CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. PvA preventieinfrastructuur en ketenaanpakken GGD Zeeland DEF

Commissie Maatschappelijke Zaken 30 oktober 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie Uitvoeringsplan en mandaatregeling SPUK IZA - op verzoek van Ineke Jansen (GroenLinks/PvdA) en Pau van den Bergh (SGP)12.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Welzijn op Recept een rol kan spelen. 8 https://www.loketgezondleven.nl/documenten/update-vergoeding-kinder-gli 22

Gemeenten geven aan behoefte te hebben aan onder andere: - Regionale projectleiding; - Landelijke, wetenschappelijke inzichten over aanpak en communicatie; - Data, cijfermatige onderbouwing; - Bestuurlijk draagvlak; - Kwalitatief goed aanbod; - Uitwisseling hoe deelnemers te bereiken en vast te houden; - Zeven van de tien gemeenten hebben behoefte aan een regionaal leernetwerk (waarvan één afhankelijk van de inhoud en twee samen met andere ketenaanpakken), met als doel om kennis en goede voorbeelden te delen. Overall is de indruk dat de KOO nog aan het begin staat van de ontwikkeling. Er wordt nog weinig planmatig aan gewerkt. Op veel plekken is wel samenwerking maar nog niet echt een ketenaanpak. Wel zijn een aantal gemeenten aangesloten bij JOGG en is daarmee veel kennis en ervaring in huis. 7.3 Aanbevelingen voor de lokale aanpak Een lokaal stappenplan en een volledige lijst met aanbevelingen is in de bijlage (plan van aanpak ketenaanpak Kinderen met Overgewicht en Obesitas) opgenomen. Dit kan met name de gemeenten die nog niet gestart zijn, handvaten geven. Belangrijke aanbevelingen zijn: Algemeen - Onderzoek de mogelijkheden om de doelgroep in beeld te krijgen en hoe deze te bereiken. - Kijk verder dan alleen de vergoede GLI, kijk ook naar het bestaande lokale leefstijl- en beweegaanbod. Dit aanbod kan aanvullend zijn op de KOO en daarmee een versterkend effect hebben.

Het is daarnaast van essentieel belang dat het aanbod ook gemakkelijk bereikbaar is, binnen een vertrouwde lokale structuur. Lokale samenwerking - De vragenlijst is wegens beperkte tijd alleen aan gemeenten voorgelegd. Aanbeveling is om de uitkomsten met samenwerkingspartners erbij te bespreken: wat herkennen zij, wat zien zij dat goed gaat en welke knelpunten, wat vinden zij dat (eerst) moet gebeuren? - Benader voor de brede lokale coalitie samenwerkingspartners als leefstijlcoaches, huisartsenpraktijken, praktijkondersteuners, welzijnsorganisaties, JGZ, intern begeleiders van scholen, buurtteams en schuldhulpverlening. Betrek ook de buurtsportcoach om het bestaande beweegaanbod in beeld te brengen. - Onderzoek hoe het (digitaal) doorverwijzen naar het bestaande leefstijl/beweegaanbod verbeterd of gerealiseerd kan worden. Centrale zorgverlener - Het is belangrijk dat de persoon die doorverwijst bekend en vertrouwd is voor het kind. Zet in op een rol die een brede benadering hanteert ten opzichte van mensen met overgewicht, en die voldoende tijd heeft om alle aspecten die bijdragen aan overgewicht grondig te overwegen. Dit kan worden gedaan door de centrale zorgverlener.

23

-

-

7.4 -

-

Bij een kind vanaf een matig verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico kan een centrale zorgverlener ingezet worden. Deze wordt vergoed vanuit het basispakket op het moment dat een kinder-GLI9 onderbouwd onderdeel uitmaakt van het plan van aanpak. Kies een partner voor de centrale zorgverlener rol die relevante deskundigheid en korte lijnen met alle betrokken partners heeft, en de rol van casusregisseur kan vervullen. Zorg hierbij voor voldoende draagvlak bij alle betrokken stakeholders voor deze keuze. Maak duidelijke afspraken over de rol, financiering en taken van de centrale zorgverlener. Maak (vroeg)signalering een onderdeel van de ketenaanpak overgewicht. Een optie is om aan te sluiten bij JOGG, hier werkt men al met de centrale zorgverlener (JGZ). Aanbevelingen voor regionale ondersteuning Zorg voor een regionale projectleider met de functie van aanjager, vraagbaak en adviseur; Deze kan met name de gemeenten die nog niet gestart zijn, op weg helpen en de anderen adviseren over verder te nemen stappen. Zorg voor duidelijkheid, structuur, overzicht en samenhang ten aanzien van de ketenaanpakken. Zorg voor een lerend netwerk voor uitwisseling van ervaringen en best practises; Besteed daarbij ook aandacht aan de verbinding tussen de ketenaanpakken. Bundel de krachten en ervaringen in gesprekken met regionale partners en de zorgverzekeraar.

De GGD heeft een rol te vervullen in coördinatie en monitoring. Houd in de gaten wat er landelijk gebeurt rond vergoede kinder-GLI10. Een kinder-GLI is een leefstijlinterventie voor kinderen die vanuit de Zvw gefinancierd kan worden. Over welke interventies hieronder vallen, worden momenteel afspraken gemaakt tussen Zorgverzekeraars Nederland en het RIVM. Zodra hierover meer bekend is, wordt dit gecommuniceerd. Deze kosten vallen niet onder het eigen risico van de verzekerde.

9 Een kinder-GLI is een leefstijl-interventie voor kinderen die vanuit de Zvw gefinancierd kan worden. Over welke

interventies hieronder vallen, worden momenteel afspraken gemaakt tussen Zorgverzekeraars Nederland en het RIVM. Zodra hierover meer bekend is, wordt dit gecommuniceerd. https://www.loketgezondleven.nl/documenten/updatevergoeding-kinder-gli 10 https://www.loketgezondleven.nl/documenten/update-vergoeding-kinder-gli 24

8

Synergie tussen de ketenaanpakken

In Zeeland is Goes als mandaatgemeente namens de andere gemeenten verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitvoering van de gemeentelijke opgaven binnen het IZA. Er is een provinciaal programmamanager (preventieve) Gezondheid aangesteld die de totale aansturing doet. GGD Zeeland heeft de opdracht gekregen om uitvoering te geven aan twee van de zes gemeentelijke opgaven, namelijk om (1) een regionale preventie-infrastructuur in te richten en (2) de regie te nemen op het implementeren en borgen van vijf ketenaanpakken in Zeeland. In samenspraak met de provinciaal programmamanager is een regionaal coördinator aangesteld met als beoogd resultaat: - Het opzetten van een preventie-infrastructuur in samenwerking met betrokken partijen incl. niet-vrijblijvende provinciale samenwerkingsafspraken over gezondheidsbevordering van de populatie als geheel en specifiek voor risicogroepen; - Het (door)ontwikkelen van een netwerkstructuur (ecosysteem) in samenwerking met betrokken partijen waarin professionals uit de gemeentelijke domeinen (o.a.

sociaal domein, GGD, welzijn) domeinoverstijgend samenwerken én samen leren met zorgprofessionals in de eerste, tweede en derde lijn op het gebied van preventie; - Het opzetten van een regionaal projectteam en verantwoordelijk voor de inhoudelijke aansturing en coördinatie van de projectleiders van de afzonderlijke ketenaanpakken; - Het voeren van regie en zorgen voor samenhang en synergie (programmamanagement) tussen de vijf ketenaanpakken en de interne- en externe stuurgroepen. Verder heeft GGD Zeeland de opdracht gekregen om een rol te vervullen in de monitoring van de GALA en IZA afspraken uit de landelijke akkoorden en de opbrengsten van de lokale en (sub)regionale acties die worden uitgevoerd in de gemeenten. Ook heeft de GGD een belangrijke rol als kennispartner en het stimuleren van kennisuitwisseling tussen gemeenten. Op diverse vlakken is er samenhang tussen de vijf ketenaanpakken, waardoor mogelijk synergievoordeel te benutten is. Elke ketenaanpak richt zich op een specifiek gezondheidsprobleem, maar ze zijn allen ontworpen om elkaar te versterken door middel van een geïntegreerde benadering. Een succesvolle implementatie van één ketenaanpak kan bijdragen aan de effectiviteit van de andere, omdat ze allemaal deel uitmaken van het systeem van gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

De GLI voor volwassenen kan bijvoorbeeld niet alleen helpen bij het verminderen van overgewicht en obesitas, maar kan ook de mentale weerbaarheid versterken, wat indirect ten goede komt aan Welzijn op Recept. En zo kan Kansrijke Start voor kinderen leiden tot een betere gezondheid op de langere termijn, wat bijvoorbeeld kan bijdragen aan kinderen op gezond gewicht. Alle ketenaanpakken zijn gericht op specifieke groepen met een verhoogd (on)gezondheidsrisico. Binnen alle ketenaanpakken is samenwerking nodig tussen het medisch en het sociaal domein, waarbij beide domeinen aanbod (zorg & ondersteuning) leveren. Voor alle ketenaanpakken ligt er een vergelijkbare opdracht, met overeenkomstige stappen in de keten: • Bereik de specifieke doelgroep; • Zorg voor (vroeg)signalering; • Verwijs naar passend aanbod; 25

• •

Zorg dat het aanbod (zorg en ondersteuning) op orde is; Zorg voor nazorg (bijv. structureel beweegaanbod).

Bovenstaande maakt dat het van meerwaarde is voor gemeenten en andere betrokken partijen om van elkaar te leren, bijvoorbeeld: hoe richt je een ketenaanpak in, wat loopt er al goed op bepaalde ketenaanpakken en kan ook een basis zijn voor een andere ketenaanpak. Ook is het van meerwaarde om met elkaar te onderzoeken of het mogelijk is om gezamenlijk op te trekken in communicatie/campagnes en het uitvoeren van activiteiten. We maken op de volgende pagina onderscheid tussen overeenkomsten (en mogelijke synergie) op inhoud en op samenwerking en randvoorwaarden. Op inhoud Preventie: Focus op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van gezondheidsproblemen door proactieve benadering. Positieve gezondheid als onderliggend gedachtengoed. Positieve gezondheid gaat uit van een brede blik op mensen, waarbij lichamelijk en geestelijk welzijn aan elkaar verbonden zijn. Het gaat over het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. En om zo veel mogelijk zelf de regie te voeren. Gemeenschapsgerichte benadering: inwoners centraal stellen, een beweging vanuit de wijken faciliteren en interventies aanpassen aan lokale behoeften voor meer relevantie en effectiviteit. Dezelfde doelgroep: deels hebben de ketenaanpakken dezelfde doelgroep. Bijvoorbeeld: een oudere met risico op vallen kan ook overgewicht hebben en psychosociale problemen.

Ouders bij Kansrijke start kunnen al een kind hebben met overgewicht en/of zelf overgewicht hebben. Het invullen van de rol van centrale zorgcoördinator (zie par. 6.4) of centrale zorgverlener (zie par. 7.3) is een mogelijkheid om ervoor te zorgen dat de inwoner vanuit verschillende ketenaanpakken de juiste zorg en ondersteuning kan ontvangen. We adviseren om nader te onderzoeken of en hoe deze rol efficiënt en in samenhang kan worden ingericht voor in elk geval de ketenaanpakken gericht op het tegengaan van overgewicht en Welzijn op Recept. Op samenwerking en randvoorwaarden Integrale en domeinoverstijgende samenwerking: Gezondheidszorg, welzijn en gemeenten werken samen, inclusief huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, maatschappelijk werkers, beleidsmakers e.a. Dezelfde partners komen elkaar tegen in verschillende ketenaanpakken. Coördinatie: Goede coördinatie en doorverwijzing tussen zorgverleners voor een efficiënte en naadloze zorgervaring, voorkomend duplicatie van inspanningen. Ook hiervoor kan gedacht worden aan de inzet van een Centrale Zorgcoördinator. Monitoring en evaluatie: Belang van het meten en aanpassen van interventies om effectiviteit te waarborgen en continu te verbeteren. Financiering en middelen: Voldoende financiering en duidelijke budgetstrategieën om effectief te kunnen functioneren. 26

Goed ingericht lokaal leefstijl- en beweegaanbod Zowel voor de ketenaanpakken gericht op het tegengaan van overgewicht, voor valpreventie als voor welzijn op recept is een lokaal toegankelijk en goed ingericht leefstijl- en beweegaanbod cruciaal. Met name om, na de inzet van zorg en ondersteuning, inwoners te kunnen blijven ondersteunen bij het duurzaam aanpassen van hun leefstijl. Dit maakt onderdeel uit van de integrale aanpak binnen GALA. Een goed verwijssysteem Voor alle ketenaanpakken kan een goed verwijssysteem tussen medisch en sociaal domein de ketenaanpakken ondersteunen. Hiervoor is onderzoek nodig naar passende digitale oplossingen voor het verwijsproces.

9

Monitoring

9.1 Doelen van monitoring Monitoring in het kader van GALA en IZA is van belang om te kunnen bepalen in hoeverre de afgesproken acties en afspraken uit de akkoorden in de lokale en (sub)regionale praktijk worden uitgevoerd en welke opbrengsten ze hebben. Het kan daarbij gaan om landelijke, (sub)regionale en lokale monitoring met de volgende doelen: - In beeld brengen van ontwikkelingen op het gebied van (sub)regionale samenwerking, bv tussen zorgverzekeraars, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, 1e lijn en gemeenten op het gebied van gezondheid en preventie. Het gaat dan om de samenwerking(safspraken) die in de preventie-infrastructuur worden gemaakt. Dit betreft in ieder geval de ketenaanpakken maar kan ook breder zijn; - In beeld brengen van ontwikkelingen in de opbrengsten van de ketenaanpakken en andere acties uit het uitvoeringsplan; - In beeld brengen van ontwikkelingen in gezondheid en gezondheidsachterstanden/verschillen van de Zeeuwse bevolking. - Optioneel: in beeld brengen van de impact op het sociaal domein, de beweging naar voren. Op basis van de monitoring kan de duiding plaatsvinden in gesprek tussen de stakeholders. Hierbij is van belang dat (niet) waargenomen effecten van veel omstandigheden afhankelijk zijn en niet alleen van de inzet van bijvoorbeeld een ketenaanpak.

In GALA wordt gesproken over inspanningsverplichtingen en niet over resultaatverplichtingen. Naast ‘tellen’ is ‘vertellen’ essentieel. De uitkomsten van de monitoring en de duiding daarvan kunnen bijdragen aan het maken van goed onderbouwde keuzes op lokaal en (sub)regionaal niveau. Monitoring draagt eraan bij om gezamenlijk bij te sturen waar nodig, focus in de aanpak aan te brengen en geleerde lessen en successen te delen. Het uiteindelijke doel van de monitoring is om bij te dragen aan de verbetering van de gezondheid van Zeeuwse inwoners. 9.2 Monitoring op landelijk, (sub)regionaal en lokaal niveau Per ketenaanpak staat hieronder kort weergegeven wat er landelijk, (sub)regionaal dan wel lokaal wordt opgepakt. Wat wordt landelijk gemonitord? Er zijn al diverse monitors ontwikkeld die relevant zijn in relatie tot de doelen van het GALA-akkoord. Daarnaast zijn er ook diverse databronnen beschikbaar. Zo is er de gemeentezorgspiegel van Vektis, 27

deze bevat informatie van zorgverzekeraars, aangevuld met gemeentelijke informatie (indien aangesloten) over het zorggebruik op wijkniveau (Wmo en Jeugd). Procesmonitoring RIVM Het RIVM monitort in opdracht van de Rijksoverheid de stand van zaken van het GALA-akkoord bij gemeenten en zorgverzekeraars. Doel is om te beoordelen of er een beweging op gang is gekomen op de gemeenschappelijke doelen en de benodigde domeinoverstijgende samenwerking op lokaal en regionaal niveau. In april 2024 is een eerste monitoringsvragenlijst gedeeld met gemeenten en zorgverzekeraars. Hierbij ligt vooralsnog focus op de totstandkoming van de preventie-infrastructuur, de inrichting van de vijf ketenaanpakken, de sociale basis en een gezond voedingspatroon bij ouderen. Het gaat hierbij voornamelijk over procesmatige indicatoren en ervaringen m.b.t. de samenwerking tussen gemeenten onderling, met zorgverzekeraars en andere partijen (welzijn, 1e lijn, etc.). Gemeenten dienen mee te werken aan de landelijke monitoring door het RIVM in het kader van de SISA-verantwoording voor de GALA-middelen (Brede SPUK). De landelijke monitoring van de verschillende GALA-programma’s dient zodanig te worden ingericht dat de gegevensverstrekking door gemeenten zo min mogelijk extra administratieve lasten met zich meebrengt.

Naast de vragenlijsten zal het RIVM steekproefsgewijs ook verdiepende interviews afnemen bij gemeenten, zorgverzekeraars en GGD’en. Het RIVM haalt hiermee ervaringen op rondom het werken aan preventie en de rol die het GALA en de SPUK hierin spelen. Daarnaast wordt er, binnen zes nog nader te bepalen regio’s, een lerende evaluatie door het RIVM opgezet om op een actiegerichte manier de GALA-beweging te versterken. De ervaringen en uitdagingen die de regio’s zelf identificeren vormen de focus van deze evaluatie11. De effectiviteit van de aanpakken die deels verzekerde zorg betreffen is al door het Zorginstituut vastgesteld. Daarom komt er geen nieuwe landelijke monitoring op gezondheidseffecten van de diverse ketenaanpakken in opdracht van VWS. Uitzondering is de bestaande landelijke monitoring van de gecombineerde leefstijlinterventie bij obesitas en overgewicht van volwassenen, die als eerste specifieke monitor, de effectiviteit wel meet. De gezondheidseffecten hiervan zijn pas na enkele jaren zichtbaar. Effectmonitoring Ketenaanpak Valpreventie Voor het landelijke Programmaplan Valpreventie is door het RIVM een jaarlijkse monitor ontwikkeld. Effectmonitoring Ketenaanpak Kansrijke Start Voor deze ketenaanpak is de ‘Landelijke Monitor Actieprogramma Kansrijke Start’ ontwikkeld, zowel kwantitatief (op 15 indicatoren) als kwalitatief.

Effectmonitoring Ketenaanpak Gecombineerde Leefstijlinterventies (GLI) bij overgewicht en obesitas van volwassenen Het RIVM monitort de landelijke implementatie van de GLI-programma’s. De GLI-monitor maakt gebruik van landelijke declaratiegegevens via Vektis en van gegevens uit het GLI-register. In deze monitor worden alleen landelijke resultaten gemonitord. Op lokaal/(sub)regionaal niveau moeten gemeenten dit zelf oppakken.

11 https://www.loketgezondleven.nl/beleid/gala-spuk/monitoring-gala

28

Effectmonitoring Mentale gezondheid Het RIVM en Trimbosinstituut ontwikkelden de ‘Monitor mentale gezondheid’. Deze bestaat uit een kwantitatief deel (indicatoren) en een kwalitatief deel. De indicatoren zijn deels op gemeentelijk niveau en deels alleen op GGD-regio/landelijk niveau beschikbaar. Naast bovenstaande werkt het RIVM nog aan andere monitors. Hierover is op dit moment nog niet veel bekend. Meer informatie hierover is te vinden op de website: Loketgezondleven.nl. Wat moet lokaal gemonitord worden? De gezamenlijke inzet van Rijk en gemeenten is erop gericht om de levensverwachting en het aantal jaren in goed ervaren gezondheid voor mensen met een lage sociaaleconomische positie te laten toenemen. Het verband tussen maatregelen en wat dit doet voor het verminderen van gezondheidsachterstanden laat zich moeilijk meten. Gemeenten hebben zelf een verantwoordelijkheid in het monitoren van hun beleid en interventies. In het GALA akkoord is opgenomen dat gemeenten zich dienen in te spannen voor monitoring van hun beleid en integrale aanpak van de GALA-thema’s om hiervan te leren en zo nodig bij te sturen. Desgewenst kunnen onderdelen daarvan (sub)regionaal worden opgepakt, zoals het gezamenlijk bepalen van indicatoren (zie 2.3). Effectmonitoring Ketenaanpak Valpreventie Naast de landelijke monitor vanuit RIVM heeft Veiligheid.nl een inspiratiedocument ontwikkeld.

Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft een Tipkaart valpreventie uitgebracht. Het is aan gemeenten om dit zelf vorm te geven. Effectmonitoring Ketenaanpak Kansrijke Start Naast de landelijke monitor is een ‘Indicatorenset Lokale Monitoring Kansrijke Start’ ontwikkeld. Hiermee kunnen lokale coalities inzicht krijgen in de uitvoering van het actieprogramma Kansrijke Start en de gezondheid van kinderen en ouders in de eigen gemeente of regio. Effectmonitoring Ketenaanpak overgewicht/obesitas bij kinderen Bij de monitoring kan gebruik gemaakt worden van de indicatorenset voor de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht (onderdeel van JOGG) die ontwikkeld is door het RIVM. Deze monitor wordt niet landelijk uitgevoerd en zullen gemeenten dus zelf (al dan niet gezamenlijk) vorm moeten geven. Effectmonitoring Ketenaanpak Gecombineerde Leefstijlinterventies (GLI) bij overgewicht en obesitas van volwassenen Naast de landelijke gegevens kan het zijn dat de gemeenten in Zeeland ook op lokaal/(sub)regionaal niveau gegevens willen verzamelen over deze interventies. Dit kan gezamenlijk of per gemeente worden opgepakt. Effectmonitoring Ketenaanpak Welzijn op Recept Het ‘Landelijk kennisnetwerk Welzijn op Recept’ heeft een quickscan en een handreiking ontwikkeld om meer zicht te krijgen op de kwaliteit en uitvoering van Welzijn op Recept.

Deze handreiking helpt na te denken over wat er goed gaat en wat er beter kan in de lokale uitvoering van Welzijn op Recept. Gemeenten zijn zelf aan zet om proces en effect te monitoren en evalueren.

29

Wat kan regionaal worden gemonitord? In 2.1 en 2.2 is te zien dat niet alle ketenaanpakken landelijk gemonitord worden. Daarnaast worden gegevens soms alleen verzameld voor het landelijke beeld. Daarom is aanvullende monitoring op (sub)regionaal en/of lokaal niveau wenselijk. GGD Zeeland heeft vanuit de kennis- en adviesfunctie een rol in deze monitoring. De GGD beschikt al over veel lokale en (sub)regionale gezondheidsdata, zoals de Gezondheidsmonitors onder verschillende leeftijdsgroepen (jeugd, volwassenen en ouderen). Procesmonitoring De landelijke monitor is op heel grote lijnen. De betrokken stakeholders kunnen samen besluiten tot verfijning hiervan om zicht te krijgen op de voortgang, de kwantiteit en kwaliteit van de samenwerking, succeservaringen, knelpunten en behoeften. Effectmonitoring Monitoring van effecten betreft vooral een opgave van de landelijke instanties zoals: TNO, RIVM, Trimbos en het NJI. Daarnaast kunnen relevante academische werkplaatsen hier een rol in spelen. Deze ‘landelijke’ resultaten kunnen dan worden vertaald/geduid naar de Zeeuwse situatie. Evalueren van interventies en beleid Daarnaast kan het zinvol zijn om specifieke interventies of beleid te evalueren. Doel kan zijn om inzicht te krijgen in het bereik, de waardering en het effect van een interventie of beleidsmaatregel.

9.3 Stappenplan Monitoring ondersteunt de afspraken die gemaakt worden en daarmee de doelen die gemeenten samen met andere partijen willen behalen. Van belang is daarom dat er eerst doelen en afspraken zijn, en dat partijen in een preventie-infrastructuur met elkaar om tafel zitten. Hierbij kan worden voortgeborduurd op de doelen voor de ketenaanpakken, die al in GALA staan. Monitoren in het kader van IZA en GALA staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter geheel van dataverzameling, verwerking en duiding (inclusief visualiseren) op gezondheid gerelateerde thema’s. Daarnaast is er een verband met het Regiobeeld dat in het kader van het IZA moet worden opgezet en periodiek herijkt, als ook met de monitoring van de doelen van de Zeeuwse Zorg Coalitie. Al deze producten maken gebruik van dezelfde databronnen en kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. GGD Zeeland heeft als uitvoerder van de gezondheidsmonitors en de kennis en adviesfunctie op het gebied van gezondheid voor Zeeland hier een belangrijke rol in. Het is daarmee ook logisch dat GGD Zeeland hier een regisserende rol in neemt. Samen met relevante partners wordt dan invulling gegeven aan de opgave op het gebied van monitoring.

Het voorstel is om GGD Zeeland te vragen een plan van aanpak (inclusief uitvoeringsplan) op te stellen voor de monitoring van de IZA en GALA doelen als onderdeel van de brede monitoring op het gebied van gezondheid. Dit plan van aanpak moet uiterlijk 1 september 2024 zijn afgerond, zodat uitvoering van het plan van aanpak in het vierde kwartaal van 2024 kan starten. Dit plan van aanpak bevat ook de benodigde randvoorwaarden zoals een begroting en benodigde expertise.

30

10

Overzicht aanbevelingen en acties met tijdspad

31

11

Financiën

Vanuit de GALA-gelden wordt de lokale aanpak gefinancierd en ook het zorgen voor voldoende aanbod van interventies valt binnen de reguliere WMO-gelden of GALA-middelen. Dit plan gaat met name over de regionale ondersteuning en coördinatie vanuit de SPUK-IZA-gelden. Vanuit de SPUK IZA kunnen de volgende posten worden gefinancierd: - Coördinatie en projectleiding; - Ondersteuning op regionaal niveau.

11.1 Coördinatie van de preventie-infrastructuur en de ketenaanpakken Hoewel zo veel mogelijk uitvoerende capaciteit gewenst is, blijkt uit de inventarisaties dat bij alle ketenaanpakken regionale coördinatie en projectleiding gewenst is om gemeenten te ondersteunen en om te voldoen aan de landelijke afspraken. Nadat de ketenaanpakken en de preventieinfrastructuur voldoende zijn opgestart, kan de regionale coördinatie verminderd worden en/of ondergebracht worden bij reguliere functies binnen gemeenten. Tot en met 2026 adviseren wij de volgende inzet: - Regionale projectleiding voor de ketenaanpakken: 8 uur per week voor Kansrijke start en (gezien de huidige stand van zaken) 16 uur per week voor de overige vier ketenaanpakken. Voorstel is om deze uren te bundelen in kader van efficiency en synergie.

Taken van de regionaal projectleider: o Neemt deel aan de uitwisseltafel (regionale preventie-structuur) olv regionaal coördinator; o Ondersteunt subregionale uitvoerende coördinatoren bij opstellen lokaal plan van aanpak, implementatie van de ketenaanpak, houdt vinger aan de pols en adviseert de 13 gemeenten; o Zorgt voor communicatie/informatiedeling en het delen van best practices; o Zorgt voor uitwisseling en afstemming tussen de subregionale uitvoerend coördinatoren per ketenaanpak; o Vormt een link met landelijke ontwikkelingen op het gebied van de ketenaanpak; o Zorgt voor verbinding met de PAO-ambtenaar van de GGD. - Subregionale uitvoerende coördinatoren: de uitvoerend coördinatoren zijn in de subregio actief om de ketenaanpakken aan te jagen en naar behoefte van de subregio taken op te pakken voor gemeenten, zoals het coördineren van vraag en aanbod binnen een ketenaanpak. De uitvoerend coördinatoren staan in nauwe verbinding met de regionaal projectleider en hun precieze taken worden nog nader bepaald in overleg met de gemeenten in de subregio.

32

* Voor Kansrijke Start is geen subregionale uitvoerende coördinatie nodig aangezien dit project al langere tijd loopt 11.2 -

-

-

Ondersteuning op regionaal niveau Communicatie o Campagne, kennisfestival en promotiemateriaal Valpreventie; o Kansrijke Start: vormgeving communicatiestrategie en middelen gericht op ouders en professionals. Vanwege het belang van bewustwording en verbinding en betrekken van inwoners; o Mogelijk extra bijdrage voor inzet actieve deelname van ketenpartners in een kerngroep; o Informatiematerialen voor de diverse ketenaanpakken, zowel voor verwijzers als voor de doelgroep. Hiervoor zijn landelijk al vele voorbeelden beschikbaar. Onderzoek naar of ondersteuning van mogelijke ICT-oplossingen voor digitale registratie en verwijzing; Mogelijk gezamenlijke (train-de-)trainingen, interventies of middelen, nader te bepalen: o Valpreventie: training van vrijwilligers, mantelzorgers, welzijnsprofessionals, professionals sport/gezondheid, docenten beweeginterventies; o Welzijnscoaches; o Mogelijk aanbieders voor GLI of KOO. Pilot valrisicobeoordeling; Technologie als valpreventieve interventie, zoals ‘smart floors’; Welzijnscoaches (sub)regionaal? ‘Vrij’ budget voor inhuur extra deskundigheid waar nodig.

11.3 Overige opmerkingen Op diverse plekken binnen de ketenaanpak worden tekorten aan capaciteit/financiering benoemd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de welzijnscoaches die een cruciale rol vervullen bij Welzijn op Recept, en voor de beweeg-/buurtsportcoaches. Deze functies worden vanuit het sociaal domein gefinancierd maar de baten komen terecht in het zorgdomein. De ervaren onzekerheid over de continuïteit van de GALA- en SPUK-IZA-middelen speelt ook een rol. Naarmate de aanpak succesvoller wordt en er meer beroep wordt gedaan op de ketenaanpakken, wordt het tekort zichtbaarder. Ook de centrale zorgcoördinator die wordt aanbevolen voor volwassenen met overgewicht, en mogelijk ook een rol kan spelen in andere ketenaanpakken, is een lastig te financieren rol. Dit kunnen bespreekpunten zijn op regionaal niveau.

33

Vanuit de VNG is in mei 2024 een dringend appèl12 gedaan op het Rijk en de Tweede Kamer om de randvoorwaarden voor gemeenten op orde te brengen zodat gemeenten hun rol in de transformatie goed kunnen vervullen. Hierbij noemt de VNG drie onderdelen: 1. Zorg voor versnelling van structurele en substantiële bekostigingsmogelijkheden; 2. Ontschot gemeentelijke geldstromen zodat integraal en domeinoverstijgend samenwerken echt mogelijk wordt; 3. Onderzoek het effect van de transformatie van zorg naar gezondheid en neem deze uitkomsten mee in de structurele financiering van gemeenten.

12 https://vng.nl/sites/default/files/2024-05/20240514-brief-parlement-vng-inbreng-cd-leefstijlpreventie-16-mei.pdf

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14697412/1