Bijlage 2. Schriftelijke reactie Zeeuwse Energievisie Walcherse gemeenten
Tekst van het document
Provincie Zeeland College van Gedeputeerde Staten Postbus 6001 4330 LA MIDDELBURG
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
2507379 / 2626804 BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
L Bokhoven
Paul Krugerstraat 1
+31118729612
BIJLAGEN
ONDERWERP
Schriftelijke reactie Zeeuwse Energievisie Geacht College van Gedeputeerde Staten Zeeland, De concept Zeeuwse Energievisie ligt ter besluitvorming voor bij Provinciale Staten en is door u toegestuurd aan de Zeeuwse gemeenten. De Walcherse gemeenten hebben kennis genomen van de concept Zeeuwse Energievisie. Als Walcherse gemeenten hebben we ervoor gekozen om een gezamenlijke schriftelijke reactie op de concept Zeeuwse Energievisie te formuleren. In deze schriftelijke reactie geven wij een aantal essentiële aandachtspunten mee die voor de definitieve besluitvorming geadresseerd en/ of verwerkt moeten worden in de concept Zeeuwse Energievisie. De concept Energievisie Zeeland voorziet duidelijk in een behoefte om verder vooruit te kijken t.a.v. de ontwikkeling van de energie infrastructuur in Zeeland. Door de energietransitie komen er verschillende grote opgaven op ons af: (1) de verdere elektrificatie bij woningen, bedrijven en industrie, (2) de ontwikkeling van warmtenetten en (3) de inzet van groene waterstof, andere energiebronnen en energiedragers. Een duidelijke visie op de te ontwikkelen benodigde energie infrastructuur is hierdoor essentieel omdat het energie systeem complexer gaat worden en een integrale afstemming vraagt. Iets wat voorheen minder logisch leek en waardoor we momenteel met problemen rondom netcongestie te maken hebben.
Er is dus een duidelijke meerwaarde van de energievisie naast o.a. de Regionale Energiestrategie 2.0 (RES 2.0) en de Cluster Energiestrategie Schelde Deltatregio 3.0 (CES 3.0). We kunnen ons goed vinden in de uitgangspunten van de concept Energievisie Zeeland – de Zeeuwse Vuistregels: -
Vraag, aanbod en flexibele opslag bij elkaar Schaarse energiebronnen slim benutten Zuinig omgaan met ruimte en de (Zeeuwse) leefomgeving Onderzoeken en benutten van koppelkansen, systeemintegratie en -innovatie Inzetten op energie besparen Interbestuurlijke en (inter)nationale samenwerking Goede communicatie en participatie
We denken dat het belangrijk is om het transport van energie, of dit nou elektriciteit, waterstof of warmte of een andere energiedrager is, zo kort mogelijk te houden en goed af te stemmen op de eindgebruikers. Schaarse energiebronnen, zoals groen gas, moeten we alleen daar inzetten waar dit ook echt niet anders kan, bijvoorbeeld
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
in oude stadskernen en voor de industrie. Dit geldt ook voor groene waterstof – alleen daar inzetten waar elektrificatie geen oplossing biedt – omdat de productie van waterstof zeer energie inefficiënt1 is en een grote impact heeft op de omliggende omgeving. De energietransitie verandert al veel in ons landschap en heeft effect op onze leefomgeving. Het belang van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe energienetwerken dient daarom ook nadrukkelijk te worden meegewogen en opgenomen te worden in de Zeeuwse Energievisie. We moeten goed nadenken over wat er waar komt en op welke wijze we dit in ons landschap inpassen. We verwijzen hierbij naar de handreiking ‘Energienetwerken; ruimtelijke vormgeven energietransitie’ van het Rijk vanuit het programma Mooi Nederland'. Er zijn veel technische oplossingen voorhanden die kunnen bijdragen aan het oplossen van bijvoorbeeld netcongestie. Dat moeten we nog veel meer inzetten en ontwikkelen en als Walcherse gemeenten willen we daarin met betrekking tot de kennisontwikkeling ook een belangrijke rol spelen. En alles start eigenlijk met het besparen van energie. Dat wat je niet nodig hebt, hoef je ook niet op te wekken. Dit zorgt voor fors minder druk op ons energiesysteem. En, dit kunnen we inderdaad niet alleen. Het is essentieel dat we in goede samenwerking, communicatie & participatie keuzes maken.
Er is een aantal punten die wat ons betreft echt geadresseerd moeten worden in de uiteindelijke Zeeuwse Energievisie: 1.
Grote industriële gebruikers hebben een grote impact op de Zeeuwse energievraag. In de CES 3.0 worden hier door de provincie, de Rijksoverheid en de industrie keuzes in gemaakt. De gemeenten zijn niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de CES 3.0 en uiteindelijk ook niet geïnformeerd over de CES 3.0. De energievraag vanuit de industrie in Zeeland is vele malen groter, zo’n 200PJ, dan de energievraag uit alle andere sectoren bij elkaar, zo’n 41PJ. Hetzelfde geldt ook voor de vraag naar waterstof en transportvermogen. De industrie en de andere sectoren maken gebruik van dezelfde infrastructuur en opwekcapaciteit. Daarnaast heeft de energievraag vanuit de industrie ook impact op dezelfde ruimtelijke puzzel die ook met de andere sectoren moet worden gelegd. De industrie en de andere sectoren kunnen hierdoor niet los van elkaar worden gezien. De industrie wordt nu niet of heel beperkt meegenomen in de Zeeuwse Energievisie. Bepaalde elementen uit de CES 3.0 worden wel benoemd, maar er vindt geen verdere uitwerking plaats in de scenario’s in de Zeeuwse Energievisie. De Walcherse gemeenten vinden dat de Zeeuwse energie infrastructuur in samenhang moet worden bekeken. Met de keuzes die door de provincie, het Rijk en de industrie zijn gemaakt in de CES 3.0 wordt prioriteit gegeven aan de industrie en wordt het Zeeuwse MKB op een tweede spoor gezet.
Het is nu al zo dat netcongestie op het hoogspanningsnet met name veroorzaakt wordt door de vraag naar transportcapaciteit voor de industrie. Dit heeft gigantische gevolgen voor het Zeeuwse MKB. Dit effect voor het MKB moet glashelder zijn voor alle betrokkenen. De keuzes die in de Zeeuwse Energievisie worden gemaakt of bestuurlijk worden voorgelegd moeten over het totale energiesysteem gaan. Deze keuzes uit de CES 3.0 vragen om een groot maatschappelijk, politiek en bestuurlijk draagvlak. a. Ondanks dat de gemeenten niet betrokken zijn geweest bij de CES 3.0, lijkt het ons niet meer dan logisch dat de keuzes uit de CES 3.0 wel worden verwerkt in de uitwerking van de scenario’s in de Zeeuwse Energievisie en dat deze keuzes bestuurlijk worden voorgelegd aan onder andere de Zeeuwse gemeenten. We vinden het daarom belangrijk dat gemeenten een belangrijke stem hebben in de integrale afwegingen die gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld als het gaat om het wel of niet inzetten op de grootschalige productie en transport van waterstof (en waterstofdragers zoals ammoniak). Ten aanzien van de productie en het transport van waterstof en waterstofdragers zouden we graag zien dat er meer ingegaan wordt op de gevolgen voor de omgevingsveiligheid en de risicocontouren die gehanteerd moeten gaan worden.
Dit sluit aan bij de door het OZO verstuurde brief aan het ministerie van KGG van 6 februari 2025 – als reactie op de kabinetsvisie waterstofdragers – waarin eveneens aandacht wordt gevraagd voor omgevingsveiligheid. De inzet van de provincie Zeeland om de kabinetsvisie t.a.v. de ontwikkeling van waterstof te ondersteunen vraagt om een brede maatschappelijk discussie en een integrale afweging. Dit is naar ons inzicht op dit moment onvoldoende tot niet gebeurd. Transparante en openbare besluitvorming hierover is essentieel. b. Deze integrale afweging tussen industrie, MKB, woningbouw, landbouw, natuur en de mate waarin wij vanuit Zeeland bijdragen aan (inter)nationale oplossingen in de energietransitie (bijvoorbeeld t.a.v. waterstof en kernenergie) zou ons inziens een van de te maken politieke keuzes moeten zijn en als zodanig benoemd moeten worden in de Zeeuwse Energievisie. Er is grote onzekerheid over de elektrificatie van de industrie. Er zijn, met uitzondering van Nobian, nog geen maatwerkafspraken gemaakt met de industrie en er is discussie over de levensvatbaarheid van
Bij de productie van waterstof gaat heel veel elektrische energie verloren – 20 tot 40%. Het rendement van waterstof is 60 tot 80% ten opzichte van de direct inzetbare elektriciteit. 1
Blad 2 behorend bij 2507379 / 2615685
sommige grote energieverbruikers. Dat betekent dat het nog onduidelijk is of de elektriciteit en waterstofvraag van de 6 CES-clusters realistisch is. Het Expertplatform Energiesysteem 2050 heeft aangegeven dat niet alle energie-intensieve industrie een toekomst heeft in Nederland omdat andere landen in Europa meer mogelijkheden hebben om tegen lage kosten duurzaam elektriciteit op te wekken dan wel waterstofdragers te produceren. Het Planbureau voor de Leefomgeving is in een rapport van december 2024 kritisch over de haalbaarheid van de plannen: ‘Voor verschillende plannen, waaronder elektrolyse, ontbreekt een sluitende businesscase. De plannen voor elektrolyse voor de productie van groene waterstof tellen op tot in totaal 11 GW in 2030. Die hoeveelheid is onrealistisch door de afwezigheid van een sluitende business case.’ c. In de energievisie moeten deze onzekerheden benoemd worden. Er moeten politieke keuzes gemaakt worden over de wijze waarop Zeeland om wil gaan met deze onzekerheden. Dit moet onderdeel worden van de politieke keuzes in de Zeeuwse Energievisie. 2.
Er spelen grote nationale energieprojecten zoals kernenergie en de aanlanding van wind op zee. Hoewel deze projecten wel effect hebben op ons provinciale energiesysteem worden deze projecten buiten de energievisie Zeeland gehouden. a. Als Walcherse gemeenten willen we meepraten over deze nationale energieprojecten. We vinden het belangrijk dat deze grote nationale energieprojecten in de energievisie worden meegenomen. Eventueel als scenario’s omdat de komst van sommige nationale energieprojecten nog onzeker is. Hier speelt weer de roep om een integrale afweging en betrokkenheid in de regio. Hierbij willen we aansluiten bij de eerste adviezen van gebiedsverbinder Knops over het Rijk-Regiopakket kernenergie waarin hij adviseert om een integrale visie voor de regio te ontwikkelen en de initiatieven voor de energietransitie en de daaraan gekoppelde planning te synchroniseren. b. Hoewel de Zeeuwse Energievisie zich richt op het provinciale energiesysteem lijkt het ons evident dat het advies van dhr. Knops ter harte wordt genomen en dat als deze integrale visie voor de regio is ontwikkeld er een update volgt van de Zeeuwse Energievisie gebaseerd op de keuzes uit deze integrale visie.
3.
Tot slot vraagt het energiesysteem van de toekomst om een integrale en interdisciplinaire afweging. Het eenvoudige systeem van het verleden, met een centrale opwek en distributie naar afnemers, moet worden omgevormd naar een systeem met centrale & decentrale opwek, meerdere energiebronnen en een distributiesysteem waarin zowel invoeding als afname kan plaatsvinden. Dit is een ingewikkelde puzzel die om meer fysieke ruimte vraagt en het raakt meerdere disciplines zoals de woningbouw, inrichting van bedrijventerreinen, mobiliteit en natuur. Het lijkt ons lastig voor GS en PS om besluiten te nemen waar de ruimtelijke impact nog niet goed in kaart is gebracht. a. Wij zouden graag zien dat bij de eerste versie van de Zeeuwse Energievisie aandacht besteedt wordt aan de ruimtelijke impact van de keuzes die worden gemaakt of gemaakt moeten worden. We kunnen hiermee niet wachten op een volgende versie van de energievisie. We verwijzen u nogmaals naar hetgeen wij over ruimtelijke kwaliteit in onze inleiding hebben opgemerkt. De impact van de keuzes in de Zeeuwse Energievisie moeten lokaal worden uitgelegd en de uitvoering moet lokaal plaatsvinden. Daarom is gemeentelijk draagvlak essentieel. b. Het is daarom evident dat een volgende energievisie niet alleen door de provincie wordt opgesteld en vastgesteld.
Ook gemeenten moeten een rol krijgen bij het opstellen van en de besluitvorming over de Zeeuwse Energievisie.
Bij het opstellen van de concept Zeeuwse Energievisie werd voor al deze drie punten verwezen naar de NOVEX en de Ruimtelijke Arrangementen. We vragen ons af of niet al een groot gedeelte van de (politiek bestuurlijke) keuzes, bijvoorbeeld t.a.v. de CES 3.0 en de nationale energieprojecten, niet al op andere tafels zijn of worden genomen en voorwaardelijk worden gemaakt ten aanzien van andere (ruimtelijke) keuzes die nog te maken zijn. Ook vragen we ons af of het logisch is om niet al in een eerder stadium de impact van keuzes in kaart te brengen ten aanzien van andere beleidsterreinen zoals het landelijk gebied, kustverdediging/ waterveiligheid en de identiteit van Zeeland, leefbaarheid en wonen. Een koppeling is noodzakelijk met omgevingsvisie van de verschillende gemeenten, o.a. de Omgevingsvisie Veere 2047, Middelburg 2050 en Vlissingen 2040. Wat willen we zijn als Zeeland? Hoe kan dat het beste geregeld worden door rekening te houden met alle punten die hier boven genoemd zijn? We zullen keuzes moeten maken! Niet alles kan en niet alles kan overal. Er is grote behoefte om hier in gezamenlijkheid het gesprek over te voeren en standpunten over in te nemen. We zien de uiteindelijke Zeeuwse Energievisie als een uitgangspunt voor het Zeeuwse energiesysteem van de toekomst mits de bovengenoemde punten hierin worden verwerkt. Samen met netbeheerders, bedrijven, inwoners,
Blad 3 behorend bij 2507379 / 2615685
ngo’s en overheden ontwikkelen we zo een toekomstbestendig energiesysteem. We zetten daarom in op een goede samenwerking voor de verbeterde uitwerking en uitvoering van de Zeeuwse Energievisie. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Veere, de secretaris, de burgemeester,
E.T. Israël
drs. F.J. Schouwenaar
burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris, de burgemeester,
Aart van den Brink
Yvonne van Mastrigt
burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 4 behorend bij 2507379 / 2615685