Bijlage 2 Toelichting VRZ RVU-heffing over Netto FLO-spaartegoed
Tekst van het document
Repara e FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel Inleiding Veel brandweermedewerkers hadden tot 2006 recht op func oneel lee ijdsontslag (FLO). Dit FLO is per 1 januari 2006 afgescha . Voor medewerkers die onder de FLO-regeling vielen, is FLOovergangsrecht afgesproken. Het FLO-overgangsrecht kent voor de grootste groep medewerkers drie elementen: keuzemogelijkheden; minder of niet werken in de eerste periode van het FLOovergangsrecht, werkgeversbijdragen levensloop en inkoop van extra pensioen. Dit overgangsrecht kwam onder druk komen te staan door veranderingen in wet- en regelgeving: het vervallen van de levensloopregeling per 2022, het s jgen van de AOW-lee ijd, vermindering van de fiscale ruimte voor extra pensioenopbouw en verandering van het bruto-ne o traject voor inac even. Met ingang van 1 januari 2018 is er het repara e FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. Het principeakkoord is overeengekomen op 25 maart 2017 en bevat afspraken op hoofdlijnen. De belangrijkste principes van het akkoord zijn: Langer doorwerken: de systema ek van cohorten blij intact, maar er wordt langer doorgewerkt. Verhoging van de ui redelee ijd en meer werken leidt ertoe dat de meeste medewerkers effec ef twee jaar langer werken.
Non-ac eve periode en inkomensgaran e: aansluitend aan het ui reden uit repressieve dienst volgt de periode van non-ac viteit, deze periode eindigt bij het bereiken van de 64-jarige lee ijd. Gedurende de non-ac eve periode is er een ne o-inkomensgaran e van 75% Levensloopregeling: De levensloopregeling eindigt op 1 januari 2022. Het levenslooptegoed wordt zo lang als mogelijk (tot 1/1/2022) opgebouwd en zo lang als mogelijk (tot 1/1/2022) opgenomen ter financiering van de ne o uitkering van 75%. Levenslooppolissen lopen uiterlijk door tot en met 31/12/2021 en worden uiterlijk op deze datum via de werkgever fiscaal belast aan de medewerker uitgekeerd. Compensa e AOW-gat: Medewerkers die op 29 oktober 2016 inac ef waren ontvangen compensa e van het AOW-gat. De tegemoetkoming is gelijk aan de bruto AOW uitkering die voor belanghebbenden volgens de Algemene Ouderdomswet in de desbetreffende maand gegolden zou hebben indien daarop aanspraak zou bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakan egeld. Het akkoord bevat veel formuleringen als “op hoofdlijnen”, “wordt nader uitgewerkt” en “wordt nader onderzocht”.
Tegenvaller FLO-kosten Na overleg met achtereenvolgens de pensioenkamer, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en de Belas ngdienst blijkt RVU-heffing (52%) over de werkgeversbijdrage Ne o FLO-spaartegoed (NFST) onvermijdelijk. Aanleiding Sociale partners in het LOAV hebben de Pensioenkamer ABP verzocht de werkgeversbijdrage NFST als niet pensioengevend aan te merken. Deze vraag gaf aanleiding tot nader overleg met de Belas ngdienst. In het overleg met de Belas ngdienst kwam niet alleen de fiscale regelgeving betreffende pensioenopbouw aan de orde maar o.a. ook de werkgeversbijdrage NFST.
Toelich ng Vóór 1-1-2022 ontving de medewerker met aanspraak op FLO-overgangsrecht een werkgeverbijdrage levensloop. Hierover was geen RVU-heffing (52%) verschuldigd. Ter vervanging van de werkgeversbijdrage levensloop, kennen we sinds 1-1-2022 een werkgeversbijdrage NFST. Deze werkgeversbijdrage wordt bruto aan de medewerker betaald en maakt onderdeel uit van het NFST. Bij de uitvoering van het FLOovergangsrecht haalt de medewerker maandelijks een deel van zijn FLO-uitkering uit het NFST. De werkgever vult dit aan met een bruto FLO-uitkering tot 75% ne o. De tegenvaller is dat de belas ngdienst concludeert dat, in tegenstelling tot de werkgeverbijdrage levensloop, over de werkgeversbijdragen NFST wel een RVU-heffing (52%) verschuldigd is. Dit betekent met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2022 een verhoging van de kosten van het FLO-overgangsrecht. Vervolg Na ambtelijke afstemming (RCDV, vakraden/netwerken, exper eam) volgt in het najaar een ledenbrief aan de besturen van de veiligheidsregio’s met de nodige financiële onderbouwing en een handelingsperspec ef