Bijlage 2. Nota risico grondbedrijf Middelburg 2025-2045 (openbare samenvatting)
Tekst van het document
GRONDBEDRIJF MIDDELBURG 2025-2045 openbare samenvatting doorrekening en risicoanalyse per februari 2026
Onno van de Velde Ad van den Kieboom Leefomgeving Maart 2026
INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3.
4. 5. 6.
7. 8.
Inleiding en verantwoording 3 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige doorrekening (februari 2025) Uitgangspunten berekeningen 6 3.1 Algemene uitgangspunten 3.2 Analyse huidige marktsituatie 3.3 Uitgangspunten basisscenario: woningbouwprogramma 3.4 Uitgangspunten basisscenario: bedrijventerreinen 3.5 Uitgangspunten reserve, voorziening en winstneming De diverse locaties Risico’s en kansen Resultaten doorrekening basisscenario 6.1 Resultaat 6.2 Voorziening grondbedrijf 6.3 Verwachte kosten en opbrengsten Resultaten doorrekening risicoscenario Eindconclusies en voorstellen 28 8.1 Eindconclusies 8.2 Adviezen
4
6 8 11 11 12 15 16 18 18 23 23 25
28 29
Afbeeldingen voorzijde : woningen Churchill-laan, Mortiere Ensemble en Hazenburg Noord
1.
INLEIDING EN VERANTWOORDING
Deze doorrekening moet gezien worden als een momentopname. De markt is voortdurend in beweging, jaarlijks zijn er mee- en tegenvallers. Soms gaan geplande exploitaties uiteindelijk niet door waartegenover weer nieuwe op dit moment nog niet voorziene ontwikkelingen staan. De doorrekening moet dan ook regelmatig worden bijgesteld. Op basis hiervan kan steeds opnieuw beoordeeld worden hoe het Grondbedrijf er financieel voorstaat. De uitkomsten van de doorgerekende scenario’s hangen verder in belangrijke mate af van politieke keuzes over op welke locaties ontwikkeld gaat worden en in welke omvang.
De gemeente Middelburg heeft indertijd met het vaststellen van de Kwaliteitsatlas Middelburg 2030 en de in januari 2010 vastgestelde herziene versie van deze kwaliteitsatlas een toekomstvisie vastgelegd. Tot 2024 was deze atlas de basis voor het te voeren beleid en zijn diverse plannen daaruit tot ontwikkeling gekomen en veelal nog in ontwikkeling. Begin 2024 is de Omgevingsvisie Middelburg 2050 vastgesteld die de Kwaliteitsatlas vervangt en vanaf dat moment geldt als uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid van de gemeente Middelburg.
In de nota die nu voorligt is op peildatum februari 2026 een nieuwe doorrekening gemaakt van het Grondbedrijf van de gemeente Middelburg voor de periode tot en met 2045. De vorige doorrekening waarmee vergeleken wordt dateert van februari 2025. Naast een basisscenario is ook een risicoscenario uitgewerkt. Tevens wordt ingezoomd op een aantal specifieke risico’s, welke veelal verwerkt zijn in het risicoscenario. De nota dient als onderlegger voor de Paragraaf Grondbeleid in de jaarrekening over 2025 en de begroting voor 2027. Daarnaast zal bij de bestuursrapportage de begroting 2026 worden gewijzigd op basis van deze nota, zodat bij de jaarrekening 2026 vergeleken kan worden met de cijfers uit de doorrekening die nu voorligt.
In verband met de ambities en verwachtingen voor woningbouw en bedrijven heeft de gemeente op basis van een actief grondbeleid in het verleden de nodige gronden aangekocht. Hoewel eind 2016 besloten is om niet langer per definitie een actief grondbeleid te voeren, blijft dit voor de gronden die reeds in het bezit van de gemeente zijn wel een gegeven. Begin 2025 is voor twee nieuwe locaties (Brigdamseweg en Poppenroede) een voorkeursrecht gevestigd, met de bedoeling op deze locaties een actief grondbeleid te voeren. Een actief grondbeleid brengt zowel kansen als risico’s met zich mee. In de in september 2025 vastgestelde herziene Nota Grondbeleid is, gelet op de grote opgaven die er zijn en de noodzaak en wens om regie te kunnen voeren, benoemd dat bij nieuwe locaties weer eerder voor een actieve benadering gekozen zal worden dan de afgelopen tien jaar het geval was. Het is belangrijk om voortdurend inzicht te hebben in de mate waarin aankopen kunnen worden terugverdiend en risico’s kunnen worden opgevangen, zodat beleid hierop afgestemd kan worden. Er wordt daarom jaarlijks een doorrekening van het Grondbedrijf gemaakt.
De nota is net zoals haar voorgangers vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor intern gebruik. Om die reden is deze openbare samenvatting gemaakt. Deze kent grotendeels dezelfde opzet als de doorrekening zelf, waarbij vertrouwelijke informatie (inclusief de meeste bijlagen) eruit is gehaald en de tekst deels is samengevat. De nummering van de
Onno van de Velde en Ad van den Kieboom, maart 2026
-3-
hoofdstukken en paragrafen correspondeert met die uit de complete doorrekening.
-4-
2.
BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE VORIGE DOORREKENING (FEBRUARI 2025)
besloten is deze gronden alleen nog uit te geven om knelpunten voor bedrijven in de gemeente op te vangen. In het risicoscenario is, evenals vorig jaar, opgenomen dat volledig van ontwikkeling van Trekdijk wordt afgezien. 3. In 2025 herziene opzetten voor een aantal lopende exploitaties Voor de locaties Rittenburg III en Cleene Hooge zijn herziene exploitatieopzetten vastgesteld. In 2025 is een nieuwe grondexploitatie opgesteld, die voor Hart van Griffioen, en begin 2026 vastgesteld. Eind 2025 zijn de exploitatieopzetten voor Mortiere SOK en Ramsburg Dampoorthof herzien en in het eerste kwartaal van 2026 door de gemeenteraad vastgesteld. 4. Nieuwe uitgangspunten/aannames voor enkele locaties nog niet vastgelegd in herziene exploitatieopzet a. Essenvelt. Op basis van recente ervaringen zijn de verwachte nog te maken kosten verhoogd. b. Ramsburg Dampoorthof. Hogere kosten bodemsanering dan eerder geraamd. c. Sint Laurens Noord. De in de vorige doorrekening als risico opgenomen spuitzone heeft zich daadwerkelijk gemanifesteerd waardoor minder woningen gebouwd kunnen worden en minder uitgeefbare grond kan worden uitgegeven. Tevens is nu rekening gehouden met aanzienlijke kosten voor een rotonde aan de Wilgenhoekweg, die bovendien ook leidt tot minder uitgeefbare grond. d. Oranjepolder.
Ook hier zijn er kosten in verband met een spuitzone en aangepast plan Woningbouwvereniging Arnemuiden. e. Churchill-laan. Hogere kosten bouw- en woonrijp maken dan eerder geraamd.
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige doorrekening zijn: 1.
2.
Scenario’s woningbouw (aantallen) In de nieuwe doorrekening wordt in het basisscenario uitgegaan van een hoger aantal woningen. Het totaal aantal woningen is 394 hoger en het aantal woningen op eigen locaties is 152 hoger. Het aantal woningen wat gedacht is op door derden te ontwikkelen locaties is derhalve 242 hoger. De belangrijkste eigen locaties waar nu met meer woningen gerekend is, zijn Hart van Griffioen en de laatste, nog te ontwikkelen, fase van Hazenburg Noord. Bij locaties van derden gaat het om enkele nieuwe locaties als de Ontmoetingskerk, Oude Rijksweg Nieuwland en Sturm Sint Laurens. Op de locatie Amarantis in Sint Laurens is uitgegaan van een hoger aantal woningen op basis van een recent ingediend plan. In het risicoscenario wordt met minder woningen dan in het basisscenario (415 minder) en vooral een langzamer ontwikkeltempo gerekend. Daarnaast zijn in dit scenario een aantal specifieke risico’s verwerkt. Aangepaste scenario’s bedrijventerrein De scenario’s zijn vrijwel gelijk aan die van vorig jaar. In het basisscenario is de aanname gedaan dat de gemeenteraad (medio 2026) een besluit zal nemen over het bedrijventerreinprogramma Walcheren, en in het kader daarvan besluit de ontwikkeling van Trekdijk volledig voort te zetten.
Voor Mortiere Bedrijventerrein-Zuid is rekening gehouden met een tragere uitgifte dan commercieel mogelijk zou zijn omdat, rekening houdend met de zeer kleine voorraad,
-5-
f.
Hazenburg Noord fase 2. 100 in plaats van 70 woningen in dit plan. g. Schenge 6-8. Niet langer 100% sociale woningbouw maar 2/3 middenhuur en ‘betaalbare koop’ en 1/3 ‘vrije sector’. 5. Aangepaste parameters/eenheidsprijzen/verkoopprijzen Het rentepercentage is ten opzichte van de vorige berekening gelijk gebleven (langdurig 1,5%). Ten opzichte van 2025 zijn de eenheidsprijzen voor bouw- en woonrijp maken waarmee gerekend is met 3,5% verhoogd. De uitgifteprijzen voor bouwgrond voor woningbouw zijn met 3,5% verhoogd voor betaalbare koopwoningen, met 2% voor middenhuurwoningen en met 6% voor koopwoningen in de vrije sector, waaronder vrije bouwkavels. De grondprijs voor sociale huurwoningen is op basis van de gemaakte afspraken met 3,47% verhoogd. Voor bedrijfsgronden is gerekend met 22% hogere grondprijzen. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt gerekend met 3% kostenstijging per jaar. Vanaf 2029 wordt gerekend met 2% inflatie. Voor de opbrengstenstijging wordt voor 2027 en 2028 gerekend met 2,5%. Vanaf 2029 wordt uitgegaan van 2%. 6. Verschillen met risicoscenario vorige doorrekening In het risicoscenario in de berekening van 2026 zitten meer woningen dan in het risicoscenario van februari 2025 (+525). Dit is vooral het geval na 2032. Het risico is vooral dat het langer duurt om locaties tot ontwikkeling te brengen.
De kostenstijging is anders berekend (3,5% in de periode 20272028 en 3,0% daarna, ten opzichte van 5% in 2027, en 3,5% vanaf 2028. Een aantal risico’s heeft zich in 2025 daadwerkelijk gemanifesteerd, met name de spuitzones in Oranjepolder en Sint Laurens Noord en zitten nu ook in het basisscenario.
-
-6-
Nieuw in het risicoscenario zijn het in het geheel niet kunnen doorgaan van de ontwikkeling van Hazenburg Noord fase 2 en een tweede fase in Oranjepolder. En tevens het niet kostendekkend kunnen verkopen van de gronden in Cleene Hooge die niet in exploitatie worden genomen.
3.
UITGANGSPUNTEN BEREKENINGEN
3.1 Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de doorrekening wordt rekening gehouden met diverse beleidsdocumenten en afspraken met andere overheden en met de corporaties.
Op 10 november 2022 is de Woonvisie 2023-2027 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor het grondbedrijf zijn vooral de daarin opgenomen beleidskeuzes voor nieuwbouw van belang. Het belangrijkste element hier is dat nieuwbouw complementair moet zijn en doorstroming moet bevorderen. Hierbij is met name aandacht voor de toenemende behoefte aan nultredenwoningen (deels appartementen maar zeker ook grondgebonden). Door meer van deze woningen te bouwen, nemen de doorstroommogelijkheden voor ouderen toe en komen andere woningen beschikbaar voor andere doorstromers maar ook voor starters.
Bevolkings- en huishoudensprognose provincie Zeeland 2022 en het woningmarktonderzoek door de Stec Groep voor de Woonvisie 2023-2027 In 2022 is de laatste Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose gepresenteerd. Per gemeente is een huishoudensprognose in beeld gebracht. Voor de gemeente Middelburg wordt voor die gehele periode groei van het aantal huishoudens verwacht.
-7-
Daarnaast wil men ook het realiseren van meer (midden)huurwoningen bevorderen en is geconstateerd dat flexwoningen in de huidige economie noodzakelijk zijn om in passende huisvesting te kunnen voorzien
rekening houdend met circa 925 woningen die inmiddels al gerealiseerd of in aanbouw zijn, bedraagt ongeveer 2.240. Nota Grondbeleid Op 25 september 2025 is de meest recente Nota Grondbeleid vastgesteld. Ten opzichte van de vorige versie uit 2021 is nog steeds sprake van een situationeel grondbeleid, dat wil zeggen, dat per locatie een afweging wordt gemaakt over het gewenste/benodigde grondbeleid. Daarbij wordt, gelet op de grote opgaven die er zijn, eerder dan in het nabije verleden het geval was een actieve benadering voorgestaan. Daarnaast is de nota geactualiseerd in verband met nieuwe wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet en nieuwe stellige uitspraken van de commissie BBV en zijn de gevolgen van de Didam-arresten verwerkt.
Zeeuwse Woondeal Voor het terugdringen van het nationale woningtekort moeten volgens het Rijk tot en met 2030 936.349 woningen worden gerealiseerd. Daarvoor is het nodig dat de woningbouwproductie toeneemt tot 100.000 woningen per jaar. Twee derde van de woningen moet betaalbaar zijn, waarvan 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (middenhuur- en koopwoningen onder de 420.000 euro, prijspeil 2026). In het licht van de nationale woonopgave heeft de Provincie Zeeland in oktober 2022 afspraken gemaakt met het ministerie, die in 2023 zijn vastgelegd in de Zeeuwse woondeal. Van deze afspraken is een regionale doorvertaling gemaakt naar de gemeenten. Voor de uitvoering van de Woondeal zijn afspraken gemaakt op subregionaal niveau. Voor de regio Walcheren bedraagt het bruto aantal te realiseren woningen 7.255 tot en met 2030. Hiervan valt 59% binnen de categorie ‘betaalbaar, inclusief 37% sociale huurwoningen.
Belangrijke elementen in de huidige Nota grondbeleid zijn: 1. 2. 3. 4.
Voor Middelburg specifiek was de bruto opgave 3.260 woningen. De netto plancapaciteit (dus minus sloop en vervangende nieuwbouw) was 2.865 woningen. Daar komt nog een opgave om statushouders te huisvesten bij. In de doorrekening is overigens op grond van wat nu bekend is aangenomen dat deze taakstelling tot 2030 niet volledig gehaald gaat worden maar dat dat langer zal duren. Het totale woningaantal t/m 2030,
Grondbeleid. Actief grondbeleid voor de bestaande voorraad, bij nieuwe ontwikkelingen wordt per geval een keuze gemaakt; Gronduitgiftebeleid/grondprijsbeleid; Planeconomische sturing; Financieel kader (inclusief risicomanagement).
Omgevingsvisie Middelburg 2050 Het beleid van de gemeente, en daarmee het programma voor het Grondbedrijf, wordt op hoofdlijnen bepaald door de in februari 2024 vastgestelde Omgevingsvisie. Deze is de opvolger van de in januari 2010 vastgestelde Kwaliteitsatlas Middelburg 2030. De ambities die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, liggen voor een belangrijk deel op andere beleidsterreinen dan die met grondbeleid mogelijk kunnen worden
-8-
gemaakt en hebben derhalve slechts beperkt gevolgen voor het Grondbedrijf van de gemeente.
Bachtensteene/Burggang en Oosterscheldestraat zijn in uitvoering. Voor de locatie Westerscheldestraat/Zandkreekstraat wordt een plan gemaakt.
Convenanten/prestatieafspraken met Woongoed Middelburg en Woningbouwvereniging Arnemuiden Met de invoering van de Woningwet per 2015 hebben prestatieafspraken tussen de gemeente, woningcorporatie(s) en huurdersorganisatie(s) een andere wettelijke verankering gekregen. Corporaties brengen jaarlijks voor 1 juli een bod uit op de woonvisie van de gemeente. Dat bod wordt in een gezamenlijk proces tussen corporatie, gemeente en huurdersorganisatie vertaald naar prestatieafspraken. De corporatie moet de prestatieafspraken voor 15 december bij de minister indienen. Door Woongoed en de Woningbouwvereniging Arnemuiden wordt jaarlijks een bod uitgebracht.
De Woningbouwvereniging Arnemuiden (WBVA) heeft in 2017 en 2021 in Hazenburg in totaal zeventien energieneutrale grondgebonden en deels levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Tevens wordt door hen gekeken naar herstructurering van bestaand bezit aan de Van Vollenhovenstraat en omgeving (complex “Te Mortiere”, 38 woningen). Deze woningen zijn inmiddels gesloopt en naar verwachting wordt in de loop van 2026 gestart met nieuwbouw. Begin 2023 zijn ook met de WBVA nieuwe prestatieafspraken gemaakt. Daarin is qua nieuwbouw opgenomen dat in nieuwe locaties de WBVA de mogelijkheid krijgt om nieuwe sociale huurwoningen te realiseren. Aan de WBVA is een aanbieding gedaan om woningen in het plan Oranjepolder te realiseren.
In de prestatieafspraken met Woongoed is onder andere afgesproken dat Woongoed in staat wordt gesteld om 750 nieuwe sociale huurwoningen te bouwen verspreid over de verschillende wijken van Middelburg in de periode tot en met 2030 en daarmee een netto groei van 500 woningen te realiseren. Inmiddels is deze afspraak geconcretiseerd met een lijst met locaties en is afgesproken dat in de periode tot en met 2030 500 woningen worden gerealiseerd en 250 woningen in de periode tot en met 2035. Nog niet voor alle te bouwen woningen is een locatie gevonden. Het wordt zeer lastig dit eerste doel te behalen, niet enkel vanwege de zoektocht naar locaties, maar ook als gevolg van een beperkte investeringscapaciteit bij corporaties, waar landelijk nog (te) weinig aan wordt gedaan. Ook gaat Woongoed de komende jaren op diverse locaties over tot sloop en nieuwbouw. De locaties ’t Zand,
Parameters grondbedrijf De parameters voor prijs- en opbrengststijging zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige doorrekening en in lijn met de Outlook Grondexploitaties 2026 zoals die door Metafoor is uitgebracht. Berekeningen zijn op prijspeil 2026 waarin de verwachte ontwikkeling gedurende 2026 al is verdisconteerd, zodat prijs- en opbrengststijging vanaf 2027 wordt berekend. De keuze van de parameters wordt nader toegelicht in bijlage 1 van de vertrouwelijke nota. 3.2 Analyse huidige marktsituatie In de uitgangspunten doorrekening grondbedrijf februari 2026 (bijlage 1) is een analyse van de markt binnen de gemeente opgenomen, waarbij is gekeken naar de woningmarkt en de markt voor bedrijven, kantoren en
-9-
detailhandel. Onderstaande tekst is veelal letterlijk uit deze uitgangspunten overgenomen. • Woningmarkt •
•
•
•
Er is sprake van een structureel woningtekort. Dit tekort dreigt de komende jaren verder te groeien omdat het aantal huishoudens toeneemt en de productie door diverse oorzaken achterblijft. Tegenover de toenemende structurele vraag staat dat de betaalbaarheid van nieuwe woningen steeds verder vermindert. Waar de hypotheekrente begin 2022 net onder de 2% voor 20 jaar vast uitkwam, was deze in februari 2023 alweer gestegen naar tussen de 4% en 5% voor 10 jaar vast, waardoor mensen met hetzelfde inkomen ineens veel minder konden betalen voor een woning. Ook was het hierdoor niet meer aantrekkelijk om een andere woning te kopen om een minder voordelige hypotheek om te kunnen zetten in veel goedkopere hypotheek. In de loop van 2024 daalde de hypotheekrente enigszins om in 2025 stabiel te blijven. Begin 2026 was de hypotheekrente voor 10 jaar vast weer gestegen naar omstreeks 3,7%. De bouwkosten van woningen zijn in de periode tot en met 2022 enorm gestegen. Daarna stegen de bouwkosten nog steeds zij het iets meer gematigd. Voor 2026 wordt in de Outlook Grondexploitaties van Metafoor een stijging van de bouwkosten verwacht tussen 2,5% en 4,5%. Daarna een meer gematigde kostenstijging in de richting van 2% per jaar. Volgens de ‘NVM-kwartaalcijfers woningmarkt’ van het 4e kwartaal 2025 stegen in 2025 zowel het aantal transacties in
•
•
- 10 -
Overig Zeeland (Zeeland exclusief Zeeuws Vlaanderen) als de gemiddelde transactieprijs. Op basis van de gegevens van de NVM blijft de krapte op de woningmarkt in Zeeland ongeveer gelijk aan die van vorig jaar. Het aandeel woningen dat verkocht is boven de vraagprijs, is verder toegenomen naar 58%. Over alle woningtypen gezien was de uiteindelijke transactieprijs 1,7% hoger dan de vraagprijs. Vooral bij tussenwoningen en 2-onder-1-kapwoningen werd er meer betaald (+3,3%). De gemiddelde vraagprijs was in het 4e kwartaal 9,4% hoger dan een jaar eerder. Dit is een veel grotere toename dan landelijk (+3,9%). In onze regio is de vraagprijs van met name appartementen (+15%, gem. € 370.000), 2-onder-1-kap (+12%, gem. € 460.000) en tussenwoningen (+10%, gem. € 379.000) gestegen. Volgens de NVM was landelijk in het 4e kwartaal van 2025 een aanzienlijke terugval waarneembaar in het aantal verkochte nieuwbouwwoningen. Volgens nieuwbouwmakelaars speelt een afname van het sentiment hierin een rol. Een andere oorzaak is dat de concurrentie vanuit de bestaande bouw toeneemt. Ook bouwen wordt nog steeds duurder, wat leidt tot stijgende prijzen en beperkte betaalbaarheid. De afname van het aantal verkochte nieuw gebouwde grondgebonden woningen is vooral het gevolg van het beperkte aanbod. Ook in Middelburg is zichtbaar dat nieuwbouwwoningen moeizaam verkocht worden.
In Essenvelt zijn na 9 maanden slechts 11 van de 25 laanwoningen verkocht. Na ruim 1,5 jaar na de start van de verkoop zijn nog 4 van de 16 appartementen te koop van het plan ‘Park Toorenvliedt’. Beide plannen bevinden zich aan de bovenkant van de markt.
•
•
Een belangrijk en nog steeds toenemend deel van de structurele vraag naar woningen bevindt zich aan de onderkant van de woningmarkt. Simpelweg zijn er steeds minder mensen die een duurdere woning kunnen betalen en die dus een beroep moeten doen op het lagere en middensegment (waarin de prijzen ook sterk gestegen zijn). In nieuwe plannen wordt als basisuitgangspunt minimaal 30% sociale woningbouw opgenomen, 30% betaalbare woningen (middenhuur, dat is vanaf € 932,94 t/m € 1.228,07, en koop t/m € 420.000), 30% duurdere woningen en 10% vrije kavels. In combinatie met het gegeven dat Woongoed en Woningbouwvereniging Arnemuiden op een aantal locaties alleen sociale woningbouw ontwikkelen leidt dat tot 70% in de betaalbare sfeer, wat het uitgangspunt is voor de gesloten “Woondeals”. De grens om binnen de definitie “betaalbaar” te vallen is voor 2026 verhoogd van € 405.000 naar € 420.000. Voor locaties die al in exploitatie waren voordat deze uitgangspunten van kracht waren en/of afspraken zijn gemaakt, wordt uitgegaan van de al gemaakte plannen/afspraken.
In de detailhandel in het centrum van Middelburg is relatief weinig leegstand. Dit is opmerkelijk als dit wordt vergeleken met de andere steden in de regio zuidwest. Momenteel zijn er geen plannen voor uitbreiding of verplaatsing van detailhandel die het grondbedrijf raken. Landbouwgronden In 2016 en 2017 zijn de gronden waarvoor in de toekomst geen andere bestemming meer wordt overwogen dan agrarisch allemaal verkocht met uitzondering van de gronden in Cleene Hooge die voor een groot deel een agrarische bestemming zullen houden. In 2019 zijn gronden waarvoor nog geen exploitatieopzet was vastgesteld, afgewaardeerd naar agrarische waarde. De prijsontwikkeling is van belang om te bezien of de waardering van deze gronden nog marktconform is en ook voor wanneer er eventueel verder afgewaardeerd zou moeten worden. De prijzen voor agrarische gronden in Nederland zijn 2025 sterk gestegen met gemiddeld 11,8% naar € 95.400,- per hectare (akkerland kost nu gemiddeld € 106.700,- per hectare en grasland € 86.400,- per hectare (bron: Nieuwe Oogst). In Zeeland steeg de prijs in 2025 overigens niet en is de gemiddelde prijs nu 82.900,- (bron : Stal en Akker). Gelet op de boekwaarde van de betreffende gronden is afwaardering zeker niet nodig.
Bedrijven Thans is de situatie zo dat er nog nauwelijks uitgeefbare grond voor bedrijventerrein beschikbaar is, terwijl daar wel vraag naar is. Kantoren en detailhandel In Zeeland is de omvang van de kantorenmarkt beperkt en worden nauwelijks kantoren op risico gebouwd. De markt bestaat vooral uit eigenaren/gebruikers. Uitgangspunt is dat de vraag redelijk beperkt zal blijven en dat het vooral zal gaan om verhuizingen vanuit bestaande kantoren. Er worden geen nieuwe locaties voorbereid.
- 11 -
3.3 Uitgangspunten basisscenario: woningbouwprogramma In de eerste plaats is gekeken naar het basisscenario van februari 2025. Dit is aangepast op de gronden die in 2025 verkocht zijn, de in 2025 vastgestelde en herziene exploitatieopzetten en de concrete verwachtingen begin 2026 met betrekking tot de verschillende lopende exploitaties. Daarbij is rekening gehouden met verschillende economische en maatschappelijke ontwikkelingen die zich momenteel voordoen en hebben voorgedaan. Er zijn tussen het Rijk, provincies en gemeentes zogenaamde Woondeals gesloten met de bedoeling zoveel mogelijk productie te maken. Voor de woningbouwopgave voor Middelburg zijn, zeker voor de periode na 2030, nieuwe locaties nodig. Een en ander is verwerkt in de woningbouwplanning 2022-2030 + 2031-2040 van de gemeente. Dit document wordt regelmatig geactualiseerd. De doorrekening is grotendeels gebaseerd op de stand van zaken per 1 januari 2026. In enkele gevallen worden iets andere woningaantallen gehanteerd dan in deze planning staan, wat bij de betreffende locaties wordt toegelicht De berekeningen in het basisscenario corresponderen met een woningbouwprogramma dat in onderstaande tabel is weergegeven. Tevens is in die tabel weergegeven welk programma correspondeerde met de voorgaande berekening van februari 2025.
Het gaat dus om 394 meer woningen waarvan 152 meer op eigen locaties. Bij de eigen locaties wordt het verschil hoofdzakelijk veroorzaakt door 150 extra woningen in Hart van Griffioen en 30 extra woningen in het na 2030 nog te ontwikkelen deel van Hazenburg. Daartegenover staan 33 woningen minder in Sint Laurens Noord. Verder zijn een aantal woningen die in 2025 gereed werden gedacht doorgeschoven naar 2027. Bij de locaties van derden is het verschil 242 woningen meer. Dit zijn enkele nieuwe locaties (zoals Ontmoetingskerk (22), Oude Rijksweg Nieuw- en Sint Joosland (31), Sturm Sint Laurens (30) en meer woningen op Sint Laurens Aan ’t Hoffweg/Amarantis (+45)). Voor het overige gaat het om in de woningbouwplanning opgenomen nog nader te bepalen locaties. Voor de doorrekening hebben de locaties die door derden ontwikkeld worden in beginsel weinig effect. In bijlage 2 wordt per locatie een relatie gelegd tussen het gereedkomen van woningen en percentage van opbrengstrealisatie. Het gaat hier om scenarioaantallen en niet om een woningbouwplanning. Bij plannen van derden is als uitgangspunt genomen het gereed komen van het benodigde bestemmingsplan. Het kunnen dus meer woningen zijn, maar ook minder en dat kan per plan verschillen.
3.4 Uitgangspunten basisscenario: bedrijventerreinen Basisuitgangspunt is de fasering uit de vorige doorrekening, rekening houdend met het niet plaatsvinden van verkopen in 2025 op de locatie Mortiere Bedrijventerrein-Zuid. Thans is de situatie zo dat er nog nauwelijks uitgeefbare grond voor bedrijventerreinen beschikbaar is, terwijl daar wel vraag naar is. Voor het enige echte bedrijventerrein waar nog wat aanbod is (Mortiere Bedrijventerrein-Zuid), is besloten voorzichtig/restrictief met uitgifte om te gaan en dit alleen in te zetten voor knelpunten. Deze kavels zijn dus niet
- 12 -
zonder meer te koop. In het basisscenario is dit verwerkt in de vorm van een trager uitgiftetempo dan commercieel mogelijk zou zijn. De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor Trekdijk vernietigd. De gemeenteraad heeft nog niet bepaald of een nieuwe poging wordt ondernomen om hier een bedrijventerrein mogelijk te maken en in welke mate of hier geheel van af te zien. Besluitvorming hierover wordt, in het kader van de bedrijventerreinprogrammering Walcheren, in 2026 verwacht. Als aanname in het basisscenario is genomen dat dit besluit aanleiding zal zijn om de ontwikkeling volledig voort te zetten. Dat betekent procedures in 2026-2028 en start gronduitgifte zou dan in 2029 kunnen zijn. In het risicoscenario is meegenomen dat volledig wordt afgezien van verdere ontwikkeling. Dat leidt tot het volgende basisscenario :
niet de meer bijzondere en/of kantoorachtige terreinen op Ramsburg en Mortiere Ensemble. Deze richten zich namelijk op bijzondere doelgroepen die niet onder de scope van de studies naar behoefteraming voor bedrijventerreinen vallen. Overigens is Ramsburg, afgezien van een nog uit te geven perceel waar nu tijdelijke woningen staan, inmiddels geheel uitverkocht en is bij Mortiere Ensemble als uitgangspunt gekozen dat deze locatie voorlopig gebruikt gaat worden voor de opvang van Oekraïners. 3.5 Uitgangspunten reserve, voorziening en winstneming Het beleid ten aanzien van de Reserve en Voorziening Grondbedrijf, alsmede dat ten aanzien van winst- en verliesneming is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2025. Uitgangspunt uit de Nota Grondbeleid is dat het Grondbedrijf voldoende middelen moet hebben om: verwachte verliezen op te kunnen vangen; niet-verwachte verliezen (risico’s) op te kunnen vangen. Verwachte verliezen - Voorziening Grondbedrijf Voor de verwachte verliezen op de ‘Bouwgrond In Exploitatie’ (BIE) geldt dat hiervoor een voorziening (Voorziening Grondbedrijf) gevormd moet worden. Voor de risico’s, die tot niet verwachte verliezen kunnen leiden, moet een buffer aanwezig zijn c.q. gevormd worden. Deze buffer is de Reserve Grondbedrijf, waarover later meer. De Voorziening Grondbedrijf wordt, op contante waarde, gevormd ten laste van de Reserve Grondbedrijf.
Zodra de verlieslatende plannen worden afgesloten kan het negatieve resultaat worden verrekend met het daarvoor beschikbare bedrag in de Voorziening Grondbedrijf.
Het scenario is dus vrijwel gelijk aan dat van de vorige doorrekening. In deze tabel zijn overigens alleen de echte (bestaande of voorgenomen) bedrijventerreinen (Mortiere Bedrijventerrein-Zuid en Trekdijk) betrokken,
- 13 -
Per 31 december 2025 is het saldo van de Voorziening Grondbedrijf een kleine € 17,6 miljoen. De specificatie hiervan staat in de tabel hieronder:
De complexen Veersepoort fase V, Rittenburg III, Ramsburg Watergang en Stromenpoort zijn afgesloten. In deze complexen is alle grond verkocht, met uitzondering van een restkavel in Veersepoort fase V. Het gaat hier om bedragen voor nakomende kosten.
Voorziening grondbedrijf per 31-12-2025
Veersepoort fase V
nakomende kosten
€
35.000,00
Rittenburg III
nakomende kosten
€
439.000
Ramsburg Watergang
nakomende kosten
€
90.000
Stromenpoort
nakomende kosten
€
223.000
Kousteensedijk
verlies particuliere exploitatie
€
4.000
Mortiere Bedrijventerrein Zuid
verw acht verlies in exploitatie
€
1.349.000
Churchilllaaan
verw acht verlies in exploitatie
€
272.000
Ramsburg kantorenstrook
verw acht verlies in exploitatie
€
49.000
Ramsburg Dampoorthof
verw acht verlies in exploitatie
€
659.000
Herstructurering Arnestein
verw acht verlies in exploitatie
€
1.007.000
Punt Arnestein
verw acht verlies in exploitatie
€
209.000
Cleene Hooge
verw acht verlies in exploitatie
€
4.222.000
Koudekerksew eg 14
verw acht verlies in exploitatie
€
23.000
Sint Laurens Zuid
verw acht verlies in exploitatie
€
929.000
Trekdijk
voorlopige w aardecorrectie
€
8.057.000
€
17.567.000
Totaal
Bij Kousteensedijk gaat het om een particuliere exploitatie waarvan de kosten in principe worden gedekt uit een exploitatiebijdrage op grond van een anterieure overeenkomst. In dit geval is de bijdrage, rekening houdend met nog te maken kosten in 2026 of later, niet voldoende om alle kosten op te kunnen vangen. Voor de plannen Mortiere Bedrijventerrein-Zuid, Ramsburg Kantorenstrook, Ramsburg Dampoorthof, Herstructurering Arnestein (Siloplein), Punt Arnestein, Cleene Hooge en Koudekerkseweg 14 is een verliesgevende exploitatieopzet vastgesteld. Voor Sint Laurens Zuid is weliswaar in een eerder stadium een kostendekkende opzet vastgesteld maar wordt nu wel een verlies verwacht omdat de gestegen kosten van bouw- en woonrijp maken niet meer kunnen worden gedekt door grondopbrengsten. Dat geldt ook voor Churchill-laan. Bij Trekdijk wordt bij volledige exploitatie een winst verwacht en is het bedrag een waardecorrectie die nodig is om de locatie (vooralsnog tijdelijk) op agrarische waarde te waarderen. Indien besloten wordt de exploitatie niet voort te zetten moet deze waardecorrectie definitief rechtstreeks op het complex worden afgeboekt .
- 14 -
Niet verwachte verliezen/risico’s - Reserve Grondbedrijf De Reserve Grondbedrijf is bedoeld: om risico’s in de grondexploitatie (niet zekere maar wel mogelijke verliezen) op te vangen (buffer); om tijdig voorzieningen te kunnen vormen voor in de toekomst verwachte financieel nadelige (maar wel maatschappelijk gewenste) exploitaties; om onvermijdbare verliezen op strategische aankopen (buiten exploitatie) op af te boeken. Voor de Reserve Grondbedrijf zijn in de Nota Grondbeleid 2025 normen vastgesteld: Op eindwaarde is het saldo van de reserve positief; Bij doorberekening van een risicoscenario is het saldo eveneens positief op eindwaarde; Bij doorberekening van een risicoscenario wordt de reserve de eerstkomende vijf jaar niet negatief; De Reserve Grondbedrijf dient minimaal 10% van de netto boekwaarde van de Bouwgrond In Exploitatie + 10% van de nog te maken kosten voor deze Bouwgrond In Exploitatie te zijn. Bij een hogere reserve kan desgewenst afgewogen worden om het meerdere in te zetten voor andere doeleinden door dit meerdere saldo of een deel daarvan toe te voegen aan de Algemene Reserve van de gemeente. De Reserve Grondbedrijf is maximaal gelijk aan de boekwaarde van de Bouwgrond In Exploitatie plus de nog te maken kosten voor deze Bouwgrond In Exploitatie. Als de reserve boven deze norm komt vindt in elk geval afdracht plaats aan de Algemene Reserve van de gemeente.
- 15 -
4. DE DIVERSE LOCATIES In de berekeningen voor het grondbedrijf wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. 2.
Bouwgrond In Exploitatie (BIE) Dit zijn gronden waarvoor een exploitatieopzet is vastgesteld. Materiële Vaste Activa (MVA) – strategische gronden Volgens de BBV zijn dit ‘overige gronden zonder vaste bestemming, die [op dit moment] geen onderdeel zijn van een transformatieproces’. Uitgangspunt hierbij is dat mogelijk op termijn een bouwgrondexploitatie wordt vastgesteld. Vanaf 2016 mogen geen kosten meer worden bijgeschreven op de boekwaarde zolang geen exploitatieopzet is vastgesteld.
Naast gronden die al een boekwaarde hebben of waarvoor overeenkomsten zijn gesloten, zijn er nog enkele locaties (al dan niet in eigendom van de gemeente) in beeld voor toekomstige ontwikkeling die al mee zijn genomen in deze doorrekening van het grondbedrijf. In de vertrouwelijke versie van de nota worden alle locaties nader toegelicht met daarbij aangegeven de stand van zaken, verwacht financieel resultaat inclusief de wijziging daarvan ten opzichte van een jaar geleden, en de risico’s.
- 16 -
5.
RISICO’S EN KANSEN
gemeenteraad besluit om geheel van ontwikkeling als bedrijventerrein af te zien en dat deze gronden agrarisch blijven.
Grondexploitatie strekt zich meestal uit over een groot aantal jaren en gaat gepaard met grote investeringen. Daarbij gaan de kosten voor de baten uit, zodat er sprake is van financiële risico’s. Het is wel zo dat risico’s en kansen keerzijden van een zelfde medaille zijn. Een ongunstigere ontwikkeling kan zich voordoen, een gunstigere ontwikkeling kan ook. Bij het bepalen van een risicoscenario zal eerst bezien moeten worden met welke voorzichtigheid in het basisscenario is gerekend. Vervolgens zal afgesproken moeten worden welk risicoscenario ‘realistisch’ wordt geacht. Dat is een scenario dat zich bij tegenvallers zou kunnen voordoen en waarvoor in principe dekking aanwezig zou moeten zijn.
In de tabel hiernaast wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de omzet van het Grondbedrijf van de afgelopen jaren. In de periode 2008-2014 is sprake geweest van een economische crisis en een crisis op de woningmarkt. Te zien is dat er een vertraging is tussen het moment dat de crisis zich voordoet en dat dit (sterk) tot uiting komt in de omzetcijfers van het Grondbedrijf. De lage omzetten in de periode 2012-2014 werden overigens niet uitsluitend (wel voor een groot deel) verklaard door de crisis, maar ook doordat er in die jaren slechts beperkt aanbod beschikbaar was. Geleidelijk aan herstelde de woningmarkt. Het probleem voor Middelburg was dan ook niet dat er geen vraag was, maar dat in het kader van de discussie over de regionale woningmarktafspraken het niet mogelijk bleek om tijdig voldoende
In de vertrouwelijke versie zijn algemene risico’s benoemd op het gebied van woningmarkt en economie, de capaciteit van het stroomnet en netcongestie, capaciteitstekort voor personele inzet, het kunnen beschikken over gronden, herverkaveling van bestaande plannen, onvoldoende investeringscapaciteit bij woningcorporaties, participatietrajecten en politieke besluitvorming. In de vertrouwelijke versie staan ook de specifieke risico’s voor plannen. In het basisscenario zijn meer woningen opgenomen dan in het basisscenario van 2025, voornamelijk op locaties van derden. In dit scenario is de aanname dat de ontwikkeling van Trekdijk als bedrijventerrein doorgang vindt. In het risicoscenario wordt met minder woningen en een langzamer ontwikkeltempo gerekend. Voor Trekdijk wordt er van uitgegaan dat de
- 17 -
Omzet afgelopen jaren exclusief interne bijdragen inclusief subsidies 2005 € 2006 € 2007 € 2008 € 2009 € 2010 € 2011 € 2012 € 2013 € 2014 € 2015 € 2016 € 2017 € 2018 € 2019 € 2020 € 2021 € 2022 € 2023 € 2024 € 2025 € 2026 €
16,3 miljoen 21,4 miljoen 12,8 miljoen 13,0 miljoen 11,5 miljoen 11,1 miljoen 6,5 miljoen 2,0 miljoen 2,3 miljoen 3,3 miljoen 6,5 miljoen 12,3 miljoen 15,4 miljoen 10,8 miljoen 9,7 miljoen 9,3 miljoen 5,6 miljoen 17,7 miljoen 14,6 miljoen 11,2 miljoen 10,5 miljoen 10,6 miljoen*
* verwachting februari 2026
geschikt aanbod te realiseren. Met name de ontwikkeling van Essenvelt heeft hierdoor vertraging opgelopen. Dat leidde voor de jaren 2018 en 2019 tot een lagere omzet dan op grond van de woningmarkt mogelijk zou zijn geweest. Uiteindelijk zijn er woningmarktafspraken voor Walcheren vastgesteld. De spanning op de woningmarkt is sindsdien alleen maar groter geworden. Ondanks dat het motto nu vooral is om veel te bouwen, blijken er talloze beperkingen en risico’s te zijn die een vlotte voortgang van woningbouw in de weg staan. Daarnaast is er wel vraag naar bedrijventerrein maar geen aanbod om daarin te kunnen verzien. Voor de laatste kavels op Mortiere Bedrijventerrein-Zuid wordt een restrictief beleid gevoerd. Deze kavels kunnen momenteel in principe alleen gebruikt worden om knelpunten bij Middelburgse bedrijven op te lossen. Gelet op dit alles zien we dat de omzet de afgelopen drie jaar niet sterk is toegenomen. Omdat de prijzen wel gestegen zijn, is het volume van verkochte grond (m²) zelfs afgenomen.
Voor specifieke risico’s geldt dat deze op de voet gevolgd worden en dat getracht wordt deze risico’s kleiner te maken. De mogelijkheden zijn evenwel vaak beperkt. Voor zover gronden tijdelijk in beheer zijn, is het van belang om deze gronden goed te beheren en daarbij een, over langere tijd bezien, zo optimaal mogelijke opbrengst te genereren. De huidige werkwijze met eenjarige pachten kan daarvoor worden gecontinueerd. Door de verkoop van een aantal landbouwgronden en enkele andere objecten is de omvang van het tijdelijk beheer ten opzichte van een aantal jaren geleden flink afgenomen. Indien risico’s zich toch voordoen en het Grondbedrijf deze niet op kan vangen, zullen middelen vanuit de reguliere exploitatie naar het Grondbedrijf moeten komen.
Om risico’s zoveel mogelijk te beperken is het van belang om voortvarend te kunnen werken aan planontwikkeling en ruimtelijke procedures, zodat gronden bouwrijp kunnen worden gemaakt en in verkoop kunnen worden gebracht. Uiteindelijk is dit het belangrijkste instrument om risico’s te beheersen. Verder is flexibiliteit in omgevingsplannen van belang zodat gemakkelijker ingespeeld kan worden op gewijzigde omstandigheden en niet nieuwe procedures noodzakelijk zijn. Bij een BOPA is het overigens niet mogelijk om veel flexibiliteit te bieden. Ook de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) zal de flexibiliteit beperken omdat betaalbare woningen ‘geborgd’ worden, dat wil zeggen dat deze woningen aantoonbaar beschikbaar moeten blijven voor de doelgroep en dat ze dus fysiek aangewezen moeten kunnen worden.
- 18 -
6.
RESULTATEN DOORBEREKENING BASISSCENARIO
6.1 Resultaat In de tabel hieronder en de grafiek op pagina 22 is de ontwikkeling van de financiële positie van het Grondbedrijf weergegeven voor het basisscenario. Ontw ikkeling financiele positie grondbedrijf
In de tabel wordt de Reserve Grondbedrijf gerelateerd aan de norm zoals die in de Nota grondbeleid 2025 is opgenomen. In de grafiek is deze vergelijking ook opgenomen en wordt tevens vergeleken met de vorige doorrekening.
basisscenario
bedragen x € 1.000,Einde
Voorraden/
Voorziening
jaar
Boekw aarde GB Grondbedrijf
Reserve
Norm cf nota
Grondbedrijf
grondbeleid 2021
2025
60.164
17.567
297
12.676
2026
62.769
8.045
9.837
12.011
2027
59.245
7.948
11.207
12.090
2028
53.335
7.597
12.513
11.066
2029
43.742
6.289
13.929
9.265
2030
38.287
5.687
14.977
10.125
2031
32.390
5.801
16.898
9.127
2032
23.057
0
17.759
6.801
2033
14.593
0
19.225
5.086
2034
11.150
0
20.731
3.908
2035
7.643
0
22.154
2.396
2036
-261
0
23.248
1.571
2037
-4.322
0
23.635
979
2038
-1.685
0
24.994
757
2039
-254
0
25.173
637
2040
182
0
25.584
490
2041
-161
0
25.645
353
2042
-612
0
25.799
222
2043
-1.176
0
25.946
87
2044
-1.800
0
26.086
-51
2045
793
0
26.228
0
In 2025 is het saldo van de Reserve Grondbedrijf verder afgenomen maar is nog net wel positief. Aan het begin van het jaar was de reserve een kleine € 0,5 miljoen en nu nog een kleine € 0,3 miljoen. In de vorige doorrekening werd nog een saldo verwacht van circa € 1,3 miljoen. Voor het nadelige verschil zijn diverse oorzaken. •
•
•
- 19 -
Doordat de grondexploitatie Hart van Griffioen niet in 2025 is vastgesteld maar in januari 2026 is het saldo van 2025 (€ 0,2 miljoen) als verlies genomen ten laste van de Reserve Grondbedrijf. In 2026 wordt dit bedrag weer verrekend met het Investeringsfonds. Een nabetaling aan het Rijksvastgoedbedrijf als gevolg van een meerwaardeclausule uit het project Krooneveldweg (€ 0,2 miljoen) Een hogere Voorziening Grondbedrijf (€ 0,4 miljoen). Met name als gevolg van een iets hoger verlies op de projecten Ramsburg Dampoorthof, Cleene Hooge, Herstructurering Arnestein, Rittenburg III en Churchill-laan. De verwachte verliezen op Sint Laurens Zuid en Mortiere Bedrijventerrein-Zuid zijn dan weer afgenomen. Per saldo is sprake van een nadeel.
• •
•
Hogere nakomende kosten Nieuwland Zuid dan vorig jaar nog werd verwacht (€ 0,1 miljoen) Minder tussentijds te nemen winst op met name complex Essenvelt (0,6 miljoen). Op Veersepoort fase V is dan weer sprake van een hogere definitieve winst (€ 0,4 miljoen). Daarnaast zijn er diverse kleinere verschillen die per saldo circa € 0,1 miljoen voordeliger uitkomen.
van € 0,4 miljoen. De grootste verschillen doen zich voor in het plan Essenvelt (zowel opbrengsten als kosten naar volgende jaren verschoven). De Voorziening Grondbedrijf is per eind 2025 0,4 miljoen hoger dan in de vorige doorrekening was opgenomen.. Voor 2026 wordt een stijging van de bruto boekwaarde verwacht van circa € 2,6 miljoen. De toename zit met name bij de complexen Sint Laurens Zuid (woonrijp maken), Poppenroede (grondaankoop), Churchill-laan (bouwrijp maken), Sint Laurens Noord (grondaankoop) en Essenvelt (winstneming). Daartegenover staan vrije sterke dalingen bij de complexen Mortiere SOK en Hazenburg Noord (beide in verband met hoge verkoopopbrengsten en relatief weinig nog te maken kosten). De netto boekwaarde stijgt ook en wel met circa € 12 miljoen. Dat is naast de stijging van de bruto boekwaarde het gevolg van het vrijvallen van een deel van de Voorziening Grondbedrijf. Dit is met name in verband met de aanname dat dan, in het kader van de besluitvorming over bedrijventerreinprogrammering Walcheren, besloten zal worden de exploitatie Trekdijk voort te zetten (ruim € 8 miljoen valt dan als gevolg hiervan vrij uit de Voorziening Grondbedrijf). Verder valt de voorziening met ruim € 1 miljoen vrij als gevolg van het afsluiten van het complex Herstructurering Arnestein.
In het basisscenario blijkt dat vanaf 2033 het saldo van de Reserve Grondbedrijf hoger zal zijn dan de netto boekwaarde (boekwaarde -/Voorziening Grondbedrijf) van de complexen. Op dat moment is de huidige boekwaarde terugverdiend. In de vorige doorrekening was dat eveneens in het geval. Benadrukt moet worden dat het hier slechts om een model gaat en dat dit geen voorspelling is maar een verwachte ontwikkeling op basis van de gekozen uitgangspunten. Ten opzichte van de berekening uit februari 2025 is de netto boekwaarde eind 2025 ongeveer € 1,2 miljoen hoger. De bruto boekwaarde is eind 2025 ruim € 1,6 miljoen hoger dan in de vorige doorrekening. Dat wordt veroorzaakt door € 5,7 miljoen minder gerealiseerde opbrengsten dan verwacht. Deze opbrengsten zijn naar volgend jaar verschoven. Daar tegenover staat een bedrag van € 3,3 miljoen minder kosten. Hierin inbegrepen is een eenmalig rentevoordeel van € 0,7 miljoen omdat de rente die mag worden toegerekend over 2025 0,3% was in plaats van de 1,5% waarmee langjarig wordt gerekend. Verder is er ongeveer € 2 miljoen minder uitgegeven aan bouw- en woonrijp maken. Dit zijn, net als bij de opbrengsten, met name kosten die naar volgende jaren zijn verschoven. Deels als gevolg van deze lagere opbrengsten is er in plaats van € 0,4 miljoen winstneming juist een verlies op de complexen geboekt
Vanaf 2027 wordt net als vorig jaar een geleidelijke afname van de boekwaarde verwacht. Het saldo van de Reserve Grondbedrijf stijgt eveneens vergelijkbaar met de vorige doorrekening, waarbij het saldo uiteindelijk iets hoger wordt dan vorig jaar werd berekend. Hier zitten allerlei effecten in. Enerzijds nemen de kosten toe, maar die worden grotendeels opgevangen door de
- 20 -
gestegen grondprijzen. Met name in het complex Trekdijk is sprake van een sterke verbetering van het resultaat (+ € 3,4 miljoen op contante waarde per 1-1-2026) omdat de uitgifteprijzen waarmee gerekend is relatief veel gestegen zijn en het om een groot aantal m² gaat. Eind 2045 is sprake van een voordelig verschil tussen de nieuwe berekening en de vorige van circa € 3,6 miljoen. Het saldo van de overige complexen is dus licht negatief.
2028 bereikt kan worden. Dat is twee jaar later dan vorig jaar werd berekend. Het saldo van de Reserve Grondbedrijf is dan hoger dan 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie + 10% van de voor deze complexen nog te maken kosten. Dit is uitsluitend mogelijk indien de gemeenteraad besluit in het kader van het bedrijventerreinprogramma Walcheren de realisatie van bedrijventerrein Trekdijk voort te zetten. Indien dit niet gebeurt valt de gevormde voorziening voor Trekdijk niet vrij maar moet deze worden gebruikt om rechtstreeks af te boeken tot agrarische waarde. In dat geval zal, als er verder niets verandert (d.w.z. het basisscenario), pas vanaf 2032 sprake zijn van een toereikende reserve op basis van de in de Nota Grondbeleid gestelde norm. De reserve blijft ook dan nog wel positief gedurende de volledige looptijd.
De doorrekeningen van 2023 tot en met 2025 pakten aanzienlijk nadeliger uit dan in de periode 2019-2022 zoals onderstaande tabel laat zien. De uitkomsten van de nieuwe berekening komen per saldo globaal ongeveer overeen met die van 2025. Binnen de verschillende complexen zijn soms wel aanzienlijke verschillen ten opzichte van vorig jaar. Tabel : Verwachte stand van zaken Grondbedrijf 2030 Doorrekening
Netto boekwaarde
Reserve grondbedrijf Positief saldo
feb-18 feb-19 feb-20 feb-21 feb-22 feb-23 feb-24 feb-25 feb-26
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
5.281.000 4.043.000 1.397.000 1.653.000 905.000 3.061.000 16.555.000 26.196.000 28.199.000
47.853.000 40.218.000 34.041.000 36.658.000 38.714.000 26.693.000 23.239.000 15.678.000 16.898.000
€ € € € € € € € €
42.572.000 36.175.000 32.644.000 35.005.000 37.809.000 23.632.000 6.684.000 -10.518.000 -11.301.000
Met betrekking tot de 10%-norm is de constatering dat de Reserve Grondbedrijf eind 2025 niet aan deze norm voldoet maar dat in het basisscenario deze norm, ondanks de gewijzigde omstandigheden, wel in
Interne bijdragen In de berekeningen zijn voor een aantal complexen interne bijdragen opgenomen. Voor enkele locaties moet voor een kostendekkende ontwikkeling bij aanvang van de grondexploitatie een afwaardering plaatsvinden die ten laste wordt gebracht van de Algemene Reserve van de gemeente en niet van de Reserve Grondbedrijf. Deze afwaardering is noodzakelijk omdat de marktwaarde die samenhing met het vorig gebruik hoger was dan de waarde op basis van de grondexploitatie. Bij gronden die al eigendom van de gemeente zijn, schrijft het BBV voor dat in die situatie meteen een afwaardering dient plaats te vinden. Hetzelfde geldt als gronden aangekocht worden voor een hogere prijs dan die op basis van de nieuwe bestemming terugverdiend kan worden. Voor de locatie Trekdijk gaat het, als de ontwikkeling doorgaat conform de exploitatieopzet, om een uitname ten behoeve van een zonnepark.
- 21 -
Voor de exploitatie van Hart van Griffioen geldt dat deze in het grondbedrijf wordt verantwoordt maar dat het verwachte tekort hierop ten laste komt van het investeringsfonds wat is gevormd voor de uitvoering van de Omgevingsvisie. In het project zijn meer kosten opgenomen dan voor de ontwikkeling van woningen noodzakelijk is en die hier ook niet aan toe te rekenen zijn. Daarmee is dit geen zuivere grondexploitatie en kan het project dan ook alleen uitgevoerd worden als er vanuit het investeringsfonds voldoende dekking beschikbaar komt. De interne bedragen in deze doorrekening zijn zo genomen dat aan het eind alle kosten gedekt zijn. De raad heeft op 8 januari 2026 besloten om de onrendabele top van € 8.6 miljoen te dekken uit het investeringsfonds. Tot slot zijn er enkele complexen (Voormalig politiebureau Buitenruststraat, Mortiere Ensemble en Punt Arnestein) die vooralsnog gebruikt (gaan) worden voor opvang van Oekraïners. De doorlopende lasten hiervan worden gedekt uit middelen die hiervoor beschikbaar zijn. Dit zijn over het algemeen geen grote bedragen. De bedragen lopen buitenom het Grondbedrijf.
- 22 -
- 23 -
6.2 Voorziening grondbedrijf Het BBV schrijft voor dat voor verwachte verliezen een voorziening moet worden gevormd. Deze moet toereikend zijn om op het moment dat een verliesgevend plan wordt afgesloten het verlies mee te verrekenen. Een verlies wordt dus genomen zodra dit wordt voorzien.
complexen Poppenroede (aankoop), Sint Laurens Noord (aankoop), Sint Laurens Zuid (woonrijp maken) en Churchill-laan (bouwrijp maken). Daartegenover staan weliswaar enkele complexen waar aanzienlijk meer opbrengsten dan kosten worden verwacht (Mortiere SOK, Hazenburg Noord) maar het saldo is in 2026 toch negatief. Voor alle jaren daarna wordt in dit scenario een overschot aan opbrengsten ten opzichte van kosten verwacht. Als gevolg daarvan zal de boekwaarde dan ook jaarlijks dalen. Bij (verplichte) winstneming op complexen of vrijval van de verliesvoorziening stijgt de boekwaarde in principe. In die gevallen staat tegenover de toegenomen boekwaarde ook een toename van de Reserve Grondbedrijf met hetzelfde bedrag.
Per eind 2024 is een bedrag van € 17,6 miljoen in de voorziening grondbedrijf aanwezig. Van de verlieslatende complexen worden de laatste complexen (Sint Laurens Zuid en Cleene Hooge) in de doorrekening in 2032 afgesloten. Daarna is, in het basisscenario, geen voorziening meer nodig. Als de besluitvorming over het bedrijventerreinprogramma Walcheren aanleiding geeft om de exploitatie van Trekdijk voort te zetten kan de voorziening eenmalig met meer dan € 8 miljoen afnemen. Daarna gaat de benodigde voorziening geleidelijk van € 8 miljoen eind 2026 naar € 5,8 miljoen in 2031.
Voor 2026 geldt dat in de doorrekening een bedrag van circa € 18,8 miljoen aan verwachte opbrengsten opgenomen is en een bedrag van circa € 21,1 miljoen aan verwachte kosten. De verwachte rentelast is bijna € 0,8 miljoen bij een rentepercentage van 1,5%. De kans is groot dat ook in 2026 het uiteindelijke rentepercentage lager zal zijn dan deze 1,5%.
In het kader van de BBV-voorschriften mag geen rekening meer gehouden worden met opbrengsten die later dan na tien jaar worden verwacht, tenzij deze voorzien zijn van beheersmaatregelen. Op basis van de huidige verwachtingen zullen nagenoeg alle opbrengsten in de nu lopende exploitaties binnen een periode van tien jaar worden ontvangen. 6.3 Verwachte kosten en opbrengsten In de grafiek op de volgende pagina is de verwachting van de kosten (paars) en opbrengsten (lichtblauw) voor het afgelopen jaar en de komende jaren (t/m 2035) weergegeven. In deze grafiek van kosten en opbrengsten is de rente niet meegenomen. In 2025 zijn er meer opbrengsten ontvangen dan kosten gemaakt. Alleen in 2026 worden meer kosten dan opbrengsten verwacht. Dat is met name het geval voor de
- 24 -
- 25 -
7.
RESULTATEN DOORREKENING RISICOSCENARIO
In de volgende tabel en grafiek is de ontwikkeling van de financiële positie van het Grondbedrijf in het risicoscenario weergegeven. Ontwikkeling financiele positie grondbedrijf
In het risicoscenario wordt de Reserve Grondbedrijf vanaf eind 2028 negatief en eindigt ook niet meer positief en voldoet dus gedurende de gehele looptijd van de berekening niet aan de in de Nota Grondbeleid gestelde normen :
risicoscenario
bedragen x € 1.000,Einde
Voorraden/
Voorziening
Reserve
Norm cf nota
jaar
Boekwaarde GB
Grondbedrijf
Grondbedrijf
grondbeleid 2021
-
2025
60.164
17.567
297
12.613
2026
52.187
8.992
33
11.221
2027
52.043
9.134
398
12.124
2028
46.976
9.477
-1.083
11.380
2029
43.241
10.040
-950
10.906
2030
36.258
7.045
-302
11.564
2031
35.761
8.164
-863
11.950
2032
25.857
1.020
-692
10.188
2033
23.915
1.040
-449
9.485
2034
24.618
1.060
-621
8.684
2035
23.978
2.060
-1.316
5.023
2036
22.226
2.102
-1.336
4.406
2037
17.215
2.444
-1.985
3.871
2038
17.601
3.450
-3.176
3.327
2039
12.158
3.518
-3.325
2.690
2040
7.764
4.192
-4.090
2.073
2041
7.000
4.743
-4.733
1.654
2042
6.091
3.023
-5.029
950
2043
5.246
2.254
-5.256
360
2044
3.768
0
-5.413
-2
2045
4.851
0
-5.505
29
-
Het saldo van de reserve is in het risicoscenario op eindwaarde niet positief De reserve is vanaf 2028 negatief (zou in elk geval positief moeten zijn in de eerstkomende 5 jaar)
Conclusie is dan ook dat het saldo van de Reserve Grondbedrijf per eind 2025 onvoldoende is om de risico’s in het Grondbedrijf op te kunnen vangen. Deze risico’s zullen zich wellicht niet in volle omvang gaan voordoen maar eigenlijk is er maar weinig nodig om van een positieve reserve van € 297.000,- naar een negatieve reserve te gaan. Zeker als de afwaardering van Trekdijk, waarmee ruim € 8 miljoen is gemoeid, niet kan worden teruggedraaid door de grondexploitatie voor dit terrein voort te zetten. In het risicoscenario zijn tevens hogere interne bijdragen nodig om voor Hart van Griffioen op een 0-saldo uit te komen. In plaats van € 8,6 miljoen is € 12,5 miljoen nodig. Als uitgangspunt is genomen dat die verhoogde onrendabele top ook ten laste van het investeringsfonds of de Algemene Reserve zal komen en dat dit niet ten laste komt van de Reserve Grondbedrijf.
- 26 -
- 27 -
- 28 -
8.
EINDCONCLUSIES EN VOORSTELLEN 8.1 Eindconclusies De eindconclusies welke uit deze nota getrokken kunnen worden zijn: 1) In het basisscenario wordt vanaf eind 2028 voldaan aan twee van de in de Nota Grondbeleid opgenomen normen voor de Reserve Grondbedrijf. • De reserve is op eindwaarde positief • De reserve is vanaf 2028 hoger dan 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie en 10% van de nog voor deze plannen te maken kosten. Dit is echter uitsluitend het geval als het te nemen besluit over de bedrijvenprogrammering Walcheren aanleiding geeft om de ontwikkeling van Trekdijk tot bedrijventerrein voort te zetten. Als besloten ontwikkeling te staken, voldoet de Reserve Grondbedrijf in het basisscenario pas in 2032 aan de gestelde normen. 2) In het risicoscenario wordt de Reserve Grondbedrijf vanaf eind 2028 negatief en blijft dat gedurende de gehele verdere looptijd van de berekening. De Reserve Grondbedrijf voldoet daarmee niet aan de in de Nota Grondbeleid opgenomen normen. • De reserve zou in het risicoscenario op eindwaarde positief moeten zijn maar is dat niet • De reserve mag in dit scenario eerstvolgende vijf jaar niet negatief worden. Vanaf eind 2028 is de reserve in dit scenario negatief. 3) Voor een aantal ontwikkelingen is rekening gehouden met interne bijdragen (Algemene reserve, investeringsfonds, middelen voor opvang vluchtelingen uit Oekraïne).
Voor twee locaties gaat het om het afdekken van een bij voorbaat onrendabele top. Bij de locatie
4)
5)
- 29 -
Trekdijk om grond te kunnen gebruiken als zonnepark. In de exploitatieopzet is namelijk opgenomen dat een deel van de grond wordt uitgenomen t.b.v. de exploitatie van een zonnepark. Bij Hart van Griffioen gaat het om bijdragen uit het investeringsfonds Omgevingsvisie om vooraf voorziene tekorten op dit plan, alsmede investeringen die niet zozeer in verband zijn met die woningbouw, af te dekken. Als deze bijdragen niet uit andere bronnen komen zou dit ten laste komen van de Reserve Grondbedrijf die hiervoor niet toereikend is. Om de Reserve Grondbedrijf te laten voldoen aan de gestelde normen (positieve reserve grondbedrijf in risicoscenario op eindwaarde (2045) en gedurende de eerste vijf jaar) zou een bijdrage uit de reguliere exploitatie / Algemene Reserve nodig zijn van circa € 5,5 miljoen in 2026. Uitsluitend om het saldo in dit scenario gedurende de eerstkomende 5 jaar positief te houden is een bedrag van € 1,1 miljoen nodig. Op eindwaarde wordt de Reserve Grondbedrijf met die bijdrage in dit scenario vanaf 2035 negatief en groeit het nadelig saldo daarna verder. Al met al is zowel in het basisscenario als het risicoscenario sprake van een net iets positiever beeld ten opzichte van de berekening uit 2025. Belangrijkste redenen daarvan zijn de gestegen grondprijzen en een iets gematigdere verwachte kostenstijging.
8.2 Advies Geadviseerd wordt om De gemeenteraad voor te stellen om kennis te nemen van de doorrekening 2025-2045. Bij de jaarrekening 2026 Bij de jaarrekening 2026 zal beoordeeld worden of het saldo van de Reserve Grondbedrijf aangevuld moet worden als blijkt dat de verwachte resultaten ongunstiger zouden zijn dan in het basisscenario is berekend en/of een besluit wordt genomen over het bedrijventerreinprogramma Walcheren wat aanleiding geeft om de ontwikkeling van Trekdijk niet voort te zetten maar te staken. Ondanks dat de reserve nog niet voldoet aan de zelf gestelde normen niet bij voorbaat een bijdrage aan te vragen om deze reserve aan te vullen vanuit de algemene middelen.
- 30 -