Bijlage 1. Memo Adriaanse Van der Weel over amendement terrassenbeleid
Tekst van het document
Memo Van
: Anneloes Kester en Ad Schreijenberg
Aan
: Cor Helmendach
Inzake
: Gemeente Middelburg / advies terrassenbeleid
Dossiernr.
: 20250600
Datum
: 19 januari 2026
In de vergadering van de gemeenteraad van 18 december 2025 heeft de raad een amendement op het terrassenbeleid voor de situatie aan de Langeviele aangenomen.1 Het amendement luidt als volgt: -
-
Het deel van het terrassen in de winkelstraten wat zich op de vrije doorgang/opstelruimte bevindt, conform de terraskaart in bijlage 1 tot en met 11, opnieuw te vergunnen, mits dit deel binnen de door de veiligheidsdiensten geëiste termijn te verplaatsen is. Geen nieuwe terrassen toe te staan in de winkelstraten tegenover reeds vergunde terrassen.
Het terrassenbeleid bepaalt dat in de winkelstraten aan beide zijden een strook van twee meter wordt gereserveerd voor terrassen, zoals weergegeven in bijlagen 1 tot en met 11. Deze strook waarborgt een goede doorgang voor hulpdiensten. Dit betekent dat sommige bestaande terrassen moeten worden verkleind, terwijl andere ongewijzigd kunnen blijven. Het doel van het amendement is om geen onderscheid meer te maken tussen horecaondernemingen met een bestaand terras aan de Langeviele en andere locaties.2 Daarbij wordt opgemerkt dat de terrassen mobiel moeten zijn opgesteld dat zij binnen afzienbare tijd kunnen worden verplaatst zodat de hulpdiensten kunnen passeren. Op grond van het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ dat onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Middelburg, hebben de percelen aan de Langeviele de bestemming ‘centrum’. Binnen deze bestemming zijn detailhandel, bedrijven, kantoren, horeca en wonen toegestaan. Daarnaast gelden in deze straat gebiedsaanduidingen ‘relatiegebied’ waardoor het aantal horecagelegenheden is gemaximeerd. Het omgevingsplan staat toe dat tegenover een bestaande horecagelegenheid met terras nieuwe horeca wordt gevestigd. Ter waarborging van een goede doorgang is in het amendement opgenomen dat tegenover reeds bestaande terrassen geen nieuwe terrassen zijn toegestaan.
1 Amendement nummer 25-168/19.a.2. 2
In het amendement wordt de Langeviele als voorbeeld genoemd, maar het amendement heeft
betrekking op de terrassen in alle winkelstraten.
1/3
Hoewel het is toegestaan het bovenstaande op te nemen in het terrassenbeleid ter nadere invulling van de vergunningplicht voor terrassen op grond van artikel 2.17, vijfde lid, van de APV van de gemeente Middelburg, zien wij bij de beoordeling van nieuwe terrasvergunningen een risico. Dit risico lichten wij hieronder toe. Bij de beoordeling van een nieuwe aanvraag voor een terrasvergunning op grond van de APV zijn de beoordelingscriteria van artikel 2.17, vijfde lid, en artikel 1.8 van de APV van toepassing. Ter waarborging van een goede doorgang voor hulpdiensten kan een aanvraag worden geweigerd op grond van de openbare orde of openbare veiligheid, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de APV. Het risico bij een weigering op deze gronden is gelegen in het feit dat een overbuurman of een andere horecaonderneming in dezelfde straat eerder wél een vergunning heeft verkregen voor het exploiteren van een terras buiten de tweemeterstrook die noodzakelijk wordt geacht voor de doorgang van hulpdiensten. Bij de beoordeling van de aanvraag dient ook te worden meegewogen dat de overbuurman beschikt over een mobiel terras en vervolgens zal moeten worden beoordeeld of het realiseren van een terras in de aangevraagde situatie eveneens mogelijk is.
Het weigeren van een nieuwe aanvraag op grond van de openbare orde of openbare veiligheid achten wij in dat geval in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De percelen zijn immers gelegen in dezelfde straat en hebben op grond van het omgevingsplan dezelfde bestemming. Ter onderbouwing hiervan verwijzen wij naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3813. In deze uitspraak heeft de burgemeester van Deventer een aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een terras op het looppad afgewezen, terwijl aan twee andere horecaondernemingen eerder wél een terrasvergunning was verleend voor het afsluiten van het looppad met een terras. Eiseres heeft in deze zaak een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel dient te worden beoordeeld: -
of de gevallen in onderhavige zaak objectief vergelijkbaar zijn en;
-
of er ook sprake is van ongelijke behandeling en zo ja;
-
of er sprake is van een objectieve rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling.
In deze zaak oordeelt de rechtbank dat sprake is van objectief vergelijkbare gevallen. De ondernemingen zijn naast elkaar gelegen en exploiteren alle drie een eet- en drinkgelegenheid met een terras. Daarnaast beschikken zij alle drie over een eerste en tweede verdieping die op grond van het terrassenbeleid bereikbaar moeten blijven via het looppad.
2/3
De burgemeester heeft de vergunning van eiseres geweigerd omdat op grond van het terrassenbeleid de bereikbaarheid van de verdiepingen moet worden gewaarborgd en het looppad naar de toegangsdeur boven het pand vrij dient te blijven. Aangezien aan de twee andere horecaondernemingen wél een vergunning is verleend voor het afsluiten van het looppad met een terras, is volgens de rechtbank sprake van een ongelijke behandeling. De rechtbank oordeelt dat voor deze ongelijke behandeling geen objectieve rechtvaardiging bestaat en concludeert dat de burgemeester in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel (vgl. r.o. 13.6–13.7): “Het gelijkheidsbeginsel strekt in de context van verdeling van vergunningen tot het
bieden van gelijke kansen, dat heeft de burgemeester naar het oordeel van de rechtbank niet gedaan. De burgemeester mag bij vergunningverlening niet willekeurig handelen en dient dezelfde regels en procedures toe te passen op eiseres en de twee naastgelegen horecapanden. Dat is in dit geval niet gebeurd. De burgemeester heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom hij in het ene geval wel en in het andere geval geen vergunning voor het dichtzetten van het looppad heeft verleend.” Deze zaak is vergelijkbaar met een situatie waarin een aanvraag wordt ingediend voor het exploiteren van een terras aan de Langeviele of aan één van de andere winkelstraten. Bij een weigering van een dergelijke aanvraag zal gemotiveerd moeten worden waarom de ene horecaonderneming in dezelfde straat wel een terrasvergunning heeft verkregen buiten de tweemeterstrook die is gereserveerd voor een goede doorgang van hulpdiensten, terwijl een andere onderneming die vergunning niet krijgt. Naar ons oordeel is een dergelijk onderscheid moeilijk te rechtvaardigen. Belangrijk hierbij is dat van belang is dat sprake moet zijn van objectief vergelijkbare gevallen. In de praktijk zal het bovenstaande zich eerder voordoen aan de Langeviele, maar ook in andere winkelstraten kunnen gelijke gevallen zich voordoen.
3/3