CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestuurlijke nota HH Ehenergiebesparingsplicht incl bijlagen

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Rekenkamerrapport handhaving energiebesparingsplicht (26-051 RM)27.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Controles bij bedrijven en instellingen vinden net als in andere delen van het land meestal plaats aan de hand van specifieke energiecontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst. De RUD Zeeland bepaalt elk jaar hoeveel bedrijven/instellingen gecontroleerd worden, op basis van de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages en een eigen risicoanalyse die specifiek is gericht op de energiebesparingsplicht. Uit het landelijke DoeMee onderzoek kwam hetzelfde beeld. De Zeeuwse gemeenten hebben beperkt zicht op de naleving van de verplichtingen door bedrijven en instellingen en de hoeveelheid energie die daadwerkelijk bespaard wordt door de energiebesparingsplicht en welke bijdrage daarmee wordt geleverd aan beleidsdoelen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat dit onder andere wordt veroorzaakt door de beperkte verantwoordingsinformatie die gemeenten en de provincie ontvangen van de RUD Zeeland. Deze conclusie is in lijn met bevindingen uit het landelijke DoeMee onderzoek. Het landelijke beeld is dat omgevingsdiensten geen of slechts indicatief informatie kunnen aanleveren over het energiebesparingspotentieel en de totaal gerealiseerde energiebesparing en voornamelijk informatie aanleveren aan gemeenten en provincies over het aantal uitgevoerde controles en het aantal besteedde uren.

In Zeeland leggen de meeste gemeenten verantwoording af aan de gemeenteraden over de taken die de RUD Zeeland uitvoert voor energietoezicht. Dit betreft voornamelijk output en

44

gaat in mindere mate over de bredere resultaten van de energiebesparingsplicht. Hetzelfde beeld kwam uit het landelijke onderzoek naar voren.

10 S TURINGSMOGELIJKHEDEN Dit hoofdstuk beantwoordt de volgende deelvraag van het onderzoek: •

Zijn er sturingsmogelijkheden aanwezig om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de handhaving op de energiebesparingsplicht te verbeteren en zo ja welke zijn dat dan?

10.1 P ROVINCIE Z EELAND De Provincie Zeeland heeft als doel in het milieuprogramma 2023 - 2027 opgenomen dat in 2026 alle bedrijven/instellingen voldoen aan de energiebesparingsplicht, waarvoor de Provincie het bevoegd gezag is. Uit de analyse in dit onderzoek blijkt dat Gedeputeerde Staten en de omgevingsdiensten RUD Zeeland en DCMR vanaf 2022 het toezicht op de energiebesparingsplicht in opdracht van Gedeputeerde Staten hoofdzakelijk uitvoerden, zoals dat door Provinciale Staten werd beoogd in het beleidskader. Er zijn een paar reflecties mogelijk volgend uit dit onderzoek over de mate of het doel wordt gerealiseerd en sturingsmogelijkheden daarbij. Stem het doel voor de energiebesparingsplicht af op de tijd die omgevingsdiensten werkelijk nodig hebben om bedrijven/instellingen goed te controleren op naleving Ten eerste roepen de resultaten de vraag op of het mogelijk is in de tijd om in 2026 vast te kunnen stellen dat alle bedrijven voldoen aan de energiebesparingsplicht. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor een aantal zeer grote bedrijven in Zeeland die onder de onderzoeksplicht vallen. De energiebesparingsplicht geldt voor deze groep bedrijven vanaf 2023. In 2023 en 2024 werd gecontroleerd op de naleving van de onderzoeksplicht en de kwaliteit van de door de bedrijven of instellingen ingediende plannen om energie te besparen.

Vanaf 2025 zijn omgevingsdiensten gestart met de fysieke controles bij deze bedrijven. Naarmate de grootte en complexiteit van een bedrijf toenemen, zal het langer duren voor de omgevingsdiensten om alle relevante bedrijfsonderdelen te controleren om vast te stellen of er wordt voldaan aan de energiebesparingsplicht. Ook het algemene functioneren van milieuzorgsystemen bij bedrijven is van belang. Zorg dat de monitoring over prestaties verbeterd Gedeputeerde Staten brengen Provinciale Staten in positie om hun controlerende rol uit te voeren door vanaf 2024 jaarlijks een monitoringsrapportage aan te bieden. Deze rapportage wordt geagendeerd in de Commissie Ruimte. Uit het onderzoek blijkt echter wel dat de monitoringsinformatie over de energiebesparingsplicht nog beperkt is om te kunnen bepalen hoeveel energie er wordt bespaart en/of CO2 emmissie daarmee wordt vermeden en hoe doeltreffend het beleid daarmee is.

10.2 Z EEUWSE GEMEENTEN

45

Om de uitvoering van de energiebesparingsplicht binnen de Provincie Zeeland te optimaliseren, zijn er diverse sturingsmogelijkheden, die uiteen worden gezet in de navolgende paragrafen. Deze samenhangende maatregelen, gecombineerd met een robuust sturingskader, zijn essentieel om niet alleen de naleving van de energiebesparingsplicht te versterken, maar ook om bredere duurzaamheidsdoelstellingen te behalen en een efficiënt toezicht- en handhavingssysteem te realiseren.

Koppel de energiebesparingsplicht aan breder duurzaamheidsbeleid Een belangrijk aandachtspunt is het koppelen van toezicht en handhaving aan de bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Het beleid is op dit moment zeer versnipperd. Het is daardoor lastig om een duidelijk en eenduidig beeld te vormen over de situatie van de Zeeuwse gemeenten. De meeste Zeeuwse gemeenten hebben geen koppeling gelegd tussen beleid op het gebied van energie en klimaat en de energiebesparingsplicht. De gemeenten noemen een aantal redenen voor het ontbreken van dergelijk beleid. Een vaak genoemde reden is dat de basistaak voor de energiebesparingsplicht is belegd bij de RUD Zeeland en de gemeente hier geen inhoudelijke rol bij heeft. Daarom is het wenselijk om een koppeling te maken tussen toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht en de beleidsdoelstellingen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Een geïntegreerde aanpak versterkt namelijk de borging en effectiviteit van de energiebesparingsplicht en draagt bij aan een bredere verduurzamingsdoelstellingen. Uit het onderzoek komt naar voren dat er zowel in de opdrachtverstrekking als de financiering vanuit gemeenten richting RUD Zeeland weinig eenduidigheid is.

Terwijl op uitvoerend niveau beaamt wordt dat extra middelen voor het uitvoeren van de basistaak op het gebied van handhaving en toezicht op energiebesparingsplicht zeker gewenst is om te kunnen voldoen aan de afspraken die op hoger niveau gemaakt zijn in het Klimaatakkoord van Parijs en waaraan gemeenten in Zeeland zich gecommitteerd hebben via de Regionale Energie Strategie Zeeland (RES Zeeland). In het Uitvoeringsplan - behorende bij de onlangs door alle gemeenteraden vastgestelde RES 2.0 (pag. 86) - staat dat er afspraken gemaakt moeten worden met de RUD Zeeland inzake “handhaving informatieplicht bedrijven met name de grootverbruikers als eerste handhaven”, waarvoor Provincie, gemeenten en de RUD Zeeland als verantwoordelijk cq. medeverantwoordelijk worden aangemerkt. Daarnaast is afgesproken dat het Expertplatform van Impuls Zeeland i.s.m. gemeenten aan de lat staat om in gesprek met de grootste energieverbruikers (niet SDR-bedrijven) hen aan te sporen werk te maken van energiebesparing, met als streven 5% per jaar te besparen. In het verlengde hiervan draagt de RUD Zeeland zelf aan om bedrijven actief te informeren over energiemaatregelen en controles aan te kondigen.

Hoewel de meeste Zeeuwse gemeenten wel degelijk beleid hebben op het gebied van duurzaamheid, klimaat en/of energie, bestaat er meestal geen directe koppeling tussen dit beleid en de inzet op de energiebesparingsplichten daarvoor specifiek toegekende bestemde financiële middelen. Uit het onderzoek komt naar voren dat gemeenten zich binnen de RES meer richten op het stimuleren van verduurzaming waaronder energiebesparing en minder op het controleren of wettelijke verplichtingen worden nagekomen. Een vaak genoemde reden hiervoor is dat de basistaak voor de energiebesparingsplicht is belegd bij de RUD Zeeland en de meeste gemeenten hier voor zichzelf geen inhoudelijke rol zien. Vanuit RES Zeeland wordt aangegeven dat door de lage controlefrequentie door de RUD (veroorzaakt door gebrek aan middelen bij de RUD) er een aanzienlijk besparingspotentieel blijft liggen. De Zeeuwse gemeenteraden hebben nauwelijks tot geen zicht op de uitvoering en effecten van het handhaven op de energiebesparingsplicht door de RUD. Ook hebben raden weinig tot geen zicht op 46

de daadwerkelijke gerealiseerde energiebesparing binnen hun gemeente, terwijl hier vanuit de RES een duidelijke doelstelling aan gehangen is.

Formuleer duidelijke doelstellingen voor opdrachtgever- en opdrachtnemerschap Het is van belang dat de Zeeuwse gemeenten duidelijke doelstellingen formuleren voor het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap met de RUD Zeeland. Op deze manier kunnen de gemeenten effectiever en uniform richting de RUD Zeeland acteren. Uit interviews met de Zeeuwse gemeenten blijkt dat er uiteenlopende opvattingen bestaan over het opdrachtgeverschap. De ambtelijke ondersteuning van een aantal Zeeuwse gemeenten heeft tijdens de interviews aangegeven dat meer sturing op de uitvoering van toezicht en handhaving door de RUD Zeeland wenselijk is. Tegelijkertijd zien sommige gemeenten voor zichzelf geen inhoudelijke rol en geven zij de RUD Zeeland de ruimte om invulling te geven aan de uitvoering op basis van eigen inzicht. De uiteenlopende perspectieven onderstrepen het belang van een genuanceerde, constructieve aanpak waarin duidelijke doelstellingen en rol- en taakverdeling centraal staan om het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap gericht in te delen.

Blijf inzetten op de onderlinge samenwerking en communicatie Om de uitvoering van de energiebesparingsplicht in Zeeland te verbeteren, is het belangrijk dat gemeenten en de RUD Zeeland blijven werken aan de onderlinge samenwerking en communicatie. Het Plan van Aanpak Robuuste RUD biedt een solide basis voor de structurele financiering van toezicht en handhaving en voor het verder ontwikkelen van de samenwerking. Om deze positieve ontwikkeling vast te houden, is het gewenst dat de gemeenten en de RUD Zeeland vinger aan de pols houden door middel van concrete afspraken en een gezamenlijke aanpak.

Verhoog risico gestuurd de controlefrequentie bij relevante bedrijven Voor de Zeeuwse gemeenten is de controlefrequentie eens in de twintig jaar, terwijl het ministerie vanuit het klimaatakkoord een controlefrequentie van eens in de vier jaar nastreeft. De huidige controlefrequentie is onvoldoende om het gewenste effect te behalen. Om de controlefrequentie te verhogen, is het wenselijk om het budget en de capaciteit van de RUD Zeeland te verhogen. Door extra middelen beschikbaar te stellen via het Plan van Aanpak Robuuste RUD, kan de frequentie worden teruggebracht naar eens in de tien jaar of minder. Bovendien wordt een risico gestuurde aanpak aanbevolen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan bedrijven/instellingen met het grootste energiebesparingspotentieel. Dit zorgt voor een efficiëntere en proportionele inzet van middelen en maximale impact.

Verbeter de informatievoorziening over toezicht en handhaving Daarnaast is het essentieel dat gemeenten met de RUD Zeeland in gesprek gaan over het leveren van uitgebreidere kwalitatieve en resultaat-gedreven informatie. In de interviews met de ambtelijke ondersteuning van een aantal Zeeuwse gemeenten wordt namelijk aangegeven door vrijwel alle gemeenten dat het onbekend is wat de naleving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht is bij de bedrijven of instellingen waarvoor de gemeenten het bevoegd gezag zijn. De uitgebreidere informatie kan bij voorkeur betrekking hebben op de uitgevoerde controles, het geïdentificeerde energiebesparingspotentieel en de daadwerkelijk gerealiseerde energiebesparingen. Hiermee kunnen toezicht en handhaving beter op elkaar worden afgestemd, kan de energiebesparingsplicht verankeren in plannen en kunnen gemeenteraden beter geïnformeerd worden over de bredere 47

resultaten van de energiebesparingsplicht en daarmee bereiken van de doelstellingen op het gebied van energie en klimaat.

48

B IJLAGE 1 B ETROKKEN ORGANISATIES In de onderstaande tabel wordt de lijst met organisaties die hebben deelgenomen aan het onderzoek weergeven. Organisatie Gemeente Borsele Gemeente Goes Gemeente Kapelle Gemeente Middelburg Gemeente Noord-Beveland Gemeente Reimerswaal Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Tholen Gemeente Veere Gemeente Vlissingen Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Impuls Zeeland

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16799557/1