Bijlage 3. Uitvoeringsagenda Generiek interbestuurlijk toezicht 2025
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda Generiek interbestuurlijk toezicht 2025
Inhoudsopgave 1. Introductie ......................................................................................................... 3 1.1 Inleiding ..................................................................................................................................3 1.2 De maatschappelijke relevantie van het Interbestuurlijk Toezicht ............................................ 3 1.2 Doelstelling .............................................................................................................................4
2. Beoordelingskader Generiek interbestuurlijk toezicht provincie Zeeland ........ 4 2.1 Inleiding ..................................................................................................................................4 2.2 Omgevingsrecht ......................................................................................................................5 2.3 Erfgoed & Monumenten .......................................................................................................... 9 2.4 Huisvesting statushouders .................................................................................................... 12 2.5 Archief en Informatie .............................................................................................................15 2.6 Samenvattend totaaloverzicht informatiearrangement........................................................... 17
Colofon ...............................................................................................................24
Uitvoeringsagenda IBT 2025
2
2
1. Introductie 1.1 Inleiding Op 14 februari 2023 hebben de Gedeputeerde Staten het beleidskader Generiek interbestuurlijk toezicht 2023-2027 vastgesteld. Dit beleidskader beschrijft de focus en doelstellingen van het toezicht, terwijl de uitvoeringsagenda IBT praktische invulling biedt. Jaarlijks stelt GS de uitvoeringsagenda IBT bij om in te spelen op relevante ontwikkelingen. Deze huidige uitvoeringsagenda geldt voor het toezichtjaar 2025. De provincie fungeert als toezichthouder voor diverse wetten, waarbij actief toezicht plaatsvindt op domeinen; archief- en informatiebeheer, gebouwd erfgoed en archeologie, omgevingsrecht, en huisvesting voor vergunninghouders. Voor andere domeinen wordt toezicht gebaseerd op signalen van medeoverheden, burgers en media. De provincie Zeeland voert het IBT uit vanuit de gedachte om in gezamenlijkheid met gemeenten een bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de taakuitvoering door de lokale overheden in Zeeland. Ingrijpen gebeurt alleen wanneer wettelijke medebewindstaken niet correct worden uitgevoerd of besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of recht. De verantwoordelijke portefeuillehouder initieert interventies volgens de interventieladder zoals vastgelegd in de Wet Revitalisering Generiek Toezicht.
Het toezicht dat plaatsvindt tussen verschillende bestuurslagen wordt aangeduid als Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Dit betreft de uitvoering van wettelijke medebewindstaken, zoals vastgelegd in de weten regelgeving van de Rijksoverheid. Medebewindstaken zijn taken waarbij lokale overheden de uitvoering opgedragen hebben gekregen door de Rijksoverheid. Conform de Provinciewet en de Gemeentewet houdt het Rijk toezicht op provincies, terwijl provincies op hun beurt toezicht houden op gemeenten, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen. Hierdoor dragen Gedeputeerde Staten (GS) de algemene verantwoordelijkheid voor het bewaken van de Kwaliteit van het lokaal Openbaar Bestuur (KOB).
1.2 De maatschappelijke relevantie van het Interbestuurlijk Toezicht Het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) speelt een rol in het waarborgen van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de uitvoering van wettelijke medebewindstaken door gemeenten. Door actief toezicht te houden op domeinen zoals archief- en informatiebeheer, gebouwd erfgoed en archeologie, omgevingsrecht en de huisvesting van vergunninghouders, draagt IBT bij aan een leefbare en duurzame samenleving. Dit toezicht biedt niet alleen een waarborg voor een correcte uitvoering van wettelijke verplichtingen, maar versterkt ook het vertrouwen van inwoners in lokale overheden. Door signalen van medeoverheden, burgers en media op te pakken, zorgt de provincie dat ingrijpen proportioneel en gericht blijft, met het oog op het algemeen belang en het recht.
3
1.2 Doelstelling Voor de invulling van het beleidskader IBT 2023-2027 is input verzameld uit een ambtelijke enquête onder gemeenten in Zeeland. Landelijke ontwikkelingen, zoals vermeld in de 'Agenda Toekomst van het Toezicht', zijn ook meegenomen. Met deze input hebben we voor de komende vier jaar als provinciaal toezichthouder een aantal doelstellingen gesteld: - Het tijdig beoordelen van toezichtinformatie - Het opzetten van een toezichtscyclus voor alle domeinen. - Het opzetten van risicogericht werken. - Het opzetten van integraal toezicht. - Het transparant en openbaar maken van de toezichtgegevens. Vanuit het toezicht gaan we op zoek naar het verhaal achter de cijfers, om daar het gesprek over aan te gaan. Het IBT wordt uitgevoerd vanuit het streven naar een evenwichtige balans tussentoezicht houden en adviseren en tussen leren en corrigeren.
2. Beoordelingskader Generiek interbestuurlijk toezicht provincie Zeeland 2.1 Inleiding Een van de speerpunten waar de Provincie Zeeland zicht vanuit het IBT op gaat richten is transparantie over het toezicht. Bij transparantie hoort niet alleen dat de informatie beschikbaar is maar ook dat er vooraf duidelijkheid is over de verwachtingen en de uiteindelijke weging. Vragen zoals wat de toezichtontvangers kunnen verwachten, welke documenten er moeten worden aangeleverd en hoe worden deze beoordeeld, maken deel uit van het speerpunt transparantie. Per toezichtdomein wordt door de Provincie Zeeland beschreven worden welke informatie aangeleverd dient te worden, wat de relevante wet- en regelgeving is, wat de speciale aandachtspunten zijn voor het IBT over 2025 en welke beoordelingen (aan de hand van criteria) leiden tot een toezicht met lage, gemiddelde of hoge toezichtintensiteit. Afsluitend wordt er een samenvattend totaaloverzicht voor het informatiearrangement gegeven. De gegevens die jaarlijks aangeleverd moeten worden zijn ook neergelegd in de Verordening systematische toezichtinformatie Provincie Zeeland 2024. Stukken die aanvullend op deze systematische toezichtinformatie worden opgevraagd worden weergegeven in de Uitvoeringsagenda IBT 2025. Gezamenlijk is dit het informatiearrangement wat bij de gemeenten wordt opgevraagd.
4
Horizontale toezichtverantwoording en het hulpmiddel ‘’Totaalbeeld IBT’’ In het afgelopen jaar heeft de provincie met de Zeeuwse gemeenten gesprekken gevoerd over de implementatie van het hulpmiddel "Integraal Overzicht IBT", dat is ontworpen om de horizontale toezichtverantwoording te versterken. Dit hulpmiddel ondersteunt gemeentelijke raden bij hun rol in het controleren en beoordelen van beleid en besluiten van het gemeentebestuur, met als doel beter in te spelen op de belangen van inwoners. Het kan worden geïntegreerd in de gemeentelijke planning- en controlcyclus, met name in de jaarrekening, en biedt ondersteuning bij het inzichtelijk maken van prestaties en resultaten. Drie gemeenten hebben aangegeven dat zij bereid zijn om mee te denken over een eventuele borging van het IBT in de P&C-cyclus. De provincie zal met deze gemeenten hierover in 2025 in gesprek gaan om de mogelijkheden en verwachtingen verder te verkennen en om te evalueren of het instrument in de praktijk bijdraagt aan de gewenste versterking van horizontale verantwoording. Belangrijk om te benadrukken is dat het gebruik van het "Integraal Overzicht IBT" in de jaarrekening de gemeenten niet ontslaat van hun verplichtingen volgens het informatiearrangement in het beoordelingskader. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie zoals in deze uitvoeringsagenda uiteengezet.
Het hulpmiddel is primair bedoeld als intern ondersteuningsmiddel voor de gemeenten zelf. Wat betreft het toezichtdomein Financiën geldt, gezien het specifiek toezicht, een eigenstandig toezichttraject en is dit toezichtdomein niet opgenomen in dit hulpmiddel het toezichtkader kunt u hier terugvinden https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR623323/1
2.2 Omgevingsrecht Relevante wet- en regelgeving Op grond van de volgende wetten houdt de provincie toezicht op de uitvoering van wettelijke taken voor gemeenten op het gebied van omgevingsrecht: Met ingang van 1 januari 2024 zijn de wettelijke taken voor gemeenten neergelegd in de -
Omgevingswet (Ow)
-
Omgevingsbesluit (Ob)
-
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
-
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
-
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
5
Per deze datum ziet het IBT voor het toezichtgebied omgevingsrecht toe op de medebewindstaken en naleving van wet- en regelgeving, gebaseerd op de Omgevingswet. Het doel van IBT Omgevingsrecht is om de beleidscyclus voor Uitvoering en handhaving (voorheen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)) van gemeenten aan wettelijke vereisten te laten voldoen. De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving en kunnen worden gevonden in de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit.. De volgende procescriteria worden onderscheiden: -
de uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6)
-
de handhavingsstrategie (artikel 13.5, 13.6 en 13.7)
-
het uitvoeringsprogramma VTH (artikel 13.8)
-
de uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9)
-
de borging van middelen (artikel 13.10)
-
de evaluatierapportage (artikel 13.11)
Belang van het toezicht Het Interbestuurlijk Toezicht op het domein omgeving waarborgt een veilige, duurzame en leefbare leefomgeving door toezicht te houden op gemeentelijke taken zoals, omgevingsrecht en milieubeheer. Door risicogestuurd toezicht en samenwerking met gemeenten draagt de provincie bij aan het naleven van wet- en regelgeving, het versterken van ruimtelijke kwaliteit en het realiseren van een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Informatiearrangement •
Uit bovenstaande procescriteria zijn een viertal documenten van de beleidscyclus geselecteerd waarover een gemeente in ieder geval moet beschikken: 1. Probleem- en risicoanalyse (meerjarig) 2. Uitvoerings- en handhavingsstrategie (meerjarig) 3. Uitvoeringsprogramma VTH (jaarlijks) Vastgesteld door het college van B&W voor 15 juli en aangeboden aan de Raad alsmede GS. 4. Jaarverslag VTH (jaarlijks) Vastgesteld door het college van B&W voor 15 juli en aangeboden aan de Raad alsmede GS.
•
Gegevens van de werkzaamheden die de RUD Zeeland uitvoert inzake de milieutaken en het toezicht op de energiebesparingsplicht:
•
Door de Raad vastgestelde regels rondom kwaliteitsborging (artikel 18.23 lid 1 a Ow).
6
Weging en beoordeling -
Beoordeling van de werking van de beleids- en uitvoeringscyclus (BIG-8) en de aanwezigheid van bovengenoemde beleidsdocumenten.
-
Beoordeling van de uitwerking van de beleids- en uitvoeringscyclus naar eventuele in dit uitvoeringsagenda benoemde risicothema’s
Speciale aandachtspunten IBT 2025 -
Een jaarlijks uitvoeringsprogramma VTH en jaarverslag VTH is benodigd. In 2024 zijn er formats gecreëerd voor het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag VTH als afgeleide van het Zeeuwse VTH-beleid. Deze kunnen de gemeenten gebruiken. Het werken met deze formats betreft een nieuwe systematiek voor de gemeenten, waarin ook de APV-taken worden meegenomen. Vanuit het IBT is er geen verplichting om de formats te gebruiken. Als de toezichtontvangers maar invulling geven aan het informatiearrangement. De onderwerpen waar dit jaar specifieke aandacht voor wordt gevraagd komen overeen met de onderwerpen die volgen uit de risico- analyse voor het U&H- beleid (voorheen VTH- beleid)
-
Daarnaast is er met de komst van de Omgevingswet specifieke aandacht voor de overdracht van de basistaken naar de Omgevingsdienst alsmede de regels rondom kwaliteitsborging (Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht).
Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Beoordeling
Criteria:
Intensiteit toezicht
Goed
- De beleidsdocumenten zoals beschreven onder ‘infor-
Laag
matiearrangement’ voldoen aan wet- en regelgeving en zijn actueel en tijdig vastgesteld; - De prioriteiten Bouwen, Milieu, Water en Groen zijn in het uitvoeringsprogramma VTH uitgewerkt in voldoende operationele doelen. - Het jaarverslag VTH geeft conclusies over de bijdrage aan deze doelen, de beheersing van risico’s en of het uitvoeringsprogramma VTH of het VTH beleid aangepast dient te worden. - De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is vastgesteld
7
Redelijk
- Indien één of meerdere van de beleidsdocumenten zoals
Gemiddeld
beschreven onder ‘informatiearrangement’ ontbreekt, of niet tijdig vastgesteld. De gemeente in kwestie wordt verzocht om ontbrekende stukken, binnen een overeen te komen periode, alsnog aan te leveren. Als niet voldaan is aan deze termijn wordt nagevraagd waarom de stukken niet (tijdig) zijn vastgesteld en/of waarom de raad niet (tijdig) is geïnformeerd. Een inhoudelijke weging kan vervolgens leiden tot het oordeel ‘redelijk’ of onvoldoende. - Uitvoeringsprogramma VTH is onduidelijk. Er is geen of een onduidelijke relatie met de prioriteiten. De evaluatie van het vorige uitvoeringsprogramma VTH is niet goed betrokken in het uitvoeringsprogramma VTH. - De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is vastgesteld.
Onvoldoende
- De gemeente heeft meerdere of geen van de vereiste
Hoog
beleidsdocumenten, zoals beschreven onder ‘informatiearrangement’ en/ of heeft deze stukken niet tijdig vastgesteld. De gemeente heeft niet kunnen voldoen aan de uitvraag van de provincie om de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. Een inhoudelijke weging kan leiden tot het oordeel ‘onvoldoende’. - Uitvoeringsprogramma VTH is onduidelijk. Er is geen relatie met de prioriteiten. De evaluatie van het vorige uitvoeringsprogramma VTH is niet betrokken in het uitvoeringsprogramma VTH. - De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is niet vastgesteld. - De gemeente moet bij het oordeel ‘onvoldoende’ een verbeterplan aanleveren. Aan de hand hiervan worden individuele afspraken gemaakt.
8
2.3 Erfgoed & Monumenten Relevante wet- en regelgeving Omgevingswet Omgevingswet neemt de plaats in van onderdelen uit de Erfgoedwet, onderdelen uit de vervallen Monumentenwet (MW) die de fysieke leefomgeving betreffen, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en paragraaf 5.2 van de Wabo, beter bekend als Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (Wet VTH). Zie ook onder 1.1. Ruimtelijke Ordening over de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt de volgende eisen aan gemeenten t.a.v. erfgoed en archeologie: -
De gemeenten dienen bij het vaststellen van de omgevingsvisie de kwaliteiten van het grondgebied en de opgaven, ontwikkelingen, ambities en strategie voor de langere termijn voor cultureel erfgoed aan te geven.
-
In het omgevingsplan moeten het cultureel erfgoed, c.q. de cultuurhistorische waarden, de archeologische waarden en de archeologische verwachtingen worden meegewogen.
-
Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt in het omgevingsplan.
-
Het toetsingskader voor een sloopvergunning binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht moet in het omgevingsplan worden opgenomen.
-
De eigenaar van een (gebouwd en archeologisch) rijksmonument heeft een instandhoudingsplicht. Hij of zij moet ervoor zorgdragen dat het monument zodanig wordt onderhouden dat het behoud ervan gewaarborgd is. De gemeente is in deze toezichthouder.
-
Alle gemeenten met rijksmonumenten dienen een adviescommissie in te stellen die minimaal over aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de rijksmonumenten adviseert. De commissie dient deskundig en onafhankelijk te adviseren.
-
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten, in het geval er sprake is van een meervoudige aanvraag (dus als er van de gemeente ook nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn voor samenhangende activiteiten). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft daarover wel een bindend advies.
-
In het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang kunnen niet alleen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maar ook de gemeenten bodemverstorende werkzaamheden stilleggen.
-
Werelderfgoed is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet expliciet wettelijk verankerd.
Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid. De regels gaan onder
9
andere in op welke regels verplicht in het omgevingsplan en de omgevingsverordening moeten worden opgenomen zie (hoofdstuk 2), het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO, hoofdstuk 14) en het overgangsrecht (hoofdstuk 15) Inhoud Omgevingsbesluit | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl). Erfgoedwet De Erfgoedwet is op 1 juli 2016 in werking getreden en wordt grotendeels door de omgevingswet vervangen. De Erfgoedwet geeft aan hoe het Nederlands erfgoed behouden en beheerd moet worden. De Erfgoedwet bundelt meerdere wetten en regelingen, waaronder de vervallen Monumentenwet (MW). De volgende zaken uit de erfgoedwet worden in de Omgevingswet ondergebracht: -
Vergunning (archeologische) rijksmonumenten.
-
(Aanwijzen) stads- en dorpsgezichten.
-
Aanstellen van een gemeentelijke adviescommissie (onder de Erfgoedwet de monumentencommissie).
-
Rekening houden met cultureel erfgoed (cultuurhistorie, archeologische waarden en verwachtingen) bij een omgevingsplan.
-
Verbinden van voorschriften archeologisch onderzoek aan omgevingsvergunning.
-
Aanwijzen van provinciale en gemeentelijke monumenten.
Belang van het toezicht Het toezicht dient om (planologische) bescherming te borgen voor cultuurhistorische en archeologische waarden en verwachtingen via de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een buitenplanse omgevingsactiviteit. Het borgt ook de deskundige advisering in het kader van vergunningverlening, omdat ondeskundige omgang met erfgoed onherroepelijke gevolgen heeft. De provincie kan in haar uitvoeringsagenda jaarlijks bepaalde risico’s op het gebied van erfgoed en archeologie selecteren waar het systematisch toezicht op wordt toegespitst. Indien signalen of activiteiten zich voordoen kunnen er onderwerpen worden toegevoegd of aangepast. Informatiearrangement Voor een beoordeling van de manier waarop de gemeente haar rol vervult op het gebied van erfgoed en archeologie worden verschillende aspecten uitgevraagd in het informatiearrangement. Dit zal worden uitgevraagd middels de tabellen die zijn opgenomen onder 2.7. Hierin worden de volgende onderdelen door de provincie uitgevraagd:
Aanwezigheid en actualiteit van archeologische en cultuurhistorische waarden- en verwachtingenkaart;
Aanwezigheid en actualiteit van archeologisch en cultuurhistorisch beleid;
Aanwezigheid van een nieuwe gemeentelijke adviescommissie conform de Omgevingswet;
Het aantal adviezen van de gemeentelijke adviescommissie dat jaarlijks wordt afgegeven, hoe
10
vaak hiervan wordt afgeweken en de motivering daarvan;
Het aantal malen dat jaarlijks archeologievoorwaarden aan een omgevingsvergunning worden verbonden, hoe vaak hiervoor deskundig advies wordt ingewonnen, hoe vaak hiervan wordt afgeweken en de motivatie daarvan;
Vindt er adequaat toezicht en handhaving plaats; en is dit geborgd in documenten (sluitende beleidscyclus);
Aantal fte beschikbaar voor archeologie en cultuurhistorie op zowel beleid als toezicht en handhaving.
Aanwezigheid van en meldingen uit een ‘piepsysteem'; het gaat hier om klachten en meldingen, veelal van burgers/instellingen, en zaken die op andere wijze worden gesignaleerd, zoals via media of deskundigen.
Weging en beoordeling -
Beoordeling van de werking van de beleids- en uitvoeringscyclus en de aanwezigheid van bovengenoemde beleidsdocumenten.
-
Beoordeling van de uitwerking van de beleids- en uitvoeringscyclus naar eventuele in de uitvoeringsagenda benoemde risicothema’s
-
Beoordeling van de toerusting van de gemeente als bevoegd gezag voor het toezicht, handhaving en verlenen van omgevingsvergunningen voor monumentenactiviteiten en activiteiten met betrekking tot archeologische monumenten en voor activiteiten in beschermde stads- en dorpsgezichten.
Speciale aandachtspunten IBT over 2025 -
Invoering van de Omgevingswet vraagt aandacht, inclusief het overgangsrecht.
Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Beoordeling
Criteria:
Intensiteit toezicht
Goed
Wat ruimtelijk erfgoed betreft voldaan aan eisen Om-
Laag
gevingswet, voldaan aan eisen met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving zoals gesteld in de Omgevingswet - Omgevingsplan volgens Omgevingswet. - Gemeentelijke adviescommissie en archeologisch deskundigen adequaat om advies gevraagd.
11
Redelijk
Wat ruimtelijk erfgoed betreft nog niet of onvoldoende
Gemiddeld
voldaan aan eisen Omgevingswet, maar daar wordt wel aan gewerkt - Omgevingsplan nog niet voldoende ‘Omgevingswetproof’ aangaande erfgoed als geheel of op onderdelen (bijvoorbeeld alleen cultuurhistorie). - Gemeentelijk erfgoedbeleid nog in ontwikkeling. - Gemeentelijke adviescommissie en archeologisch deskundigen onvoldoende adequaat om advies gevraagd. - Cultuurhistorische waarden (monumentale en/of archeologische waarden) gaan soms (ongezien) verloren. Onvoldoende
Wat ruimtelijk erfgoed betreft niet voldaan aan eisen
Hoog
Omgevingswet - Omgevingsplan voldoet niet aan de Omgevingswet, ondanks inzet overleg en ruimtelijk planinstrumentarium door provincie. - Gemeentelijke adviescommissie en/of archeologisch deskundigen zijn niet om adviezen gevraagd. - Afwijking adviezen zonder motivatie. - Cultuurhistorische waarden (monumentale en/of archeologische waarden) gaan (ongezien) verloren
2.4 Huisvesting statushouders Relevante wet- en regelgeving - Huisvestingswet Elk halfjaar bepaalt het Ministerie van Asiel en Migratie (A&M), op basis van de Huisvestingswet, voor iedere gemeente in Nederland hoeveel asielzoekers, die een verblijfsvergunning hebben gekregen (de zogenoemde statushouders), dienen te worden gehuisvest in het komende halfjaar. Naast het Ministerie van A&M is het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een belangrijke actor hierin. Het COA zoekt en maakt een match tussen statushouder en gemeente. De Provincie controleert ieder halfjaar of de Zeeuwse gemeenten de taaktelling hebben behaald. Als er aanleiding toe is, spreekt de Provincie de gemeenten aan op het (deels) niet behalen van de taakstelling en zo nodig ook op de termijn van het huisvesten van aangemelde statushouders. Hiermee wordt voorkomen dat statushouders te lang in een AZC moeten wachten op huisvesting, met een
12
hoge bezetting van de AZC’s als gevolg. Daarnaast bevordert snelle huisvesting de integratie in de samenleving van de statushouder. Bij de beoordeling of een gemeente voldoende statushouders heeft gehuisvest, is van belang dat een gemeente voldoende statushouders aan zich gekoppeld heeft gekregen om aan de taakstelling te kúnnen voldoen. Wanneer een gemeente de taakstelling niet volledig heeft kunnen uitvoeren als gevolg van te weinig ‘koppelingen’, dan stijgt deze gemeente niet op de interventieladder van het interbestuurlijk toezicht. -
Toekomstige wetgeving
Het huidige kabinet heeft op 25 oktober 2024 een pakket aan maatregelen gepresenteerd om het asielstelsel ingrijpend te hervormen en de instroom van asielzoekers te beperken. Onderdeel van dit pakket is de maatregel dat de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders wordt geschrapt. Voor het schrappen van de taakstelling is een wetswijziging nodig. Tot het moment dat de Huisvestingswet hierop is aangepast, blijft het huidige stelsel van kracht en blijft de Provincie Zeeland volgens deze wet- en regelgeving het interbestuurlijk toezicht op de huisvesting van statushouders uitvoeren.
Belang van het toezicht Tijdige huisvesting van het aantal statushouders overeenkomstig de halfjaarlijkse taakstelling Van het Rijk, zodat statushouders tijdig kunnen integreren en participeren in de samenleving en doorstroming in de AZC’s plaatsvindt. Informatiearrangement - Maandelijkse realisatiecijfers van het Rijk via het COA. - Het taakstellingvolgsysteem (TVS) van het COA geeft dagelijks realisatiecijfers per gemeente. - Voortgang van de huisvesting statushouders wordt per kwartaal besproken in de ambtelijke werkgroep asielketen. - Elk halfjaar (ambtelijk) overleg provinciebreed met gemeenten, COA en provincie. Weging en beoordeling Objectief: - Aan de hand van de maandelijkse realisatiecijfers van het COA. Peildata voor het bepalen van Het oordeel over een halfjaarlijkse taakstellingsperiode zijn 1 juli en 1 januari. - Realisatiecijfers van het COA op de peildata worden gecheckt bij de betreffende gemeenten.
13
NB: - Wanneer de gemeentelijke cijfers afwijken van de realisatiecijfers van het COA, gelden de onderbouwde cijfers van de gemeente. - Voor het vormen van een oordeel over het behaalde resultaat van de betreffende gemeente wordt eerst gekeken naar de realisatie van de geldende taakstelling waarna de eventuele achterstand wordt betrokken bij het vormen van een eindoordeel. - Fase 1 (signaleren) en fase 2 (informatie opvragen) van de interventieladder worden continu uitgevoerd. - Als het Rijk de lopende taakstelling tussentijds verhoogt, geldt de lopende taakstelling (Exclusief verhoging) voor de beoordeling. De verhoging dient de volgende Taakstellingsperiode te zijn gerealiseerd. - Als het Rijk de lopende taakstelling tussentijds verlaagt, geldt de verlaagde taakstelling voor De beoordeling. Procesafspraken ten aanzien van de beoordeling Na iedere peildatum checkt de provincie de realisatiecijfers bij de betreffende gemeente binnen twee weken na de peildatum. Gemeenten krijgen twee weken de tijd om te reageren. Vervolgens krijgt iedere gemeente een brief met de beoordeling in het kader van het interbestuurlijk toezicht.
Speciale aandachtspunten IBT over 2025 Gezien de aankondiging van het kabinet voor de invoering van een noodmaatregelenpakket, met als onderdeel daarvan het afschaffen van de taakstelling voor huisvesting vergunninghouders, formuleren we geen speciale aandachtspunten IBT voor 2025 op dit onderdeel. Hoe de toekomstige maatregelen eruit komen te zien en op welke termijn deze worden ingevoerd is nog onduidelijk op het moment van schrijven van deze uitvoeringsagenda 2025. Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Beoordeling
Criteria:
Intensiteit toezicht
Groen:
De gemeente realiseert op de wettelijke peildatum 100%
De provincie
Goed
of meer van zijn taakstelling en er is geen sprake van ach-
spreekt haar
terstanden
waardering uit over het resultaat.
Oranje:
De gemeente heeft één maand na de wettelijke peildatum
Redelijk
zijn taakstelling gehaald.
Gemiddeld
14
Rood:
De gemeente heeft één maand na de wettelijke peildatum
Onvol-
zijn taakstelling niet gehaald.
Hoog
doende
2.5 Archief en Informatie Relevante wet- en regelgeving Relevante wet- en regelgeving voor het IBT-domein informatie- en archiefbeheer zijn: •
Archiefwet 1995
•
Archiefbesluit 1995
•
Archiefregeling
De Archiefwet 1995 schetst de hoofdlijnen. Een aantal onderdelen is uitgewerkt in het Archiefbesluit 1995. Dit besluit bevat op zijn beurt weer bepalingen op hoofdlijnen. Die bepalingen zijn nader uitgewerkt in de voorschriften in de Archiefregeling. Daarnaast zijn er verschillende andere wetten en regelingen die specifieke regels stellen aan het beheer of gebruik van informatie of aan gegevensbestanden van de overheid. Voorbeelden zijn: •
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
•
Wet open overheid (WOO)
•
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
De strekking van deze wet- en regelgeving is dat alle overheidsinformatie zodanig moet worden beheerd en bewaard dat deze voortdurend in goede, geordende, geautoriseerde en toegankelijke staat verkeert en niet langer wordt bewaard dan strikt noodzakelijk is. Belang van het toezicht Een goed georganiseerde en betrouwbare informatievoorziening is cruciaal voor transparantie, rechtszekerheid en een effectief openbaar bestuur. Toezicht op het domein archief en informatie helpt ervoor te zorgen dat wettelijke verplichtingen worden nageleefd en dat informatie zorgvuldig wordt beheerd. Dit is niet alleen van belang voor een goede taakuitvoering, maar ook om bestuurlijke besluitvorming te kunnen reconstrueren en verantwoording af te leggen. Door te focussen op maatregelen die risico’s zoals informatieverlies en gebrekkige toegankelijkheid voorkomen, draagt de provincie bij aan het versterken van het vertrouwen in de overheid en een toekomstbestendige informatiehuishouding.
15
Informatiearrangement Het Informatiearrangement geeft aan welke documenten er jaarlijks dienen te worden toegestuurd. Een van de belangrijkste documenten zijn de KPI- verslagen. In het afgelopen jaar heeft de Provincie een extern onderzoek laten doen door DocFactory bij alle Zeeuwse gemeenten en het waterschap. Wij zijn in het bezit van deze rapportages en vragen u daarom deze niet opnieuw aan te leveren
Voor het toezichtsjaar 2025 is het volgende Informatiearrangement van kracht:
1. Indien noodzakelijk een verbeterplan opstellen op basis van de aanbevelingen uit de nulmeting, waarin risicovolle thema’s worden geïdentificeerd en bijbehorende concrete acties helder worden geformuleerd.
2. Een begeleidend schrijven van het college of het dagelijks bestuur aan de raad of het algemeen bestuur met daarin een toelichting op het verbeterplan en de verbeteracties. . Weging, beoordeling en intensiviteit van toezicht op basis van beoordeling -
Het is van groot belang dat een toezichtontvanger kritisch kan reflecteren op eigeninformatiehuishouding en in staat is om risicovolle thema’s in kaart te brengen
-
Een toezichtontvanger stelt een haalbaar verbeterplan binnen de beschikbare capaciteit.
Procesafspraken ten aanzien van de beoordeling De beoordeling wordt eerst ambtelijk gedeeld met de gemeente. Daarbij worden duidelijkheid, volledigheid en eventuele afwijking van de eigen visie besproken. Dit kan nog leiden tot aanpassing, alvorens de beoordeling officieel aan de gemeente toegestuurd wordt. Speciale aandachtspunten IBT over 2025 In 2024 heeft de provincie Zeeland gewerkt aan de doorontwikkeling van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) op het domein Archief- en Informatiebeheer door een nulmeting te laten uitvoeren door DocFactory bij de Zeeuwse overheden. Er is bewust gekozen voor een nulmeting omdat er een duidelijk beginpunt ontbrak waarmee de organisaties onderling konden worden vergeleken en beoordeeld. De nulmeting is inmiddels afgerond. Op dit moment wordt er gewerkt aan de rapportage die de betrokken partijen binnenkort zullen ontvangen. Het eindrapport van deze nulmeting zal een stevig fundament vormen voor dit domein zowel voor de provincie als voor de Zeeuwse overheden. Uitgangspunt is dat, indien noodzakelijk, de uitkomsten van de nulmeting zullen worden opgenomen in het verbeterplan voor het toezichtsjaar 2024 van de organisaties die we hebben laten toetsen. Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Zie tabel ‘Weging en beoordeling’.
16
Intensiviteit van toezicht op basis van beoordeling Beoordeling
Criteria:
Intensiteit toezicht
Groen:
De vastgestelde risicovolle thema’s zijn of worden door af- Laag
Goed
doende verbetermaatregelen aangepakt.
Oranje:
De vastgestelde risicovolle thema’s zijn of worden nog on- Gemiddeld
Redelijk
voldoende door de getroffen verbetermaatregelen beheerst of er zijn onvoldoende gegevens bekend.
Rood:
Er zijn geen risicovolle thema’s vastgesteld, verbetermaat- Hoog
Onvoldoende
regelen getroffen of er wordt niet meegewerkt aan het afgesproken informatiearrangement.
2.6 Samenvattend totaaloverzicht informatiearrangement Omgevingsrecht Document
Uiterste inleverdatum
Uitvoerings- en handhavingsstrategie en de
(Meerjarig) aanleveren binnen 4 weken na
probleem- en risicoanalyse die hieraan ten
vaststelling
grondslag ligt Uitvoeringsprogramma VTH
Voor 15 juli
Jaarverslag VTH
Voor 15 juli
Regels rondom kwaliteitsborging (artikel
Aanleveren na vaststelling
18.23 lid 1 onder a Ow)
Ruimtelijk erfgoed en archeologie Voor aanlevering geldt de uiterste datum: 15 juli 2025 1. Kaarten en Beleid •
Kunt u beschikken over vastgestelde archeologische en cultuurhistorische waarden- en verwachtingenkaarten en beleid? Zijn deze actueel? Zo nee, wat is de te verwachten datum dat deze zullen worden herzien?
17
Vastgesteld op
Actueel? Ja/Nee
Verwachtte datum herziening
Archeologische verwachtingskaart Archeologiebeleid Beleid VTH in het kader van archeologie Cultuurhistorische waardenkaart Cultuurhistorisch Beleid Beleid VTH in het kader van cultuurhistorie 2. Gemeentelijke adviescommissie •
Is er een nieuwe gemeentelijke adviescommissie conform de Omgevingswet? •
Zo ja, vul hieronder de bijbehorende gegevens in.
Naam persoon of orga- Functie
Specialisatie
Datum toetreding
nisatie
•
Wat is het aantal adviezen van de gemeentelijke adviescommissie dat jaarlijks wordt afgegeven?
•
Hoe vaak wordt hiervan afgeweken?
Adres
Monumentregister Advies ja/nee
Afwijking advies
Vergunning ver-
nummer
ja*/nee
leend/geweigerd
1. 2. 3.
• Adres
Bij afwijking van adviezen, geef hieronder de reden van de afwijking. Reden van afwijken
1.
18
2. 3. 3 Adviezen Archeologie •
Hoe vaak wordt jaarlijks deskundig advies ingewonnen bij de gemeentelijk archeologisch
deskundige vanwege archeologie? •
Hoe vaak wordt er jaarlijks geen archeologisch advies ingewonnen bij de gemeentelijk
archeologisch deskundige? •
Hoe vaak worden jaarlijks archeologievoorwaarden aan een omgevingsvergunning ver-
bonden? Adres
Wat is de Archeo- Wat is de Arlogische (ver-
Advies ge- Advies obv Selectiebe- Vergunning
cheologische geven door inventarisa- sluit be-
wachtings)waarde (verwach-
gemeente-
tie:
voegd ge-
op de verwachtin- tings)waarde
lijk archeo- Behoudens- zag
genkaart?
in het omge-
logisch des- waardig
vingsplan?
kundige:1
verleend/geweigerd
(B&W):3
ja/nee. 2
1. 2. 3. 1
Vul hier een van de volgende in: geen advies gegeven/behoud in situ/ archeologisch onderzoek conform
AMZ-Cyclus? 2
Vul hier een van de volgende in: /behoud in situ/ opgraven/opgaven variant archeologische begeleiding/ vrij-
geven? 3
Vul hier een van de volgende in: Behoud in situ/ opgraven/opgaven variant archeologische begeleiding/ vrij-
geven?
•
Is in het proces afgeweken van de gegeven adviezen van de archeologisch adviseur van
de gemeente en/of van het archeologisch onderzoeksbedrijf? •
Adres
Geef hieronder per adres de reden aan. Reden van afwijken archeologisch ad- Reden van afwijken archeologisch onderviseur gemeente
zoeksbedrijf?
19
1. 2. 3. 4 Personele inzet •
Hoeveel fte zijn er beschikbaar voor archeologie en cultuurhistorie op zowel beleid, advisering als
handhaving? Aantal fte externe in-
Aantal fte intern
huur
Aantal fte toezicht en handhaving
Archeologie Cultuurhistorie 5 Toezicht en Handhaving •
Vindt er adequaat toezicht en handhaving plaats? Aantal toezichtsbe-
Aantal gemelde
Aantal lopende
zoeken
klachten
handhavingstrajecten
Archeologie Gebouwde Rijksmonumenten Gebouwde gemeentelijke monumenten Beschermde Stads-dorpsgezichten Overig Erfgoed Vul de volgende tabel in voor gemelde klachten: Adres
Aard van de klacht
Ingediend door: burger/ in- Ingediend bij? stelling/ media/ deskundige
1. 2. 3.
Vul de volgende tabel in voor lopende handhavingstrajecten: Adres
Fase interventieladder
Behoefte ondersteuning van provincie ja/nee
1.
20
2. 3.
Huisvesting statushouders Document
Uiterste inleverdatum
Mailbericht door Provincie aan gemeenten
Uiterlijk 15 dagen na peildatum 1 januari of
met check COA-cijfers per peildatum
1 juli
Schriftelijke reactie van gemeenten op mail-
Uiterlijk 1 maand na peildatum 1 januari of
bericht met check COA-cijfers
1 juli
GS-brief aan colleges B&W en in afschrift
Uiterlijk 3 maanden na peildatum 1 januari
aan gemeenteraden over INT en stand
of 1 juli
trede interventieladder Archief en informatie Document
Uiterste inleverdatum
Het KPI-verslag van de externe partij
15 juli
Een actueel verbeterplan met daarin de
15 juli
overgenomen aanbevelingen van de externe partij. Aanbiedingsbrief van het college van B&W
15 juli
of het dagelijks bestuur aan de raad of het algemeen bestuur.
21
Integraal overzicht Interbestuurlijk Toezicht (IBT) provincie Zeeland 2025 op uitvoering medebewindstaken gemeenten 2024
Zeeuws Archief
Waterschap
Vlissingen
Veere
Tholen
Terneuzen
Sluis
Schouwen-Duiveland
Reimerswaal
Noord-Beveland
Middelburg
Kapelle
Hulst
Goes
Borsele
Toezichtontvanger
Toezichtdomein
Ruimtelijke Ordening Omgevingsrecht Erfgoed en monumenten Huisvesting statushouders Archief
22
Toelichting bij integraal overzicht IBT Totstandkoming integraal overzicht -
Toezicht vindt plaats op de uitvoering van de wettelijke medebewindstaken die door de Zeeuwse gemeenten wordt georganiseerd. De provincie is in deze het toezichthoudend orgaan. Het gaat hier om Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het integrale overzicht bevat generieke IBT-informatie welke door de toezichthouder is voorzien van een beoordeling.
-
Indien er meldingen en signalen rondom het betreffende domein van een gemeente bij de provincie binnenkomen worden deze waar nodig ook meegewogen in de beoordeling.
-
De symbolen met kleur staan voor de mate waarin de betreffende gemeente op het toezichtdomein heeft voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving en voor de vereiste intensiteit van het toezicht:
• Groen: goed; de gemeente heeft voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toezichtdomein; lage intensiteit van toezicht. • Oranje: redelijk; de gemeente heeft nog niet of onvoldoende voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toezichtdomein, maar er wordt wel gewerkt door de gemeente; gemiddelde intensiteit van toezicht.
• Rood: onvoldoende; de gemeente heeft niet voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toezichtdomein; hoge intensiteit van toezicht.
23
Colofon Tekst Provincie Zeeland Beelden Beeldbank Contact IBT@zeeland.nl
www.zeeland.nl
24