Bijlage 3- bij rapport Referentie projecten
Tekst van het document
NOTITIE
Referentieprojecten Kenmerken Project
22713 Mini-warmtenet Hart van Griffioen Middelburg
Datum
13-02-2026
Auteur
R.Duijff
Co-lezer
Klik of tik om tekst in te voeren.
Onderwerp Referentieprojecten
Status
Concept
Kenmerk
22713-1744538
Referentieprojecten De gemeente heeft gevraagd een aantal referentieprojecten te noemen voor het voorgestelde warmtesysteem voor de nieuwbouw van Hart van Griffioen: Een laag temperatuur (LT) op 50 ° C met een centrale luchtwater warmtepomp en gasketels als piek- en backup voorziening. Omdat het aantal referentieprojecten dat exact aan deze opstelling voldoet beperkt is, worden de volgende referenties getoond: • Een laag temperatuur warmtenet 50 ° C met luchtwater warmtepomp en gasketels als piek en backup voorziening • Een laag temperatuur warmtenet 50 ° C met een andere bron • Een warmtenet op een andere temperatuur met luchtwater warmtepomp en gasketels als piek en backup voorziening
Notitie | 22713-1744538
Op al onze diensten en mededelingen is DNR 2011 (versie 2013) van toepassing. DNR 2011 is gepubliceerd op onze website onder dwa.nl/dnr
1
Bloemenbuurt Didam – LT/hybride warmtenet met collectieve luchtwarmtepomp (in uitvoering) In de Bloemenbuurt in Didam wordt een warmtenet gerealiseerd voor een wijk die zowel uit vernieuwde corporatiewoningen als particuliere woningen bestaat. In de eerste fase worden 222 corporatiewoningen aangesloten en is het systeem voorbereid om uit te breiden naar circa 400 koopwoningen in dezelfde wijk. De gemeente Montferland werkt hiervoor samen met woningcorporatie Plavei, Firan en energieleverancier De Graeflander, ondergebracht in het publiek warmtenetbedrijf Warmtenetwerk Didam B.V.. Het warmtesysteem bestaat uit een collectieve lucht‑waterwarmtepomp, die als duurzame basislast fungeert, gecombineerd met gasgestookte ketels die enkel dienen als piek- en back‑upvoorziening. Hierdoor blijft de warmtevoorziening betrouwbaar tijdens perioden met hoge warmtevraag, terwijl de dagelijkse warmte grotendeels duurzaam wordt opgewekt. Het project is een succes omdat het modulair is opgezet: men kan de wijk snel aardgasvrij maken, terwijl het net flexibel doorgroeibaar blijft en in de toekomst andere bronnen kan koppelen. Bovendien sluit het project aan op lopende wijkvernieuwing, waardoor graafwerk en woningaanpassingen efficiënt konden worden gecombineerd. Tijdens de voorbereiding liepen partijen aan tegen het wegvallen van Rijkssubsidie, waardoor financiering onzeker werd.
Dit is opgelost door een tussenoplossing waarin gemeente, corporatie en Firan gezamenlijk een extra investering deden en een tijdelijke hybride configuratie konden realiseren. De technische uitdagingen, zoals geluid en ruimtelijke inpassing van de luchtwarmtepomp, werden opgelost door een centrale opstelling met geluidreducerende maatregelen. Hiermee is Didam één van de eerste kleinschalige wijken in Nederland die een publiek warmtenet op lucht in uitvoering heeft en actief opschaalt naar een toekomstbestendig LT‑net. Zandweerd Deventer – LT‑warmtenet (aquathermie) in realisatie Hoewel dit project geen lucht als bron gebruikt, is het een belangrijke LT‑referentie omdat het laat zien hoe wijkgerichte LT‑warmtenetten succesvol worden ontwikkeld en opgeschaald. In Zandweerd realiseert de gemeente Deventer samen met DWA en diverse projectpartners een LT‑warmtenet gevoed door warmte uit de rioolwaterzuivering (aquathermie). De backbone is reeds aangelegd, en het warmtenet wordt gefaseerd uitgebreid richting een totale potentie van ongeveer 2.000 woningen, zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Het systeem werkt met centrale warmtepompen die het water uit de RWZI opwaarderen tot LT‑temperaturen voor ruimteverwarming en aanvullende boosters voor warm tapwater.
Het succes van Zandweerd zit in de sterke publieke regie, de stapsgewijze uitvoeringsstrategie (eerst backbone, daarna clusters), en het benutten van een lokale bron met lage verliezen. Uitdagingen lagen vooral in de governance, het organiseren van een robuust warmtenetbedrijf en het afstemmen van bewonersparticipatie. Dit is opgelost door veel aandacht te besteden aan besluitvorming, publiekscommunicatie en gezamenlijke ontwikkeltafels in de wijk, waarmee het draagvlak geleidelijk groeide en risico’s beheersbaar bleven.
Notitie | 22713-1744538
2
Amsterdam‑Noord – LT‑warmtenet met riothermie (in uitvoering) In Amsterdam‑Noord werken Woonstichting Lieven de Key, Firan en Waternet aan een LT‑warmtenet voor ruim 600 sociale huurwoningen, waarbij gebruik wordt gemaakt van restwarmte uit het rioolwater (riothermie). Dit systeem is relevant als LT‑referentie omdat het laat zien hoe op wijkniveau een betrouwbaar LT‑warmtenet kan functioneren zonder hoge‑temperatuurbronnen. De warmte uit het rioolwater wordt via warmtewisselaars onttrokken en vervolgens door warmtepompen opgewerkt tot LT‑temperaturen die geschikt zijn voor verwarming in deze woningtypologie. Voor tapwater worden boosterinstallaties toegepast. Een belangrijk succesfactor is dat de warmtevraag en de bron geografisch zeer dicht bij elkaar liggen, waardoor distributieverliezen laag blijven en de exploitatie efficiënt is. De grootste uitdagingen lagen in de technische en vergunningstechnische complexiteit van het werken in de riool‑ en waterketen. Deze zijn ondervangen door nauwe samenwerking tussen corporatie, gemeente, waterbeheerder en infraspecialist, en door het inbedden van het project in landelijke kennisprogramma’s zoals NPLW. Daarmee is het project een van de meest relevante LT‑warmtenetvoorbeelden van dit moment.
Europese trend – grote lucht‑warmtepompen in warmtenetten (contextreferentie) Hoewel dit geen Nederlands project is, illustreert het wel de snelle groei van grote lucht‑waterwarmtepompen als bron voor warmtenetten, wat sterk bijdraagt aan de legitimatie van lucht als duurzame bron. Een voorbeeld is het warmtenet in Helsinki (wijk Patola), waar een 33 MW lucht‑warmtepomp vanaf 2026 warmte gaat leveren aan circa 30.000 woningen. De installatie vervangt stapsgewijs biomassa en uiteindelijk fossiele bronnen. Hiermee wordt aangetoond dat lucht ook voor grootschalige warmtenetten technisch en economisch haalbaar is, en dat geluid, ruimtebeslag en betrouwbaarheid goed beheersbaar zijn. Dit soort internationale voorbeelden versterken het perspectief voor Nederlandse gemeenten die, net als in Didam, kiezen voor lucht als pragmatische eerste bron waar andere bronnen (WKO, oppervlaktewater) complex of onzeker zijn.
Notitie | 22713-1744538
3