Bijlage 2. PvA GGZ-lijn SPUK-IZA rapportage en advies DEF
Tekst van het document
1
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding ____________________________________________________________ 3 2. Opdracht en context __________________________________________________ 3 3. Aanpak en projectstructuur _____________________________________________ 9 4. Algemeen beeld ______________________________________________________ 9 5. Ontwikkelopgaven gemeenten t.a.v. de ggz-lijn SPUK/IZA __________________ 12 6. Uitvoeringsplan _____________________________________________________ 18 7. Tot slot ____________________________________________________________ 28 Bijlage A. Onderzoeksverantwoording _____________________________________ 29 Bijlage B Topiclijst gemeenten interviews __________________________________ 30
2
`
1. INLEIDING In de periode maart tot en met mei 2024 heeft er een Zeeuws brede inventarisatie plaatsgevonden naar de stand van zaken en openstaande opgaven rondom IZA lijn 4 (conform de Roadmap Gezond Leven, VNG). Deze lijn gaat over het bevorderen van de domeinoverstijgende samenwerking voor mensen met psychische klachten. Onder domeinoverstijgend verstaan we in deze rapportage de samenwerking tussen het sociaal domein (gemeente en welzijnsorganisaties), de ggz en de huisartsenzorg. In het eerste deel van deze rapportage gaan we in op de opdracht, aanpak en bevindingen. In het tweede deel van de rapportage vertalen we de bevindingen naar een implementatieplan. Het implementatieplan beschrijft hoe gemeenten bovenstaande drie punten vanuit een Zeeuws netwerk vorm kunnen geven.
2. OPDRACHT EN CONTEXT 2.1 Opdracht Het IZA kent zes gemeentelijke opgaven (zie Roadmap Gezond Leven, VNG, januari 2024) die binnen de regio Zeeland opgepakt dienen te worden. Deze opgaven zijn ook opgenomen in het Regioplan van de Zeeuwse Zorgcoalitie: ‘Samen houden we Zeeland en de Zeeuwse zorg gezond’. Deze opdracht en rapportage richten zich specifiek op de vierde opgave: “Inrichting ketensamenwerking; sociaal domein, huisartsenzorg en ggz”. Concreet gaat het om de volgende concrete opdrachten: 1. Het realiseren van domeinoverstijgende samenwerking voor mensen met psychische klachten. 2. Het stimuleren van een Zeeuws netwerk van laagdrempelige gemeentelijke steunpunten. 3. Het sociaal domein goed aan laten haken op het Netwerk mentale gezondheid Zeeland. In deze opdracht hebben wij ons gericht op: 1. Het in kaart brengen wat er vanuit het sociaal domein reeds aan initiatieven is gestart en wat de ambitie/toekomstvisie van de verschillende gemeenten op de drie opdrachten is; 2. Het in kaart brengen wat er vanuit de ggz (met Emergis als preferente ggz-aanbieder) en huisartsenzorg op dit moment aan de drie opgaven reeds is georganiseerd en waar nog ontwikkelopgaven liggen; 3.
Het opleveren van een implementatieplan waarin wordt beschreven wat er vanuit regionaal perspectief (bijvoorbeeld in de vorm van een lerend netwerk) nodig is om het lokale sociaal domein aan te laten sluiten op de ggz en huisartsenzorg én welke opgaven er voor het sociaal domein nog liggen om aan bovenstaande drie opdrachten te voldoen. 4. Het opstarten van een regionale projectgroep IZA lijn 4.
2.2 Context Voordat we de resultaten van de inventarisatie bespreken, hechten we er waarde aan om eerst kort de context te schetsen. De vierde IZA-lijn is vrij simpel: het gaat om drie behapbare, redelijk af te bakenen en meetbare gemeentelijke opdrachten. Tegelijkertijd is het niet zo eenvoudig. De drie opdrachten vragen om nauwe samenwerking tussen lokale - en regionale partners, wat vraagt om nauwe afstemming tussen lokaal beleid en een regionale visie/koers. Het lokaal beleid van gemeenten wisselt sterk en staat onder druk door een toenemend aantal opgaven die in elkaars verlengde liggen of elkaar direct raken. Combineer dit met de beperkte capaciteit op het gebied van beleid en uitvoering binnen het sociaal domein en de puzzel is compleet. Het ‘afvinken’ van de drie gemeentelijke opgaven moet gebeuren, maar om echt effectief te zijn en verschil te maken voor de inwoner, dienen de drie opgaven goed ingebed te worden in de landelijke en lokale beleidsontwikkelingen én passen bij de regionale koers die wordt gevaren.
3
We gaan hieronder in op het IZA versus het GALA, de financieringsstromen rondom het IZA en GALA (SPUK), de samenhang tussen IZA lijn 4 en de andere IZA-opgaven, de consultatiefunctie ggz de handreiking cruciale ggz en de ggz-vriendelijke gemeente. 2.2.1 IZA versus GALA Landelijk is een Integraal Zorgakkoord (IZA) vastgesteld. Aanleiding is de toenemende druk op de zorg, waardoor de toegankelijkheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg onder druk komen te staan. In het IZA wordt ingezet op passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met nadruk op gezondheid. Het IZA richt zich in eerste instantie op de houdbaarheid van het Zorgstelsel, met als invalshoek de Zorgverzekeringswet. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gaat over een gezonde samenleving, preventie en sociale basis. Het GALA heeft als doel om een stevig fundament voor een gerichte aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis te bouwen. Gemeenten zijn hier aan zet. Het GALA gaat concreet over: ● ● ● ● ● ●
Lokale aanpak terugdringen gezondheidsachterstanden; Gezonde (fysieke) leefomgeving; Versterken van de sociale basis (o.a. aanpak eenzaamheid en ondersteuning mantelzorgers); Een gezonde leefstijl (o.a. vroegsignalering middelengebruik en gezonde voeding); Versterken van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid (raakt nauw aan IZA lijn 4); Domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie-infrastructuur (keten aanpakken die nauw raken aan het IZA omdat ze vragen om regionale coördinatie, samenwerking met zorgpartners vragen en bijdragen aan doelstellingen IZA);
Vanuit het IZA wordt het GALA gezien als voorwaarde voor de beweging naar preventie waar gemeenten een belangrijke rol in spelen. In de figuur hieronder vatten wij het verschil kort samen.
4
2.2.2 Gemeentelijke opdrachten GALA en IZA zijn regionaal vertaald in het regioplan van de Zeeuwse Zorg Coalitie VWS heeft samen met IZA partijen randvoorwaarden opgesteld om de opgaven te vertalen naar regioplannen. De VNG heeft deze criteria vertaald naar een handreiking (Roadmap Gezond Leven). In Zeeland heeft de Zeeuwse Zorg Coalitie (ZZC, bestaande uit 66+ partijen bestaande uit zorg- en welzijnsaanbieders, verzekeraars, provincie, 13 gemeenten, GGD, NZa) een regioplan opgesteld. In dit regioplan zijn 6 gemeentelijke opgaven geformuleerd. De opdracht heeft zoals eerder gezegd betrekking op opgave 4 uit het regioplan. Deze komt overeen met opgave 4 uit het IZA. In onderstaand overzicht hebben wij de rolverdeling t.a.v. de opgave uit het regioplan inzichtelijk gemaakt.
2.2.3 Financieringsstromen rondom IZA Om de opgaven te bereiken zijn er landelijk diverse Specifieke uitkeringen (SPUK) beschikbaar gesteld: 1.
SPUK IZA (150 miljoen euro per jaar) bestemd voor de gemeentelijke inzet op de in de werkagenda opgenomen IZA-onderwerpen (b.v. Laagdrempelige steunpunten, ontwikkeling Mentale gezondheidsnetwerken) zoals opgenomen in het regioplan. Het gaat om middelen die bedoeld zijn voor de inzet op coördinatie en uitvoering van activiteiten op het snijvlak van het medisch-sociaal domein en preventie.
5
2. 3. 4.
5.
Brede SPUK GALA (296 miljoen euro in 2024) bestemd voor de uitvoering van de in de lokale GALA-plannen opgenomen activiteiten. SPUK transformatiemiddelen (in totaal 2,8 miljard euro) bestemd voor de uitvoering van goedgekeurde IZA-transformatieplannen. SPUK Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) (27 miljoen euro in 2024), bedoeld voor de cofinanciering van activiteiten in het sociaal domein die bijdragen aan uitstel van zorg in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Gemeentefonds voor de uitvoering van wettelijke taken: autonome middelen die lokaal worden verdeeld over de verschillende opgaven op basis van lokaal beleid en bestuur.
2.2.4 Samenhang met andere IZA opgaven Zoals gezegd kent het IZA zes opgaven: 1. Regionale samenwerking algemeen (regioplan Zeeuwse Zorg Coalitie en transformatieplannen voor inzet transformatiemiddelen); 2. Toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding/handreiking cruciale ggz (zie verderop); 3. Versterking eerstelijn (versterking organisatie eerstelijnszorg en monitoring van deze effecten, implementatie handreiking kwetsbare ouderen thuis); 4. Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz (voorliggende rapportage); 5. Gezond leven en preventie (regionale preventie infrastructuur en regionale netwerkstructuur professionals); 6. Digitalisering en gegevens (afspraken over aanbod en inzet gebruiksvriendelijke hybride zorg en implementatie handreiking digitale vaardigheden). 2.2.5 Lokale context In onderstaande figuur geven wij de lokale context globaal weer. In de tekst hieronder lichten we de afzonderlijke kopjes nader toe.
Netwerk mentale gezondheid Zeeland Een mentaal gezondheidsnetwerk is een samenwerkingsverband tussen de ggz, huisartsen en het sociaal domein in een regio. Het doel van een mentaal gezondheidsnetwerk is om ervoor te zorgen dat de hulpvraag 6
van mensen met psychische klachten snel en op de juiste plek wordt opgepakt en het versterken van de veerkracht van inwoners. Emergis is als preferente ggz-aanbieder aan zet om het netwerk mentale gezondheid Zeeland in te richten, vandaar dat het logo van Emergis bij dit onderdeel is opgenomen. Dit doet Emergis uiteraard niet alleen, maar samen met de andere ggz-instellingen en betrokken partijen. Een mentaal gezondheidsnetwerk heeft vier functies: 1. Verkennend gesprek (in opstartfase. Eerste pilot in Vlissingen is in mei 2024 gestart, Terneuzen start binnenkort). Het verkennend gesprek is een gesprek tussen de persoon om wie het gaat, professionals uit ggz en sociaal domein en (doorgaans ook) naaste(n) van de persoon. Het gesprek wordt gevoerd vanuit inzichten over herstelbevordering en positieve gezondheid. De hulpvraag en krachten van de persoon staan centraal: de gesprekspartners verkennen oplossingsrichtingen die werken voor deze persoon en maken afspraken over de uitvoering ervan. Het perspectief van persoon (en naaste(n)), van de professionals en ervaringsdeskundigheid zijn daarbij van gelijke waarde. 2. Het transfermechanisme. Het transfermechanisme komt uit het actieprogramma ‘Weg van de Wachtlijst’.
Het transfermechanisme heeft als doel om cliënten die tussen wal en schip dreigen te vallen binnen en indien nodig buiten de regio een passende plek te bieden en de wachtlijsten waar mogelijk in te korten. In Zeeland is hiervoor o.a. de overlegtafel ingericht. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.3.2. 3. Informatie over wachttijden en aanbod in het sociaal domein en ggz. De informatie over wachttijden en aanbod is een functie waarmee wachtlijsten en wachttijden voor zorg en ondersteuning in de regio transparant worden gemaakt. Inzicht in de urgentie van de zorgvragen is hier onderdeel van. Emergis volgt hierin het landelijk advies en heeft een opdracht uitgezet in het IZA om inzicht te krijgen in de manieren waarop regionale informatie kan worden verzameld en hoe dit landelijk technisch ondersteund kan worden. Het idee is om deze informatie breed te verzamelen, waarbij ook wachttijden in de Wmo, welzijn op recept en wonen mee worden genomen. 4. Domeinoverstijgend casusoverleg (optioneel). Het domeinoverstijgend casusoverleg is een overleg over individuele personen. Deze worden anoniem besproken.
In dit overleg organiseren de regionale samenwerkingspartners (huisartsen, ggz, sociaal domein) de passende zorg en/of ondersteuning voor de persoon die - bij één van de samenwerkingspartners om hulp heeft gevraagd, die deze niet, niet tijdig of niet alleen kan leveren (of) - al zorg of ondersteuning van een samenwerkingspartner ontvangt die niet (meer) passend is. Er zijn wel binnen diverse Zeeuwse gemeenten wijktafels of Oggz netwerken waar diverse partners met elkaar (anoniem) casuïstiek bespreken. In veel gevallen zijn de huisartsen hier nog niet bij aangehaakt. Consultatiefunctie ggz De zorgverzekeraars hebben een oproep gedaan aan de preferente ggz aanbieders om een subsidieaanvraag in te dienen voor de consultatiefunctie ggz. De consultatiefunctie ggz voorziet erin dat professionals in het sociaal domein professionals in de ggz kunnen consulteren (bevragen). Het doel van de consultatie is het voorkomen van zorg of het voorkomen van zwaardere zorg. Het gaat hier om domeinoverstijgende samenwerking tussen professionals om cliënten de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding te kunnen bieden in de eigen leefomgeving. Het gaat om het kortdurend inroepen van expertise bij inwoners die geen ggz-behandeling hebben. In Zeeland heeft Emergis een plan ingediend om deze functie breed in te kunnen zetten.
Gemeenten en Emergis gaan verder met elkaar in gesprek over hoe dit vorm te geven en in te richten. Handreiking Cruciale ggz Lijn twee van het IZA heeft het doel het borgen van voldoende capaciteit aan cruciale ggz in Nederland. Cruciale ggz ziet op zorg en ondersteuning voor mensen met de meest complexe hulpvraag. De handreiking cruciale ggz is een hulpmiddel om het gesprek tussen cliëntenorganisaties, aanbieders en financiers aan te gaan. In dit gesprek kunnen de verwachten over en weer worden verduidelijkt, wordt de (boven) regionale/landelijke capaciteit aan cruciale ggz in kaart gebracht. Zo wordt overzicht gecreëerd over welk 7
ggz-aanbod er waar in het land wordt geboden of nodig is. De handreiking cruciale ggz sluit aan bij de opgave tot informatievoorziening over aanbod en wachttijden onder de opdracht ‘netwerk mentale gezondheid’. Emergis is hier als preferente ggz-aanbieder mee aan de slag gegaan en heeft aan de 13 gemeenten twee sporen voorgesteld: ● Spoor één 'smalle aanpak': inventarisatie cruciale ggz binnen Zvw-kader. Dit is inmiddels opgeleverd. Op de link Monitor cruciale ggz kunt u zien welke aanbieders zijn aangemerkt als cruciale ggz. ● Spoor twee 'brede aanpak': verdere verkenning om cruciale ggz te inventariseren vanuit de Wmo, de Jeugdwet en Wlz. Emergis heeft voorgesteld dat gemeenten en het zorgkantoor trekker zijn op dit spoor. Dit is echter nog niet verder opgepakt. Lerend Netwerk Mentale gezondheid - ggz vriendelijke gemeente Het programma ‘ggz vriendelijke gemeenten’ richt zich op:
• • • •
Meer inclusie bereiken voor mensen met psychische problematiek; Gemeenten helpen dit te organiseren; Ondersteuning voor mensen met psychische problemen laagdrempelig en dichtbij huis krijgen; De kosten voor de ggz zoveel mogelijk beperken.
In Zeeland is er een leergang ‘ggz vriendelijke gemeenten’ aangeboden vanuit Zorgbelang Zeeland/Brabant om gemeenten hierin op weg te helpen. Deze leergang is in samenwerking met het CZW-bureau voor de Zeeuwse gemeenten georganiseerd en gefinancierd door het Innovatiefonds. De leergang is afgerond en het borgen van de verworven inzichten en lessen wordt op dit moment vertaald in een conceptontwerp voor een lerend netwerk mentale gezondheid. De uitgangspunten van de ggz-vriendelijke gemeenten sluiten naadloos aan bij de opgave rondom laagdrempelige steunpunten, verkennend gesprek, welzijn op recept en domeinoverstijgend samenwerken. Omdat er vanuit de gemeenten behoeften is aan een regionaal lerend netwerk om in samenhang deze onderwerpen vast te pakken, stellen we voor om gesprekken te plannen om te kijken op welke manier het netwerk mentale gezondheid Zeeland en het gewenste lerend netwerk vanuit het CZW-bureau op elkaar kunnen aansluiten. Zeeuwse Zorg Coalitie De Zeeuwse Zorg Coalitie bestaat uit 71 partijen die samenwerken om de Zeeuwse Zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. De Zeeuwse Zorg Coalitie heeft een regioplan ontwikkeld voor de regionale samenwerking tot 2030 en verder. Voor het uitvoeren van het eerste deel van het regioplan heeft de Zeeuwse Zorg Coalitie financiering aangevraagd vanuit de SPUK/IZA middelen.
Zorgaanbieders kunnen deze financiering gebruiken voor projecten die bijdragen aan de visie in het regioplan. Een overzicht van projecten is hier te vinden. Deze projecten hebben betrekking op alle IZA-lijnen. Projecten die raken aan lijn 4 van IZA zijn onder andere Kerngezond en positieve gezondheid. De zes gemeentelijke opgaven vanuit het regioplan Zeeuwse Zorg Coalitie Het regioplan heeft zes opgaven voor gemeenten opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Organiseren van regionale samenwerking (IZA opgave 5 en GALA opgave); Stimuleren van samenwerking in de eerste lijn, met name huisartsenzorg (IZA opgave 3); Implementeren van de vijf ketenaanpakken (GALA opgave die ook terugkomt in het IZA); Inrichten ketensamenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz (IZA opgave 4); Geven van impuls aan digitalisering en e-health (IZA opgave 6); N.t.b. gemeentelijke opgaven die volgen uit de transformatieplannen.
8
Het is belangrijk om te vermelden dat de gemeentelijke opgaven zoals vermeld in het IZA en GALA breder zijn dan zoals opgenomen in het regioplan van de Zeeuwse Zorg Coalitie.
3. AANPAK EN PROJECTSTRUCTUUR Dit project kende een korte doorlooptijd. Tussen 25 maart en 31 mei 2024 zijn gesprekken gevoerd met de 13 Zeeuwse gemeenten, Emergis, stichting Hersteltalent, Kerngezond, de Zeeuwse Zorg Coalitie en de GGD. De Huisartsenconnectie en Nucleuszorg zijn ook benaderd maar zijn in dit korte tijdsbestek nog niet gesproken dan wel betrokken geweest bij de opdracht. Dit wordt in het vervolg zeker opgepakt. Belangrijkste bron van input zijn de interviews met de 13 gemeenten geweest. Veelal spraken we met meerdere gemeentelijke beleidsadviseurs die werkzaam zijn op het domein van publieke gezondheid, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, zorg en veiligheid dan wel sociaal domein in het algemeen. Naast het interview aan de hand van een topiclijst zijn relevante beleidsdocumenten gedeeld en bestudeerd en is, daar waar dat aan de orde was, input opgehaald bij collega beleidsadviseurs. De topiclijst ging nader in op: beleid mentale gezondheid, domeinoverstijgende samenwerking (welzijn op recept, kerngezond, positieve gezondheid, consultatiefunctie ggz, samenwerking algemeen), laagdrempelige steunpunten en inzet ervaringsdeskundigheid, netwerk mentale gezondheid Zeeland (verkennend gesprek en transfermechanisme). Gezien het korte tijdsbestek van de opgave hebben we ingezet op het efficiënt verzamelen van informatie.
Indien er meer tijd was geweest had het onze voorkeur gehad om een tweede gesprek te voeren om dieper op de materie in te gaan en de richting van het uitvoeringsplan te toetsen. De bevindingen zijn tweewekelijks besproken met de regionaal projectleider IZA. Daarnaast zijn de eind bevindingen en richting van het uitvoeringsplan besproken in een werkgroep waarin drie gemeenten vertegenwoordigd waren. De korte periode van inventarisatie vraagt om een uitwerking in het uitvoeringsplan dat ruimte biedt om gaandeweg te leren en bij te stellen. Op deze manier hebben wij het uitvoeringsplan dan ook beschreven. In bijlage A beschrijven wij de realisatie van de onderzoeksactiviteiten.
4. ALGEMEEN BEELD Vanuit de interviews met de 13 Zeeuwse gemeenten en de zorgpartners komen we tot zeven algemene bevindingen die we in de paragrafen hieronder verder toelichten. • • • • • • •
Startpositie gemeenten is preventiebeleid mentale gezondheid en GALA; Gemeenten pakken opgaven versnipperd op; Gemeenten hebben behoeften aan informatiepunt & sparringpartner; Beperkte capaciteit ten opzichte van grote hoeveelheid opgaven; Er is behoefte aan extra loopvermogen gericht op mentale gezondheid; Opgave IZA en minimale vereisten nog weinig scherp; Diversiteit in waar gemeenten staan.
9
4.1 Startpositie gemeenten is preventiebeleid mentale gezondheid/GALA In de gesprekken hebben we naast de ontwikkelopgaven SPUK/IZA ook stilgestaan bij de wijze waarop gemeenten de sociale basis/preventief beleid op dit moment inrichten en uitvoeren. Zoals we in de inleiding ook schetsten, is het preventiebeleid mentale gezondheid de basis waar gemeenten op voortbouwen met het GALA en de SPUK/IZA. Wanneer we gemeenten vragen naar relevante beleidsdocumenten op het gebied van mentale gezondheid zijn documenten die vaak worden genoemd: plan van aanpak GALA, actieplan/koersplan/beleidsplan sociaal domein, plannen in het kader van preventie/beweging naar voren, visie op het voorliggend veld. Een enkele keer zijn ook beleidsstukken specifiek over aanpak personen met verward gedrag/Wvggz en de woonzorgvisie benoemd en toegestuurd. Het overgrote deel van de gemeenten heeft een lokaal GALA plan opgesteld. In de lokale GALA plannen wordt verder invulling gegeven aan het preventiebeleid en mentale gezondheid. Gemeenten geven vrijwel allemaal aan dat het uitvoeringsplan GALA onder stoom en kokend water opgesteld is en dat zij behoefte hebben om daar nogmaals goed naar te kijken. We zien daarbij dat gemeenten die reeds in preventie (vroegsignalering, samenwerking nulde lijn, laagdrempelig contact) investeren, de stap naar uitvoering van de ontwikkelopgaven IZA makkelijker kunnen maken.
Voorbeelden gemeenten noemen als initiatieven rondom preventiebeleid: • Wijkwerker in Goes. De wijkwerker zou verward gedrag al vroeg kunnen signaleren, zodat ergere problemen voorkomen kunnen worden. • De gemeente Hulst subsidieert de stichting Hulst voor Elkaar voor een groot deel van de uitvoerende taken op het gebied van vroegsignalering, preventie, toegang en vrij toegankelijke voorzieningen. Hierdoor wordt er gericht vanuit één organisatie gewerkt. Hulst voor elkaar heeft ook een tweetal laagdrempelige ontmoetingscentra. Ook adviseren de consulenten van Hulst voor Elkaar inwoners bij Wmo-aanvragen, stellen deze op en dienen deze in bij de gemeentelijke toegang. • De gemeenten Schouwen-Duivenland en Middelburg hebben in samenwerking met stichting Hersteltalent een goedlopend zelfregiecentrum. Deze locaties worden gerund door ervaringsdeskundigen en vrijwilligers en zijn voor alle inwoners toegankelijk. Het aanbod wordt bepaald en aangeboden door (voormalige) hulpvragers zelf. De gemeente Goes heeft recept twee zelfregiecentra geopend. Alle inwoners kunnen hier terecht met vragen of ideeën over hun eigen welzijn of het welzijn van anderen. Deze locaties zijn ook in de avond geopend. • In kleinere gemeenten, zoals de gemeente Reimerswaal, zien we dat er vaak één of twee professionals (procesregisseur) als een spin in het web fungeren.
Doordat deze professionals een groot netwerk hebben, kunnen zij snel schakelen en hulpvragen snel oppakken. • Veel gemeenten maken gebruik van de inzet van Emergis 1NUL1. Zij richten zich op jongeren met een riskante leefstijl op het gebied van alcohol, drugs, internetten, gamen en gokken. Ze werken outreachend en gaan naar plekken waar jongeren te vinden zijn: school, festivals, jongerencentra en op straat. • Een aantal gemeenten noemt ook de regiovisie Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang als preventieve ontwikkeling. Deze visie maakt de vertaalslag van het landelijke programma Weer Thuis naar een regionale aanpak, waarbij preventie van het beroep op beschermd wonen en de maatschappelijke opvang centraal staat. Ervaringsdeskundigheid is opgenomen in de regiovisie.
10
4.2 Gemeenten pakken opgave versnipperd op We zien dat mentale gezondheid een beleidsonderwerp is dat aan veel portefeuilles verbonden is. Over het algemeen raakt het onderwerp aan onder andere gezondheidsbeleid, preventiebeleid, inrichting gemeentelijke toegang, jeugdbeleid, zorg- en veiligheidsbeleid, toekomstscenario jeugd, normaliseren e.a. In grotere gemeenten (waar meerdere beleidsadviseurs sociaal domein werken) is dit onderwerp dan ook vaak bij meerdere collega’s belegd. Dat zorgt ervoor dat er meerdere mensen nodig zijn om het complete overzicht te hebben in visie/beleid en uitvoeringsplannen/uitvoering. In kleinere gemeenten is er vaak één iemand die goed het overzicht heeft over wat er speelt, maar daardoor ook weer weinig tijd heeft om de diepte in te gaan. Er is een duidelijke visie nodig binnen de gemeente op mentale gezondheid, waar parallelle beleidsonderwerpen in samenhang onder hangen.
4.3 Gemeenten hebben behoefte aan informatiepunt & sparringpartner Er is behoefte aan een helder overzicht over wat er vanuit welke opgave opgepakt dient te worden door de gemeenten. Daarnaast zouden gemeenten graag een punt willen waar informatie, ontwikkelingen, ervaringen gedeeld kunnen worden om zo van elkaar te leren, inspiratie op te kunnen doen en handvatten te krijgen om lokaal uitvoering te geven aan de opgaven die er liggen. De behoefte komt voort uit een behoefte naar enerzijds samenhang en overzicht, anderzijds ruimte voor couleur locale.
4.4 Beperkte beleidscapaciteit ten opzichte van grote hoeveelheid opgaven Zowel grote als kleinere gemeenten kampen met capaciteitsproblemen op beleidsniveau. Er liggen veel opgaven, financiële uitdagingen en veranderopgaven rondom jeugd. Er loopt een Zeeuws project op Zorgen veiligheid, de regiovisie op BW/MO, de hervormingsagenda jeugd, GALA, IZA en nog vele andere opgaven. De korte tijdslijnen die er zijn in combinatie met beperkte capaciteit en de hoeveelheid opgaven, maken dat gemeenten niet altijd alles direct uitvoering kunnen geven, of alle GALA en IZA opgaven direct kunnen prioriteren.
4.5 Behoefte aan extra loopvermogen gericht op mentale gezondheid De meeste gemeenten geven aan behoefte te hebben aan extra loopvermogen/capaciteit om uitvoering te geven aan de ontwikkelopgave IZA. Dit speelt zeker in de kleinere gemeenten, maar ook in de gemeenten met grotere inwonersaantallen is deze behoefte geuit. Er speelt op dit moment veel binnen het sociaal domein, waar de IZA-opgave slechts één van de vele onderwerpen is. Er is simpelweg niet altijd de capaciteit beschikbaar te maken binnen de vele ontwikkelingen die er zijn. De behoefte die concreet genoemd wordt is: beleidsadviseurs zetten de lijnen uit (in samenspraak met een regionaal programmacoördinator ggz-lijn en er wordt lokaal loopvermogen georganiseerd om tot formulering en uitvoering te komen van de lokale opgaven rondom mentale gezondheid vanuit de IZA lijn.
4.6 Opgave IZA en minimale vereisten nog weinig scherp Over het algemeen concluderen we dat de ontwikkelopgaven IZA en de minimale wettelijke vereisten waar gemeenten aan dienen te voldoen weinig bekend zijn bij gemeenten. Ook de ontwikkelingen die al in zijn gezet door andere partijen - zoals de overlegtafel en transfertafel van het lerend netwerk mentale gezondheid Zeeland - zijn bij gemeenten vaak niet bekend. Zoals gezegd komt dit deels doordat het IZA slechts één van de vele onderwerpen is die spelen, waardoor er nog niet de tijd is geweest om de relevante documenten goed door te nemen. Anderzijds is er ook veel te winnen in een nauwe regionale samenwerking tussen ketenpartners; zodat ontwikkelingen als de transfertafel eerder en beter bekend zijn bij gemeenten. En tussen gemeenten onderling: zodat niet overal het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden.
11
4.7 Diversiteit in waar gemeenten staan Al met al kunnen we concluderen dat er grote verschillen zijn in waar gemeenten staan en de reikwijdte van hun ambities t.a.v. het IZA. Deels speelt de eerder geschetste beleidsmatige capaciteit hier een rol in, deels spelen ook gemeente eigen kenmerken een rol bij de vraag of iets aansluit bij de behoefte en/of de ligging van hun gemeente. In de tabel wordt een weergave gegeven van de onderwerpen die vanuit IZA ‘moeten’: laagdrempelig steunpunt, domeinoverstijgende samenwerking tussen gemeente, huisartsen en ggz en het verkennend gesprek (vanuit aansluiting op netwerk mentale gezondheid Zeeland). De weergave is bedoeld als informatief overzicht in waar er bijvoorbeeld aanhaak mogelijkheden liggen als het gaat om laagdrempelige steunpunten, maar ook om richting te geven aan de opgaven die gemeenten moeten realiseren. Scenario 1: Behoefte aan informatie, staan nog aan het begin van de opgave Scenario 2: Hebben een visie en zijn de voorbereidingen aan het treffen, en/of zijn net begonnen met het opzetten van de opgestelde visie Scenario 3: Hebben de eerste opgaven reeds lopen en/of deels geëvalueerd en gaan nu aan de slag met de volgende stappen. Scenario 4: Hebben alle opgaven gerealiseerd.
Stand van zaken per gemeente Goes Reimerswaal Borsele Noord-Beveland Kapelle Tholen SchouwenDuiveland Vlissingen Middelburg Veere Terneuzen Hulst Sluis
Netwerk mentale gezondheid
Laag-drempelig steunpunt
Verkennend gesprek
Zelfregiecentrum Buurthuizen Inloop Sociaal loket Kletscorner& wijkcirkel Zorgloket Zelfregiecentrum Warme Huiskamer Zelfregiecentrum Dorpshuis
Domein overstijgende samenwerking
Welzijn op recept
Kerngezond Kerngezond
Kerngezond Kerngezond Kerngezond Kerngezond
5. ONTWIKKELOPGAVEN GEMEENTEN T.A.V. DE GGZ LIJN BINNEN HET IZA De opgaven die voor gemeenten gelden t.a.v. IZA zijn: 1. Het stimuleren van een Zeeuws netwerk van laagdrempelige gemeentelijke steunpunten; 12
2. 3.
Het realiseren van domeinoverstijgende samenwerking voor mensen met psychische klachten; Het sociaal domein goed aan laten haken op het Zeeuws netwerk mentale gezondheid.
In dit hoofdstuk werken we de opgaven verder uit.
5.1 Laagdrempelige gemeentelijke steunpunten Laagdrempelige steunpunten dragen bij aan het maatschappelijk herstel van mensen die door problemen met hun mentale gezondheid hun rollen (dreigen te) verliezen in de maatschappij. Deze steunpunten hebben een belangrijke waarde voor mensen om te kunnen groeien in zelfregie en herstel en staan naast de behandeling die vanuit de ggz geboden wordt. Laagdrempelige steunpunten geven ruimte voor maatschappelijk en persoonlijk herstel op eigen tempo en dragen op die manier bij aan het voorkomen van instroom in de ggz en een versnelde uitstroom uit behandeling. 1 De regie voor laagdrempelige steunpunten ligt bij ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. Gemeenten faciliteren laagdrempelige steunpunten en de rol voor de regionale coördinatie ligt bij het stimuleren van een netwerk tussen de laagdrempelige steunpunten in de regio. In Zeeland zijn er in Middelburg en Schouwen-Duivenland al twee laagdrempelige steunpunten, beiden georganiseerd in de vorm van een zelfregiecentrum. Goes heeft recent twee zelfregiecentra steunpunten geopend, waar ook de wijkwerkers (SMWO) bij betrokken zijn en de ggz (Emergis) in vorm van consultatiefunctie. Deze locaties zijn ook in de avond geopend. In Kapelle vinden verkennende gesprekken plaats met Hersteltalent.
Deze bestaande centra worden gerund door ervaringsdeskundigen en vrijwilligers, onder regie van Hersteltalent. De centra worden op dit moment uit de gemeentelijke middelen, dan wel transformatiemiddelen of innovatiefonds middelen gefinancierd. Deze twee centra lijken op het eerste oog te voldoen aan de kernmerken voor een laagdrempelig steunpunt, zoals geformuleerd in de handreiking ‘handvatten netwerk laagdrempelige steunpunten IZA’. In andere gemeenten zijn geen ontmoetingsplekken/sociale huiskamers die aan de kenmerken van een laagdrempelig steunpunt voldoen, maar wel uit te breiden zijn naar een laagdrempelig steunpunten (niet uitputtend): -
-
-
-
De gemeente Kapelle startte eind vorig jaar met de KletsCorners. Deze zijn bedoeld om mensen met elkaar in contact te brengen, een kopje koffie te drinken en een praatje te maken. De KletsCorners zijn maandelijks en vinden plaats in de bibliotheek en het fruitteeltmuseum. Ook is er een wijkcirkel in Kapelle, waar inwoners één keer per week samenkomen, dingen bespreken en activiteiten organiseren. De wijkcirkels worden door een wijkcirkelcoach en vrijwilliger georganiseerd. In Borssele wordt de indicatie loze dagbesteding ‘De inloop genoemd’. Zij zijn in gesprek met hersteltalent om te kijken naar een zelfregiecentra. De gemeente zou dit mogelijk willen koppelen aan de inloop. De buurtteams in de gemeente Vlissingen zijn in 2023 gestart met warme huiskamers, waar iedereen vanaf 18 jaar wekelijks welkom is voor een luisterend oor en een kopje koffie. De warme huiskamers vinden nu twee keer per week plaats. De gemeente Veere heeft de ambitie om in 2027 in alle kernen een vorm van een laagdrempelig steunpunt operationeel te hebben, waarbij verschillende organisaties (vrijwilligers, welzijnswerkers, maatschappelijk werkers, ondersteuning bij vechtscheidingen, schuldhulpverlening) samen werken.
1https://vng.nl/sites/default/files/2023-10/handvatten-netwerk-laagdrempelige-steunpunten-iza.pdf
13
Deze voldoen nu niet aan de criteria voor een laagdrempelig steunpunt, maar kunnen wel zo worden uitgebreid dan wel omgevormd, onder andere door het betrekken van ervaringsdeskundigheid. Uitbreiding kan in de vorm van bijdrage aan inloopspreekuur. Maar ook een betere benutting van expertise van ervaringsdeskundigen. Denk aan één-op-één begeleiding, of trainingen als herstellen doe je zelf of de WRAP. De meeste gemeenten staan ervoor open om de laagdrempelige steunpunten te ontwikkelen en hebben ook ideeën over vanuit waar dit te doen. Zij geven aan dat regionale ondersteuning en richting hierbij prettig is.
5.2 Domeinoverstijgende samenwerking voor mensen met psychische klachten Deze gemeentelijke opgave benadrukt het belang van goede ketensamenwerking tussen de driehoek sociaal domein, huisartsenzorg en ggz om de ondersteuning en zorg voor mensen met psychische klachten anders en beter te kunnen organiseren. Het doel is om zorg en ondersteuning efficiënter en effectiever te maken door beter samen te werken en de zorg rondom de cliënt te organiseren. De Zeeuwse gemeenten hebben aangegeven op regionaal niveau behoefte te hebben aan een lerend netwerk dat kennisoverdracht in de keten faciliteert en gemeenschappelijke doelen/richting geeft. Rondom de uitvoering van interventies zoals laagdrempelige steunpunten en het Netwerk mentale gezondheid Zeeland is de behoefte om hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij reeds ingezette lokale initiatieven en daarmee te streven naar maatwerk. Aangezien er vanuit de landelijke kaders nog geen duidelijke richtlijnen zijn geformuleerd, hebben we gemeenten vooral gevraagd naar wat zij verstaan onder domeinoverstijgende samenwerking en wat zij daar op dit moment op organiseren. We zien dat er veel initiatieven zijn, die vaak door meerdere gemeenten worden ingezet, zoals: • • • • • • • • • •
Welzijn op recept; Kerngezond, dan wel een variant daarop zoals Goes is Gezond; Positieve gezondheid. Wordt met een verschillende intensiteit ingezet, wisselend van benoemd in beleidsstukken tot volledige scholing professionals nulde en eerste lijn binnen de gemeentegrenzen; Jaarlijks etentje met toegangswerkers, beleidsadviseurs en huisartsen; Wijkwerker/wijkGGZ; OGGZ-overleggen/OGGZ-netwerk; Wijktafel(s); Dementievriendelijke gemeente; Emergis 1-NUL-1; Betrokkenheid ervaringsdeskundigen in beleid en uitvoering.
De initiatieven worden niet altijd in samenhang of vanuit een bepaalde visie ingezet. Regionaal ontbreekt een goede samenwerkingsstructuur/overlegstructuur tussen het sociaal domein, huisartsen en de ggz. Op dit moment wordt er vanuit het CZW-bureau, de regionaal programmacoördinator ggz-lijn en de transformatiemanager IZA van Emergis gekeken naar het opzetten van een lerend netwerk mentale gezondheid. Daarnaast hebben gemeenten behoefte aan een kartrekker die de dwarsverbanden in de gaten houdt met aanpalende opgaven en de samenhang tussen de gemeenten en daarnaast kan dienen als informatiepunt/sparringpartner voor de lokale gemeenten. Deze taak kan worden belegd bij de regionaal programmacoördinator ggz-lijn. Verder komt naar voren dat er behoefte is aan een consultatiefunctie ggz in het sociaal domein. De behoefte aan consultatiefunctie is breed. Gemeenten noemen dat deze van in te zetten kan zijn vanuit het voorliggend veld (inloopcentra), welzijnswerkers, toegangsmedewerkers of bij complexere casuistiek door de procesregisseur. Emergis heeft de consultatiefunctie aangevraagd en toegewezen gekregen en is voornemens om deze breed aan te gaan bieden voor het sociaal domein. Emergis ziet hierin graag de samenwerking met de gemeenten. Vraag en aanbod lijken hier goed op elkaar aan te sluiten.
14
5.3 Netwerk mentale gezondheid Zeeland In Zeeland is Emergis als preferente ggz-aanbieder de kartrekker als het gaat om het organiseren en implementeren van het Netwerk mentale gezondheid Zeeland. Dit netwerk organiseren zij samen met andere ggz-aanbieders en betrokken partijen. Zoals reeds eerder beschreven kent het netwerk vier functies: 1. 2. 3. 4.
Het verkennend gesprek; Transfermechanisme; Informatievoorziening wachttijden; Domeinoverstijgend casusoverleg.
Als het gaat om aanhaking vanuit de gemeenten op deze opgaven is er nog werk te verzetten. Gemeenten hebben het gevoel zeer beperkt te zijn aangehaakt op het netwerk mentale gezondheid Zeeland. Emergis heeft in het afgelopen jaar diverse netwerkbijeenkomsten/leersessies georganiseerd in het kader van mentale gezondheid. Niet alle gemeenten hebben hier (o.a. in verband met beperkte beleidscapaciteit) aan deel kunnen nemen, andere gemeenten hebben ondanks de bijeenkomsten behoefte aan extra informatie. Zo is de informatie over het verkennend gesprek waar gemeenten een belangrijke rol in spelen bij veel gemeenten nog niet helder. Het aanhaken van het sociaal domein op deze opgave verdient dus aandacht. Op dit moment is de stand van zaken t.a.v. deze 4 opgaven in Zeeland als volgt: 5.3.1.Verkennend gesprek Het verkennend gesprek is een gesprek tussen minimaal de inwoner, een professional uit de GGZ en een professional uit het sociaal domein. Aanvullend kunnen ook naaste(n) en een ervaringsdeskundige aansluiten. De huisarts verwijst naar het verkennend gesprek. Het gesprek wordt gevoerd vanuit inzichten over herstelbevordering en positieve gezondheid. Alle huisartsen moeten een aanvraag voor het verkennend gesprek kunnen doen.
De uitgangspunten van het verkennend gesprek zijn: ● De hulpvraag en krachten van de persoon staan centraal; ● De gesprekspartners verkennen oplossingsrichtingen die werken voor deze persoon en maken afspraken over de uitvoering ervan; ● Het perspectief van persoon (en naaste(n)), van de professionals en ervaringsdeskundigheid zijn van gelijke waarde. De eerste pilot is gestart in Vlissingen, de tweede pilot start binnenkort in Terneuzen. De meeste gemeenten hebben van het verkennend gesprek gehoord, maar geven aan zich nog onvoldoende meegenomen te voelen door Emergis over de wijze waarop dit georganiseerd gaat worden in het Netwerk mentale gezondheid Zeeland. Gemeenten vinden het belangrijk om het verkennend gesprek aan te haken op bestaande initiatieven, zodat het geen extra gesprek wordt in een reeks van gesprekken, maar echt meerwaarde biedt voor inwoners en professionals. Ook geven ze aan dat afspraken over het aansluiten van de toegang Wmo en voorliggende voorzieningen op het verkennend gesprek nodig zijn, zodat er een warme doorverwijzing plaats kan vinden als dit nodig is. Gemeenten zien beperkt de meerwaarde van het verkennend gesprek. Gemeenten ervaren het verkennend gesprek op een aantal plaatsen als dubbelop, zeker naast Welzijn op Recept.
In de afbeelding op de volgende pagina geven we de verwijsmogelijkheden van de huisarts visueel weer in de vorm van een flowchart.
15
Verschil met consultatiefunctie GGZ Het verkennend gesprek is een gesprek tussen professionals en de inwoner. De focus van het gesprek ligt op wat de inwoner nodig heeft en wil. De consultatiefunctie is een gesprek tussen twee professionals waar de inwoner zelf niet bij aanwezig is. Het doel van de consultatiefunctie is dat de professional in het sociaal domein handvatten krijgt om de casus verder op te pakken. Verschil met welzijn op recept Welzijn op Recept wordt ingezet bij enkelvoudige sociaal-maatschappelijke problematiek. (ernstige) Psychiatrische aandoeningen zijn een contra-indicatie. Het verkennend gesprek wordt door de huisarts ingezet wanneer het niet duidelijk is of er ggz problematiek of sociaal-maatschappelijke problematiek is, dan wel een combinatie van beide. Doorverwijzing GGZ, overlegtafel, transfertafel: Wanneer psychiatrie duidelijk op de voorgrond staat verwijst de huisarts door naar de ggz. Indien passende (vervolg)zorg niet direct voor de hand ligt of niet gemakkelijk te realiseren is, kan de huisarts een casus aanmelden voor de overlegtafel (cliëntgebonden). Bij bespreking op de overlegtafel wordt gekeken welke ggz-aanbieder het beste aanbod kan bieden op een zo kort mogelijke termijn. De transfertafel is een beleidsmatig overleg waarop voortgang wordt besproken.
5.3.2 Transfermechanisme Bij het transfermechanisme is het de bedoeling dat GGZ-aanbieders elkaar inzicht in de aantallen en soorten zorgvragers die op hun afzonderlijke wachtlijsten staan. Ook kijken zij samen hoe vraag en aanbod beter bij 16
elkaar gebracht kunnen worden, zodat ze mensen op een wachtlijst naar elkaar door kunnen sturen. Door daarbij samen te werken met de verwijzers (veelal huisartsen) komen inwoners sneller op de juiste plek terecht. Ook geeft deze aanpak direct inzicht in de knelpunten en de beschikbare capaciteit van de betrokken GGZ-aanbieders, zodat hier adequaat op kan worden ingespeeld. Ook de regio Zeeland kent wachttijden in de ggz. De wachtlijsten hebben verschillende oorzaken die niet altijd even eenvoudig zijn te duiden en/of op te lossen. Terugkerende problemen die bij analyse naar voren komen is dat de cliënt niet altijd direct op de juiste plek terecht komt en aanbieders tijdens of na afloop van behandeling niet altijd weten wat wel de passende plek voor de cliënt is. Om deze reden is in Zeeland de Overlegtafel Toegankelijkheid en wachttijden ggz Zeeland gestart. Deze overlegtafel is gestart vanuit de landelijke beweging Weg van de Wachtlijst, waarbij Emergis als penvoerder en kartrekker is aangewezen. Bij de overlegtafel sluiten ggz-aanbieders, CZ, huisartsenkoepels en cliëntvertegenwoordiging aan. Recent is aan de gemeenten gevraagd om ook aan te sluiten. In welke vorm dit wenselijk is wordt op dit moment onderzocht. 5.3.3.
Informatie over wachttijden en aanbod Informatie over wachttijden en aanbod is een functie van het netwerk mentale gezondheid waarmee wachtlijsten en wachttijden voor zorg en ondersteuning in de regio transparant worden gemaakt. Inzicht in de urgentie van de zorgvragen is hier onderdeel van. Het doel van deze functie is het efficiënt en flexibel benutten van de beschikbare capaciteit en zorgdragen voor zinvolle (door)verwijzing van inwoners. Deze functie is een IZA-verplichting die geldt voor zowel ggz-aanbieders als het sociaal domein (Wmo, wonen, werken). Het is op dit moment nog niet bekend op welke wijze dit in Zeeland wordt vormgegeven. 5.3.4. Domeinoverstijgend casusoverleg Het domeinoverstijgend casusoverleg is een overleg over individuele personen. Deze worden anoniem besproken. In dit overleg organiseren de regionale samenwerkingspartners (huisartsen, ggz, sociaal domein) de passende zorg en/of ondersteuning voor de persoon die - bij één van de samenwerkingspartners om hulp heeft gevraagd, die deze niet, niet tijdig of niet alleen kan leveren (of) - al zorg of ondersteuning van een samenwerkingspartner ontvangt die niet (meer) passend is. Het domeinoverstijgend casusoverleg kan op verschillende manieren vorm krijgen. Het kan bijvoorbeeld onderdeel zijn van het transfermechanisme.
Ook kan het een plek krijgen bij bestaande regionale overlegstructuren, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis of OGGZ-overleg. De wettelijke verplichting vanuit IZA is dat er in ieder geval een plek is waar ‘individuele’ bemiddelingsvragen kunnen worden besproken. Het is op dit moment nog niet bekend welke vorm dit zal krijgen. Het is de bedoeling om het domeinoverstijgend casusoverleg aan te laten sluiten bij bestaande overleggen.
5.4 Gestelde termijnen Landelijk zijn er richtlijnen opgesteld qua planning waar gemeenten en zorgaanbieders zich naar moeten verhouden. We hebben de richtlijnen vertaald in onderstaand overzicht.
Opgave
Deadline ja/nee en wanneer
Netwerk laagdrempelige steunpunten Domeinoverstijgende samenwerking voor mensen met psychische klachten Aanhaken netwerk mentale gezondheid (NMG)
Eind 2025 moeten alle inwoners (met EPA) in de regio de weg kennen of kunnen vinden naar een laagdrempelige steunpunt. Richtlijnen worden landelijk opgesteld. Nog geen harde deadline Geen concrete termijn
NMG Verkennend gesprek
Voor eind 2024 moeten alle huisartsen in de regio een VG aan kunnen vragen
17
Geen concrete termijn. Realisatie zeeland bijna klaar Na nieuwe vragen wordt er gewacht op nieuwe NMG Informatie over wachttijden en aanbod richtlijnen NMG Domeinoverstijgend casusoverleg (optioneel) Hier zijn geen richtlijnen nog voor en is optioneel. Duidelijk is dat de eerste prioriteit qua deadlines voor Zeeland ligt op het realiseren van het verkennend gesprek, waar Emergis de kartrekker van is. Gevolgd door de laagdrempelige steunpunten in 2025. Waar de gemeenten kartrekker van zijn. NMG transfermechanisme
6. UITVOERINGSPLAN De eerste fase van de GGZ-lijn IZA is vooral gericht geweest op inventariseren waar gemeenten staan, waar hun ambitie ligt, het kennismaken met ketenpartners en het in beeld brengen van de ontwikkelingen die in het kader van de GGZ-lijn IZA op dit moment plaatsvinden. Dit rapport biedt overzicht van deze inventarisatie. Op het OZO van 4 juli 2024 wordt over het vervolg besloten. Op basis van de bevindingen in de vorige hoofdstukken beschrijven we in dit hoofdstuk onze aanbevelingen voor vervolg en het uitvoeringsplan.
6.1 Projectstructuur Bij de GGZ-lijn van het IZA zijn verschillende partijen betrokken. Deels opereren deze organisaties lokaal, deels regionaal. De aansluiting tussen regionale ontwikkelingen en lokaal beleid is enorm belangrijk. Regionaal werkende partners hebben behoefte aan regionale afspraken en eenduidigheid, lokale partners hebben behoefte aan afspraken die passen in het lokale beleid en voor hen uitvoerbaar zijn. Om deze reden stellen we de volgende projectstructuur voor, die we in de afbeelding op de volgende pagina visueel hebben weergegeven:
De gehele gemeentelijke opgave IZA valt onder verantwoordelijkheid van de regionaal programmamanager (preventieve) Gezondheid Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD). Zij coördineert en verbindt de verschillende IZA-lijnen en projecten. De ggz-lijn is één van deze lijnen en wordt opgepakt door een nader aan te stellen regionaal programmacoördinator ggz-lijn. De belangrijkste taken van de regionaal programmacoördinator ggz-lijn zijn:
18
● ● ● ● ● ● ● ●
Zorgen voor regionale samenwerking met partners als Emergis (o.a. in het kader van mentale gezondheid), de huisartsenkoepels, de Zeeuwse Zorgcoalitie en Hersteltalent; Zorgen voor een goede vertaling tussen regionale afspraken naar lokaal beleid; Op de hoogte blijven van landelijke ontwikkelingen op het gebied van de ggz-lijn IZA en deze communiceren naar gemeenten; Gemeenten ondersteunen bij vragen; Evalueren van de verschillende IZA-onderdelen die in uitvoering zijn en stimuleren van verbetering; Organiseren van regionale bijeenkomsten; Houdt verbinding met andere IZA-lijnen en aanpalende opgaven; Aansturen en korte lijnen houden met de subregionale uitvoerend coördinatoren.
Aangezien gemeenten aangeven behoefte te hebben aan extra loopvermogen om de IZA opgaven te implementeren, stellen we voor om te werken met een team van ondersteuners. Zij werken bij voorkeur per subregio, om het onderling leren van buurgemeenten ook te stimuleren. Deze subregionale uitvoerend coördinatoren bieden letterlijk handjes bij het uitwerken van plannen van aanpak en de implementatie van de drie opgaven. Dat betekent dat lokale gemeenten kunnen bepalen hoe zij deze mensen inzetten, met uiteraard de randvoorwaarde dat het gaat om de implementatie van de IZA-opgave die bij de ggz-lijn hoort. De taken van de subregionale uitvoerend coördinatoren zijn: ● Zorgen voor een goede vertaling van regionale afspraken naar lokaal beleid; ● Zorgen voor samenhang in de lokale beleidsvorming (niet het sec implementeren van een vinklijstje); ● Ondersteunen beleidsadviseurs bij voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming; ● Implementatie van IZA-onderdelen en contact met uitvoeringspraktijk; ● Vastleggen van werkwijzen zodat een regionale kennisbank kan worden aangelegd; ● Gemeenten binnen subregio en regionaal aan elkaar verbinden wanneer daar aanleiding toe is, zodat van elkaar kan worden geleerd. Het derde onderdeel van de projectstructuur is de werkgroep. De werkgroep dient vooral als toets op de richting die door de regionaal programmacoördinator ggz-lijn wordt ingezet.
De werkgroep bestaat uit een afvaardiging van de dertien Zeeuwse gemeenten (bij voorkeur uit elke subregio minimaal één gemeente), een afvaardiging vanuit Emergis als preferente ggz-aanbieder, de huisartsenkoepels en een afvaardiging vanuit stichting Hersteltalent. In samenwerking met de projectleider ketenaanpakken kijkt de regionaal programmacoördinator of de verschillende werkgroepen op elkaar kunnen aansluiten, zodat de reistijd van de betrokken ambtenaren zo beperkt mogelijk blijft. Ditzelfde geldt voor het lerend netwerk ketenaanpakken en het lerend netwerk mentale gezondheid. De inzet van de regionaal programmacoördinator en de subregionale uitvoerend coördinatoren kan worden gefinancierd uit de IZA-middelen die regionaal zijn toegekend ten behoeve van de coördinatie op de uitvoering van IZA-activiteiten.
6.2 Beschrijving opgaven GGZ-lijn SPUK/IZA 6.2.1. Laagdrempelige steunpunten Opgave De opgave luidt: Iedere regio ontwikkelt een regionaal netwerk (wat leidt tot een landelijk dekkend netwerk) van laagdrempelige steunpunten. Dit zijn bijvoorbeeld herstel- en zelfregiecentra waar elke inwoner, met name mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, toegang tot heeft. Deze punten worden gerund door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, ondersteund door sociaal werkers en staan in verbinding met ggz-professionals. Huisartsen zijn daarnaast een aanspreekpunt. Mensen met een ernstige psychiatrische aandoening moeten uiterlijk in 2025 de weg weten te vinden of actief verwezen worden naar
19
de laagdrempelige regionale steunpunten (Roadmap Gezond Leven, VNG). De rol van de gemeente is organisator. Minimale vereisten De laagdrempelige steunpunten zoals bedoeld in de IZA-opgave, dienen aan tien kenmerken te voldoen: 1. Een laagdrempelig steunpunt is voor iedereen laagdrempelig toegankelijk en in het bijzonder voor mensen met een (ernstige/langdurige) psychische (EPA) en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheid en hun naasten. 2. Het steunpunt is gericht op leren, herstel en ontwikkeling, dit gaat verder dan alleen een luisterend oor en koffie. 3. Zowel bezoekers/deelnemers als medewerkers hebben iets te halen én te brengen. Er is sprake van co-creatie en gezamenlijk eigenaarschap. 4. De ondersteuning krijgt vorm vanuit de behoeften van de mensen die het steunpunt bezoeken. 5. Op een steunpunt ziet men elkaar als mens, niet als cliënt of hulpverlener. 6. Er is sprake van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, op basis van wederzijds begrip, herkenning en erkenning. 7. Er wordt gewerkt vanuit ‘wat past bij jou’, zonder stappenplannen of protocollen, er is een aanbod van methodische zelfhulp dat zich vanuit co-creatie en peer-support steeds verder ontwikkelt. 8. In het steunpunt komt collectieve ervaringskennis samen. 9. In het steunpunt zijn ervaringsdeskundigen en/of ervaringswerkers in de lead. 10.
Er is samenwerking met de formele en informele (keten)partners, zoals: de gemeente, welzijnsorganisaties, huisartsen en (ggz)zorgaanbieders. Zo kan afstemming makkelijk plaatsvinden en kunnen mensen indien nodig worden gekoppeld aan de voor hen juiste personen of instanties. Op basis van de opgave stellen wij de volgende meetbare, minimale vereisten voor de regio, te behalen uiterlijk Q4 2026: • Iedere gemeente beschikt over een laagdrempelig steunpunt, of heeft afspraken met een nabijgelegen gemeente over het beschikbaar stellen van een laagdrempelig steunpunt; • Er vindt regionale uitwisseling plaats tussen de verschillende lokale laagdrempelige steunpunten om van elkaar te leren en te inspireren; • Er zijn afspraken met regionale partners (ggz, huisartsenkoepels) over hun betrokkenheid bij de laagdrempelige steunpunten. En de volgende meetbare, minimale vereisten voor individuele gemeenten, te behalen uiterlijk Q4 2026: • Inwoners hebben minimaal één dagdeel in de week toegang tot een laagdrempelig steunpunt; • Het laagdrempelige steunpunt en het aanbod ontstaat uit eigen initiatief van bezoekers en ervaringsdeskundigen/vrijwilligers, waarbij eigen regie, zelfhulp en peer support voorop staan; • Gezien de laagdrempeligheid, wordt dit steunpunt fysiek, en idealiter binnen de eigen gemeentegrens georganiseerd en is voor inwoners goed bereikbaar.
Mocht dit niet haalbaar zijn, zijn afspraken met een naastliggende gemeente over het beschikbaar stellen van een laagdrempelig steunpunt mogelijk; • Lokale verwijzers (huisartsen, toegang, welzijnswerk) kennen het laagdrempelig steunpunt en verwijzen inwoners hiernaartoe; • De ervaringsdeskundigen en vrijwilligers die het steunpunt organiseren weten inwoners lokaal door te verwijzen naar partners als dit nodig is (kennen de weg in het lokale netwerk); • Het laagdrempelig steunpunt voldoet op termijn - idealiter binnen een jaar - (bij opstart niet noodzakelijk, via uitbreiding te behalen) aan de kenmerken van een laagdrempelig steunpunt. Grotere ambitie Het is aan individuele gemeenten in hoeverre zij ambities hebben om de laagdrempelige steunpunten grootschaliger te organiseren dan de minimale vereisten. • Een goede eerste stap is om het aantal dagdelen dat het steunpunt open is uit te breiden. Dit draagt in grote mate bij aan de laagdrempeligheid en het bereik van het steunpunt. 20
•
•
•
•
Daarnaast draagt uitbreiding in het aantal locaties binnen de gemeente (verschillende kernen of wijken) ook bij aan de laagdrempeligheid én geeft dit de steunpunten de mogelijkheid om nog beter in te spelen op de specifieke vragen en behoeften vanuit de inwoners. Dit kan van kern tot kern en wijk tot werk sterk verschillen. Koppel de lokale toegang en het steunpunt aan elkaar. Zodat wanneer er een hulpvraag ontstaat waar het steunpunt geen oplossing voor heeft en Wmo-ondersteuning uitkomst kan bieden, een aanvraag snel kan worden opgepakt en ingezet. Zeker bij mensen die bekend staan als zorgmijdend, kan een het contact op een steunpunt daar verandering in brengen. Sluit het steunpunt aan op bestaande (particuliere) initiatieven, zodat zij elkaar in waarde kunnen versterken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan sport- en beweegactiviteiten die in de gemeente worden georganiseerd. Inzet consultatiefunctie GGZ. Een laatste mogelijkheid is het verkennen van de inzet consultatiefunctie GGZ. In de zelfregiecentra in Goes wordt de inzet van de consultatiefunctie GGZ in pilotvorm getoetst.
Implementatie Regionale samenwerking met Hersteltalent Vanuit de regionale opdracht die er ligt is contact geweest met Stichting Hersteltalent. We hebben Hersteltalent gevraagd om een aanbod te doen aan de gemeenten, gebaseerd op een vaste prijs per dagdeel. We willen hierbij benadrukken dat er voor Hersteltalent is gekozen, omdat zij logischerwijs een passende partij zijn. Ze werken Zeeuws breed, hebben dan ook een Zeeuws breed netwerk, reeds ervaring met de steunpunten die zij hebben opgezet en beheren in Middelburg, Schouwen-Duiveland en sinds kort ook in Goes. Daarnaast hebben zij de mogelijkheden om ervaringsdeskundigen op te leiden en hun personele capaciteit te laten groeien. Er zijn voordelen aan het regionaal inkopen en organiseren van de laagdrempelige steunpunten bij één partij, omdat het vormen van een regionaal dekkend netwerk eenvoudiger te organiseren is, er een eenduidige basis is, die naar specifieke lokale behoeften kan worden aangepast en de overhead kosten beperkter zijn wanneer er op grotere schaal ingezet kan worden. Wij stellen voor om vanuit de SPUK-IZA middelen een gelijk bedrag per gemeente beschikbaar te stellen om dit in te kopen. Hersteltalent is bereid dit te leveren. Het staat gemeenten vrij om een andere partij te zoeken voor de invulling hiervan.
Geleidelijke opbouw aantal steunpunten in de regio We stellen voor om te werken met een geleidelijke start van de laagdrempelige steunpunten. Enerzijds om zo te leren van wat de opstart vraagt, anderzijds ook om Hersteltalent de mogelijkheid te geven hun personele capaciteit geleidelijk uit te bouwen en de steunpunten zo van goed opgeleide ervaringsdeskundigen te kunnen voorzien. Ook vraagt het ‘ombouwen’ van de bestaande initiatieven in gemeenten naar laagdrempelige steunpunten en het inpassen van de minimale vereisten in het lokale beleid (afhankelijk van waar een gemeente nu staat) ook tijd. Concreet betekent dit dat: • Er in 2024 financiering voor zes laagdrempelige steunpunten (één dagdeel in de week) is; • We dit in 2025 uitbreiden naar tien steunpunten; • Er in 2026 in alle dertien gemeenten minimaal één laagdrempelig steunpunt gerealiseerd is. Daarbij stellen we voor om in 2024 (vanaf Q3) in ieder geval de drie bestaande steunpunten te financieren en daarnaast drie gemeenten de gelegenheid te geven om ook in 2024 nog te starten. Gezien het budget dat beschikbaar is, is het wenselijk om deze opstart op zo kort mogelijke termijn te realiseren en is een uitgebreide selectieprocedure in onze ogen onwenselijk.
Een korte mail vanuit een gemeente zou voldoende moeten zijn, die vervolgens wordt beoordeeld door Hersteltalent, de regionaal projectleider IZA en regionaal programmacoördinator ggz-lijn. Dit vindt idealiter nog voor de zomer plaats. Wat betreft de locatie van de laagdrempelige steunpunten zijn onderstaande tips nuttig: • Start bij het bestaande aanbod, of in wijken waarbij verbindingen tussen het wijkteam, welzijnsorganisatie en ggz al goed loopt; 21
• •
Voor stedelijk gebied: start in wijken/kernen waar de zorgkloof hoog is (veel ggz-gebruik en weinig professionals); Voor gemeenten met een lage bevolkingsdichtheid: start met het uitbreiden van bestaande initiatieven (inloophuis, buurtcentrum, bibliotheken) met een dagdeel in de week waarbij ervaringsdeskundigen aanwezig zijn.
Na selectie is het zaak om de doelstellingen van het laagdrempelig steunpunt en het lokale beleid en lokale infrastructuur met elkaar te verenigen in een plan van aanpak. Ondersteuning vanuit de regio bij opstart en implementatie laagdrempelige steunpunten Regionale coördinatie is gewenst om goede afspraken te maken met Hersteltalent over de inzet en de visie waar naartoe gewerkt wordt. Zo valt te denken aan digitaal aanbod wat beschikbaar is, maar ook naar een regionale structuur, waarbij er in gemeenten een soort ‘dependances’ ontstaan van grotere steunpunten waarop meer aanbod (denk aan trainingen zoals herstellen doe je zelf of de WRAP). Ook kan de regionale coördinator zorgen voor het gesprek met regionale partijen om aangehaakt te zijn op de steunpunten en op welke manier. De subregionale uitvoerend coördinatoren kunnen (vanaf Q4 2024) lokaal ondersteunen bij het opstellen van het plan van aanpak, de implementatie en de evaluatie. Planning De eerste drie gemeenten zijn gestart. De overige drie gemeenten dienen nog vastgesteld te worden. In onderstaande tabel zijn daarom vanaf gemeente vier geen specifieke gemeentenamen gebruikt. Eind 2025 zijn nog niet alle 13 gemeenten voorzien. Het streven is in dat jaar de nog niet gerealiseerde gemeenten gebruik te laten maken van de andere 10 gemeentelijke locaties.
2024
2025 Q2/Q3/Q4
2026
Q3
Q4
Q1
Q1
Q2/Q3/Q4
SchouwenDuiveland
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Middelburg
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Goes
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 4
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 5
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 6
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 7
Selectie
Gestart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 8
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 9
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 10
Selectie
Opstart
Gestart
Gestart
Gestart
Gemeente 11