CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Rapport Warmtenet Hart van Griffioen

Commissie Ruimte 22 juni 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht6.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT

Warmtenet Hart van Griffioen Rapport schetsontwerp Gemeente Middelburg

Warmtenet Hart van Griffioen Kenmerken Projectnummer 22713

Datum

7 mei 2026

Auteur

Ir. R. Duijff (Rogier) 06 – 112 213 73

Co-lezer

J.H.M. Gerrits MSc (Joost)

Onderwerp

Warmtenet Hart van Griffioen

Kenmerk

22713-1739560

Status

Definitief

Opdrachtgever

Gemeente Middelburg Stadskantoor Kanaalweg 3 4337 PA MIDDELBURG 0118 – 675 000

Uitgevoerd door

DWA B.V. Harderwijkweg 7 2803 PW GOUDA 088 – 163 53 00

Foto voorkant: Firan, Warmtecentrale Didam.

Rapport | 22713-1739560

Op al onze diensten en mededelingen is DNR 2011 (versie 2013) van toepassing. DNR 2011 is gepubliceerd op onze website onder dwa.nl/dnr

2

Inhoudsopgave 1

Samenvatting

4

1.1

Waarom een warmtenet meenemen als optie voor de nieuwbouw 4

1.2

Concrete vervolgstappen en wie aan zet is

5

2

Inleiding

7

3

Aanpak

8

4

LT-warmtenet op lucht meest haalbaar

10

5

6

4.1

Gemeente en Woongoed zien LT-warmtenet met lucht als bron voor de nieuwbouw als organisatorisch het meest haalbare optie 10

4.2

Nieuwbouw als scope het meest haalbaar

11

4.3

LT-warmtenet met buitenlucht als bron haalbare optie

12

4.4

Voor- en nadelen ten opzichte van een individuele luchtwaterwarmtepomp

13

Schetsontwerp LT-warmtenet op lucht voor nieuwbouw

15

5.1

Systeem op hoofdlijnen

15

5.2

Dimensionering hoofdcomponenten en prestatie systeem

18

Vervolgstappen

19

6.1

Stap 1: marktverkenning beschikbaarheid warmtebedrijf

19

6.2

Stap 2: visie, scope en vergunbaarheid

20

6.3

Stap 3: marktverkenning en warmtekavel

21

6.4

Stap 4: marktuitvraag, uitwerking en ontheffing

Bijlage 1 - Lijst van bijlagen

Rapport | 22713-1739560

23

26

3

1

Samenvatting

In opdracht van de gemeente Middelburg heeft DWA de technische, financiële en organisatorische haalbaarheid onderzocht van een duurzaam warmtesysteem voor de nieuwbouwontwikkeling Hart van Griffioen. Op basis van een schetsontwerp, een indicatieve businesscase en intensieve afstemming met de belangrijkste stakeholders concludeert DWA dat een LT- of laagtemperatuurwarmtenet (50°C) met buitenlucht als warmtebron, beperkt tot de nieuwbouw, de optie is met de meeste kans van slagen om in het vervolgproces mee te nemen. Uit de vergelijking blijkt echter niet dat het warmtenet overtuigend beter scoort dan individuele all-electric oplossingen per woning of complex. Welke techniek uiteindelijk de voorkeur heeft, hangt af van de criteria die de betrokken stakeholders het zwaarst laten wegen - zoals betaalbaarheid voor bewoners, organisatorische eenvoud, ruimtelijke inpassing, risicoverdeling en BENG-prestaties. Voor gemeente Middelburg, Woongoed en een toekomstige ontwikkelaar kan deze afweging daarom verschillend uitpakken.

1.1

Waarom een warmtenet meenemen als optie voor de nieuwbouw

Technisch De nieuwbouw in Hart van Griffioen is ontworpen volgens de BENG‑eisen en leent zich goed voor laagtemperatuurverwarming. Het voorgestelde systeem bestaat uit een centrale luchtwarmtepomp (circa 918 kW), ondersteund door een piek‑ en back‑upvoorziening, een compact LT‑warmtenet en afleversets met elektrische booster per woning. Voor koeling is een apart koudenet aanwezig. De techniek is bewezen, relatief eenvoudig en goed schaalbaar binnen de gekozen scope. Doordat geen gebruik wordt gemaakt van WKO of aquathermie zijn er minder technische onzekerheden en is de ruimtelijke en ondergrondse inpassing overzichtelijk. Financieel Uit de indicatieve financiële doorrekening blijkt dat een LT‑warmtenet op lucht voor de nieuwbouw een sluitende businesscase kan hebben. De investeringskosten zijn lager dan bij alternatieve collectieve systemen met bodem- of waterbronnen, terwijl de warmtevraag goed voorspelbaar is. De beperkte en homogene scope (uitsluitend nieuwbouw) verlaagt risico’s voor een toekomstige exploitant. Voor VvE’s en bestaande bouw is het geen haalbare businesscase; daarom zijn deze bewust buiten de scope gehouden. Organisatorisch Het warmtenet voor alleen de nieuwbouw kent een lage organisatorische complexiteit: één gemeente, één woningcorporatie (Woongoed), een toekomstige ontwikkelaar en een nog te selecteren warmtebedrijf.

Dit maakt toekomstige besluitvorming overzichtelijk en vergroot de kans op marktinteresse.

Rapport | 22713-1739560

4

1.2

Concrete vervolgstappen en wie aan zet is

Op basis van dit rapport adviseert DWA om het LT‑warmtenet met lucht als bron voor de nieuwbouw als serieuze optie mee te nemen in het vervolgproces. De verdere besluitvorming en uitwerking verloopt in drie samenhangende stappen, elk met duidelijke substappen en besluitmomenten. Stap 1 – Marktverkenning beschikbaarheid warmtebedrijf In deze stap wordt gekeken of er op basis van de beschikbare informatie animo is van warmtebedrijven. • Voorbereiden informatiestuk. De gemeente stelt een beknopt informatiestuk op waarin de scope, beoogde techniek en uitgangspunten van het warmtenet op hoofdlijnen worden beschreven. • Oriënterende marktverkenning. Op basis van dit informatiestuk worden warmtebedrijven benaderd om te toetsen of zij op hoofdlijnen interesse hebben in verdere uitwerking. • Beoordeling marktinteresse. De uitkomsten van de marktverkenning worden beoordeeld om vast te stellen of er voldoende reëel geïnteresseerde partijen zijn om het traject voort te zetten. Stap 2 – Visie, scope en vergunbaarheid In deze stap bepalen de betrokken partijen of en onder welke voorwaarden een warmtenet wordt meegenomen als voorkeursrichting voor de nieuwbouw van Hart van Griffioen. •

• •

•

Vaststellen van een gedeelde visie van gemeente Middelburg en Woongoed op het energiesysteem voor de nieuwbouw, inclusief de keuze om het warmtenet (beperkt tot nieuwbouw) als optie of voorkeursrichting te hanteren. Vastleggen van de scope, uitgangspunten voor betaalbaarheid, organisatie en rolverdeling tussen gemeente, Woongoed en ontwikkelaar. Uitvoeren van een vergunbaarheidstoets (ruimtelijke inpassing, geluid, veiligheid, ondergrond) en vaststellen of een plan‑MER nodig is. Op basis van de huidige scope wordt verwacht dat dit niet het geval is; dit wordt onderbouwd via een (vormvrije) MER-beoordeling. Eerste afstemming met de netbeheerder over netcapaciteit en aansluitmogelijkheden.

Aan zet: gemeente Middelburg (regie), samen met Woongoed. Stap 3 – Marktverkenning en warmtekavel Als het warmtenet bestuurlijk wordt meegenomen, volgt een toets of dit ook praktisch en economisch haalbaar is met marktpartijen. • • • •

Opstellen van een programma van eisen samen met Woongoed en de ontwikkelaar, met eisen aan techniek, organisatie, tarieven, betrouwbaarheid en bewonerscommunicatie. Uitvoeren van een marktverkenning om te toetsen of warmtebedrijven interesse hebben in aanleg en exploitatie van een warmtenet binnen deze randvoorwaarden. Gezamenlijk go/no‑go‑moment van gemeente, Woongoed en ontwikkelaar op basis van de marktinteresse. Bij een positief besluit: aanwijzen van Hart van Griffioen als warmtekavel voor collectieve warmte. Omdat het uitsluitend nieuwbouw betreft, is een inventarisatie van opt‑out niet van toepassing.

Aan zet: gemeente Middelburg, Woongoed en ontwikkelaar.

Rapport | 22713-1739560

5

Stap 4 – Marktuitvraag, uitwerking en ontheffing In deze stap wordt het warmtenet concreet uitgewerkt en juridisch mogelijk gemaakt. • •

•

Starten van de marktuitvraag en selectie van een warmtebedrijf voor aanleg en exploitatie. Na gunning: uitwerken van het kavelplan door het geselecteerde warmtebedrijf, in afstemming met gemeente en Woongoed (technisch ontwerp, fasering, aansluiting nieuwbouw, tariefuitgangspunten, leveringszekerheid). Op basis van het kavelplan: aanvragen en verlenen van een ontheffing op grond van de Wet collectieve warmte, passend bij de kleinschalige omvang van het systeem (circa 400 woningen).

Aan zet: Warmtebedrijf (aanvraag), college van B&W (ontheffing), gemeente en Woongoed (toetsing en besluitvorming).

Rapport | 22713-1739560

6

2

Inleiding

Voortraject De gemeente Middelburg wil de mogelijkheden verkennen van een warmtenet voor de nieuwbouw van Hart van Griffioen. Vanuit de provincie is een eerste onderzoek gedaan naar beschikbare warmtebronnen, warmteopslag en mogelijke temperaturen van een warmtenet. Aan DWA is gevraagd de volgende stap te zetten en de technische, financiële en organisatorische haalbaarheid van een duurzaam warmtenet voor het gebied te onderzoeken. Doelstelling Het doel is de benodigde informatie verschaffen zodat de gemeente Middelburg en Woongoed een besluit kunnen maken op het eerste go/no-go moment richting een warmtenet voor het Hart van Griffioen. In een eerder onderzoek is gekeken naar verschillende soorten warmtenetten (zie Bijlage 1). Gebleken is dat een aantal technieken technisch niet haalbaar zijn. Van de technieken die technisch haalbaar zijn geldt dat een aantal financieel niet haalbaar zijn. Daarom blijft nu nog één haalbare techniek over: een laagtemperatuurwarmtenet (50°C aanvoer) met buitenlucht als warmtebron. In deze notitie wordt deze optie beschreven en worden de vervolgstappen uiteengezet. Scope De scope bevat de nieuwbouw van Hart van Griffioen. Voor het onderzoek is een groter gebied meegenomen waarbij is onderzocht of het voordeel biedt de VvE’s en de bestaande bouw van Woongoed aan te sluiten.

Een warmtenet voor deze naastgelegen gebieden blijkt door verschillende redenen echter niet haalbaar.

Figuur 1 Nieuwbouwplannen Hart van Griffioen, bron: NOAHH

Rapport | 22713-1739560

7

3

Aanpak

Om de technische, financiële en organisatorische haalbaarheid van een warmtenet te toetsen is een agile werkwijze doorlopen waarbij snel tot een schetsontwerp is gekomen. Dit schetsontwerp is met verschillende stakeholders besproken. Hieronder is de aanpak verder uitgewerkt. Betrokken stakeholders Gedurende het proces zijn alle relevante belanghebbenden betrokken. Gemeente Middelburg heeft de regierol genomen. Woongoed is actief betrokken bij het onderzoek. In het proces is rekening gehouden met de belangen van de VvE’s en een toekomstige ontwikkelaar. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt voor gesprekken met deze stakeholders. De netbeheerder is geraadpleegd voor capaciteits- en aansluitingsvraagstukken. Quickscan Marsaki als basis We zijn bij het proces niet bij nul begonnen: vanuit de provincie is al eerder een onderzoek gedaan door Marsaki. In dit onderzoek is gekeken naar de toepasbaarheid van verschillende soorten warmtenetten, de potentie van verschillende warmtebronnen en de mogelijke manieren van warmteopslag. Dit vormde een solide basis om een aantal uitgewerkte warmtenet opties uit te werken. Drie opties voor een warmtenet vergelijken op een agile manier Gedurende het proces is gewerkt op een agile manier.

In inhoudelijke sprints is steeds verder toegewerkt van geschikte bronnen, opslag en soorten warmtenetten naar een eerste schetsontwerp en een eerste businesscase voor het bepalen van de financiële haalbaarheid. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd over de wensen met betrekking tot organisatorische haalbaarheid. Door het agile werken is de gemeente steeds betrokken geweest bij verschillende ontwerpstappen. Dit heeft er ook voor gezorgd dat dit rapport een samenvatting is van het doorlopen proces en dat de gemeente is meegenomen in de verschillende stappen en berekeningen voor de opzet van het warmtenet. Er is direct feedback gegeven waarop direct is ingespeeld in de volgende stap. Hieronder zijn een aantal sprints toegelicht. • Bepalen van de doelstelling: Een organisatorisch haalbaar warmtenet. • Sprintsessie voor het opstellen van de uitgangspunten. • Opstellen van drie mogelijke opties voor een warmtenet op basis van het onderzoek van Marsaki: – laagtemperatuur (LT) warmtenet (50°C) op lucht; – laagtemperatuur (LT) warmtenet (50°C) met centrale warmtepomp, aquathermie en opslag in WKO; – zeer laagtemperatuur (ZLT) warmtenet (15-18°C) op aquathermie met opslag in WKO. • Schetsontwerp van de drie mogelijke warmtenet opties. Voor drie opties qua gebieden: – alleen nieuwbouw; – nieuwbouw + VvE; – nieuwbouw + VvE + bestaande bouw Woongoed.

• Investeringsraming van de drie mogelijke warmtenet opties. • Businesscaseberekening van de drie mogelijke warmtenet opties. • Uitwerken van de organisatorische haalbaarheid.

Rapport | 22713-1739560

8

De uitkomsten van deze fase zijn te vinden in Bijlage_1 Vergelijking_3_opties_voor_een_warmtenet. Check bij stakeholders Op basis van de uitkomsten van de berekeningen en gesprekken met Woongoed en interne afdelingen binnen de gemeente is naar voren gekomen dat het laagtemperatuur warmtenet (50°C aanvoer) met buitenlucht als warmtebron als de techniek met de hoogste organisatorische haalbaarheid.

Rapport | 22713-1739560

9

4

LT-warmtenet op lucht meest haalbaar

Op basis van de uitkomsten van het rapport in Bijlage 1 en de gesprekken met de stakeholders zien wij mogelijkheden voor een warmtenet voor Hart van Griffioen. Een warmtenet heeft een aantal voorén nadelen ten opzichte van een individueel systeem per complex of woning. De keuze welk systeem de voorkeur heeft hangt af van de prioriteiten van de gemeente, woningcorporatie Woongoed en een toekomstige ontwikkelaar. Van de warmtenet opties adviseren wij een LT-warmtenet met buitenlucht als bron verder uit te werken. Ook adviseren wij alleen de nieuwbouw als scope aan te houden. Deze keuze heeft de grootste kans van slagen en bevat de minste risico’s voor de betrokken partijen. De optie is financieel haalbaar, heeft technisch gezien de minste risico’s en is een compact en beheersbaar ontwerp.

4.1

Gemeente en Woongoed zien LT-warmtenet met lucht als bron voor de nieuwbouw als organisatorisch het meest haalbare optie

Ons advies voor een LT-warmtenet met lucht als bron is gebaseerd op een aantal punten. Deze punten staan hieronder vanuit het perspectief van de gemeente en Woongoed uitgewerkt. Voordelen LT-warmtenet op lucht voor de gemeente Middelburg Vanuit het oogpunt van de gemeente heeft de combinatie van een LT‑warmtenet op lucht en een scope die beperkt blijft tot de nieuwbouw de meeste voordelen. Het is de meest haalbare, betaalbare en risicobeheersbare route het warmtenet in Hart van Griffioen daadwerkelijk te realiseren met de betrokken stakeholders. De nieuwbouw vormt een goed voorspelbare en homogeen ontworpen groep gebouwen, waardoor onzekerheden over warmtevraag, aansluitbereidheid en technische prestaties minimaal zijn. Het aantal stakeholders is beperkt wat positief is voor een snelle besluitvorming. Tegelijkertijd kent de LT‑luchtvariant lage investeringskosten, weinig vergunningstechnische uitdagingen en een eenvoudige ruimtelijke inpassing. Hierdoor kan de gemeente met beperkte middelen een eerste, robuuste stap zetten richting de warmtetransitie. De eenvoud van het systeem maakt het bovendien aantrekkelijker voor marktpartijen om te exploiteren, wat een mogelijk mitigerende maatregel is op de zorgen dat de afstand tot Middelburg een belemmering op kan leveren voor uitvoerende partijen.

Voordelen LT-warmtenet op lucht voor Woongoed Vanuit Woongoed gezien biedt een LT-warmtenet op lucht een aantal voordelen. Nieuwbouw moet verplicht aardgasvrij worden opgeleverd, waardoor een collectieve LT-oplossing direct toepasbaar is zonder aanvullende maatregelen aan installaties of schil. Het warmtenet biedt Woongoed een betrouwbare, duurzame en kostenefficiënte manier om aan deze verplichting te voldoen, terwijl individuele all-electric systemen per woning duurder en ruimtelijk minder aantrekkelijk zijn. Daarnaast biedt een warmtenet voordelen zoals een kleiner ruimtegebruik in de woningen of het complex.

Rapport | 22713-1739560

10

4.2

Nieuwbouw als scope het meest haalbaar

Er zijn een aantal redenen om alleen de nieuwbouw mee te nemen in de toekomstige scope. De redenen zijn in volgorde van meest doorslaggevend tot minst doorslaggevend weergegeven. Geen goed financieel bod mogelijk richting VvE’s Uit de financiële doorrekening van de verschillende technische opties is gebleken dat er voor de VvE’s financieel geen haalbaar aanbod gedaan kan worden. Een eigen systeem (per complex) heeft lagere kosten waardoor het aantrekkelijker is voor de bewoners van de VvE’s. Een warmtenet heeft ook geen andere, doorslaggevende, voordelen ten opzichte van een eigen systeem. Hierdoor is de kans klein dat de VvE’s interesse hebben om mee te doen met een warmtenet. Bestaande bouw Woongoed kent te veel onzekerheid om nu een besluit te nemen Voor de bestaande bouw van Woongoed speelt vooral onzekerheid een rol. Het beleid van Woongoed richt zich voor de bestaande woningvoorraad vooral op isoleren. Deelname aan een warmtenet vraagt een afzonderlijk besluit, dat meegenomen moet worden in de meerjarenbegroting. Specifiek voor dit gebied is Woongoed momenteel aan het kijken wat de beste manier is om de woningen in het gebied klaar te maken voor de toekomst. Deze twee punten geven aanleiding om momenteel het gebied buiten de scope van een warmtenet te laten.

Nieuwbouw heeft een beheersbare en voorspelbare scope De nieuwbouw heeft een duidelijke, uniforme en goed voorspelbare scope. Nieuwbouwwoningen voldoen aan BENG‑eisen, waardoor de warmtevraag nauwkeurig kan worden ingeschat en het ontwerp geoptimaliseerd kan worden voor laagtemperatuurverwarming. Daarnaast liggen technische keuzes zoals isolatieniveau, afgiftesystemen en woningindeling al vast, wat onzekerheden beperkt. Omdat de nieuwbouw nog gerealiseerd moet worden, is de aansluitbereidheid bovendien 100%. Ook is het aanleggen van infrastructuur in bouwgrond met minder risico te realiseren. Dit alles zorgt voor een stabiel uitgangspunt zonder de complexe variaties die in bestaande bouw vaak voorkomen, wat de technische en financiële haalbaarheid aanzienlijk vergroot. De nieuwbouw heeft een hoge kans op een sluitende businesscase Uit de financiële analyse blijkt dat een LT-warmtenet op lucht voor de nieuwbouw economisch haalbaar en rendabel is, mede dankzij de schaalgrootte, uniformiteit en voorspelbare warmtevraag. Voor VvE’s en bestaande bouw ligt dit anders: de hoge investeringen voor gebouwinstallaties, extra leidingwerk, benodigde isolatiemaatregelen en aanpassingen aan het afgiftesysteem leiden tot een negatief financieel resultaat.

Verlagen van projectrisico’s in een gebied zonder warmtebedrijf Omdat Middelburg op dit moment geen warmtebedrijf heeft, is het essentieel om te starten met een technisch eenvoudig en organisatorisch goed behapbaar systeem. Hoe complexer de scope en hoe complexer de technische configuratie, hoe kleiner de kans dat marktpartijen geïnteresseerd zijn om het netwerk te exploiteren. Een warmtenet dat uitsluitend gericht is op de nieuwbouw is overzichtelijk, kent beperkte technische risico’s en vraagt minder reguliere onderhoudscapaciteit. Dit maakt het een aantrekkelijk project voor potentiële warmtebedrijven en vergroot de kans op succesvolle implementatie.

Rapport | 22713-1739560

11

4.3

LT-warmtenet met buitenlucht als bron haalbare optie

Een LT-warmtenet met lucht als bron is de meest haalbare optie. De onderstaande redenen zijn in volgorde van meest doorslaggevend tot minst doorslaggevend weergegeven. Laagste investeringskosten en aantrekkelijk financieel profiel Het advies voor lucht als warmtebron is in belangrijke mate ingegeven door de relatief lage investeringskosten. In tegenstelling tot aquathermie varianten zijn geen dure WKO-bronparen, ondergrondse warmteopslag of grootschalige TEO‑infrastructuur nodig. Daardoor vallen zowel de aanlegkosten als de voorbereidende onderzoeken aanzienlijk lager uit. Bovendien worden de kosten voorspelbaarder, omdat de prestaties van luchtwarmtepompen nauwelijks afhankelijk zijn van lokale bodem- of watercondities. Dit alles maakt de LT‑luchtvariant de meest financieel aantrekkelijke optie, met een stabiele businesscase die goed aansluit op de schaal en timing van de nieuwbouwontwikkeling. Geen afhankelijkheid van WKO‑debiet of aquathermiepotentie Aquathermievarianten brengen in het onderzochte gebied meer dan op andere plaatsen technische onzekerheden met zich mee. Voorbeelden zijn de beperkte of onbekende capaciteit van de WKO‑laag, de aanwezigheid van schelpenbanken of fluctuaties in de temperatuur en beschikbaarheid van oppervlaktewater. Deze onzekerheden kunnen leiden tot kostbare aanvullende bronparen, capaciteitsbeperkingen of complexere bedrijfsvoering.

Een luchtgebonden systeem elimineert deze afhankelijkheden voor een groot deel: lucht is overal beschikbaar en de techniek is bewezen. Daarmee wordt het ontwerp eenvoudiger, robuuster en minder gevoelig voor teleurstellende bronresultaten. Eenvoudig te realiseren, te beheren en te exploiteren Een luchtbron-warmtecentrale vraagt minder specialistische techniek en is daardoor eenvoudiger te realiseren dan systemen op basis van WKO en TEO. De installaties zijn compact, modulair en goed bekend in de markt, waardoor veel leveranciers en onderhoudspartijen ermee kunnen werken. Voor een gemeente als Middelburg — waar nog geen warmtebedrijf actief is — is deze eenvoud essentieel. Een laagdrempelig, onderhoudsarm systeem vergroot de kans dat marktpartijen bereid zijn het netwerk te exploiteren en reduceert de organisatorische complexiteit in de beheerfase. Hierdoor past de luchtvariant beter bij het beschikbare organisatiemodel dan alternatieven met meer onderhoudsgevoelige of geavanceerde broninstallaties. Compacte ruimtelijke inpassing en beperkte impact op de ondergrond De luchtvariant heeft minder ondergrondse ruimte nodig dan aquathermievarianten, omdat geen WKO-bronnen, distributieleidingen voor koude of extra ondergrondse infrastructuur vereist zijn. Dit is een groot voordeel in een gebied waar de ondergrond al druk bezet is met kabels, leidingen en riolering.

De technische ruimte voor de luchtwarmtepompen en droge koelers kan relatief eenvoudig worden ingepast, bijvoorbeeld op een dak of in een compact bouwvolume. Daardoor ontstaan minder ruimtelijke knelpunten, blijft de aanleg logistiek eenvoudiger en blijft de omgeving minder lang belast tijdens de uitvoering.

Rapport | 22713-1739560

12

Geschikt voor LT‑temperaturen en optimaal voor nieuwbouw Nieuwbouwwoningen in Hart van Griffioen zijn ontworpen voor laagtemperatuurverwarming. Een luchtwarmtepomp kan constant warmte leveren op 50°C, wat goed aansluit bij vloerverwarming en andere LT‑afgiftesystemen. Hoewel luchtwarmtepompen een lager rendement hebben dan waterwatervarianten, blijft de totale efficiëntie van het systeem voldoende hoog voor een duurzaam en betaalbaar energiesysteem in nieuwbouwcontext. Minder afhankelijkheid van externe factoren en vergunningen Aquathermie en WKO-systemen vereisen uitgebreide vergunningstrajecten voor het onttrekken en terugvoeren van warmte aan bodem of oppervlaktewater. Deze trajecten kunnen lang duren en onzekerheden met zich meebrengen, zeker wanneer natuurwaarden, ecologie of waterkwaliteit in het geding zijn. Een luchtgebonden systeem heeft aanzienlijk minder vergunningstechnische uitdagingen. Hierdoor kan sneller tot realisatie worden overgegaan, wat cruciaal is om aan de planning van de gebiedsontwikkeling te voldoen.

4.4

Voor- en nadelen ten opzichte van een individuele luchtwaterwarmtepomp

Een warmtenet kent verschillende voor- en nadelen ten opzichte van andere duurzame technieken die kunnen worden toegepast bij het aardgasvrij bouwen van woningen. De voor- en nadelen zijn hieronder samengevat. Voordelen LT‑warmtenet ten opzichte van individuele warmtepomp per woning • Minder installaties in de woning. Een warmtenet vereist slechts een compacte afleverset zonder buitenunit, buffervat of grote binnenunit. Bewoners hebben dus minder installaties, minder kans op storingen en meer bruikbare binnenruimte. • Geen geluid van buitenunits bij elke woning. Individuele lucht‑waterwarmtepompen produceren buiten geluid; bij rijwoningen worden deze vaak direct naast elkaar geplaatst. Een warmtenet concentreert geluid op één locatie waar gerichte maatregelen mogelijk zijn. • Lagere investerings- en onderhoudskosten per woning. De kosten voor de aansluiting op een warmtenet zijn lager dan de investeringen in een individueel systeem. Ook de onderhoudskosten zijn lager voor een bewoner. Voor zowel een particulier eigenaar, huurder en verhuurder betekent dit dat de totale kosten van een warmtenet lager liggen dan voor een individueel systeem. • Lagere netbelasting. Individuele warmtepompen vragen veel elektrisch vermogen tijdens koude momenten, waardoor gelijktijdige pieken ontstaan.

Het warmtenet bundelt de elektrische vraag en vlakt pieken af door de toepassing van een piekketel en buffervaten. Dit is gunstig in een gebied met mogelijke netcongestie. • Professioneel onderhoud en storingsdienst. Onderhoud van een centrale installatie is eenvoudiger, efficiënter en vaak betrouwbaarder dan tientallen warmtepompen bij individuele huishoudens. Bewoners worden volledig ontzorgd.

Rapport | 22713-1739560

13

Nadelen LT‑warmtenet ten opzichte van individuele warmtepomp per woning • Minder individuele keuzevrijheid. Bewoners kunnen niet zelf beslissen om het systeem te vervangen of aan te passen, omdat ze aangesloten zijn op een collectief netwerk. Ze kunnen wel het systeem in de woning regelen. • Bewonerskosten zijn iets hoger dan voor elektriciteitskosten warmtepomp. Hoewel gereguleerd, hebben bewoners geen directe invloed op warmtetarieven zoals ze die wel hebben op hun elektriciteitscontract. De energielasten van een warmtepomp zijn voor een bewoner (eigenaar-bewoner of huurder) lager dan de energielasten van een warmtenet (± 50%). Dit komt vooral door de efficiëntie van de warmtepomp. • Koeling via apart net. Individuele lucht‑waterwarmtepompen kunnen vaak koelen. Er is een apart koudenet nodig om te kunnen koelen met een warmtenet. Dit koudenet is onderdeel van het ontwerp. Het brengt echter wel extra kosten met zich mee. • Ontwikkelaar heeft waarschijnlijk de voorkeur voor individuele technieken met een hogere BENGscore. Opties met een centrale luchtwarmtepomp hebben over het algemeen betere BENG-score. De BENG-score is waarschijnlijk lager omdat het warmteverlies van het warmtenet groter is, terwijl de efficiëntie van de warmtepomp ongeveer gelijk is. De BENG-score is een belangrijke parameter voor ontwikkelaars.

Zij willen graag een zo hoog mogelijke BENG-score voor een zo laag mogelijke prijs. Voordelen LT‑warmtenet ten opzichte van individuele collectieve warmtepomp per complex • Eén collectieve installatie voor hele wijk in plaats van per gebouw. Bij een warmtenet hoeft elk appartementencomplex geen eigen warmtepomp, buffervat en technische ruimte te hebben. Dit scheelt aanzienlijk in installatiekosten, ruimtegebruik en geluid. • Schaalvoordelen door grotere broninstallatie. Eén grote installatie is relatief goedkoper per kW opgesteld vermogen. • Meer ontzorgen. Gebouweigenaren hoeven geen besluiten te nemen over investeringen, onderhoud, vervangingen of storingsdiensten. Bij een complexwarmtepomp ligt dit wél bij de gebouweigenaar of VvE, wat besluitvorming vertraagt en tot hogere jaarlijkse lasten kan leiden. • Geen buitenunits of geluid op het dak van elk gebouw. Collectieve warmtepompen per complex vragen vaak meerdere buitenunits of droge koelers op het dak. Dit zorgt voor risico op geluid, trillingen en bezwaren van bewoners. Nadelen LT‑warmtenet ten opzichte van individuele collectieve warmtepomp per complex • Warmtelevering verloopt via één centrale partij. Bij een complexwarmtepomp heeft de gebouwbeheerder of VvE meer directe invloed op beheer, leveranciers en kosten. Bij een warmtenet ligt dit bij de warmteleverancier. • Leidinginfrastructuur nodig in openbare ruimte.

Appartementencomplexen moeten worden aangesloten op het warmtenet, wat extra ondergrondse infrastructuur en graafwerk vereist.

Rapport | 22713-1739560

14

5

Schetsontwerp LT-warmtenet op lucht voor nieuwbouw

5.1

Systeem op hoofdlijnen

De techniek bestaat uit een aantal onderdelen. Deze zijn schematisch weergegeven in Figuur 5 en op de kaart in Figuur 6. Hieronder staat het systeem op hoofdlijnen beschreven. Technische ruimte met luchtwarmtepomp en distributiepompen Bij deze optie wordt het water centraal verwarmd naar 50°C met een lucht-waterwarmtepomp. Door middel van droge koelers wordt warmte uit de lucht gehaald. Deze droge koelers maken geluid, en worden daarom vaak op het dak van het hoogste appartement geplaatst of in een open gebied. De warmte van de droge koelers wordt als bron gebruikt voor de warmtepomp. Deze levert warmte op een temperatuur van 50°C. Om seizoenspieken op te vangen worden aardgasketels gebruikt. Deze kunnen tevens dienstdoen als back-upvoorziening voor de luchtwarmtepompen. Tot slot zijn er buffervaten meegenomen die dagpieken op kunnen vangen. In de technische ruimte staan ook de pompen die nodig zijn om het warme water (50°C) naar de gebouwen te transporteren.

Figuur 2 Voorbeeld technische ruimte warmtenet Didam, bron: Firan

Rapport | 22713-1739560

15

Laagtemperatuurnetwerk (50°C) Het water wordt vervoerd met een laagtemperatuurwarmtenet (50°C). Dit zijn geïsoleerde buizen (meestal staal-PUR-PE als materiaal). Ook bij dit warmtenet worden twee buizen gebruikt: voor de aanvoer van het water naar de gebouwen (50°C) en retour van het water terug naar de technische ruimte (35°C).

Figuur 3 Staal-pur-PE leiding gebruikt voor LT-warmtenet

Afleverset met TE-booster per woning De warmte wordt aan het verwarmingssysteem van de woningen afgegeven in een afleverset. Dit wordt gedaan met een warmtewisselaar waardoor de waterstromen in de woning en het netwerk gescheiden blijven (hydraulisch gescheiden). Tapwater moet periodiek minimaal verwarmd worden tot 60°C in verband met legionellapreventie. In het ontwerp zijn we uitgegaan van een TE-booster waarin een kleine hoeveelheid water elektrisch wordt verwarmd van 50°C naar 65°C. Grote complexen krijgen eventueel een eigen centrale afleverset. Dit geeft flexibiliteit om per gebouw het systeem te ontwerpen/gebruik te maken van het bestaande systeem.

Figuur 4 Voorbeeld afleverset met TE-booster, bron: Burg installatietechniek

Rapport | 22713-1739560

16

Koeling met de warmtepomp en apart koudenet Koeling kan geleverd worden met de luchtwarmtepomp. Tijdens de zomer kan de warmtepomp tweedelig gebruikt worden voor het verwarmen van tapwater en voor koeling. Wanneer de warmtapwatervraag lager is kan ook alleen gekoeld worden. Het koude water wordt naar de gebouwen getransporteerd met een apart koudenet. Hiervoor worden ongeïsoleerde HDPE-leidingen aangelegd.

Figuur 5 Schematische weergave LT-warmtenet op lucht

Figuur 6 Ruimtelijke weergave LT-warmtenet op lucht

Rapport | 22713-1739560

17

5.2

Dimensionering hoofdcomponenten en prestatie systeem

Dimensionering hoofdonderdelen

Prestatie systeem

Warmteopwekkers

Warmtecentrale

Luchtwarmtepomp

918 kW

Indicatie oppervlakte

Gasketel

782 kW

Warmtelevering

Buffervat

12,5 m3

Aandeel warmtepomp warmtevraag

99%

Aandeel gasketel warmtevraag

99%

Transportpompen Debiet warmtenet

108 m3/uur

Debiet koudenet

123 m3/uur

Warmtenet Warmtenet (St-PUR-PE-leiding)

(Aard)gasgebruik 1.212 m

DN 32

130 m

DN 40

54 m

DN 50

190 m

DN 65

179 m

DN 80

124 m

DN 100

249 m

DN 125

286 m

Koudenet (HDPE-leiding)

1.225 m

20 mm

45 m

25 mm

84 m

32 mm

30 m

40 mm

217 m

50 mm

119 m

63 mm

170 m

75 mm

25 m

90 mm

51 m

100 mm

202 m

110 mm

197 m

140 mm

84 m

Rapport | 22713-1739560

Elektriciteitsgebruik

150 m2

1.010.000 kWh/jaar 1.827 m3/jaar

Duurzaamheid CO2-uitstoot verwarming

211,607 kg/jaar

CO2-uitstoot verwarming

31 kg/GJ

EOR verwarming

115%

PEF verwarming

87%

HEF verwarming

48%

CO2-uitstoot koeling

62,943 kg/jaar

CO2-uitstoot koeling

23 kg/GJ

EOR koeling

219%

PEF koeling

46%

HEF koeling

60%

Netaansluiting Elektrisch vermogen [kWe] Aansluitcategorie

433 kWe AC5a

18

6

Vervolgstappen

De ontwikkeling van een warmtenet voor de nieuwbouw van Hart van Griffioen verloopt in drie samenhangende stappen. Elke stap bevat duidelijke doelen, activiteiten, beslismomenten, benodigde documenten en verantwoordelijkheden. Deze structuur sluit aan bij de Wet collectieve warmte (Wcw), de praktijk bij nieuwbouwprojecten en de wensen van gemeente Middelburg en Woongoed voor een transparant besluitvormingsproces.

6.1

Stap 1: marktverkenning beschikbaarheid warmtebedrijf

Doel van de stap Vaststellen of er op basis van de huidige informatie voldoende marktinteresse bestaat van warmtebedrijven om de ontwikkeling van een warmtenet voor Hart van Griffioen verder te verkennen. Het doel is voorkomen dat het project langdurig boven de markt blijft hangen zonder reëel perspectief op realisatie. Verantwoordelijk: gemeente Middelburg (regie), Woongoed. Beslisdocumenten: memo uitkomst marktverkenning. Doorlooptijd: drie maanden. Te doorlopen onderdelen 1 Voorbereiden beknopt informatiestuk. De gemeente stelt, eventueel samen met Woongoed, een beknopte informatieset op waarin het beoogde warmtenet, de scope (uitsluitend nieuwbouw), globale techniek (LT‑warmtenet op lucht), schaalgrootte, indicatieve planning en rolverdeling worden geschetst. Dit informatiestuk is nadrukkelijk oriënterend van aard en bevat geen verplichtingen. 2

Oriënterende marktverkenning. Op basis van deze informatie wordt een korte, informele marktverkenning uitgevoerd waarbij meerdere warmtebedrijven worden benaderd met de vraag of zij op hoofdlijnen voldoende perspectief zien om verdere uitwerking te overwegen. Hierbij wordt expliciet gevraagd naar interesse, randvoorwaarden en eventuele harde belemmeringen (zoals schaal, locatie of organisatievorm).

3

Beoordeling marktinteresse. De uitkomsten van de marktverkenning worden samengevat. Indien geen of slechts zeer beperkte interesse bestaat, wordt geconcludeerd dat doorgaan met een warmtenettraject op dit moment niet realistisch is.

Beslismoment 1 Gemeente en Woongoed besluiten: • of er voldoende reëel geïnteresseerde marktpartijen zijn om het proces voort te zetten; • of het vervolgproces voor een warmtenet wordt gestart dan wel beëindigd. Bij een no‑go stopt het warmtenetproces. Bij een go worden stap 1 tot en met 3 doorlopen.

Rapport | 22713-1739560

19

6.2

Stap 2: visie, scope en vergunbaarheid

Doel van de stap Vaststellen of een warmtenet voor de nieuwbouw wordt meegenomen als optie of voorkeursrichting voor de warmtevraag, inclusief scherpte op scope, governance en vergunbaarheid. Verantwoordelijk: gemeente Middelburg, woningcorporatie Woongoed. Beslisdocumenten: ontwikkelkader voor het energiesysteem Hart van Griffioen. Doorlooptijd: drie maanden. Te doorlopen onderdelen 1 Gedeelde visie gemeente en Woongoed op het energiesysteem van de nieuwbouw. Gemeente en Woongoed bepalen gezamenlijk de visie op het energiesysteem voor de nieuwbouw en geven aan of een warmtenet de voorkeur heeft. Daarbij worden de voordelen van een LT‑warmtenet op lucht (technisch, organisatorisch, financieel) afgewogen tegen alternatieven zoals individuele all‑electric warmtepompen en wordt onderbouwd waarom de voordelen van het warmtenet de doorslag geven voor de keuze. 2

Rol van gemeente en Woongoed. Naast de technische uitwerking is het essentieel om een helder governance‑model vast te leggen. Omdat in Middelburg geen bestaand warmtebedrijf actief is en de schaal van het warmtenet relatief beperkt blijft, moet zorgvuldig worden onderzocht welke organisatievorm het beste aansluit bij de opgave. De meest voor de hand liggende optie is dat een commerciële marktpartij de exploitatie op zich neemt, omdat dergelijke partijen ervaring hebben met kleinschalige warmtenetten en de benodigde organisatorische structuur al beschikbaar hebben. In dat scenario treden gemeente, ontwikkelaar en Woongoed gezamenlijk op als opdrachtgever richting de markt. De investering, eigendom van de installaties, onderhoud en energiekosten liggen bij de warmte exploitant. Er zijn weinig alternatieven voor een commerciële marktpartij. Voor een gemeentelijk warmtebedrijf is de schaal te klein voor een doelmatige en betaalbare exploitatie. Ook gezien het feit dat er geen andere warmtenetten gepland zijn in Middelburg. Oplossing voor de beperkte schaal zou een regionaal warmtebedrijf kunnen zijn. In Zeeland is echter geen regionaal warmtebedrijf actief en lopen er geen initiatieven om deze op te richten. Daardoor is deze route voorlopig niet realistisch, tenzij er in de toekomst een regionaal initiatief ontstaat waarin Hart van Griffioen kan worden ingebed.

Voor nu ligt de focus daarom nadrukkelijk op marktbenadering en het voorbereiden van de organisatorische structuur die past bij een externe exploitant.

3

Keuze: willen we de voorkeurstechniek afdwingen of aan de markt over laten. Daarnaast is van belang vast te leggen hoe dwingend de voorkeurstechniek is in het vervolg proces. Dit gaat in eerste instantie om de vrijheid van een toekomstige ontwikkelaar om te kiezen voor bepaalde technieken. Wil de gemeente hier vrijheid in geven of is het aantal opties beperkt? In hoeverre het mogelijk is een beperkt aantal opties te hanteren hangt af van positie van de gemeente. Als zij eigenaar van de grond zijn kunnen zij bij de gronduitgifte bepaalde eisen

Rapport | 22713-1739560

20

stellen aan het energiesysteem (duurzaamheid, efficiëntie, geluid et cetera) en daarmee sturen. Als de grond al in bezit is van een ontwikkelaar zijn de mogelijkheden tot sturing beperkt. In dat geval moet de ontwikkelaar verleid worden te kiezen voor een warmtenet. Daarbij moet rekening gehouden worden dat veel ontwikkelaars liever kiezen voor een individueel systeem per woning. Zij hebben hier de meeste kennis van en deze systemen zijn bekend. Indien een warmtenet de voorkeur heeft van de gemeente moet goed in beeld worden gebracht wat het voordeel is voor de ontwikkelaar. In tweede instantie wordt ook vastgelegd in hoeverre een exploitant vrijheid heeft om binnen bepaalde eisen het systeem te ontwerpen. Het geven van vrijheid geeft exploitanten de mogelijkheid om eigen ervaring in te brengen en met eigen systeemontwerpen te komen. Mogelijk komen zij met andere alternatieven die zij als nog beter haalbaar beschouwen. 4

Risicodossier. De in eerdere fases geïdentificeerde risico’s moeten worden uitgewerkt in een volledig risicodossier. Daarmee wordt gestart in deze fase en wordt in de volgende fasen bijgewerkt. Belangrijke risico’s betreffen netcapaciteit, geluid van de centrale, afhankelijkheden tussen partijen, financiële onzekerheden zoals prijsstijgingen en de toekomstige vervanging van de aardgaspiekvoorziening. Per risico worden kans, impact en mitigerende maatregelen benoemd. Deze risico’s moeten worden geïntegreerd in planning, ontwerp en contractvorming.

Beslismoment 2 Gemeente en Woongoed besluiten: • of een warmtenet wordt meegenomen als voorkeursrichting of als volwaardige optie; • welke scope wordt gehanteerd; • welke uitgangspunten gelden voor het vervolg.

6.3

Stap 3: marktverkenning en warmtekavel

Doel van de stap Nagaan of de voorkeursrichting ook praktisch haalbaar is met marktpartijen en of aansluitvoorwaarden, netcapaciteit en vergunningstechniek realistisch zijn. Resultaat: een robuust PvE én besluit over warmtekavel. Verantwoordelijk: gemeente Middelburg (regie), Woongoed & ontwikkelaar. Beslisdocumenten: definitief programma van eisen (PvE), Collegebesluit aanwijzing warmtekavel. Doorlooptijd: acht maanden. Te doorlopen onderdelen 1 Toets netcapaciteit. Het is belangrijk vroeg in het proces netbeheerder Stedin te betrekken en een eerste toets te laten doen op de mogelijke energiesystemen. Voor een warmtenet is een grote centrale aansluiting nodig. Het is van belang inzichtelijk te hebben of deze aansluiting te realiseren is of dat de aanvraag op een wachtlijst terecht komt. Voor individuele systemen zijn meerdere kleine aansluitingen nodig. In totaal kunnen deze een groter elektrisch vermogen vragen.

Rapport | 22713-1739560

21

Het is aan te raden de voorkeur van de netbeheerder te inventariseren en eventueel gezamenlijk naar de businesscase van beide opties vanuit Stedin te kijken. Welke partij: gemeente Middelburg. Beslisdocumenten: gespreksverslag. Doorlooptijd: één maand. 2

Vergunbaarheidstoets. In deze fase wordt een eerste vergunbaarheidstoets uitgevoerd om te beoordelen of de realisatie van de warmtecentrale en het warmtenet ruimtelijk, milieukundig en juridisch haalbaar is. Het doel is niet het aanvragen van vergunningen, maar het vroegtijdig signaleren van mogelijke belemmeringen en randvoorwaarden die van invloed zijn op ontwerpkeuzes, kosten en risico’s voor marktpartijen. De toets richt zich op de benodigde omgevingsvergunningen voor de warmtecentrale, met aandacht voor geluid (warmtepompen en eventuele droge koelers), ruimtelijke inpassing en externe veiligheid en brandveiligheid. Daarnaast wordt expliciet vastgesteld of een plan‑MER nodig is. Op basis van de huidige scope wordt verwacht dat dit niet het geval is; dit wordt onderbouwd vastgelegd via een vormvrije MER-beoordeling of plan‑MER‑screening. Ook wordt verkend welke kaders uit de Omgevingswet van toepassing zijn. Voor het warmtenet wordt op hoofdlijnen beoordeeld of aanleg in de ondergrond haalbaar is, rekening houdend met bestaande kabels en leidingen en de inrichting van de openbare ruimte. De uitkomsten van de vergunbaarheidstoets worden meegenomen in het programma van eisen en de marktuitvraag, zodat deze realistisch en goed onderbouwd kan worden ingericht.

3

Opstellen programma van eisen met ontwikkelaar. In deze fase wordt ook de ontwikkelaar van het project betrokken. De ontwikkelaar kan op basis van de visie van de gemeente meegaan in de ontwikkeling van het warmtenet. Of misschien is dit opgelegd vanuit de gemeente. Met de ontwikkelaar wordt een programma van eisen opgesteld onder welke voorwaarden de woningen aangesloten worden. Voorbeelden van eisen zijn de omvang van het project, BENGeisen, eisen aan warmte-/koudetarieven, vollooprisico/projectfasering, eisen aan het warmtenet en warmtecentrale, storingsafhandeling, transparantie en klantcommunicatie richting (toekomstige) huurders, bouwplanning en het organisatiemodel. Welke partijen: gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw. Beslisdocumenten: conceptprogramma van eisen (PvE). Doorlooptijd: vier maanden.

4

Marktverkennning. Op basis van het PvE kan een marktverkenning gestart worden door de gemeente. Hierin wordt gevraagd of op basis van het PvE de partij overweegt een voorstel in te dienen voor het aanleggen en exploiteren van een warmtenet in Hart van Griffioen.

Rapport | 22713-1739560

22

Ook kan hier worden gevraagd naar specifieke aandachtspunten, rendementseisen en risico’s. Op basis van de inbreng wordt het programma van eisen eventueel aangepast of definitief gemaakt. Welke partijen: gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw. Beslisdocumenten: programma van eisen (PvE). Doorlooptijd: vier maanden. 5

Go/no-go moment voor de marktuitvraag. Indien er genoeg animo is voor het indienen van een offerte voor het aanleggen en exploiteren van een warmtenet kan doorgegaan worden met de volgende stap: het doen van een marktuitvraag. Omdat het hier om een investeringsbesluit gaat wordt een officieel go/no-go moment gehouden waarbij alle opdrachtgevers een gezamenlijk besluit maken. Welke partijen: gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw. Beslisdocumenten: programma van eisen (PvE). Doorlooptijd: één maand.

6

Warmtekavel vaststellen. Op basis van de vastgestelde scope, de vergunbaarheidstoets en de uitkomsten van de marktverkenning kan de gemeente besluiten het plangebied Hart van Griffioen aan te wijzen als warmtekavel voor collectieve warmte. Hiermee wordt vastgelegd dat voor de nieuwbouw een collectief warmtesysteem het voorkeursalternatief is en dat de verdere uitwerking en marktuitvraag hierop worden gebaseerd. Omdat het uitsluitend nieuwbouw betreft, is een inventarisatie van opt-out-mogelijkheden niet van toepassing.

Beslismoment 3 Gemeente, Woongoed en ontwikkelaar besluiten of er voldoende basis is voor een officiële marktuitvraag.

6.4

Stap 4: marktuitvraag, uitwerking en ontheffing

Doel van de stap Selecteren van een warmtebedrijf voor aanleg en exploitatie, uitwerken van het kavelplan en verlenen van een Wcw‑ontheffing voor kleinschalige warmte. Beslisdocumenten: gunningsbesluit + realisatie- en exploitatieovereenkomst, Collegebesluit ontheffing Warmte. Verantwoordelijk: warmtebedrijven (aanvraag), college van B&W (ontheffing), gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw (opdrachtgevers). Doorlooptijd: één jaar.

Rapport | 22713-1739560

23

Te doorlopen onderdelen 1 Marktuitvraag Op basis van het programma van eisen wordt een marktuitvraag gedaan. Dit gebeurt via een transparante aanbestedingsprocedure. Marktpartijen kunnen hierop indienen. Zij maken een eigen VO (voorlopig ontwerp) van het systeem dat zij willen aanleggen. Zij zullen hiervoor intern ook een detaillering van de businesscase maken. Vervolgens doen de marktpartijen een aanbieding van de eenmalige Bijdrage AansluitKosten (BAK) voor aansluiting van de woningen/gebouwen aan de ontwikkelaars. Welke partijen: gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw (opdrachtgevers), verschillende warmtebedrijven. Beslisdocumenten: marktuitvraagdocument. Doorlooptijd: vier maanden. Beslismoment 4 Selectie van de marktpartij. Beslisdocument: gunningsbesluit + realisatie- en exploitatieovereenkomst. 2

Gunning en overeenkomst marktpartij. Uit één van de ingediende voorstellen wordt een partij geselecteerd die het warmtenet gaat aanleggen en exploiteren. Gemeente, Woongoed en de exploitant kiezen gezamenlijk welke partij de voorkeur heeft. Op basis van een vooraf vastgesteld gunningscriteria kan de beste aanbieding gekozen worden. Na de gunning wordt de gunning bevestigd met een realisatie- en exploitatieovereenkomst. Welke partijen: gemeente Middelburg, Woongoed, ontwikkelaar nieuwbouw (opdrachtgevers), verschillende warmtebedrijven. Beslisdocumenten: realisatie- en exploitatieovereenkomst. Doorlooptijd: vijf maanden.

3

Uitwerken kavelplan Na gunning werkt het geselecteerde warmtebedrijf, in afstemming met de gemeente en Woongoed, het warmtekavel verder uit in een kavelplan. In dit kavelplan worden onder andere de technische uitwerking, fasering van de aanleg, de aansluiting van de nieuwbouw, uitgangspunten voor tarieven, leveringszekerheid en de investeringsopzet vastgelegd. Welke partijen: geselecteerd warmtebedrijf. Beslisdocumenten: uitgewerkt kavelplan. College verleent ontheffing voor het verbod op het leveren en transporteren van warmte.

4

Aanvraag en verlening ontheffing (Wcw) Omdat het gaat om een kleinschalig collectief warmtesysteem (circa 400 woningen), wordt na gunning van het project geen aanwijzingsprocedure voor een warmtebedrijf doorlopen. In plaats daarvan vraagt het geselecteerde warmtebedrijf een ontheffing aan op grond van de Wet collectieve warmte, waarna de gemeente deze kan verlenen onder nader te stellen voorwaarden.

Rapport | 22713-1739560

24

Welke partijen: warmtebedrijf, college van B&W. Beslisdocumenten: collegebesluit. Doorlooptijd: 5 maanden. Beslismoment 5 College verleent de Wcw‑ontheffing.

Rapport | 22713-1739560

25

Bijlage 1 - Lijst van bijlagen 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Bijlage_1-Vergelijking_3_opties_voor_een_warmtenet.pdf Bijlage_2-Uitgangspunten_notitie.pdf Bijlage_3-Referentieprojecten.pdf Bijlage_4-Vergelijking_Dauwendaele.pdf Bijlage_5-Rapportage_VHGM.pdf

Rapport | 22713-1739560

26

Rapport | 22713-1739560

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17022683/1