Bijlage 1 Evaluatie Inburgeringswet
Tekst van het document
Evaluatie uitvoering Inburgeringswet in 2022 Evaluatie opgesteld maart 2023 Aanleiding Afgelopen jaar hebben de uitvoeringspartijen voor het eerst vanuit de nieuwe Inburgeringswet gewerkt. Hierop is geëvalueerd door middel van gesprekken met de uitvoeringspartijen, intern betrokken collega’s en de doelgroep. Op basis van de evaluatie zijn er diverse onderwerpen als rode draad vast te stellen. Per onderwerp nemen we u mee in de stand van zaken, bijzonderheden en taken die nog moeten gebeuren. Bijzondere omstandigheden Dit jaar is een grote groep Oekraïense ontheemden onverwacht opgevangen. Deze groep valt niet onder de Inburgeringswet, maar onder de Tijdelijke Regeling Oekraïners. Kennis bij de uitvoeringspartijen was nodig om hen goed te begeleiden. Wel vroeg het om andere werkprocessen en ad-hoc handelen. De partijen die hierin hebben samengewerkt zijn Orionis Walcheren, Welzijn Middelburg, Vluchtelingenwerk Nederland en Maatschappelijk Werk Walcheren. We zijn deze partijen zeer erkentelijk voor het vele extra werk wat ze hiervoor hebben opgepakt. In de uitvoering zijn de werknemers van de Inburgeringswet bij de uitvoeringspartijen hiermee aan de slag gegaan. Dit heeft invloed gehad op het neerzetten van de werkprocessen en samenwerking van de Inburgeringswet. Anderzijds heeft het ook een unieke kans op samenwerking gegeven.
De praktijk was leidend, omdat de Oekraïense ontheemden er al waren voor er iets op georganiseerd kon worden. Deze ervaringen nemen we uiteraard mee in de evaluatie op de samenwerking. Visie Het in 2017 vastgestelde Integratiebeleid is een mooie basis waarin de nadruk ligt op maatwerk en cultuursensitief werken. Daarnaast is er aandacht voor de optimale integratie door de combinatie van het leren van de taal, integreren in de wijk/buurt èn arbeidsparticipatie. Bij het evalueren met de Orionis Walcheren (regiepartij in de uitvoering), gemeente Veere en gemeente Vlissingen is gebleken dat vragen uit de praktijk verbeterpunten bloot leggen op een ander niveau. Zo blijkt dat we aanvullend op de bestaande visie keuzes moeten maken over: de invulling van de financiële middelen; onze ambities in de dienstverlening; onze prioriteiten daarin; wie de regie voert op deze processen. Een concreet voorbeeld is de invulling van het Participatie Verklaringstraject (PVT). De VNG modelverordening is een mooie basis voor de punten waarop extra visie gevormd moet worden. Hierin komen alle onderdelen van de Inburgeringswet concreet aan de orde en worden er keuzemogelijkheden in de uitvoering geboden. Het plan is dan ook de visie op basis hiervan verder te vormen in samenwerking met alle belanghebbende en adviserende partijen.
Financiën Per jaar is vanuit de algemene gelden €350.000,- inzetbaar voor de uitvoering van de Inburgeringswet. Daarnaast is er op basis van de huisvestingstaakstelling een SPUK die uitgekeerd wordt. Ieder jaar wordt vastgesteld hoeveel we vanuit het ministerie uitgekeerd krijgen per inburgeraar voor een deel van de taken die we moeten uitvoeren. Voor 2023 is dit met de beoogde taakstelling voorlopig ingeschat op €513.000,-. De uiteindelijke uitkering wordt gedaan op basis van nacalculatie. De betaling vindt verspreid plaats over 3 jaar, namelijk 60% het eerste jaar, 30% het 2e jaar en 10% het 3e jaar. Daarnaast ontvangen we een subsidie voor een deel van het werk dat Vluchtelingenwerk Nederland doet. De financiën zijn voor een groot deel afhankelijk van de huisvestingstaakstelling. Dit brengt risico’s met zich mee, doordat die ieder half jaar kort voor de start worden vastgesteld. Het betekent dat we in de samenwerking intern en extern goede afspraken moeten hebben over het realiseren van die taakstelling en het beschikbaar maken van de woningen. Als de taakstelling zoals gebruikelijk hoger uitvalt, dan moeten er meer woningen geregeld worden. Is de taakstelling niet haalbaar, bijvoorbeeld door hoe de huizenmarkt momenteel eruit ziet met de grote vraag en weinig aanbod,
dan heeft dit grote gevolgen. Gelukkig is tijdens de evaluatie gebleken dat we ons voor de huisvestingstaakstelling van 2023 geen zorgen hoeven te maken. Wel is het goed te realiseren wat de gevolgen zijn als er wel problemen ontstaan. In dat geval moeten we hierop voorsorteren in de samenwerkingen en het werkproces. Om het concreet te maken, nemen we u mee in de situatie voor 2023. In 2023 gaan we uit van een taakstelling van 115 personen. Dit betekent dat we een veel hogere taakstelling hebben dan vorig jaar en dat het ieder half jaar flink stijgt. De uitvoerende partijen hebben dus meer Persoonlijk Inburgerings Plannen (PIP) te maken, vaker een PVT aan te bieden, meer inburgeraars te begeleiden richting werk en het inburgeren. Dit wordt in de subsidie aanvragen ook doorgerekend, omdat er extra inzet nodig is om deze taken uit te kunnen voeren. De financiën vanuit de SPUK, die we naast onze algemene gelden inzetten, worden al uitgegeven en doorgerekend in de bedrijfsvoering van onze uitvoeringspartners, voordat we de middelen definitief krijgen. Stel dat we de helft van de taakstelling halen voor 2023 en zo’n 60 mensen huisvesten en laten inburgeren in plaats van 115. Dan zullen de financiële middelen ook voor de helft teruggegeven moeten worden aan het ministerie. Kortom: alle stappen in dit proces zijn met elkaar verbonden.
De financiële risico’s dienen weloverwogen genomen te worden, omdat helemaal voorkomen geen optie is. Het plan is om de financiële stromen, de structurele en incidentele inkomsten, goed in een overzicht te brengen. Daarnaast zal per inkomstenstroom inzichtelijk gemaakt worden welke kosten eruit betaald worden en welke kosten bijvoorbeeld nog niet geborgd zijn door het ontbreken van visie of een besluit daarop. Met dit overzicht kunnen duidelijke keuzes gemaakt worden over de uitvoering van de Inburgeringswet. Keuzes die weer samenhangen met de vast te stellen visie, waarbij de modelverordening als voorbeeld kan dienen. Kosten die nog niet zijn vastgelegd moeten hierin meegenomen worden. Dit zijn schoolboeken, vervoer naar school, studiekosten ELIP’s, laptop voor schoolwerk. Samenwerking De samenwerking met en tussen de uitvoeringspartijen is zoals toegelicht in de alinea ‘Bijzondere omstandigheden’ op verschillende vlakken gestart en ontwikkeld. Orionis Walcheren, Welzijn Middelburg en Vluchtelingenwerk Nederland hebben zich in 2021 al voorbereid op de samenwerking vanuit de Inburgeringswet. Orionis Walcheren heeft hierbij de regierol voor de uitvoering. De nieuwe wet is een lerend stelsel en ook wij hebben het afgelopen jaar een aantal dingen geleerd.
In het eerste jaar werken onder de nieuwe wet zijn we in de uitvoering tegen enkele zaken aangelopen die minder goed bleken te werken dan vooraf gedacht. Zo zijn er bijvoorbeeld landelijk gezien obstakels bij de inkoop van de leertrajecten. Het financiële ontzorgen is niet altijd zorgvrij en kan ook voor stress zorgen bij de statushouder. Een andere moeilijkheid is het vinden van werkgevers die werkervaringsplekken willen openstellen die passen met de uren die beschikbaar zijn binnen het inburgeringstraject van de statushouder. De leerbaarheidstoets is ook een veel benoemd onderdeel van de nieuwe wet waar vragen over zijn. Het is een utopie te denken dat een nieuwe wet vanaf de dag van ingaan meteen in zijn geheel perfect is. Alles is nieuw en we leren nog dagelijks bij. Om het proces steeds verder te optimaliseren is het werkproces van Orionis Walcheren zo ingericht dat we kunnen inspelen op veranderingen en praktijkervaringen. Een voorbeeld hiervan is dat een leerroute van Scalda in de werkomgeving van Orionis Walcheren wordt gegeven om maximaal aandacht te kunnen geven aan de werkcompetenties van de inburgeraars. De keerzijde is dat de ontwikkeltijd van het lerend stelsel langer is en meer kosten met zich meebrengt voor de coördinatie en implementatie.
Aantallen Door uitvoeringsproblemen bij DUO en de zwaarbelaste situatie van die organisatie kwam de instroom pas medio 2022 op gang. Het ging daarbij in Middelburg om ca. 67 mensen die na een brede intake een Persoonlijk Inburgerings Plan (PIP) gekregen hebben. Er zijn 2 vrijstellingen verstrekt i.v.m. MBO opleiding, 1 vrijstelling vanwege achtergrond en taalniveau, 4 verhuizingen en 4 ontkoppelingen naar andere gemeenten i.v.m. wachttijd huisvesting (grote gezinnen/nareis). Alle 67 mensen verwijst Orionis Walcheren door naar VWN/Welzijn en Taalhuis Walcheren. In 2023 zullen 3 à 4 gezinsmigranten hun inburgering afronden. Vooral de hoogopgeleide gezinsmigranten zijn snel. Voor de statushouders is het kortste traject van Scalda 1,5 jaar en dat is september 2022 begonnen. Voor hen is de afronding hiervan op zijn vroegst februari 2024. Op casusniveau is er vooral aan de start van het inburgeringstraject veel contact tussen de partijen en afstemming over de taakverdeling en samenwerking. Op managementniveau is er met
regelmaat overleg om de samenwerking te bespreken, ontwikkelpunten te signaleren en aanvullende (proces)afspraken te maken. Ook zijn er afspraken gemaakt met Woongoed over de samenwerking, maar niet specifiek over de huisvestingstaakstelling vanuit de Inburgeringswet. Hierover zijn intenties uitgesproken en de wens om zo goed mogelijk samen te werken. Het is goed de uitvoerbaarheid van de huisvestingstaakstelling beter te borgen in samenwerkingsafspraken en te onderzoeken wat de mogelijkheden hierin zijn. COA is de partij die de asielzoekers huisvest en ondersteunt voor zij statushouder worden in onze gemeente. Over de samenwerking tussen COA en de gemeenten liggen landelijke afspraken vast. Echter is er ruimte voor lokale afspraken. Het is goed hierover gesprekken aan te gaan en te kijken naar de behoefte en mogelijkheden voor aanvullende lokale of regionale afspraken. Juridische kaders Orionis heeft hun opdracht voor de uitvoering van de Inburgeringswet gekregen van de Gemeente Middelburg, die is vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Welzijn Middelburg en Vluchtelingenwerk Nederland hebben prestatieafspraken als kaders van hun uitvoeringsopdracht in het kader van de Inburgeringswet. De DVO van Orionis loopt eind 2023 af.
Er zal geëvalueerd moeten worden op de DVO en een keuze gemaakt moeten worden over de mogelijkheid om de opdracht te verlengen en of de vorm (DVO) passend is. Dit laatste geldt ook voor de subsidierelatie die er nu is met Welzijn Middelburg en Vluchtelingenwerk Nederland. Daarnaast is de subsidieregeling algemene voorzieningen Sociaal Domein Middelburg 2023-2026 vastgesteld afgelopen jaar. Door de half jaarlijkse huisvestingstaakstelling en de daarvan afhankelijke financiële middelen is het een punt van onderzoek of de vastgestelde subsidieregeling passend is bij de Inburgeringswet. Als uit onderzoek blijkt dat het zo is, dan zullen we voorbereidende gesprekken met de partijen aangaan voor de subsidieaanvraag 2024, omdat dit de nodige voorbereiding vergt. Blijkt uit onderzoek dat de subsidieregeling niet passend is, dan zal er een nieuwe subsidieregeling voor Inburgering en dit proces opgesteld moeten worden. De DVO met Orioinis Walcheren vraagt om een aanvullende Verwerkersovereenkomst om het gebruik van de persoonsgegevens zo veilig mogelijk te maken en risico’s te verminderen. Deze Verwerkersovereenkomst is in ontwikkeling en zal zo snel mogelijk worden besproken met het college. Hierbij hebben we oog voor het voorbereidende proces richting 2024. Doelgroep Studenten van UCR hebben een onderzoek opgezet en uitgevoerd onder de doelgroep, verblijvende in de A58.
Zij hebben signalen opgehaald die aansluiten bij de signalen die de uitvoeringspartijen ook zien. Zij geven aan dat ze graag eerder zouden willen starten met hun (voor-)inburgering op verschillende onderdelen zoals taal, mogelijkheid tot (vrijwilligers)werk en deelnemen aan het lokale leven. COA is verantwoordelijk voor de voorinburgering. Echter is de te bedienen groep lang bij hen (1,5 jaar gemiddeld) door de landelijke vertraagde doorstroom. Dit betekent dat het voorinburgeringstraject langer duurt dan verwacht en de groep groter is dan bediend kan worden. Er zal gekeken moeten worden in samenwerking met de uitvoeringspartijen wat de beste mogelijkheden zijn om de participatie van de asielzoekers en statushouders te bevorderen. Dit sluit aan bij het aandachtspunt van de raad om zoveel en snel mogelijk toe te leiden naar arbeid, zoals aangegeven in de motie met voorstelnummer 20-160 op 16-12-2021. Na onderzoek zal er advies worden opgesteld en voorgelegd aan college en raad. De doelgroep hoopt dat er verbetering in komt, om zingeving, mentaal welzijn, groepsdynamiek en snelheid van inburgering te verbeteren.