CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. KiM+brochure+Betaalbare+mobiliteit DFDT2

Commissie Maatschappelijke Zaken 30 oktober 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht4.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betaalbare mobiliteit?

Een verkenning van prijzen van mobiliteit, huishouduitgaven aan vervoer, en betaalbaarheidsproblemen

Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | KiM Lizet Krabbenborg en Anne Durand | augustus 2024

Samenvatting

aan mobiliteit en de prijzen en prijsontwikkelingen van het vervoer in Nederland. Gemiddeld geven huishoudens 14% van hun inkomen uit aan mobiliteit. Vliegen en fossiele brandstof voor voertuigen zijn de laatste jaren in prijs gestegen, terwijl andere prijsontwikkelingen van vervoer meer in lijn liggen met de algemene prijsontwikkelingen.

1 op de 10 Nederlanders geeft aan moeite te hebben om hun mobiliteit te betalen. Dit zijn vaak mensen met een laag inkomen, eenoudergezinnen, en werklozen. Deze 10% van de volwassen inwoners van Nederland ervaart betaalbaarheids­ problemen bij mobiliteit. Meer dan de overige 90% hebben zij moeite om hun verplaatsingen te betalen, geven ze meer geld uit aan vervoer dan ze zich kunnen veroorloven, of bezuinigen ze op andere dingen om dat vervoer te kunnen betalen. Daarnaast geven zij aan ook in het algemeen moeite te hebben om rond te komen, of te verwachten daar binnen een jaar moeite mee te krijgen. Betaalbaarheidsproblemen kunnen zich opstapelen. Zo ervaart 2% alle 3 problemen én zij vinden het in het algemeen lastig om rond te komen. Verder geeft tussen 1 en 5,5% van de inwoners van Nederland aan niet of minder deel te nemen aan sommige activiteiten (zoals een familie- of ziekenhuisbezoek) omdat ze het vervoer ernaartoe niet kunnen betalen. Onderzoek doen naar betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit kan op verschillende manieren. Er is namelijk niet één breed gedragen definitie van wat (on)betaalbare mobiliteit is. De ervaren betaalbaarheidsproblemen is één methode om hiernaar te kijken. Daarnaast bestaan er andere methoden om (de kans op) betaalbaarheids­ problemen te meten.

Zo kunnen we verschillende indicatoren gebruiken om groepen die kans hebben op betaalbaarheidsproblemen, te vergelijken en te monitoren. Iedere benadering heeft voor- en nadelen. Verder worden onder de betaalbaarheid van mobiliteit ook andere aspecten verstaan dan alleen betaalbaarheidsproblemen. We analyseren ook de huishouduitgaven

2

BETAALBARE MOBILITEIT?

Het begrip betaalbaarheid De sterke inflatie en de stijging van de energieprijzen in 2022 hebben eraan bijgedragen dat de aandacht voor betaalbare mobiliteit is toegenomen. Een breed gedragen definitie van het begrip ontbreekt. Betaalbaarheid wordt op verschillende wijzen geïnterpreteerd, uitgelegd en geoperationaliseerd. De één gebruikt het begrip in één adem met inflatie of koopkracht, waarbij het gaat om prijsveranderingen van vervoer (en inkomen) voor iedereen, de ander gebruikt het begrip in het kader van betaalbaarheidsproblemen en doelt dan op mensen die in de knel komen als gevolg van mobiliteitsuitgaven of die bepaalde verplaatsingen vanwege de reiskosten niet meer maken. In deze brochure verkennen we de betaalbaarheid van mobiliteit daarom vanuit drie invalshoeken: prijsveranderingen, huishouduitgaven, en betaalbaarheidsproblemen. In dit onderzoek hebben we de huidige situatie verkend van betaalbaarheid van mobiliteit, en we hebben ons daarom gericht op vervoermiddelen die nu dagelijks gebruikt worden. Bij mogelijk vervolgonderzoek naar betaalbaarheid van het toekomstige mobiliteitssysteem, is het relevant om ook te kijken naar vervoermiddelen die nu nog relatief weinig voorkomen in de huidige bestedingen van huishoudens, zoals deelvervoer en elektrische voertuigen.

Inhoud 1

4

Prijsveranderingen

Omgaan met en gevolgen van betaalbaarheidsproblemen

2

5

Huishouduitgaven

3

Betaalbaarheids­problemen

Handelingsperspectieven

Verantwoording en colofon 3

BETAALBARE MOBILITEIT?

1

Prijs­ veranderingen

Consumentenprijsindex 2015-2023

190

180

170

160

De prijsveranderingen zijn de eerste component van de mobiliteitsbetaalbaarheid. De prijs van vervoer is in de periode 2015-2023 met bijna 30% gestegen. Een stijging die iets hoger is dan die van alle bestedingen aan producten en diensten in dezelfde periode, ofwel de inflatie, van 26%. De prijzen van benzine, diesel en LPG stegen in 2022 veel sterker dan de inflatie; een direct gevolg van de Russische inval in Oekraïne. Deze stijging is in 2023 deels teruggezakt, mede door de accijnsverlaging. De luchtvaart is beduidend duurder geworden in de jaren na de COVID-19-pandemie. De gemiddelde prijs van vliegtickets ligt in 2023 85% hoger dan in 2015. De aanschaf van een auto is iets meer in prijs gestegen dan de inflatie; dit heeft te maken met de sterke prijsstijging van nieuwe auto’s. Tweedehandsauto’s zijn daarentegen minder in prijs gestegen dan de inflatie. De kosten van het gebruik van trein, tram, metro en de aankoop van motoren en (elektrische) fietsen zijn minder hard gestegen dan de inflatie.

150

140

130

120

110

100

90 2015

2016

2017

Alle bestedingen Fietsen (aankoop) Brandstof en smeermiddelen Trein Tram en metro

Bron: CBS, bewerking KiM

4

BETAALBARE MOBILITEIT?

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Luchtvaart Auto’s (aankoop) Bus Motoren, brom- en elektrische fietsen (aankoop) Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (2015=100)

2

Huishouduitgaven aan mobiliteit

De huishouduitgaven aan vervoer vormen de tweede component van de mobiliteitsbetaalbaarheid.

Maandelijkse uitgaven aan mobiliteit Huishoudens gaven in 2015 aan mobiliteit per maand gemiddeld € 434 uit, maar dit bedrag verschilt sterk tussen huishoudens. Hogere inkomens geven gemiddeld beduidend meer uit aan mobiliteit, evenals grotere huishoudens en huishoudens die minder stedelijk wonen. Een gemiddeld huishouden geeft beduidend meer uit aan privévoertuigen dan aan openbaar vervoer. Voor een vrij groot deel gaat het hierbij om uitgaven voor de aanschaf van een voertuig, wat incidenteel gebeurt. De kostenposten brandstof en overig (waaronder verzekeringen en onderhoud) zijn wel regelmatige uitgaven. Uitgaven aan vervoer die door een ander worden betaald (zoals een ov-studentenreisproduct of een tankpas van de werkgever), zitten niet in deze huishouduitgaven. De meest recente gegevens over de huishouduitgaven komen uit 2020. Hieruit blijkt dat de uitgaven aan vervoer in dat jaar lager zijn dan in 2015. Deze gegevens zijn naar alle waarschijnlijk beïnvloed door de COVID-maatregelen van dat jaar, die minder verplaatsingen (en reiskosten) als gevolg hadden. 5

BETAALBARE MOBILITEIT?

Gemiddelde uitgaven (€) aan vervoer in 2015, per maand Uitgaven totaal1

Uitgaven naar categorie Privévoertuigen Aankoop

Overig2

OV Brandstof

Gestandaardiseerd huishoudinkomenskwintiel (van laag naar hoog) 0 tot 20%

153

28

47

43

20

20 tot 40%

247

60

88

72

16

40 tot 60%

400

116

137

110

17

60 tot 80%

539

156

202

138

21

80 tot 100%

833

277

313

167

26

Eenpersoonshuishouden, tot AOW-leeftijd

232

56

76

60

19

Eenpersoonshuishouden, vanaf AOW-leeftijd

167

40

58

41

16

Paar zonder kinderen, tot AOW-leeftijd

611

211

206

139

23

Paar zonder kinderen, vanaf AOW-leeftijd

442

136

161

108

16

Paar met kinderen

661

194

259

160

21

Eenouderhuishouden

284

53

103

86

23

Zeer sterk stedelijk

336

86

116

73

29

Sterk stedelijk

420

118

154

104

21

Matig stedelijk

486

153

177

118

18

Weinig stedelijk

505

163

184

125

14

Niet stedelijk

505

147

189

142

12

Totaal gemiddelde

434

127

157

106

20

Huishoudtype

Stedelijkheidsgraad

Bron CBS Budgetonderzoek.

1

De totalen in deze kolom zijn niet gelijk aan de som van de andere kolommen want we hebben hier niet alle ­vervoermiddelen meegenomen. 2 Onder overig vallen onderhoud, reparatie, verzekeringen, belastingen, parkeer- en tolgeld.

Uitgaven in relatie tot inkomen

Aandeel van het inkomen dat aan mobiliteit wordt uitgegeven (quote)

Het aandeel van het inkomen dat huishoudens aan vervoer uitgeven, wordt de quote genoemd.

% 2015

% 2020

0 tot 20%

12,0

9,0

20 tot 40%

12,4

11,1

40 tot 60%

14,6

11,8

60 tot 80%

15,4

11,4

80 tot 100%

15,7

10,9

Eenpersoonshuishouden, tot AOW-leeftijd

12,6

10,5

Eenpersoonshuishouden, vanaf AOW-leeftijd

8,4

8,1

Paar zonder kinderen, tot AOW-leeftijd

17,4

11,7

Paar zonder kinderen, vanaf AOW-leeftijd

14,5

12,6

Paar met kinderen

15,6

11,3

Eenouderhuishouden

11,6

10,6

Zeer sterk stedelijk

12,1

8,3

Sterk stedelijk

13,3

10,9

Matig stedelijk

15,1

12,3

Weinig stedelijk

15,9

13,0

Niet stedelijk

15,6

11,7

Totaal gemiddelde

14,0

10,8

Gestandaardiseerd huishoudinkomenskwintiel (van laag naar hoog)

De waarden van de quote laten zien dat de relatieve uitgaven aan mobiliteit minder verschillen tussen inkomensgroepen dan de absolute uitgaven. Het aandeel van het inkomen dat huishoudens uitgeven aan mobiliteit, ligt tussen de 12% en 16% in verschillende inkomensgroepen in 2015. Aangezien het autobezit bij de laagste inkomens relatief laag is, is wel te verwachten dat in die groep tussen huishoudens met en zonder auto grote verschillen bestaan in de (relatieve) vervoeruitgaven. De auto vormt immers een groot deel van de uitgaven voor vervoer.

Huishoudtype

Stedelijkheidsgraad

Bron CBS Budgetonderzoek.

6

BETAALBARE MOBILITEIT?

Verwachte uitgaven aan de volgende auto en fiets In 2023 verwacht 2% van de autobezitters geen volgende auto aan te schaffen vanwege de kosten. Onder de huishoudens met een inkomen beneden modaal geldt dat voor 5%. Ook bij het voornemen om na de huidige auto een (deels) elektrische auto te kopen, zijn er duidelijke verschillen tussen de inkomensgroepen. Bij de autobezitters met een huishoudinkomen van meer dan 2x modaal, geeft 51% aan dat de volgende auto een (deels) elektrische auto wordt. Bij de autobezitters met een huishoudinkomen beneden modaal, is dat 17%.

Antwoord van autobezitters op de vraag of hun volgende auto een elektrische of niet-elektrische wordt

Bruto huishoudinkomen

Beneden modaal (< € 29.500) Modaal (€ 29.500 - € 43.500) 1-2x modaal (€ 43.500 - € 73.000) 2x modaal (€ 73.000 - € 87.100) Meer dan twee keer modaal (> € 87.100) 0%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90% 100%

Niet-elektrische auto

Weet ik niet

Hybride auto (deels elektrisch)

Er komt geen volgende auto vanwege de kosten

Volledig elektrische auto

Er komt geen volgende auto vanwege andere reden dan kosten

Bron: MPN (2023)

7

10%

BETAALBARE MOBILITEIT?

Bij de fietsbezitters geeft 2% aan dat er geen volgende fiets komt vanwege de kosten. Wel zijn de verschillen tussen inkomensgroepen onder hen minder groot dan bij de autobezitters. Lagere inkomens lijken net zo goed het voornemen te hebben een elektrische fiets te kopen als hogere inkomens. Een mogelijke verklaring is dat mensen in deze inkomensgroepen afhankelijker zijn van een goede (elektrische) fiets, als goedkoop alternatief voor de auto.

Antwoord van fietsbezitters op de vraag of hun volgende fiets een elektrische of niet-elektrische wordt

Bruto huishoudinkomen

Beneden modaal (< € 29.500) Modaal (€ 29.500 - € 43.500) 1-2x modaal (€ 43.500 - € 73.000) 2x modaal (€ 73.000 - € 87.100) Meer dan twee keer modaal (> € 87.100) 0%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90% 100%

Niet-elektrische fiets

Er komt geen volgende fiets vanwege de kosten

Elektrische fiets

Er komt geen volgende fiets vanwege andere reden dan kosten

Weet ik niet

Bron: MPN (2023)

8

10%

BETAALBARE MOBILITEIT?

3

Betaalbaarheidsproblemen

De derde component van betaalbaarheid die we verkennen, gaat over betaalbaarheids­problemen.

Drie manieren om betaalbaarheidsproblemen te meten Betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit zijn nog maar weinig gemeten. In de literatuur, die geïnspireerd is op onderzoeken over energiearmoede, zijn 3 manieren te vinden om dit te doen. A. Uitgaven/inkomen-indicatoren. Deze aanpak werkt met verschillende indicatoren om in te schatten hoe groot de kans van een huishouden op betaalbaarheidsproblemen is. Dat gebeurt door naar de verhoudingen te kijken tussen de uitgaven aan vervoer en het inkomen. B. Ervaren betaalbaarheidsproblemen. In deze aanpak worden mensen gevraagd in hoeverre ze betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit ervaren. C. De budgetbenadering. Deze wordt gebruikt om te beredeneren welke uitgaven minimaal nodig zijn en vervolgens te meten hoeveel huishoudens niet aan dat bedrag kunnen komen op basis van hun inkomen. De eerste twee benaderingen hebben we toegepast op de Nederlandse situatie, zij het exploratief vanwege beperkingen van de beschikbare data. De budgetbenadering komt in de literatuur niet naar voren als goede toepassing voor mobiliteit omdat de vervoerbehoeften van mensen te ver uit elkaar liggen.

9

BETAALBARE MOBILITEIT?

(A) Uitgaven/inkomen-indicatoren Eén van de indicatoren, de 2M*, drukt uit welke huishoudens relatief veel uitgeven aan vervoer (hier 2x het mediane3 aandeel aan vervoer of meer) én een relatief laag inkomen hebben (minder dan mediaan). Een andere indicator is de indicator Lage Inkomen Hoge Mobiliteitsuitgaven (LIHM). Deze drukt uit welke huishoudens na aftrek van hun vervoeruitgaven een inkomen overhouden dat ontoereikend is om van te leven (hier minder dan 60% van het mediane inkomen in Nederland) en tegelijkertijd relatief hoge vervoeruitgaven hebben (boven mediaan). Uit de toegepaste indicator 2M* valt op te maken dat de 40% huishoudens met de laagste inkomens (eerste en tweede kwintielen), eenpersoonshuishoudens tot AOWleeftijd en eenoudergezinnen, een grotere kans hebben op betaalbaarheidsproblemen dan gemiddeld. De LIHM-indicator laat een vergelijkbaar beeld zien, maar wijst vooral huishoudens met de 20% laagste inkomens aan. De indicatoren kunnen gebruikt worden om groepen te vergelijken en te monitoren, maar moeten niet als graadmeter gezien worden om de omvang van de betaalbaar­ heids­problemen vast te stellen. De uitkomst hangt namelijk sterk af van de door de onderzoeker gekozen indicator(en) en de afkapwaarden daarbij.

Een andere belangrijke beperking van deze indicatoren is dat ze puur kijken naar de daad­ werkelijke uitgaven en geen rekening houden met de mogelijkheid dat mensen hun (mobiliteits)gedrag kunnen hebben aangepast als gevolg van een beperkte betaalbaarheid.

Aandeel van de huishoudens dat kans heeft op betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit 2015 2M*

2015 LIHM

2020 2M*

2020 LIHM

%

%

%

%

0 tot 20%

19,5

19,3

17,8

16,7

20 tot 40%

14

3,5

19,1

2,1

40 tot 60%

8,6

0,1

9,5

0,2

60 tot 80%

0

0

0

0

80 tot 100%

0

0

0

0

Huishoudtype

%

%

%

%

Eenpersoonshuishouden, tot AOW-leeftijd

12,3

8,4

13,5

7,1

Eenpersoonshuishouden, vanaf AOW-leeftijd

3,6

1,2

7,1

2,7

Paar zonder kinderen, tot AOW-leeftijd

7

4,4

5,8

2,7

Paar zonder kinderen, vanaf AOW-leeftijd

5,6

1,9

9,1

3,4

Paar met kinderen

7,6

3,1

7

2

Eenouderhuishouden

13,7

6,1

14,5

3,7

Stedelijkheidsgraad

%

%

%

%

Zeer sterk stedelijk

8,6

5,9

7,5

3,6

Sterk stedelijk

8,5

3,9

9

3,5

Matig stedelijk

8

4,5

10

5

Weinig stedelijk

8,3

4,1

11,1

3,6

Niet stedelijk

8,8

4,6

10,8

3,9

Totaal

8,4

4,6

9,3

3,8

Gestandaardiseerd huishoudinkomenskwintiel (van laag naar hoog)

Bron: CBS Budgetonderzoek.

3

10

De mediaan is het getal dat in het midden staat als je een rij getallen van laag naar hoog sorteert. De mediaan is minder gevoelig voor uitschieters dan de gemiddelde (zoals een kleine groep mensen met hoge inkomens en hoge uitgaven).

BETAALBARE MOBILITEIT?

(B) Ervaren betaalbaarheidsproblemen 22% van de volwassen inwoners van Nederland geeft in 2023 aan moeite te hebben om rond te komen, of verwacht die moeite binnen een jaar te krijgen. Bijna de helft van die groep ervaart problemen bij het betalen van hun mobiliteit. In totaal geeft 10% van de mensen aan moeite te hebben om rond te komen en geven zij aan minstens 1 van de volgende betaalbaarheidsproblemen te ervaren: • moeite hebben om alle verplaatsingen te betalen, • of meer geld uitgeven aan verplaatsingen dan zij zich kunnen veroorloven, • of bezuinigen op andere dingen om verplaatsingen te kunnen betalen.

Ervaren betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit, onder volwassen inwoners van Nederland

Ik bezuinig op andere dingen om mijn verplaatsingen te kunnen betalen Ik geef meer geld uit aan mijn verplaatsingen dan ik me eigelijk kan veroorloven Ik kan moeiteloos al mijn verplaatsingen betalen

Betaalbaarheidsproblemen kunnen zich opstapelen. 2% ervaart alle 3 betaalbaar­ heids­problemen, in combinatie met problemen om rond te komen in het algemeen.

0%

Kenmerken van de mensen met problemen De benadering via ervaren betaalbaarheidsproblemen en die via uitgaven/ inkomen-indicatoren wijzen op vergelijkbare groepen met (een kans op) betaalbaarheidsproblemen. Inkomen is de beste voorspeller van ervaren betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit. Daarbij geldt dat mensen in een huishouden met een laag inkomen vaker betaalbaarheidsproblemen ervaren dan anderen. Daarnaast ervaren mensen die werkloos, arbeidsongeschikt of in de bijstand zijn, mensen die praktisch opgeleid zijn of alleen basisonderwijs hebben afgerond, alleenstaande ouders met kinderen en grote gezinnen het vaakst betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit.

10%

40%

50%

60%

70%

80%

Eens

Oneens

Helemaal eens

90% 100%

Niet eens, niet oneens

12%

Geen moeite om rond te komen, geen ervaren betaalbaarheidsprobleem bij mobiliteit

10%

Geen moeite om rond te komen, geeft wel minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij mobiliteit te ervaren

6%

Moeite om rond te komen, geeft minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij mobiliteit te ervaren

Bron: MPN (2023)

BETAALBARE MOBILITEIT?

30%

Helemaal oneens

72%

11

20%

Moeite om rond te komen maar geen ervaren betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit

Problemen bij autobezitters, ov-gebruikers en fietsers Van de autobezitters geeft 10% aan moeite te hebben om rond te komen in het algemeen (of te verwachten dat binnen een jaar te krijgen) en minstens 1 betaalbaarheidsprobleem bij de auto te ervaren. Dat zijn autorijders die aangeven de kosten van autogebruik bijna niet te kunnen betalen, groot onderhoud uit te stellen vanwege de kosten of op andere dingen te bezuinigen om de auto te kunnen betalen. Daarnaast vindt 1/3 van de autobezitters in Nederland het financieel niet haalbaar om in de toekomst elektrisch te rijden. Opvallend is dat 2/3 van deze mensen op dit moment geen betaalbaarheidsproblemen bij het autogebruik ervaart.

Ervaren betaalbaarheidsproblemen bij autogebruik, onder autobezitters

Eigenlijk kan ik de kosten van autogebruik bijna niet betalen Groot onderhoud aan de auto stel ik, vanwege de kosten, zo lang mogelijk uit Ik bezuinig op andere dingen om de auto te kunnen betalen

Bij het openbaar vervoer vindt 7% van de inwoners van Nederland van 18 jaar en ouder het moeilijk om de bus, trein, tram en metro te gebruiken vanwege de kosten die daarmee gepaard gaan. Daarnaast hebben zij moeite om rond te komen in het algemeen. Er zijn weinig verschillen tussen frequente en niet-frequente ov-gebruikers.

Als mijn auto helemaal kapot is, kan ik die moeiteloos vervangen 0%

14% van de fietsbezitters geeft aan het onderhoud uit te stellen vanwege de kosten of moeite te hebben om een nieuwe fiets aan te schaffen als de huidige fiets kapot zou gaan. Daarnaast hebben zij moeite om rond te komen in het algemeen.

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Helemaal oneens

Eens

Oneens

Helemaal eens

Niet eens, niet oneens

9%

Geen moeite om rond te komen, geen ervaren betaalbaarheidsprobleem bij autogebruik

10%

Geen moeite om rond te komen, geeft wel minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij autogebruik te ervaren

11%

Moeite om rond te komen, geeft minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij autogebruik te ervaren 70%

Bron: MPN (2023)

12

BETAALBARE MOBILITEIT?

Moeite om rond te komen maar geen ervaren betaalbaarheidsproblemen bij autogebruik

Ervaren betaalbaarheidsproblemen bij het OV onder volwassen inwoners van Nederland

Het is moeilijk voor mij om het openbaar vervoer te gebruiken vanwege de kosten Reizen met openbaar vervoer vind ik goed betaalbaar Reizen met openbaar vervoer is betaalbaarder dan reizen met de auto 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Helemaal oneens

Eens

Oneens

Helemaal eens

90% 100%

Niet eens, niet oneens

15%

Geen moeite om rond te komen, geen ervaren betaalbaarheidsprobleem bij het ov 7%

Geen moeite om rond te komen, geeft aan een betaalbaarheidsprobleem bij het ov te ervaren

5%

Moeite om rond te komen, geeft aan een betaalbaarheidsprobleem bij het ov te ervaren 73%

Bron: MPN (2023)

13

BETAALBARE MOBILITEIT?

Moeite om rond te komen maar geen ervaren betaalbaarheidsprobleen bij het ov

Ervaren betaalbaarheidsproblemen bij fietsen, onder fietsbezitters

Onderhoud aan mijn fiets(en) stel ik zo lang mogelijk uit vanwege de kosten Bezit een e-fiets Als mijn fiets helemaal kapot is, kan ik die moeiteloos vervangen Bezit geen e-fiets Als mijn fiets helemaal kapot is, kan ik die moeiteloos vervangen 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Helemaal oneens

Eens

Oneens

Helemaal eens

90% 100%

Niet eens, niet oneens

7%

Geen moeite om rond te komen, geen ervaren betaalbaarheidsprobleem bij de fiets

14%

Geen moeite om rond te komen, geeft wel minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij de fiets te ervaren Moeite om rond te komen, geeft minstens één keer aan een betaalbaarheidsprobleem bij de fiets te ervaren

16% 63%

Bron: MPN (2023)

14

BETAALBARE MOBILITEIT?

Moeite om rond te komen maar geen ervaren betaalbaarheidsproblemen bij de fiets

4

Omgaan met en gevolgen van betaalbaar­ heidsproblemen

Iedereen heeft wel strategieën om de uitgaven aan mobiliteit onder controle te houden. Dat geldt nog meer voor mensen die betaalbaarheidsproblemen ervaren. Zo kunnen mensen steun van familie en vrienden zoeken, hoewel zij niet graag over hun financiën praten. Of ze kunnen op andere uitgaven bezuinigen. Uit Nederlandse en buitenlandse studies blijkt dat huishoudens bezuinigen op de boodschappen, hobby’s en de energierekening om zich mobiliteitsuitgaven te kunnen veroorloven. Een andere strategie is om het reisgedrag aan te passen, bijvoorbeeld door minder ver of vaak te reizen of door te reizen op een goedkopere wijze (bijvoorbeeld door de fiets te pakken in plaats van de auto, of helemaal geen auto hebben).

De hoofdreden dat mensen soms niet op een bestemming kunnen komen

Werklocatie Onderwijslocatie Supermarkt Ziekenhuis Huisarts Familie/vrienden Sport/hobby 0%

10%

20%

30%

Geen eigen vervoer

Bron: ODiN (2023), CBS, bewerking KiM

15

BETAALBARE MOBILITEIT?

40%

50%

Reis te duur

60%

70%

80%

90%

Andere redenen

100%

Tussen de 1% en 5,5% van de volwassen inwoners van Nederland kan sommige activiteiten soms niet bereiken omdat zij betaalbaarheidsproblemen hebben voor mobiliteit. Hierbij gaat het om tussen de 150.000 en 765.000 mensen. De grote bandbreedte komt doordat we niet altijd kunnen vaststellen in hoeverre betaalbaarheidsproblemen daadwerkelijk de reden zijn waarom mensen een activiteit niet kunnen bereiken. De 2 redenen die we mee hebben genomen, zijn ‘Prijs van de reis’ en ‘Geen vervoer’. Iemand kan er echter ook bewust voor kiezen geen auto te hebben, en niet zozeer vanwege de te hoge aanschafkosten. Betaalbaarheidsproblemen kunnen dus leiden tot minder mobiliteit. Eerdere studies hebben daarnaast een relatie aangetoond tussen betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit en een lager mentaal welzijn.

Redenen voor bereikbaarheidsproblemen naar huishoudinkomenskwintielen

15%

10%

5%

0% 0 tot 20% 20 tot 40% (laagste inkomens)

40 tot 60%

60 tot 80%

80 tot 100% Inkomen (hoogste inkomens) onbekend

Prijs van de reis als eerste reden voor het moeilijk kunnen bereiken van ten minste één bestemming Gebrek aan eigen vervoer als eerste reden voor het moeilijk kunnen bereiken van ten minste één bestemming

Bron: ODiN (2023), CBS, bewerking KiM

16

BETAALBARE MOBILITEIT?

5

Handelingsperspectieven

Indien de overheid betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit wil verminderen, zijn er verschillende typen maatregelen voorhanden. Ten eerste kunnen betaalbaarheidsproblemen verminderd worden via algemene inkomenspolitiek. Betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit zijn immers maar 1 vorm van mogelijke betaalbaarheidsproblemen die huishoudens hebben. Als het besteedbare inkomen van de lage inkomens omhoog gaat, krijgen deze huishoudens de beschikking over extra geld dat zij uit kunnen geven aan het voor hen meest nijpende probleem. Een tweede handelingsperspectief is gericht op het verminderen van specifiek de betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit. Maatregelen die de prijs van het trein- of autogebruik voor iedereen verlagen, zijn doorgaans weinig efficiënt als het erom gaat de betaalbaarheidsproblemen te verlichten. Doelgerichter zijn maatregelen gericht op doelgroepen (zoals gratis of goedkoop openbaar vervoer voor lage inkomens) of op het goedkoper maken van vervoer dat vooral door lage inkomens wordt gebruikt (zoals het goedkoper maken van bus, tram en metro of het goedkoper maken van lichte auto’s). Betaalbaarheidsproblemen komen immers vooral voor bij de huishoudens met lage inkomens.

Een derde handelingsperspectief gaat in feite over het voorkómen van betaalbaar­ heidsproblemen door in te zetten op meer nabijheid voor de huishoudens met lage inkomens tussen woningen en voor hen relevante voorzieningen. In deze studie laten we zien dat een deel van de huishoudens activiteiten achterwege laat vanwege betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit. Dit is een vorm van bereik­ baar­heidsarmoede: het moeilijk of verminderd kunnen meedoen aan de samenleving vanwege bereikbaarheidsproblemen. Hoewel betaalbaarheidsproblemen en bereikbaarheidsarmoede overlappen, moeten de twee niet als synoniem van elkaar gezien worden. Bereikbaarheidsarmoede kent meer facetten dan alleen betaalbaarheid.

17

BETAALBARE MOBILITEIT?

Verantwoording Werkwijze ‘Betaalbaarheid’ is nog een vrij nieuw begrip in het mobiliteitsonderzoek. Daarom heeft deze studie een verkennend karakter. Voor ons onderzoek hebben we verschillende (data)bronnen gebruikt. Voor het overzicht van de aanpakken om betaalbaarheidsproblemen te meten, hebben we internationale literatuur gebruikt die is geïnspireerd op studies over energiearmoede en in beperkte mate is toegepast in de mobiliteitssector. Voor de kwantitatieve analyses zijn gebruikt: het Budgetonderzoek uit 2015 en 2020, om de huishouduitgaven aan mobiliteit in kaart te brengen, en de consumentenprijsindex voor de veranderingen in prijzen (beide van CBS). Voor de ervaren betaalbaarheidsproblemen hebben we gegevens uit 2023 gebruikt van zowel het verplaatsingsonderzoek Onderweg in Nederland (ODiN, van CBS) als het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) van het KiM. Zie het bijbehorende achtergrondrapport voor meer informatie en toelichting over de werkwijze.

Achtergrondrapport Voor meer informatie over de methode en resultaten verwijzen wij naar het achtergrondrapport, dat via de website www.kimnet.nl te downloaden is. Krabbenborg, L. & Durand, A. (2024), Betaalbare mobiliteit? Een verkenning van prijzen van mobiliteit, huishouduitgaven aan vervoer, en betaalbaarheidsproblemen. Achtergrondrapport. Den Haag: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

18

BETAALBARE MOBILITEIT?

Colofon Dit is een uitgave van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. www.kimnet.nl info@kimnet.nl Postbus 20901 | 2500 EX Den Haag www.rijksoverheid.nl/ienw ISBN: 978-90-8902-308-7 Augustus 2024 Publicatienummer: KiM-24-A004 Auteurs: Lizet Krabbenborg Anne Durand Vormgeving: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) DDK.nl, Utrecht

19

BETAALBARE MOBILITEIT?

Publicaties van het KiM zijn als PDF te downloaden van onze website www.kimnet.nl of aan te vragen bij het KiM (via info@kimnet.nl). U kunt natuurlijk ook altijd contact opnemen met één van onze medewerkers. Delen uit deze brochure mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Krabbenborg, L. & Durand, A. (2024), Betaalbare mobiliteit? Een verkenning van prijzen van mobiliteit, huishouduitgaven aan vervoer, en betaalbaarheidsproblemen. Brochure. Den Haag: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14644068/1