Bijlage 1. Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2026
Tekst van het document
Naast de uitvoeringsrichtlijnen van de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg en het Afwegingskader Verduurzamen van Monumenten sluiten we voor de toetsing van verduurzamingsmaatregelen bij monumenten aan bij: • De Verduurzamingsrichtlijnen van de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg • Leidraden van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zoals de publicatie ‘Na-isolatie van historische woonhuizen’ • Het detailboek ‘Een warme jas voor oude huizen’ wat door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als aanvulling op het hiervoor genoemde afwegingskader wordt gezien.
Buitengevel: bouwgeschiedenis zichtbaar
Sporenkap: alleen wat verrot was, is vernieuwd
7 Criteria voor de sneltoets bij kleine bouwplannen Snel en duidelijkheid vooraf Veel kleine bouwplannen kunnen tegenwoordig vergunningsvrij gebouwd worden, maar niet allemaal. Met name in de beschermde stadsgezichten is voor veel kleine bouwplannen nog een omgevingsvergunning vereist. Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij het ARK. Hiervoor volstaat een sneltoets door het Sneltoetsteam (ST, een ambtelijke werkgroep). Voordeel van de sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van het ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Doorgaans krijgt men binnen tien werkdagen reactie op een sneltoets vergunningsaanvraag. De sneltoets is bedoeld voor de gehele gemeente, dus ook in de beschermde stadsgezichten en op monumenten. De sneltoets geldt o.a. voor vergunningsplichtige bijgebouwen, aan- en uitbouwen, dakkapellen, erfafscheidingen en kozijn- en gevelwijzigingen, zoals in de volgende paragrafen staat omschreven. omgevingsplan De omgevingsplanvoorschriften zijn leidend voor waar en wat er gebouwd kan worden.
Daarom is het belangrijk dat de aanvrager altijd vooraf kennis neemt van het omgevingsplan. Wanneer het bouwplan past kunnen de hierna genoemde sneltoetscriteria worden toegepast. De sneltoets kan ook gelden voor monumenten en panden in de beschermde stadsgezichten. Voor monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden is het belangrijk om rekening te houden met de monumentencriteria (zie hoofdstuk 6).
Geen sneltoets voor topmonumenten en bijzondere / afwijkende bouwwerken Afwijkende plannen Wanneer niet aan de sneltoetscriteria wordt voldaan, of het ST twijfelt over de invloed van het plan op de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk en zijn omgeving, wordt het bouwplan om advies voorgelegd aan het ARK en zijn de vaste- en gebiedscriteria van deze nota van toepassing.
Topmonumenten In bijlage 4 is een lijst opgenomen van gebouwen en complexen met een bijzondere/afwijkende architectuur. Deze zijn dermate bijzonder dat (ver)bouwplannen altijd behandeld dienen te worden in het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Diverse bouwwerken (Vlaggen)masten, (gsm)antennes, reclamezuilen, technische installaties op daken, windturbines Masten, antennes, zuilen e.d. hebben een vaak zeer eigen technische vormgeving, die verstorend kan zijn voor het gebouw waar ze op aangebracht worden, het straatbeeld of als vrijstaand object in de omgeving. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Voor zover niet vergunningsvrij worden deze zaken om advies voorgelegd aan het ARK.
8 Sneltoetscriteria In deze paragraaf staan de criteria waaraan een vergunningsplichtig bouwwerk moet voldoen om voor een sneltoets in aanmerking te komen. Voordeel is de snelheid van afhandelen omdat het ST wekelijks samenkomt en de vergunning doorgaans binnen 10 werkdagen kan worden afgehandeld. Wanneer u twijfelt of uw plan past binnen de sneltoetscriteria, kunt u contact opnemen met de vakbalie Vergunningen van de gemeente. Wanneer het plan niet voldoet aan de sneltoetscriteria, of het ST twijfelt over de impact van het plan (b.v. beeldkwaliteit of monumentale waarden), kan het plan worden voorgelegd aan het ARK.
Bijgebouwen, overkappingen en aan- en uitbouwen op zij- en achtererven • • • •
Maximaal één bouwlaag; Een rechthoekige plattegrond; Plat afgedekt; Gevelindeling, materialisatie en kleur sluiten aan op die van het hoofdgebouw.
Dakkapellen op zij- en achterdakvlakken • • • • • • • • • •
Niet op dakvlakken gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied; Niet op aan-, uit-, of bijgebouwen; Bij meerdere dakkapellen in één dakvlak/bouwblok, regelmatige rangschikking op horizontale lijn; Niet boven elkaar gerangschikt; Minimaal 0.50 m dakvlak rondom; Afstand tot de goot minimaal 0.50 m en maximaal 1.00 m; Breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3.00 m; Plat afgedekt; Maximale hoogte 1.50 m; Gevelindeling, materialisatie en kleur sluiten aan op die van het hoofdgebouw.
Dakramen • • • • • •
Per dakraam minimaal 0.50 m dakvlak rondom; Oppervlakte maximaal 2.00 m2 per dakraam; Maximaal 2 stuks per dakvlak; Bij meerdere dakramen in één dakvlak/bouwblok, regelmatige rangschikking op horizontale lijn; Bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden; Niet boven elkaar gerangschikt.
Erfafscheidingen • • •
Rechte vormgeving, geen ronde vormen; Materialisatie en kleur sluiten aan op die van het hoofdgebouw ; Materiaal: hout(imitatie), metselwerk of gaas met klimop.
Kozijnwijzigingen Binnen beschermde stadsgezichten en monumenten • • • •
Oorspronkelijke maatvoering, profielafmetingen en indeling van kozijnen en ramen behouden; Historisch hout en glas behouden; Diepte van de negge gelijk aan bestaande situatie; Materiaalgebruik: overeenkomstig dat van het hoofdgebouw, de gebiedscriteria van “Het Middelburgs profiel” en – indien van toepassing – de monumentencriteria.
Buiten de beschermde stadsgezichten • • • •
Oorspronkelijke maatvoering en indeling van kozijnen en ramen behouden; Bij vervanging is het dikker uitvoeren van raam- en kozijnhout i.v.m. plaatsing van isolatieglas toegestaan; Diepte van de negge gelijk aan bestaande situatie; Materiaalgebruik: overeenkomstig dat van het hoofdgebouw, afhankelijk van de gebiedscriteria.
Gevelwijzigingen (geen dakopbouw -en) • • • •
Samenhang en ritmiek van de straatwand worden niet verstoord; De bestaande gevelgeleding en indeling wordt voortgezet; Aansluiten bij de bestaande geveldetaillering; Materiaal: overeenkomstig dat van het hoofdgebouw.
Binnen beschermde stadsgezichten en monumenten •
Overige kleine gevelvoorzieningen zie: Bijlage 9.7
Rolhekken, luiken en rolluiken Aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits: • Voor minimaal 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen; • Uitvoeren in één kleur; • Kleur volgens kleurenbeleid of naturel (b.v. metaal). Aan de buitengevel, mits: • Plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is; • Voor minimaal 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen; • Rolkasten, geleidingen en rolhekken worden ingepast in de gevel; • Uitvoeren in één kleur; • Kleur volgens kleurenbeleid of naturel (b.v. metaal). Balkons: • Aan de achtergevel. • Niet aangebracht aan monumenten. • Maximaal 1 per individuele woning. • Rechthoekig grondvlak van maximaal 1,5 m diep en 3,0 meter breed. • Balkonafscheiding van rechthoekige stalen hekken met spijlen in de kleur donkergrijs, eventueel in combinatie met blank glas.
BIJLAGE1 Stroomschema VERVALLEN Zie beeldkwaliteitsplan Arnestein
BIJLAGE 2 Overzichtskaart
BIJLAGE 3 Samenstelling Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit VERVALLEN Zie: Verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) gemeente Middelburg 2022 | Lokale wet- en regelgeving
BIJLAGE 4 Topmonumenten van Middelburg Abdij •
Het gehele gebouwencomplex begrensd door de Balans, Korte Burg, Groenmarkt, Onder den Toren, Koorkerkhof, Korte Giststraat en Sint Pieterstraat.
Vestingen en verdedigingswerken • De bolwerken met bastions en vest; • De middeleeuwse vestinggracht binnen de bolwerken; • Koepoort, Molenwater 101; • Het Landfront Vlissingen; • Bunkercomplex Park Toorenvliedt. Droogdok • Het voormalig droogdok langs de Dam, Rotterdamse Kaai en Dwarskaai en de dokmuur met toegangstrappen. Bruggen • Dokbrug (draaibrug Maisbaai en Kinderdijk); • Bellinkbrug (dubbele ijzeren draaibrug Kinderdijk en de Rouaansekaai); • Spijkerbrug (ijzeren klapbrug Rouaansekaai en Kinderdijk); • Spuibrug, Spanjaardstraat. Kerken • Oostkerk, Oostkerkplein 1; • Gasthuiskerk, Lange Delft 94; • Lutherse kerk, Zuidsingel 50, 50A en 70; • Doopsgezinde kerk, Lange Noordstraat 62; • Engelse kerk en voormalig Simpelhuis, Simpelhuisstraat 10 en 12; • Wandel- of Tussenkerk, Onder den Toren 1 (onderdeel Abdij); • Abdijtoren, Onder den Toren 3 (onderdeel Abdij); • Koorkerk, Onder den Toren 5 (onderdeel Abdij); • Nieuwe Kerk, Groenmarkt 12 (onderdeel Abdij); • Dorpskerk St. Laurens, Van Cittersstraat 69; • Dorpskerk Nieuw- en Sint Joosland, Kerkplein 2. Openbare gebouwen • Stadhuis, Markt 1; • NS-station, Kanaalweg 22 en 24; • Gemaal “Boreel”, Poelendaelesingel 1. Sluizen • Sluizencomplex, Stadsschuur.
Molens • Stellingmolen “De Hoop”, Vlissings Bolwerk 2 en 4; • Stellingmolen “De Seis”, Seisbolwerk 26; • Grondzeiler molen “Nooitgedacht”, Molenweg 47, Arnemuiden; • Stellingmolen “De Koning”, Veerseweg 80; • Grondzeiler molen “Buiten Verwachting”, Molenweg 35, Nieuw- en Sint Joosland; • Stellingmolen “Ons Genoegen”, Joh. Hieronimus Huyssenstraat 4 en 6; • Molenromp molen “De Hoop” met maalderijinrichting, Noordweg 482. Boerderijen • Boerderij “Hof ter Hooge”, Breeweg 79; • Boerderij “De Kersenburg”, Noordweg 381; • Boerderijcomplex “Oranjepolder”, Veerseweg 2, Arnemuiden; • Boerderij, Binnendijk 3 Nieuw- en Sint Joosland.
Buitenplaatsen en woonhuizen • Buitenplaats “Ter Hooge” met dienstwoningen en landschapstuin, Koudekerkseweg 200- 200C; • Buitenplaats “Toorenvliedt” met woningen en landschapstuin, Koudekerkseweg 129,131 en 133; • Buitenplaats “De Griffioen” met theehuis, Seissingel 100; • Huis “Baron Chassé”, Gortstraat 30; • Huis “’s-Hertogenbosch”, Vlasmarkt 49 en 51; • Kuiperspoort, Kuiperspoort 1 t/m 25 en 2 t/m 22B (m.u.v. Kuiperspoort 18); • Watertoren met aanjagergebouw, Molenwater 2 en 2A; • Commerciehuis Oost-Indische Compagnie, Maisbaai 2 t/m 12; • Voormalig kantongerecht, Balans 11. Kantoorgebouwen • Kantoorgebouw met dienstwoning: Poelendaelesingel 10 en 12; • Voormalig museum Zeeuws Genootschap, met houten topgevel, Wagenaarstraat 1; • Voormalige arrondissementsrechtbank (Van de Perrehuis): Hofplein 8 en 12; • Voormalige villa “De Sprenck”: Seissingel 4; • Kantoorgebouwen, Damplein 1, 1A en 1B. Overige topmonumenten • Scheepswerf Meerman, Zuidwal, Arnemuiden; • Kloveniersdoelen, Achter de Houttuinen 30; • Stadsschuur (voormalig stadsfabricagegebouw), Stadsschuur 2.
BIJLAGE 5 Hoe maak ik mijn monument duurzaam? VERVALLEN Zie hoofdstuk 4 Duurzaamheid en hoofdstuk 6 Richtlijnen voor- beschermde monumenten.
BIJLAGE 6 Richtlijnen toetsing zonnepanelen op monumenten en in beschermde stadsgezichten Zonne -panelen, -collectoren In artikel 2.29 lid d van het Besluit bouwwerken leefomgeving is opgenomen dat tet plaatsen van een zonnecollector voor warmteopwekking of een zonnepaneel voor elektriciteitsopwekking op een dak vergunning vrij voor is het ruimtelijk deel van het bouwen als wordt voldaan aan de volgende eisen: • bij plaatsing op een schuin dak: - binnen het dakvlak - in of direct op het dakvlak, en - hellingshoek is gelijk aan hellingshoek dakvlak; • bij plaatsing op een plat dak: - afstand tot de zijkanten van het dak is ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel; • als de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water - of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: - installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk plaatsen. Binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt ook een vrijstelling voor het plaatsen van een zonnepaneel/ zonnecollector (artikel 2.29, d Besluit bouwwerken leefomgeving). Deze vrijstelling geldt echter alleen bij plaatsing op een achterdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.
Het plaatsen van zonnepanelen op een dak op een locatie waaraan in het omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven (artikel 2.30, lid 3), is vergunningplichtig als: • de zonnepanelen worden geplaatst op een achterdakvlak dat wel naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; • de zonnepanelen worden geplaatst op een dakvlak dat geen achterdakvlak is. Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning zonnepanelen binnen beschermd stadsgezicht ‘Middelburg’
Locaties 1. Historisch Bebouwingsbeeld Locaties waar, naast rooilijn en bebouwingsschaal, het historisch bebouwingsbeeld een te beschermen belang heeft. (op de Historisch Ruimtelijke Waarderingskaart zijn deze locaties lichtblauw gemarkeerd) 2. Wederopbouwgebied Gebiedsdelen die nog tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog zijn herbouwd. (op de Historisch Ruimtelijke Waarderingskaart donkergrijs gearceerd), criteria; • Op dakvlakken gekeerd naar/zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn in principe geen panelen toegestaan; • de betreffende daken zijn weergegeven op bijgevoegde dakenkaart (bijlage 11) waarop deze dakvlakken rood zijn gemarkeerd; • van dit criterium kan uitsluitend worden afgeweken indien panelen aantoonbaar niet zichtbaar zijn vanuit openbaar toegankelijk gebied dan wel aantoonbaar geen onevenredige verstoring van het historisch bebouwingsbeeld veroorzaken’. 3. Stedenbouwkundig Locaties die vooral van stedenbouwkundig belang zijn, criteria; • Panelen schakeren in een rechthoekig vlak, geheel gevuld (geen sparingen in de rechthoek). • Bestaande pannen blijven liggen. • Panelen dienen reversibel te worden aangebracht.
• Buizen en leidingen reversibel aanbrengen en zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande leidingentracés • Indien op een schuin dak: - Binnen het dakvlak; - Direct op het bestaande dakvlak (pannen handhaven), en - Hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak - Een rand van 1 dakpan rondom vrijhouden. Pannenmaat van 30 cm aanhouden indien er andere dakbedekking dan dakpannen is toegepast • Indien op een plat dak - Afstand tot de randen van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel
•
Panelen op dakvlakken gekeerd naar/zichtbaar vanuit de publiek toegankelijke ruimte zijn toegestaan indien uitgevoerd in full color, zonder verstorend rasterpatroon, waarbij de kleur van de onderliggende dakbedekking zo dicht mogelijk wordt benaderd.
Zonnepanelen binnen beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning • • • • •
• •
Panelen schakeren in een rechthoekig vlak, geheel gevuld (geen sparingen in de rechthoek); bestaande pannen blijven liggen; panelen dienen reversibel te worden aangebracht; buizen en leidingen reversibel aanbrengen en zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande leidingentracés; indien op een schuin dak: - Binnen het dakvlak; - Direct op het bestaande dakvlak (pannen handhaven), en - Hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak - Een rand van 1 dakpan rondom vrijhouden. Pannenmaat van 30 cm aanhouden indien er andere dakbedekking dan dakpannen is toegepast; indien op een plat dak - Afstand tot de randen van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel; panelen op dakvlakken gekeerd naar/zichtbaar vanuit de publiek toegankelijke ruimte zijn toegestaan indien uitgevoerd in full color, zonder verstorend rasterpatroon, waarbij de kleur van de onderliggende dakbedekking zo dicht mogelijk wordt benaderd.
Zonnepanelen op rijks- of gemeentelijke monumenten Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning Aanvragen voor zonnepanelen op rijks- en gemeentelijke monumenten worden getoetst aan het beleid van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit betekent dat bij monumenten positief geadviseerd wordt over pv-panelen die uit het zicht liggen en geen aantasting vormen van waardevolle onderdelen van het monument en zorgvuldig op het dak worden aangebracht. Voorwaarde voor een positief advies voor zonnepanelen in het zicht is onder meer een zorgvuldig afgewogen ontwerp. Onevenredige visuele verstoringen zijn daarbij nog steeds niet acceptabel. Voor monumenten gelegen binnen het beschermd stadsgezicht Middelburg gelden tevens de daarvoor geldende criteria. Naast zichtbaarheid en ontsiering geldt bij monumenten aanvullend; • aantoonbare draagkracht van de onderliggende, veelal historische, dakconstructie; • niet toegestaan zijn panelen op dakvlakken die voor hulpdiensten (Brandweer) moeilijk bereikbaar zijn; • plaatsing dient uitgevoerd te worden door een erkend installateursbedrijf; • panelen op kwetsbare dakbedekking zoals leibedekking zijn niet toegestaan.
Zonnepanelen aan gevels, op de grond of op losse stellages Panelen op gevels kunnen worden toegestaan als; • kleur en vorm zoveel mogelijk aansluiten bij de gevel; • panelen vlak en strak tegen de gevel worden geplaatst; • geen afbreuk doen aan het gevelbeeld of de omgeving; • voor panden in onder architectuur ontworpen wijken is een advies van de ontwerpend architect vereist. Panelen op de grond kunnen worden toegestaan als; • Voldoende rekening is gehouden met de kenmerken van het landschap; • Panelen zich goed verhouden tot de gebouwen op het perceel; • Een passend ontwerp t.a.v. patroon en hoogte wordt aangehouden; • Plaatsing aansluit bij ontwerp van de tuin of erf en gebruik gemaakt worden van bij het landschap passende elementen om de zonnepanelen aan het zicht te onttrekken; • plaatsing geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor de omgeving of derden.
Panelen op losse stellages kunnen worden toegestaan als; • plaatsing geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor de omgeving of derden. In alle situaties wordt het ontwerp/plan voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Indien op een plat dak: de afstand van het paneel tot de dakrand (L) moet groter of gelijk zijn aan de hoogte (H).
Warmtepompen en airco-units Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning • •
warmtepomp- en airco-units worden zoveel als mogelijk uit het zicht geplaatst. Kleur wordt afgestemd op de omgeving/gevel waar de unit wordt geplaatst of er wordt een passende ombouw rond de unit geplaatst; kabelgoten en leidingwerk dienen zoveel mogelijk uit het zicht te worden aangebracht. Kleur en materialisatie af te stemmen op ondergrond.
BIJLAGE 7 Reclamebeleid Inleiding Met reclamebeleid willen we Middelburg aantrekkelijk maken en houden voor ondernemers, bewoners en bezoekers. Ondernemers moeten hun zaak kenbaar kunnen maken en hun producten aanprijzen. Consumenten moeten weten waar ze bepaalde producten kunnen kopen en bewoners, bezoekers en toeristen moeten kunnen blijven genieten van een fraaie gemeente met historische en architectonische kwaliteiten en een aantrekkelijk winkel-, cultuur, recreatie- en bedrijvenaanbod. Een hoogwaardige beeldkwaliteit van de historische binnenstad zorgt voor aantrekkingskracht op bezoekers van buiten en geeft een impuls aan de ondernemers. Het zorgvuldig omgaan met de ruimtelijke en historische kwaliteiten zijn van grote invloed op de economische kracht van de gemeente. Een overdaad aan reclame-uitingen moet voorkomen worden. Houdt er rekening mee dat er in de binnenstad belasting betaald moet worden voor het hebben van reclames. De gemeente kent verschillende gebieden waar verschillende sneltoetscriteria gelden voor reclames (zie bijlage 2: overzichtskaart). • • • •
Gebied 1: Het Middelburgs profiel Winkelcentra in alle gebieden behalve gebied 1 Gebied 4: Handel en kantoren Gebied 7: Industrie
Plannen die niet voldoen aan de sneltoetscriteria uit deze bijlage, zullen worden voorgelegd aan het ARK.
Gebied 1: Het Middelburgs profiel Algemeen • • •
De reclame dient bij te dragen aan de beeldkwaliteit van het gebouw en de omgeving; de reclame dient uitgevoerd te worden in hoogwaardig materiaal; bij meerdere gebruikers van een gebouw, dienen de positie van de reclame op de gevel, de afmetingen, kleur en materialisering e.d. op elkaar afgestemd te zijn.
Niet toegestaan zijn: • • • • •
Panelen, platen of lichtbakken evenwijdig aan de gevel; knipperende en/of bewegende reclames, LED- of LCD-screens of soortgelijke reclame- uitingen; spandoeken of spanframes; los geplaatste reclames, zoals borden of reclamezuilen; reclames op woningen.
Aantal Maximaal 3 reclames per bedrijf (-s verzamelgebouw). Als er al een reclame aanwezig is telt die mee in het maximale aantal reclames van 3 per bedrijf (-s verzamelgebouw); • maximaal 1 reclame haaks op de gevel, 1 reclame bestaande uit losse letters evenwijdig aan de gevel en in beperkte mate plakfolies op het vensterglas van de begane grond.
Reclames evenwijdig aan de gevel • • •
Aangebracht op de borstwering van de 1e etage (niet hoger dan 20 cm onder de onderkant van de raamdorpels van de 1e verdieping, rekening houdend met een vrije hoogte van minimaal 2,20 meter ter plaatse van de weg/ het trottoir); niet hoger dan 30 cm; niet breder dan 60% van de totale gevelbreedte met een maximale breedte van 3,60 meter;
• •
logo met een maximale hoogte van 30 cm; losse of open letters toepassen, waarmee bedoeld wordt dat elke letter een op zichzelf staand element is, los van de gevel geplaatst door afstandhouder of anderszins.
Plakfolies • •
Enkel losse letters en eventueel een logo tot maximaal 30% van het glasoppervlak van de winkelpui/ het venster op de begane grond; in plaats van plakfolies is ook een bewerking door middel van etsen, matteren of graveren van glas toegestaan.
Reclames haaks op de gevel (uitsteekbakjes, uitsteekborden, of banieren) •
• •
Aangebracht op de borstwering van de 1e etage (niet hoger dan 20 cm onder de onderkant van de raamdorpels van de 1e verdieping, rekening houdend met een vrije hoogte van minimaal 2,20 meter ter plaatse van de weg/ het trottoir); maximaal 85 cm uit de gevel stekend; hoogte maximaal 85 cm.
Vlaggen • • •
Maximaal 1 vlag per bedrijf (-s verzamelgebouw). Telt mee in het maximale aantal reclames van 3 per bedrijf (-s verzamelgebouw); lengte van de vlaggenstok maximaal 2,5 meter; vlaggenstokhouder aangebracht onder de puilijst (maximaal verdiepingshoogte van de begane grond).
Reclames op zonweringen •
Reclame enkel op de volant. Telt mee in het maximale aantal reclames van 3 per bedrijf (-s verzamelgebouw).
Reclames op lichtmasten • • •
Maximaal 2 borden of lichtbakken naast elkaar (dus niet onder elkaar); maximaal 60 cm breed, maximaal 90 cm hoog; onderzijde reclame tenminste 4,5 meter boven een rijweg of 3,5 meter boven een voet- of fietspad of andere locatie;
•
maximaal 1 enkel bord of sandwichbord (dubbel bord) in A0 formaat (120 cm x 85 cm) in een donker grijs frame aan de voet van de lichtmast op maximaal 50 cm boven het maaiveld.
Abri’s • •
Maximaal 2 wanden gebruiken voor reclamedoeleinden; geen lichtuitstraling.
Winkelcentra in alle gebieden behalve gebied 1 Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” en hieronder de afwijkende criteria:
Aantal • •
Maximaal 4 reclames per bedrijf (-s verzamelgebouw); maximaal 3 reclames per gevel, te weten maximaal 1 reclame haaks op de gevel, 1 reclame bestaande uit losse letters evenwijdig aan de gevel en in beperkte mate plakfolies op het vensterglas van de begane grond, 1 vlag of 1 reclame op de volant van de zonwering.
Reclames evenwijdig aan de gevel • •
Niet hoger dan 35 cm; niet breder dan 75% van de totale gevelbreedte met een maximale breedte van 4,50 meter.
Gebied 4: Handel en kantoren Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” en hieronder de afwijkende criteria:
Aantal • •
•
Maximaal 4 reclames per bedrijf (-s verzamelgebouw); maximaal 3 reclames per gevel, te weten maximaal 1 reclame haaks op de gevel, 1 reclame bestaande uit losse letters evenwijdig aan de gevel en in beperkte mate plakfolies op het vensterglas van de begane grond, 1 vlag of 1 reclame op de volant van de zonwering; bij meerdere gebruikers: maximaal 1 stuk per bedrijf en horizontaal of verticaal rangschikken.
Reclames evenwijdig aan de gevel • • • • •
Aangebracht op de gevel, niet op de dakrand; oppervlakte maximaal 2% van het geveloppervlak (oppervlakte wordt bepaald door de totale lengte van de tekst x de hoogte inclusief onder tekst, -tekens, e.d.); hoogte maximaal 10% van de gevelhoogte, geïntegreerd logo is toegestaan; maximaal 1 stuk per gevel en maximaal 2 per gebouw; wanneer gebruik wordt gemaakt van een reclamebord: maximale afmetingen 90x90 cm.
Vlaggen • •
Maximaal 2 vlaggen per bedrijf (-s verzamelgebouw). Telt mee in het maximale aantal reclames van 4 per bedrijf (-s verzamelgebouw); lengte van de vlaggenstok maximaal 5 meter.
Los geplaatste reclames •
Maximaal een bord van 90 x 90 cm, geplaatst in een metalen frame van maximaal 180 cm hoog.
Gebied 7: Industrie Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” én de afwijkende regels van
“gebied 4: Handel en kantoren” én de afwijkende criteria zoals hieronder opgesomd:
Reclames haaks op de gevel (uitsteekbakjes, uitsteekborden, of banieren) • •
Maximaal 100 cm uit de gevel stekend; hoogte maximaal 100 cm.
Reclames evenwijdig aan de gevel • •
Losse letters aanbevolen, maar niet verplicht; rechthoekig spanframe toegestaan met maximale afmetingen van 150 cm (hoogte) x 200 cm (breedte). Mits de oppervlakte van het spanframe niet meer dan 2% van het geveloppervlak inneemt.
BIJLAGE 8 Terrassenbeleid Terrassenbeleid Middelburg 2025 In 2025 is los van deze nota een nieuw terrassenbeleid vastgesteld, het beleidsdocument met de vigerende regels is terug te vinden op de website van de Gemeente Middelburg; Terrassenbeleid Middelburg 2025
BIJLAGE 9 Flitsvergunningen VERVALLEN Binnen het nieuwe kader van de omgevingswet is het niet mogelijk om flitsvergunningen in hun huidige vorm te behouden. Voorheen werd een legesvrije reguliere vergunning (bekend als een flitsvergunning) afgegeven op basis van een ‘flitstoets’. Deze toetsing zal in de nieuwe nota worden gehandhaafd, wel zal de activiteit met vergunningplicht via het omgevingsloket moeten worden aangevraagd. De activiteiten waarbinnen de sneltoetscriteria worden getoetst zijn: • •
bouwactiviteit (omgevingsplan); rijksmonumenten-activiteit (met betrekking tot een gebouwd of aangelegd monument).
Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij het ARK. Hiervoor volstaat een sneltoets door het Sneltoetsteam (ST, een ambtelijke werkgroep). Voordeel van de sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van het ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Hiervoor zijn in de nota sneltoetscriteria opgenomen
e
BIJLAGE 9.1 Sneltoetscriteria reclame Zie: BIJLAGE 7 Reclamebeleid
BIJLAGE 9.2 Sneltoetscriteria Zonwering Voor het aanbrengen van zonweringen op woningen en andere gebouwen in de beschermde stadsgezichten is in de meeste gevallen een vergunning nodig. Zeker als het om beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten gaat. Met de sneltoetscriteria Zonwering kan op woningen en andere gebouwen in de beschermde stadsgezichten zonwering worden aangebracht. Zonweringen die voldoen aan de voorwaarden uit deze regeling kunnen - zonder leges - na vergunningverlening door een medewerker van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving worden aangebracht. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de zonwering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige kwaliteiten bezit (bijvoorbeeld historische geveldecoraties en bijzondere architectuur) dat het aanbrengen van zonwering volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten verstoort. Verder zal per plan gekeken worden of de zonwering geen probleem voor het gebruik van de openbare weg oplevert. Plannen die niet voldoen aan de criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Omschrijving en uitgangspunten Zonweringen zijn bedoeld voor het geven van beschutting en bescherming tegen de zon. Een veelheid van vormen, kleuren en afwisselende plaatsing, kan een storend beeld in de omgeving veroorzaken.
Algemeen • •
Deze regeling geldt niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4); alleen ophaalbare screens, uitval- en knikarmschermen zijn toegestaan. Markiezen en rolluiken vallen buiten deze regeling.
Plaatsing en aantal • • •
•
Op de begane grond zijn screens of uitval- of knikarmschermen toegestaan; Op de verdiepingen zijn enkel vlakke screens (dus zonder uitvalscherm) toegestaan; Uitval- of knikarmschermen en screens worden aangebracht op het horizontale kozijn- of raamhout, dus niet op muurwerk, lijsten of puibalken. Een uitzondering is mogelijk voor bedrijven en horeca, waarbij de zonwering van de begane grond over de gehele gevel gemonteerd mag worden; Zonwering enkel aanbrengen op rechthoekige kozijnen, dus niet in ronde of gebogen gevelopeningen en op geprofileerd raam- of kozijnhout.
Maatvoering •
• • •
De bak van een screen of een uitval- of knikarmscherm mag maximaal 5 cm buiten de gevel steken. Een uitzondering is mogelijk voor bedrijven en horeca, waarbij de zonwering van de begane grond over de gehele gevel gemonteerd mag worden. De bak kan dan op de muur gemonteerd worden en steekt dus mogelijk verder uit; De uitvalarmen van een uitvalscherm mogen maximaal 5 cm buiten de gevel steken, m.u.v. zonwering van de begane grond van bedrijven en horeca (zie punt hierboven); De verticale geleiders van screens mogen niet buiten de gevel steken. Uitval- of knikarmschermen op de begane grond steken maximaal 2 meter uit de gevel. Een uitzondering is mogelijk voor horecapanden gelegen aan pleinen (zoals de Markt, Plein ’40 en
• •
Tympaanplein), dan mogen ze maximaal 3,5 meter uit de gevel steken. Let op! Dit zijn maximale afmetingen: de zonneschermen mogen niet dieper zijn dan dat ze breed zijn; Per pand dezelfde uitvaldiepte voor alle uitval- of knikarmschermen op de begane grond; Bij uitval- of knikarmschermen minimale hoogte van 2,20 meter ten opzichte van het straatniveau aanhouden in verband met vrije doorloophoogte.
Vormgeving • • • •
Handelsreclame is alleen op de volant toegestaan, dus niet op het doek zelf; op de begane grond 1 type zonwering toepassen. Dus óf uitval- of knikarmschermen óf screens, niet beiden; op de verdiepingen 1 type screen toepassen; zijkanten van uitval- of knikarmschermen zijn altijd open.
Materiaal en kleur • •
• • • •
Screens en uitval- of knikarmschermen zijn gemaakt van mat (niet glanzend) textiel; de kleuren van het textiel zijn gelijk aan de kleuren uit het kleurenbeleid, te weten RAL- nummers: 7047 (licht grijs), 3004 (donker rood), 6009 (donker groen), 8017 (donker bruin), 5011 (donker blauw), 7016 (donker grijs); het frame, de uitvalarmen en de bak worden uitgevoerd in gebroken wit of in aluminium; per pand 1 kleur voor het textiel toepassen op alle verdiepingen; functiescheidingen, zoals een winkel met bovenwoning, kunnen met kleurverschillen kenbaar worden gemaakt. In dat geval zijn maximaal 2 kleuren per pand toegestaan voor het textiel; effen kleuren toepassen. Motieven, zoals strepen, zijn niet toegestaan.
Bak en frame van een screen
uitvalscherm; reclame op volant
screens op de verdieping
BIJLAGE 9.3 Sneltoetscriteria glasvervanging Inleiding Het vervangen van beschadigd glas door identiek glas in de bestaande glassponning valt onder het uitvoeren van normaal onderhoud. Voor het plaatsen van ander glas, bijvoorbeeld isolerend glas in een beschermd rijks- of gemeentelijk monument is een vergunning vereist. Datzelfde geldt voor gevels van overige gebouwen die gekeerd zijn naar het openbaar toegankelijk gebied in de beschermde stadsgezichten. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene. Dit kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere kozijnen en/of ramen, materiaaltoepassingen, detailleringen en bijzondere beglazingen zoals bijvoorbeeld glas-in-lood, gekleurd en versierd glas) bezit, dat het vervangen van het glas volgens de maximale grenzen van deze regeling deze historische kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Deze regeling geldt niet voor: • • •
De Middelburgse topmonumenten, zoals omschreven in bijlage 4. Voorzetramen (aan de buitenzijde). Het geheel vervangen van ramen en/of kozijnen t.b.v. het plaatsen van (isolerende) beglazing.
Algemeen • • • • • • • • •
Uitgangspunt is dat de volgende onderdelen blijven behouden: beeldkwaliteit materiaalgebruik negge (afstand tussen voorkant gevel en voorkant kozijn en voorkant raam) glassponning (ruimte waarin het glas wordt geplaatst) profilering detaillering stabiliteit van het venster raamhout, roeden en stopverf/glaslatten in zelfde kleur (kleurenbeleid bijlage 9.5). Geen gekleurd glas toepassen.
Tochtstrips • •
Aan de binnenzijde aanbrengen. Blind monteren (niet infrezen)
Achterzetramen (binnenvoorzetramen) • • • •
Kiervrij aansluiten op bestaande constructie. Ventilatie d.m.v. buitenlucht. Ook toepasbaar bij glas-in-lood of gebrandschilderd glas. Reversibel geplaatst. Te openen/verwijderbaar.
Ramen met monumentale waarden • • • •
Bestaande ramen en roeden handhaven. Geen schijnroeden (plakroeden). Geen frees- en schaafwerk in de glassponningen. Nieuw glas op de traditionele manier plaatsen (m.b.v. stopverf. Geen glaslatten, tenzij die er al zitten).
•
Plaatsing isolerend glas is afhankelijk van de sponningdiepte. Indien dubbel glas te dik is kan gelaagd glas, zeer dun dubbel glas of een achtervoorzetraam worden overwogen.
Ramen met een niet-monumentale waarde • •
Als hiervoor omschreven bij monumentale ramen Infrezen en eventueel ook opdikken van het raam-, roede en kozijnhout is mogelijk aan de binnenzijde.
Voorbeeld achterzetraam
dun dubbel (monumenten)glas
geen voorzetramen toegestaan gebruik van stopverf (-vervangende kit)
BIJLAGE 9.4 Sneltoetscriteria (dak)raam-, kozijn- en kelderluikvervanging Inleiding Het vervangen van (dak)ramen, luiken en kozijnen van rijks- en gemeentelijke monumenten en van gebouwen in de beschermde stadsgezichten is in de meeste gevallen vergunningplichtig. Voor het vervangen van (dak)ramen, luiken en kozijnen kan voor deze panden gebruik worden gemaakt van de sneltoetscriteria. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische en of architectonische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere kozijn- en/of raamvormen, materiaaltoepassingen of detailleringen) bezit, dat het vervangen van ramen, luiken en kozijnen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemeen • • •
•
Deze regeling geldt niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4). Uitgangspunt is reparatie van ramen, kozijnen en kelderluiken. Dit kan op basis van de sneltoetscriteria Herstelwerkzaamheden (zie bijlage 9.9). Het aanbrengen van ventilatieroosters, -motoren en suskasten, warmte- en/of geluidsisolerende maatregelen (b.v. dubbelglas en achterzetbeglazing) en het bouwen van een keldertoegang worden per uniek geval apart beoordeeld. Voor monumenten is de sneltoetscriteria Glasvervanging te gebruiken bij het vervangen van glas (zie bijlage 9.3).
Plaatsing • • •
De nieuwe ramen, kozijnen en/of kelderluiken plaatsen op exact dezelfde positie als de te vervangen exemplaren. Diepte van negge gelijk aan bestaande situatie; Bij hergebruik van het oude glas van monumenten moet dit op de oorspronkelijke manier worden vastgezet (stopverf of glaslatten, dus geen kit).
Maatvoering •
Oorspronkelijke maatvoering en profielafmetingen behouden.
Vormgeving • •
Alleen exacte imitaties zijn toegestaan (dat wil zeggen: dezelfde detaillering, profilering, vormgeving, uitstraling en materiaalgebruik als bestaand); Plakroeden en/of roedeverzwaringen zijn niet toegestaan;
Materiaal en kleur • • • •
•
Materiaal identiek aan het materiaal van het te vervangen exemplaar. Voor monumenten: historisch glas en het historisch beslag moeten gehandhaafd blijven. Bij vervanging van stalen kozijnen en/of ramen kiezen voor aluminium; alleen aluminium kan de beeldkwaliteit en profilering van staal benaderen. Als kozijnen en/of ramen ooit vervangen zijn door kunststof moeten deze bij vernieuwing vervangen worden door een materiaal dat meer past bij de uitstraling van het historische gebouw (hout of staal, afhankelijk van de architectuur van het pand). Voor kleuren wordt verwezen naar de sneltoetscriteria Schilderwerk (zie bijlage 9.5)
historisch glas, handhaven
voorbeelden van te vervangen (dak)ramen, kozijnen en (kelder)luiken
BIJLAGE 9.5 Sneltoetscriteria schilderwerk Inleiding Voor het schilderen van (onderdelen van) een beschermd rijks- of gemeentelijk monument en binnen de beschermde stadsgezichten is een vergunning vereist. Schildervoorstellen die voldoen aan de regels uit deze criteria kunnen sneller worden vergund. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Plannen die niet voldoen aan deze criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit. Op basis van kleurhistorisch onderzoek kan een afwijkend kleurenschema worden toegestaan. Daarbij is het van belang dat de aangetroffen historische verflagen binnen de juiste context en passend bij de huidige verschijningsvorm van de betreffende gevel tot een historisch verantwoord kleurenschema leiden.
Deze regeling geldt niet voor: •
De Middelburgse topmonumenten, zoals omschreven in bijlage 4.
Algemeen • • • • • • •
Schilderwerk overschilderen in dezelfde kleur wordt gezien als onderhoud en mag daarom zonder vergunning worden uitgevoerd (tenzij er een handhavingsprocedure van toepassing is). Geen felle of dominante kleuren toepassen. Het schilderen en bepleisteren van schoon metselwerk is niet toegestaan. Ook het in de huisstijl van een bedrijf of instelling schilderen van een pand is niet toegestaan. Het stadsbeeld ter plaatse is mede bepalend voor de keuze van de kleur. De kleuren van stucwerk of geschilderde gevels worden afgestemd op het bestaande kleurgebruik in de omgeving. De historische begrenzing van een pand dient duidelijk te blijven, b.v. bij een winkel die meerdere panden breed is, dienen de oorspronkelijke panden duidelijk herkenbaar te blijven. Kleuren van onderdelen van het gebouw dienen op elkaar te worden afgestemd en gelijke onderdelen dienen voor het gehele oorspronkelijke pand in dezelfde kleur geschilderd te worden. Bijvoorbeeld alle kozijnen dienen dezelfde kleur te krijgen.
Gevels en muurwerk • • •
Ongeschilderd pleisterwerk dient altijd ongeschilderd te blijven. Ongeschilderd metselwerk dient ook altijd ongeschilderd en ongepleisterd te blijven. Geschilderd pleister- en/of metselwerk dient bij voorkeur wit geschilderd te worden. Een nuance richting lichtgrijs of lichte zandsteenkleur is ook mogelijk.
Kroonlijst, fries en deuromlijsting • •
•
De kleuren van deze onderdelen dienen bij voorkeur wit geschilderd te worden. Een nuance richting lichtgrijs of lichte zandsteenkleur is ook mogelijk. In combinatie met geschilderd metsel- of pleisterwerk in dezelfde kleur, moet er minimaal een (klein) kleurverschil gehanteerd worden tussen enerzijds de gevel en anderzijds de kroonlijst, fries en deuromlijsting. Die drie gevelonderdelen dienen altijd in dezelfde kleur te worden geschilderd.
Kozijnen • •
Kozijnen dienen bij voorkeur wit geschilderd te worden, eventueel met een nuance richting lichte zandsteenkleur of lichtgrijs. In combinatie met geschilderd metsel- of pleisterwerk in dezelfde kleur, moet er minimaal een (klein) kleurverschil gehanteerd worden tussen de gevel en de kozijnen.
Ramen en roedes Ramen en roedes dienen in dezelfde kleur te worden uitgevoerd, dat wil ook zeggen dat zogenaamde stopverfbiesjes niet toegestaan zijn. In de kleurtabel vindt u een overzicht van de toegestane kleuren. Dit zijn wit, lichte zandsteenkleur, lichtgrijs (bij deze drie kleuren moet er minimaal een klein kleurverschil gehanteerd worden tussen de kozijnen en de ramen/roedes), okergeel (zeer donker geel), donkergroen, donkerblauw, donkerrood, donkerbruin en donkergrijs.
Raammotieven • •
•
In sommige ramen, vooral boven deuren, is een levensboom- of goudsbloemmotief opgenomen. Een levensboommotief mag in wit of in de kleur van het raamhout geschilderd worden. De goudsbloem in een goudsbloemmotief dient in goud(kleur) uitgevoerd te worden. Bestaande veelkleurige goudsbloemen moeten bij onderhoud bij voorkeur in de bestaande kleuren worden overgeschilderd. De roedes dienen in de kleur van het raamhout geschilderd te worden.
Deuren en luiken • •
• •
De toegestane kleuren voor deuren en luiken zijn donkergroen, donkerblauw, donkerrood, donkerbruin en donkergrijs. Deuren en luiken dienen in dezelfde kleur geschilderd te worden, tenzij bestaande luiken voorzien zijn van een luikdecoratie, zoals bijvoorbeeld het Middelburgse zandlopermotief. Zulke decoraties dienen behouden te blijven. Op bestaande luiken zonder decoratie is het niet toegestaan om zonder advies van het WARK decoraties aan te brengen. Bestaande negentiende-eeuwse neorenaissancevoordeuren met een transparante lak dienen bij voorkeur transparant gehouden te worden. Een andere kleur van de voordeur van een pand t.o.v. de ramen/roeden is mogelijk, mits passend binnen het kleurenpalet van het kleurenbeleid en passend bij de overige kleuren van het pand.
Plinten en ijzerwerk •
•
De plint is de stootrand, die vaak onder aan de gevel te vinden is. Het gaat meestal om een cementstrook van circa 50 tot 100cm hoog. Deze dient altijd in (donker) steengrijs geschilderd te worden. Voor ijzerwerk, zoals hekwerken en muurankers, is de enige toegestane kleur zwart.
Huisnamen • •
•
Alleen huisnamen mogen als tekst worden aangebracht op een pand. Afbeeldingen zijn niet toegestaan. Huisnamen mogen in zwarte letters aangebracht worden in de bovendorpel van de voordeur of in het horizontale deel van de deuromlijsting boven de voordeur. In de kroonlijst of op de gevel mogen zonder toestemming van het WARK geen teksten worden aangebracht. De huisnaam mag niet aanstootgevend zijn of bedoeld zijn voor reclamedoeleinden. Ed de Graaf heeft een boek geschreven over huisnamen, ‘d’ Guld Waerrelt - De wondere huisnaamwereld van Middelburg’. Voor een passende huisnaam kunnen eigenaren zich voor advies wenden tot de schrijver op het e-mailadres huisnamen.mburg@zeelandnet.nl.
Gevelstenen • •
Ongeschilderde naam- en/of gevelstenen moeten ongeschilderd blijven. Bij beschilderde stenen moeten de bestaande kleuren gehandhaafd blijven. Indien andere kleuren gewenst zijn, is advies van het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit noodzakelijk.
Zonweringkasten Her en der in de Middelburgse binnenstad komen historische zonweringkasten voor. Deze mogen alleen in de kleur van het kozijn geschilderd worden.
Schema toegestane kleuren
De afgebeelde kleuren komen mogelijk niet exact overeen met de bedoelde toegestane kleuren. Hou daarom de genoemde kleurnummers aan. Deze zijn bekend bij elke verfhandel en doe-het-zelfzaak. Kleine afwijkingen van deze kleuren zijn overigens toegestaan. Het gaat dan om één tint lichter of donkerder dan de genoemde kleuren. Op basis van kleur historisch onderzoek kan een afwijkend kleurenschema worden toegestaan. Daarbij is het van belang dat de aangetroffen historische verflagen binnen de juiste context en passend bij de huidige verschijningsvorm van de betreffende gevel tot een historisch verantwoord kleurenschema leiden. Informeer bij twijfel altijd vooraf bij de gemeente.
BIJLAGE 9.6 Sneltoetscriteria veiligheidsvoorzieningen Inleiding De overheid verplicht maatregelen te nemen om veilig te kunnen werken op grotere hoogte, zoals bijvoorbeeld op dakvlakken ten behoeve van inspecties en onderhoud. Er zijn voorzieningen nodig om aan vast te kunnen haken of aan te kunnen lijnen om naar beneden vallen te voorkomen. Hiervoor worden ladderhaken en veiligheidsogen op het dak en aan dakkapellen aangebracht. Het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen in het dakvlak, zoals ladderhaken en veiligheidsogen is voor beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten omgevingsvergunningplichtig. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten bezit, dat het aanbrengen van dergelijke voorzieningen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemeen • •
• • •
Deze criteria gelden niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4). Uitgangspunt is dat de veiligheidsvoorzieningen zo veel als mogelijk reversibel worden aangebracht. Dit houdt in dat met het monteren van deze voorzieningen zo weinig mogelijk schade aan het monument wordt toegebracht en dat de voorzieningen eenvoudig weer kunnen worden verwijderd. Het aanbrengen van de veiligheidsvoorzieningen mag er niet toe leiden dat de beeldkwaliteit van het gebouw ernstig wordt aangetast. De uitvoering moet zodanig zijn dat lekkages worden voorkomen. Geadviseerd wordt om de richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed over het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen aan te houden. Deze staan in informatiebrochure “restauratie en beheer” nummer 36, “Veilig werken in en op monumenten” (www.cultureelerfgoed.nl).
Plaatsing • •
De veiligheidsvoorzieningen moeten in één doorgaande lijn langs de nok en in één doorgaande lijn langs de dakvoet aangebracht worden. De voorkeur gaat uit naar een nagenoeg onzichtbare verankering in de dakgordingen in plaats van verankering door het dakbeschot met een volgplaat, dit vanwege de beeldkwaliteit van de kapconstructie aan de binnenzijde.
Aantal Om lekkage en ontsiering van het gebouw tot een minimum te beperken moeten veiligheidsvoorzieningen in het dak zo spaarzaam als mogelijk worden aangebracht.
Materiaal en kleur • •
Kleur: metaalkleurig of zwart bij donkere dakbedekking en rood bij rode pannen. Om corrosie zoveel mogelijk te vermijden alleen haken toepassen van roestvast staal of gietbrons.
BIJLAGE 9.7 Sneltoetscriteria kleine gevelvoorzieningen Inleiding Het aanbrengen van kleine voorwerpen, zoals o.a. sleutelkluizen, postkastjes, bordjes, monumentenschildjes, buitenverlichting, vlaggenhouders, gedenkplaten en intercominstallaties, op gevels van beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten en op gebouwen in de beschermde gezichten is meestal vergunning plichtig. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische en/of architectonische kwaliteiten bezit, dat het aanbrengen van dergelijke voorwerpen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemeen • •
• • •
Deze geldt niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4). Uitgangspunt is dat de kleine gevelvoorzieningen reversibel worden aangebracht, dus niet hakken, slijpen of frezen. Dit houdt in dat met het monteren van deze voorwerpen geen schade aan het monument wordt toegebracht en ze zonder achterblijvende beschadigingen weer kunnen worden verwijderd. Boren mag, maar zo beperkt mogelijk (zie hieronder bij “plaatsing”). Het aanbrengen van grotere voorwerpen zoals aircokasten, gevelheathers of het bouwen van een keldertoegang vallen buiten deze regeling. Voor het aanbrengen van reclame en banieren Zie hiervoor hoofdstuk 7 Reclame.
Plaatsing • • •
Kleine gevelvoorzieningen worden op de gevel, het kozijn of de deur bevestigd. Enkel op de begane grond aanbrengen (niet boven de eerste verdiepingsvloer). Bij aanbrengen van de gevelvoorziening enkel boren in de voeg en niet in de gevelsteen.
Aantal Maximaal 1 kleine gevelvoorziening mogelijk met deze sneltoetscriteria ervan uitgaande dat er geen verdere voorzieningen aanwezig zijn.
Maatvoering Maximale afmetingen van de kleine gevelvoorzieningen: lengte x hoogte x diepte = 400 x 400 x 200 mm.
Materiaal en kleur • •
Metaal (naturel of gekleurd). Kleuren volgens de regels uit de bijlage onder, Schilderwerk (bijlage 9.5).
voorbeelden van kleine gevelvoorzieningen
BIJLAGE 9.8 Sneltoetscriteria Interieur Inleiding Bouwkundige veranderingen aan de binnenzijde van beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in principe vergunningplichtig. Zeker wanneer daar hak- en breekwerk aan te pas komt. De sneltoetscriteria Interieur zijn van toepassing op veranderingen in het interieur van een beschermd monument waarbij beperkte hak- en breekwerkzaamheden plaatsvinden. Voorstellen die voldoen aan de voorwaarden uit deze regeling kunnen sneller zonder adviesaanvraag bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit door een Erfgoeddeskundige van de gemeente worden beoordeeld. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn bij topmonumenten (zie bijlage 4) of indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere interieuronderdelen, zoals betimmeringen, plafonds, vloeren, schouwen en binnenmuren) bezit, dat het wijzigen van het interieur volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemeen • •
Deze regeling geldt niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4). Uitgangspunt is behoud van alle onderdelen van het gebouw die al aanwezig waren op het moment waarop het gebouw als beschermd monument is aangewezen. De sneltoetscriteria hebben dus alleen betrekking op interieuronderdelen die daarna zijn aangebracht, bijvoorbeeld een later ingebouwde keuken of badkamer, systeemplafonds, binnenwanden, betimmeringen en schilderwerk. Van deze regeling kan alleen gebruik worden gemaakt als er geen monumentale onderdelen worden beschadigd.
Onderdelen die binnen deze regeling vallen: • • • • • • • • • • • • • • • •
Het plaatsen van sanitair; Het plaatsen van keukens en inbouwapparatuur; Vervangen van tegelwerk; Vervangen van pleisterwerk; Het (ver)plaatsen en/of het nieuw aanbrengen van binnenwanden en binnendeuren; Het vervangen van plafonds van zachtboard, hardboard of gips of systeemplafonds; Het vervangen van betimmeringen van zachtboard, hardboard of gipsplaat; Het vervangen van vloerafwerkingen, bijvoorbeeld parket, tegels of laminaat, linoleum; Het vervangen van vloerdelen; Het vervangen en aanbrengen van riolering; Het aanbrengen van nieuwe riolering; Het vervangen van ventilatie- en schoorsteenkanalen, mits het leidingverloop gelijk blijft; Het aanbrengen van elektravoorzieningen en meterkast; Het slopen en/of het aanbrengen van schouwen; Het slopen en/of aanbrengen van inbouwkasten; Het aanbrengen van binnenzonweringen.
Let op! •
•
Voor het verwijderen van (kleine hoeveelheden) asbest en/of het verwijderen van meer dan 10m3 sloopafval is een afzonderlijke sloopmelding noodzakelijk (denk aan het asbestinventarisatie rapport!). Deze regeling is niet bedoeld voor het veranderen van de historische indeling, het veranderen van de draagconstructie of het aanbrengen van verandering in de brandscheidingen van een beschermd monument.
Voorbeelden van interieurwijzigingen met beperkte hak- en breekwerkzaamheden
BIJLAGE 9.9 Sneltoetscriteria herstelwerk Inleiding Herstelwerk aan beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten is in de meeste gevallen vergunningplichtig, omdat er vaak hak- en/of breekwerk nodig is. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn indien een gebouw bijzondere historische en of architectonische kwaliteiten heeft. Bijvoorbeeld bijzonder metselwerk, kozijn- en/of raamvormen, materiaaltoepassingen of detailleringen. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemeen • • •
Deze regeling geldt niet voor de Middelburgse topmonumenten (zie bijlage 4). Uitgangspunt is plaatselijk herstelwerk. Verdergaande verbouwwerkzaamheden vallen buiten deze regeling. Gevelreiniging en hydrofoberen vallen buiten deze regeling.
a. herstel van voeg-, metsel- en/of pleisterwerk, mits: • • •
• •
bij vervanging van voegwerk een op het bestaande metselwerk afgestemde voegmortelsamenstelling wordt toegepast (bijv. mortelcombinaties met schelpkalk); dezelfde voegafwerking als bestaand wordt toegepast (bijv. gesneden of geknipt voegwerk); inboetwerk met dezelfde metselsteen (hergebruik) of een identieke steen als het overige werk, wordt uitgevoerd of een metselsteen wordt toegepast die het bestaande werk zoveel als mogelijk benadert (ter voorkoming van ontsiering van het bestaande gevelmetselwerk); hetzelfde metselverband wordt toegepast (bijv. kruis- of staand verband); bestaande motieven in het pleisterwerk op dezelfde manier worden teruggebracht (bijv. blok-, band- en strekmotieven).
b. herstel van houten buitenkozijnen, -ramen, -deuren, -luiken en persiennes mits: •
plaatselijk herstel of het vervangen van delen tot maximaal 50% van de bouwmassa met hetzelfde materiaal, en met dezelfde houtzwaarten en houtprofileringen als bestaand wordt uitgevoerd. Een uitzondering op deze regeling zijn de houten kruiskozijnen en restanten daarvan. Deze kozijnvorm is nagenoeg uit Middelburg verdwenen. De omvang en de uitvoering van de herstelwerkzaamheden aan dit kozijntype moet vooraf ter plaatse worden vastgesteld.
c.
herstel van dakgoten (geen onderdeel van de kroonlijst)
mits: • •
de bestaande gootbekleding wordt vervangen door zink of koper; vervanging van de gootbodem en/of de gootlijst in dezelfde houtsoort, houtzwaarte en houtprofileringen als de bestaande constructie wordt uitgevoerd.
d. herstel van kroonlijsten mits: • • •
e.
plaatselijk herstel tot maximaal 50 % van de lijst wordt uitgevoerd met dezelfde houtsoort, houtzwaarte en houtprofileringen als bestaand; de consoles geheel intact blijven; de gootbekleding wordt vervangen door zink of koper.
herstel van de bestaande dakbedekking
mits: • •
• • •
f.
inboeten van dakpannen wordt uitgevoerd met hergebruik van dezelfde historische dakpannen; vervanging van grotere oppervlakten van de bestaande dakbedekking wordt uitgevoerd met hergebruik van het afkomende materiaal, aangevuld met hetzelfde pantype in dezelfde kleur (het vervangen van tengels en panlatten en het aanbrengen van een waterdichte, en ventilerende folie is hierbij inbegrepen); identiek metaal (lood, zink of koper) wordt toegepast voor dakvlakken, dakschilden en wolfeinden als bestaand; rieten dakbedekking vervangen wordt door riet in de oorspronkelijke dekkingsdikte en dezelfde nokafwerking; leien dakbedekking vervangen wordt door leien in hetzelfde legpatroon, dezelfde leivorm en dezelfde kleur als de bestaande leibedekking.
herstel van onderdelen van kap- en vloerconstructies (bijv. muurplaten, daksporen, blokkelen, gebinten, gordingen en balkkoppen)
mits: • •
1. 2. 3. 4.
bestaande onderdelen met hout worden versterkt of ondersteund (eventueel in combinatie met een behandeling tegen houtaantasters met een chemisch preparaat); van de totaal aanwezige bouwmassa van de volgende onderdelen van de kap- of de vloerconstructie niet meer dan 20 % wordt vervangen d.m.v. aanlassen of aangieten (kunstharsgietmethode): muurplaten; spantbeenvoeten; moerbalkkoppen; flieringen of gordingen;
en dit aanlassen plaatsvindt m.b.v. identieke materialen in de vorm als bestaand en dit aangieten plaatsvindt tot dezelfde houtzwaarte als bestaand. • 1. 2.
van de totaal aanwezige bouwmassa van de volgende onderdelen in de kapconstructie niet meer dan 20 % geheel wordt vervangen: daksporen; blokkelen;
en vervanging van deze onderdelen plaatsvindt met dezelfde materialen en in dezelfde vorm als bestaand. Historische eiken daksporen vormen een uitzondering op deze regeling. Zij zijn een zeldzaam verschijnsel in de historische kappen in Middelburg. Omvang en uitvoeringswijze van de herstelwerkzaamheden aan deze dakspoorsoort moet vooraf worden vastgesteld.
g.
herstelwerkzaamheden aan dakkapellen
mits • • •
h.
de dakkapel jonger is dan 50 jaar; maximaal 50 % van de bouwmassa wordt hersteld en wel met dezelfde materialen, profilering en vormgeving als bestaand; tegen de dakkapel geen aanschrijving loopt.
herstel van schoorstenen (buitendaks)
mits; • 1. 2. 3. 4. • 1. 2. 3. 4.
i.
consolidatie/rehabilitatie van de schoorsteen plaatsvindt door: herstel van het voeg- en/of pleisterwerk; inboeten met een identieke steen tot 50% van de totale bouwmassa (vervangen van door roet aangetaste bakstenen); het aanbrengen/herstellen van schoorsteenverankeringen; het aanbrengen/vervangen van loodloketten ter plaatse van de dakdoorbreking; bij het buiten gebruik stellen ervan de schoorsteen afgedekt wordt met een: loden/zinken afdekking; specierug; schoorsteenbord (platte afdekking op korte stangen); pannen afdekking.
herstel van ankerwerken
mits: de herstelwerkzaamheden aan de uitwendige ankerwerken zich beperken tot: 1. 2.
j.
herplaatsing van de bestaande ankers na reiniging en preventieve roestbehandeling; vervanging van maximaal 50 % van het betreffende anker met identiek materiaal, profilering en vormgeving als bestaand.
herstel van natuursteen
mits: vooraf afspraken gemaakt worden over het herstel van gebreken aan: • •
natuursteen-elementen (bijvoorbeeld: stoeppalen, trappen, gevelplinten, kozijndorpels en -stijlen, speklagen, gevelafdekkingen, consoles, medaillons, gevelbekledingen etc.); natuursteen bestratingen.
Voorbeelden van herstelwerkzaamheden volgens de sneltoetscriteria
BIJLAGE 10 Servicemoment voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten Inpandige veranderingen aan een beschermd rijks- of gemeentelijk monument vergunningsvrij? Inpandige veranderingen aan beschermde monumenten, zoals de inbouw van een nieuwe keuken, nieuw sanitair, het vervangen van recente plafonds, aanpassingen aan de CV-installatie en dergelijke, zijn in veel gevallen omgevingsvergunningvrij. Het gaat dan om recente toevoegingen (dat zijn bijvoorbeeld onderdelen die ten tijde van de aanwijzing als beschermd monument nog niet bestonden). Voor al deze vergunningsvrije activiteiten geldt dat ze zonder hak- en breekwerk worden uitgevoerd. Anders is toch een omgevingsvergunning; bouwactiviteit (omgevingsplan) nodig. Eventueel aangevuld met een omgevingsvergunning; rijksmonumenten-activiteit (met betrekking tot een gebouwd of aangelegd rijksmonument).