Bijlage 1. Rapportage Kwaliteitscriteria VTH 3.0 Gemeente Middelburg
Tekst van het document
Rapportage Kwaliteitscriteria VTH 3.0 Gemeente Middelburg Stand van zaken op 1 januari 2026 1. Inleiding Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTHA) is een cruciale schakel in de bescherming van onze leefomgeving. Daarbij is het van groot belang dat er een geborgde kwaliteit van uitvoering en handhaving is. Om de kwaliteit van de uitvoering zo uniform mogelijk te regelen hebben het IPO en de VNG gezamenlijk een modelverordening opgesteld. De modelverordening is omgevingsrecht-breed opgesteld en niet alleen voor de basistaken van de omgevingsdienst. Door ongewijzigde vaststelling van de modelverordening besluiten provincies en gemeenten dat ze ook voor de thuistaken zoals natuur en bouw aan de kwaliteitscriteria voldoen. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering en handhaving door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Ook de advisering door omgevingsdiensten heeft een plek gekregen in de kwaliteitscriteria. De criteria gaan over de kwaliteit van de organisatie (procescriteria) en de medewerkers (kritieke massa en competenties). Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren.
Op grond van artikel 5 van de modelverordening moet jaarlijks mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria aan de Gemeenteraad en/of Provinciale Staten worden gedaan. In Q1 van 2026 is dat dus voor het eerst het geval over de kwaliteitscriteria 3.0 en wordt dat met deze rapportage gedaan. 2. Algemeen De kwaliteitsverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht is door gemeente Middelburg op 29 januari 2026 vastgesteld en heeft betrekking op de VTH-taken waar wij bevoegd gezag van zijn. Deze rapportage gaat over de uitvoering van de VTH-taken van onze organisatie. De rapportage over de uitvoering van de gemandateerde VTH-taken door de Omgevingsdienst Zeeland volgt nog. 2.1 Kritieke massa Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende opleiding, kennis, werkervaring en competenties en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan deze criteria voldoen moeten in de kern in staat zijn om producten af te leveren met de gewenste kwaliteit.
Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie en haar medewerkers in staat zijn om de taken en onderliggende operationele taken op een adequaat kwaliteitsniveau uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit daarvan. In de onderstaande tabel wordt per deskundigheidsgebied aangegeven in welke mate wordt voldaan aan de Kwaliteitscriteria 3.0.
De kolommen opleiding, ervaring, kennis en competenties geven aan of de medewerkers voldoen aan de opleidingseisen. De kolom frequentie geeft aan of er voldoende tijd wordt besteed aan het zelfstandig uitvoeren van de taak. De kolom aantal geeft aan of de organisatie voldoet aan het minimaal aantal medewerkers met omschreven deskundigheid en frequentie waarover een organisatie dient te beschikken.
Er wordt voldaan aan de KC 3.0 Gemotiveerde afwijking Samenwerking met andere organisatie /uitbesteed aan OD
1
Geen taak provincie/gemeente
Generieke deskundigheden
Opleiding
Ervaring Kennis Competenties
Frequentie Aantal
1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3. Vergunningverlening milieu MBO Vergunningverlening milieu HBO 3.1. VV Procesindustrie 3.2. VV Afval 3.3. VV Agrarisch 3.4 VV Seveso 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO 5. Toezicht en handhaving milieu MBO 5. Toezicht en handhaving milieu HBO 5.1. T&H Procesindustrie 5.2. T&H Afval 5.3. T&H Agrarisch 5.4. T&H Seveso 6. Toezicht en handhaving bodem 7. toezicht en handhaving natuur
Juridische deskundigheden 8. Behandelen juridische zaken 9. Ketentoezicht 10. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving
Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11. Bouwfysica 12. Brandveiligheid 13. Constructieve veiligheid
2
14. Sloop en asbest
Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15. Afvalwater (indirecte lozingen) 16. Bodem, bouwstoffen, water 17. Omgevingsveiligheid 18. Geluid & trillingen (milieu, ro en bouw) 19. Luchtkwaliteit & Geur 20. Natuuractiviteiten
Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening en duurzaamheid 21. Cultuurhistorie 22. Verduurzaming energie MBO Verduurzaming energie HBO 23. Advisering fysieke leefomgeving
Er wordt voldaan aan de KC 3.0 Gemotiveerde afwijking Samenwerking met andere organisatie /uitbesteed aan OD Geen taak provincie/gemeente
2.2 Conclusie kritieke massa Uit de beoordeling blijkt dat de organisatie niet op alle deskundigheidsgebieden zelfstandig voldoet aan de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa. Om inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken is een overzicht opgesteld waarin per deskundigheidsgebied de geldende opleidings- en kennisvereisten zijn opgenomen en is weergegeven in hoeverre medewerkers hieraan voldoen. Tegelijkertijd wordt actief geïnvesteerd in de ontwikkeling en opleiding van medewerkers om de deskundigheid verder te versterken. Deze inzet wordt niet alleen intern opgepakt, maar ook Zeeuws-breed georganiseerd en afgestemd, zodat gezamenlijk wordt gewerkt aan het verbeteren en borgen van de benodigde kwaliteit en capaciteit. Om te zorgen dat aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan, wordt daarnaast actief samenwerking gezocht met omliggende gemeenten en andere relevante partijen via samenwerkingsovereenkomsten. Op diverse deskundigheidsgebieden wordt samengewerkt met regionale en gespecialiseerde partners, zoals de Veiligheidsregio Zeeland, Omgevingsdienst Zeeland, Erfgoed Zeeland, het Waterschap en ingenieursbureau F. Koch B.V., zodat de vereiste expertise en capaciteit adequaat wordt geborgd. Daarnaast zijn de afdelingen Duurzaamheid en Beheer, Leefomgeving en VVTH gezamenlijk verantwoordelijk voor het borgen van de
3
benodigde deskundigheid binnen de gemeentelijke organisatie. Door deze samenwerkingen en interne afstemming wordt de deskundigheid geborgd en kunnen de kwaliteitscriteria gezamenlijk worden gerealiseerd.
4
3. Procescriteria De procescriteria betreffen eisen aan het proces. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: Evaluatie Beleid Strategie Uitvoeringsprogramma Organisatie Monitoring Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie. De criteria bieden de kaders voor het kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. In de procescriteria wordt op een systematische wijze de samenhang tussen beleid en uitvoering beschreven. De samenhang tussen de beleids- en uitvoeringscyclus noemen we de beleidscyclus (BIG 8). Die bestaat uit een beleidsvormende (strategische) cyclus (4-jaarlijks) en een uitvoerende (operationele) cyclus (jaarlijks). Er wordt voldaan Er wordt niet voldaan Is niet van toepassing Gemotiveerde afwijking
Evaluatie 1. Jaarlijkse rapportage over mate waarin het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd en heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen. 2. Aanpassing van het uitvoerings- en handhavingsbeleid op grond van de resultaten uit verantwoordingsrapportage. 3. Vergelijking prestaties met die van andere organisaties
Toelichting 1. Het jaarverslag over 2025 wordt dit jaar opgesteld en vóór 1 juli aan de gemeenteraad aangeboden. Over het jaar 2024 en de daaraan voorafgaande jaren zijn geen jaarverslagen opgesteld.
Beleid 1. Organisatie heeft een afgestemd uitvoerings- en handhavingsstrategie waarin is aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke taken gelet op die doelen zullen worden verricht. 2. De handhavingsstrategie is gebaseerd op een analyse van problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. 3. Benodigde en beschikbare financiële en personele middelen zijn inzichtelijk gemaakt en gewaarborgd in de begroting voor de doelen en prioriteiten.
5
Toelichting 3. Dit is opgenomen in het jaarplan 2025, maar destijds nog niet afgestemd op de begrotingscyclus. Vanaf 2026 zal deze afstemming wel plaatsvinden.
Strategie 1. Er is een uitvoerings- en handhavingsstrategie met prioriteiten, een methode om te bepalen of doelen worden bereikt en welke criteria (met beschreven werkwijze) worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen van vergunningen en meldingen 2. In de handhavingsstrategie is de wijze opgenomen waarop toezicht wordt gehouden, wordt gerapporteerd over bevindingen en welke bestuurlijke sancties (inclusief termijnen) worden opgelegd. 3. De organisatie handelt conform een vastgestelde toezichtstrategie, de vastgestelde landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht en vastgestelde samenwerkings-, gedoog- en vergunningenstrategie (incl. actualisatieprogramma).
Uitvoeringsprogramma 1. Organisatie heeft een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de taken het komende jaar zullen worden verricht. 2. In het uitvoeringsprogramma wordt rekening gehouden met de gestelde doelen en de prioriteitenstelling zoals geformuleerd in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. 3. Het uitvoeringsprogramma wordt afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving 4. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma zijn voldoende financiële en personele middelen beschikbaar.
Toelichting 4. Op dit moment kunnen we in ons jaarplan en jaarverslag onvoldoende met cijfers motiveren of we voldoende financiële en personele middelen beschikbaar hebben. Organisatie 1. De uitvoeringsorganisatie is zodanig ingericht dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd. 2. De personeelsformatie (functies, taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden) is vastgelegd met functiescheiding. 3. Binnen de uitvoeringsorganisatie is bij toezicht en handhaving sprake van roulatie op dossierniveau. 4. De bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie is ook buiten kantooruren gegarandeerd.
6
Toelichting 1. De U&H taken zijn momenteel verspreid binnen de organisatie en de inrichting sluit niet aan bij de samenhang van het Omgevingsrecht. Dit bemoeilijkt het voeren van regie. De uitwerking van beleid richting U&H moet beter worden vormgegeven, zodat de beleidscyclus beter op elkaar aansluit. Monitoring 1. De organisatie beschikt over een volwaardig datasysteem om de resultaten te monitoren en het behalen van vastgestelde beleidsdoelen.
Toelichting 1. Er wordt nog niet aan voldaan. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een beheersingssysteem om dit te realiseren met het project Beheersingskader.
3.1 Conclusie Procescriteria De beoordeling van de procescriteria laat zien dat de gemeente Middelburg op diverse onderdelen invulling geeft aan de vereisten uit de kwaliteitscriteria 3.0. Belangrijke elementen van de beleidscyclus zijn aanwezig, zoals een vastgesteld VTH-beleidsplan en een uitvoeringsprogramma waarin doelen, prioriteiten en activiteiten zijn opgenomen. Hiermee is een solide basis gelegd voor een gestructureerde uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd blijkt dat nog niet op alle onderdelen volledig wordt voldaan aan de procescriteria. Met name op het gebied van evaluatie, monitoring en de verdere uitwerking van strategieën zijn nog verbeteringen nodig. Zo zijn over voorgaande jaren geen jaarverslagen opgesteld, waardoor de structurele evaluatie van de uitvoering nog onvoldoende is geborgd. Daarnaast is het monitoren van resultaten en beleidsdoelen nog in ontwikkeling, omdat een volwaardig datasysteem momenteel nog wordt ingericht. In 2025 is daarvoor het project ‘Beheersingskader Omgevingswet’ gestart. In dit project zijn met een externe en alle intern betrokkenen de belangrijkste processen die te maken hebben met de Omgevingswet in beeld gebracht. Deze processen worden op dit moment verder uitgewerkt en in het softwareprogramma Centric Leefomgeving (CLO) ingericht.
Ook de organisatorische inrichting van de uitvoerings- en handhavingstaken vraagt aandacht. De taken zijn momenteel verspreid binnen de organisatie, waardoor de samenhang binnen het omgevingsrecht en de regie op de uitvoering niet altijd optimaal is. Dit kan het effectief sturen op beleidsdoelen en prioriteiten bemoeilijken. 4. Vervolgstappen De vervolgstappen zijn opgenomen in het verbeterplan Omgevingsrecht. Dat bestaat uit het tijdig opstellen van een jaarplan, een jaarverslag en het toewerken naar de beschikbare data onder het project Beheersingskader Omgevingswet.
7