase Door middel van het opstellen en ter inzage leggen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de onderzoeksinsteek bekend gemaakt. Eenieder heeft vervolgens gedurende zes weken de gelegenheid gehad om zienswijzen in te dienen. Ook de betrokken overheden, en de wettelijke adviseurs zijn geraadpleegd. Ook is de Commissie voor de m.e.r om (vrijwillig) advies gevraagd. De NRD beschrijft wat het voornemen is en welke alternatieven worden onderzocht. Ook geeft de notitie inzicht in de te onderzoeken milieueffecten en welke onderzoekscriteria worden gehanteerd. Daarnaast zijn de belangrijkste kaders en randvoorwaarden van het project geschetst. De NRD heeft vanaf 23 mei 2019 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Ook is een informatieavond belegd. Verder heeft de Commissie voor de m.e.r. advies uitgebracht over de NRD. Tijdens de ter inzage legging zijn 25 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn beantwoord in een door de gemeente vastgestelde Nota van Zienswijzen. De nota is opgenomen op de webpagina voor het Waterpark Veerse Meer: www.middelburg.nl/wvm. Op 18 juli 2019 heeft de Commissie voor de m.e.r haar advies gepubliceerd. In paragraaf 3.3 van dit MER vindt u meer informatie over dit advies. Kader: partijen die betrokken zijn in de m.e.r.
procedure Initiatiefnemer en bevoegd gezag Driestar heeft de rol van initiatiefnemer en de gemeente Middelburg de rol van het bevoegd gezag.
Commissie voor de milieueffectrapportage Het opgestelde MER wordt door de Commissie voor de m.e.r getoetst. De Commissie toetst het MER op juistheid en volledigheid. Tijdens deze toetsing worden de relevante aandachtspunten vertaald in duidelijke aanbevelingen voor het besluitvormingstraject na het MER. De Commissie heeft ook advies gegeven over de Notitie Reikwijdte en detailniveau (NRD). Deze advisering was niet verplicht maar werd op vrijwillige basis aangevraagd door initiatiefnemer en gemeente.
Wettelijke adviseurs Het bevoegd gezag vraagt advies aan de wettelijke adviseurs. Het betreffen in ieder geval de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Rijkswaterstaat, waterschap Scheldestromen, provincie Zeeland en omliggende gemeenten.
MER Het MER wordt opgesteld aan de hand van de onderzoeksopgave zoals beschreven in de NRD. Zienswijzen op de NRD worden bij totstandkoming van het MER betrokken. Ook is uiteraard het advies van de Commissie voor de m.e.r op de NRD en de ideeën en informatie uit de participatiefase gebaseerd. Meer hierover in hoofdstuk 3 van het MER.
26/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Zienswijzen en aanvulling op het MER Wanneer het MER inhoudelijk is afgerond legt de gemeente Middelburg het MER en het ontwerpbestemmingsplan voor Waterpark Veerse Meer ter inzage. Eenieder kan vervolgens zienswijzen indienen op het MER. De Commissie voor de m.e.r. brengt verplicht advies uit over het MER binnen de termijn die ook voor de zienswijzen geldt. Inmiddels is op 22 februari 2021 het advies op het MER door de Commissie uitgebracht. Het toetsingsadvies is te vinden via: Adviezen - Commissiemer.nl. Het advies van de Commissie m.e.r. is om ook te kijken naar de milieugevolgen en de uitvoerbaarheid van het plan wanneer de draaiing van de start- en landingsbaan niet doorgaat. Dat is één van de redenen voor deze aanvulling op het MER. Verderop, in hoofdstuk 3, wordt verder inhoudelijk ingegaan op dit advies. Definitief besluit De gemeente Middelburg neemt het definitieve besluit door vaststelling van het bestemmingsplan. Daarvoor is het MER een onderbouwing, namelijk een bijlage van het bestemmingsplan. De zienswijzen en de bijbehorende adviezen bij het MER worden zo veel als mogelijk in het plan verwerkt. Aangegeven wordt hoe rekening gehouden is met milieugevolgen, zienswijzen en adviezen. Bovendien wordt vastgesteld hoe en wanneer er geëvalueerd wordt op daadwerkelijk optredende milieugevolgen.
1.4
Onderzoeksmethode MER en opbouw van dit rapport
Hoofdstuk 2 beschrijft de achtergrond, aanleiding en de nut en noodzaak van de ontwikkeling. Het derde hoofdstuk gaat nader in op het proces en de participatie rondom het MER en welke andere relevante ontwikkeling er op dit moment spelen. Hoofdstuk 4 gaat nader in op de gehanteerde referentiesituatie(s) voor de beoordeling van effecten. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitgangspunten van het plan, die vervolgens in verschillende alternatieven (verkeer en landschap) worden onderzocht. Onder meer op basis hiervan wordt in hoofdstuk 6 het zogenaamde voorkeursalternatief (en bijhorende varianten) beschreven dat in hoofdstuk 7 nader op milieueffecten wordt onderzocht. Afgesloten wordt met de hoofdstukken conclusies en monitoring en evaluatie. In deze aanvulling op het MER is dezelfde hoofdstuk-opzet aangehouden als in het eerdere MER daarbinnen zijn wijzigingen doorgevoerd vanwege het uitgaan van het geval waarin de baandraaiing niet doorgaat. In bijlage 6 is inzichtelijk gemaakt in welke hoofdstukken en paragrafen welke aanpassingen zijn gedaan.
27/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Figuur 1.2 Opbouw van dit MER.
28/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
2 Aanleiding en nut en noodzaak In dit hoofdstuk komt de voorgeschiedenis en aanleiding, op welke wijze de ontwikkeling past binnen het vigerende recreatiebeleid en de noodzaak (haalbaarheid) van het plan aan de orde.
2.1
Voorgeschiedenis en aanleiding plan
Voorgeschiedenis Op het terrein van het huidige park opent in 1972 Camping de Witte Raaf een camping met circa 1.000 plaatsen voor caravans en tenten. Daarmee werd in Arnemuiden één van de grootste campings in Zeeland gerealiseerd. In 2008 zijn, via een artikel 19 procedure, de mogelijkheden in het bestemmingsplan van Camping de Witte Raaf verder uitgebreid, met een jachthaven, met recreatiebungalows, met chalets, met een groter terrein en grotere centrumvoorzieningen. Deze uitbreiding volgt op de gebiedsvisie ‘Rondom het Veerse Meer’ uit 2004 (zie ook paragraaf 3.5), opgesteld door Provincie Zeeland en de omliggende gemeenten. In deze gebiedsvisie kiest de provincie ervoor om toeristische ontwikkelingen rondom het Veerse Meer te beperken tot een 6-tal toeristische ‘Hotspots’, waar deze locatie er één van is. In 2013 en 2014 is het bestemmingsplan op enkele punten beperkt aangepast. Het vigerende bestemmingsplan is in 2014 van kracht geworden. In dit laatste bestemmingsplan is een aantal chalets omgezet naar recreatiewoningen en is de bouw van een centrumgebouw mogelijk gemaakt. Voor de afronding van de realisatie van het Waterpark Veerse Meer is het park in 2015 failliet gegaan. Plan Driestar Zoals beschreven in hoofdstuk 1 heeft Driestar B.V.
het recreatiepark Waterpark Veerse Meer in 2018 aangekocht met als doel een familiepark te herontwikkelen tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen. Daarmee verschilt het plan ten opzichte van het voorgaande plan, waarin uitgegaan werd van een vakantiepark met een diverse mix aan recreatieverblijven (kampeerplaatsen, stacaravans, chalets, recreatiewoningen en ligplaatsen voor pleziervaartuigen). Het plan van de initiatiefnemer is ruimer van opzet met gemiddeld meer ruimte voor water en groen per recreatie-eenheid, waardoor de oppervlakte van het recreatiepark groter wordt, maar het totaal aantal recreatieve overnachtingseenheden sterk vermindert (zie ook hoofdstukken 5 en 6). Deze ontwikkelingen passen niet in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ (2009), ‘Oranjeplaat’ (2013) en ‘Waterpark Veerse Meer’ (2014) van de gemeente Middelburg, zoals deze momenteel van toepassing zijn. Om deze alsnog mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. Baanrotatie Vliegveld Midden-Zeeland De exploitant van het Vliegveld Midden-Zeeland, gelegen aan de Calandweg, heeft bij de provincie Zeeland een principeverzoek ingediend om de start- en landingsbaan van het vliegveld te roteren. Ten behoeve van deze rotatie neemt de provincie een Luchthavenbesluit.
29/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Daarnaast zal het bestemmingsplan voor het Vliegveld gewijzigd moeten worden om de baanrotatie mogelijk te maken en zullen de contouren van de hoogtebeperkingen van de aangrenzende bestemmingsplannen aangepast worden. De betrokken gemeenten hebben de provincie gevraagd hiervoor een provinciaal inpassingsplan op te stellen, dat de bestemmingsplannen in de verschillende gemeenten zal aanpassen. In december heeft Provinciale Staten akkoord gegeven om dit op te stellen. Het luchthavenbesluit en het inpassingsplan kennen ieder hun eigen procedure. De planning is om deze procedures ook in 2021 te starten. Ten behoeve van het Luchthavenbesluit en het inpassingsplan is een m.e.r.beoordelingsnotitie opgesteld. Zie ook hoofdstuk 7. Op 29 mei 2020 heeft Provinciale Staten, op basis van een m.e.r. beoordeling, besloten dat voor de baanrotatie geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Kampeerboerderij ‘De Kruitmolen’ Als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer heeft de curator de overeenkomsten met de jaarplaatshouders opgezegd. De gemeente Middelburg heeft toegezegd zich te zullen inspannen om de jaarplaatshouders te verplaatsen naar De Kruitmolen en de ook de initiatiefnemer heeft waar mogelijk deze inspanning ondersteund. Om de verplaatsing mogelijk te maken diende het bestemmingsplan ter plaatse van De Kruitmolen gewijzigd te worden.
Na terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (zomer 2020) is de procedure voor de Kruitmolen stopgezet. Dit onder meer naar aanleiding van een zienswijze van de provincie Zeeland. In dit MER wordt er daarom verder vanuit gegaan dat de Kruitmolen in toekomst (autonome ontwikkeling) niet zal uitbreiden.
2.2
Plan binnen Zeeuws en gemeentelijk recreatief beleid
Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voortzetting van het voorgaande beleid was het uitgangspunt. Nieuw beleid is er onder meer voor de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaatadaptatie. Het beleid is op hoofdlijnen beschreven en bouwt voort op de visie Zeeland 2040. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is alleen bindend voor de provincie Zeeland zelf. Soms is doorwerking naar anderen gewenst en is het omgevingsplan vertaald naar een verordening, die juridisch doorwerkt op anderen. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 bevat provinciale regels over de fysieke leefomgeving die voor iedereen gelden. In de verordening is een ontwikkelkader opgenomen voor de uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieterreinen buiten de kustzone: •
•
Een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld. Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moeten ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan verschillende basiskwaliteiten voldoen Het uitgangspunt is dat deze uitbreiding voldoet aan de voorwaarden op het gebied van Ruimtelijke kwaliteit, economische haalbaarheid, markt en onderscheidend vermogen van het concept (zie ook paragraaf 2.3 van dit MER) en een sociaalmaatschappelijke bijdrage
30/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
In hoofdstuk 4 van het Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer is een uitgebreide analyse opgenomen aan de hand van deze criteria. Op basis hiervan luidt de conclusie dat het park past binnen de uitgangspunten en voorwaarden van het Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein buiten de kustzone en voldoet aan gestelde regels in de Omgevingsverordening Zeeland 2018. In de genoemde analyse wordt geconcludeerd dat op basis van het voorgaande bestemmingsplan reeds recreatiewoningen mogelijk zijn. Daarmee is geen sprake van ‘nieuwe’ recreatiewoningen. Ook voldoet het plan Waterpark Veerse Meer aan de door de provincie gestelde voorwaarden ten aanzien van de realisatie van verblijfsrecreatiewoningen. Het nieuwe recreatiepark wordt als één park bedrijfsmatig en jaarrond geëxploiteerd. Deze voorwaarde wordt ook opgenomen in de regels van het nieuwe bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer. Tevens is een businessplan opgesteld. De uitgangspunten van het businessplan zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Middelburg, waarin onder meer afspraken zijn gemaakt over de financiële haalbaarheid van het plan.
Het plan voor de herontwikkeling en uitbreiding van het Waterpark is in lijn met het beleid van de provincie om bestaande bedrijven de mogelijkheid te bieden tot kwaliteitsverbetering en productinnovatie (of transformatie) al dan niet in combinatie met een (beperkte) uitbreiding. Binnen deze geschetste ontwikkelingsmogelijkheden wil de provincie samen met gemeenten, bedrijven en (nieuwe) investeerders door middel van een gebiedsgerichte aanpak uitwerking geven aan het realiseren van een beperkt aantal hotspots en de revitalisering van bestaande bedrijven in de kustzone. Momenteel wordt door de provincie gewerkt aan de herziening van de Gebiedsvisie voor het Veerse Meer. In de Besluitvormingsnotitie voor Fase 1 (mei, 2020) is het plangebied aangemerkt als ‘aandachtsgebied’. De besluitvormingsnotitie vormt de basis voor de herziening van de nieuwe Zeeuwse Omgevingsvisie. Het plan is in vroegtijdig stadium meegenomen bij de totstandkoming van deze visie en voldoet aan het Ontwikkelkader zoals opgenomen in de notitie. (zie ook paragraaf 3.4). Op gemeentelijk niveau heeft de gemeenteraad van Middelburg in 1998 de Kwaliteitsatlas 2030 vastgesteld, deze is herzien in 2010.
In de Kwaliteitsatlas wordt een integraal toekomstbeeld van Middelburg tot 2030 geschetst, met daarbij de ontwikkelingen per sector (demografie, wonen, werken, verkeer en vervoer, voorzieningen, toerisme, natuur en landschap, financiën), die nodig zijn om dit beeld te bereiken. Op het gebied van toerisme en recreatie zet de gemeente Middelburg onder meer in op uitbreiding van het areaal aan dagrecreatie/dagarrangementen (Veerse Meer), het stimuleren van ontwikkelingen, die het nautisch maritieme karakter en toerisme versterken en het uitbreiden van het aantal hotelaccommodaties. Op de kaart van de kwaliteitsatlas 2010 staan drie gebieden aangegeven voor recreatieontwikkeling: de Veerse Wende, het waterpark en een uitbreiding gelegen tussen de jachthaven en het spoor.
2.3
Nut en noodzaak aantal en type recreatiewoningen en uitbreiding
Om te bepalen of voor de herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen voldoende marktruimte is, is een marktonderzoek 8 uitgevoerd. De haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen is getoetst vanuit twee perspectieven. 8
Toets haalbaarheid Waterpark Veerse Meer Nieuw – ZKA Leisure Consultants – april 2020 31/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Het eerste perspectief beschouwt de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling op economische gronden. Hiertoe is eerst de doelgroep voor het concept vastgesteld en getoetst aan de markt, waarna een marktanalyse naar de behoefte is uitgevoerd. Het tweede perspectief belicht de sociaalmaatschappelijke waarde van de voorgenomen ontwikkelingen. Onderzocht is wat de toegevoegde waarde van de voorgenomen ontwikkelingen is voor de lokale economie, de samenleving en de omgeving. Doelgroepen Een hoogkwalitatief concept als Waterpark Veerse Meer past volgens het onderzoek beter bij sommige doelgroepen dan bij andere. De hoge kwaliteit van de woningen wordt gekoppeld aan zeer uitgebreide (overdekte) centrumvoorzieningen en een zeer hoog serviceniveau. Daarmee is Waterpark Veerse Meer niet alleen onderscheidend binnen de Provincie Zeeland, maar ook op (inter-)nationaal niveau. De huurprijs in het hoogseizoen is hoger dan gemiddeld, maar buiten het hoogseizoen komen ook doelgroepen met een modaal huishoudinkomen in beeld. Met het karakter van de centrumvoorzieningen ligt het volgens het rapport voor de hand dat Waterpark Veerse Meer vooral in trek is bij gezinnen en extended families (voor meergeneratievakanties).
De ligging in Zeeland zorgt ervoor dat het park ook sterk in trek zal zijn bij de Duitse en Belgische gast, hoewel de Nederlandse gast naar verwachting de belangrijkste deelmarkt blijft. In de regel trekken vakantieparken van alle leefstijlen gasten aan, maar zijn enkele leefstijlen nadrukkelijker aanwezig. Bij het nieuwe Waterpark Veerse Meer zorgen het hoge serviceniveau, de uitgebreide centrumvoorzieningen en luxe accommodaties voor relatief veel gasten met leefstijlen 'stijlzoeker', 'plezierzoeker' en 'harmoniezoeker'. 'Avontuurzoekers' en 'inzichtzoekers' zijn secundaire doelgroepen. Analyse van boekingsdata van een vergelijkbaar park bevestigt grotendeels de expertanalyse. In Nederland zijn bijna 2,2 miljoen huishoudens onderdeel van de potentiële doelgroep, ofwel bijna 29% van de huishoudens. In België en Noordrijn-Westfalen behoren bijna 3,6 miljoen huishoudens tot de potentiële doelgroep. De totale potentiële doelgroep bedraagt daarmee bijna 5,8 miljoen huishoudens. Behoefte en marktruimte Uit het onderzoek blijkt dat het marktgebied voor het Waterpark Veerse Meer bestaat uit twee delen, door het zeer specifieke karakter van het concept. Naast de reguliere behoefte, van gasten die vanwege de bestemming Zeeland boeken, trekt het park gasten die specifiek vanwege het concept en/of merk een vakantie boeken. Deze gasten genereren een aanvullende vraag of behoefte.
In de afgelopen jaren zijn de overnachtingen van buitenlandse gasten sterker gegroeid dan de overnachtingen van Nederlandse gasten, doch het aantal Nederlandse overnachtingen in Zeeland is nog steeds als geheel hoger dan die van buitenlandse gasten. De groeiprognoses voor de aankomende jaren zijn overwegend positief. De economische groei vlakt wel enigszins af, maar hoeft niet direct nadelig uit te pakken. De harde planvoorraad in Zeeland is omvangrijk. Tegelijk zijn enkele plannen (groten)deels op de koopmarkt gericht en niet per sé op de huurmarkt, waar het nieuwe Waterpark Veerse Meer Nieuw op gericht is. Op basis van een trendextrapolatie en rekening houdend met de groeiprognoses is in 2028 voldoende marktruimte voor de realisatie van het nieuwe Waterpark Veerse Meer, op basis van reguliere vraag. In het onderzoek is tevens de omvang van de aanvullende vraag gekwantificeerd en per leefstijl vergeleken met capaciteiten van conceptueel vergelijkbare parken. Uit de analyse volgt dat met name voor de leefstijlen 'stijlzoeker', 'avontuurzoeker' en 'inzichtzoeker' minder concurrenten in de markt zijn en meer kansen aanwezig zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer. 32/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Toegevoegde waarde In het oordeel over grootschalige nieuwe toeristische ontwikkelingen zijn niet alleen de economische effecten belangrijk, maar ook de effecten op de samenleving en omgeving. Ook dit is daarom in het haalbaarheidsonderzoek meegenomen. Hieruit blijkt dat de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer zorgt voor een toename van de economische impact ten opzichte van de huidige situatie. Bestedingen en werkgelegenheid nemen toe, net als de bestedingen per nacht per gast. De samenleving profiteert bij realisatie van het vakantiepark van toegenomen opleidingsmogelijkheden en kritische massa voor de voorzieningen in de kern (met name Arnemuiden). Daarnaast neemt de toeristische druk toe ten opzichte van de huidige situatie, maar de toeristische druk zal niet hoger zijn dan indien het vakantiepark gerealiseerd wordt, dat volgens het geldende bestemmingsplan mogelijk is (indien dus wordt doorontwikkeld binnen de huidige kaders). Bij de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer wordt ingezet op een minimalisatie van de footprint op de omgeving, door onder meer te streven naar circulair bouwen, duurzame energievoorziening en gebruik van biologische en lokale producten.
De voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer zorgt derhalve voor een toename van de toeristische druk ten opzichte van de huidige situatie, maar ten opzichte van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, neemt de toeristische druk af. Verder worden positieve effecten verwacht op het vlak van economie, samenleving en omgeving.
2.4
Conclusies
Driestar B.V. heeft het recreatiepark Waterpark Veerse Meer in 2018 aangekocht met als doel een familiepark te herontwikkelen tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen. Om aan het beoogde kwaliteits- en schaalniveau te voldoen, is het noodzakelijk om het oppervlak van het plangebied uit te breiden. Op basis van het vigerend bestemmingsplan is een toename van het aantal toeristische overnachtingsmogelijkheden mogelijk, ook zonder de uitbreiding van het plangebied. Hierdoor kan Driestar B.V. het aantal accommodaties uitbreiden binnen het bestaande gebied. Hierdoor neemt echter het aantal overnachtingseenheden per hectare toe wat niet past bij de visie en beoogde kwaliteitseisen van Driestar B.V. en het beleid van de provincie. Door het plangebied uit te breiden wordt voldaan aan de eisen van zowel de initiatiefnemer als de provincie. Het marktonderzoek heeft aangetoond dat de potentiële doelgroep groot genoeg is en dat er voldoende marktvraag is. Het onderscheidende concept maakt het mogelijk het park jaarrond te exploiteren.
33/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
3 Proces en participatie In dit hoofdstuk wordt het proces van de totstandkoming van het MER meer in detail beschreven. Aan bod komt op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden, wat hieruit naar voren is gekomen en wat de invloed hiervan is op het MER en bestemmingsplan. Ook worden een aantal lopende projecten beschreven die relevant zijn voor de ontwikkeling: gebiedsvisie Veerse Meer, Draaiing landingsbaan, vergunning warmte- koudeopslag (WKO) en het luchthavenbesluit.
3.1
Participatie omwonenden en belanghebbenden
In het kader van het project heeft gedurende de tweede helft van 2019 en begin 2020 een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden over verkeer, natuur en landschap. Door middel van huis-aan-huisbrieven, overleg met de bewonersgroep Arnemuiden, een oproep in de nieuwbrief van de dorpsraad Lewedorp, een overleg met de dorpsvereniging en verkeerswerkgroep Wolphaartsdijk, vragenuurtjes in de lokale supermarkt in Arnemuiden en een aantal gerichte uitnodigingen zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld vragen te stellen en zich aan te melden voor deelname aan het participatietraject. In totaal hebben 68 personen deelgenomen aan de bijeenkomsten. De participatie heeft plaats gevonden in de vorm van een serie van drie rondes van dialooggesprekken. Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd door de gemeente Middelburg met medewerking van Driestar B.V. De bijeenkomsten werden inhoudelijk begeleid door verkeersadviesbureau Goudappel Coffeng en stedenbouwkundig en landschapsarchitectenbureau Kuijper Compagnons. In de periode van 4 tot en met 7 november 2019 vond de eerste serie dialooggesprekken plaats. In totaal zijn er zes gesprekken geweest over verkeer en twee over landschappelijke inpassing. In de periode van 9 december tot 12 december 2019 vond de tweede serie van dialooggesprekken plaats met wederom zes gesprekken over verkeer en twee over landschappelijke inpassing.
Bij de derde serie bijeenkomsten zijn er twee gesprekken geweest op donderdag 30 januari 2020. In deze serie werd alleen verkeer besproken. Bij landschap werd na de tweede serie bijeenkomsten geconcludeerd dat als het plan, afgezien van detailaanpassingen, blijft zoals het er nu bij ligt het niet nodig is om een derde dialoogsessie te houden. De deelnemers van de bijeenkomsten voor verkeer hebben onder begeleiding en met ondersteuning van de gemeente Middelburg (en met medewerking van de eigenaar van Driestar B.V en verkeersadviesbureau Goudappel Coffeng) een advies opgesteld (Advies Participatietraject Waterpark Veerse Meer Verkeer, 26 februari 2020) voor de wegbeheerders om bestaande en mogelijk toekomstige knelpunten zoveel mogelijk op te lossen. Het advies is opgenomen in bijlage 2. In hoofdstuk 5, 6 en 7 van dit MER wordt nader inhoudelijk ingegaan op het onderdeel verkeer. De deelnemers van de bijeenkomsten voor landschap hebben onder begeleiding en met ondersteuning van de gemeente Middelburg (en met medewerking van de eigenaar van Driestar B.V en Kuiper Compagnons) een advies opgesteld (Advies Participatietraject Waterpark Veerse Meer Verkeer Landschappelijke inpassing en Natuur, 26 februari 2020) voor de gemeente en Driestar.
34/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Afgezien van wat detailaanpassingen, die in het advies genoemd worden, is de conclusie dat het plan voldoet aan een goede landschappelijke inpassing. In totaal zijn vier expertmeetings landschap georganiseerd. Een uitgebreid verslag hiervan is eveneens opgenomen in bijlage 2. De wijze waarop de aanbevelingen zijn overgenomen in het plan staat beschreven in hoofdstuk 6 van dit MER.
Figuur 3.1 Impressie van een participatiebijeenkomst te Arnemuiden.
3.2
NRD en zienswijzen
De NRD, opgesteld door de initiatiefnemer, heeft vanaf 23 mei 2019 tot en met 3 juli 2019 ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging zijn 25 zienswijzen ingediend waaronder enkele reacties van overheidsinstellingen. De zienswijzen hadden vooral betrekking op de effecten van extra verkeer op de leefomgeving, het al dan niet uitvoeren van een Passende Beoordeling vanwege effecten op het Natura 2000 gebied Veerse Meer en de landschappelijke inpassing. Deze zienswijze zijn beantwoord in de door de gemeente vastgestelde Nota van Zienswijzen 9. Hierin is ook aangegeven op welke wijze e.e.a. een plek krijgt in dit MER. De gemeente Middelburg heeft gesteld dat het MER binnen deze kaders moet worden uitgevoerd.
9
De nota van zienswijzen is hier terug te vinden: https://www.middelburg.nl/Inwoners/Wonen_en_verbouwen/Waterpark_Veerse_Meer 35/256
Kenmerk
3.3
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Advisering Commissie voor de m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (juli 2019)
In juli 2019 heeft de Commissie voor de m.e.r. een advies gegeven over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Op basis van het overleg met de Commissie m.e.r en het NRD beschouwt de Commissie de volgende punten als essentiële informatie in het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over het bestemmingsplan het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten: •
Een duidelijke beschrijving van het voornemen, inclusief de uitplaatsing van de huidige staanplaatshouders naar de nabijgelegen camping. Dit is opgenomen in hoofdstuk 5 en 7 van
•
dit MER Een duidelijke beschrijving van de lopende ontwikkelingen en (beleids)plannen in het gebied, zoals de gebiedsvisie Veerse Meer en baandraaiing van Vliegveld Midden-Zeeland. Dit
•
hebben we opgenomen in hoofdstuk 3 Een onderbouwing van het initiatief en de onderzochte inrichtingsalternatieven. Dit is eveneens opgenomen in hoofdstuk 5 en 7
•
Een beschrijving van de milieugevolgen van het voornemen (inclusief de verkeersaantrekkende werking), de inrichtingsalternatieven en de mogelijkheden om de gevolgen voor de leefomgeving en natuur te beperken. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 6 en 7
Daarnaast vindt de Commissie het belangrijk dat de samenvatting als zelfstandig document leesbaar is en een goede afspiegeling is van de inhoud van het MER. De samenvatting is opgenomen in het eerste hoofdstuk van dit MER. Het uitgebreide advies van de Commissie voor de m.e.r is hier terug te vinden: https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p33/p3395/a3395rd.pdf
3.4
Toetsingsadvies Commissie voor de m.e.r. op het MER Waterpark Veerse Meer van 26 november 2020 (februari 2021)
Op 22 februari 2021 heeft de Commissie voor de m.e.r. een advies gegeven over het MER. Op basis van het overleg met de Commissie m.e.r en het daadwerkelijk MER concludeert de Commissie dat voor het meewegen van de milieubelangen in het besluit over het bestemmingsplan de Aanvulling op het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten. • In het MER moet ook beschreven worden wat de milieugevolgen zijn en/of het plan •
uitvoerbaar is als de draaiing van de start- en landingsbaan niet doorgaat. De impact van de verwachte toename aan vaarbewegingen op vogels in het beschermde natuurgebied Veerse Meer moet nader worden onderzocht. Daarnaast moet de
•
effectbeoordeling beter aansluiten bij de maximale mogelijkheden die in het bestemmingsplan zullen worden geboden Een verduidelijking van de daadwerkelijke stikstofdepositie op de omringende
•
stikstofgevoelige beschermde natuurgebieden met aangescherpte uitgangspunten (saldering en verkeer) moet uit de aanvulling blijken. Klimaat, duurzaamheid en licht/duisternis: In de aanvulling op het MER dienen de effecten
•
van het initiatief op klimaat, duurzaamheid en licht/duisternis afgezet te worden tegen de referentiesituatie. Dit om een vertekend beeld te voorkomen. Landschap: De effecten van het voorkeursinitiatief op het landschap zoals de invloed op kenmerkende landschapsstructuren en openheid dient ook beschreven te worden. 36/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
•
Verkeer: Ook de becijfering van niet-gasten (bijvoorbeeld bezoekers) die gebruik maken van
•
de voorzieningen op het park, dienen te worden meegenomen in de totale verkeersproductiecijfers. De Commissie adviseert de gemeente later zelf nog te controleren of de vergunningen de juiste en volledige informatie bevat. De ontwerpvergunningen zijn namelijk nog niet beschikbaar.
In bijlage 6 is opgenomen waar de wijzigingen ten opzichte van het MER fase 1 zijn aangebracht en wat voor wijzigingen zijn aangebracht. Op basis van het advies van de Commissie voor de m.e.r. zijn met name wijzigingen gedaan in Hoofdstuk 6 en 7 over het voorkeursalternatief, de varianten binnen het voorkeursalternatief en de effecten hiervan op de verschillende milieuthema’s.
3.5
Gebiedsvisie Rondom het Veerse meer
In de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer worden de veranderingen beschreven, die zich de komende vijftien jaar rond het Veerse Meer gaan voltrekken. De gebiedsvisie is in december 2004 vastgesteld door Provinciale Staten. In deze Gebiedsvisie is de ontwikkeling van recreatie rondom het Veerse Meer aan banden gelegd. Er zijn echter zes plekken benoemd als toeristische hotspot, waar toeristische ontwikkeling wel toegestaan werd. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt binnen de contouren van één van deze toeristische hotspots benoemd in de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer uit 2004. Door het nieuwe Omgevingsplan Zeeland is de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer achterhaald. De provincie is in de zomer van 2019 samen met de betrokken gemeenten en het waterschap gestart met het opstellen van een nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer. De verwachting is dat deze nieuwe visie in 2021 vastgesteld wordt. Fase 1 10, waarin afspraken staan over verblijfsrecreatie, is in juli 2020 vastgesteld, zodat het in de provinciale omgevingsverordening van 2021 kan worden verwerkt. In deze eerste fase zijn de pijplijnprojecten benoemd. Pijplijnprojecten zijn projecten waarvan besloten is dat ze al in een dermate gevorderd stadium zijn dat deze projecten door moeten gaan.
In het geval van het Waterpark Veerse Meer was het proces al gestart voordat (najaar 2019) begonnen was met het opstellen van de Gebiedsvisie 2020-2030. Daarbij moet gedacht worden aan een anterieure overeenkomst, een ontwerp bestemmingsplan of een raadsbesluit dat door de gemeenteraad goedgekeurd aanwezig is. In het geval van Waterpark Veerse Meer was de anterieure overeenkomst al op 8 oktober 2018 door de gemeenteraad goedgekeurd. De pijplijnprojecten worden beoordeeld op basis van de regelgeving zoals die was voor aanvang van de Gebiedsvisie Veerse meer 2020-2030. Het plan hoeft daarom niet te worden getoetst aan de nieuwe Gebiedsvisie Veerse meer. Dat neemt niet weg dat vanaf het begin een duidelijke link is gelegd met de Gebiedsvisie Veerse Meer. De uitgangspunten uit de Besluitvormingsnotitie fase 1 Gebiedsvisie Veerse Meer zijn meegenomen in het ontwerp van het waterpark. Zo zijn onder meer voorwaarden gesteld aan zicht vanaf het meer en vanaf de weg, aan de openbare toegankelijkheid van het park en in het bijzonder aan de inrichting van de oevers. Het plan voldoet aan de wensen qua landschappelijke invulling, zoals die geformuleerd zijn in fase 1 van de Gebiedsvisie Veerse Meer. De tweede fase rapportage zal waarschijnlijk pas eind 2021 klaar zijn.
10
Besluitvormingsnotitie Fase 1, Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030, versie 18 mei 2020 37/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Fase 1 van de gebiedsvisie heeft een kaart opgeleverd met locaties waar nog wel en waar niet meer ontwikkeld wordt, en waar de omgevingskwaliteit extra impulsen behoeft. Op de kaart ‘Globale situering beschermings- en aandachtsgebieden’ zijn gebieden aangewezen waarvoor een lokale, gebiedsgerichte doorvertaling nodig is van de algemene principes (zie figuur 3.2). Het plangebied is aangeduid als ‘rood’ aandachtsgebied voor dag- en verblijfsrecreatie. Rode aandachtsgebieden zijn clusters bebouwde omgeving waar de ontwikkeldruk voor dag- en/of verblijfsrecreatie hoog is en de kwaliteit van het gebied een impuls nodig heeft. Hier liggen kansen om ruimtelijke kwaliteiten integraal (op)nieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling van een dergelijk gebied moet op basis van een gezamenlijk gedragen streefbeeld (integrale gebiedsvisie) gebeuren, evenals de planvorming en realisatie ervan. Realisatie gebeurt enkel als er ondernemers betrokken zijn en willen investeren.
Figuur 3.2 Uitsnede kaart ‘Globale situering beschermings- en aandachtsgebieden’ (bron: Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030)
Specifiek over het Waterpark staat in de gebiedsvisie genoemd dat het hele gebied van De Kruitmolen tot aan de kreek De Piet als één aandachtsgebied wordt gezien, waar landschappelijke kwaliteit en diversiteit van het recreatieve aanbod en toegankelijkheid integraal worden bekeken. Speciale vermelding hierbij verdient de Lemmerkreek, die ten zuiden van het vliegveld loopt. Door middel van ontwerpend onderzoek moet worden bekeken hoe de landschappelijke en natuurkwaliteit van de kreek (ook buiten het waterpark) kan worden versterkt, bijvoorbeeld door de versterking van de bosstructuur.
38/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Aandachts- en beschermingsgebieden worden in Fase 2 ook ruimtelijk gedefinieerd en begrensd. Daarvoor wordt per gebied een ontwerptafel ingericht. In de besluitvormingsnotitie van Fase 1 zijn een aantal algemene, richtinggevende principes opgenomen met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen in het gebied. De planvorming voor het Waterpark Veerse Meer is meegenomen in het proces en de totstandkoming van de gestelde kaders voor de nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer. De algemene principes zijn in acht genomen bij de uitwerking van het landschapsplan, het beeldregieplan en het bestemmingsplan. Onder andere door rekening te houden met de aanwezige natuurkwaliteit en landschapswaarden, door de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk te houden en door rekening te houden met duurzaam materiaalgebruik en de opwekking van energie. De initiatiefnemer blijft betrokken bij het proces en de totstandkoming van de tweede fase van de visie. Zie ook hoofdstuk 4 van het Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer voor een nadere onderbouwing.
3.6
Baandraaiing luchthaven Midden - Zeeland
Ten oosten van de planlocatie ligt de luchthaven Midden-Zeeland. De exploitant van het Vliegveld Midden-Zeeland is een procedure in het kader van het luchthavenbesluit gestart om de startlandingsbaan van het vliegveld te draaien. Doel van deze rotatie is om het aantal gehinderden naar beneden te brengen. Om de baandraaiing mogelijk te maken moet het Luchthavenbesluit en vervolgens het bestemmingsplan worden aangepast, plus de bestemmingsplannen in aanpalende gemeenten waarin hoogtebeperkingen en andere contouren zijn vastgelegd. De Provincie Zeeland heeft op verzoek van de zes betrokken gemeenten besloten een Provinciaal Inpassingsplan op te stellen, in plaats van dat zes gemeenten hun bestemmingsplannen aanpassen. Na toetsing van de voorgenomen activiteiten heeft provinciale staten van de provincie Zeeland op 29 mei 2020 op basis van de m.e.r. beoordeling besloten dat voor de baanrotatie geen m.e.r. behoeft te worden opgesteld. Dit omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Binnenkort wordt door de provincie Zeeland gestart met de procedure om een nieuw luchthavenbesluit vast te stellen. Driestar heeft hun plan ontwikkeld op basis van de geroteerde baan en gaat ervan uit dat het luchthavenbesluit voor de baanrotatie eerst genomen wordt, waarna het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer vastgesteld kan worden.
In het MER van 26 november 2020 was daarom in de beoordeling van de effecten van het Waterpark Veerse Meer rekening gehouden met de situatie, en bijhorende milieueffecten, waarin de baan gedraaid is. Op basis van het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. is echter duidelijk geworden dat ook rekening gehouden moet worden een situatie waarin de baan niet draait. Deze laatste situatie is op dit moment (tot dat het luchthavenbesluit genomen is) nog de vigerende situatie. Zie verder hoofdstuk 4.
39/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Het plan Luchthaven Midden-Zeeland heeft in 2015 een voorstel uitgewerkt om de landingsbaan van de luchthaven te draaien. Hierdoor hoeven vliegtuigen niet meer een speciale bocht te nemen waardoor een grotere veiligheid van de aanvliegroutes wordt bewerkstelligd. Daarnaast worden de recreatiegebieden Oranjeplaat en het Waterpark Veerse Meer extra ontzien qua geluid en zouden de vliegtuigen niet meer direct over de woningen, ligplaatsen jachthaven en recreatiewoningen vliegen. In de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer (2004) is al onderkend dat de hindercontouren van het vliegveld Midden-Zeeland een optimale invulling van andere functies in het gebied Oranjeplaat-Oranjepolder in de weg staan. Potentiële oplossingen komen voort uit de rotatie van de start- en landingsbaan, eventueel gecombineerd met een verplaatsing van de baan, optimalisering van de helikopterspot en zo mogelijk het omklappen van het noordelijk vliegcircuit naar het zuiden. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat het draaien van de landingsbaan van het vliegveld Midden-Zeeland positieve effecten heeft op de geluidsbelasting en veiligheid bij nabijgelegen woningen. Milieueffecten In het kader van de benodigde aanpassing van het luchthavenbesluit voor het roteren van de baan van de luchthaven Midden-Zeeland, is een analyse van de mogelijke milieueffecten gemaakt 11.
Op basis van deze analyse zijn de milieueffecten van de baandraaiing in beeld gebracht. In de analyse wordt geconcludeerd dat er in de procedure voor het luchthavenbesluit voor luchthaven Midden-Zeeland geen MER hoeft te worden opgesteld, omdat ten opzichte van de voorlopige referentiesituatie de verandering in het gebruik en de indeling beperkt invloed heeft op de omgeving. De provincie heeft zoals beschreven dit advies overgenomen (besluit Provinciale Staten van 28 mei 2020).
11
m.e.r.-beoordelingsnotitie t.b.v. aanpassing LHB voor baanrotatie, Adecs. Het document is hier te vinden: Brief GS (bijlage) Rapportage Adecs AirInfra inzake mer besluit vliegveld Midden Zeeland voor activiteit baanrotatie 20013078 40/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Figuur 3.3 Geluidscontourvergelijking (Lden) van de huidig vergunde situatie en bijhorende baanrotatie (bron m.e.r beoordeling Baanrotatie, februari 2020)
3.7
Warmte- koudeopslag (WKO)
Driestar BV is voornemens een WKO, ook open bodemenergiesysteem (OBES) genoemd, te realiseren ten behoeve van het duurzaam verwarmen en koelen van recreatieve vakantiewoningen, vrijetijds- en beheervoorzieningen op het Waterpark. Om het OBES te realiseren moet een vergunning Waterwet aangevraagd worden (op grond van artikel 6.4, eerste lid, onder b van de Waterwet). Deze vergunning wordt in 2021 aangevraagd. Als onderdeel van de vergunningaanvraag is ook een vormvrije m.e.r beoordeling uitgevoerd 12. Op basis van deze beoordeling heeft de provincie Zeeland besloten dat het niet nodig is om een milieueffectrapport op te stellen. OBES is een bodemenergiesysteem dat gebruik maakt van de warmte of koude die van nature aanwezig is in de bodem en het grondwater. Bij deze bodemenergiesystemen worden onttrekkings- en infiltratiebronnen gemaakt. Het grondwater pompt men vervolgens eerst uit de bron of aquifer omhoog. Vervolgens wordt het grondwater na gebruik voor verwarming en of verkoeling weer terug de bodem in gebracht (geïnjecteerd/geretourneerd). Open systemen kunnen bestaan uit een monobron, een doublet of meervoudige doubletten. Een OBES kan op verschillende manieren worden aangelegd. Bij een doublet of meervoudige doubletten zijn de bronnen horizontaal uit elkaar gelegen. Voor dit laatste is gekozen in het Waterpark.
Het aantal doubletten zal sterk afhangen van de werkelijke opbrengst (prestatie) van de bronnen die reeds gerealiseerd zijn. In de vormvrije m.e.r. beoordeling is uitgegaan van een maximaal scenario van 18 doubletten.
12
Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling bodemenergiesystemen Waterpark Veerse Meer Arnemuiden, Brontechnologie B.V. 41/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Uit de beoordeling komen geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu naar voren. De directe effecten van OBES zijn de verandering van de stijghoogte en temperatuur in de omgeving. Afgeleide effecten zijn bijvoorbeeld zetting en verzilting. Door het onttrekken van grondwater kan zetting van de sedimenten optreden. Het plaatsen van bronfilters waar het grondwater onttrokken/ geïnfiltreerd wordt, in of nabij het zoet/ zoutvlak kan leiden tot een beïnvloeding van het grensvlak (verzilting). In de m.e.r beoordeling wordt aangegeven dat de diepte ligging van de grens tussen zoet- en zoutgrondwater op ca. 7,5 meter beneden maaiveld ligt. Het grondwater wordt onttrokken in het 2e watervoerende pakket en heeft daarmee geen invloed op de zoet/ zoutgrens. Zetting die kan optreden rond bronnen is verwaarloosbaar klein. Schade aan gebouwen e.d. wordt daarom niet verwacht. Het hydrologische- en thermische invloedsgebied rondom een bron is verder beperkt, respectievelijk 60 en 40 meter.
Figuur 3.4. Afbeelding open bodemsysteem (bron: www.infomil.nl)
3.8
Overige te nemen besluiten
De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor het op te stellen bestemmingsplan. Daarnaast zullen andere besluiten genomen worden voor de realisatie van het voornemen: • Horecavergunning • Ontgrondingsvergunning • •
Ontheffing Wet natuurbescherming Vergunning waterwet / watervergunning voor: aanleg kreken, dempen watergangen, brug, steigers en andere voorzieningen die met het grond en oppervlaktewater gerelateerd zijn
•
Omgevingsvergunning met daarin o.a. - Sloopvergunning - Milieuvergunning (bedrijfsvoering) -
Kapvergunning Gebruiksvergunning In / uitwegvergunning
-
reclamevergunning
42/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
4 Beleidskader en referentiesituaties In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidskaders, het plangebied, studiegebied en de referentiesituaties beschreven. De referentiesituaties vormen de basis waarop het plan Waterpark Veerse Meer getoetst zal worden.
4.1
Beleidskader
Op Europees-, rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau zijn er diverse (beleids)kaders die relevant zijn voor het gebied waarin de werkzaamheden plaats gaan vinden. In onderstaande tabel zijn (niet uitputtend) de belangrijkste randvoorwaarden uitgewerkt. In hoofdstuk 7, de effectbeoordeling, wordt aanvullend ingegaan op meer specifiek beleid per milieuthema. Tabel 4.1 Overzicht relevante beleidskaders Beleidsdocument
Relevantie (doorwerking plangebied)
Europees Kaderrichtlijn
In de Europese Kaderrichtlijn Water worden de grondbeginselen van Europese
Luchtkwaliteit
luchtkwaliteitsbeleid gegevens. De ontwikkeling van het recreatiepark, de omliggende natuur en infrastructuur, en de draaiing van de start-landingsbaan van het vliegveld moeten in overeenstemming met deze richtlijn uitgevoerd worden.
Kaderrichtlijn Water
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel het water in de EU te beschermen en te verbeteren en duurzaam gebruik van water te bevorderen. De beoogde verdere ontwikkeling van het aan het water gelegen recreatiepark moet in overeenstemming met deze richtlijn gebeuren.
Natura 2000 (Vogel- en
Het plangebied ligt in de omgeving van het Natura 2000 gebied Veerse Meer.
Habitatrichtlijn) Verdrag van Malta
Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt onder andere de bescherming van archeologisch erfgoed en de inpassing daarvan in de ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is mogelijk gezien interessant vanuit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt.
Nationaal Structuurvisie
Deze visie geeft ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in
Infrastructuur en Ruimte
2040. De visie benadrukt het verbeteren van de concurrentiekracht en bereikbaarheid,
(SVIR)
en de leefbare en veilige omgeving met unieke en cultuurhistorische waarden. Voor de herontwikkeling en uitbreiding van het Waterpark Veerse Meer zijn op basis van de SVIR geen specifieke kaders gesteld.
Nationale Omgevingsvisie
In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de NOVI.
(NOVI)
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Voor een aantal nationale landschappen, zoals het Groene Hart, de Wadden, het IJsselmeer en de Veluwe, zijn specifieke kernkwaliteiten benoemd. Het voorliggende plangebied valt niet onder deze landschappen. Voor het plangebied zelf zijn er dan ook geen nationale belangen die direct doorwerken in dit bestemmingsplan.
43/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Beleidsdocument
Relevantie (doorwerking plangebied)
Besluit algemene regels
Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid
ruimtelijke ordening
waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Het Barro bevat regels over projecten
(Barro)
met landelijke impact. Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan en bevat geen specifieke regels voor het plangebied.
Ladder voor duurzame
De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in het Besluit ruimtelijke
verstedelijking
ordening (Bro). In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet beschreven worden dat de ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Gezien de benodigde aanpassing van het bestemmingsplan voor de herontwikkeling van het recreatiepark is deze ladder van belang. In de toelichting bij het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer (hoofdstuk 4) is een toetsing aan de ladder opgenomen op basis hiervan wordt geconcludeerd: De ontwikkeling van voorliggend plan voor Waterpark Veerse Meer voorziet kwantitatief en kwalitatief in een regionale vraag naar verblijfsrecreatieve onderkomens in het luxere segment, gericht op families. De reeds aanwezige recreatiebestemming, de aanwezige ruimte, ligging aan het Veerse Meer, de nabijheid van andere recreatievoorzieningen en de unieke landschappelijke kwaliteiten van het gebied zijn essentieel voor de ontwikkeling van het park. Er zijn in de omgeving geen alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied die de ontwikkeling haalbaar kunnen faciliteren. Tot slot heeft het plangebied goede ontsluitingsmogelijkheden via de weg, het water en voor langzaam verkeer. Concluderend kan worden gesteld dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Klimaatakkoord
Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en is zij begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Voor het Waterpark Veerse Meer betekent dit dat gestreefd moet worden naar een zo beperkt mogelijke CO2 uitstoot. En zo nodig betekent dit het leveren van een bijdrage aan het vastleggen van CO2 (door natuurontwikkeling).
Transitieagenda circulaire
De Rijksoverheid heeft 5 transitieagenda’s opgesteld voor sectoren en ketens die
economie 2030
belangrijk zijn voor onze economie maar ook het milieu belasten. Een transitieagenda beschrijft hoe de betreffende sector circulair kan worden in 2050 en welke acties daarvoor nodig zijn. Er is een transitieagenda opgesteld voor de sectoren en ketens: biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Voor het plan Waterpark Veerse Meer is voornamelijk de transitieagenda voor de bouwsector van belang. Hierin staat beschreven dat een duurzame inrichting van de leefomgeving essentieel is om het grondstoffenverbruik in Nederland te verminderen. Een versnelling van innovaties (circulair en modulair bouwen) binnen de bouwsector is hiervoor essentieel.
Provinciaal Omgevingsplan Zeeland
Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte
2018
van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voortzetting van het voorgaande beleid was het uitgangspunt. Nieuw beleid is er onder meer voor de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaat-adaptatie. Het beleid is meer op hoofdlijnen beschreven en bouwt voort op de visie Zeeland 2040. Wat betreft recreatie maakt de provincie 44/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Beleidsdocument
Relevantie (doorwerking plangebied) toekomstgerichte verblijfsrecreatieve ontwikkelingen mogelijk op locaties die economisch en landschappelijk wenselijk en goed bereikbaar zijn. Daarbij wordt ingezet op kwaliteitsverbetering, innovatie en de koppeling met de toekomstige vraag vanuit de markt. Zie ook paragraaf 2.2. van dit MER.
Omgevingsverordening
Het omgevingsplan bindt juridisch gezien alleen de provincie Zeeland. Aan de hand
Zeeland 2018
van de omgevingsverordening werkt het beleid ook door op burgers, bedrijven, gemeenten en het waterschap in Zeeland. Op basis van de analyse zoals beschreven in paragraaf 2.2. van dit MER en het ontwerp bestemmingsplan Veerse Meer kan worden gesteld dat, ook op basis van de ruimte die de Omgevingsverordening biedt voor de nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven, het plan past binnen de ge stelde kaders.
Milieuprogramma
Het Milieuprogramma is uitvoeringsbeleid van de Provincie Zeeland en heeft als doel
Provincie Zeeland 2018-
het beschermen en het versterken van de milieukwaliteit van de fysieke leefomgeving.
2022
Met het opstellen van deze MER worden de verschillende effecten op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Op deze wijze kan transparant worden afgewogen of sprake is van een acceptabel hinderniveau als gevolg van het plan.
Natuurvisie Zeeland 2017-
De Zeeuwse natuur en het Zeeuwse landschap hebben een plaats in de natuurvisie.
2022
De visie bepaalt op hoofdlijnen hoe de provincie invulling geeft aan behoud van biodiversiteit en natuurbelangen. Met de ontwikkeling van circa 14 hectare natuurgebied draagt het plan bij aan de provinciale doelen om bestaande natuur in Zeeland uit te breiden en versterken. Er wordt aangesloten op het naastgelegen natuurgebied De Piet, wat de biodiversiteit en ecologie ten goede komt.
Gemeentelijk Kwaliteitsatlas Middelburg
De kwaliteitsatlas schets een integraal toekomstbeeld van Middelburg tot 2030. Hierbij bekijkt het ontwikkelingen van de volgende sectoren: demografie, wonen, werken, verkeer en vervoer, voorzieningen, toerisme, natuur en landschap, financiën. Op de kaart van de kwaliteitsatlas 2010 staan drie gebieden aangegeven voor recreatieontwikkeling: de Veerse Wende, het waterpark en een uitbreiding gelegen tussen de jachthaven en het spoor. Het plan past binnen de kaders van de Kwaliteitsatlas.
Middelburgse Visie Milieu
De Middelburgse Visie Milieu 2019-2025 is de vierde milieuvisie. Per thema wordt
2019-2025
aangegeven welke visie de gemeente heeft op dit onderdeel. Deze visie is een soort parapluvisie. In de visie wordt een samenvatting gegeven van de duurzame milieudoelen. Dit zijn lange termijn doelen (als basis voor de nadere uitwerkingen). In dit MER wordt in hoofdstuk 7 nader ingegaan op de visie.
Toekomstschets
De recreatiezone Wolphaartsdijk in de gemeente Goes (aan de oostzijde van het
Recreatiezone
plangebied) is grofweg het gebied dat vanaf camping de Heerlijkheid van
Wolphaartsdijk (januari
Wolphaartsdijk aan de Muidenweg langs het Veerse Meer tot de Zuidvlietpolder loopt,
2019)
aangevuld met de bedrijven en bebouwing aan de Aardebolleweg. De visie beoogt in de recreatiezone Wolphaartsdijk meer samenhang te creëren en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te vergroten.
Bestemmingsplannen
Kaderstellend vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het ruimtebeslag.
45/256
Kenmerk
4.2
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Plan- en studiegebied
Plangebied (en directe omgeving) Het plangebied ligt in het noordoostelijke deel van de gemeente Middelburg, op circa 4,5 kilometer van het dorpscentrum van Arnemuiden. Het centrum van Middelburg ligt op circa 7 kilometer. Het gebied wordt aan de zuid- en oostzijde omgeven door overwegend agrarisch gebied. Ten noorden van het plangebied ligt het Veerse Meer (Natura 2000 gebied) en de natuurgebieden rondom de kreek ‘De Piet’. De westgrens van het plangebied wordt bepaald door het aangrenzende recreatiegebied Oranjeplaat, bestaande uit een jachthaven met daarbij behorende bedrijvigheid en een aantal recreatiewoningen rondom de haven. Een deel van deze recreatiewoningen is bestemd ten behoeve van wonen 13. De zuid- en oostgrens van het plangebied wordt bepaald door de Muidenweg. Het plangebied bestaat grofweg uit een deel dat is ingericht ten behoeve van het recreatiepark en een deel dat is ingericht ten behoeve van het agrarisch gebruik. De Oranjeplaatweg vormt de grens tussen beide delen. De totale omvang van het plangebied bedraagt circa 103 hectare. Het bestaande Waterpark Veerse Meer Het gedeelte ten zuiden van de kreek vormt het huidige Waterpark Veerse Meer. Het park heeft een oppervlakte van circa 57 hectare. De westelijke helft van het gebied is bebouwd met recreatiewoningen, chalets en een gedateerd voorzieningengebouw.
Dit deel van het terrein wordt ontsloten in de meest zuidwestelijke hoek van het plangebied, vanaf de Muidenweg. De oostelijke helft van dit terrein is onbebouwd en heeft een landschappelijke inrichting. Tussen de kreek en de Oranjeplaatweg ligt een camping voor toeristisch kamperen. In 2015 is Waterpark Veerse Meer failliet gegaan. De centrumvoorzieningen zijn daarom niet afgebouwd. 65 bestaande recreatiewoningen en circa 185 chalets/stacaravans zijn in gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie. Het bestaande recreatieterrein is goed ontsloten voor wegverkeer. Recreatiegebied Oranjeplaat en recreatiepark Veerse Meer worden aan de zuidzijde ontsloten via de Muidenweg, ter hoogte van huisnummer 10. Tot slot vormt de Oranjeplaatweg een belangrijke as in het gebied. Deze weg doorsnijdt het voorliggende plangebied en ontsluit onder meer het verkeer van en naar het Fletcher Hotel-Restaurant, gelegen aan de kustlijn van het Veerse Meer. De gronden waar het Waterpark wordt uitgebreid In de bestaande situatie hebben de gronden aan de overzijde van de Oranjeplaatweg, waar het Waterpark wordt uitgebreid, nog een agrarische functie. De gronden bestaan grotendeels uit graslanden. Het gebied behoort nu nog tot het buitengebied maar wordt straks voor een deel (32 ha) bij het bebouwde recreatiegebied betrokken. De gronden aan de noordzijde worden ingericht voor natuur.
In het noordelijk deel is één bedrijfsperceel aanwezig, aan de Muiderweg 11. Het betreft een bedrijfswoning en diverse opstallen.
13
In bijlage 4 van dit MER is een tabel opgenomen met permanent (legaal) bewoonde woningen. 46/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Figuur 4.1 Ligging van het bestaande recreatiepark (in deelgebied 1) en het uitbreidingsgebied (deelgebied 2) Waterpark Veerse Meer te Arnemuiden (bron: Buro Stedenbouw, 2020).
47/256
Kenmerk
R004-1269443EMG-V03-sal-NL
Studiegebied (omgeving plangebied) Het studiegebied is het gebied waar effecten van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen optreden. Dit betreft dus het plangebied en de omgeving daarvan. Afhankelijk van het milieueffect dat optreedt is het studiegebied begrensd. De milieueffecten volgen uit de verschillende MER onderzoeken.
4.3
Referentiesituatie(s)
In een MER worden de effecten van de alternatieven altijd vergeleken met de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het project niet wordt gerealiseerd. Een MER is altijd toekomstgericht. De toestand van het milieu in de referentiesituatie wordt altijd gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu, samen met de gevolgen van de zogenaamde autonome ontwikkeling. Concreet houdt dit in dat de referentiesituatie ervan uitgaat dat vastgesteld overheidsbeleid (en de gevolgen daarvan) zal worden gerealiseerd. De beschrijving van de referentiesituatie moet inzichtelijk maken hoe de milieusituatie in het studiegebied zich zal ontwikkelen indien het project geen doorgang zou vinden (maar andere ontwikkelingen wél). Naar welk jaar in een MER wordt vooruitgekeken (ook wel aangeduid als 'zichtjaar') hangt vooral af van het besluit waarvoor het MER wordt gemaakt. In dit geval kan worden gekozen voor een periode van ongeveer 10 jaar. Autonome situatie 2030 (huidige invulling plangebied) Dit is de feitelijke planologische situatie met het huidige gebruik aangevuld met alleen de autonome ontwikkelingen buiten het park (dus zonder dat hierin de bestaande planologische mogelijkheden binnen het plangebied zijn meegenomen).
Dat betekent dat het huidige park in 2030 nog steeds zou bestaan uit 185 jaarplaatsen, 30 huurcaravans, 241 toeristisch staplaatsen camping, 65 recreatiebungalows, 2 bedrijfswoningen, 82 ligplaatsen, 63 ligplaatsen bij woningen en reeds aanwezige voorzieningen op het park. Daarnaast zijn in 2019 en 2020 de centrumvoorzieningen (zoals het restaurant, de receptie, de supermarkt, de wasserij en de logistieke en schoonmaak loods) nog in gebruik geweest. Ook is de botenhelling, waar gasten en bezoekers hun boten die op trailers aankwamen om op het Veerse Meer te gaan varen nog dagelijks in gebruik geweest, welke voor extra vaarbewegingen zorgden. Hoewel de verwachting is dat de naast het plangebied gelegen start en landingsbaan zal draaien is dit, zoals in paragraaf 3.6, echter nog geen vastgesteld plan. Het luchthavenbesluit om de draaiing mogelijk te maken moet nog genomen worden. Tot die tijd is de situatie waarin de baan niet is gedraaid de formele autonome situatie. In lijn met het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. wordt daarom deze situatie aan het MER toegevoegd. De situatie waarin de baan wel draait, blijft echter ook onderdeel van het MER. Zoals hiervoor beschreven is het namelijk de verwachting dat het besluit tot baandraaiing op korte termijn genomen zal worden. Samengevat zijn er dus twee autonome situaties: 1.