CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Managementletter 2020 op hoofdlijnen versie d d 12-01-2021

Commissie Algemeen Bestuur 19 januari 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht6.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Middelburg Managementletter 2020 12 januari 2021

Deloitte Accountants B.V. Park Veldzigt 25 4336 DR Middelburg Postbus 7056 4330 GB Middelburg Nederland Tel: 088 288 2888 Fax: 088 288 9895 www.deloitte.nl

Geachte leden van het college, Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG Onderwerp

Managementletter op hoofdlijnen 2020 Datum

12 januari 2021 Kenmerk

21011811A0/JS

Wij hebben conform onze opdrachtbevestiging, als onderdeel van de controle van de jaarrekening 2020, de interimcontrole voor de gemeente Middelburg uitgevoerd. Deze controle is primair gericht op de analyse en evaluatie van de interne-beheersingsomgeving en de daarin opgenomen maatregelen van interne controle. In onze managementletter zijn onze bevindingen en aanbevelingen ter zake opgenomen. Tevens heeft deze controle als doelstelling om de aandachtspunten voor de jaarrekening 2020 te signaleren en onder uw aandacht te brengen. Volledigheidshalve merken wij op dat onze analyse en evaluatie is uitgevoerd in het kader van de door u verstrekte opdracht tot controle van de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico's dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken en het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden.

De risico-inschattingen hebben niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing, de opzet, het bestaan, de effectiviteit en de efficiency van de interne beheersing als geheel en bestrijkt daarom niet noodzakelijkerwijze alle in de interne organisatie vervatte tekortkomingen.

De bevindingen en aanbevelingen kunnen worden gelezen als constructieve aanwijzingen voor het college als onderdeel van het continue proces van het veranderen en verbeteren van de beheersing van de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de jaarrekening. Wij hebben deze rapportage en onze bevindingen en aanbevelingen op 18 december 2020 aan het managementteam toegelicht. Op uw verzoek hebben wij tevens een managementletter op hoofdlijnen gemaakt die u hierbij aantreft. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Deloitte Accountants B.V. Was getekend: J. van Koert MSc RA

Op alle opdrachten verricht door Deloitte zijn de ‘Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020’ gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 24362837 van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is a Netherlands affiliate of Deloitte NSE LLP, a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited.

Inhoudsopgave Contact De volgende personen kunnen bij vragen gecontacteerd worden met betrekking tot deze managementletter:

1. Managementsamenvatting

3

2. Effecten COVID-19

9

Jesper van Koert Director Deloitte Accountants B.V. Tel: 088 288 2306 jvankoert@deloitte.nl

3. Actuele ontwikkelingen

13

Bijlage:

19

Ron Huser-Egter van Wissekerke Senior Manager Deloitte Accountants B.V. Tel: 088 288 1037 rhuser@deloitte.nl

- Reikwijdte van onze werkzaamheden

Bob Schmelzer Manager Deloitte Accountants B.V. Tel: 088 288 3199 bschmelzer@deloitte.nl

Managementletter op hoofdlijnen 2020

2

1. Managementsamenvatting

Managementletter op hoofdlijnen 2020

3

1. Managementsamenvatting In deze managementletter geven wij u inzicht in onze bevindingen in de interne beheersing. Wij hebben bij onze interim-controle de procesrisico’s onderzocht, waarbij wij ons primair hebben gericht op de opzet, het bestaan en (waar mogelijk en relevant) de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing. Tijdens de interim-controle hebben wij constructief samengewerkt met en alle medewerking gekregen van uw medewerkers. In deze managementsamenvatting geven wij onze belangrijkste boodschappen weer. Onderwerp

Boodschap

COVID-19

De coronacrisis en impact op de gemeente Middelburg is een belangrijk thema bij onze controle. Wij hebben bij onze interim-controle inzicht verkregen in de impact op uw organisatie, processen en financiële stromen. De (nieuwe) Tozoregeling vergt zowel intern als extern een extra controle-inspanning bij de controle van boekjaar 2020. De regeling is gedelegeerd aan Orionis Walcheren, hierdoor zal de primaire controle bij Orionis Walcheren plaatsvinden. Wij wijzen u op het belang om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de dossiervorming bij Orionis Walcheren aangezien mogelijke onrechtmatigheden van invloed kunnen zijn op de financiële bijdrage aan Orionis Walcheren. De Tozo-regeling zal naar verwachting via de SiSa worden verantwoord, de verwachte uiterlijke indieningsdatum betreft 30 september 2021. Ook onderkennen wij aandachtspunten voor leningen u/g en gewaarborgde geldleningen, subsidieverstrekkingen en subsidievaststellingen en de afwikkeling WMO.

Interne beheersing

De belangrijkste processen die impact op de jaarrekening hebben zijn door controlling beschreven. Zoals vorig jaar aanbevolen kunnen deze procesbeschrijvingen en de interne controle aan kwaliteit winnen door het onderkennen in de processen van relevante controls, deze te beschrijven en de interne (verbijzonderde) controle daarop aan te laten sluiten. Hiermee krijgt de interne controle een hogere toegevoegde waarde dan momenteel waarin de interne controle nog vooral gegevensgericht is. Hiermee kan op een meer efficiënte wijze invulling gegeven worden aan de interne controle ten behoeve van het afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording in 2021.

Planning-encontrolcyclus

De bestuurlijke tussenrapportages kunnen nog aan informatiewaarde winnen indien hierin expliciet aandacht wordt besteed aan informatie die in de begroting en jaarrekening in relevante paragrafen naar voren komt (bijvoorbeeld grondexploitatie en voorzieningen). Wel wordt eenmaal per jaar de gemaakte doorberekening van het grondbedrijf in de raad behandeld en wordt de raad tweemaal geïnformeerd over de realisatie van de verkoopopbrengsten ten opzichte van de in de doorrekening opgenomen fasering.

Uitbestede activiteiten

De gemeente Middelburg heeft een aantal activiteiten of delen daarvan ondergebracht bij andere organisaties. Zo is de uitvoering van de Jeugd ondergebracht bij het Inkooporganisatie jeugdhulpverlening Zeeland en sociale uitkeringen en WSW bij de gemeenschappelijke regeling Orionis. De IT omgeving is ondergebracht bij de gemeente Vlissingen. De accountants van de genoemde gemeenten controleren deze activiteiten en hierover wordt een controleverklaring afgegeven op basis van het overeengekomen controleprotocol. Het oordeel over de opzet, bestaan en werking van de automatiseringsomgeving (waaronder cyberrisico’s) vormt een zeer belangrijk element in onze controle. Immers het goed functioneren hiervan betekent dat wij kunnen steunen op deze omgeving. Een dergelijk oordeel is evenwel niet over het boekjaar 2020 te verwachten waardoor wij aanvullende gegevensgerichte werkzaamheden uitvoeren op de verkregen output uit applicaties die wij gebruiken voor onze controlewerkzaamheden. Wij verwijzen voor verdere ontwikkeling op het gebied van automatisering naar de pagina 6 van deze brief. Managementletter op hoofdlijnen 2020

4

1. Managementsamenvatting Onderwerp

Boodschap

Grondexploitaties

Bij het actualiseren van de grondexploitaties 2020 zijn de volgende punten in ogenschouw te nemen en duidelijk vast te leggen: •

Voor woningbouwexploitaties het leggen van een zichtbare aansluiting tussen de woningmarktafspraken met de provincie Zeeland en de geraamde uitgiftes volgens de exploitatieberekeningen, aangevuld met een position paper met een analyse van de onzekerheden hieromtrent.

•

Voor bedrijventerreinen een zelfde soort aansluiting tussen gemaakte provinciale afspraken, aangevuld met een position paper met een analyse van de onzekerheden hieromtrent.

•

Voor woningen, bedrijventerreinen en overige terreinen een (totaal)aansluiting tussen (door derde partijen) uitgevoerde behoefteonderzoeken en de daadwerkelijk ingecalculeerde meerjarige verkopen.

•

Uitvoeren van backtesting, waarbij de relatie wordt gelegd tussen geraamde verkopen volgens bijgestelde exploitatieberekeningen 2019 en de gerealiseerde verkopen 2020 met als doel een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van de gehanteerde schattingen.

•

Onderbouwing van de gehanteerde algemene parameters als stijging grondprijzen, indexering kosten etc.

Voor het bepalen van de tussentijdse winstneming schrijft de commissie BBV de ‘percentage of completion’ methode voor, waarbij de te nemen winst wordt bepaald naar rato van de procentuele voortgang van zowel de baten als lasten van het betreffende grondexploitatiecomplex. De jaarrekening wordt overeenkomstig het BBV opgesteld. Wij adviseren de Nota Grondbeleid 2016, waarin een staffel voor tussentijdse winstneming is opgenomen, te actualiseren en in lijn te brengen met het BBV. De gemeente is voornemens deze nota in 2021 te actualiseren. Bij de verbijzonderde interne controle ontbreekt een diepgaande beoordeling van de schattingsprocessen op de grondexploitatie berekeningen en de beoordeling van de onderbouwingen welke ten grondslag liggen aan de schattingsposten in het kader van de tussentijdse begrotingswijzigingen en de jaarrekening. Momenteel vindt er alleen een formele autorisatie plaats in DJUMA door een financieel adviseur, echter wordt niet zichtbaar gedocumenteerd welke controlestappen deze financieel adviseur heeft uitgevoerd voordat de autorisatie plaats vindt. Ons is medegedeeld dat bij deze controle wordt gekeken naar consistentie met eerdere besluitvorming, logica in de opbouw van het voorstel en naar de financiële aspecten, zoals de hoogte van het benodigd krediet, dekking van kosten en de eventuele impact op het weerstandsvermogen.

Daarbij worden de vastgelegde en door Bedrijfsvoering beoordeelde uitgangspunten voor de jaarlijkse Doorrekening Grondbedrijf betrokken en getoetst. Wij adviseren dit te formaliseren. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat overheden het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) niet meer mogen gebruiken voor toestemming- en vergunningverlening. Deze uitspraak heeft verschillende gevolgen voor zowel de toestemming- en vergunningverlening als voor activiteiten die met het PAS waren vrijgesteld van vergunningplicht. Ons is medegedeeld dat de effecten voor de ontwikkeling van grondexploitaties vooralsnog beperkt lijken. Het is belangrijk dat bij de volgende bijstelling van grondexploitaties de geschatte effecten van de PAS-problematiek hierin expliciet worden meegenomen en het college en de gemeenteraad hierin periodiek te blijven informeren. Managementletter op hoofdlijnen 2020

5

1. Managementsamenvatting Onderwerp

Boodschap

Automatisering

Voor de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking hebben wij met onze IT-auditor op 12 december 2019 een rapport uitgebracht. Hierin zijn de bevindingen en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking voor de applicaties CODA en GOUW. Door onze IT-auditor zijn drie deelgebieden getoetst: -

Informatiebeveiliging: beheersmaatregelen welke verzekeren dat enkel geautoriseerde personen toegang hebben tot de IT systemen en enkel voor zover dat benodigd is uit hoofde van de functie.

-

Wijzigingsbeheer: beheersmaatregelen welke verzekeren dat enkel geautoriseerde wijzigingen worden doorgevoerd en dat deze wijzigingen op een adequate wijze zijn getest voordat ze naar productie worden gebracht.

-

Netwerkbeheer: beheersmaatregelen welke verzekeren dat gecentraliseerde IT activiteiten worden ingeregeld en gemonitord.

Wij hebben de opvolging van deze bevindingen in 2020 beoordeeld, hieruit blijkt dat de bevindingen nog niet zijn opgevolgd. Gezien het belang van automatisering voor de gemeente Middelburg is het noodzakelijk op korte termijn deze bevindingen op te pakken, hetgeen ook al deels is gerealiseerd. De I&A Samenwerking is verantwoordelijk voor de algemene informatiebeveiliging, wijzigingsbeheer en netwerkbeheer. Uw gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van de specifieke applicaties. Sociaal Domein

De belangrijkste aandachtspunten voor het sociaal domein vatten wij hier samen: 1.

Uitvoering van de Jeugdwet is uitbesteed aan de inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland, een bestuurscommissie onder de GGD Zeeland. De onzekerheid over de rechtmatigheid van de zorgkosten (voornamelijk doordat de rechtmatigheid van toekenning van zorg zoals uitgevoerd door de individuele gemeenten niet kan worden vastgesteld) komt bij de GGD Zeeland tot uitdrukking in een verklaring van oordeelonthouding. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is vanaf boekjaar 2020 gebaseerd op de begrote zorgkosten per gemeente. Hierdoor is de gemeente niet meer afhankelijk van het tijdstip van opmaken en vaststellen van de jaarrekening van de GGD Zeeland.

2.

Uitvoering van de WMO wordt met ingang van 1 januari 2020 door de gemeente zelf gedaan (TIM) en niet meer door Porthos. De contractafspraken met zorgaanbieders zijn evenwel ongewijzigd ten opzichte van de situatie bij Porthos. Een van deze afspraken betreft de (tijdige) verantwoording over de bestede kosten alsmede accountantscontrole daarop. De grens voor een accountantscontrole is gesteld op € 125.000 aan bestede kosten voor de Walcherse gemeenten. Hierdoor is een adequate afstemming met de overige Walcherse gemeenten van cruciaal belang. Wij adviseren toe te zien op een tijdige en volledige naleving van deze afspraken. Daarnaast adviseren wij u de tijdigheid van de afwikkeling van de zorgdeclaraties te bewaken.

•

Op 10 november 2020 zijn op de website van i-sociaaldomein.nl de voor de verantwoording WMO en de controle hierop relevante documenten gepubliceerd. In de daar opgenomen ‘Notitie accountantscontrole in relatie tot coronacompensatie sociaal domein 2020’ zijn drie verantwoordingssporen beschreven: spoor 1, spoor 2 en spoor 3. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar paragraaf 2.1 van deze brief.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

6

1. Managementsamenvatting Onderwerp

Boodschap

Sociaal Domein

Uit de interne controle op WMO blijkt dat bij diverse geselecteerde dossiers geen (volledige) beschikking opgenomen is. Wij adviseren u een nadere interne controle uit te voeren op de volledigheid van de cliëntdossiers en de noodzaak van een volledig dossier te benadrukken bij de afdeling WMO en Jeugd.

- vervolg

Voor het WMO en leerlingenvervoer vindt binnen de gemeente geen controle plaats op de prestatielevering (onderdeel rechtmatigheid). Hierbij wordt uitgegaan van de controlehandelingen die bij de Gemeentelijke Vervoercentrale plaatsvinden (GV).

3.

Het behandelen van PGB declaraties voor WMO en Jeugdwet is uitbesteed aan de SVB. De verwachting is dat de SVB, ofschoon verbeteringen zijn gerealiseerd, net als vorig jaar fouten en onzekerheden rapporteert die invloed hebben op de jaarrekening van de gemeente en dat geen goedkeurende controleverklaring zal worden afgegeven over 2020. Zodra deze informatie bekend is, adviseren wij tijdig de aansluiting te maken met de financiële gegevens in de administratie, waarna controle kan plaatsvinden en wij de impact kunnen meenemen in onze controle.

4.

De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van de eigen bijdrage huishoudelijke hulp in het kader van de WMO wordt uitgevoerd door het CAK. Als gevolg van privacy redenen hebben gemeenten geen inzicht in de individueel door het CAK berekende eigen bijdrage van de cliënten en derhalve kunnen ze de juistheid en volledigheid van de eigen bijdrage niet vaststellen. Deze onzekerheid kwalificeren wij als een onzekerheid in de verantwoording, welke evenals voorgaand jaar toereikend in de gemeentelijke jaarrekening dient te worden toegelicht.

Fraude en corruptie – interne analyse

De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en detecteren van fraude en corruptie berust bij de toezichthouder (gemeenteraad) en het management van de gemeente Middelburg (college van Burgemeester en wethouders en het managementteam). Wij constateren dat binnen de gemeente Middelburg een alomvattend risicomanagementsysteem is opgezet. Verder zijn binnen de administratieve processen diverse maatregelen genomen ter voorkoming van fraude. Vanaf 2018 wordt de risicoanalyse jaarlijks geactualiseerd, in 2019 heeft deze actualisatie voor het eerst plaatsgevonden. De actualisatie voor 2020 moet nog plaatsvinden.

Aanbestedingen

Bij het bepalen van de inkoopbehoefte en het bepalen van een aanbestedingstraject wordt niet afgedwongen dat de betreffende budgethouder een inkoopadviseur raadpleegt. Doordat niet altijd het 4-ogen principe wordt gehanteerd is het mogelijk dat er voor een onjuist aanbestedingstraject wordt gekozen.

Belastingen

De gemeente Middelburg neemt de belastingheffing en inning en het invorderen van privaatrechtelijke en publiekrechtelijke vorderingen van de gemeenten Vlissingen, Veere en Schouwen-Duiveland voor haar rekening. Tijdens onze controle over het boekjaar 2019 hebben wij vastgesteld dat: - De werkzaamheden in het intern controleplan niet 1-op-1 uitgevoerd zijn. - Concept-belastingverantwoordingen 2019 onvolledigheden bevatten.

Wij adviseren voor de start van de controle 2020 de werkzaamheden in het intern controleplan 1-op-1 uit te voeren en een interne beoordeling uit te voeren op de juistheid en volledigheid van de concept-belastingverantwoordingen. Managementletter op hoofdlijnen 2020

7

1. Managementsamenvatting Onderwerp

Boodschap

Lonen en salarissen

Als gevolg van COVID-19 heeft de salarisadministratie enkele controlehandelingen moeten digitaliseren. Als gevolg van deze digitalisering worden deze controlehandelingen niet meer zichtbaar geautoriseerd. Dit betreffen de onder andere volgende documenten: - Checklist indienst. - Checklist uitdienst. - Betaallijst salarissen. Wij adviseren u deze zichtbare controlehandelingen alsnog uit te voeren voor 2020.

Bevindingen voorgaande jaren

Wij merken op dat van de veertien bevindingen uit voorgaande jaren nog niet (geheel) zijn opgevolgd in 2020:

- Subsidieverstrekkingen (bij controleverklaring wordt niet verwezen naar het controleprotocol).

- Risicomanagement (implementatie aanbevelingen nota risicomanagement). - Monitoring schattingsposten (ontbreken diepgaande beoordeling schattingsprocessen). - Inkoop- en aanbesteding (bewijs van prestatielevering). - Grondexploitatie (beoordeling exploitatieopzetten). - Opbrengsten lijkbezorging en begraafrechten (onafhankelijke invoercontrole). - Aanbestedingen (vier ogenprincipe). - Declaraties (onvolledige declaraties).

Managementletter op hoofdlijnen 2020

8

2. Effecten COVID-19

Managementletter op hoofdlijnen 2020

9

2. Effecten COVID-19 2.1 Effecten COVID-19 Algemeen

#2 Leningen u/g en gewaarborgde geldleningen

Het COVID-19 virus heeft in 2020 een grote impact gehad op de Nederlandse samenleving. Ook de gemeente Middelburg ondervindt de gevolgen van dit virus. Wij hebben kennis genomen van uw bestuurlijke tussenrapportage 2020, waarin de eerste effecten en bijgestelde prognoses nader zijn toegelicht. Tijdens de interim controle hebben we samen met uw medewerkers stilgestaan bij de gevolgen voor enerzijds de processen binnen uw organisatie (zijn processen veranderd doordat medewerkers op afstand werken) en anderzijds de jaarrekening en de controle daarop. Op basis van de gesprekken die wij hebben gevoerd constateren wij dat de impact als gevolg van thuiswerken beperkt is, onder andere doordat processen al grotendeels digitaal plaatsvinden en personeel al flexibel werkte vóór de coronacrisis. In dit onderdeel van de managementletter beschrijven wij de impact op de jaarrekening en onze controle.

De gemeente Middelburg heeft diverse leningen verstrekt en staat daarnaast garant voor een groot aantal leningen.

#1 Tozo-regeling

We vragen u om, in het proces tot het bepalen van de risicoprofielen van de kapitaalverstrekkingen en borgstellingen, een uitgebreide analyse te verrichten op de kredietwaardigheid van de partijen aan wie u een lening of borgstelling heeft verstrekt. Wij verwachten in deze analyse tenminste een uiteenzetting over de impact van COVID-19 op de betreffende organisatie, de gebruikte steunmaatregelen door deze organisatie en de verwachting inzake de aflossingsverplichtingen en kredietwaardigheid van de betreffende onderneming voor het komende jaar. Zodoende houdt u voldoende grip op de bepaalde risicoprofielen en het al dan niet overgaan tot het treffen van een voorziening of het doen van een afwaardering op de kapitaalverstrekking.

Eén van de maatregelen die het kabinet gebruikt om ondernemers te steunen tijdens de coronacrisis is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze regeling vult het inkomen van zelfstandige ondernemers aan tot het sociaal minimum indien het inkomen van de zelfstandig ondernemer door de coronacrisis onder het sociaal minimum daalt. Tozo 1.0 is in werking getreden per 1 maart 2020 en liep af op 1 juni. Vanaf 1 juni tot en met 30 september kunnen ondernemers een beroep doen op Tozo 2.0. Gemeenten hebben tot juni 2020 circa € 1,45 miljard aan kosten gemaakt voor de uitvoering van Tozo. De uitvoering van Tozo is een taak van de gemeenten. Uw gemeente maakt grofweg twee categorieën kosten: de uitkeringskosten en uitvoeringskosten. Het rijk vergoedt in beginsel alle kosten die gemeenten moeten maken. De Tozoregeling leidt hierdoor tot een last in de jaarrekening met daar tegenover de rijksvergoeding ervan. Verantwoording over de bestedingen vindt naar verwachting plaats via de SiSa-bijlage in de jaarrekening. De regeling is gedelegeerd aan Orionis Walcheren, hierdoor zal de primaire controle bij Orionis Walcheren plaatsvinden. Wij wijzen u op het belang om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de dossiervorming bij Orionis Walcheren aangezien mogelijke onrechtmatigheden van invloed kunnen zijn op de financiële bijdrage aan Orionis Walcheren.

De Tozo-regeling zal naar verwachting via de SiSa worden verantwoord, de verwachte uiterlijke indieningsdatum betreft 30 september 2021. Managementletter op hoofdlijnen 2020

10

2. Effecten COVID-19 2.1 Effecten COVID-19

#3 Subsidieverstrekkingen en vaststellingen

#4 Vervoer (WMO, leerlingenvervoer en zwemvervoer)

De gemeente Middelburg verstrekt jaarlijks subsidies aan verschillende instellingen (subsidieplafonds 2020 € 10,1 mln). Als gevolg van de uitbraak van COVID-19 hebben wij geconstateerd dat u vanuit een basisfilosofie handelt, nl. het niet willen laten omvallen van instellingen door COVID-19. Wij vragen u te inventariseren of voor de door uw gemeente verstrekte subsidies prestatielevering heeft plaatsgevonden.

De impact van COVID-19 op de Nederlandse vervoerssector (WMO, leerlingenvervoer en zwemvervoer) is enorm, er is sprake van een afname van reguliere vraag naar vervoer of het leveren van dit vervoer was niet mogelijk als gevolg maatregelen van de overheid om de verspreiding van het virus te beperken.

Bijvoorbeeld subsidies voor activiteiten (bijv. een evenement) die geen doorgang hebben kunnen vinden door COVID-19. Hierdoor is subsidie verstrekt waar geen daadwerkelijke prestatie tegenover staat. In een dergelijk geval zal overgegaan moeten worden tot het (gedeeltelijk) terugvorderen van de subsidie, uiteraard in goed overleg met de subsidierelaties. Vooruitlopend op de jaarrekeningcontrole 2020 willen wij u vragen om een risicogerichte analyse te maken en daarbij per doelgroep (cultuur, sport, welzijn, etc.) te evalueren of de betreffende groep geraakt is door COVID-19 en of er eventueel overgegaan moet worden tot het terugvorderen van (een deel van) de subsidie. Indien blijkt dat een bedrag teruggevorderd dient te worden, vragen wij u om een beste schatting te maken per balansdatum van de terug te vorderen positie en daarvoor een nog te ontvangen bedrag in de balans op te nemen.

Bij aanbieders zien wij een impact als gevolg van een stijgend aantal annuleringen en toegenomen kosten als gevolg van een hoger ziekteverzuim, extra inzet van planners en management en de aanschaf van beschermingsmiddelen. Al snel na de uitbraak zijn er toezeggingen gedaan over compensatie van gederfde inkomsten en vergoeding van gemaakte meerkosten.

Het vervoer voor de gemeente Middelburg wordt uitgevoerd via gemeentelijke vervoerscentrale (GVC). Wij adviseren u tijdig in gesprek te gaan met de GVC en afspraken te maken over een continuïteitsbijdrage en een vergoeding voor meerkosten.

Indien de gemeente voornemens is in bepaalde gevallen niet over te gaan tot terugvorderen dan dient er een collegebesluit (hardheidsclausule) genomen te worden dat afgeweken wordt van de subsidieverordening.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

11

2. Effecten COVID-19 2.1 Effecten COVID-19

#5 WMO De impact van COVID-19 op de Nederlandse zorgsector is enorm, naast de toestroom van COVID-19 patiënten is er ook sprake van een afname van reguliere vraag naar zorg of was het leveren van deze zorg niet mogelijk als gevolg maatregelen van de overheid om de verspreiding van het virus te beperken. Bij zorgaanbieders zien wij een impact als gevolg van een stijgend aantal annuleringen en toegenomen kosten als gevolg van een hoger ziekteverzuim, extra inzet van planners en management en de aanschaf van beschermingsmiddelen. Al snel na de uitbraak zijn er toezeggingen gedaan over compensatie van gederfde inkomsten en vergoeding van gemaakte meerkosten. Voor de WMO zijn hiervoor op landelijk niveau een regeling en verantwoordingsmodellen gepubliceerd. Als gemeente kunt u daar van afwijken. Op 10 november 2020 zijn op de website van i-sociaaldomein.nl de voor de verantwoording WMO en de controle hierop relevante documenten gepubliceerd. In de daar opgenomen ‘Notitie accountantscontrole in relatie tot corona-compensatie sociaal domein 2020’ zijn drie verantwoordingssporen beschreven: 1. Spoor 1 (uiterlijk 31 maart 2021): De reguliere productieverantwoording met het bijbehorende landelijke protocol voor de controle door de accountant van de zorgaanbieder. Dit is op zich onveranderd ten opzichte van 2019.

De bijzonderheid voor 2020 is dat als de zorgaanbieder vanwege corona andere zorg heeft verleend dan oorspronkelijk overeengekomen, dan wordt deze alternatief geleverde zorg opgenomen in de productieverantwoording. Voorwaarde is wel dat de gemeente hiermee (schriftelijk) heeft ingestemd. Zorg die vanwege corona niet geleverd is, mag door de zorgaanbieder niet in de productieverantwoording worden opgenomen.

2. Spoor 2 (uiterlijk 31 maart 2021): Individuele zorgaanbieders en gemeenten maken met elkaar afspraken over een continuïteitsbijdrage en een vergoeding voor meerkosten. Dit gebeurt bij voorkeur op basis van landelijke regelingen en modellen. De basis voor het bepalen van deze corona-compensatie zijn de opgaven van omzetderving en meerkosten door zorgaanbieders. Over deze opgaven van de zorgaanbieder wordt geen controleverklaring van een accountant gevraagd. Het is aan gemeenten en zorgaanbieders om tijdig overeenstemming te verkrijgen over deze corona-compensatie. Omdat de corona-compensatie in de jaarrekening 2020 moet worden verwerkt, is tijdige overeenstemming, voor zowel gemeente als zorgaanbieder belangrijk voor het tijdig kunnen opstellen van de jaarrekening 2020. 3. Spoor 3 (uiterlijk 31 mei 2021): De zorgaanbieder neemt een bijlage bij de jaarrekening 2020 op waarin de zorgaanbieder aan de hand van kengetallen en analyses aannemelijk maakt dat hij niet overgecompenseerd wordt door de totale corona-compensaties die hij ontvangt van alle zorgfinanciers. Deze bijlage is niet bedoeld om terug te komen op de afspraken die bij spoor 2 gemaakt zijn, maar is wel de basis voor een dialoog tussen zorgaanbieder en zorgfinanciers. Overigens is spoor 3 ook relevant als de zorgaanbieder van mening is dat er sprake is van ondercompensatie.

De zorgaanbieder moet dan aannemelijk maken dat er sprake is van ondercompensatie. De accountant van de zorgaanbieder moet vaststellen dat de bijlage niet strijdig is met de tijdens de controle van de jaarrekening verkregen informatie. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de specifieke situatie die geldt voor gemeente Middelburg, waaronder de afspraken met individuele zorgaanbieders. Op basis hiervan bepalen wij ook de aandachtspunten voor onze werkzaamheden en bespreken die met u.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

12

3. Actuele ontwikkelingen

Managementletter op hoofdlijnen 2020

13

3. Actuele ontwikkelingen 3.1 Fiscale aangelegenheden Vennootschapsbelasting Prinsjesdag Afgelopen Prinsjesdag zijn een aantal nieuwe fiscale maatregelen aangekondigd. Hierna zijn achtereenvolgens in het kort de maatregelen opgenomen ten aanzien van de vennootschapsbelasting die relevant zijn voor het Lokaal en Midden bestuur: •

Het toptarief van de vennootschapsbelasting wordt niet verlaagd naar 21,7% en blijft daarmee 25%. De schijf waarop het lage tarief vennootschapsbelasting op van toepassing is, wordt daarentegen wel geleidelijk uitgebreid van € 200.000 in 2020 naar € 245.000 in 2021, naar € 395.000 in 2022.

•

De belastingrente die normaliter 8% is, is vanwege de COVID-19-CRISIS tijdelijk verlaagd tot 0,01%. Vanaf 1 oktober 2020 gaat deze rente weer omhoog naar 4%.

•

De fiscale coronareserve is geïntroduceerd. Dit is in feite een vervroegde fiscale carry-back. Als voorwaarde geldt dat het moet gaan om zogenaamd ‘corona gerelateerd verlies’.

•

Er is een toekomstige wijziging in de fiscale verliesverrekeningsregels aangekondigd. Indien de fiscale winst groter is dan 1 miljoen blijft de verrekening van verliezen beperkt tot maximaal 50% van de resterende winst. Het resterende verlies is echter wel onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar.

•

Als laatst is een onderzoek naar een mogelijke verdere beperking van de aftrekbaarheid van rente op grond van de earningsstrippingmaatregel aangekondigd. Op grond van de earningsstrippingmaatregel is het saldo aan renten van een belastingplichtige tot slechts 30% van de fiscale EBITDA aftrekbaar. Het saldo aan renten bestaat uit het bedrag aan kosten uit hoofde van een geldlening minus de baten uit hoofde van een geldlening. Wel geldt binnen deze maatregel een MKB-drempel van een bedrag van € 1.000.000 tot waar het saldo aan renten altijd aftrekbaar is. Als mogelijkheid wordt onderzocht om de hiervoor genoemde drempel van 30% van het fiscale EBITDA te verlagen naar slechts 20% van de fiscale EBITDA. De gedachte is dat met de opbrengst van deze maatregel een zogenoemde ‘vermogensaftrek’ kan worden ingevoerd. Onder deze vermogensaftrek wordt een aftrekpost gecreëerd voor belastingplichtigen aan de hand van de hoogte van het eigen vermogen.

Reclameactiviteiten Een reclameactiviteit houdt in dat de gemeente aan een derde het recht geeft (concessie) om in de openbare ruimte tegen vergoeding reclame te maken c.q. reclameobjecten aan te brengen op onder andere reclamezuilen, abri’s en rotondes. Het is de vraag of dit leidt tot een fiscale onderneming in de zin van de vennootschapsbelasting. Ons standpunt is dat hier geen sprake is van een fiscale onderneming, maar van (niet meer dan) normaal vermogensbeheer. Verder zien wij in de praktijk dat in enkele situaties een winststreven ontbreekt. Indien geconcludeerd wordt dat er toch sprake is van een fiscale onderneming dan kan de toepassing van de overheidstakenvrijstelling nog verder onderzocht worden. De Belastingdienst neemt primair het standpunt in dat sprake is van een fiscale onderneming en subsidiair dat de overheidstakenvrijstelling geen toepassing vindt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is samen met een aantal gemeenten op dit punt een (proef)procedure gestart. Momenteel stuurt de Belastingdienst vragenbrieven inzake de reclame activiteiten aan diverse gemeenten. De Belastingdienst corrigeert in gevallen op basis van de verstrekte informatie ode definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2016 ter hoogte van het resultaat dat is behaald met de reclame activiteit. Gemeenten kunnen dan vervolgens bezwaar maken tegen deze opgelegde aanslagen.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

14

3. Actuele ontwikkelingen 3.1 Fiscale aangelegenheden - vervolg Grondbedrijf Het grondbedrijf is een onderdeel van de gemeente dat invulling geeft aan de actieve grondexploitatie, daarbij wordt als kerntaak van het grondbedrijf het transformeren van eigen gronden naar bouwrijpe gronden gezien. Het faciliterend grondbedrijf maakt hier voor de vennootschapsbelasting normaliter geen onderdeel van uit. Middels een Quick scan kan een beoordeling gemaakt worden of sprake is van belastbare activiteit. Indien op basis van Quick scan geen sprake is van een fiscale onderneming, wordt dit vaak veroorzaakt door binnenstedelijke herstructureringen. Het is belangrijk om deze toets in beginsel jaarlijks maar in ieder geval eens in de drie jaar te herhalen. De getekende VSO’s geven zekerheid over de langere termijn omtrent de fiscale positie van het grondbedrijf. In de VSO is daarnaast beschreven dat de openingsbalans dient te worden afgewikkeld naar rato van de verkoop vierkante meters. Afwikkeling van de openingsbalans gebeurde voorheen soms op basis van gemiddeld rendement, als een m2 administratie niet of onvoldoende voorhanden was. De Belastingdienst is hiermee niet akkoord en dit zal, voor zover nog niet gebeurd, dienen te worden aangepast. In 2019 is een nieuwe notitie gepubliceerd van de commissie BBV.

In dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op de behandeling van samenwerkingsverbanden tussen publiek en private partijen bij grondexploitaties. Ook volgt uit dit rapport dat de maximale looptermijn van een grondexploitatie 10 jaar bedraagt. Wel geldt dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken. In dat geval gelden wel aanvullende voorwaarden die er op gericht zijn om de risico’s die gepaard gaan met een dusdanige lange looptijd te beperken. Parkeerbedrijf Het parkeerbedrijf van een gemeente bestaat onder andere uit het straatparkeren, parkeergarages en eventueel fietsparkeren. Of deze activiteiten al dan niet geclusterd moeten worden is belangrijk voor de vraag of sprake is van een fiscale onderneming. Het financiële belang kan fors zijn, ook in verband met COVID-19 en de beperkte bezetting van de parkeergarages als gevolg hiervan. Wij nemen als standpunt in dat het afhangt van de feitelijke situatie of sprake is van een fiscale onderneming. Daarbij is het van belang of de activiteiten gelijksoortig zijn en/of voldoende verweven. De Belastingdienst neem het standpunt in dat vooralsnog geen clustering mogelijk is. Ten aanzien van het straatparkeren wordt in beginsel de overheidstakenvrijstelling toegepast, het gaat immers om een overheidstaak, waarmee niet in concurrentie wordt getreden. Op dit punt wordt aangesloten bij de behandeling in de btw.

Uit het btw arrest van de Hoge Raad over de exploitatie van begraafplaatsen volgt echter dat omdat geen overheidsbevoegdheid nodig is voor de uitgifte van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats, daarmee geen sprake is van een overheidstaak. Het is de vraag of dit arrest over de btw-plicht een uitstraaleffect heeft op het straatparkeren en dat daarmee ook de overheidstakenvrijstelling in de vennootschapsbelasting op de tocht staat. Afvalbedrijf Het afvalbedrijf van gemeenten bestaat uit de inzameling van huisafval, bedrijfsafval en eventuele reststromen. Eén en ander vindt plaats zowel binnen de gemeente als binnen samenwerkingsverbanden. De vennootschapsbelastingpositie van het afvalbedrijf zelf is redelijk duidelijk. Bij de inzameling van huisafval is namelijk geen sprake van deelname aan het economisch verkeer waardoor geen sprake is van een fiscale onderneming. De inzameling van huisafval als dienstverlening voor andere gemeenten kan echter wel een met vennootschapsbelasting belaste activiteit zijn. Afhankelijk van de organisatiestructuur kan de interne takenvrijstelling of de samenwerkingsvrijstelling hier van toepassing zijn.

Ten aanzien van de belastbaarheid van de verkoop van reststromen is op landelijk niveau met de Belastingdienst onderhandeld. Het gevolg van deze onderhandelingen is een generieke afspraak om de fiscale winst te bepalen op 1% van de omzet uit reststromen. Hier hoeft geen rekening te worden gehouden met de omzet behaald uit de bijdragen van Nedvang. Managementletter op hoofdlijnen 2020

15

3. Actuele ontwikkelingen 3.2 Rechtmatigheidsverantwoording Uw gemeente moet naar verwachting vanaf het boekjaar 2021 een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarstukken. De Tweede Kamer behandelt het wetsvoorstel in december 2020. De tekst van de rechtmatigheidsverantwoording, die in de jaarrekening opgenomen moet worden, is reeds gepubliceerd door de commissie BBV. In de paragraaf Bedrijfsvoering in het jaarverslag komt een nadere toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording. De commissie BBV komt naar verwachting eind 2020 met een publicatie over wat in deze toelichting minimaal verplicht is en wat verder in de toelichting opgenomen kan worden. De uitgangspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn als volgt: •

De rechtmatigheidsverantwoording is een onderdeel van de jaarrekening. Dit is een te hanteren standaardtekst waarin alleen op hoofdlijnen eventuele onrechtmatigheden boven de zogenaamde verantwoordingsgrens moeten worden opgesomd.

•

De toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording komt in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag. Het college heeft hier meer vrijheid om eventuele onrechtmatigheden toe te lichten.

•

De gemeenteraad stelt een verantwoordingsgrens tussen 0% en 3% vast. De verantwoordingsgrens is het bedrag waarboven het college de raad moet informeren over geconstateerde fouten en onduidelijkheden inzake rechtmatigheid.

•

De scope is gelijk aan de financiële rechtmatigheid zoals nu reeds is uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV. Het gaat alleen om de rechtmatigheidscriteria die geen getrouwe beeldcriteria zijn (voorwaarden-, begrotings-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium).

Onderstaand zijn de voornaamste gevolgen voor de accountantscontrole opgenomen: •

De accountant verklaart dat de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording getrouw is (met 1% goedkeuringstolerantie). Deze verklaring wordt onderdeel van het getrouwheidsoordeel. Het separate oordeel over rechtmatigheid, zoals we dat kennen in de huidige controleverklaring, vervalt vanaf 2021.

•

Rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden hebben geen effect meer op het oordeel van de accountant. Wanneer de rechtmatigheidsverantwoording geen getrouw beeld geeft van de rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden, uitgaande van de door de gemeenteraad vastgestelde verantwoordingsgrens, heeft dit invloed op het accountantsoordeel in de controleverklaring.

De voornaamste gevolgen voor de gemeente zijn: •

Het college van uw gemeente treedt in overleg met de raad over de te hanteren verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording.

•

Uw gemeente identificeert de belangrijkste rechtmatigheidsrisico’s in aansluiting op de toetsingscriteria, en neemt deze op in een controleplan. Voorts moet worden bepaald op welke wijze deze rechtmatigheidsrisico’s worden afgedekt (via systeemgerichte en gegevensgerichte (verbijzonderde) controles). Het controleplan moet met het college van B&W worden afgestemd en structureel worden ingebed in de P&C-cyclus.

•

Uw gemeente dient rekening te houden met eventuele verbonden partijen (m.n. gemeenschappelijke regelingen) waarvan de fouten en onzekerheden meegenomen moeten in de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente. Dit geldt met name voor gemeenschappelijke regelingen die taken in mandaat uitvoeren, zoals het geval is bij serviceorganisaties (belastingen, salarissen) en bij gemeenschappelijke regelingen die zich richten op de uitvoering van de Participatiewet.

Wij helpen uw gemeente graag met het verder vormgeven van de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

16

3. Actuele ontwikkelingen 3.3 Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldigingsnorm 2020 Voor 2020 bedraagt de algemene maximale bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen in dienstbetrekking € 201.000 op fulltime jaarbasis. Bij de berekening van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen buiten dienstbetrekking wordt enerzijds uitgegaan van het maximum op basis van het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt. Voor interim topfunctionarissen geldt in 2020 als norm per maand: •

€ 26.800 voor de eerste zes maanden van de functievervulling.

•

€ 20.300 voor de volgende zes maanden.

Er dient ook expliciet gekeken te worden naar het individueel bezoldigingsmaximum op basis van het aantal gewerkte en gedeclareerde uren * maximale uurtarief. Het maximale uurtarief in 2020 bedraagt € 193. Bij het bepalen of sprake is van een overschrijding dient, op basis van het nieuwe artikel 7a van de beleidsregels, van het laagste van deze twee individuele bezoldigingsmaxima te worden uitgegaan. Belangrijkste wijzigingen in wet- en regelgeving De WNT wijzigt met enige regelmaat. •

In het geval van een schrikkeljaar, zoals 2020, dient in de noemer van kalenderdagenbreuk niet met 365 maar met 366 kalenderdagen gerekend te worden.

•

Met ingang van 2020 is in de Q&A op www.topinkomens.nl een aanpassing gedaan in het stappenplan voor de bepaling van de deeltijdfactor voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking. Dit betekent dat in sommige situaties de (lagere) deeltijdfactor mogelijk opnieuw moet worden vastgesteld.

•

Er zijn Q&A’s op www.topinkomens.nl toegevoegd om te verduidelijken hoe wordt omgegaan met de afkoop van niet-opgenomen vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

17

3. Actuele ontwikkelingen 3.3 Wet normering topinkomens (WNT) Wijzigingen verantwoording (artikel 5 Uitvoeringsregeling) Naar aanleiding van wijzigingen met betrekking tot de verantwoording in de Uitvoeringsregeling WNT is het standaard verantwoordingsmodel ook aangepast. Hierin zijn de volgende wijzigingen opgenomen: •

Indien sprake is van een overschrijding van het geldende bezoldigingsmaximum (bijvoorbeeld bij toepassing van het overgangsrecht), dient naast de reden van de overschrijding voortaan ook het bedrag van de overschrijding te worden opgenomen.

•

Bij topfunctionarissen buiten dienstbetrekking dient ook de omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar te worden vermeld.

•

Voor topfunctionarissen met meerdere functies binnen dezelfde WNT-instelling of gelieerde rechtspersoon met een totale bezoldiging van € 1.700 of meer dient een aantal aanvullende gegevens te worden opgenomen ten opzichte van de verantwoording in 2019.

•

Voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is, dient een aantal nieuwe gegevens te worden opgenomen.

Topfunctionaris binnen LMB bij waarneming (artikel 4 Beleidsregels WNT 2020) De wet bepaalt wie als topfunctionaris wordt aangemerkt bij organisaties waarover ministers financiële verantwoording afleggen, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf. Indien de functie van topfunctionaris wordt waargenomen op basis van een formele aanwijzing of formeel besluit, wordt de waarnemende topfunctionaris voor de duur van de waarneming eveneens aangemerkt als topfunctionaris.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

18

Bijlagen

Managementletter op hoofdlijnen 2020

19

Bijlage A - Reikwijdte van onze werkzaamheden Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controleinformatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel over de jaarrekening van 2020, teneinde vast te stellen dat deze een getrouw beeld geeft van de financiële positie van de gemeente Middelburg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen van het Besluit Begroting en Verantwoording.

De risico-inschattingen hebben niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing. Hierdoor is onze analyse en evaluatie beperkter dan deze zou zijn geweest in het kader van een opdracht tot het geven van een oordeel omtrent de opzet, het bestaan en de efficiency van de interne beheersing als geheel en bestrijkt deze daarom niet noodzakelijkerwijs alle in de interne organisatie vervatte tekortkomingen.

Een jaarrekeningcontrole heeft niet als doel om enige zekerheid te geven over de kwaliteit van de interne organisatie. De controle bestaat uit een combinatie van controlewerkzaamheden, waaronder een risicoanalyse, analytische procedures, detailcontroles en voor zover mogelijk en efficiënt het testen van de interne-beheersingsmaatregelen die zijn gerelateerd aan en relevant zijn voor de controle. Wij richten ons hierbij alleen op de interne controle-omgeving die relevant is voor onze oordeelsvorming over de jaarrekening.

Daarnaast is onze controle niet specifiek gericht op het ontdekken van fraude. Indien wij aangesteld zouden zijn om een fraudeonderzoek bij de gemeente Middelburg uit te voeren, zouden wij wellicht additionele bevindingen hebben geconstateerd en observaties hebben gerapporteerd dan die welke nu zijn opgenomen in de managementletter.

De managementletter is gebaseerd op onze interim-controle als onderdeel van de jaarrekeningcontrole 2020. Volledigheidshalve merken wij op dat onze controlewerkzaamheden, analyse en evaluatie zijn uitgevoerd in het kader van de door uw gemeenteraad verstrekte opdracht tot controle van de jaarrekening 2020. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door ons als accountant van de gemeente Middelburg toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen nemen wij de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe en rechtmatige beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden.

Managementletter op hoofdlijnen 2020

20

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited (“DTTL”), its global network of member firms, and their related entities. DTTL (also referred to as “Deloitte Global”) and each of its member firms are legally separate and independent entities. DTTL does not provide services to clients. Please see www.deloitte.nl/about to learn more. Deloitte is a leading global provider of audit and assurance, consulting, financial advisory, risk advisory, tax and related services. Our network of member firms in more than 150 countries and territories serves four out of five Fortune Global 500®companies. Learn how Deloitte’s approximately 264,000 people make an impact that matters at www.deloitte.nl. This communication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms or their related entities (collectively, the “Deloitte network”) is, by means of this communication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this communication. © Deloitte 2020. All rights reserved.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9632204/1