CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Offerte-Middelburg-vs1

Commissie Maatschappelijke Zaken 3 april 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Verslag2.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dhr. Henk de Kunder Beleidsmedewerker Erfgoed Gemeente Middelburg H.de.Kunder@middelburg.nl

Datum Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer

20 oktober 2023 MID 2023 Middelburg/onteigeningen Prof. W. van Meurs Nico Schöder (Fin. Afd. RU) Dr. Marieke Oprel 1

Omgang met onteigend Joods vastgoed Offerte Middelburg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn duizenden panden van Joodse burgers door de bezetter onteigend en doorverkocht. Na de oorlog zagen de teruggekeerde eigenaren of hun nabestaanden zich bij de restitutie in een aantal steden met langdurige procedures en soms hoge kosten geconfronteerd. Ons beeld van deze bijna vergeten onteigeningen en het proces van rechtsherstel is onvolledig en kent aanzienlijke verschillen per stad. Het navolgende aanbod voor opdrachtonderzoek van WO2-experts aan de Radboud Universiteit Nijmegen zal de omvang van het onteigeningsvraagstuk voor de gemeente Middelburg vaststellen en vooral ook licht werpen op het handelen van deze gemeente na de bevrijding in het proces van rechtsherstel voor Joodse burgers en hun nabestaanden. Op basis van dit onderzoek kunnen keuzes gemaakt worden in de omgang met deze zwarte bladzijde in de geschiedenis.

§1. Achtergrond en overwegingen In de zomer van 2020 presenteerden onderzoeksjournalisten van Pointer (KRO/NCRV) de resultaten van een koppeling tussen Verkaufsbücher in het Nationaal Archief en kadasterdata. In deze Verkaufsbücher (of Vastgoedboeken, die niet volledig bewaard zijn gebleven) werd de onteigening van (meestal) Joods vastgoed door de Duitse bezetter geregistreerd. De meeste gemeenten bleken niet op de hoogte van deze historische feiten. Naar aanleiding van de mediaberichtgeving en raadsvragen kondigden een groot aantal gemeenten aan hier onderzoek naar te zullen (laten) doen, wat door de corona-crisis en de sluiting van de archieven echter in eerste instantie werd bemoeilijkt. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld werd, was een twee- of drieledige: 1. Een inventarisatie van de mate waarin en de manier waarop Joods bezit in de eigen gemeente onteigend en verkocht is tijdens de bezetting. En ook de vraag of de gemeente zelf dan wel gemeentefunctionarissen misbruik hebben gemaakt van de situatie door onteigende panden aan te kopen of te huren; 2. Een reconstructie en beoordeling van de manier waarop de gemeente na de oorlog met dit onrecht is omgegaan binnen het nationale kader van het rechtsherstel.

Heeft voor de teruggekeerden of hun nabestaanden rechtsherstel plaatsgevonden, in de eerste plaats door teruggaaf van het vastgoedbezit? En daarnaast de vraag of de gemeente van de oorspronkelijke eigenaar of nabestaanden naheffingen van gemeentelijke belastingen, boetes of erfgoedcanon heeft gevorderd; 3. De impliciete onderliggende vraag is die hoe de gemeente de Joodse burgers bejegende en hoe ze reageerde op hun lot, zowel tijdens bezetting en deportatie als tijdens bevrijding, rechtsherstel en wederopbouw. 1

Sinds de wederopbouw zijn deze specifieke historische gebeurtenissen grotendeels vergeten. Ze werden tot tegen het einde van de eeuw vooral door de lokale Joodse gemeenschap en regionale historici gememoreerd. Degelijk historisch onderzoek werd bemoeilijkt door het feit dat de sleuteldocumenten van de Verkaufsbücher pas in 2018-19 gedigitaliseerd en aan kadasterdata gekoppeld zijn en zo eenvoudiger toegankelijk en doorzoekbaar werden. Inmiddels zijn voor een aantal steden rapporten verschenen als resultaat van wetenschappelijk onderzoek door historici en archivarissen, onder andere van het NIOD. De aandacht gaat niet alleen uit naar de onteigeningen zelf, omdat na de oorlog in veel gevallen teruggaaf heeft plaatsgevonden, maar ook naar het (niet)handelen van de gemeente in samenhang met de onteigeningen en eventuele tekortkomingen bij het rechtsherstel.

§2. Opdrachtonderzoek Van het geplande opdrachtonderzoek door ervaren Nijmeegse historici kan met de geformuleerde vraagstellingen en de gestelde randvoorwaarden het volgende verwacht worden. Het eindbericht van het onderzoek biedt een reconstructie van omgang met onteigeningen van grondbezit en vastgoed en rechtsherstel door het gemeentebestuur. De destijds gemaakte keuzes – de betrokkenheid bij de onteigeningen, de keuzes bij het rechtsherstel en de bejegening van de Joodse burgers in algemene zin – worden geplaatst tegen de achtergrond van de tijd van bezetting en bevrijding en toen geldende regels en vergeleken met ontwikkelingen in en keuzes van andere gemeenten. Ook hier geldt dat het eindoordeel over eventueel verwijtbaar (niet)handelen van personen of instanties niet aan de historicus is. Eventuele compensatie blijft een politieke en juridische kwestie, waarbij de gewonnen historische inzichten zeker waardevol zijn bij de afweging. Enerzijds wordt met de normen, kennis en verwachtingen van 2023 een oordeel geveld over het overheidshandelen in een heel andere tijdscontext. Dit is een bewust keuze vanuit de opdracht. Anderzijds biedt de vergelijking met het handelen van andere gemeenten in dezelfde context een houvast voor de morele maatstaven van de tijd zelf.

De beschikbare historische bronnen hebben elk hun beperkingen voor de beantwoording van de onderzoeksvragen: de aan kadaster-gegevens gekoppelde Verkaufsbücher registreerden bijvoorbeeld alleen onteigende panden als die verkocht waren (en ook die niet volledig). De omvangrijke bestanden van het Nederlands Beheersinstituut (NBI), dat een hoofdrol speelde in het rechtsherstel, bevatten vooral informatie over de panden waarvoor de oorspronkelijk eigenaren of nabestaanden een verzoek tot rechtsherstel deden. Als team hebben we vooraf geïnvesteerd in het ontwikkelen en testen van een eigen Nijmeegse aanpak met een mix aan bronnen die zijn doelmatigheid en efficiëntie voor andere gemeenten heeft bewezen. Deel van de aanpak is ook het ontwerp van een rapportage-format dat past bij de opdracht en de doelgroep (bestuurlijke besluitvorming, maar ook een geïnteresseerd publiek). In een eerste ronde is deze aanpak in 2021-22 toegepast voor gemeenten in Gelderland en Overijssel; in 2022-23 ook voor gemeenten in Noorden Zuid-Holland en in de Achterhoek. Eenzelfde opbouw van de rapporten met een aantal terugkerende tekstpassages (zoals de naoorlogse omgang vanuit de literatuur en de methodische verantwoording) beperkt de kosten per stad.

De opdracht wordt aangenomen en uitgevoerd op basis van de regels die de KNAW heeft opgesteld voor wetenschappelijk opdrachtonderzoek qua onafhankelijkheid en integriteit. De meest relevante aspecten voor dit project zijn dat de overeengekomen vergoeding gekoppeld is aan de adequate uitvoering van de opdracht, niet aan de (on)gewenste uitkomsten van het onderzoek. Een vereiste van wetenschappelijke onafhankelijkheid en integriteit is tevens dat het eindrapport op redelijke termijn publiekelijk bekend wordt gemaakt. De regie over het bekend maken van de resultaten ligt bij de opdrachtgever. Het onderzoeksteam

2

zal bij aanvragen vanuit de media altijd vooraf ruggespraak houden met de opdrachtgever vanwege de vertrouwelijkheid van het lopende onderzoek. In overeenstemming met de doelstellingen van het onderzoek is het wenselijk om relevante partijen bij het onderzoek te betrekken. In samenspraak met de opdrachtgever kunnen Joodse organisaties ter plekke en lokale historici, archivarissen en anderen die al onderzoek doen of gedaan hebben naar deze thematiek in het onderzoeksproces meegenomen worden, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke klankboordgroep. Uiteindelijk legt het onderzoeksteam alleen aan de gemeente als opdrachtgever verantwoording af. De rapportage naar de opdrachtgever verloopt als volgt: een voorlopig eindrapport biedt gelegenheid voor een gesprek over kleinere aanpassingen en uitbreidingen van het onderzoek, met opdrachtgever en klankbordgroep. Dit met inachtneming van de autonomie en wetenschappelijke integriteit van het onderzoeksteam. Afgesloten wordt het project met een eindrapportage (ca. 30 bladzijden, plus bijlagen). Gezien de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp en de doelstelling om hiermee ook een breder publiek adequaat te informeren, zal extra aandacht worden besteed aan een wetenschappelijk verantwoord, bestuurlijk adequaat, maar tevens publieksvriendelijke eindrapport.

§3. Methode en bronnen Gezien het beperkte aantal Joodse inwoners en woonadressen of vastgoedeigendom is voor Middelburg een volledige reconstructie van de lotgevallen van de Joodse inwoners en de eigendomsgeschiedenis van de panden de aangewezen aanpak. Uitgaand van de informatie van duidelijk meer dan 100 Joodse inwoners voor de oorlog, is met de 51 namen van slachtoffers op het Joods Monument (met 27 unieke woonadressen) het overzicht nog onvolledig. De Verkaufsbücher noemen 14 transacties met 21 panden (waarvan er 5 overeenkomen met het Joods Monument). Middelburg komt niet voor in het JCK-overzicht van Joodse landbouwpercelen. Het interne vooronderzoek door de gemeente leverde 79 Joodse panden/locaties in Middelburg op. Voor beide vragen van onteigening en rechtsherstel maken we gebruik van vier grotere categorieën (archief)bronnen: 1. Politiek-bestuurlijke bronnen: Aan de hand van archieven van gemeente- en provinciebestuur wordt een reconstructie van de politieke besluitvorming over de eventuele aankoop van onteigende panden gemaakt. Deze reconstructie van besluitvorming rondom gemeentelijke heffingen in notulen, jaarberichten en besluitenlijsten van de gemeenteraad van elk van de toenmalige gemeenten richt zich op de naoorlogse periode.

Op basis van de belastingheffingen die in de betreffende gemeente van kracht waren voor vastgoed wordt gezocht naar besluiten om al dan niet naheffingen of boetes op te leggen bij rechtsherstel. 2. Administratieve bronnen: Alle transacties in de Verkaufsbücher worden systematisch gereconstrueerd op rechtsherstel in de archieven van NBI, kadaster en Raad voor het Rechtsherstel. Daarnaast een steekproef gedaan uit recente inventarisaties van Joodse personen en adressen in de stad, gericht op bepaalde categorieën onteigende panden (met name: verkocht, verhuurd, leegstand) in de NBI-dossiers en het kadaster om ook eventuele naheffingen en boetes te achterhalen. 3. Juridische bronnen: Voor belangrijke gemeentelijke functionarissen worden de persoonsdossiers in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) geraadpleegd. Daarnaast wordt het archief van de Afdeling Rechtspraak van de Raad voor het Rechtsherstel gebruikt: in rechtsherstelprocedures ging het (ook) om belastingaanslagen over de bezettingsjaren. De archieven van notarissen en makelaars blijven in deze buiten beschouwing. 4. Publieke bronnen: Voor aanvullend onderzoek naar berichtgeving over aankopen en restitutieproblemen in de krant na de oorlog worden gedigitaliseerde lokale en regionale kranten onderzocht. 3

In het kader van het verhaal van Middelburg tijdens de bezetting en Jodenvervolging, maar ook na de bevrijding in de jaren van rechtsherstel wordt in onderzoek en rapportage extra aandacht besteed aan gemeentelijke Joodse instellingen als begraafplaatsen en synagoge, en vooral ook aan het bombardement en de stadsbrand van 17 mei 1940 en het bijbehorende rechtsherstel middels het Grootboek voor de Wederopbouw.

§4. Projectteam, werkplan en budget Het projectteam voor dit opdrachtonderzoek in 2023 zal bestaan uit onderzoekers van Advies en Actualiteit (https://www.ru.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/onteigening-van-joods-vastgoed-in-woii-enrechtsherstel) aan de Radboud Universiteit, gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder vraagstukken van onteigening en rechtsherstel: prof. dr. Wim van Meurs (projectleider en auteur van de eindrapportage), dr. Marieke Oprel (coördinator), Charlotte Dommerholt MA, Xia van Beuningen MA en Lieke Speerstra MA (onderzoekers). Zij dragen de verantwoordelijkheid voor onderzoeksopzet, historische analyse en rapportage. Het eindrapport is in de vertrouwde handen van onze redacteuren Susanne Geuze, Ingrid van der Vlis en Joyce Dekker. Het werkplan voor deze opdracht is gebaseerd op uitvoeren van het archiefonderzoek (geschat 2-3 weken, excl. eindrapportage) waarschijnlijk in november en december 2023. De voorbereiding bestaat al eerder uit het onderzoek naar de specifieke lokale situatie en geschiedenis van de bezetting en de Joodse gemeenschap en uit de inventarisatie van de beschikbare archiefcollecties in het Zeeuws Archief. Vervolgens worden onteigening en rechtsherstel in de archieven (gemeentearchief en provinciearchief bij het Zeeuws Archief en het Nationale Archief in Den Haag) volledig onderzocht, zoals hierboven beschreven.

Bij het uitvoeren van dit specifieke onderzoek zullen we dankbaar gebruikmaken van het reeds voor het interne onderzoek van gemeente Middelburg met vergelijkbaar vraagstellingen verzamelde bronmateriaal (kadasterleggers, NBI-dossiers, Grootboekregistraties e.d.). We zullen het onderzoek echter volledig volgens onze eigen methodiek uitvoeren en dus ook eigen conclusies formuleren. Dit betekent dat we ook andere broncategorieën (notulen van Raad en BenW, provinciaal archief, Bijzondere Rechtspleging (CABR) e.a.) zullen raadplegen. Ook zullen we het rechtsherstel via het Grootboek van de Wederopbouw systematisch reconstrueren, voor zover de archieven van het Grootboek dat toelaten. (Onderzoek voor andere gemeenten heeft dit tot nu toe buiten beschouwing gelaten: Rotterdam, Den Haag, Zandvoort e.a.). Hetzelfde geldt voor de (na)heffing van gemeentelijke belastingen na de bezetting. De offerte gaat ervanuit dat de reconstructie van de eigendomsgeschiedenis van een pand met het levensverhaal van de bewoners en/of eigenaren gemiddeld een uur kost (minstens 80 unieke adressen – kadaster, NBI, Raad voor het Rechtsherstel, gedigitaliseerde kranten), dankzij het bronmateriaal uit het interne vooronderzoek. In het onderstaande budget verwijst de post "onderzoeksdesign en rapportageformat" naar de investering in methode en format.

4

Taken/uren Middelburg Regionaal vooronderzoek Kranten Eindrapportage Coordinatie en communicatie Gemeente- en provinciearchieven CABR, zuiveringsdossiers Verkaufsbücher, NBI, Kadaster, RvhR Grootboek voor de Wederopbouw Totaal

Senior

Medior

Junior 5 5

5

5

5 5

10 20

30 5 30 25 100

Budget Middelburg Personeel Senior (hoogleraar) Medior (gepromoveerd onderzoeker) Junior (afgestudeerd onderzoeker) Materiële kosten Reiskosten, presentatie Onderzoeksdesign en rapportageformat Rapportage en eindredactie Totaal

uren 5 20 100

kosten excl. btw incl. btw 785 € 130 € 157 € 2.260 € 93 € 113 € 6.800 € 56 € 68 €

1.500 € 500 € 3.000 € 14.845 €

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14044704/1