Bijlage 1. Statement wethouder Doorn extra commissie MZ 12 april
Tekst van het document
Beste commissieleden, Tijdens de commissie Maza heb ik een aantal woorden uitgesproken die zeer ongelukkig gekozen waren. Daar heb ik afstand van genomen. De uitspraken die ik tijdens de commissie Maza heb gedaan, heb ik in de context gedaan van het hele proces. Een moeizaam proces waarover ik u meerdere malen, in beslotenheid, heb bijgepraat. U weet van de dilemma’s waar wij mee worstelen. We vinden het belangrijk dat de Zeeuwse jongeren kunnen rekenen op de zorg die ze nodig hebben. De bestuurscommissie had signalen waardoor zij zich zorgen maakten. Vanuit die zorg heb ik ook ingestemd met de brief van 9 maart. De zorgen waren oprecht. Dat deze zorgen onterecht bleken, was een opluchting. Over deze brief van de inspectie had ik geen uitspraken moeten doen zonder eerst met de Bestuurscommissie te overleggen. Dan waren misverstanden voorkomen. Doordat de brief in de spam was terechtgekomen hadden wij er als Bestuurscommissie nog geen kennis van genomen. Met alle GI’s, Raad voor de kinderbescherming en de Rechtbank is er wekelijks overleg waarbij zorg continuïteit een bespreekpunt is. Alle inspanningen zijn er op gericht om in gezamenlijkheid met ministerie, Jeugdautoriteit, Inspecties en Intervence op te trekken. Zodat we voor de Zeeuwse jongeren toegroeien naar een duurzame oplossing. Ik begrijp, ook na terug horen van de band, dat deze uitspraken zo in de pers gekomen zijn.
Dat vind ik vervelend want dit waren zeker niet mijn intenties. Dat heeft u kunnen lezen in de memo die u van het College heeft ontvangen. Dat is ook de reden dat vanuit het College Chris Simons en Chris Dekker zijn aangesloten. Toen ik wethouder werd, heb ik mijzelf een belofte gedaan. Ik handel naar eer en geweten. Ik heb met mijn uitspraak niets of niemand willen kwetsen of benadelen.