CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Bestemmingsplan - Watertoetstabel

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 20201.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoetstabel

Thema en (water)beheerdoelstelling Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking

Het plangebied ligt buitendijks en is daarmee buiten het dijkringgebied gelegen. Het hemelwater binnen het plangebied watert daardoor vrij af op het Veerse Meer. Het plangebied ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. De dichtstbijzijnde waterkering is gelegen aan de westzijde van het plangebied op circa 500 meter afstand. Op basis van de risicokaart Zeeland blijkt dat het plangebied niet zal onderlopen als gevolg van een overstroming. Ook bij een kleine en grote overstromingskans blijft het plangebied droog.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

De uitbreiding van het Waterpark omvat circa 32 hectare, met een lagere bebouwingsdichtheid en meer groen ten opzichte van het huidige waterpark. Met het waterschap is afgestemd dat extra weterberging niet is benodigd. Daarnaast wordt ca. 15 hectare nieuw water gegraven, met daarlangs circa 16 km nieuwe natuurvriendelijke oevers. Daarmee kan worden aangenomen dat binnen het plan voldoende ruimte biedt voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. De minimale ontwateringsdiepte is 1,20 boven GHG (gemiddeld hoog grondwater).

HWA wordt in eerste instantie opgevangen in de groenvoorzieningen op het park en daar geïnfiltreerd. Overtollig HWA wordt afgevoerd naar de kreken die in verbinding staan met het Veerse Meer. DWA zal afgevoerd worden naar de RWZI. De nieuwe benodigde afvoercapaciteit voor het DWA (81 m³/uur) is hoger dan de afvoer in de bestaande situatie (37,8 m³/uur). Momenteel loopt een onderzoek bij de gemeente in samenwerking met het waterschap een onderzoek naar afvalwater. De afvoer hiervan is oplosbaar en vormt geen

belemmering voor de ontwikkeling van het recreatiepark. Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Er wordt geen grondwater onttrokken als het park in gebruik is. Tijdens aanleg kan het noodzakelijk zijn om te bemalen. HWA wordt in eerste instantie opgevangen in de groenvoorzieningen op het park en daar geïnfiltreerd. Overtollig HWA wordt afgevoerd naar de kreken die in verbinding staan met het Veerse Meer. De ontwikkellocatie beschikt over beperkte tot goede infiltratiemogelijkheden. Daarom is infiltratie goed mogelijk. In een geohydrologisch onderzoek is gekeken naar de effecten op grondwater en zoetwatervoorkomens in de omgeving van het plangebied. Er worden mitigerende maatregelen getroffen om het zoetwatervoorkomen niet te beïnvloeden. Het grondwater ter plaatse van het uitbreidingsgebied zal naar verwachting zout worden door menging van water vanuit de kreken met het zoete grondwater ter plaatse. Door het opzetten van het peil wordt de invloed op de omgeving opgegeven, waardoor de verwachting is dat het invloed op de zoetwatervoorkomens nihil is. Dit wordt gemonitord. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een ‘nul’-situatie van het grondwater vastgesteld. Daarna wordt de grondwatersituatie een aantal jaren gemeten na de realisatie. Hierover worden aanvullende afspraken gemaakt met het waterschap. Verder wordt een natuurgebied aangelegd, waar de dikte van de zoetwaterlens naar verwachting zal toenemen.

In combinatie met het ophogen van het maaiveld zorgt dit voor verdere mitigatie van invloeden op de zoetwatervoorkomens.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

Ten opzichte van de huidige situatie zal er geen (negatief) effect optreden, omdat er geen gebruik gemaakt zal worden van uitlogende (bouw)materialen. Er is tevens geen sprake van bodembedreigende activiteiten.

Het plangebied staat in open verbinding met het Veerse Meer. Binnen het plangebied is sprake

veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

van een zomerpeil van NAP tot NAP -0,10 m -en een winterpeil van NAP -0,20 m tot NAP -0,40. De peilen van grond- en oppervlaktewater worden sterk beïnvloed door de peilen van het Veerse Meer. Om te voorkomen dat hemelwater verontreinigd raakt dient het gebruik van uitlogende materialen zoals zink en lood te worden voorkomen en dient het gebruik van duurzame bouwmaterialen te worden bevorderd.

De voorgenomen ontwikkeling betreft een recreatiepark. Initiatiefnemer is er alles aan gelegen om te gaan voor een gezonde waterkwaliteit. De ontwikkeling heeft geen invloed op de water gerelateerde volksgezondheid. De realisatie van extra oppervlaktewater kan mogelijk een verhoging van het verdrinkingsrisico met zich meebrengen. Door middel van voldoende afscherming en het toepassen van een kindvriendelijke en –veilige oeverinrichting wordt de kans hierop geminimaliseerd. Naar de kans op plaagsoorten is onderzoek gedaan. De volgende maatregelen worden genomen, waardoor de kans op van plaagsoorten aanzienlijk kleiner en beter beheersbaarder wordt: • Gebruik van voorzieningen om de doorstroming te verbeteren in plaats van diepere kreken. Bijvoorbeeld door pompen in de duikers te installeren. • Er worden specifieke plekken aangewezen voor zwemwater waar de waterkwaliteit nauwlettend in de gaten wordt gehouden. • Overlastgevende onderwatervegetatie wordt verwijderd. • Behoudens op enkele kwetsbare plekken aan de buitenzijde van het park zal stortsteen, waar oesters zich goed op kunnen vestigen, niet worden toegepast

Het plangebied is niet zettingsgevoelig.

Natte natuur Er wordt ca. 15 hectare nieuw water gegraven, met daarlangs circa 16 km nieuwe

Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

natuurvriendelijke oevers met onder meer gebiedseigen beplanting. In de nadere uitwerking wordt in samenspraak met het waterschap gekeken hoe de karakteristieke aquatische natuur kan worden versterkt. De voorgenomen ontwikkeling vormt geen belemmering voor de onderhoudsstroken ten gevolge van het onderhouden van het oppervlaktewater.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap Ad. 1* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen?

Ad. 2* na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

Ad. 3* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?

De voorgenomen ontwikkeling vormt geen belemmering voor eigendommen van de waterbeheerder.

Ad. 1 Ja er zullen transporten plaatsvinden over waterschapswegen. Momenteel vindt onderzoek plaats naar bouwverkeer. Het overleg tussen Waterschap, Driestar en gemeenten Middelburg, Borsele en Goes om te komen tot afspraken en voorwaarden voor het bouwverkeer voor het Waterpark vindt inmiddels plaats. Ad. 2 Voor het verkeer, mede het verkeer naar en uit het waterpark, wordt momenteel een uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd. De wegbeheerders hebben daartoe opdracht gegeven. Er is sprake van verkeer van en naar het waterpark dat extra problemen op enkele locaties op waterschapswegen veroorzaakt.. Medio december zijn de knelpunten geïnventariseerd en ligt er een keuze in oplossingsvarianten. In het voorjaar van 2021 moet een uitvoeringsplan gereed zijn. De ontwikkeling ‘Waterpark Veerse Meer’ heeft echter geen groot (extra) effect op deze knelpunten. Zonder de ontwikkeling van het park zullen deze knelpunten, door autonome ontwikkelingen, zich ook voordoen. Ad. 3 Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De precieze locatie van deze

Ad.4* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

parkeerplaatsen is nog niet definitief. Vooralsnog wordt uitgegaan van parkeerkoffers langs de hoofdwegen in het plan.

Ad. 4 Nee, op dit moment voorziet het plan daar niet in. Mocht dit bij nadere uitwerking het geval zijn, bijvoorbeeld als er een fietsbrug/tunnel komt bij de Oranjeplaatweg, wordt het Waterschap hierover geïnformeerd. Vanwege de nieuwe aansluitingen op waterschapswegen is hiervoor wel een ontheffing Keur Wegen noodzakelijk. Hiervoor lopen gesprekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243293/3