Bijlage 1a Bovenregionaal plan transformatie JZ+ (geactualiseerd)
Tekst van het document
Bovenregionaal plan Transformatie JeugdzorgPlus Actualisatie 2024
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................... 2 2. Bovenregionale samenwerking JeugdzorgPlus .................................................................... 3 2.1 Bovenregionaal plan JeugdzorgPlus ............................................................................... 3 2.2 Visie en samenwerkingsafspraken ................................................................................. 4 2.3 Coördinerende gemeente .............................................................................................. 6 3. Samenwerking binnen jeugdhulplandschap ........................................................................ 6 3.1 Aanbieder JeugdzorgPlus................................................................................................ 6 3.2 Ketenpartners en aanbieders ......................................................................................... 8 3.3 Expertisenetwerken...................................................................................................... 10 4. Bovenregionale aanpak ...................................................................................................... 11 4.1 Zicht op ondersteuningsbehoefte ................................................................................
12 4.2 Organiseren passend aanbod ....................................................................................... 14 4.3 Uniforme werkwijze en hulpverleningsprocessen........................................................ 15 4.4. Bovenregionale sturing en kennisuitwisseling ............................................................ 17 5. Uitvoeringsagenda ............................................................................................................. 18 6. Financieel ........................................................................................................................... 18 6.1 SPUK Vastgoedtransitie ................................................................................................ 19 6.2 SPUK Frictiekosten gesloten jeugdhulp ........................................................................ 19
Colofon: Status: definitief vastgesteld in december 2024 Jeugdhulpregio’s: West-Brabant West, Zeeland en West-Brabant Oost Coördinerende gemeente: Gemeente Roosendaal
1
1. Inleiding Op 19 juni heeft de VNG namens de gemeenten bestuurlijke afspraken in het kader van de transformatie van de gesloten jeugdhulp getekend. Deze afspraken zijn ondersteunend aan de al lopende transformatieopgaven. Met de afspraken is vastgelegd dat we het in Nederland voor de jongeren beter en anders gaan doen. We willen betere en liefdevolle zorg voor jongeren met een intensieve zorgbehoefte. We zien het als een gezamenlijke opgave om deze transformatie verder vorm te geven, waarbij iedere betrokken partij ook zijn eigen verantwoordelijkheid draagt. De kwaliteit van zorg voor de jongere staat altijd voorop. Met de transformatie van de gesloten jeugdhulp is een brede beweging ingezet van gesloten naar open jeugdhulp en van grootschalige groepen naar kleinschalige groepen. In diverse landsdelen is deze transformatie al in gang gezet. Daar waar dit het geval is kan de transformatie gesloten jeugdhulp gelezen worden als jongeren met problematiek waarvoor enkele jaren geleden nog een machtiging gesloten plaatsing voor werd aangevraagd, maar die nu opener en kleinschaliger zorg ontvangen. De transformatie kent 3 sporen. De afbouw van gesloten jeugdhulp is gericht op het definitief sluiten van locaties voor gesloten jeugdhulp.
De ombouw van gesloten jeugdhulp verwijst naar het ombouwen van grootschalige groepen voor gesloten jeugdhulp naar kleinschalige groepen voor gesloten jeugdhulp. De opbouw van alternatieven behelst alle zorg die in plaats van gesloten jeugdhulp ingezet (kan) worden. Bijvoorbeeld ambulante alternatieven of kleinschalige open woonvoorzieningen. JeugdzorgPlus, gesloten jeugdhulp en gesloten jeugdzorg zijn gelijke begrippen die in verschillende regelingen door elkaar heen worden gebruikt. In dit plan kunnen daarom beide termen voorkomen.
1.1 SPUK-regeling Voor de uitvoering van de transformatie gesloten jeugdhulp is een financiële regeling opgesteld, waarmee middelen voor (incidentele) frictiekosten voor het af- en ombouwen van de gesloten jeugdhulp beschikbaar worden gesteld aan de coördinerende gemeenten. Binnen de regeling is daarnaast ook ruimte om middelen in te zetten voor het opbouwen van (open residentiële of ambulante) alternatieven. Voorwaarden voor het ontvangen van de middelen zijn een (actualisatie van) bovenregionaal plan met daarin een vastgestelde visie op de transformatie gesloten jeugdhulp én afspraken over bovenregionale samenwerking tussen gemeenten en de betrokkenheid van zorgaanbieders.
2
1.2 Actualisatie bovenregionaal plan De 3 jeugdhulpregio’s in Landsdeel Zuidwest hebben in 2021 een bovenregionaal plan voor de transformatie van de JeugdzorgPlus opgesteld. Het gaat om de regio’s West-Brabant West (WBW), West-Brabant Oost (WBO) en Zeeland. Op basis van dit plan is een subsidie ontvangen vanuit de SPUK-Vastgoedtransitie voor de verbouwings- en leegstandskosten veroorzaakt door de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Het nu voorliggende document betreft een actualisatie van het plan uit 2021 en bouwt voort op de stappen eerder gezet aangevuld met een meer intensieve aanpak voor af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp en een nieuwe aanpak voor de opbouw van alternatieven. Het plan betreft alleen die elementen waar het bovenregionaal acteren van meerwaarde wordt gezien in het behalen van de transformatiedoelen van de JeugdzorgPlus. De regio’s/gemeenten behouden hun eigen verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de uitvoering van de Jeugdwet en de Hervormingsagenda en daarmee het organiseren van passende en effectieve hulp en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen. De wijze waarop zij dat doen is opgenomen in de eigen regioplannen. Voor meer informatie over het actuele beleid van de regio’s wordt daarom verwezen naar de websites van WBW, Zeeland en WBO1.
2. Bovenregionale samenwerking JeugdzorgPlus Tot 2020 werden de contracten voor JeugdzorgPlus afgesloten op het niveau van negen jeugdzorgregio’s in Landsdeel Zuid. Eind 2017 hebben Zeeland, WBW en WBO uitgesproken de JeugdzorgPlus voorzieningen te willen doorontwikkelen en beter te integreren in het lokale zorglandschap. Matched- care, perspectief en nazorg stonden hierbij centraal. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijke visie op en inkoop van de JeugdzorgPlus vanaf 2020. De samenwerkingsafspraken tussen de regio’s werden vastgelegd in het Convenant JeugdzorgPlus 2020 “Samen Sterk voor Jeugdigen met een Plus”. Vanwege ontwikkelingen in het zorglandschap werd uiteindelijk alleen Almata gecontracteerd als ‘preferred supplier’ voor de JeugdzorgPlus. 2.1 Bovenregionaal plan JeugdzorgPlus In 2021 is een bovenregionaal plan opgesteld inclusief een toekomstvisie op kleinschaligheid. Deze visie werd vervolgens het uitgangspunt voor het Strategisch vastgoedplan 2021-2023 van Almata. Op basis van dit plan zijn aan Almata middelen toegekend in het kader van de regeling SPUK Vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 20212024.
1
https://www.jeugdhulpwbw.nl/, https://regiowbo.nl/, https://www.inkoopjeugdhulpzeeland.nl/
3
Figuur 1: Vastgoedtransitie aanbieder JeugdzorgPlus
Met de inzet van de gemeenten en aanbieder op de transformatie werd het aantal benodigde gesloten plaatsen in een paar jaar tijd fors teruggebracht (van 57 in 2020 naar 46 in 2021 en 36 in 2023). De snelheid van de afname gecombineerd met een fusie met een andere aanbieder had echter ingrijpende gevolgen voor de (bedrijfsvoering van de) aanbieder, zoals leegstand, frictiekosten en continuitsrisico’s. In 2023 is door gemeenten, aanbieder en JA een continuïteitsplan (conform Draaiboek ‘Continuïteit Jeugdhulp’) opgesteld om de beschikbaarheid van het hulpaanbod voor de korte termijn en het behalen van de doelen in de transformatieopgave voor de langere termijn te kunnen borgen. De gemeenten hebben voor dat doel extra middelen ter beschikking gesteld aan Almata. 2.2 Visie en samenwerkingsafspraken In 2023 is door de 3 jeugdhulpregio’s een nieuw convenant opgesteld met een gezamenlijke visie op en afspraken over de transformatie van de JeugdzorgPlus. Met Almata is, na een inkoopprocedure, een contract voor de periode 2024-2025 gesloten. De visie en uitgangspunten zijn samengevat: - We werken samen aan het zo thuis mogelijk op te laten groeien van jeugdigen en het organiseren van de jeugdhulp zo dichtbij mogelijk. - We gaan uit van de landelijk opdracht ‘van groot naar klein van gesloten naar open en van uit huis naar thuis’.
- We borgen de continuïteit van zorg voor jeugdigen met complexe en meervoudige problemen die veiligheid en bescherming nodig hebben2. - We werken aan het voorkomen van gesloten plaatsingen en een gecontroleerde afen ombouw van de JeugdzorgPlus voorziening naar 0 plaatsen in 2030. - We bouwen de huidige JeugdzorgPlus setting om naar kleinschalige woonvoorzieningen. - We werken samen aan het opbouwen van passende alternatieven voor de doelgroep JeugdzorgPlus. 2
Uit onderzoek blijkt dat de huidige doelgroep JeugdzorgPlus gaat om jongeren met meervoudige -met elkaar interacterende- complexe problemen over 3 dimensies zijnde: kind-eigen, systemische en behandelresponsiviteitfactoren (uit presentatie van Sander Konings, Coördinator onderzoek en innovatie en gedragswetenschapper bij Almata)
4
Op basis van deze visie en uitgangspunten is bovenregionaal afgesproken tot: - Het borgen van voldoende zorgaanbod in gesloten setting door het inkopen van 24 kleinschalige plekken JeugdzorgPlus. - Een risicobeheersing door het ontwikkelen en organiseren van 12 reserveplekken in een hybridevorm als vangnet én als alternatief zorgaanbod. Op hybride locaties verblijven jongeren met een machtiging gesloten jeugdzorg alsof ze op een open locatie verblijven. Als het nodig is worden er alleen bij uitzondering kortdurende vrijheidsbeperkende maatregelen ingezet.
-
-
Het intensiveren van Civiele Trajectberaden (CTB) en behandeling op basis van voorwaardelijke machtigingen met als doel het voorkomen van gesloten plaatsing en/of het zo snel mogelijk terug te keren naar huis of eerdere behandelplek. De ontwikkeling van een ambulant JeugdzorgPlus-team in samenwerking met de samenwerkingsverbanden (met o.a. Amarant, Sterk Huis, Viersprong, GGZ Breburg, Almata Emergis en Juvent) waar Almata deel van uitmaakt en met de onderwijspartijen in de drie jeugdhulpregio’s. Een Ambulant JeugdzorgPlus team wordt georganiseerd als een samenspel tussen zorgaanbieders, onderwijs en gemeenten om gesloten plaatsing te voorkomen en een doorgaande behandel- en leerlijn te realiseren. Er is geen blauwdruk voor het team, samen met de betrokken partijen wordt uitgewerkt hoe dit in de praktijk het beste vorm kan krijgen.
-
Het organiseren van de afbouw op basis van de zogenaamde ‘waterval’3. Het inbedden van deze visie en samenwerking in het regionale beleid.
Figuur 2: Transformatie JeugdzorgPlus WBW, WBO, Zeeland
3
Zie figuur 3
5
2.3 Coördinerende gemeente De gemeente Roosendaal vervult al de rol van coördinerende gemeente met betrekking tot de SPUK-Vastgoedtransitie en SPUK-Separeer. De regio’s zijn overeengekomen dat de gemeente Roosendaal deze rol ook op zich zal nemen voor de SPUK-Frictiekosten die naar verwachting in november 2024 wordt opengesteld. De gemeente Roosendaal zal daarmee de procesregie voeren op de aanvraag en de inzet van de middelen in overeenstemming met de landelijke bestuurlijke afspraken transformatie gesloten jeugdhulp4.
3. Samenwerking binnen jeugdhulplandschap Het jeugdhulplandschap is flink in beweging. De opgave is complex, raakt meerdere domeinen en er zijn veel verschillende partijen betrokken met elk hun eigen belangen. Voor goede jeugdhulp is intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen, inclusief ouders en jeugdigen van groot belang. Samenwerking maakt de jeugdhulp consistent en beheersbaar, zorgt voor meer kwalitatief van hulp en draagvlak voor de gekozen oplossingsrichtingen. In de regiovisies- en plannen staat beschreven op welke wijze de regio’s en de gemeenten invulling geven aan de gedeelde verantwoordelijkheid van partijen. In de onderstaande paragrafen wordt aangegeven hoe dat vorm krijgt in de opgave JeugdzorgPlus. 3.1 Aanbieder JeugdzorgPlus Almata is sinds 2020 voor de 3 jeugdhulpregio’s de enig gecontracteerde aanbieder voor de JeugdzorgPlus. Almata heeft een opnameplicht en is verantwoordelijk voor het bieden van de JeugdzorgPlus aan alle jeugdigen binnen de regio’s. Ook eventuele plaatsingen bij andere aanbieders vanuit inhoudelijke en of veiligheidsredenen vallen onder de verantwoordelijkheid van Almata. Zoals beschreven in paragraaf 1 wordt nauw met Almata samengewerkt om de transformatiedoelen te behalen.
3.1.1 Impact afname gesloten plaatsingen Een positieve ontwikkeling is de afname van het aantal plaatsingen gerealiseerd sinds 2020 door de gezamenlijke inspanningen van gemeenten en aanbieder. Voor de aanbieder heeft dit echter een dusdanige impact op de bedrijfsvoering dat het voortbestaan van de organisatie en daarmee de borging van continuïteit van zorg in het gedrang is. Een verdere afname van het aantal plaatsen en bijbehorende bekostiging zal voor de aanbieder het einde van zelfstandigheid betekenen. De (markt)positie van de aanbieder in andere vormen van zorg is namelijk te beperkt om de verminderde omzet door afname JeugdzorgPlus aan 4
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/06/19/bestuurlijke-afspraken-transformatiegesloten-jeugdhulp
6
te vullen. En het hebben van een kritische massa is voor de aanbieder noodzakelijk om deze gesloten zorg te kunnen blijven bieden zolang daarom gevraagd wordt. De aanbieder zal daarmee een steeds hogere kostprijs per plaats zal moeten ontvangen, het spreidingsgebied JeugdzorgPlus moet vergroten en/of een groter marktaandeel in andere vormen van zorg moeten zien te verkrijgen. Gemeenten kunnen het marktaandeel voor andere zorgvormen echter niet zonder meer vergroten vanwege contractafspraken met andere aanbieders en de wet- en regelgeving van inkoop- en aanbesteding. Ook zijn de gemeenten niet in staat om een nog hogere kostprijs voor de JeugdzorgPlus op te vangen. De tarieven stijgen met de ombouw naar kleinschaligheid al fors, zonder dat dit gecompenseerd wordt met een aanvulling op de middelen in het gemeentefonds. 3.1.2 Kwantitatieve capaciteitsanalyse Op basis van het zorggebruik in de afgelopen jaren en de verwachtingen op de middellange termijn (tot 2027) is gekeken naar de meerjarige ambitie voor de afbouw- en ombouw van de gesloten hulp. Dit los bezien van de (on) mogelijkheden van de aanbieder om dat gezien de omvang en de bedrijfsvoering te kunnen organiseren, maar sec vanuit het perspectief van de mate waarin de gesloten hulp in de toekomst nodig wordt geacht.
In de periode van 2020 tot en met 2023 is er sprake geweest van een afname van het gebruik van gemiddeld 3 bedden per jaar. Voor 2024 tot en met 2025 is de verwachting dat het gebruik met gemiddeld 2 bedden per jaar af zal nemen tot gemiddeld 24 bedden. De te verwachten vertraging in de afname ten opzichte van de voorgaande periode heeft te maken met de ontwikkeling van hybride bedden als alternatief aanbod. Deze bedden vallen formeel onder de gesloten jeugdhulp en worden in de analyses ook als zodanig nog meegenomen tot einde van de pilot. De ambitie van de regio’s is om in de periode van 2026 tot en met 2030 het gebruik met minimaal 2-3 bedden gemiddeld per jaar nog verder af te laten nemen tot maximaal 12 bedden in 2030. Periode 2020 2025 Inkoop 57 36 Gebruik/nodig 43 24 (in oranje is prognose, in groen is ambitie)
2030 nntb 12
3.1.3 Toekomstperspectief aanbieder Dat betekent dat er in dit landsdeel op korte termijn keuzes gemaakt moeten worden door gemeenten en aanbieder, zowel individueel als samen over wijze waarop de benodigde JeugdzorgPlus in de komende jaren het beste georganiseerd kan worden in relatie tot de gestelde ambitie van 0 gesloten plaatsingen in 2030. Dit ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van voldoende en kwalitatief goede jeugdhulp (inclusief JeugdzorgPlus). Zij zijn daarbij onder andere gehouden aan de Jeugdwet en de aanbestedingswet. Almata is verantwoordelijk voor het bepalen van de eigen bedrijfsstrategie waarmee het financieel gezond kan blijven. 7
Gezamenlijk belang is het borgen van zorgcontinuïteit en het organiseren van passende en kwalitatief goede zorg aan de doelgroep JeugdzorgPlus5. Gemeenten en Almata zijn dan ook (gezamenlijk) op zoek naar de wijze waarop de afbouw van de (noodzaak tot) gesloten jeugdzorg zo snel mogelijk, maar wel op een duurzame manier bereikt kan worden. Gekozen is om dit te onderzoeken in de vorm van een business case met betrekking tot het voortbestaan van Almata. Om voldoende tijd te hebben voor dit onderzoek en het maken van goed onderbouwde en gedragen keuzes voor de toekomst betekent dit dat er gekeken gaat worden naar een vernieuwing van het contract met een looptijd van 1 of 2 jaar. Mede op basis van de uitkomsten van de business case kunnen de gemeenten en de aanbieder het toekomstperspectief bepalen. Dit vormt ook het kader voor het opstellen van het strategisch ontwikkelplan van de aanbieder dat als randvoorwaarde is opgenomen in de SPUK-Frictiekosten. 3.2 Ketenpartners en aanbieders Binnen de regio’s wordt actief samengewerkt met aanbieders en ketenpartners om het zorglandschap zo effectief en samenhangend mogelijk te realiseren.
Er lopen diverse trajecten, proeftuinen, pilots om onder andere te komen tot veiligheidsteams, het voorkomen van ‘thuiszitten’, de ontwikkeling van uniforme werkwijzen, het aanpakken van jeugdcriminaliteit en het versterken van de verbinding en samenhang in de keten bij complexe casuïstiek. Dit alles om jeugdigen in een gezonde en veilige omgeving zo thuis als mogelijk op te kunnen laten groeien. Dit vindt met name plaats op het niveau van de jeugdhulpregio en in sommige situaties op grotere schaal, zoals de Leading Coalition Brabant en het Bovenregionale Expertisenetwerk (BEN). 3.2.1 Meerwaarde creëren op groter schaalniveau Met de transformatie van de JeugdzorgPlus zien de 3 jeugdhulpregio’s de relevantie om ook op landsdeelniveau de aanbieders en ketenpartners meer samen te brengen om afspraken te maken, van elkaar te leren en te komen tot goede oplossingen om de afbouw van het aantal gesloten plaatsingen te realiseren. De eerste stappen zijn hierin gezet door onder andere de brede betrokkenheid van aanbieders bij de ontwikkeling van het Ambulant JeugdzorgPlus team, het agenderen van het onderwerp op het breed overleg van de Rechtbank Zeeland/West-Brabant en de verkenning met de onderwijscoalitie waar gezamenlijk opgetrokken kan worden. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de acties die worden ondernomen om de samenwerking op bovenregionaal niveau vorm te geven.
5
Met de transformatie verandert niet zozeer de ondersteuningsbehoefte van jeugdigen, maar verandert de kijk op de zorg die daar het best passend voor is. Het afbouwen van de gesloten vorm van jeugdhulp leidt daarmee niet tot een verandering van de doelgroep.
8
3.2.2 Verbinding Onderwijs-jeugdhulp De regio’s zien een noodzaak tot een integrale uitvoering van de gezamenlijke opgave om jeugdigen gezond op te laten groeien, een succesvolle schoolcarrière te laten doorlopen en voor te bereiden op de toekomst. Om tijdig en passend ondersteuning te kunnen bieden aan jeugdigen en gezinnen die knelpunten ervaren is het samenspel tussen jeugdhulp en onderwijs van belang, deze moeten elkaar versterken. De regio’s zien gelijkwaardig partnerschap tussen gemeenten en onderwijs als randvoorwaarde om de opgaven van normaliseren versus vroegtijdig ingrijpen, het terugdringen van het gebruik van zorg en het investeren in lichtere vormen om zwaarder te voorkomen te kunnen realiseren. Dit partnership wordt met name vormgegeven op regionaal niveau. De gemeenten en samenwerkingsverbanden maken met elkaar afspraken over de inzet en ondersteuning ten behoeve van Passend Onderwijs en Jeugdhulp. In 2023 is landelijk een aanpak vastgesteld voor de herziening van het residentieel onderwijs en het mogelijk maken van het volgen van onderwijs op de eigen school bij plaatsing in een residentiele voorziening. De herziening is gericht op beter passend onderwijs met zo min mogelijk onderbrekingen en expertiseontwikkeling van de doelgroep binnen het onderwijs.
De samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs hebben de opdracht gekregen om tot een regionaal plan te komen voor de herinrichting van het onderwijs aan jeugdigen in de nieuwe vormen van JeugdzorgPlus en moeten daarvoor de verbinding leggen met de gemeenten. De gemeenten hebben in de transformatieopgave JeugdzorgPlus de opdracht om afspraken te maken over het realiseren van onderwijs op het eigen niveau en waar mogelijk op de eigen school. In dit landsdeel is het onderwijs voor jeugdigen die gesloten worden geplaatst georganiseerd op de locatie van de zorgaanbieder. Het Olivijncollege is gevestigd op de zorglocatie in Ossendrecht en biedt alleen onderwijs aan jeugdigen die verblijven binnen de JeugdzorgPlus. De afname van het aantal gesloten plaatsingen binnen het landsdeel (zie §3.1.1) levert dan ook ernstige knelpunten voor de continuïteit van het onderwijs aan deze jeugdigen. Vooralsnog is besloten om bij de ontwikkeling van de hybride bedden (locatie Roosendaal) nog gebruik te maken van het aanbod van het Olivijncollege en daarvoor vervoer van en naar de school te organiseren. Dat is echter niet houdbaar voor de langere termijn. Daarbij is de verwachting dat bij een verdere afname van het aantal gesloten plaatsingen de school niet meer voldoende kan functioneren. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden.
Eerder heeft in het kader van de afbouw van de JeugdzorgPlus op de locatie Lievenshove in Oosterhout ook een dergelijke ontwikkeling gespeeld. Dit heeft geleid tot de succesvolle voorziening Plein3. De ervaringen hierin worden meegenomen in het vraagstuk rondom het Olivijncollege.
9
Plein³ is een integrale voorziening voor voortgezet gespecialiseerd onderwijs en zorg, waarbij de jongere en zijn perspectief centraal staan. De voorziening biedt onderwijs, arbeidsparticipatie en zorg aan jongeren tussen de 12 en 18 jaar oud die op verschillende gebieden problemen ervaren. Er wordt gewerkt vanuit de drie psychologische basisbehoeften Relatie, Competentie en Autonomie.
De zes samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs binnen het landsdeel zijn een onderwijscoalitie gestart. De coalitie heeft vervolgens een subsidieaanvraag gedaan om scholen te kunnen ondersteunen bij het bieden en organiseren van goed onderwijs en ondersteuning tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Onderdeel daarvan is ook het uitwerken van het toekomstperspectief van het Olivijncollege. Er bestaat daarin een nauwe verwevenheid met het toekomstperspectief voor het zorgaanbod voor de doelgroep JeugdzorgPlus en de locaties waarop die zorg gaat plaatsvinden. De regio’s en de onderwijscoalitie zijn hierover met elkaar in gesprek. 3.3 Expertisenetwerken Voor Brabant en Zeeland is het Bovenregionaal Expertisenetwerk (BEN) opgericht. In dit netwerk werken 6 jeugdhulpregio’s samen: Zeeland – West-Brabant West – West-Brabant Oost – Hart van Brabant – Noordoost Brabant – Zuidoost Brabant. Gemeente Eindhoven vervult daarin de coördinerende rol. BEN ondersteunt de Regionale Expertteams (RET’s) bij het organiseren van passende hulp voor kinderen en jeugdigen met complexe, meervoudige én weinig voorkomende problematiek. Op regionaal niveau zijn RET’s inmiddels goed ingebed in de toegangs- en hulpverleningsprocessen.
Op basis van de RET-monitor en de rode draden-analyse ontstaat een steeds beter beeld van de ondersteuningsbehoefte bij complexe problematiek en de expertise benodigd om met de hulpvragen om te kunnen gaan. Nadere afstemming is nodig om de rol en positie van de RET’s in de opgave JeugdzorgPlus te duiden en de processen rondom gesloten plaatsing op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast richt BEN zich op het gezamenlijk leren van casuïstiek en de patronen erachter, het signaleren en adresseren van lacunes in het jeugdhulplandschap en het aanjagen van oplossingen die de gaten dichten. Samen met BEN en Almata is in 2024 daartoe ook een werk- en inspiratiebijeenkomst georganiseerd voor de professionals werkzaam binnen het landsdeel. Bij het opzetten en uitvoeren van de bijeenkomst zijn ook ervaringsdeskundigen betrokken geweest. Deze bijeenkomst heeft tevens gefungeerd als aftrap voor een nauwere samenwerking tussen het landsdeel en BEN. In 2024 en 2025 wordt hier verder invulling aan gegeven. Gekoppeld aan BEN is ook het Zeeuws-Brabantse netwerk voor Jongeren en Ouderperspectief (ZeBra JOP) actief. Dit netwerk brengt ervaringsdeskundigheid en 10
professionele kennis samen met als doel om alleen nog beslissingen over hulp te nemen op basis van gesprek met jongeren en ouders. Ook binnen de regio’s wordt steeds vaker de verbinding gelegd met dit netwerk om ervaringsdeskundigheid in te zetten bij het ontwikkelen van nieuw beleid, de opzet van pilots of bij bijeenkomsten met beleidsmakers, professionals en bestuurders.
4. Bovenregionale aanpak Om de transformatie te laten slagen is een stevige bovenregionale aanpak nodig op een aantal vlakken. Het gaat onder andere om het volgende. Bovenregionale zorgvraag onvoldoende in beeld Het ontbreekt op bovenregionaal niveau aan data en inzicht over welke zorgvraag er nog bestaat náást het regionaal aanbod dat beschikbaar is en dat wordt ontwikkeld. Op regionaal niveau wordt gewerkt aan een samenhangend zorglandschap, maar het is nog onvoldoende duidelijk waar regionaal een antwoord op wordt gegeven en waar mogelijk hiaten zijn/ontstaan in het bovenregionaal zorglandschap als het gaat om de doelgroep JeugdzorgPlus. Opbouw alternatieven Om de JeugdzorgPlus verder te kunnen afbouwen is van belang om een effectief aanbod van alternatieve hulp te ontwikkelen. De regio’s hebben afgesproken dit te organiseren door middel van een zogenaamde ‘waterval’ (figuur 3). Daarvoor is een samenspel nodig van meerdere aanbieders, ketenpartners en het onderwijs. Een deel van de alternatieven wordt gerealiseerd via het bovenregionale contract met Almata. Gezien de beperkte omvang van de doelgroep en de benodigde (hoog specialistische) expertise willen de regio’s uitwerken wat er nodig is en wat vervolgens bovenregionaal danwel regionaal wordt ontwikkeld. Figuur 3: Watervaleffect
11
Kennis- en informatie-uitwisseling is basisbehoefte Betere kennis- en informatie-uitwisseling is nodig zodat meer bekendheid komt over wat er al ontwikkeld en beschikbaar is. Het delen en benutten van elkaars leerervaringen, zowel onderling als regio-, domein en aanbieder-overstijgend, maakt het ook beter mogelijk om brede expertise in te zetten en lerend vermogen aan te wenden. Dit geldt zowel voor het versterken van bestaand aanbod als het ontwikkelen van nieuw aanbod. Kennisdelen kan bovendien een motor zijn om te komen tot versterking van onderlinge samenwerking bij deze gezamenlijke opdracht. Het blijkt niet mogelijk om deze uitwisseling van kennis vanzelf te laten ontstaan, een centrale sturing wordt gemist. Reguliere hulpverleningsprocessen vragen aandacht De landelijke aanpak legt vooral een focus op het ontwikkelen van passende alternatieven in het zorgaanbod als oplossing voor voorkomen van gesloten plaatsing. Aandacht is echter ook gevraagd voor het verbeteren van de reguliere hulpverleningsprocessen en dan met name waar het gaat om de toeleiding tot de zorg en ondersteuning. Uit onderzoek en analyses ontstaat het beeld dat binnen de verschillende toewijzings- en plaatsingsprocessen (inclusief richtlijnen) regelmatig stappen gemist of overgeslagen worden waarmee een zorgvuldige afweging en de samenspraak met jeugdigen en hun gezin in het gedrang komt.
Oorzaken zijn veelal gelegen in gebrek aan tijd, handelingsverlegenheid in zeer complexe en crisissituaties, druk vanuit de omgeving en soms angst gedreven afwegingen. Het verbeteren van deze processen en het trainen, begeleiden en ondersteunen van betrokken professionals hierin kan de toeleiding naar best passende zorg verbeteren en de (noodzaak tot) gesloten plaatsingen verminderen. In de onderstaande paragrafen wordt beschreven hoe dit bovenregionaal wordt aangepakt. De precieze wijze van en het tempo waarop de aanpak plaatsvindt kan op regionaal niveau wat verschillen afhankelijk van de uitgangspositie van de regio’s met betrekking tot de genoemde acties en de accenten die regionaal gelegd worden. 4.1 Zicht op ondersteuningsbehoefte Binnen de jeugdhulpregio’s wordt op diverse manieren in beeld gebracht welke jeugdigen welke ondersteuningsbehoefte hebben. Elke regio beschikt over een eigen dashboard met daarin informatie met betrekking tot verwijzingen, zorginzet, duur en omvang de zorg. Binnen deze dashboards is het mogelijk om op kwantitatieve data te verkrijgen met betrekking tot zorgpaden die jeugdigen doorlopen, het verwijsgedrag en rode draden daarin. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de meer complexe casuïstiek aan de hand van de RET-monitor. Ook wordt gebruik gemaakt van de landelijke monitor beschikbaarheid en bezetting opgesteld door de jeugdautoriteit.
De regio’s werken met diverse projecten om bovengenoemde data te verrijken, onder andere met kwalitatieve gegevens, gegevens sociaal domein breed of op specifieke thema’s
12
zoals wachttijden. In Zeeland is bijvoorbeeld de Data-alliantie opgericht, in WBW draait de pilot Aanpak wachttijden en in WBO wordt een onderzoek gedaan naar de aanleiding van de toename van maatwerkcontracten bij zeer complexe casuïstiek. Verder wordt onderzoek gedaan naar de uitkomsten van de Civiel Trajectberaad (CTB)6 die altijd voorafgaand aan heen plaatsing wordt gehouden en de rode draden die daarin worden gezien. Het Civiel Trajectberaad (CTB) is een overleg waarbij ouders/opvoeders, de jongere, de verwijzer, andere betrokkenen en een deskundige van gesloten jeugdzorg om de tafel zitten om de situatie en mogelijke alternatieven te bespreken. Ook kan een voorwaardelijke machtiging ingezet worden om gesloten plaatsing te voorkomen
Om ook meer op bovenregionaal niveau te kunnen acteren gaan de regio’s de komende jaren samenwerken om tot een goed beeld te komen van de ondersteuningsbehoefte van en de beschikbaarheid van passende hulp voor deze doelgroep.
Acties ondersteuningsbehoefte bovenregionaal7 Þ Bovenregionaal samenbrengen en analyseren van een dataset over doelgroep JZ+ (instroom, uitstroom, duur, zorgpaden, onderwijs) Þ Intensiveren inzet Civiel Trajectberaden (CTB) en verbeteren dataverzameling- en analyse rode draden Þ Implementeren van de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA) in het toegangsproces en inrichten dataverzameling- en analyse rode draden Þ Ontwikkelen van een monitor/volgsysteem voor continue actuele informatie Þ Onderzoeken of de Ketenanalyse met machine learning (van Expertise Groep Data Science van de VNG) van meerwaarde is De acties zullen plaatsvinden in samenspel met de plaatsingscoördinatie JZ+, de aanbieders, het onderwijs, de verwijzers, de Regionale en bovenregionale expertteams en de ervaringsdeskundigen.
6
https://www.viajeugd.nl/files/upload/50/civiel-trajectberaad-almata.pdf In dit document worden alleen de acties weergegeven die op bovenregionaal niveau ter aanvulling op de regionale plannen en uitwerkingen wordt opgepakt. 7
13
4.2 Organiseren passend aanbod Zoals beschreven in paragraaf 3.1 zetten de regio’s al geruim tijd stappen om met Almata en andere aanbieders samen de transformatieopgave vorm te geven. Onderdeel daarvan is het organiseren van passend aanbod voor de doelgroep van jeugdigen. Binnen de bovenregionale samenwerking krijgt dit vorm in het contract en convenant JeugdzorgPlus, zie ook figuur 2. De transformatieopgave JeugdzorgPlus betreft echter een opgave voor de gehele keten van zorg en ondersteuningen aan jeugdigen en gezinnen. Dit gaat verder dan wat met de aanbieder JeugdzorgPlus gerealiseerd kan worden. Bij uitstek vindt het versterken van de gehele keten, het vroegtijdig onderkennen van (ernstige) problematiek, het ontwikkelen en beschikbaar stellen van passend aanbod en het verbinden van een doorlopende leer -en behandellijn plaats op het regionale niveau. Jeugdhulpregio’s zijn immers geënt op deze samenwerking en hebben daar de formele en informele besluitvormings- en uitvoeringsstructuur op ingericht. Bovenregionale acties dienen daarmee aan te sluiten op en van meerwaarde te zijn voor het regionale beleid. De inkoop en contractering van jeugdhulp vindt met uitzondering van de JeugdzorgPlus plaats op regionaal niveau.
Dat geldt ook voor zorgvormen die nu al als alternatief en/of ter voorkoming van de inzet van gesloten jeugdhulp worden gecontracteerd, zoals bijvoorbeeld VIER, MST en JIM.
Verbinding In Elke Relatie (VIER) is een intensieve behandeling voor kinderen tussen de 4 en 18 jaar met complexe problemen. Deze behandeling is passend bij zowel internaliserend als externaliserend gedrag van de jeugdige. Multisysteemtherapie (MST) is een bewezen effectieve methodiek gericht op het verminderen van de ernstige gedragsproblemen van de jongere en het voorkomen van uithuisplaatsing. Diverse vormen van MST (verschillende doelgroepen) worden door de regio’s of op landelijk niveau gecontracteerd. Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) is een steunfiguur die een jongere zelf kiest uit de eigen omgeving. Samenwerken met informele mentoren uit het netwerk van jongeren als alternatief voor uithuisplaatsing is de kern van de JIM-aanpak.
De bovenregionale samenwerking is gericht op het gezamenlijk zicht krijgen op de hiaten in het zorglandschap, het onderzoeken van/experimenteren met innovatieve vormen van hulp en het verkennen van het benodigde schaalniveau om de expertise goed te kunnen organiseren en te behouden.
14
Acties passend aanbod bovenregionaal Inzicht beschikbaarheid Þ Ontwikkelen monitor voor zicht op de beschikbaarheid van hulp (inclusief alternatieven), expertise, knelpunten en hiaten in het (boven)regionale zorglandschap Hulp en ondersteuning Þ Waterval8 verder ontwikkelen en implementeren op regionaal niveau Þ Organiseren Ambulant+ team9 ter voorkoming van JeugdzorgPlus Þ Organiseren hybride bedden en het verkennen van de mogelijkheid van kleinschalige hybride locaties10 binnen de regio’s Þ Bovenregionale verkenning naar alternatieve zorg, het intensiveren van al bewezen effectieve zorg en het opzetten van pilots voor nieuwe vormen van zorg die van meerwaarde kunnen zijn in dit landsdeel Þ Volgen Pilot VIC (van samenwerkende aanbieders ondersteund door BEN) en onderzoeken mogelijkheden voor borging aanbod bij aantoonbaar succes Þ Samen met onderwijspartners opstellen van een (boven)regionale aanpak voor een doorlopende leer- en behandellijn Þ Organiseren betrokkenheid van ervaringsdeskundigheid bij de analyses en pilots Þ In samenwerking met BEN stimuleren van innovatie en samenwerking binnen het zorglandschap Aanbod JeugdzorgPlus Þ Opstellen strategisch plan voor het organiseren van zorg en onderwijs voor de doelgroep op de (middel)lange termijn Þ Opstellen strategisch ontwikkelplan huidige locaties en uitvoering geven aan Vastgoedplan Almata voor afbouw plaatsen en ombouw
naar kleinschaligheid Þ Vanuit partnership samen met Almata onderzoeken van mogelijkheden voor behoud van expertise binnen de jeugdhulp en het onderwijs
4.3 Uniforme werkwijze en hulpverleningsprocessen Binnen de regio’s wordt gewerkt met de Richtlijnen Jeugdhulp. In alle regio’s is advisering door gedragswetenschappers -al dan niet in multidisciplinaire teams- voor de lokale toegangen beschikbaar en zijn afspraken gemaakt over afstemming bij een (mogelijke) uithuisplaatsing. In WBW loopt sinds 2023 het project ‘Versterken Analyse Toegang’11 8
Zie Figuur 3 Zie kader pagina 5 10 Zie kader pagina 5 11 https://www.jeugdhulpwbw.nl/nieuws/2024/project-versterken-analyse-toegang-jeugd/ 9
15
gericht op het optimaliseren van de analyse in de toegang. Binnen dat project zijn de jeugdprofessionals getraind in de Transactionele Analyse (TA) en de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA) te ondersteuning van de brede analyse, waar ook naar de leefgebieden in de context van de hulpvraag wordt gekeken. Voor gesloten plaatsingen is bovenregionaal een toegangsproces ingericht. Voorwaarde is onder andere -naast de wettelijke kaders van de inzet van een onafhankelijk gedragswetenschapper- dat voorafgaand aan een gesloten plaatsing altijd eerst een Civiel Trajectberaad12 plaatsvindt. In de praktijk blijkt echter dat dat niet altijd gebeurt. Soms vanwege de urgentie van het direct kunnen plaatsen, soms omdat bij verwijzers de procedure nog te onbekend is. Ook zijn er signalen vanuit het maatschappelijke veld en vanuit onderzoeken dat ook andere stappen in het verwijzings- en of hulpverleningsproces soms worden overgeslagen. Stappen die een gesloten plaatsing mogelijk kunnen voorkomen. Oorzaken zouden gelegen zijn in tijd- en werkdruk, maar mogelijk ook vanwege onvoldoende kennis en zicht op de (relevantie) van de benodigde stappen. En omdat het met de veelheid van methodieken, zorgvormen en aanbieders niet altijd eenvoudig is om overzicht te hebben en te houden welke jeugdhulp waar en welk moment beschikbaar is.
Door de jeugdhulpregio’s wordt daarom meerwaarde gezien in het bovenregionaal actie ondernemen op het verduidelijken van de processen en het beschikbare aanbod en op het implementeren en trainen van de jeugdprofessionals in het toepassen van de richtlijnen en het toegangsproces voor de gesloten plaatsingen. Acties uniforme werkwijze bovenregionaal Þ Samen met ketenpartners actualiseren en optimaliseren van de toegangs- en hulpverleningsprocessen rondom de JeugdzorgPlus Þ Maken van (boven)regionale procesafspraken over terugbrengen van spoedplaatsingen en bevorderen uitstroom door beschikbaarheid passende vervolgzorg Þ Stroomlijnen toegangsprocessen in relatie tot de Regionale Expertiseteams (RET) en Regionale Veiligheidsteams (RVT) Þ Procesafspraken met onderwijs over de werkwijze, verantwoordelijkheden en afstemming bij en gedurende een gesloten plaatsing van een jeugdige Þ Bovenregionaal aansluiten bij overlegstructuren zoals het Breed Overleg Rechtbank West-Brabant/Zeeland, GI’s en Onderwijscoalitie
12
https://www.viajeugd.nl/files/upload/50/civiel-trajectberaad-almata.pdf
16
4.4. Bovenregionale sturing en kennisuitwisseling Binnen de regio’s wordt al jaren gewerkt aan de transformatie van het gehele jeugdzorgstelsel. Er is veel ervaring opgedaan met: - het inrichten en optimaliseren van processen; - het sturen op meer effectiviteit tegen minder geld; - het omgaan met de diversiteit aan vraagstukken en knelpunten die gepaard gingen met de decentralisatie van de taken en verantwoordelijkheid van de jeugdzorg naar de gemeenten; - het versterken van de lokale toegangen; - het stimuleren van vernieuwing van het zorgaanbod; - het samenbrengen van en elkaar vinden in het collectieve belang om jeugdigen en hun gezinnen verder op weg te helpen. Ėn er is veel ervaringsdeskundigheid bij jeugdigen en gezinnen die op verschillende momenten in hun leven ondersteuning en hulp ontvangen hebben. Deze ervaring vanuit zowel professionals, ervaringsdeskundigen als beleidsmakers is van wezenlijk belang in het verder hervormen van het jeugdzorgstelsel en de transformatieopgave JeugdzorgPlus. Door kennis te bundelen, ervaringen te delen en pilots verder uit te rollen kan er op bovenregionaal niveau in gezamenlijk gestuurd worden op de gewenste uitkomsten van de aanpak zoals in de voorgaande hoofdstukken gepresenteerd.
Acties kennisuitwisseling bovenregionaal13 Þ Opstellen uitvoeringsprogramma voor een gezamenlijke uitwerking van het bovenregionaal plan en sturing op de gewenste resultaten Þ Analyseren van de werkzame elementen van (succesvolle) pilots binnen de regio’s en uitwerken tot bouwstenen voor interventies in andere regio’s Þ In samenwerking met Ben en ZeBra organiseren van inspiratiebijeenkomsten en beeldende middelen voor kennisuitwisseling Þ Opstellen aanpak voor frequente en actieve bovenregionale uitwisseling van de resultaten van regionale projecten en pilots relevant voor deze opgave Þ Stimuleren betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij de (boven)regionale beleidsontwikkeling Þ Verstevigen samenwerking met BEN in de uitvoering het bovenregionaal plan
13
In dit document worden alleen de acties weergegeven die op bovenregionaal niveau ter aanvulling op de regionale plannen en uitwerkingen wordt opgepakt.
17
5. Uitvoeringsagenda In het eerste kwartaal van 2025 wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld om de acties te concretiseren en te plannen. Hieronder een uitwerking van de planning op hoofdlijnen. Actie
2024
2025
2026
2027
2028
Uitvoeringsprogramma
Opstellen
Opstellen/Vaststellen/ Uitvoeren
Uitvoeren
Uitvoeren
Uitvoeren
Actualisatie plan
Actualisatie
Evaluatie
Actualisatie
Evaluatie
Actualisatie
Ondersteuningsbehoefte -Implementatie GVA -Intensiveren CTB -Monitor en analyse
Uitvoeren -
Inrichten Evalueren Inrichten
Uitvoeren Uitvoeren Inrichten/uitvoeren
Evalueren Uitvoeren Uitvoeren
Uitvoeren Evalueren Uitvoeren
Inrichten Inrichten fase 1 Opstellen Actualisatie
Inrichten Pilots Ontwerpen fase 2 Vaststellen Uitvoeren
Inrichten/uitvoeren Evalueren Implementeren Implementeren Uitvoeren
Uitvoeren Implementeren Uitvoeren Implementeren -
Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren -
Actualiseren Vaststellen
Uitvoeren Uitvoeren
Optimaliseren Evalueren
Uitvoeren Uitvoeren
Vaststellen aanpak
Uitvoeren
Uitvoeren
Uitvoeren
Passend aanbod -Monitor en analyse -Ambulant+ /Hybride -Waterval -Strategisch plan -Locaties- en Vastgoedplan Uniforme werkwijze -Toegangsprocessen -Afspraken Sturing en kennisuitwisseling
Bijeenkomsten
6. Financieel In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen uitgewerkt waar de middelen uit de SPUK-regelingen die betrekking hebben op de transformatie van de JeugdzorgPlus voor worden ingezet. De regio’s besteden daarnaast op diverse wijzen gemeentelijke gelden om de transformatie vorm te geven. Het gaat daarin onder andere om het investeren in (innovatie van) zorg gericht op het voorkomen van Jeugdzorgplus, het organiseren van een samenhangend aanbod van onderwijs, zorg en arbeid, het optimaliseren van verwijzingsprocessen, training en opleiding van jeugdprofessionals in de lokale toegangen, onderwijszorgarrangementen enzovoort.
18
6.1 SPUK Vastgoedtransitie In 2021 zijn aan de coördinerende gemeenten 2 subsidies toegekend: - SPUK Vastgoedtransitie een bedrag van 2,13 miljoen euro op basis van het Bovenregionaal plan 2021 en het Strategisch Vastgoedplan 2021; - SPUK Separeer een bedrag van 317duizend euro. De subsidies worden ingezet om de vastgoedtransitie bij Almata te bekostigen. Het gaat dan om de volgende posten: - verbouwingskosten kleinschaligheid en rechtspositie: Ossendrecht en Driekant; - frictiekosten afstoten gebouwen en samenvoegen danwel sluiten groepen; - ombouw separeer ruimte; - projectkosten gemeente en Almata. De middelen vanuit deze regeling kunnen tot eind 2026 worden ingezet. In de periode 20212024 heeft Almata een deel van de beoogde vastgoedplannen kunnen uitvoeren. De kleinschaligheid van de locatie Ossendrecht is met ingang van 1 januari 2025 volledig gerealiseerd. Door de snelle afname van de bezetting is een deel van de plannen echter niet meer van toepassing. De frictiekosten die daarmee gepaard gaan kunnen echter maar beperkt vanuit de regeling worden bekostigd, omdat er geen sprake is van eigen vastgoed en alleen van huur. De gemeenten hebben daardoor uit eigen middelen een continuïteitsbijdrage moeten verstrekken (zie paragraaf 3.1). Voor 2025 en 2026 wordt een nieuwe inschatting gemaakt voor de kosten.
Dit mede op basis van de gesprekken die gevoerd worden over het toekomstperspectief voor Almata. De uitwerking hiervan zal deel uitmaken van het strategisch ontwikkelplan dat in 2025 zal worden opgesteld (zie paragraaf 4.2). 6.2 SPUK Frictiekosten gesloten jeugdhulp In november 2024 is de SPUK-regeling Frictiekosten Gesloten jeugdhulp gepubliceerd voor de uitvoering van de bestuurlijke afspraken. De middelen kunnen gedurende 2024-2028 (met uitloop naar 2030) worden ingezet voor activiteiten die samenhangen met: a. De afbouw van gesloten jeugdhulp, dat wil zeggen het sluiten en dus laten verdwijnen van plekken in de gesloten jeugdhulp. b. Het ombouwen van grootschalige gesloten jeugdhulp naar kleinschalig gesloten jeugdhulp. c. De ontwikkeling en opbouw van alternatieven voor gesloten jeugdhulp, dus naar andersoortige woon- en zorgvormen. Voor onderdeel c. geldt de voorwaarde dat voldoende is voorzien in de kosten voor onderdelen a. en b.
19
Op basis van de aanpak zoals beschreven in hoofdstuk 4 is bijgaande begroting opgesteld14. In het uitvoeringsprogramma en het strategisch ontwikkelplan zal dit nader gespecificeerd worden. Actie Intensiveren inzet CTB/VM (§ 4.1) Ontwikkeling kleinschalige groepen Ossendrecht (§3.1.1) Pilot AmbulantJZ+ team (§4.2) Pilot 12 hybride bedden (§2.2 en 4.2) inclusief leegstandskosten Ontwikkelen/intensiveren alternatieve zorg Frictiekosten (o.a afbouw vastgoed en personeel, is afhankelijk van perspectief) (§4.2) Projectkosten (§4.1 t/m 4.4) Totaal SPUK 80% SPUK 20%
Betreft a. (voorkomen van)
Kosten (in euro’s) 348.000
Periode 2024 t/m 2027
b.
2.304.000
2024 t/m 2026
a.(voorkomen van) en c. a.(vangnet) en c.
1.300.000
2024 t/m 2027
7.650.000
2024 t/m 2027
c.
2.250.000
2025 t/m 2027
a.
p.m.
2027 t/m 2030
a,b en c.
750.000
2024 t/m 2027
a, b en c a.
14.602.000 8.590.908 p.m.
De begroting is opgesteld met de kennis van nu waar het gaat om de ontwikkelingen in het zorglandschap. Duidelijk is dat het landschap sterk in beweging is, er een nauwe samenhang is met het perspectief voor de JeugdzorgPlus in de andere landsdelen en er knelpunten zijn in de bedrijfsvoering van de huidige aanbieder. Ook is er tijd nodig voor zowel regio’s als voor de aanbieder om het toekomstperspectief uit te werken gezien de prognoses voor en ambities in het aanbod voor JeugdzorgPlus. Nog onduidelijk is welke koers de aanbieder moet gaan varen om de gevraagde zorg ook in de toekomst te kunnen blijven leveren. Dat betekent dat er ruimte moet blijven om de begroting te actualiseren wanneer zaken een andere wending krijgen dan nu is voorzien.
14
In blauw zijn de frictiekosten die mogelijk ook van de 20% regeling (herziening indien bedragen 80% niet toereikend) bekostigd kunnen worden. Met name in de opdracht tot ontwikkeling van hybride bedden worden forse frictiekosten verwacht in het kader van leegstand. Voorwaarde is een strategisch ontwikkelplan van de aanbieder, deze wordt in 2025 opgesteld. Of gebruik gemaakt kan worden van dit deel van de regeling is ook nog afhankelijk van de criteria die worden opgenomen in de regeling. Deze worden bekend bij publicatie van de regeling.
20