CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota risico grondbedrijf Middelburg 2023-2043 (openbare versie)

Commissie Ruimte 13 mei 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie doorrekening Grondbedrijf 2023-2043 op verzoek van Ad van de Kreeke (D66)7.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GRONDBEDRIJF MIDDELBURG 2023-2043 openbare samenvatting doorrekening en risicoanalyse per februari 2024

Ad van den Kieboom Onno van de Velde Leefomgeving Maart 2024

Afbeeldingen voorzijde: appartementencomplexen ‘De Heeren van Essen’ in Essenvelt en patiowoningen in Sint Laurens Zuid

INLEIDING EN VERANTWOORDING Per peildatum februari 2024 is weer een nieuwe doorrekening gemaakt van het grondbedrijf van de gemeente Middelburg voor de periode tot en met 2043. Het resultaat daarvan is te vinden in de vertrouwelijke nota ‘Grondbedrijf Middelburg 2023-2044, doorrekening en risicoanalyse per februari 2023’. De vorige doorrekening waarmee vergeleken wordt dateert van februari 2022. Naast een basisscenario is ook een risicoscenario uitgewerkt. Tevens wordt ingezoomd op een aantal specifieke risico’s. De berekeningen en analyses dateren van februari, met een uitloop naar begin maart. De tekst is eind maart afgerond. De genoemde nota is net zoals haar voorgangers vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor intern gebruik. Om die reden is deze openbare samenvatting gemaakt. Deze kent grotendeels dezelfde opzet als de doorrekening zelf, waarbij vertrouwelijke informatie (inclusief de meeste bijlagen) eruit is gehaald en de tekst deels is samengevat. De nummering van de hoofdstukken en paragrafen correspondeert met die uit de complete doorrekening. Onno van de Velde en Ad van den Kieboom, Maart 2024

-3-

2.

BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE VORIGE DOORREKENING (FEBRUARI 2023)

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige doorrekening zijn: 1.

2.

Programma’s woningbouwlocaties Voor locaties waarvoor nog geen vaste afspraken zijn gemaakt of vergaand in voorbereiding zijn, en/of bestemmingsplannen zijn vastgesteld is nu uitgegaan van programma’s die rekening houden met de woondeals, in beginsel 30% sociaal, 40% betaalbaar en 30% duur. In eerdere doorrekeningen werd vooral uitgegaan van het concept van vervangende nieuwbouw. De gedachte achter dat concept was om met duurdere woningen de doorstroming te bevorderen waarbij goedkopere bestaande woningen beschikbaar zouden komen voor starters en mensen met minder hoge inkomens. Locaties waarop met een aangepast programma is gerekend ten opzichte van eerdere berekeningen zijn : Sint Laurens Noord, Oranjepolder, Sint Laurens Oost, Hazenburg Noord fase 2, Schenge 6-8 en Swerfrust. In zijn algemeenheid leidt dit tot hogere woningbouwaantallen op deze locaties en, omdat voor goedkopere woningen relatief meer openbare ruimte nodig is en de grondprijs lager, minder gunstige resultaten Scenario’s woningbouw (aantallen) In de nieuwe doorrekening wordt, mede gelet op de aangepaste programma’s, uitgegaan van een hoger aantal woningen. Met name op locaties van derden. In de eerstkomende 5 jaar zijn de verschillen in aantallen ten opzichte van de vorige doorrekening niet zo groot (op eigen locaties worden zelfs iets minder woningen verwacht).

Echter vanaf 2030 zijn de aantallen, zowel op eigen locaties als op locaties

3.

4. 5.

-4-

van derden hoger, maar blijven toch nog achter bij de vraag naar woningen. Bovendien is het de vraag, met name waar het gaat om nog te bepalen locaties van derden, of deze wel (in voldoende mate) tot ontwikkeling zullen komen om de verwachte vraag op te kunnen vangen. Voor een deel is dit ook een gevolg van het besluit van de gemeenteraad in het kader van woningbouwlocaties tot 2040 om de locatie Cleene Hooge (het gebied buiten de zogenaamde contour) niet te gebruiken voor woningbouw. In het bassiscenario wordt net als vorig jaar uitgegaan van een “crisis” in de periode 2024-2025 en daarna herstel. In het risicoscenario is gerekend met minder woningen op een aantal locaties en tevens het aanhouden van de crisis tot 2028. Daarnaast zijn in dit scenario een aantal specifieke risico’s verwerkt. Aangepaste scenario’s bedrijventerrein In het basisscenario is evenals vorig jaar, de aanname gedaan dat de gemeenteraad zal besluiten de ontwikkeling van Trekdijk volledig voort te zetten door een nieuw omgevingsplan in procedure te brengen. Wel is in die situatie uitgegaan van een tragere ontwikkeling, deels als gevolg van de conjunctuur maar vooral ook om dat het in elk geval een aantal jaren langer duurt eer het uit te geven terrein beschikbaar is en verkocht kan worden.

Voor Mortiere Bedrijventerrein Zuid is rekening gehouden met een iets langzamere uitgifte omdat, rekening houdend met de zeer kleine voorraad, besloten is deze gronden alleen nog uit te geven om knelpunten op te vangen. In het risicoscenario is opgenomen dat volledig van ontwikkeling van Trekdijk wordt afgezien. In 2023 herziene opzetten voor een aantal lopende exploitaties Nieuwe uitgangspunten voor enkele locaties nog niet vastgelegd in herziene exploitatieopzet

a.

b.

c.

Sint Laurens Zuid. In de vorige doorrekening werd al gemeld dat waar er in 2022 nog een kostendekkende exploitatieopzet werd vastgesteld, inmiddels een verlies werd verwacht. Indien er geen planaanpassingen plaatsvinden, zou het verwachte verlies verder oplopen. Het lijkt echter mogelijk om maatregelen te nemen om dit tegen te gaan en in het basisscenario is er van uit gegaan dat deze maatregelen daadwerkelijk genomen worden. In het risicoscenario is opgenomen dat het niet lukt om deze maatregelen te treffen. Sint Laurens Noord. Momenteel wordt samen met Woongoed en Heijmans aan een plan gewerkt voor circa 200 woningen. Op basis van dit plan zijn de berekeningen in deze doorrekening gemaakt. Ten opzichte van het voorgaande plan en de daarop gebaseerde exploitatieopzet leidt dit tot een financieel nadeel. Er zijn weliswaar meer woningen maar vooral goedkopere woningen die relatief meer openbare ruimte (verharding, groen) nodig hebben dan de woningen die eerder in het plan opgenomen waren, maar niet meer aansluiten op de gewijzigde inzichten over welk soort woningen gebouwd zouden moeten worden. Herstructurering Arnestein. Op 27 februari 2024 is de gemeenteraad geïnformeerd over de ontwikkeling van de exploitatie. Er zijn verschillende scenario’s doorgerekend voor de nog niet verkochte loodsen; slopen, meer of minder uitgebreide verbouwing en verkoop in huidige toestand.

De gemeente heeft in kaart gebracht wat de renovatiekosten van de 3 nog niet verkochte loodsen zouden zijn en daaruit blijkt dat deze renovatiekosten niet gedekt kunnen worden uit de verkoopopbrengsten. Het is uit financieel oogpunt het beste om de loodsen in de huidige toestand te verkopen. Door bij de verkoop van de loodsen eisen te stellen

aan circulair materiaalgebruik en beeldkwaliteit, kunnen de doelstellingen van het project “Herstructurering Arnestein” nog steeds worden gerealiseerd. Daarbij past de kanttekening dat de gemeente bij deze werkwijze geen directe invloed heeft op de mate op het toepassen van circulaire bouwmaterialen en op de architectuur. Daarnaast zal het langer duren voordat alle loodsen in het gebied zijn opgeknapt. d. Cleene Hooge (gebied binnen contouren). Begin 2024 is besloten dat op een deel van deze locatie een azc gerealiseerd zal worden. Als uitgangspunt is dat het resterende deel van het exploitatiegebied (het COA heeft circa 3 hectare nodig) nog steeds voor woningbouw zal worden gebruikt op zo’n manier dat het totale saldo op de ontwikkeling van het gebied 0 blijft. 6. Aangepaste parameters/eenheidsprijzen/verkoopprijzen Het rentepercentage is ten opzichte van de vorige berekening iets verlaagd (langdurig 1,5%). Ten opzichte van 2023 zijn de eenheidsprijzen voor bouw- en woonrijp maken waarmee gerekend is niet verhoogd omdat in deze prijs al een aanzienlijke prijsstijging voor 2023 was meegenomen en de prijzen zich inmiddels lijken te stabiliseren. De uitgifteprijzen voor bouwgrond zijn aangepast aan prijspeil 2024. Ten opzichte van vorig jaar zijn deze prijzen in de meeste exploitaties met circa 2% verhoogd.

Vanaf 2025 wordt gerekend met een prijsstijging van 2% per jaar (was in de vorige doorrekening voor 2024 en 2025 nog 5% per jaar en daarna ook 2%). Voor de opbrengsten is vanaf 2025 met 2% per jaar gerekend. 7. Geen rentebijschrijving op reserve grondbedrijf Gelet op de recente uitspraken van de commissie BBV zal vanaf 2024 geen rente meer worden vergoed aan het grondbedrijf over het saldo van de reserve grondbedrijf. Deze zal daardoor minder snel groeien

-5-

dan in vorige doorrekeningen. Vanuit de gedachte/fictie om het grondbedrijf als een op zichzelf staand bedrijf te beschouwen is dit wel minder logisch omdat normaal gesproken een bedrijf alleen rente betaald over het vreemd vermogen. Naarmate er meer winstneming plaatsvindt heeft dat gevolgen voor de doorrekening omdat in dat geval sprake is van per saldo iets hogere rentelasten. Omdat de rente laag is, zijn de effecten, zolang het saldo van de reserve niet hoog is, beperkt.

-6-

3.

UITGANGSPUNTEN BEREKENINGEN

3.1 Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de doorrekening wordt rekening gehouden met diverse beleidsdocumenten en afspraken met andere overheden en met de corporaties. De belangrijkste daarvan zijn: Het Actieplan Grondbedrijf De bevolkings- en huishoudensprognose Zeeland 2022 en het woningmarktonderzoek door de Stec Groep voor de Woonvisie 2023-2027 De Zeeuwse Woondeal De vastgestelde Nota grondbeleid De Omgevingsvisie Middelburg 2050 De convenanten/Prestatieafspraken met Woongoed Middelburg en Woningbouwvereniging Arnemuiden Vastgestelde exploitatieopzetten Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Parameters grondbedrijf De parameters voor prijs- en opbrengststijging zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige doorrekening en in lijn met de Outlook Grondexploitaties 2024 zoals die door Metafoor is uitgebracht. Omdat vorig jaar naar prijspeil 2023 toe, de gebruikte eenheidsprijzen aanzienlijk verhoogd werden met 15%, en de prijzen zich inmiddels lijken te stabiliseren, is voor 2024 geen aanpassing nodig. Berekeningen zijn op prijspeil 2024, zodat prijs- en opbrengststijging vanaf 2025 wordt berekend. De keuze van de parameters wordt nader toegelicht in bijlage 1 (uitgangspunten doorrekening grondbedrijf februari 2024) Rente

Kostenstijging Opbrengstenstijging Onvoorzien

De tabel hieronder geeft de belangrijkste conclusies weer van de Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose uit 2022. Voor de gemeente Middelburg wordt voor de gehele periode een aanzienlijke huishoudensgroei verwacht. Gemeente

Groei huishoudens 2022-2031

Groei huishoudens 2032-2039

Middelburg

2.045

1.154

Veere

397

39

Vlissingen

2.234

1.318

Totaal Walcheren

4.676

2.511

Voorbereiding en toezicht

1,5% voor bouwgrond in exploitatie (BIE); aan de strategische gronden mag geen rente worden toegerekend 2% vanaf 2025 2% vanaf 2025 15% in haalbaarheidsberekeningen, 10% in lopende exploitaties als onderdeel van het bouw- en woonrijp maken 12% over de nog te maken kosten van het bouw- en woonrijp maken of op basis van een urenraming

3.2 Analyse huidige marktsituatie In de uitgangspunten doorrekening grondbedrijf februari 2024 is een analyse van de markt binnen de gemeente opgenomen, waarbij is gekeken naar de woningmarkt en de markt voor bedrijven, kantoren en

-7-

detailhandel. We volstaan hier wordt met enkele bullits uit die bijlage met uitgangspunten. •

Woningmarkt • •

•

•

Er is sprake van een structureel woningtekort. Tegenover de toenemende structurele vraag staat dat de betaalbaarheid van nieuwe woningen veel minder is geworden. Enerzijds zijn woningen duurder geworden als gevolg van steeds strengere eisen waar woningen aan moeten voldoen en gestegen bouwkosten. Daarnaast is financiering lastiger geworden als gevolg van de gestegen hypotheekrente. Beiden lijken zich begin 2024 enigszins te hebben gestabiliseerd. Twee jaar geleden was de woningmarkt nog overspannen en werd er flink overboden. Deze situatie kantelde in 2022 en de bedragen waarvoor woningen verkocht werden daalden in dat jaar zelfs. In 2023 heeft de markt voor bestaande woningen zich enigszins hersteld maar heeft de nieuwbouw verdere vertraging opgelopen en zijn nieuwbouwwoningen nog steeds veel duurder dan woningen in de bestaande bouw. Samen met de onzekerheid of een project wel doorgaat, leidt dat tot minder aankoopbereidheid en daardoor ook weer tot projecten die on hold worden gezet. In Middelburg zien we dat bijvoorbeeld bij het projectmatig in te vullen deel van Essenvelt, de bouwput aan de Zuidsingel en de tweede fase van Hazenburg Noord. Andere projecten zijn nog wel gestart maar de verkoop gaat langzamer dan waar eerder van uit werd gegaan. Een toenemend deel van de structurele vraag naar woningen bevindt zich aan de onderkant van de woningmarkt. Simpelweg

•

-8-

zijn er steeds minder mensen die een duurdere woning kunnen betalen en die dus een beroep moeten doen op het lagere en middensegment (waarin de prijzen ook sterk gestegen zijn). Gelet op de voorgenoemde tegenstrijdige ontwikkelingen en ook wat wij waarnemen in de verkoop van wat momenteel wordt aangeboden stellen wij vast dat inmiddels sprake is van een crisis op de woningmarkt. In de vorige doorrekening was dit ook al als uitgangspunt genomen en werd er vanuit gegaan dat in elk geval in de periode 2023 – 2025 sprake zou zijn van een aanzienlijk lagere productie dan in de doorrekening van 2022 nog werd aangenomen. Hier en daar zijn er ook wel hoopvolle signalen, bijvoorbeeld dat de bouw van twee appartementengebouwen in Essenvelt toch doorgaat en de verkoop van woningen op de “appendix” bij de Zuidsingel. Gelet op de onder het vorige bolletje vermelde crisis is een notitie opgesteld (Nieuwbouw in Middelburg, stand van zaken op de nieuwbouwmarkt + te volgen strategie in een moeilijke tijd), en met de gemeenteraad gedeeld. In de notitie wordt als eerste een analyse gegeven van de marktsituatie zoals die nu is, hoe deze is ontstaan en zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen ontwikkelingen op het gebied van hypotheekrente, stijgende bouwkosten en het effect van grondprijzen op de prijs van een nieuwbouwwoning aan bod.

Als tweede volgt de huidige stand van zaken binnen diverse woningbouwprojecten binnen de gemeente Middelburg. Ook wordt dan ingegaan op maatregelen die binnen de diverse projecten reeds genomen worden. Daarna worden algemene maatregelen besproken waaraan gedacht zou kunnen worden, waarbij ook weergegeven wordt in hoeverre deze haalbaar en effectief kunnen zijn. Aan het eind worden adviezen geformuleerd

voor de omgang met de ontstane situatie. Die laten zich samen vatten als ‘wacht waar het kan en faciliteer waar dit direct resultaat oplevert’

steden in de regio zuidwest. Uitbreiding van het stadswinkelcentrum wordt niet verwacht. In Dauwendaele werd geprobeerd het bestaande winkelcentrum te herstructureren. Inmiddels is gebleken dat het niet gaat lukken om overeenstemming te krijgen met de verschillende eigenaren binnen de beschikbare budgetten, zodat dit niet door zal gaan. De gemeente heeft nu het ontmoetingscentrum verkocht en zal uit de opbrengst het openbaar gebied opknappen (parkeerterrein en passage). Een en ander speelt zich overigens af buiten het grondbedrijf.

Bedrijven Ondanks de economische situatie was er ook in 2023 sprake van grote belangstelling voor de nog resterende bedrijfskavels. Een aantal in 2022 verwachte verkopen zijn evenwel niet doorgegaan omdat financiering in een aantal gevallen een knelpunt bleek. Thans is de situatie zo dat, rekening houdend met reserveringen en inmiddels gesloten overeenkomsten er nog nauwelijks uitgeefbare grond voor bedrijventerrein beschikbaar is, terwijl daar wel vraag naar is.

Landbouwgronden In 2016 en 2017 zijn de gronden waarvoor in de toekomst geen andere bestemming meer wordt overwogen dan agrarisch allemaal verkocht met uitzondering van de gronden in Cleene Hooge die voor een groot deel een agrarische bestemming zullen houden. De prijsontwikkeling is van belang om te bezien of de waardering van deze gronden nog marktconform is en ook voor wanneer er afgewaardeerd zou moeten worden. De prijzen voor agrarische gronden zijn in de eerste helft van 2023 opnieuw gestegen (akkerland met 5,5% en grasland met 2,9% (bron : NVM). Over de tweede helft van 2023 zijn nog geen cijfers maar er is geen aanleiding om aan te nemen dat deze prijzen zouden zijn afgenomen. Afwaardering is dan ook niet aan de orde.

Kantoren en detailhandel In Zeeland is de omvang van de kantorenmarkt beperkt en worden nauwelijks kantoren op risico gebouwd. De markt bestaat vooral uit eigenaren/gebruikers. Uitgangspunt is dat de vraag redelijk beperkt zal blijven en dat het vooral zal gaan om verhuizingen vanuit bestaande kantoren. Naast de kantorenlocaties die al bestemd of in voorbereiding zijn (Ramsburg, Veldzigt) worden geen nieuwe locaties voorbereid. Gelet op de beperkte kantorenmarkt is bij Ramsburg gekozen om ook andere representatieve bedrijven mogelijk te maken langs de nieuwe Oostperkweg. Inmiddels hebben zich diverse bedrijven maar ook nieuwe kantoren op Ramsburg gevestigd en is er nog steeds concrete belangstelling van verschillende organisaties voor nieuwe (veelal kleinere) kantoren.

3.3 Uitgangspunten basisscenario: woningbouwprogramma De berekeningen in het basisscenario corresponderen met een woningbouwprogramma dat in de volgende tabel is weergegeven. Tevens is weergegeven welk programma correspondeerde met de voorgaande berekening van februari 2023. Het nieuwe programma telt meer woningen dan het programma uit de vorige doorrekening. Dit zijn

In de detailhandel in het centrum van Middelburg is relatief weinig leegstand. Dit is opmerkelijk als dit wordt vergeleken met de andere

-9-

zowel woningen op eigen locaties (bijv. Sint Laurens Noord) als op locaties van derden. Vergelijking woningbouwaantallen basisscenario Periode

berekening februari 2023

berekening februari 2024

waarvan op eigen gronden februari 2023 februari 2024

2025-2029 2030-2034 2035-2039 2040-2044

1.139 725 250 170

1.230 1.010 600 225

892 366 65 15

841 585 240 100

Totaal

2.284

3.065

1.338

1.766

Het verschil in 2025-2029 is nog beperkt, met zelfs iets minder woningen op eigen locaties (deels ook omdat er in 2023 voor 21 woningen meer grond verkocht werd dan waar van uit werd gegaan). In deze periode betreft het hoofdzakelijk het verder realiseren van plannen waarvoor het bestemmingsplan al vaststaat en de ontwikkeling ook al is begonnen. De verschillen manifesteren zich vooral in de periode 2030-2039. Dat is ook logisch want rekenen met extra woningen op nieuwe locaties is één ding, maar daarvoor moeten wel planologische procedures gestart worden inclusief participatietrajecten en de ervaring leert dat daar gemakkelijk een periode van een jaar of vijf mee gemoeid is. Daarnaast is het niet ondenkbeeldig dat de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 in de eerste jaren ook een vertragende factor zal zijn.

hoogwaardige manier, een groot aantal woningen gerealiseerd had kunnen worden (tot 500), nu andere locaties gezocht moeten worden. Deze locaties zijn (nog) geen eigendom en zullen waarschijnlijk minder eenvoudig te ontwikkelen zijn. Met 400 tot 500 woningen op de nu geschrapte locatie, verdeeld over verschillende prijsklassen, 30% sociaal, 40% betaalbaar, had een substantiële winst voor het grondbedrijf gerealiseerd kunnen worden en zou de gemeentelijke woningbouwopgave eenvoudiger en sneller gehaald kunnen worden. Deze locatie werd dan ook voorgesteld in het voorstel voor woningbouwlocaties tot 2040 wat door de gemeenteraad op 1 februari 2024 is behandeld. De gemeenteraad heeft op die datum definitief besloten dit gebied niet voor woningbouw te gebruiken Het is dus de vraag of de aantallen die in deze tabel zijn opgenomen (met name op “nog onbekende nader te bepalen locaties van derden”) gehaald kunnen worden. 3.4 Uitgangspunten basisscenario: bedrijventerreinen Basisuitgangspunt is de fasering uit de vorige doorrekening, rekening houdend met de verkopen die in 2023 op de locatie Mortiere Bedrijven Zuid hebben plaatsgevonden, alsmede de lopende reserveringen hiervoor. Ondanks de economische situatie was er ook in 2023 sprake van grote belangstelling voor de nog resterende bedrijfskavels.

Een aantal verkopen die bij de vorige doorrekening nog verwacht werden zijn evenwel niet doorgegaan omdat financiering in een aantal gevallen een knelpunt bleek. Thans is de situatie zo dat, rekening houdend met reserveringen en inmiddels gesloten overeenkomsten er nog nauwelijks uitgeefbare grond voor bedrijventerrein beschikbaar is, terwijl daar wel

Verder is het de vraag of alle locaties die voor deze aantallen nodig zijn daadwerkelijk tot ontwikkeling kunnen komen. Met name het niet benutten van de locatie Cleene Hooge (het deel wat niet in de exploitatieopzet is opgenomen) betekent dat waar bij ontwikkeling van deze ene locatie, eigendom van de gemeente, al op een kwalitatief

- 10 -

vraag naar is. Voor het enige echte bedrijventerrein waar nog wat aanbod is (Mortiere Bedrijventerrein Zuid), is besloten voorzichtig/restrictief met uitgifte om te gaan en dit alleen in te zetten voor knelpunten. Deze kavels zijn dus niet zonder meer te koop. In het basisscenario is dit verwerkt in de vorm van een iets trager uitgiftetempo dan commercieel mogelijk zou zijn.

In deze tabel zijn overigens alleen de echte (bestaande of voorgenomen) bedrijventerreinen (Mortiere Bedrijventerrein Zuid en Trekdijk) betrokken, niet de meer bijzondere en/of kantoorachtige terreinen op Ramsburg en Mortiere Ensemble. Deze richten zich namelijk op bijzondere doelgroepen die niet onder de scope van de studies naar behoefteraming voor bedrijventerreinen vallen.

De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor Trekdijk vernietigd. De gemeenteraad heeft nog niet bepaald of een nieuwe poging wordt gedaan om hier een bedrijventerrein mogelijk te maken en in welke mate of hier geheel van af te zien. Besluitvorming hierover wordt in 2024 verwacht. Als aanname in het basisscenario is genomen dat de gemeenteraad zal besluiten om de ontwikkeling volledig voort te zetten. Dat betekent dus planologische procedures in 2025/2026 en start gronduitgifte zou dan in 2027 kunnen zijn. In het risicoscenario is meegenomen dat volledig wordt afgezien van verdere ontwikkeling.

3.5 Uitgangspunten reserve, voorziening en winstneming Het beleid ten aanzien van de reserve en voorziening grondbedrijf, alsmede dat ten aanzien van winst- en verliesneming is opgenomen in de Nota grondbeleid 2021.

De berekeningen in deze doorrekening corresponderen grofweg met een bedrijventerreinprogramma in de tabel hiernaast..

Verwachte verliezen - Voorziening grondbedrijf Voor de verwachte verliezen op de bouwgrond in exploitatie (BIE) geldt dat hiervoor een voorziening (voorziening grondbedrijf) gevormd moet worden. Voor de risico’s, die tot niet verwachte verliezen kunnen leiden, moet een buffer aanwezig zijn c.q. gevormd worden. Deze buffer is de reserve grondbedrijf, waarover later meer. De voorziening grondbedrijf wordt, op contante waarde, gevormd ten laste van de reserve grondbedrijf. Zodra de verlieslatende plannen worden afgesloten kan het negatieve resultaat worden verrekend met het daarvoor beschikbare bedrag in de voorziening grondbedrijf.

Uitgangspunt uit de Nota grondbeleid is dat het grondbedrijf voldoende middelen moet hebben om: - verwachte verliezen op te kunnen vangen; - niet-verwachte verliezen (risico’s) op te kunnen vangen.

Vergelijking uitgifte bedrijventerrein basisscenario in ha Periode

berekening februari 2023

berekening februari 2024

2024 2025-2029 2030-2034 2035-2039 2040-2044

0,6 12,6 2,7 0,0 0,0

0,5 6,5 8,8 0,5 0,0

Totaal

15,9

16,3

- 11 -

Per 31 december 2023 is het saldo van de voorziening grondbedrijf ruim € 13,1 miljoen. De specificatie hiervan staat in de tabel hieronder :

Bij de plannen Koudekerkseweg 135 en Kousteensedijk gaat het om particuliere exploitaties waarvan de kosten in principe worden gedekt uit een exploitatiebijdrage op grond van een anterieure overeenkomst. In deze twee gevallen is de bijdrage, rekening houdend met nog te maken kosten in 2024, niet voldoende om alle kosten op te kunnen vangen.

De plannen Nieuwland Zuid, Waterpark Veerse Meer, Kanaalweg West, Sprencklaan en Sportlaan zijn afgesloten. In deze complexen is alle grond verkocht. Het gaat hier om bedragen voor nakomende kosten.

Voor de plannen Mortiere Bedrijventerrein zuid, Rittenburg III, Ramsburg Dampoorthof, Herstructurering Arnestein, Punt Arnestein, Koudekerkseweg 14 en Trekdijk is een verliesgevende exploitatieopzet vastgesteld. Voor Sint Laurens Zuid is weliswaar in een eerder stadium een kostendekkende opzet vastgesteld maar wordt nu wel een verlies verwacht omdat de gestegen kosten van bouw- en woonrijp maken niet meer kunnen worden gedekt door grondopbrengsten.

Voorziening grondbedrijf per 31-12-2023

Nieuw land Zuid

nakomende kosten

€

50.000

Waterpark Veerse Meer

nakomende kosten

€

10.000

Kanaalw eg West

nakomende kosten

€

5.000

Sprencklaan

nakomende kosten

€

2.000

Sportlaan

nakomende kosten

€

1.000

Koudekerksw eg 135

verlies particuliere exploitatie

€

5.000

Kousteensedijk

verlies particuliere exploitatie

€

4.000

Mortiere Bedrijventerrein Zuid

verw acht verlies in exploitatie

€

1.795.000

Rittenburg III

verw acht verlies in exploitatie

€

663.000

Ramsburg Dampoorthof

verw acht verlies in exploitatie

€

78.000

Herstructurering Arnestein

verw acht verlies in exploitatie

€

956.000

Punt Arnestein

verw acht verlies in exploitatie

€

232.000

Churchilllaan

verw acht verlies in exploitatie

€

225.000

Trekdijk

verw acht verlies in exploitatie

€

371.000

Koudekerksew eg 14

verw acht verlies in exploitatie

€

5.000

Sint Laurens Zuid

verw acht verlies in exploitatie

€

1.083.000

Trekdijk

voorlopige w aardecorrectie

€

7.657.000

€

13.142.000

Totaal

Bij Trekdijk bestaat het bedrag uit een bedrag wat nodig is om het verwachte verlies bij exploitatie af te dekken (€ 0,4 miljoen) en een deel wat nodig is om de locatie (vooralsnog tijdelijk) op agrarische waarde te waarderen (€ 7,6 miljoen). Indien definitief besloten zou worden om de ontwikkeling van Trekdijk geheel te stoppen moet € 8 miljoen aan de voorziening worden onttrokken om het complex definitief rechtstreeks af te waarderen. Niet verwachte verliezen/risico’s - Reserve grondbedrijf De reserve grondbedrijf is bedoeld: - om risico’s in de grondexploitatie (niet zekere maar wel mogelijke verliezen) op te vangen (buffer); - om tijdig voorzieningen te kunnen vormen voor in de toekomst verwachte financieel nadelige (maar wel maatschappelijk gewenste) exploitaties;

- 12 -

- om onvermijdbare verliezen op strategische aankopen (buiten exploitatie) op af te boeken. Voor de reserve grondbedrijf zijn in de Nota grondbeleid 2021 normen vastgesteld: Op eindwaarde is het saldo van de reserve positief; Bij doorberekening van een risicoscenario is het saldo eveneens positief op eindwaarde; Bij doorberekening van een risicoscenario wordt de reserve de eerstkomende vijf jaar niet negatief; De reserve grondbedrijf dient minimaal 10% van de netto boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie + 10% van de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie te zijn. Bij een hogere reserve kan desgewenst afgewogen worden om het meerdere in te zetten voor andere doeleinden door dit meerdere saldo of een deel daarvan toe te voegen aan de algemene reserve van de gemeente. De reserve grondbedrijf is maximaal gelijk aan de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie (doelstelling actieplan grondbedrijf) plus de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie. Als de reserve boven deze norm komt vindt in elk geval afdracht plaats aan de algemene reserve van de gemeente.

- 13 -

4. DE DIVERSE LOCATIES In de berekeningen voor het grondbedrijf wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. 2.

Bouwgrond in exploitatie (bie) Dit zijn gronden waarvoor een exploitatieopzet is vastgesteld. Materiële vaste activa – strategische gronden Volgens de BBV zijn dit ‘overige gronden zonder vaste bestemming, die [op dit moment] geen onderdeel zijn van een transformatieproces’. Uitgangspunt hierbij is dat mogelijk op termijn een bouwgrondexploitatie wordt vastgesteld. Vanaf 2016 mogen geen kosten meer worden bijgeschreven op de boekwaarde zolang geen exploitatieopzet is vastgesteld.

Naast gronden die al een boekwaarde hebben of waarvoor overeenkomsten zijn gesloten zijn er nog enkele locaties (in eigendom van de gemeente) in beeld voor toekomstige ontwikkeling die al mee zijn genomen in deze doorrekening van het grondbedrijf. In de vertrouwelijke versie worden alle locaties nader toegelicht met daarbij aangegeven de stand van zaken, verwacht financieel resultaat en de risico’s.

- 14 -

5.

RISICO’S EN KANSEN

Van de 3.065 woningen gaat het om 1.766 woningen op eigen locaties.

In de vertrouwelijke versie zijn algemene risico’s benoemd op het gebied van woningmarkt en economie, ruimtelijke ordeningprocedures, de Omgevingswet, capaciteitstekort, het kunnen beschikken over gronden, participatietrajecten, politieke besluitvorming en herverkaveling van bestaande plannen. Tegenover die risico’s staan ook kansen.

Ondanks de economische situatie was de belangstelling voor bedrijfskavels ook in 2023 groot. Rekening houdend met reserveringen en gesloten koopovereenkomsten, is er inmiddels nog nauwelijks uitgeefbare grond voor bedrijventerreinen beschikbaar, terwijl daar wel vraag naar is. Daarom wordt op Mortiere Bedrijventerrein Zuid restrictief met uitgifte omgegaan, die grond wordt alleen ingezet voor knelpunten. In het basisscenario is ervan uitgegaan dat de ontwikkeling van Trekdijk wordt doorgezet.

In de doorrekening zijn twee scenario’s opgenomen namelijk: een basisscenario een risicoscenario

VERGELIJKING SCENARIO'S DOORREKENING GRONDBEDRIJF FEBRUARI 2024

Daarnaast worden in de vertrouwelijke versie nog enkele specifieke risico’s vermeld die niet zijn opgenomen in het risicoscenario

feb-23 Indicaties :

Hiernaast wordt het basisscenario vergeleken met het risicoscenario. Ook worden de scenario’s vergeleken met die uit de vorige doorrekening van februari 2023.

In het risicoscenario duurt de crisis nog drie tot vier jaar langer en is minder ruimte voor opbrengststijging. Daarnaast zijn in dit scenario nog enkele specifieke risico’s verwerkt.

risico

basis

1.139

634

1.230

800

Woningaantallen 2030-2034

725

1.115

1.010

950

Woningaantallen 2035-2039

250

350

600

470

Woningaantallen 2040-2044

170

185

225

225

2.284

2.284

3.065

2.445

Ha bedrijven 2024

0,6

0,5

0,5

0,5

Ha bedrijven 2025-2029

12,6

7,3

6,5

1,5

Ha bedrijven 2030-2034

2,7

9,0

8,8

0,0

Ha bedrijven 2035-2039

0,0

0,0

0,5

0,0

Ha bedrijven 2040-2044

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal

15,9

16,8

16,3

2,0

Opbrengststijging - vanaf 2026

2,00%

2,00%

2,00%

Opbrengststijging - 2024 t/m 2025

2,00%

2,00%

Opbrengststijging - vanaf 2025

2,00%

Opbrengststijging vanaf 2025

1,00%

1,00%

Opbrengststijging - vanaf 2030

2,00%

1,00%

Kostenstijging vanaf 2026

2,00%

2,00%

2,00%

Kostenstijging - 2024-2025

5,00%

5,00%

2,00%

Kostenstijging vanaf 2025

- 15 -

risico

Woningaantallen 2025-2029

Totaal

In het basisscenario wordt kort gezegd rekening gehouden met een crisis op de woningmarkt en ook voor bedrijventerreinen die duurt tot en met 2025 Daarna wordt uitgegaan van herstel en min of meer normale ontwikkeling op basis van het inzicht dat er sprake is van een woningtekort en in verband daarmee een aanzienlijke bouwopgave.

basis

feb-24

2,00%

Kostenstijging vanaf 2030

2,00%

2,00%

Kostenstijging - 2024-2029

5,00%

2,00%

In de tabel hieronder wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de omzet van het grondbedrijf van de afgelopen jaren. In de periode 2008-2014 is sprake geweest van een economische crisis en een crisis op de woningmarkt. Te zien is dat er een vertraging is tussen het moment dat de crisis zich voordoet en dat dit (sterk) tot uiting Omzet afgelopen jaren komt in de omzetcijfers van het exclusief interne bijdragen grondbedrijf. De lage omzetten in de inclusief subsidies periode 2012-2014 werden overigens niet uitsluitend (wel voor een groot 2005 € 16,3 miljoen deel) verklaard door de crisis, maar ook 2006 € 21,4 miljoen 2007 € 12,8 miljoen doordat er in die jaren slechts beperkt 2008 € 13,0 miljoen aanbod beschikbaar was. Geleidelijk 2009 € 11,5 miljoen aan herstelde de woningmarkt. Het 2010 € 11,1 miljoen probleem voor Middelburg was dan ook 2011 € 6,5 miljoen niet dat er geen vraag was, maar dat in 2012 € 2,0 miljoen het kader van de discussie over de 2013 € 2,3 miljoen regionale woningmarktafspraken het 2014 € 3,3 miljoen niet mogelijk bleek om tijdig voldoende 2015 € 6,5 miljoen geschikt aanbod te realiseren. Met 2016 € 12,3 miljoen name de ontwikkeling van Essenvelt 2017 € 15,4 miljoen heeft hierdoor vertraging opgelopen.

2018 € 10,8 miljoen 2019 € 9,7 miljoen Dat leidde voor de jaren 2018 en 2019 2020 € 9,3 miljoen tot een lagere omzet dan op grond van 2021 € 5,6 miljoen de woningmarkt mogelijk zou zijn 2022 € 17,7 miljoen geweest. Uiteindelijk zijn er 2023 € 14,6 miljoen woningmarktafspraken voor Walcheren 2024 € 12,0 miljoen* vastgesteld. De spanning op de woningmarkt is sindsdien alleen maar * verwachting februari 2024 groter geworden.

Om risico’s zoveel mogelijk te beperken is het van belang om voortvarend te kunnen werken aan planontwikkeling en omgevingsplannen, zodat gronden bouwrijp kunnen worden gemaakt en in verkoop kunnen worden gebracht. Uiteindelijk is dit het belangrijkste instrument om risico’s te beheersen. Verder is flexibiliteit in bestemmings/omgevingsplannen van belang zodat gemakkelijker ingespeeld kan worden op gewijzigde omstandigheden en niet nieuwe procedures noodzakelijk zijn. Voor specifieke risico’s geldt dat deze op de voet gevolgd worden en dat getracht wordt deze risico’s kleiner te maken. De mogelijkheden zijn evenwel vaak beperkt. Voor zover gronden tijdelijk in beheer zijn is het van belang om deze gronden goed te beheren en daarbij een, over langere tijd bezien, zo optimaal mogelijke opbrengst te genereren. De huidige werkwijze met eenjarige pachten kan daarvoor worden gecontinueerd. Door de verkoop van een aantal landbouwgronden en enkele andere objecten is de omvang van het tijdelijk beheer ten opzichte van een aantal jaren geleden flink afgenomen. Indien risico’s zich toch voordoen en het grondbedrijf deze niet op kan vangen, zullen middelen vanuit de reguliere exploitatie naar het grondbedrijf moeten komen.

- 16 -

6. RESULTATEN DOORBEREKENING BASISSCENARIO 6.1 Resultaat In de tabel hieronder en de grafiek op pagina 19 is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf weergegeven voor het basisscenario.

In de tabel wordt de reserve grondbedrijf gerelateerd aan de norm zoals die in de Nota grondbeleid 2021 is opgenomen. In de grafiek is deze vergelijking ook opgenomen en wordt tevens vergeleken met de vorige doorrekening.

Ontw ikkeling financiele positie grondbedrijf

In het basisscenario blijkt dat in 2030 het saldo van de reserve grondbedrijf hoger zal zijn dan de netto boekwaarde (boekwaarde -/voorziening grondbedrijf) van de complexen. Op dat moment is de huidige boekwaarde terugverdiend en wordt de doelstelling uit het Actieplan Grondbedrijf bereikt (2030 was daar de richtdatum). In de vorige doorrekening was dit nog eind 2029 en in voorgaande doorrekeningen nog eerder. Oorzaak van deze latere datum is deels de crisis zoals die in het model is opgenomen. Daarnaast hebben de programmatische wijzigingen (verschuiving naar meer sociale woningbouw en goedkopere woningen, hogere aantallen) waar in een aantal plannen mee is gerekend een nadelig effect. In dit scenario zijn in principe geen andere bijdragen vanuit de reguliere exploitatie ten gunste van het grondbedrijf nodig die nog niet in de berekening zitten. Benadrukt moet worden dat het hier slechts om een model gaat en dat dit geen voorspelling of verwachting is over hoe die crisis daadwerkelijk gaat verlopen. Met de gekozen uitgangspunten kom je uit op deze resultaten.

basisscenario

bedragen x € 1.000,Einde

Voorraden/

jaar

Boekw aarde GB Grondbedrijf

Voorziening

Reserve

Norm cf nota

Grondbedrijf

grondbeleid 2021

2023

66.785

13.142

4.234

10.751

2024

66.837

5.517

12.751

9.806

2025

61.057

4.553

13.835

9.031

2026

56.829

4.640

15.281

8.265

2027

42.666

1.575

17.085

7.832

2028

31.446

1.606

18.936

6.607

2029

24.472

1.638

21.265

5.190

2030

16.981

426

23.239

3.622

2031

16.399

435

24.449

4.126

2032

12.510

444

25.206

3.388

2033

8.846

453

25.956

2.246

2034

5.709

462

26.480

1.866

2035

2.462

471

26.866

1.491

2036

229

0

27.243

1.108

2037

-1.743

0

27.715

726

2038

1.712

0

28.588

692

2039

925

0

28.745

541

2040

700

0

28.894

430

2041

297

0

29.035

0

2042

-32

0

29.268

0

2043

-366

0

29.492

97

Overigens is het Actieplan Grondbedrijf inmiddels 10 jaar oud en zijn er sinds het vaststellen van dit plan vele ontwikkelingen geweest. Gelet hierop zou het wenselijk zijn om dit actieplan in de loop van 2024 te evalueren en de uitkomsten hiervan te betrekken in de herziening van de nota grondbeleid die ook voor 2024 op stapel staat.

- 17 -

Ten opzichte van de berekening uit februari 2023 is de netto boekwaarde eind 2023 circa € 8 miljoen lager. Dit is vooral het gevolg van de na de vorige doorrekening volgens de accountant noodzakelijke tijdelijke waardecorrectie van het plan Trekdijk. In de vorige doorrekening werd in het basisscenario nog de aanname gedaan dat de gemeenteraad in 2023 al een besluit zou nemen om de ontwikkeling van de locatie voort te zetten. In dat geval zou eind 2023 de tijdelijke waardecorrectie niet meer nodig zijn. Nu is uitgegaan van besluitvorming in 2024. De bruto boekwaarde is circa € 1 miljoen lager dan in de vorige doorrekening was opgenomen, onder andere doordat de aankoop van het voormalig politiebureau aan de Buitenruststraat nog niet heeft plaatsgevonden, de kosten van bouw- en woonrijp maken lager waren dan geraamd (als gevolg van uitvoering in 2024 in plaats van 2023). De omzet was in 2023 € 0,7 miljoen lager dan in de vorige berekening was opgenomen en de (veelal verplichte tussentijdse) winstneming € 0,9 miljoen hoger. De voorziening grondbedrijf is per eind 2023 iets lager dan in de jaarrekening 2022.

Noord 2) mee is gerekend. Eind 2043 is sprake van een nadelig verschil tussen de nieuwe berekening en de vorige van circa € 18 miljoen. De doorrekening van 2023 was ook al circa € 12 miljoen nadeliger dan die van 2022 zodat sprake lijkt van een nadelige trend. In de periode 20192022 waren de verschillen in de uitkomsten van de doorrekeningen veel minder groot en wezen niet in één richting zoals de volgende tabel, waarin het verwachte saldo van de netto boekwaarde en reserve grondbedrijf eind 2030 wordt vermeld, laat zien : Tabel : Verwachte stand van zaken Grondbedrijf 2030

Voor de komende jaren wordt een geleidelijke afname van de boekwaarde verwacht. Deze afname zal minder snel zijn dan in de vorige doorrekening werd aangenomen, als gevolg van de gewijzigde omstandigheden en uitgangspunten.

Doorrekening

Netto boekwaarde

Reserve grondbedrijf Positief saldo

feb-18 feb-19 feb-20 feb-21 feb-22 feb-23 feb-24

€ € € € € € €

€ € € € € € €

5.281.000 4.043.000 1.397.000 1.653.000 905.000 3.061.000 16.555.000

47.853.000 40.218.000 34.041.000 36.658.000 38.714.000 26.693.000 23.239.000

€ € € € € € €

42.572.000 36.175.000 32.644.000 35.005.000 37.809.000 23.632.000 6.684.000

Met betrekking tot de 10%-norm is de constatering dat de reserve grondbedrijf eind 2023 nog niet aan deze norm voldoet maar dat in het basisscenario deze norm, ondanks de gewijzigde omstandigheden, wel in 2024 bereikt kan worden. Dat was in de vorige doorrekening nog eind 2023. Het saldo van de reserve grondbedrijf is dan hoger dan 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie + 10% van de voor deze complexen nog te maken kosten. De oorzaak dat deze norm later bereikt wordt, is gelegen in de vooralsnog tijdelijke afwaardering van het complex Trekdijk ten laste van de reserve grondbedrijf. Als deze afwaardering niet had plaatsgevonden had de reserve wel voldaan aan de norm.

Het saldo van de reserve grondbedrijf stijgt aanvankelijk op ongeveer dezelfde manier als in de vorige doorrekening. Vanaf 2030 ontstaat een nadelig verschil ten opzichte van de vorige doorrekening. Oorzaak daarvan zijn met name de gewijzigde programma’s waar in een aantal complexen (met name Sint Laurens Noord, Sint Laurens Oost, Hazenburg

- 18 -

- 19 -

6.2 Voorziening grondbedrijf Het BBV schrijft voor dat voor verwachte verliezen een voorziening moet worden gevormd. Deze moet toereikend zijn om op het moment dat een verliesgevend plan wordt afgesloten het verlies mee te verrekenen. Een verlies wordt dus genomen zodra dit wordt voorzien.

jaren wordt in dit scenario voor alle jaren een overschot aan opbrengsten ten opzichte van kosten verwacht. Als gevolg daarvan zal de boekwaarde dan ook jaarlijks dalen. Bij (verplichte) winstneming op complexen of vrijval van de verliesvoorziening stijgt de boekwaarde in principe. In die gevallen staat tegenover de toegenomen boekwaarde ook een toename van de reserve grondbedrijf met hetzelfde bedrag.

Per eind 2023 is een bedrag van € 13,1 miljoen in de voorziening grondbedrijf aanwezig. Van de verlieslatende complexen wordt het laatste complex (Trekdijk) in de doorrekening in 2036 afgesloten. Daarna is geen voorziening meer nodig. Ten opzichte van de vorige doorrekening is de komende jaren steeds sprake van een minder omvangrijke voorziening (vooral vanaf 2027) omdat de resultaten als gevolg van de huidige omstandigheden en de gebruikte aannames gemiddeld beter zijn dan die in de vorige doorrekening.

Voor 2024 geldt dat in de doorrekening een bedrag van circa € 13,3 miljoen aan opbrengsten opgenomen en een bedrag van € 11,8 miljoen aan verwachte kosten.

In het kader van de BBV-voorschriften mag geen rekening meer gehouden worden met opbrengsten die later dan na tien jaar worden verwacht, tenzij deze voorzien zijn van beheersmaatregelen. Op basis van de huidige verwachtingen zullen nagenoeg alle opbrengsten in de nu lopende exploitaties binnen een periode van tien jaar worden ontvangen. De enige uitzondering is Trekdijk waar nog een (relatief kleine) opbrengst in het elfde jaar is opgenomen. 6.3 Verwachte kosten en opbrengsten In de grafiek op de volgende pagina is de verwachting van de kosten (paars) en opbrengsten (lichtblauw) voor het afgelopen jaar en de komende jaren (t/m 2033) weergegeven. In deze grafiek van kosten en opbrengsten is de rente niet meegenomen. In 2023 zijn er aanzienlijk meer opbrengsten ontvangen dan kosten gemaakt. Ook voor de komende

- 20 -

- 21 -

7.

RESULTATEN DOORREKENING RISICOSCENARIO

In de volgende tabel en grafiek (p. 23) is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf in het risicoscenario weergegeven. Ontw ikkeling financiele positie grondbedrijf

In het risicoscenario eindigt de reserve grondbedrijf nog steeds positief maar uiteraard wel met een lager saldo (€ 20 miljoen minder) dan in het basisscenario. In dit scenario wordt er van uit gegaan dat de crisis nog drie tot vier jaar aanhoudt zodat in deze periode veel minder verkopen worden gerealiseerd dan in het basisscenario. Daarnaast wordt in dit scenario de locatie Trekdijk permanent afgewaardeerd, zijn er een aantal andere specifieke risico’s in verwerkt en wordt rekening gehouden met 1% opbrengststijging in plaats van 2% per jaar. De boekwaarde daalt in dit scenario in 2024 sneller dan in het basisscenario (door het niet terugdraaien van de waardecorrectie van Trekdijk). Daar staat een lagere reserve grondbedrijf met ongeveer hetzelfde bedrag tegenover. Vanaf 2026 daalt de boekwaarde minder snel dan in het basisscenario. Het saldo van de reserve grondbedrijf stijgt vanaf 2026 minder snel. In 2027 is zelfs sprake van een lichte daling van het saldo van deze reserve. Daarna stijgt deze geleidelijk aan weer, met terugval in 2032, 2036 en vanaf 2039. Dat laatste wordt veroorzaakt doordat in dit scenario in deze periode niet genoeg positief resultaat aanwezig is om de algemene kosten van het grondbedrijf te dekken. In dit scenario is pas in 2034 sprake van een situatie waarbij het saldo van de reserve grondbedrijf hoger is dan de netto boekwaarde van de complexen.

In dit scenario wordt de doelstelling uit het actieplan (in 2030 resterende boekwaarde gelijk aan de reserve) dus niet gehaald. En pas vanaf 2029 zou het saldo voldoen aan de in de Nota grondbeleid 2021 opgenomen norm. Het grondbedrijf lijkt daarmee nog wel in staat om een langdurigere crisis in de periode 2023-2029 op te vangen maar de marges zijn ten opzichte van eerdere berekeningen wel aanzienlijk afgenomen. Aan de andere eisen uit de Nota grondbeleid wordt overigens wel voldaan: de reserve wordt niet negatief.

risicoscenario

bedragen x € 1.000,Einde

Voorraden/

jaar

Boekw aarde GB Grondbedrijf

Voorziening

Reserve

Norm cf nota

Grondbedrijf

grondbeleid 2021

2023

66.785

13.142

4.234

10.372

2024

60.564

5.639

4.782

8.801

2025

51.853

4.708

5.563

7.765

2026

50.802

4.802

5.689

7.502

2027

43.170

3.321

4.950

7.070

2028

39.469

3.737

5.482

6.730

2029

33.562

4.044

6.515

5.450

2030

22.542

4.724

6.957

3.927

2031

13.593

2.691

8.386

3.886

2032

6.482

2.781

6.301

2.979

2033

7.940

2.837

6.962

2.144

2034

6.232

500

9.587

1.832

2035

4.456

510

10.023

1.526

2036

2.438

1.020

9.850

1.207

2037

773

1.040

9.994

894

2038

-943

1.161

9.953

583

2039

150

1.213

10.420

419

2040

475

0

10.213

233

2041

220

0

10.004

0

2042

-40

0

9.787

0

2043

-305

0

9.561

44

- 22 -

- 23 -

- 24 -

8.

EINDCONCLUSIES EN VOORSTELLEN 8.1 Eindconclusies De eindconclusies welke uit deze nota getrokken kunnen worden zijn: 1) In het doorgerekende basisscenario worden de doelstellingen uit het actieplan grondbedrijf nog net gerealiseerd. In 2030 is het saldo van de reserve hoger dan de netto boekwaarde van de dan nog resterende complexen. In het actieplan grondbedrijf was de doelstelling opgenomen om deze situatie uiterlijk in 2030 te bereiken. Op eindwaarde is sprake van een plus. Ten opzichte van voorgaande berekeningen wordt de doelstelling steeds later bereikt en neemt de verwachte plus op eindwaarde af. 2) In het risicoscenario wordt de doelstelling om een reserve te hebben gelijk aan de dan nog resterende boekwaarde in 2034 gehaald. Ook in dit scenario is op eindwaarde sprake van een plusje. De reserve blijft gedurende de gehele looptijd wel positief en voldoet daarmee aan de eisen uit de Nota grondbeleid. De marge wordt echter wel krap. 3) In het basisscenario wordt vanaf eind 2024 voldaan aan de in de Nota grondbeleid opgenomen norm voor de reserve grondbedrijf waarbij deze minimaal 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie moet bedragen en 10% van de nog voor deze plannen te maken kosten. In het risicoscenario is dat pas vanaf eind 2029 het geval. 4) Voor een viertal locaties is rekening gehouden met interne bijdragen (algemene reserve).

Voor de locaties voormalig politiebureau Buitenruststraat, Dauwendaele en Swerfrust gaat het om het afdekken van een bij voorbaat onrendabele top. Bij de locatie Trekdijk om grond te kunnen gebruiken als zonnepark. Als deze bijdragen niet uit de algemene reserve komen zou dit ten laste moeten van de reserve

5)

6)

7)

grondbedrijf. In het basisscenario zou dat nog kunnen maar in het risicoscenario is de reserve grondbedrijf daarvoor ontoereikend. Als de voorziene ontwikkelingen aan de noordzijde van Arnemuiden geen doorgang zouden kunnen vinden omdat het niet mogelijk is om afdoende verkeersoplossingen te maken, heeft dit tot gevolg dat op het moment dat dat duidelijk wordt € 1,0 miljoen moet worden afgeboekt en dat er sprake is van winstderving van € 3,6 miljoen. Op grond van het basisscenario, maar ook het risicoscenario zijn in beginsel verder nog geen andere bijdragen vanuit de reguliere exploitatie nodig. Vanaf 2025 is het mogelijk om zonder af te wijken van de normen in de Nota grondbeleid desgewenst middelen aan het grondbedrijf te onttrekken. De doelstelling vanuit het Actieplan grondbedrijf wordt in dat geval wel nog verder naar achter geschoven en waarschijnlijk niet meer in 2030 gehaald. De nieuwe Omgevingsvisie is af. In de zoektocht naar (nieuwe) woningbouwlocaties zijn inmiddels een aantal keuzes gemaakt. Tevens is een investeringsfonds gevormd buiten het grondbedrijf. Afhankelijk van de ambities in die omgevingsvisie en de definitieve keuzes voor woningbouw- en bedrijfslocaties is wellicht ook geld vanuit het grondbedrijf nodig om deze te realiseren. In 2024 zal dit nader onderzocht worden.

Gelet daarop lijkt het verstandig om vooralsnog terughoudend te zijn met onttrekkingen aan de reserve grondbedrijf. Zeker gelet op de steeds minder gunstig worden verwachtingen waar het gaat om de ontwikkeling van het saldo van deze reserve.

8.2 Advies Geadviseerd wordt om de gemeenteraad voor te stellen om kennis te nemen van de doorrekening 2023-2043.

- 25 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14138044/1