CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota risico grondbedrijf Middelburg 2022-2042 (openbare versie)

Commissie Ruimte 22 mei 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie Doorrekening Grondbedrijf 2022-2024 - geagendeerd op verzoek van Wilfried Boonman (VVD) en Ad van de Kreeke (D66)6.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GRONDBEDRIJF MIDDELBURG 2022-2042 Openbare samenvatting doorrekening en risicoanalyse per februari 2023

Onno van de Velde Wilbert Dingemanse Ad van den Kieboom Leefomgeving Maart 2023

Afbeeldingen voorzijde : Veersepoort, Sint Laurens, Siloplein.

1.

INLEIDING EN VERANTWOORDING

Per peildatum februari 2023 is weer een nieuwe doorrekening gemaakt van het grondbedrijf van de gemeente Middelburg voor de periode tot en met 2042. Het resultaat daarvan is te vinden in de vertrouwelijke nota ‘Grondbedrijf Middelburg 2022-2042, doorrekening en risicoanalyse per februari 2023’. De vorige doorrekening waarmee vergeleken wordt dateert van februari 2022. Naast een basisscenario is ook een risicoscenario uitgewerkt. Tevens wordt ingezoomd op een aantal specifieke risico’s. De berekeningen en analyses dateren van februari, met een uitloop naar begin maart. De tekst is eind maart afgerond. De genoemde nota is net zoals haar voorgangers vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor intern gebruik. Om die reden is deze openbare samenvatting gemaakt. Deze kent grotendeels dezelfde opzet als de doorrekening zelf, waarbij vertrouwelijke informatie (inclusief de meeste bijlagen eruit is gehaald en de tekst deels is samengevat. De nummering van de hoofdstukken en paragrafen correspondeert met die uit de complete doorrekening. Ad van den Kieboom, Wilbert Dingemanse en Onno van de Velde Maart 2023

-3-

2.

BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE VORIGE DOORREKENING (FEBRUARI 2022)

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige doorrekening zijn: 1.

Scenario’s woningbouw In de vorige doorrekening werden voor 2022 en 2023 recordomzetten verwacht voor het grondbedrijf. Deels had dat te maken met plannen die eerder waren vertraagd door juridische procedures (Sint Laurens, Veersepoort fase V, Mortiere SOK) dan wel anderszins (Essenvelt, Rittenburg III) en die naar verwachting dan uiteindelijk in 2022 toch op de markt zouden komen. Anderzijds met dat waar beleidsmatig (vanuit de provincie) eerder werd gesproken over krimp en voorkomen van overaanbod per 2022 werd vastgesteld dat er een enorm woningtekort is en dat vrijwel overal, ook in Zeeland, het motto “bouwen, bouwen, bouwen” zou moeten zijn. Tegelijkertijd, zoals in de vorige doorrekening ook werd benoemd, leidde het aantrekken van de woningmarkt ook tot schaarste aan personeel en materialen waardoor in de bouw zelf vertraging werd opgelopen en bouw- en woningprijzen sterk stegen. Het risico werd benoemd dat zich in de komende jaren een crisis zou kunnen gaan voordoen. Aangegeven werd dat de in die tijd recent optredende inflatie, extreme stijgingen van energieprijzen en angst voor bedreigingen zoals oorlog en epidemieën daar allemaal aan zouden kunnen bijdragen. Gesteld werd dan ook in de doorrekening dat 2022 en 2023 cruciale jaren zouden worden voor het grondbedrijf.

Als zich pas na 2022 of nog gunstiger na 2023 een crisis zou voordoen, zouden de gevolgen voor het grondbedrijf beperkt blijven

2.

-4-

Naast de al genoemde ongunstige voortekenen voor de woningmarkt kwam daar in 2022 nog de sterk stijgende hypotheekrente bij en ontstond verdere onzekerheid als gevolg van de maatregelen die worden genomen in verband met stikstof. Dit alles leid tot de paradoxale situatie dat er enerzijds een groot woningtekort is en dat anderzijds de woningmarkt (en dan met name de markt voor nieuwbouwwoningen) tot stilstand aan het komen is omdat veel mensen onder deze omstandigheden de woningen niet meer kunnen of willen betalen en tevens het bouwen veel moeilijker en duurder is geworden. Daarmee heeft in 2022 een crisis zijn intrede gedaan en is de feitelijk gerealiseerde omzet in 2022 ongeveer de helft lager dan vorig jaar nog mogelijk werd geacht (overigens nog steeds de hoogste omzet sinds 2006, zie ook paragraaf 5.1. Het aantal m² zal in 2006 echter wel aanzienlijk hoger zijn geweest omdat sindsdien de uitgifteprijzen ook sterk gestegen zijn). Dit zal in 2023 zeker niet worden ingehaald. Ook dit jaar zal die omzet achter blijven ten opzichte van de vorige doorrekening. De scenario’s zijn dan ook aangepast waarbij voor de eerst komende drie jaar wordt uitgegaan van een aanzienlijk lagere productie dan in de vorige doorrekening nog werd aangenomen. In het risicoscenario is aangenomen dat deze crisis geen drie jaar maar zeker zes jaar zal duren.

Aangepaste scenario’s bedrijventerrein In de vorige doorrekening werd er van uit gegaan dat de eerste fase van Trekdijk in 2023 gereed zou kunnen zijn voor verkoop en dat, gelet op de vraag, ook daadwerkelijk verkoop zou plaatsvinden. Het

plan ligt echter nog bij de Raad van State zodat die verkopen zeker nog niet in 2023 zullen plaatsvinden. Daarnaast hebben ook bedrijven te maken met de crisis die onder punt 1 is benoemd en zal dat waarschijnlijk leiden tot een wat langere doorlooptijd dan vorig jaar nog mogelijk werd geacht. We hebben in 2022 gezien dat er wel veel belangstelling is maar dat in een aantal gevallen financiering uiteindelijk een probleem voor bedrijven vormde. 3. Nieuw vastgestelde exploitatieopzet voor de locatie Churchilllaan en in 2022 herziene opzetten voor een aantal lopende exploitaties 4. Nieuwe uitgangspunten voor enkele locaties a. Ramsburg Watergang. Aanvankelijk werd hier uitgegaan van uitgifte aan twee grote bedrijven. Recent is een nieuwe verkaveling gemaakt waarbij drie kavels worden uitgegeven en een insteekweg wordt gemaakt. Deze herziening is nog niet aan de gemeenteraad voorgelegd maar wordt al wel in deze doorrekening meegenomen omdat op basis van deze nieuwe opzet grondverkopen in voorbereiding zijn. b. Voormalig politiebureau Buitenruststraat. De gemeenteraad heeft op 15 december 2022 toestemming gegeven om dit pand aan te kopen en hiervoor een krediet beschikbaar gesteld. Uitgangspunt is dat hier sociale huurwoningen zullen worden gerealiseerd wat betekent dat op basis van het aankoopbedrag meteen een verlies zal moeten worden genomen.

Dit verlies zal ten laste worden gebracht van de algemene middelen. Voor de daarna resterende boekwaarde (€ 1,1 miljoen) is nu als uitgangspunt genomen dat deze kostendekkend kan worden ontwikkeld voor sociale huur appartementen en dat het eigendom medio 2026 kan worden overgedragen. In de doorrekening is nu aangenomen dat eind 2023 de aankoop zal plaatsvinden, maar omdat de politie

5.

-5-

momenteel het pand nog in gebruik heeft lijkt 2024 als aankoopjaar eigenlijk waarschijnlijker. Aangepaste parameters/eenheidsprijzen/verkoopprijzen Het rentepercentage is ten opzichte van de vorige berekening niet gewijzigd (langdurig 1,6%). Ten opzichte van 2022 zijn de eenheidsprijzen voor bouw- en woonrijp maken waarmee gerekend is met gemiddeld 15 % verhoogd om tot prijspeil 2023 te komen. De uitgifteprijzen voor bouwgrond zijn eveneens aangepast aan prijspeil 2023. Ten opzichte van vorig jaar zijn deze prijzen in de meeste exploitaties met circa 2% verhoogd. Voor 2024 en 2025 wordt gerekend met een prijsstijging van 5% per jaar voor de kosten en 2% voor de opbrengsten. Vanaf 2026 wordt ook voor de kosten gerekend met 2%.

3.

UITGANGSPUNTEN BEREKENINGEN

3.1 Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de doorrekening wordt rekening gehouden met diverse beleidsdocumenten en afspraken met andere overheden en met de corporaties. De belangrijkste daarvan zijn: - Het Actieplan Grondbedrijf - De bevolkings- en huishoudensprognose Provincie Zeeland 2022 en het woningmarktonderzoek door de Stec Groep voor de vastgestelde Woonvisie 2023-2027 - De Zeeuwse Woondeal - De vastgestelde Nota Grondbeleid - De Kwaliteitsatlas Middelburg 2030 - De convenanten/prestatieafspraken met de woningcorporaties Woongoed Middelburg en Woningbouwvereniging Arnemuiden - Vastgestelde exploitatieopzetten - Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Parameters grondbedrijf De parameters voor prijs- en opbrengststijging zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige doorrekening en in lijn met de Outlook Grondexploitaties 2023 zoals die door Metafoor is uitgebracht. Naar prijspeil 2023 toe zijn de gebruikte eenheidsprijzen verhoogd met 15%. Berekeningen zijn op prijspeil 2023, zodat prijs- en opbrengststijging vanaf 2024 wordt berekend. Het te hanteren rentepercentage vanaf 2023 is 1,6%. Dit percentage is overgenomen uit de jaarlijkse richtlijnen voor de planning en controlcyclus. De werkelijke rente over 2022 was 1,35%. Rente

Kostenstijging Opbrengstenstijging Onvoorzien

De tabel hieronder geeft de belangrijkste conclusies weer van de Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose uit 2022. Voor de gemeente Middelburg wordt voor de gehele periode een aanzienlijke huishoudensgroei verwacht.

Gemeente

Groei huishoudens 2022-2031

Groei huishoudens 2032-2039

Middelburg

2.045

1.154

Veere

397

39

Vlissingen

2.234

1.318

Totaal Walcheren

4.676

2.511

Voorbereiding en toezicht

1,6% voor bouwgrond in exploitatie (bie); aan de strategische gronden (mva) mag geen rente worden toegerekend 5% voor 2024 en 2025 en 2% vanaf 2026 2% vanaf 2024 15% in haalbaarheidsberekeningen, 10% in lopende exploitaties als onderdeel van het bouw- en woonrijp maken 12% over de nog te maken kosten van het bouw- en woonrijp maken of op basis van een urenraming

3.2 Analyse huidige marktsituatie Een (beperkte) analyse van de markt binnen de gemeente, waarbij wordt gekeken naar de woningmarkt en de markt voor bedrijven, kantoren en detailhandel.

-6-

Woningmarkt De woningmarkt is in 2022 sterk veranderd. Dit blijkt uit:  De gemiddelde verkoopprijs die op jaarbasis landelijk met 6,4% is gedaald (in 2021 was er een stijging van 20,7%) en voor de Zeeuwse eilanden met 0,9% is gestegen (in 2021 was er een stijging van 15,5%)  De gemiddelde verkoopprijs per m2 die op jaarbasis landelijk met 4,1% is gedaald (in 2021 per m2 +21,4%) en voor de Zeeuwse eilanden met 0,1% is gestegen (in 2021 per m2 +18,9%)  Het aantal transacties dat landelijk met 8% is afgenomen (in 2021 een afname van 23%) en op de Zeeuwse eilanden met 1% is toegenomen (in 2021 een afname van 28%)

beschikbaar. In 2021 zijn er in de gemeente Middelburg 590 woningen verkocht. Ter vergelijking: half 2015 stonden er in Middelburg 550 woningen te koop. In Arnemuiden stonden er in Arnemuiden 51 huizen te koop, waarvan 32 vrij beschikbaar. Voor een groot deel is het toegenomen aanbod overigens te danken aan nieuwbouwlocaties die in verkoop zijn gebracht. De afgenomen spanning op de woningmarkt wordt vooral veroorzaakt door de gestegen hypotheekrente, daarnaast zijn er het afgelopen jaar de nodige onzekerheden bijgekomen (stijgende energiekosten, inflatie, oorlogsdreiging et cetera) wat de mobiliteit niet bevordert. Voor nieuwbouwwoningen is dit nog een veel groter probleem dan voor bestaande woningen, omdat de kosten van nieuwbouw de afgelopen jaren enorm gestegen zijn en kopers de onzekerheid over moment van oplevering en tussentijds stijgende prijzen lastig vinden. Opvallend is dat de prijzen in Zeeland in de bestaande bouw in februari 2023 weer 2,6% hoger lagen dan de maand ervoor. Makelaars geven ook aan dat kopers bij vergelijkbare woningen vaker de keuze maken voor een bestaande woning, vanwege de zekerheid die dit hun biedt, soms zelfs terwijl de prijs hoger ligt dan voor een vergelijkbare nieuwbouwwoning.

In de publicaties van de NVM wordt een krapte-indicator berekend waarbij het aanbod aan het begin van het kwartaal wordt gedeeld door het aantal transacties in dat kwartaal. Voor Nederland is de krapteindicator veranderd van 1,3 in het 3e kwartaal van 2021 naar 3,2 in het 4e kwartaal van 2022. Voor de Zeeuwse eilanden bedroeg de krapte in het 4e kwartaal van 2021 1,6 en in het 4e kwartaal van 2022 was dit 3,2. Zowel in Nederland als op de Zeeuwse eilanden heeft een potentiële koper dus meer keuzemogelijkheden. Landelijk en in onze regio is niet alleen het aanbod toegenomen maar ook de tijd dat een woning te koop staat. De verkooptijd is in Nederland en onze regio met 7 dagen toegenomen (respectievelijk 30 en 32 dagen).

De gevolgen van het stagneren van verkopen in de nieuwbouw zijn in 2022 ook in het eigen grondbedrijf al te merken. Het verkooptempo in plannen als Essenvelt, Rittenburg III en Sint Laurens. ligt een stuk lager dan waar vorig jaar nog van uit gegaan werd. In de vorige doorrekening werd nog gesteld dat in alle woningbouwplannen de verkoop van zowel kavels als woningen uitstekend verliep en dat de reden dat dit in 2021 nog niet had geleid tot grote grondverkopen enerzijds kwam door vertragingen in het bouwrijp maken en anderzijds door oponthoud als

Op 12 januari 2023 stonden er in de stad Middelburg via Funda 285 woningen te koop. Dat is een toename t.o.v. maart 2021 toen er 125 woningen te koop stonden en ook meer dan eind 2019 toen er 213 huizen te koop werden aangeboden. Van de 285 huizen zijn er 198 vrij

-7-

gevolg van beroeps- en andere procedures. En dat ook de planvorming voor nieuwe locaties geen gelijke tred kon houden met de ontwikkeling van de vraag waardoor de omzet tot dan toe aanzienlijk lager was dan mogelijk zou zijn geweest bij voldoende gereed (bouwrijp) aanbod. De verwachting was dat in 2022 en 2023 een belangrijk deel van deze achterstand kon en zou worden ingelopen, omdat diverse woningbouwplannen begin 2022 in verkoop zouden gaan (Veersepoort, Essenvelt, Rittenburg, Sint Laurens). Deels is dat wel gelukt. De woningen in het plan Veersepoort fase V en de vrije kavels in Essenvelt werden nog verkocht in de tijd dat de hypotheekrente nog niet zo gestegen was. De verkoop in plannen die daarna in verkoop kwamen ging een stuk moeilijker. Daarnaast liep het plan voor Sint Laurens vertraging op in het bouwrijp maken. Hierdoor is de omzet in 2022 net iets meer dan de helft van de verwachting in het begin van dat jaar.

ingesteld. De zitting bij de Raad van State heeft inmiddels plaats gevonden. In de loop van 2023 wordt een uitspraak verwacht. Ten opzichte van de verwachting begin 2022 is iets minder dan de helft daadwerkelijk gerealiseerd. Een deel van de geplande verkopen is verschoven naar 2023 en voor een ander deel geldt dat de betreffende bedrijven hun financiering niet rond konden krijgen waardoor de verkoop niet door gaat. Kantoren en detailhandel In Zeeland is de omvang van de kantorenmarkt beperkt en worden nauwelijks kantoren op risico gebouwd. De markt bestaat vooral uit eigenaren/gebruikers. Uitgangspunt is dat de vraag redelijk beperkt zal blijven en dat het vooral zal gaan om verhuizingen vanuit bestaande kantoren. Naast de kantorenlocaties die al bestemd of in voorbereiding zijn (Ramsburg, Veldzigt) worden geen nieuwe locaties voorbereid. Gelet op de beperkte kantorenmarkt is bij Ramsburg gekozen om ook andere representatieve bedrijven mogelijk te maken langs de nieuwe Oostperkweg. Inmiddels hebben zich diverse bedrijven maar ook nieuwe kantoren op Ramsburg gevestigd en is er nog steeds concrete belangstelling van verschillende organisaties voor nieuwe (veelal kleinere) kantoren.

Bedrijven Ook voor bedrijventerrein was begin 2022 sprake van nog steeds toenemende belangstelling. De verkopen op Ramsburg en vooral Mortiere Bedrijventerrein Zuid zijn de afgelopen jaar voorspoedig verlopen. Ook voor Mortiere Ensemble is belangstelling maar hier hebben nog geen daadwerkelijke verkopen plaatsgevonden. De bedoeling is om meer aanbod te scheppen, zowel door herstructurering (Ramsburg hoogwaardig bedrijventerrein, ook geschikt voor kleinere bedrijven) als door een nieuwe locatie (Trekdijk) te ontwikkelen, waardoor er op Arnestein ook weer ruimte vrij kan komen voor wat kleinere bedrijven. De ontwikkeling van Trekdijk heeft vertraging opgelopen als gevolg van het participatietraject en het langer duren van politieke besluitvorming dan waar rekening mee was gehouden. In 2021 is het bestemmingsplan voor de eerste fase vastgesteld. Hiertegen is beroep

In de detailhandel in het centrum van Middelburg is relatief weinig leegstand. Dit is opmerkelijk als dit wordt vergeleken met de andere steden in de regio zuidwest. Uitbreiding van het stadswinkelcentrum wordt niet verwacht. In Dauwendaele werd geprobeerd het bestaande winkelcentrum te herstructureren. Inmiddels is gebleken dat het niet gaat lukken om overeenstemming te krijgen met de verschillende eigenaren binnen de beschikbare budgetten, zodat dit niet door zal gaan. De

-8-

gemeente heeft nu het ontmoetingscentrum verkocht en zal uit de opbrengst het openbaar gebied opknappen (parkeerterrein en passage). Een en ander speelt zich overigens af buiten het grondbedrijf.

Vergelijking woningbouwaantallen basisscenario Periode

Landbouwgronden In 2016 en 2017 zijn de gronden waarvoor in de toekomst geen andere bestemming meer wordt overwogen dan agrarisch allemaal verkocht met uitzondering van de gronden in Cleene Hooge die voor een groot deel een agrarische bestemming zullen houden. De prijsontwikkeling is van belang om te bezien of de waardering van deze gronden nog marktconform is en ook voor wanneer er afgewaardeerd zou moeten worden. De prijzen voor agrarische gronden zijn, na eerdere stijgingen en een kleine daling in 2021 in 2022 opnieuw (sterk, circa 8%) gestegen. Afwaardering is dan ook niet aan de orde.

berekening februari 2022

berekening februari 2023

waarvan op eigen gronden februari 2022 februari 2023

2024-2028 2029-2033 2034-2038 2039-2043

1.175 375 250 170

1.050 930 275 190

945 195 45 15

790 540 80 20

Totaal

1.970

2.445

1.200

1.430

Het verschil in de periode 2024-2028 met de vorige berekening lijkt beperkt maar daarbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat de meeste woningen in het basisscenario van 2022 in de eerste twee jaar van die periode zaten en in het nieuwe basisscenario in de laatste drie jaar.

3.3 Uitgangspunten basisscenario: woningbouwprogramma De berekeningen in het basisscenario corresponderen met een woningbouwprogramma dat in de volgende tabel is weergegeven. Tevens is weergegeven welk programma correspondeerde met de voorgaande berekening van februari 2022. Het nieuwe programma telt meer woningen dan het programma uit de vorige doorrekening. Dit zijn deels circa 255 nieuw geplande woningen op eigen locaties (het Zwin, Churchilllaan, Mortiere SOK en Buitenruststraat) en deels 275 extra woningen op locaties van derden, waarvan het merendeel nog niet aan locaties is toegeschreven (ruim 200).

3.4 Uitgangspunten basisscenario: bedrijventerreinen De berekeningen in deze doorrekening corresponderen grofweg met een bedrijventerreinprogramma in de tabel hieronder. Vergelijking uitgifte bedrijventerrein basisscenario in ha Periode

-9-

berekening februari 2022

berekening februari 2023

2023 2024-2028 2029-2033 2034-2038 2039-2043

6,0 10,2 0,5 0,0 0,0

1,8 11,0 4,9 0,0 0,0

Totaal

16,7

17,7

In deze tabel zijn overigens alleen de echte (bestaande of voorgenomen) bedrijventerreinen (Mortiere zuid en Trekdijk) betrokken, niet de meer bijzondere en/of kantoorachtige terreinen Ramsburg, Mortiere Ensemble en Stromenpoort. Deze richten zich op bijzondere doelgroepen die niet onder de scope van de studies naar behoefteraming voor bedrijventerreinen vallen.

- niet-verwachte verliezen (risico’s) op te kunnen vangen. Verwachte verliezen - Voorziening grondbedrijf Voor de verwachte verliezen op de bouwgrond in exploitatie (bie) geldt dat hiervoor een voorziening (voorziening grondbedrijf) gevormd moet worden. Voor de risico’s, die tot niet verwachte verliezen kunnen leiden, moet een buffer aanwezig zijn c.q. gevormd worden. Deze buffer is de reserve grondbedrijf, waarover later meer. De voorziening grondbedrijf wordt, op contante waarde, gevormd ten laste van de reserve grondbedrijf. Zodra de verlieslatende plannen worden afgesloten kon het negatieve resultaat worden verrekend met het daarvoor beschikbare bedrag in de voorziening grondbedrijf. Per 31 december 2022 is het saldo van de voorziening grondbedrijf ruim € 6,4 miljoen. De specificatie hiervan staat in de tabel hieronder :

In 2022 is opnieuw een aanzienlijk deel van de grondvoorraad in Mortiere Zuid verkocht. Er zijn echter ook een aantal voorziene verkopen niet doorgegaan, waardoor op moment van schrijven (maart 2023) nog 2 hectare vrij beschikbaar is in dit plan. Voor Trekdijk is een bestemmingsplan voor de eerste fase vastgesteld waar tegen beroep is ingesteld. Deze grond is dus nog niet beschikbaar, maar er is al wel belangstelling voor getoond. In 2022 is een bedrijventerreinprogramma voor Walcheren tot stand gekomen. Dit loopt tot en met 2026 en voorziet in 5 hectare voor de eerste fase van Trekdijk. Daarna zou de resterende 10 hectare kunnen worden ontwikkeld. Ten behoeve hiervan is een uitwerkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen.

Voorziening grondbedrijf per 31-12-2021

3.5 Uitgangspunten reserve, voorziening en winstneming Het beleid ten aanzien van de reserve en voorziening grondbedrijf, alsmede dat ten aanzien van winst- en verliesneming is opgenomen in de Nota grondbeleid 2021. Uitgangspunt uit de Nota grondbeleid is dat het grondbedrijf voldoende middelen moet hebben om: - verwachte verliezen op te kunnen vangen;

Restkavels Veldzigt

nakomende kosten

€

10.000

Waterpark Veerse Meer

nakomende kosten

€

10.000

Kanaalw eg West

nakomende kosten

€

5.000

Rittenburg I/II

nakomende kosten

€

95.000

Sprencklaan

nakomende kosten

€

2.000

Sportlaan

nakomende kosten

€

173.000

Mortiere Bedrijventerrein Zuid

verw acht verlies in exploitatie

€

1.704.000

Rittenburg III

verw acht verlies in exploitatie

€

878.000

Ramsburg Dampoorthof

verw acht verlies in exploitatie

€

620.000

Herstructurering Arnestein

verw acht verlies in exploitatie

€

697.000

Punt Arnestein

verw acht verlies in exploitatie

€

247.000

Ramsburg w atergang

verw acht verlies in exploitatie

€

118.000

Trekdijk

verw acht verlies in exploitatie

€

1.011.000

Sint Laurens Zuid

verw acht verlies in exploitatie

€

855.000

€

6.425.000

Totaal

- 10 -

Voor de plannen Mortiere bedrijventerrein zuid, Rittenburg III, Ramsburg Dampoorthof, Ramsburg watergang, Herstructurering Arnestein, Punt Arnestein, Koudekerkseweg 14 en Trekdijk is een verliesgevende exploitatieopzet vastgesteld. Doordat de grond op Koudekerkseweg 14 tegen een hogere prijs verkocht kan worden (er heeft in 2022 een inschrijving plaatsgevonden) wordt daar geen verlies meer verwacht. Daar staat tegenover dat op Sint Laurens Zuid wat aanvankelijk kostendekkend kon zijn nu wel een verlies wordt verwacht omdat de gestegen kosten van bouw- en woonrijp maken niet meer kunnen worden gedekt door grondopbrengsten. De plannen Restkavels Veldzigt, Waterpark Veerse Meer, Kanaalweg West, Rittenburg I/II, Sprencklaan en Sportlaan zijn afgesloten. In deze complexen is alle grond verkocht. Het gaat hier om bedragen voor nakomende kosten.

-

-

Niet verwachte verliezen/risico’s - Reserve grondbedrijf De reserve grondbedrijf is bedoeld: - om risico’s in de grondexploitatie (niet zekere maar wel mogelijke verliezen) op te vangen (buffer); - om tijdig voorzieningen te kunnen vormen voor in de toekomst verwachte financieel nadelige (maar wel maatschappelijk gewenste) exploitaties; - om onvermijdbare verliezen op strategische aankopen (buiten exploitatie) op af te boeken. Voor de reserve grondbedrijf waren in de Nota grondbeleid 2021 normen vastgesteld: - Op eindwaarde is het saldo van de reserve positief; - Bij doorberekening van een risicoscenario is het saldo eveneens positief op eindwaarde;

- 11 -

Bij doorberekening van een risicoscenario wordt de reserve de eerstkomende vijf jaar niet negatief; De reserve grondbedrijf dient minimaal 10% van de netto boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie + 10% van de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie te zijn. Bij een hogere reserve kan desgewenst afgewogen worden om het meerdere in te zetten voor andere doeleinden door dit meerdere saldo of een deel daarvan toe te voegen aan de algemene reserve van de gemeente. De reserve grondbedrijf is maximaal gelijk aan de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie (doelstelling actieplan grondbedrijf) plus de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie. Als de reserve boven deze norm komt vindt in elk geval afdracht plaats aan de algemene reserve van de gemeente.

4. DE DIVERSE LOCATIES In de berekeningen voor het grondbedrijf wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. 2.

3.

van de gemeente) in beeld voor toekomstige ontwikkeling die al mee zijn genomen in deze doorrekening van het grondbedrijf.

Bouwgrond in exploitatie (bie) Dit zijn gronden waarvoor een exploitatieopzet is vastgesteld. Materiële vaste activa – strategische gronden Volgens de BBV zijn dit ‘overige gronden zonder vaste bestemming, die [op dit moment] geen onderdeel zijn van een transformatieproces’. Uitgangspunt hierbij is dat mogelijk op termijn een bouwgrondexploitatie wordt vastgesteld. Vanaf 2016 mogen geen kosten meer worden bijgeschreven op de boekwaarde zolang geen exploitatieopzet is vastgesteld. Voorraden/Overig. Dit betreft de voormalige woonwagenlocatie aan de Nieuwlandse Dreef die nu een negatieve boekwaarde heeft doordat deze grond om niet is overgegaan naar het grondbedrijf met een tegemoetkoming voor toekomstige saneringskosten. Daarnaast zijn in deze categorie de exploitaties door private partijen (faciliterend grondbeleid) opgenomen. Deze mogen conform het BBV geen boekwaarde hebben. Tegenover kosten die vooruitlopend op het ontvangen van een exploitatiebijdrage worden gemaakt wordt een post nog te ontvangen opgenomen en daar waar de exploitatiebijdrage al ontvangen is maar nog niet alle kosten zijn gemaakt wordt een post nog te maken kosten.

In de vertrouwelijke versie worden alle locaties nader toegelicht met daarbij aangegeven de stand van zaken, verwacht financieel resultaat en de risico’s.

Naast gronden die al een boekwaarde hebben of waarvoor overeenkomsten zijn gesloten, zijn er nog enkele locaties (in eigendom

- 12 -

5.

RISICO’S EN KANSEN

In de vertrouwelijke versie zijn algemene risico’s benoemd op het gebied van woningmarkt, economie, grondprijzen, politieke besluitvorming, participatie en (bestemmingsplan)procedures. Tegenover die risico’s staan ook kansen.

maken langer op een hoog niveau blijven en er tot en met 2029 minder ruimte is voor opbrengststijging. VERGELIJKING SCENARIO'S DOORREKENING GRONDBEDRIJF FEBRUARI 2023 feb-22

In de doorrekening zijn twee scenario’s opgenomen namelijk: een basisscenario een risicoscenario

Indicaties :

Hiernaast wordt het basisscenario vergeleken met het risicoscenario. Ook worden de huidige scenario’s vergeleken met die uit de vorige doorrekening van februari 2022.

In het risicoscenario wordt er uitgegaan van een conjuncturele crisis in de periode 2024-2028. De uitgangspunten van dit scenario zijn dat de crisis drie tot vier jaar langer duurt, de prijsstijgingen voor bouw- en woonrijp

- 13 -

risico

basis

risico

Woningaantallen 2024-2028

1.175

700

1.050

675

Woningaantallen 2029-2033

375

600

930

1.165

Woningaantallen 2034-2038

250

450

275

400

Woningaantallen 2039-2043

170

220

190

205

1.970

1.970

2.445

2.445

Totaal

Het basisscenario kent meer woningen dan in de vorige doorrekening. In de doorrekening is uitgegaan van 1.050 woningen in de periode 20242028 (510 t/m 2026) en tot en met 2033 van 1.980 woningen. In de periode 2034-2043 is gerekend met 465 woningen. Van al deze woningen gaat het om 2.445 woningen op eigen locaties. In het basisscenario zijn de uitgangspunten dat zich in de periode 2023-2025 een crisis voordoet op de woningmarkt en markt voor bedrijventerreinen. Daarna wordt uitgegaan van herstel en min of meer normale ontwikkeling op basis van het inzicht dat er sprake is van een woningmarkt en in verband daarmee een aanzienlijke bouwopgave.

basis

feb-23

Ha bedrijven 2023

6,0

3,0

1,8

0,9

Ha bedrijven 2024-2028

10,2

5,7

11,0

6,8

Ha bedrijven 2029-2033

0,5

5,0

4,9

9,0

Ha bedrijven 2034-2038

0,0

3,0

0,0

1,0

Ha bedrijven 2039-2043

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal

16,7

16,7

17,7

17,7

Opbrengststijging - vanaf 2025

2,00%

2,00%

Opbrengststijging - 2023 t/m 2024

2,00%

0,00%

Opbrengststijging - vanaf 2026

2,00%

Opbrengststijging - 2024-2025

2,00%

Opbrenfgststijging - vanaf 2030

2,00%

Opbrengststijging - 2024-2029

1,00%

Kostenstijging vanaf 2025

2,00%

2,00%

Kostenstijging - 2023-2024

2,00%

5,00%

Kostenstijging vanaf 2026

2,00%

Kostenstijging 2024-2025

5,00%

Kostenstijging vanaf 2030

2,00%

Kostenstijging - 2024-2029

5,00%

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de historische omzet van het grondbedrijf van de gemeente Middelburg vanaf 2005 :

woningmarkt. En dan zijn er nog de stikstof en CO2-maatregelen die bouwen steeds moeilijker maken.

Om verschillende redenen werd begin vorig jaar voor 2022 nog een recordomzet verwacht (ruim € 30 miljoen) waarmee de vertraging van de jaren daarvoor zou worden ingelopen. Uiteindelijk is deze omzet niet behaald als gevolg van het feit dat meerdere plannen vertraging hebben opgelopen, onder andere door beroepsprocedures, een faillissement van een projectontwikkelaar en te weinig capaciteit voor de voorbereiding van het bouwrijp maken.

Voor bedrijvigheid (bedrijven/kantoren) kan geconstateerd worden dat er de afgelopen jaren sprake was van een toenemende belangstelling die zich heeft vertaald in verkopen van grond op Ramsburg, Arnestein (uitverkocht) en Mortiere Bedrijventerrein Zuid (nog 2 hectare vrij beschikbaar). Een nieuwe crisis zal voor deze reeds lopende plannen dan waarschijnlijk ook geen grote gevolgen hebben. Dat kan wel het geval zijn voor Trekdijk en voor herstructurering Arnestein. Voor Trekdijk is het verder nog afwachten wat de Raad van State gaat besluiten.

Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de achterstand die in 2022 is opgelopen in de eerstkomende jaren snel goed gemaakt gaat worden. De gestegen bouwkosten leiden enerzijds tot duurdere woningen en de gestegen hypotheekrente tot afnemende mogelijkheden om zo’n woning te kopen. Daarnaast zijn de in 2022 opgetreden inflatie welke in 2023 nog doorloopt, de extreme stijgingen van energieprijzen en angst voor bedreigingen zoals oorlog en epidemieën ook niet bevorderlijk voor het aantrekken van de

Om risico’s zoveel mogelijk te beperken is het van belang om voortvarend te kunnen werken aan planontwikkeling en bestemmingsplannen, zodat gronden bouwrijp kunnen worden gemaakt en in verkoop kunnen worden gebracht. Uiteindelijk is dit het belangrijkste instrument om risico’s te beheersen. Verder is flexibiliteit in bestemmingsplannen van belang zodat gemakkelijker ingespeeld kan worden op gewijzigde omstandigheden en niet nieuwe procedures noodzakelijk zijn.

Verder is een inventarisatie gemaakt van een aantal andere specifieke risico’s die zich kunnen voordoen. Deze zijn in een aantal gevallen meegenomen in de berekening van het risicoscenario en in andere gevallen niet. In de vertrouwelijke versie is dit nader toegelicht.

Voor specifieke risico’s is maatwerk nodig.

- 14 -

Voor zover gronden tijdelijk in beheer zijn, is het van belang om deze gronden goed te beheren en daarbij een, over langere tijd bezien, zo optimaal mogelijke opbrengst te genereren. De huidige werkwijze met eenjarige pachten kan daarvoor worden gecontinueerd. Door de verkoop van een aantal landbouwgronden en enkele andere objecten is de omvang van het tijdelijk beheer afgenomen. Indien risico’s zich toch voordoen en het grondbedrijf deze niet op kan vangen, zullen middelen vanuit de reguliere exploitatie naar het grondbedrijf moeten komen.

- 15 -

6.

RESULTATEN DOORBEREKENING BASISSCENARIO

6.1 Resultaat In de tabel hieronder en de grafiek op pagina 18 is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf weergegeven voor het basisscenario. Ontwikkeling financiele positie grondbedrijf

In de tabel wordt de reserve grondbedrijf gerelateerd aan de norm zoals die in de Nota grondbeleid 2021 is opgenomen. In de grafiek is deze vergelijking ook opgenomen en wordt tevens vergeleken met de vorige doorrekening.

basisscenario

In het basisscenario blijkt dat eind 2029 het saldo van de reserve grondbedrijf hoger zal zijn dan de netto boekwaarde (boekwaarde -/voorziening grondbedrijf) van de complexen. Op dat moment is de huidige boekwaarde ruimschoots terugverdiend en wordt de doelstelling uit het actieplan grondbedrijf bereikt (2030 was daar de richtdatum). In de vorige doorrekening was dit nog eind 2026. Oorzaak van deze latere datum is de crisis zoals die in het model voor 2023-2025 is opgenomen. In dit scenario zijn in principe geen nieuwe bijdragen vanuit de reguliere exploitatie ten gunste van het grondbedrijf nodig. Benadrukt moet worden dat het hier slechts om een model gaat en dat dit geen voorspelling of verwachting is over hoe die crisis daadwerkelijk gaat verlopen. Met de gekozen uitgangspunten kom je uit op deze resultaten.

bedragen x € 1.000,Einde

Voorraden/

jaar

Boekwaarde GB Grondbedrijf

Voorziening

Reserve

Norm cf nota

Grondbedrijf

grondbeleid 2021

2022

69.199

6.425

8.268

11.786

2023

67.743

6.252

10.113

10.482

2024

64.836

6.377

11.577

9.549

2025

58.579

6.242

12.436

9.658

2026

49.519

4.940

13.921

8.264

2027

39.889

3.030

15.974

6.566

2028

24.748

2.101

19.247

5.042

2029

15.031

2.143

23.178

3.338

2030

4.245

1.184

26.696

1.808

2031

2.419

1.208

29.429

1.300

2032

1.485

0

31.531

977

2033

-212

0

33.234

727

2034

-1.977

0

35.007

474

2035

-3.222

0

37.253

258

2036

-3.881

0

38.828

101

2037

-1.818

0

40.955

144

2038

-1.782

0

42.076

81

2039

-1.760

0

43.208

15

2040

-1.585

0

44.552

0

2041

-1.385

0

45.910

0

2042

795

0

47.113

0

Ten opzichte van de berekening uit februari 2022 is de netto boekwaarde eind 2023 circa € 3,5 miljoen hoger. De omzet was in 2022 € 13,7 lager dan in de vorige berekening was opgenomen. De voorziening grondbedrijf is per eind 2022 een kleine € 2 miljoen hoger dan in de vorige berekening en de winstneming, als gevolg van minder gerealiseerde verkopen, € 2,5 miljoen lager. Dat betekent ook dat er ook ruim € 6 miljoen minder aan kosten is gemaakt dan in de vorige berekening was opgenomen. Het werk in een aantal plannen heeft vertraging opgelopen (met name Sint Laurens Zuid, het Siloterrein (voormalig CZAV), Trekdijk en Essenvelt).

- 16 -

Voor de komende jaren wordt een geleidelijke afname van de boekwaarde verwacht. Deze afname zal minder snel zijn dan in de vorige doorrekening werd aangenomen, als gevolg van de gewijzigde omstandigheden en uitgangspunten. Het saldo van de reserve grondbedrijf stijgt op ongeveer dezelfde manier als in de vorige doorrekening maar wel minder snel en tot een uiteindelijk wat lager niveau. Eind 2042 is sprake van een nadelig verschil tussen de nieuwe berekening en de vorige van circa € 12 miljoen. Met betrekking tot de nieuwe norm is de constatering dat de reserve grondbedrijf eind 2022 nog niet aan deze norm voldoet maar dat in het basisscenario deze norm, ondanks de gewijzigde omstandigheden, toch al eind 2023 nagenoeg bereikt zou kunnen worden of anders in 2024. Dat was in de vorige doorrekening nog eind 2022. Het saldo van de reserve grondbedrijf is dan hoger dan 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie + 10% van de voor deze complexen nog te maken kosten.

- 17 -

- 18 -

6.2 Voorziening grondbedrijf Het BBV schrijft voor dat voor verwachte verliezen een voorziening moet worden gevormd. Deze moet toereikend zijn om op het moment dat een verliesgevend plan wordt afgesloten het verlies mee te verrekenen. Een verlies wordt dus genomen zodra dit wordt voorzien.

complexen of vrijval van de verliesvoorziening stijgt de boekwaarde in principe. In die gevallen staat tegenover de toegenomen boekwaarde ook een toename van de reserve grondbedrijf met hetzelfde bedrag. Voor 2023 geldt dat in de doorrekening een bedrag van circa € 16,7 miljoen aan opbrengsten is opgenomen en een bedrag van € 12,8 miljoen aan verwachte kosten.

Per eind 2022 is een bedrag van € 6,4 miljoen in de voorziening grondbedrijf aanwezig. Van de verlieslatende complexen wordt het laatste complex (Trekdijk) in de doorrekening in 2032 afgesloten. Daarna is geen voorziening meer nodig. In de periode tot 2032 is ten opzichte van de vorige doorrekening steeds sprake van omvangrijkere voorziening omdat de resultaten als gevolg van de huidige omstandigheden en de gebruikte aannames gemiddeld minder goed zijn dan die in de vorige doorrekening. In het kader van de BBV-voorschriften mag geen rekening meer gehouden worden met opbrengsten die later dan na tien jaar worden verwacht. Op basis van de huidige verwachtingen zullen alle opbrengsten in de nu lopende exploitaties binnen een periode van tien jaar worden ontvangen. 6.3 Verwachte kosten en opbrengsten In de grafiek op de volgende pagina is de verwachting van de kosten (paars) en opbrengsten (lichtblauw) voor het afgelopen jaar en de komende jaren (t/m 2032) weergegeven. In deze grafiek van kosten en opbrengsten is de rente niet meegenomen. In 2022 zijn er aanzienlijk meer opbrengsten ontvangen dan kosten gemaakt. Ook voor de komende jaren wordt in dit scenario voor alle jaren een royaal overschot aan opbrengsten ten opzichte van kosten verwacht. Als gevolg daarvan zal de boekwaarde dan ook jaarlijks dalen. Bij (verplichte) winstneming op

- 19 -

- 20 -

7.

RESULTATEN DOORREKENING RISICOSCENARIO

In de volgende tabel en grafiek (p. 21) is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf in het risicoscenario weergegeven. Ontwikkeling financiele positie grondbedrijf

In het risicoscenario eindigt de reserve grondbedrijf nog steeds positief maar uiteraard wel met een lager saldo (€ 18,5 miljoen minder) dan in het basisscenario. In dit scenario wordt er van uit gegaan dat de crisis nog drie tot vier jaar aanhoudt zodat in deze periode veel minder verkopen worden gerealiseerd dan in het basisscenario. Bovendien is tot 2030 de opbrengstijging lager en stijgen de prijzen voor kosten bouwrijp maken en plankosten in 2026-2029 nog steeds met 5% in plaats van 2%. In 20232024 leidt dit nog tot nauwelijks verschil met het basisscenario, wat ook logisch is want in deze periode is er nog relatief weinig verschil in de uitgangspunten. Vanaf 2025 leidt dat tot een veel minder snelle daling van de boekwaarde enerzijds en een minder snelle stijging van de reserve grondbedrijf anderzijds. In de periode 2025-2028 is zelfs sprake van een lichte daling van het saldo van deze reserve. Daarna stijgt deze geleidelijk aan weer. In dit scenario is pas in 2031 sprake van een situatie waarbij het saldo van de reserve grondbedrijf hoger is dan de netto boekwaarde van de complexen. In dit scenario wordt de doelstelling uit het actieplan (in 2030 resterende boekwaarde gelijk aan de reserve) dus net niet gehaald. Wel ligt het saldo vanaf 2024 steeds op of hoger dan de in de Nota grondbeleid 2021 opgenomen norm.

Het grondbedrijf lijkt daarmee in staat om een langdurigere crisis in de periode 2023-2029 op te vangen en in die situatie nog steeds de doelstellingen van het actieplan grondbedrijf te kunnen realiseren, zij het een jaar later dan de streefdatum. Ook aan alle andere eisen uit de Nota grondbeleid wordt voldaan: de reserve wordt niet negatief en voldoet aan de norm uit de nota grondbeleid.

risicoscenario

bedragen x € 1.000,Einde

Voorraden/

Voorziening

Reserve

jaar

Boekwaarde GB Grondbedrijf

Norm cf nota

Grondbedrijf

grondbeleid 2021

2022

69.199

6.425

8.268

12.429

2023

69.581

6.252

9.753

11.311

2024

66.915

6.877

10.574

10.491

2025

64.004

7.502

9.469

9.522

2026

59.920

8.102

9.277

8.594

2027

59.446

9.279

8.728

7.782

2028

50.975

8.678

8.796

8.409

2029

36.379

4.780

10.222

7.223

2030

29.521

5.021

11.763

5.701

2031

16.281

5.322

14.184

3.985

2032

8.719

5.593

16.777

1.808

2033

5.266

2.394

18.410

1.510

2034

3.681

2.452

20.148

1.275

2035

337

0

21.307

1.002

2036

-1.339

0

22.487

722

2037

-2.639

0

24.179

484

2038

-1.835

0

25.811

376

2039

-1.833

0

26.441

299

2040

-1.743

0

27.173

0

2041

-1.672

0

27.910

0

2042

-1.612

0

28.651

81

- 21 -

- 22 -

- 23 -

8.

EINDCONCLUSIES EN VOORSTELLEN

8.1 Eindconclusies De eindconclusies welke uit deze nota getrokken kunnen worden zijn: 1) In het doorgerekende basisscenario worden de doelstellingen uit het actieplan grondbedrijf gerealiseerd. In 2029 is het saldo van de reserve hoger dan de netto boekwaarde van de dan nog resterende complexen. In het actieplan grondbedrijf is als doelstelling opgenomen om deze situatie uiterlijk in 2030 te bereiken. Op eindwaarde is sprake van een stevige plus. 2) In het risicoscenario wordt de doelstelling om een reserve te hebben gelijk aan de dan nog resterende boekwaarde in 2031 gehaald. Ook in dit scenario is op eindwaarde sprake van een stevige plus en de reserve blijft gedurende de gehele looptijd positief en voldoet daarmee aan de eisen uit de Nota grondbeleid. 3) In het basisscenario wordt vanaf eind 2023 vrijwel voldaan aan de in de Nota grondbeleid opgenomen norm voor de reserve grondbedrijf waarbij deze minimaal 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie moet bedragen en 10% van de nog voor deze plannen te maken kosten. In het risicoscenario is dat vanaf eind 2024 het geval. 4) Als de voorziene ontwikkelingen in buitenstedelijk gebied geen doorgang zouden kunnen vinden heeft dit grote gevolgen voor het grondbedrijf en moet er geld bij. Enerzijds moet dan met een afwaardering rekening worden gehouden van ruim € 13,2 miljoen op contante waarde per 1 januari 2023.

Daarnaast is er dan ook nog een winstderving van ruim € 15,5 miljoen op contante waarde per 1 januari 2023. Om de doelstellingen van het actieplan grondbedrijf te kunnen halen is het dus noodzakelijk dat de nu voorziene ontwikkelingen in buitenstedelijk gebied in belangrijke mate, en met in financieel opzicht

5)

evenwichtig programma, doorgang kunnen vinden. Behalve financieel gezien zijn deze ontwikkelingen overigens ook nodig om voldoende woningen te kunnen bouwen en het bedrijventerrein te realiseren waar behoefte aan is. Op grond van het basisscenario, maar ook het risicoscenario zijn in beginsel geen bijdragen vanuit de reguliere exploitatie nodig. Vanaf 2024 is het mogelijk om zonder af te wijken van de normen in de Nota grondbeleid desgewenst middelen aan het grondbedrijf te onttrekken. De doelstelling vanuit het Actieplan grondbedrijf wordt in dat geval wel verder naar achter geschoven. Aan de nieuwe omgevingsvisie wordt gewerkt en de zoektocht naar (nieuwe) woningbouwlocaties loopt inmiddels. Afhankelijk van de ambities in die omgevingsvisie en de te maken keuzes voor woningbouw- en bedrijfslocaties is wellicht ook geld nodig om deze te realiseren. Gelet daarop lijkt het verstandig om terughoudend te zijn met onttrekkingen zolang de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld en nog niet duidelijk is hoe de realisatie van de daarin opgenomen ontwikkelingen bekostigd gaat worden.

8.2 Advies Geadviseerd wordt om de gemeenteraad voor te stellen om kennis te nemen van de doorrekening 2022-2042.

- 24 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12774272/1