CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11. Brief aan de informateur maart 2022

Gemeenteraad 30 maart 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Advies informateur5.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bankrelatie: N.V. Bank voor Ned. Gemeenten (BNG) te Den Haag, banknr. NL14BNGH0285005502 (IBAN) / BNGHNL2G (BIC/SWIFT). Wij verzoeken u bij beantwoording het onderwerp en ons kenmerk te vermelden.

pagina

2 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

Intro In deze brief sommen wij in hoofdlijnen de informatie op die wij van belang achten voor uw proces. Daarnaast geven wij u in dit intro graag een algemene opmerking vooraf mee. De brief begint met de informatie over de financiën van de gemeente Middelburg. De positie is gunstiger dan vier jaar geleden. Niet langer is sprake van toezicht door de provincie en het Financieel herstelplan – inmiddels in looptijd op de helft – begint zijn vruchten af te werpen. Naast het efficiënter en beter inrichten van processen, hebben de vele bezuinigingen en ombuigingen van de afgelopen tien jaar (tientallen miljoenen en tientallen formatieplaatsen), ook geleid tot een werkdruk die op verschillende plaatsen de grenzen van het verantwoorde nadert. De gemeente heeft grote verantwoordelijkheden in het sociale en fysieke domein en beheert een groot aantal privacygevoelige data. Ook zonder nieuwe politieke ambities betekent dit, dat al aan het begin van uw collegeperiode een aantal voorstellen voor formatie-uitbreiding zal worden gedaan dat noodzakelijk is om de bedrijfsvoering en dienstverlening in stand te houden. Voor u als (in)formerende partijen is daarnaast van belang dat wat prioriteit heeft en wat u graag snel (binnen één tot vier jaar) ziet gebeuren en wat nieuwe ambities zijn, meer capaciteit zal vragen.

U kunt daarmee rekening houden bij het prioriteren van onderwerpen in de onderhandelingen en in het collegeprogramma. Tot slot is het arbeidsmarktperspectief voor onze hele regio zorgelijk. Ook bij onze organisatie vertrekken de komende jaren mensen en er wordt een aanzienlijke daling van de beroepsbevolking voorspeld. Zeer actieve werving en strategische personeelsplanning moeten de komende tijd zorgen voor kwaliteit behouden en verwerven. Naast de onderstaande financiële en politieke thema’s, is het formatie- en arbeidsmarktperspectief een uitdaging om rekening mee te houden. Hieronder volgt eerst de financiële schets van de stand van zaken, met in de bijlage een schets van scenario’s voor de komende vier jaar. Daarna volgt een overzicht van politieke onderwerpen en beleidsthema’s van min of meer gelijk gewicht, als hulp voor de (in)formerende partijen voor het innemen van standpunten en het komen tot een coalitieakkoord.

Financiën Terugblik raadsperiode 2018-2022 Bij het aantreden van de gemeenteraad in maart 2018 was de financiële positie van de gemeente aanzienlijk slechter dan nu het geval is. De gemeente slaagde er niet in om een structureel sluitende meerjarenbegroting te presenteren en viel daardoor al voor het vierde achtereenvolgende jaar onder preventief toezicht van de provincie, een situatie die nog t/m 2020 heeft voortgeduurd. Belangrijkste oorzaak voor de financiële problematiek waren de snel oplopende kosten Sociaal Domein en het achterblijven van de rijksbijdrage daarvoor. In de zomer 2020 is op sterk aandringen van de provincie een plan opgesteld om het tij te keren en weer toe te groeien naar een gezonde financiële positie met duurzaam structureel evenwicht voor de begroting en een reservepositie die robuust genoeg is voor het opvangen van risico’s. Op 30 september 2020 heeft de gemeenteraad het Financieel Herstelplan 2020-2024 vastgesteld, een plan dat onder meer voorziet in het terugdringen van de tekorten Sociaal Domein op jaarbasis met € 7 mln. en overige bezuinigingen en inkomstenverhogingen van bijna € 6 mln. per jaar.

pagina

3 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

De invulling van de voorstellen uit het herstelplan verloopt volgens schema, maar vooral op het onderdeel Sociaal Domein moeten de komende jaren nog belangrijke stappen gezet worden om uiteindelijk te komen tot een besparing van € 7 mln. De maatregelen uit het Financieel Herstelplan hebben er toe geleid dat er vanaf 2021 weer sprake is van duurzaam structureel begrotingsevenwicht en dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau is gebracht. Ook niet onbelangrijk om nog te melden is dat de afgelopen vier jaar ook de schuldpositie van de gemeente significant verbeterd is. Vooruitblik raadsperiode 2022-2026 Inleiding

Uitgaande van de veronderstelling dat het bestaande beleid, zowel wat betreft de uitgaven als de inkomsten, ongewijzigd wordt uitgevoerd in de nieuwe raadsperiode, moet voor de bekostiging van nieuwe zaken gekeken worden naar de financiële ruimte die daarvoor de komende vier jaar ontstaat. Vrij besteedbare ruimte ontstaat in belangrijke mate door groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Jaarlijks ontvangt Middelburg uit dit fonds ca. € 100 mln. Daarmee vormt het zo’n 55% van de totale jaarlijkse inkomsten van de gemeente en is het veruit de belangrijkste inkomstenbron. Voor de algemene uitkering geldt de zgn. normeringssystematiek, d.w.z. dat de uitkering meebeweegt met de groei of krimp van de rijksuitgaven. Een prognose maken van de ontwikkeling van de vrij besteedbare financiële ruimte is altijd lastig. Maar dit keer is het nog complexer dan andere jaren. Het vorige kabinet heeft de besluitvorming over verschillende belangrijke ontwikkelingen rond het Gemeentefonds doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Denk aan de herverdeling gemeentefonds, extra geld voor Jeugdzorg etc. Nu de vorming van het nieuwe kabinet lang op zich heeft laten wachten, betekent dat dat over deze zaken op dit moment nog geen duidelijkheid is.

Wel heeft het kabinet een coalitieakkoord gepresenteerd met daarbij een financiële doorrekening waaruit ook de gevolgen voor het gemeentefonds bij benadering af te leiden zijn. Tegelijkertijd is het kabinet in de eerste weken van z’n bestaan al geconfronteerd met behoorlijke financiële tegenvallers, waarvan op dit moment onduidelijk is in hoeverre deze invloed hebben op de omvang van het gemeentefonds en daarmee dus op de omvang van de algemene uitkering van de gemeente. De recente internationale ontwikkelingen zorgen voor nog meer onzekerheid voor de overheidsfinanciën. Vooral de situatie vanaf 2026 is onduidelijk. Het Rijk heeft aangekondigd dat een nieuwe systematiek wordt uitgewerkt om vanaf 2026 te komen tot een stabielere bekostiging van provincies en gemeenten. Daarbij wordt ook de mogelijkheid van een groter eigen belastinggebied voor gemeenten betrokken. Dit voornemen is wel reden waarom voor 2026 geen nieuwe cijfers voor de verwachte ontwikkeling van de algemene uitkering worden verstrekt. Aangekondigd is dat “rond de zomer” contouren van de nieuwe systematiek bekend worden gemaakt. Overigens wordt de besluitvorming daarover dan weer overgelaten aan het volgende kabinet dat zal aantreden na de verkiezingen van 2025. Wel duidelijk is dat de zgn. opschalingskorting van bijna € 1 miljard vanaf 2026 weer ingeboekt wordt op de rijksbegroting.

Deze korting op het gemeentefonds is in 2016 ingevoerd, omdat toen de gedachte was dat gemeenten moesten fuseren (opschalen) tot 100.000+ gemeenten. Gemeenten van die omvang zouden efficiënter werken, hebben daardoor minder kosten en daarom vond het toenmalige kabinet dat er minder geld naar de gemeenten hoefde te gaan. De doelstelling om te komen tot grotere gemeenten is weliswaar snel weer losgelaten, maar de opschalingskorting is gehandhaafd. Die korting loopt gefaseerd op tot bijna € 1 miljard in 2026.

pagina

4 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

Onder druk van de coronagevolgen heeft het kabinet in 2020 besloten de opschalingskorting voor de jaren 2020 en 2021 te bevriezen op het niveau van 2019. Het pas aangetreden kabinet bevriest de opschalingskorting nu tot en met 2025. Dat betekent wel dat het restant van deze korting van structureel € 675 miljoen in 2026 weer is ingeboekt op de rijksbegroting. Het weer activeren van deze korting, betekent voor Middelburg vanaf 2026 een verlaging van de rijksbijdrage met ca. € 2,1 mln. per jaar. Dit alles maakt dat voor de nieuwe raad en het nieuwe college de financiële kaders niet duidelijk zijn. Toch moet het nieuwe college gaan werken aan een meerjarenbegroting die voor de hele periode, dus t/m 2026, sluitend is. Mogelijk dat met de komende Meicirculaire gemeentefonds meer duidelijkheid ontstaat. Kortgeleden heeft het ministerie van BZK aangekondigd dat er een maartbrief over de verwachte ontwikkelingen gemeentefonds zal verschijnen. Aangegeven wordt dat dit eind maart zal zijn, een tijdstip waarop de coalitie-onderhandelingen mogelijk al zijn gestart. Mochten de uitkomsten van die maartbrief aanleiding geven tot nieuwe berekeningen of meer duidelijkheid scheppen over het te volgen scenario, dan zal daarover aanvullende informatie worden verstrekt.

Om nu voor de korte termijn toch enig inzicht in de financiële mogelijkheden te bieden, zijn in de bijlage bij deze brief drie scenario’s daarvoor uitgewerkt. Alle scenario’s houden min of meer rekening met dezelfde factoren, de omvang van het financieel effect wisselt echter per scenario. Uitgangspunten scenario’s

Uitgangspunten en toelichting bij de scenario’s: 1. Het bestaand beleid wordt onverkort voortgezet; 2. De financiële taakstelling van het Financieel Herstelplan 2020-2024 wordt volledig gerealiseerd, inclusief de taakstelling Sociaal Domein van structureel € 7 mln. Dit kan door realisatie van ombuigingen Sociaal Domein of een verhoging van de rijksbijdrage of door een combinatie van beide. 3. Er is in de scenario’s nog geen rekening gehouden met (personele) knelpunten vanuit de organisatie die beslag op financiële middelen leggen; 4. Dividend GBE-Aqua: door de ontvlechting van Evides uit PZEM en de vorming van GBE Aqua BV wordt de winst van Evides als dividend uitgekeerd aan de gemeenten. Tot en met 2024 wordt dat op basis van het Financieel Herstelplan ingezet t.b.v. de versterking weerstandsvermogen, vanaf 2025 kan de dividendopbrengst als structurele inkomst voor de begroting worden verwerkt. 5. Herverdeling gemeentefonds: het kabinet heeft nog geen besluit genomen over het voorstel Herverdeling Gemeentefonds. Op basis van het voorstel stijgt de uitkering van Middelburg met gefaseerd met ca. € 700.000 per jaar. Het voorstel gaat uit van een invoeringstermijn van vier jaar, de Raad voor het Openbaar Bestuur pleit echter voor een termijn van drie jaar. 6.

Groei algemene uitkering volgens coalitieakkoord kabinet: In de scenario’s is rekening gehouden met groei van de algemene uitkering op basis van de plannen zoals die door het kabinet zijn opgenomen in het coalitieakkoord. In de scenario’s wordt rekening gehouden met verschillende bedragen. Ervaring wijst uit dat de uitvoering van plannen bij het Rijk vaak vertraging oploopt hetgeen leidt tot minder uitgaven in een bepaald jaar. Door de normeringssystematiek van het gemeentefonds betekent dat dat ook de gemeenten minder geld krijgen. In de scenario’s wordt rekening gehouden met verschillende mate van onderuitputting bij het Rijk. 7. Stelpost risico’s: in de huidige meerjarenbegroting is structureel een bedrag van € 811.000 opgenomen voor het opvangen van structurele risico’s. In de verschillende scenario’s wordt dit bedrag al of niet meegeteld als vrij besteedbaar voor een nieuwe invulling.

pagina

5 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

8.

9.

Hogere inflatie: de inflatie loopt de laatste maanden sterk op. De verwachting is dat dat mogelijk nog wel een tijdje zal aanhouden. Die hogere inflatie geldt ook voor een deel van de gemeentelijke uitgaven, met die kanttekening dat de overheidsconsumptie wezenlijk anders van samenstelling is dan de gezinsconsumptie. Toch moet ook voor de gemeentelijke uitgaven met een hogere kostenstijging worden gerekend. In de scenario’s is er in verschillende mate vanuit gegaan dat deze extra uitgaven al of niet worden gecompenseerd door navenant hogere inkomsten. Rijksbijdrage Jeugdzorg: een arbitragecommissie heeft vastgesteld dat de gemeenten gezamenlijk € 1,8 miljard tekort komen op de rijksbijdrage Jeugdzorg. Tegelijkertijd is over een aantal voorstellen overeenstemming die moeten leiden tot een kostenreductie bij de gemeenten. Deze voorstellen lopen op tot ruim € 1 miljard in 2028. Het verschil tussen beide bedragen zou aan de gemeenten uitgekeerd moeten worden als extra bijdrage Jeugdzorg. Het vorige kabinet heeft voor 2022 een extra bijdrage toegezegd. Het nieuwe kabinet heeft echter in het coalitieakkoord een korting op die extra bijdrage opgenomen van € 100 mln. in 2024 en € 500 mln. vanaf 2025. In de scenario’s is er vanuit gegaan dat de extra rijksbijdrage wordt ingezet t.b.v.

de taakstelling Actieplan Sociaal Domein, maar dat een eventuele extra korting uit de algemene middelen moet worden opgevangen.

Inzet eenmalige middelen

Naast de structurele financiële ruimte, zoals die geschetst wordt in de verschillende scenario’s, kan onder voorwaarden ook de inzet van eenmalige middelen overwogen worden. Daarbij moet gedacht worden aan de inzet van vrij besteedbare reserves en dan vooral de algemene reserve. De bestemming van de andere reserves is min of meer gelabeld, de raad kan ook daarin echter andere keuzes maken. De belangrijkste functie van de algemene reserve is de weerstandsfunctie, de buffer voor (onverwachte) tegenvallers, calamiteiten, rekeningtekorten etc. De weerstandscapaciteit wordt verder nog bepaald door de reserve grondbedrijf en de post onvoorzien. Afgezet tegen de omvang van de risico’s wordt het weerstandsvermogen uitgedrukt in een ratiocijfer. Het huidige beleid is dat deze ratio minimaal 1,0 moet bedragen, de streefwaarde is vastgesteld op 1,4. Aan ruimte boven die streefratio kan desgewenst een andere bestemming worden gegeven. De algemene reserve beweegt zich in de periode 2022 – 2025 tussen de € 14,4 en € 15,2 mln. Daarnaast ontwikkelt de reserve grondbedrijf zich in de periode 2022-2025 van € 9,5 naar € 21,8 mln. Aangezien deze ontwikkeling gebaseerd is op aannames en prognoses, zit er een grote mate van onzekerheid in de prognose van de reserve grondbedrijf. Die prognose ontwikkeling is volledig afhankelijk van de in de komende jaren te realiseren grondverkopen.

Voorzichtigheidshalve wordt daarom alleen gerekend met het al werkelijk gerealiseerde deel van de reserve Grondbedrijf; per 1 januari 2021 was de stand van die reserve € 8 mln. De “vrije ruimte” binnen de weerstandscapaciteit, dus de ruimte boven de ratio van 1,4, beweegt zich hierbij van € 3,5 mln.in 2022 tot € 4,3 mln. in 2025. Misschien ten overvloede maar op het moment dat het risicoprofiel muteert zal ook de “vrije ruimte” binnen de weerstandscapaciteit muteren waardoor steeds gerealiseerd moet worden dat de becijferde “vrije ruimte” een momentopname betreft.

Weerstandscapaciteit (x € 1.000) per 1 januari (exclusief nog niet gerealiseerd deel reserve Grondbedrijf) Algemene reserve Reserve Grondbedrijf (gerealiseerd) Onvoorzien Gemiddelde beschikbare weerstandscapaciteit (A)

2022

2023

2024

2025

14.394

14.335

14.663

15.204

8.638

8.638

8.638

8.638

202

202

202

202

23.234

23.175

23.503

24.044

pagina

6 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

Berekening mogelijke vrijval weerstandsvermogen (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Geschatte risico-omvang

14.100

14.100

14.100

14.100

Benodigde weerstandscapaciteit bij minimumratio 1,0

14.100

14.100

14.100

14.100

Benodigd weerstandscapaciteit bij streefratio 1,4 (B)

19.740

19.740

19.740

19.740

Vrij besteedbare ruimte binnen weerstandscapaciteit (= A – B)

3.494

3.435

3.763

4.304

Uit deze tabel blijkt dus dat voor de korte termijn eenmalig een bedrag van ca. € 3,5 mln. kan worden onttrokken aan de algemene reserve. Schuldpositie

De schuldpositie van Middelburg is de afgelopen jaren behoorlijk verbeterd. Eind 2018 beliep de leningportefeuille een bedrag van € 185 mln., inmiddels is dat teruggebracht tot € 140 mln. (prognose 2022). Om aan te geven of een gemeente een hoge schuld heeft, is landelijk een kengetal ontwikkeld, de nettoschuldquote. Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Daarbij geldt 130% als kritische grens. Tot 2018 zaten we ruim boven dat percentage, in 2018 was het 118%. Inmiddels is dit percentage nog verder gedaald tot 84% (prognose 2022). Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met een gemiddelde rente over de totale leningportefeuille van 1,5%. Gelet op de behoefte aan nieuwe financieringsmiddelen voor de komende 4 jaar is er ten opzichte van de renteramingen in de meerjarenramingen 2022-2025 naar verwachting niet of nauwelijks sprake van een substantieel renterisico. Wanneer er echter een tijd aanbreekt waarin langdurig sprake is van hogere rentepercentages, zal dit gevolgen hebben voor de gemeentelijke begrotingspositie. Als indicatie: een rentestijging van 1% leidt op termijn tot een stijging van de rentelasten in de orde van grootte van € 750.000 tot € 1 mln. per jaar. Eigen inkomsten gemeente Met de eigen inkomsten van de gemeente worden vooral de belastingen en andere heffingen bedoeld.

Bestaand beleid is dat in principe alle heffingen jaarlijks worden verhoogd met het inflatiepercentage. Voor een aantal heffingen (afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges) geldt dat deze maximaal 100% van de kosten mogen verhalen. De qua opbrengst belangrijkste belastingen/heffingen waar verhoging van de tarieven mogelijk is, zijn: Onroerende zaakbelastingen: 1% verhoging levert ca. € 140.000 op Parkeerheffingen: 1% verhoging van alle parkeertarieven levert ca. € 60.000 op Toeristenbelasting: 1% verhoging levert ca. € 10.000 op. Lasten investeringen Investeringen leiden tot jaarlijkse lasten, in de vorm van rente en afschrijving. Daarnaast kan er, afhankelijk van de soort investering, sprake zijn van onderhoudslasten, belastingen en verzekeringen, huuropbrengsten etc. Voor deze lasten is het moeilijk een richtlijn te geven, omdat dit afhankelijk is van de aard van de investering. Voor de kapitaallasten, rente en afschrijving, kan dat wel. Bepalend voor de afschrijvingstermijn is de verwachte levensduur. Als indicatie: Een investering van € 1 mln. met een verwachte levensduur van 25 jaar leidt tot een jaarlijks bedrag aan kapitaallasten van: Rente 1,5% van € 1.000.000 = € 15.000 Afschrijving € 1.000.000 / 25 jaar = € 40.000 Totaal jaarlijkse kapitaallasten € 55.000

pagina

7 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

Politieke onderwerpen en beleidsthema’s 1.

Participatie en wijkgericht werken

In de afgelopen collegeperiode is een nieuwe inspraak- en participatieverordening vastgesteld. In deze periode zullen wij de leerpunten daaruit moeten borgen in organisatie en uitvoering. Overheidsparticipatie, het uitdaagrecht en dorps- en wijkdemocratie voor de grote transities zijn uitdagingen die nog vorm moeten krijgen. De uitdaging van bemensing uit de wijken is groot. Voor blijvende inzet op verbinding sociale en fysieke domein is er de proeftuin integrale wijkaanpak. Een portefeuillehouder participatie en wijkgericht werken verdient overweging. Heeft relatie met Programma Bestuur en ondersteuning uit de begroting, de Omgevingswet, Sportakkoord Preventieakkoord, Omgevingsplan, ruimtelijke ontwikkeling, handhaving, sociale vraagstukken, jeugd. 2.

Digitalisering

De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering in dienstverlening en in ondersteuning – applicaties, informatisering/automatisering – gaan snel en Middelburg loopt op dit moment te veel achter. De Rijksoverheid vraagt aan gemeenten een digitaliseringsslag te maken zodat inwoners altijd digitaal contact met ons kunnen opnemen Om kansen te benutten en risico’s (op het gebied van privacy en cyberveiligheid) te vermijden is formatie en structureel geld nodig. 3.

Dienstverlening in een nieuwe tijd dichtbij mensen

Naast de ambities op het gebied van digitalisering zijn er ambities op het gebied van fysieke bereik- en beschikbaarheid van onze dienstverlening. De Rijksoverheid vraagt aan gemeenten een digitaliseringsslag te maken zodat inwoners altijd digitaal contact met ons kunnen opnemen. Ook willen we aansluiten bij de voorkeur van inwoners. Hoe willen zij contact met ons opnemen? Op basis daarvan kan actief meer worden geleid naar het digitale kanaal waar dit gemak en efficiency oplevert en meer tijd worden vrij gemaakt voor persoonlijk contact waar dat nodig is. Dit heeft financiële consequenties. Wij adviseren om hiermee rekening te houden bij het formuleren van doelen voor de komende raadsperiode. Digitalisering en dienstverlening hebben relatie met het programma Bestuur en ondersteuning uit de begroting, ‘digitale versnelling’ dat door de organisatie is benoemd als prioriteit, cyberveiligheid (zie onder) en het coalitieakkoord van het Rijk waarin de prominente ambitie ‘werken aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en waarmee mensen altijd persoonlijk in contact kunnen komen’. 4.

Cyber- en informatieveiligheid

Met de maatschappelijke opgave van de gemeente in de digitale transitie komen de risico’s die deze digitalisering met zich meebrengt. Uitval van relevante maatschappelijke processen door digitale incidenten in de gemeentelijke dienstverlening of door online aangejaagde openbare-ordeverstoringen of digitale criminaliteit kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. De gemeente heeft de taken: veiligheid van de samenleving bij digitale incidenten, voorkomen en bestrijden van digitale criminaliteit en beveiligen van informatie waarvoor gemeente verantwoordelijkheid draagt. Gemeenten kunnen in gemeentelijke plannen de digitale aspecten (vastgelegd in de unaniem aangenomen Resolutie Digitale Veiligheid van de VNG) expliciet benoemen en daarvoor middelen vrij maken. Heeft relatie met het programma Veiligheid uit de begroting, digitalisering en dienstverlening (zie boven) en de Resolutie Digitale Veiligheid VNG (unaniem aangenomen).

pagina

8 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

5.

Inzet op externe belangen en regionale samenwerking

Middelburg is hoofdstad van Zeeland. Mogelijk brengt dat een andere inzet met zich mee dan nu Bijvoorbeeld de keuze voor een positie als dienstencentrum en samenwerking door aansluiting bij M50, bij regionale initiatieven: regiovisie, omgevingsvisie, Z4, OZO. Meer aandacht voor onze positie in het land en in de provincie in de (gezamenlijke Zeeuwse) lobby, contact met ministeries, vestiging en behoud van rijksdiensten. Heeft relatie met Programma Bestuur en ondersteuning uit de begroting, OZO, Z4, Rapport #hoedan? (2018), Zeeland proeftuin, Partnerwerkgelegenheid, Zeeuwse strategische agenda, Economic Board, Middelburg mensenrechtenstad, Regiovisie (zie onder). 6.

Middelburg Mensenrechtenstad

De keuze ligt voor Middelburg (verder) te profileren als mensenrechtenstad. Het verwerven van een Kenniscentrum slavernij is ingezet. Er is lopend overleg met het Ministerie van OC&W en met de gemeente Amsterdam vanwege een gerelateerd museum. Op dit moment is hiervoor geen budget, capaciteit of portefeuillehouder. De medewerker vluchtelingen, asiel en mensenrechten vertrekt binnenkort. Wil in vervanging en daarmee doorgang en/of uitbreiding van de werkzaamheden worden voorzien dan zal dit thema moeten worden geprioriteerd. Heeft relatie met Programma Bestuur en ondersteuning, het onderzoekscentrum mensenrechten bij UCR, verwachte subsidie van het NWO in maart, inburgeringsbeleid, de Four freedoms Awards 7.

Samen blijven werken in de subregio: Regiovisie Walcheren-Schouwen-Duiveland

Met vier gemeenten is op verzoek van de provincie een visie opgesteld op de maatschappelijke uitdaging ‘Beroepsbevolking’, die volgens de laatste prognoses in Zeeland twee keer zo hard zal krimpen is als in de rest van Nederland (ca. – 10% tegenover ca. – 5 %), ondanks vergroening en vergrijzing voor de vier gemeenten. Verkend worden de mogelijkheden samen te werken voor oplossingen. Centrale thema is aantrekkelijk woongebied te zijn voor beroepsbevolking (wonen, onderwijs en partnerbanen, cultuur, bereikbaarheid). Het traject vraagt om actieve inzet van een college voor een vervolg. Heeft relatie met Programma Bestuur en ondersteuning uit de begroting, Rapport #hoedan? (2018), het Interbestuurlijk project (IBP), de provinciale opgaven, Woonvisie Walcheren 2050, Regionale mobiliteitsstrategie, cultuurbeleid, onderwijs, arbeidsmarkt/participatie (26.), de Zeeuwse strategische agenda. 8.

Europese subsidies

Europese subsidies zijn een manier om middelen te verwerven los van belastingen. Succesvolle aanvragen trekken ook een wissel op ambtelijk apparaat. Dit hebben wij ervaren in de afgelopen collegeperiode. 9.

Ondermijning

Er ligt een aanzienlijke rol voor het lokaal bestuur bij het bestrijden van ondermijning. Eerder dit jaar ondertekenden de Zeeuwse overheden een Zeeuwse norm weerbare overheid met basisafspraken of een ondergrens voor betrouwbare en integere Zeeuwse overheden. Komende jaren is nodig hiervoor: het bestuurlijk instrumentarium op orde, digitaal veilig werken, veilige werkomgeving voor ambtenaren en bestuur, signaleren van en acteren op verdachte situaties en organiseren van voldoende toezicht en handhaving. Aansluiting bij de norm vraagt aandacht, geld en capaciteit.

pagina

9 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

Heeft relatie met het programma Veiligheid van de programmabegroting en de Zeeuwse norm weerbare overheid, en de impuls regionale en gemeentelijke aanpak ondermijning van het Rijk. 10. Actieve grondpolitiek

Een standpunt kan worden ingenomen over het wel of niet voeren van actieve grondpolitiek, voor welke/bepaalde functies en over eventuele nieuwe locaties voor de toekomst. Heeft relatie met het programma Economie uit de begroting en grondzaken. 11. Toerisme

Wil het college een rol spelen in groei overnachtingscapaciteit, groei recreatief bezoek. Doelen kunnen bijvoorbeeld zijn zijn leefbaarheid, draagvlak voorzieningen, behoud werkgelegenheid.. Het gemeentebestuur kan een positie innemen. Bij de aantrekkelijkheid van onze stad horen onze monumenten. Beleid is mogelijk voor verduurzaming en onderhoud van cultureel erfgoed, monumenten en historisch erfgoed. Een overweging is restauratie van het stadhuis op de Markt. Heeft relatie met het programma Economie uit de begroting en cultureel erfgoed in de context van volkshuisvesting. 12. Bedrijventerreinen

Ontwikkelingen die spelen zijn een nieuwe locatie voor ontwikkeling van lokaal MKB, inzet (ook financieel) op herstructurering en niet-bedrijfsmatige activiteiten op bedrijventerreinen. Heeft relatie met het programma Economie uit de begroting. 13. Bedrijfsinvesteringszone (BIZ)

Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein waarbinnen ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers/eigenaren in de BIZ betalen daaraan mee. Een BIZ kan worden opgezet door ondernemers, ondernemers en eigenaren samen of alleen door eigenaren. In Middelburg kan bijvoorbeeld gekozen worden voor invoering van een BIZ ter vervanging van reclamebelasting. Heeft relatie met het programma Economie van de begroting en belastingen/inkomsten. 14. Klimaatadaptatie en energietransitie

De raad heeft zich uitgesproken voor het benoemen als strategisch project van ‘Energietransitie en klimaatadaptatie’. De begrotingen vanaf 2023 moeten daarop worden aangepast. Heeft relatie met het programma Volksgezondheid en milieu uit de begroting, het amendement bij de begroting 2022 november 2021, Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2050, Regionale energiestrategie. 15. Circulaire economie

Doordat gemeenten medeondertekenaar van het Interbestuurlijk Programma zijn, moeten gemeenten met circulaire economie aan de slag. Ook gemeenten moeten streven naar een volledige circulaire economie in 2050, en 50% circulair in 2030.

pagina

10 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

16. Circulair materiaalgebruik bij gronduitgifte

Wil het bestuur circulair materiaalgebruik en energiezuinigheid stimuleren via/ bij gronduitgifte voor woningen en bedrijven? Circulaire economie en materiaalgebruik hebben relatie met de programma’s Economie, Volksgezondheid en milieu en Volkshuisvesting uit de begroting en met het Interbestuurlijk programma 2018: transitieagenda circulaire economie. 17. Aansluiten bij de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties

Onze gemeente kan de keuze maken te onderzoeken of de zeventien SDG’s betrokken kunnen worden bij beleidsvoorstellen en verantwoordingsstukken op het gebied van duurzame ontwikkeling. Vanuit de VNG worden handleidingen en best practices gedeeld. Heeft relatie met het programma Volksgezondheid en milieu uit de programmabegroting, externe gerichtheid (5.), de zeventien SDG’s van de VN uit 2015 (waarmee ingestemd door alle lidstaten) en het gemeenteprogramma voor de duurzame doelen van de VNG. 18. Woningmarkt

De woningmarkt staat op dit moment onder druk. Keuzes moeten worden gemaakt voor wel of niet reguleren, stimuleren eigen woningbezit, invulling geven aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag, extra aandacht voor specifieke doelgroepen zoals sociale huur of zorgwoningen, huisvesting arbeidsmigranten (ook vanuit het belang voor onze arbeidsmarkt) en flexwonen (studenten, arbeidsmigranten, statushouders). Heeft relatie met de programma’s Volksgezondheid, Sociaal domein en Economie uit de begroting. 19. Asielzoekersopvang

Middelburg heeft zich aangemeld voor een duurzame opvanglocatie vanaf medio 2025 met een maximum van 330 asielzoekers als Middelburgse bijdrage aan de Zeeuwse opgave Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielopvang. Een standpunt kan worden ingenomen over een locatie, het participatieproces en overige aspecten van de opvang. Heeft relatie met het programma Volkshuisvesting uit de begroting, participatie en wijkgericht werken. 20. Cultureel erfgoed

Het toezicht op de instandhouding van Cultureel erfgoed is een wettelijke taak van de gemeente. Het toezicht op de gemeentelijke monumententaken wordt uitgeoefend door de Provincies. Op basis van het aantal geregistreerde rijksmonumenten is Middelburg de op zes na grootste monumentengemeente van Nederland. De uitkomst van de Monitor Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed Monumenten en Archeologie liet zien dat de huidige formatie van de gemeente Middelburg ontoereikend is om een goede invulling aan de wettelijke taken op het gebied van Cultureel Erfgoed te kunnen geven. Ook vanuit de samenleving ontvangt de gemeente signalen over dit onderwerp. Heeft relatie met het programma Volkshuisvesting van de begroting, Economie: toerisme, Monitor Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed Monumenten en Archeologie, Omgevingsplan, instructieregels voor het behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed opgenomen in de nieuwe Omgevingswet.

pagina

11 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

21. Ontwikkeling winkelareaal en aanbod horeca

Welke rol kiest de gemeente bij de keuze voor alternatieve functies voor panden buiten het kernwinkelgebied en het horecaconcentratiegebied, ook in relatie tot de krimp van het aantal fysieke verkooppunten en winkelvloeroppervlakte (VKP/WVO). Heeft relatie met het de programma’s Economie en Volkshuisvesting van de begroting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. 22. Taakstelling jeugdzorg in Actieplan

Vanuit het actieplan staat alleen nog de taakstelling Jeugd open. Een keuze kan worden genomen over het al dan niet zo laten staan van de taakstelling op Jeugd. De taakstelling WMO is gerealiseerd zonder kwaliteitsverlies van zorg. Heeft relatie met het programma Sociaal domein uit de begroting en het Actieplan Sociaal Domein uit het Financieel herstelplan 2020-24. 23. Zeeuwse samenwerking sociaal domein

I.v.m. doordecentralisatie beschermd wonen en de daarvoor benodigde doorontwikkeling van het CZW Bureau / de governance van IJZ. Voor welke onderdelen binnen het sociaal domein wil Middelburg Zeeuws samenwerken en als dat het geval is: op welke manier (welke constructie/governance). Afweging samenwerken, manier van samenwerken en lokaal beheer. 24. Middelburgs model

Het Middelburgs model is een nieuwe werkwijze die blijvend inzet vraagt. Heeft relatie met het programma Sociaal domein uit de begroting. 25. Jeugd

De veiligheid in de stad en overlast door jeugdigen vraagt aandacht. Dit raakt gedecentraliseerde taken als Jeugd, beschermd wonen en ervaren onveiligheid door mensen met verward gedrag. Meer aandacht voor preventie. Overweeg portefeuillehouder Jeugd en een integrale benadering met prioriteit. Heeft relatie met de programma’s Veiligheid, Bestuur en ondersteuning en Sociaal domein uit de begroting, wijkgericht werken en het project steekwapenbezit onder jongeren dat op dit moment loopt in onze gemeente. 26. Wonen en zorg

Hoe zorgen we voor genoeg en geschikte woningen voor onze inwoners en de speciale doelgroepen daarin (zorg gerelateerd, statushouders etc.) Heeft relatie met de programma’s Volkshuisvesting en Sociaal domein uit de begroting, flexwonen en huisvesting statushouders. 27. Arbeidsmarkt/Participatiewet

Er zijn tekorten op de arbeidsmarkt en er is veel verloop van personeel. Hoe kijkt Middelburg naar de arbeidsmarkt? Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben vaak ook een bijstandsuitkering en

pagina

12 van 12 onderwerp

Informatie ten behoeve van het informatieproces 2022

vallen onder de Participatiewet. Uitvoerende organisatie is Orionis Walcheren. Over vorm van organisatie en ambities kan worden gesproken. Heeft relatie met het programma Sociaal domein uit de begroting en de tendens van een dalende beroepsbevolking in onze regio. 28. Inburgering/integratie

De nieuwe wet inburgering is per 1 januari ingevoerd. De regie op de uitvoering van de inburgering ligt bij de gemeenten. Gemeenten zijn in het nieuwe inburgeringsstelsel ook verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inwoners gedurende hun inburgering. De uitvoering is belegd bij Orionis. Over vorm van organisatie en ambities kan worden gesproken. Heeft relatie met het programma Sociaal domein uit de begroting en met de nieuwe Wet inburgering 2021 die per 1 januari 2022 van kracht is. 29. Ontsluiting Veerse Meer Zuid

De gebiedsgerichte aanpak voor de ontwikkeling van een ontsluiting van het Veerse-Meer-zuidgebied heeft kansen en risico’s. Heeft relatie met het programma Verkeer, vervoer en waterstaat uit de begroting, economie, toerisme, participatie en wijkgericht werken. 30. Mobiliteitsstrategie

Tendensen zijn duurzaamheid, openbaar vervoer en hubs. Heeft relatie met het programma Verkeer, vervoer en waterstaat uit de begroting, de regionale mobiliteitsstrategie en de landelijke opgave digitalisering mobiliteitsdata en datagestuurd verkeersmanagement 31. Mobiliteit in de stad en parkeerbeleid

Autoluwe binnenstad en parkeerlocaties aan de randen van de stad vs. bereikbaarheid per auto van (ondernemers) binnenstad Heeft relatie met het programma Verkeer, vervoer en waterstaat uit de begroting en met prognoses dat de bereikbaarheid van de stad Middelburg in toekomst mogelijk een probleem is, Village deal met Z4 ter verbetering van bereikbaarheid voorzieningen in steden en slimme mobiliteit rapport Wind in de zeilen. 32. Parkeren en bestemmen van middelen

Inkomsten parkeren en toeristenbelangstelling labelen (voor vrije-tijdseconomie en cultureel erfgoed/monumenten) Heeft relatie met het programma Verkeer, vervoer en waterstaat uit de begroting, toerisme en uit het programma Economie en belastingen/inkomsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11351903/1