CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- bij rapport Vergelijking 3 opties voor een warmtenet

Commissie Ruimte 22 juni 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht12.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rapport | 22713-1712432

42

Tabel 17 - Beoordeling op verschillende criteria (scenario gaspiek)

De financiële haalbaarheid is in de voorgaande hoofdstukken toegelicht. Op de overige criteria worden hieronder toegelicht. Risico’s Aan de verschillende opties zijn verschillende risico’s verbonden in voor de organisatorische haalbaarheid. Risico & gevolg Algemeen Risico: Weinig opties voor de organisatie van het warmtenet Een van de grootste risico’s is dat het lastig is een partij te vinden die het warmtenet wil exploiteren. Tijdens het proces is meerdere malen naar voren gekomen dat de afstand naar Middelburg voor partijen een blokkade kan zijn om het warmtenet te willen exploiteren. Ook voor onderhoud en reparatie kan dit meespelen. Het oprichten van een gemeentelijk warmtebedrijf is gezien de kleine schaal geen optie. De organisatiekosten zijn te hoog in vergelijking met het aantal afnemers. Dat brengt de betaalbaarheid in het geding.

Rapport | 22713-1712432

43

Risico & gevolg Ook zijn er momenteel geen plannen voor een provinciaal warmtebedrijf die dit warmtenet in beheer kan nemen. Gevolg en kans: De kans dat er geen partij gevonden kan worden is klein. Een mogelijk gevolg dat een gemiddelde kans heeft is dat de kosten die partijen rekenen hoger uitvallen. De transport en reiskosten zullen hoger ingecalculeerd worden. Mitigatie maatregelen Een mitigerende maatregel is te kiezen voor een zo simpel mogelijk systeem met zo min mogelijk regulier onderhoud, vervanging en risico op incidenten. Er hoeft minder materiaal en arbeid naar Middelburg toe hoeven, wat het negatieve effect kan verkleinen. In dat kader zou het LTwarmtenet op lucht de voorkeur hebben. Risico: Onzekerheid welke deelgebieden worden aangesloten op het warmtenet. Het is momenteel onzeker welke deelgebieden gebruik willen maken van een warmtenet. Daarnaast zijn er veel verschillende partijen betrokken: Een ontwikkelaar, een woningcorporatie en verschillende VvE’s. Dit geeft het risico dat er bij aanvang van het project niet duidelijk is welke scope aangehouden wordt. Gevolg en kans: De kans dat dit risico tot uitkom komt is groot. Het gevolg is het kleinst voor het ZLT-warmtenet. De onderdelen van het systeem hoeven bij deze optie niet vergroot te worden om naast de nieuwbouw andere gebieden aan te sluiten.

Dit komt door de slimme inzet van de luchtwarmtepomp en eventueel de gasketel als piekvoorziening. Voor de opties met een LT-warmtenet is het gevolg groter. Omdat de warmte centraal wordt opgewekt moet bij de dimensionering van het systeem rekening gehouden worden met de eindscope. Bij aanvang van het project moet bekend zijn welke gebieden wanneer aansluiten. Mitigerende maatregelen: Er zijn een aantal mitigerende maatregelen mogelijk om dit risico te verkleinen. 1. Kleine haalbare scope hanteren. Het is belangrijk bij aanvang te weten voor welk gebied het systeem ontworpen wordt. Het verkleinen van de scope tot het gebied waarvan zeker is dat het aangesloten wordt op een warmtenet is dan aan te raden. 2. Kiezen voor een flexibele optie. Het ZLT-warmtenet bied de meeste flexibiliteit. Dit kan een reden zijn om voor dit systeem te kiezen, als je opties open wilt houden in de toekomst. 3. Voor het LT-warmtenet kan binnen het ontwerp rekening gehouden worden met toekomstige uitbreiding. Bijvoorbeeld door in de warmtecentrale ruimte te reserveren voor een extra warmtepomp of piekketel. Of door alvast een vergunning aan te vragen voor een extra WKO of extra TEO capaciteit. Risico: Onzekerheid over vervanging van de piek- en backup installatie op aardgas.

Uit de business case berekening komt naar voren dat een piek- en backup installatie op gas een groot positief effect heeft op de haalbaarheid van de business case. Wanneer deze installatie op aardgas werkt zal dit een tijdelijke oplossing zijn. Op den duur zal de installatie vervangen moeten worden door een duurzaam alternatief.

Rapport | 22713-1712432

44

Risico & gevolg Gevolg en kans: Het gevolg van dit risico is vrij klein, de kans dat dit risico werkelijkheid wordt is echter groot (99%). Mitigerende maatregelen: In het ontwerp van de warmtecentrales is de piek- en backupinstallatie zo klein mogelijk gehouden. Op deze manier wordt er zeer weinig (aard)gas gebruikt. Eventueel kan gekozen worden direct groengas in te kopen. De meerkosten voor groengas liggen momenteel ongeveer €0,30 / m3 hoger dan voor aardgas. Doordat er zeer weinig aardgas wordt gebruikt heeft dit echter geen significante invloed op de financiële haalbaarheid. De hoeveelheid gas is zo klein dat eventueel kan volstaan met een gastank op locatie. Ook wanneer het gasnetwerk verwijderd wordt kan groengas gebruikt worden als piekvoorziening. Risico: Geen of beperkte transportcapaciteit voor afname. Walcheren staat bij Stedin als congestiegebied (afname, deels ook teruglevering). Wachtrijen zijn gangbaar en toewijzing van vast transportrecht kan jaren duren, afhankelijk van netuitbreidingen. Gevolg en kans: De kans dat dit voorkomt is hoog. Het gevolg is dat het lang kan duren voordat een netaansluiting toegewezen wordt. Dit kan voor vertraging zorgen voor het project. Mitigerende maatregelen. Er zijn een aantal mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden.

Dien de aanvraag vroeg in via Mijnaansluiting en laat Stedin direct een nettoets uitvoeren zodat je formeel geregistreerd staat en tijdig wordt meegenomen in capaciteitstoetsing. Onderzoek daarna de alternatieve transportrechten die sinds 2024–2025 mogelijk zijn—non‑firm, tijdsduurgebonden en tijdsblokgebonden contracten. Ontwerp de centrale zo dat de warmtepompen en regeltechniek flexibel sturen buiten piekuren. Richt vervolgens maximale flexibiliteit in via thermische opslag, gasketels, slim ontdooien, piekshaving met BESS en load‑shifting naar nacht/daluren, en koppel dit actief aan congestiemanagement via capaciteitsbeperkingscontracten of redispatch via GOPACS. Tot slot kun je starten met een lager gecontracteerd transportvermogen en dit opschalen zodra er ruimte vrijkomt; leg deze fasering contractueel vast. ZLT-warmtenet op aquathermie Risico: WKO heeft een lager debiet dan gedacht. Een reëel risico is dat de WKO per bronpaar minder debiet kan leveren dan verwacht. Uit het onderzoek van VHGM komt naar voren dat de aanwezigheid van schelpenbanken de potentie van WKO onzeker maakt. Het uitgangspunt dat een WKO 50 m3/uur kan leveren kan daarmee niet gehaald worden. Gevolg en kans: Wanneer de productie tegenvalt zijn meer bronparen nodig om dezelfde hoeveelheid warmte te leveren. De investeringskosten van meer bronparen liggen hoger.

Hierdoor kan deze optie minder betaalbaar worden. De kans dat de productie tegenvalt wordt als gemiddeld ingeschat.

Rapport | 22713-1712432

45

Risico & gevolg Mitigerende maatregelen VHGM geeft aan dat een proefboring op locatie met een test op de doorlatendheid van de grond veel van de onzekerheid kan wegnemen. Ook de prestatie van de WKO van het politiebureau kan gebruikt worden om de werking van het systeem in Middelburg te toetsen. LT-warmtenet op aquathermie Risico: WKO heeft een lager debiet dan gedacht. Zie ZLT-warmtenet op aquathermie voor toelichting. LT-warmtenet op lucht Risico: Geluid warmtecentrale Een risico van deze optie is het geluid van de warmtecentrale. De droge koelers van deze optie maken geluid. Gevolg en kans. Het gevolg is persoonsafhankelijk en kan als hinderlijk worden ervaren. De kans dat geluid wordt geproduceerd is groot. De kans op hinder hangt sterk af van de mitigerende maatregelen. Mitigerende maatregelen In het ontwerp van de warmtecentrale kan de geluidsproductie zo laag mogelijk gehouden worden. Bijvoorbeeld door de oriëntatie of opbouw van de omgeving. Ook de afstand tot gebouwen is hierbij van belang. Ruimtelijke inpassing in de woning / gebouw De ruimtelijke inpassing in de woning kan van belang zijn voor een ontwikkelaar. Hoe minder ruimte voor techniek in de woning of in een gebouw aanwezig is, hoe meer oppervlak van de woning/ gebouw gebruikt kan worden voor andere functies. Een klein oppervlak voor techniek kan voor een ontwikkelaar aantrekkelijk is. •

•

•

Een luchtwarmtepomp per woning heeft een warmtepomp en boilervat nodig in de woning. Buiten de woning moet een buitenunit geplaatst worden. Voor appartementencomplexen en utiliteit wordt centraal een warmtepomp geplaatst. In plaats van een buitenunit staan droge koelers op het dak. Het ZLT-warmtenet heeft een grote ruimtelijke inpassing per woning of per gebouw. Per woning is een warmtepomp en een boilervat nodig. Voor appartementen en utiliteit is een centrale warmtepomp nodig met eventueel een buffervat. Het LT-warmtenet heeft een lage ruimtelijke inpassing. Per woning wordt een afleverset geplaatst. Bij nieuwbouw kan deze in de meterkast. Bij bestaande bouw wordt deze vaak op de plek van de CV-ketel geplaatst. Appartementen kunnen een afleverset per woning of een warmtewisselaar per complex hebben.

Benodigde isolatiemaatregelen

Rapport | 22713-1712432

46

De benodigde isolatiemaatregelen verschillen weinig per techniek. Alle technieken leveren warmte op lage temperatuur, waardoor goede isolatie vereist is. Voor de nieuwbouw maakt dit niet uit: de huidige bouweisen voorzien in een goede isolatiegraad. Voor bestaande bouw betekent dit in alle gevallen dat er goed na-geïsoleerd moet worden. Ruimtelijke inpassing in de wijk De ruimtelijke inpassing varieert per techniek. • Het ZLT-warmtenet heeft een groot ondergronds ruimtebeslag voor de WKO en het TEO systeem. De technische ruimte is echter kleiner dan bij de LT-warmtenet opties. • Het LT-warmtenet op aquathermie heeft de grootste ruimtebeslag in de wijk. Er is veel ruimte ondergrond nodig voor de WKO systemen, het TEO systeem en het aparte koudenet voor de nieuwbouw. Daarnaast is de technische ruimte groter. • Het LT-warmtenet op lucht heeft vooral ruimte nodig voor de technische ruimte. Hierbij moet echter ook rekening gehouden worden met de ruimte om de technische ruimte in verband met geluidsproductie. Koeling Voor koeling is vooral het verschil tussen actief en passief koelen van belang. • Het ZLT-warmtenet op aquathermie en het LT-warmtenet op aquathermie kunnen passief koelen. Dit betekent dat er geen warmtepomp gebruikt hoeft te worden. Het water uit de WKO is direct geschikt om te koelen. Dit scheelt veel elektriciteit waardoor deze optie zeer efficiënt is.

• Het LT-warmtenet op lucht koelt actief: dat wil zeggen door middel van de warmtepomp. Hierdoor is het elektriciteitsgebruik hoog. Eventueel is hier wat op te besparen wanneer tegelijkertijd warmte voor tapwater en koeling voor de ruimte nodig is. Centraal aansluitvermogen en aansluitvermogen per woning Het centrale aansluitvermogen is van belang in verband met netcongestie. Er zijn een aantal zaken te zien in de resultaten: • Het ZLT-warmtenet heeft het laagste (cumulatieve) aansluitvermogen. Dit komt doordat de warmtepompen ook op koude dagen efficiënt werken door de 15-18 graden die het ZLTwarmtenet levert. Het vermogen is verspreid over de VvE’s en het gebied van woongoed. Er moeten dus aparte aanvragen worden ingedient. • Het LT-warmtenet op lucht heeft het hoogste aansluitvermogen. • Een individuele warmtepomp per woning of per gebouw heeft geen centrale aansluiting. • Een gasketel als piek- en backupvoorziening heeft een groot effect op het maximale aansluitvermogen. Deze kan bijna een factor 2 lager liggen. Per woning of gebouw is het beeld tegenovergesteld • ZLT-warmtenet: De warmtepomp per woning of gebouw heeft een hoog vermogen nodig. Dit vermogen wordt vaak aangesproken. Per woning is dit doorgaans te realiseren binnen de 3x 25A aansluiting.. • LT-warmtenet: De TE-booster heeft een kleiner vermogen dan de warmtepomp die wordt toegepast bij de ZLT-warmtenet optie.

Bovendien maakt hij minder draaiuren over de dag. Wanneer gekeken wordt naar de totale stroompiek heeft het ZLT-warmtenet op aquathermie de laagste piekstroomvraag, gevolgd door het LT-warmtenet op aquathermie. Het LT-warmtenet op lucht heeft de grootste piekstroomvraag. De piekstroomvraag van warmtenetten zijn allen lager dan van individuele warmtepompen per woning of gebouw.

Rapport | 22713-1712432

47

Rapport | 22713-1712432

48

CO2 uitstoot De reden dat nieuwbouw aardgasvrij moet worden gebouwd en bestaande bouw uiterlijk in 2050 aardgasvrij moet zijn is uiteindelijk de CO2 uitstoot van aardgas. Het is belangrijk dat een nieuw systeem zo min mogelijk uitstoot. • Alle warmtenet opties hebben een zeer lage uitstoot in vergelijking met aardgas. • Het ZLT-warmtenet gebruikt de laagste hoeveelheid elektriciteit. De uitstoot is daarom een stuk lager. Het LT-warmtenet op lucht heeft de hoogste uitstoot. • Alle warmtenetten zijn CO2 neutraal te maken. De reden dat er bij de warmtenetten een uitstoot getal staat is omdat de Nederlandse mix van elektriciteit nog niet geheel duurzaam is. Naarmate onze elektriciteitsproductie CO2 neutraal wordt, zullen ook de warmtenetten CO 2 neutraal worden. • Wanneer een gasketel als piek- en backup voorziening wordt gebruikt moet deze op groengas overstappen om geheel CO2 neutraal te worden. Geluid tijdens gebruikt en realisatie Geluid kan een belangrijke reden zijn om te kijken naar een warmtenet in plaats van een individuele luchtwarmtepomp. Dit voorkomt dat er per woning een buitenunit geplaatst wordt die geluid maakt. Ook warmtenetten hebben echter geluidsproductie, al is dit vaker centraal. • Individuele lucht‑waterwarmtepompen produceren per woning merkbaar geluid via de buitenunit.

Afhankelijk van het type ligt dit geluidsniveau typisch rond 60–70 dB bij de bron, wat aansluit bij de constatering dat buitenunits in dichtbebouwde buurten duidelijk hoorbaar kunnen zijn. Voor grotere gebouwinstallaties wordt soms een drogekoeler toegepast, die een nog hoger geluidsniveau kan bereiken van ongeveer 80 dB aan de bron. Ongeacht het systeem geldt aan de perceelgrens de wettelijke eis van maximaal 45 dB overdag en 40 dB in de nacht, conform de regelgeving zoals ook benoemd in de correspondentie over erfgrensgeluid van warmtepompen. • Een ZLT‑warmtenet op aquathermie produceert zelf géén geluid, omdat het zonder warmtepomp kan functioneren voor de basislast. Alleen een eventuele back‑up‑luchtwarmtepomp veroorzaakt geluid wanneer deze inschakelt. Daarentegen maakt een LT‑warmtenet op aquathermie wél centraal geluid: de centrale warmtepomp in de wijk kan een geluidsniveau van circa 80 dB aan de bron veroorzaken, vergelijkbaar met andere collectieve luchtwarmtepompen. Ook hier blijft de grenswaarde op de erfgrens 45 dB overdag en 40 dB ’s nachts gelden. • Een LT‑warmtenet op lucht genereert van alle varianten het meeste centrale geluid, omdat de warmte volledig door middel van een luchtwarmtepomp wordt opgewekt.

De centrale installatie kent eveneens een geluidsniveau van ongeveer 80 dB, waardoor bronmaatregelen of afscherming vaak noodzakelijk zijn om aan de erfgrensnormen te voldoen, zoals ook in diverse geluidstudies over lucht‑waterwarmtepompen is aangetoond. Tijdens de realisatie is het geluid van de aanleg van een warmtenet waarschijnlijk niet hoger dan het geluidsniveau dat bereikt wordt bij de bouw van de gebouwen. Ontzorgen Bij een ZLT‑warmtenet blijft de bewoner in de meeste gevallen zelf verantwoordelijk voor de warmtepomp in de woning. Dat betekent dat onderhoud, storingen en eventuele vervanging bij de individuele eigenaar liggen, tenzij gekozen wordt voor een leaseconstructie, waarbij deze verantwoordelijkheden worden overgenomen door de leverancier. In complexen met meerdere

Rapport | 22713-1712432

49

woningen kan ook worden gekozen voor een collectief warmtepompsysteem per gebouw, waarbij beheer en onderhoud centraal worden georganiseerd. Een LT‑warmtenet biedt daarentegen volledige ontzorging voor de ruimteverwarming. De warmte wordt centraal opgewekt via een collectieve warmtepomp in de wijk, waardoor bewoners geen eigen warmtepomp meer nodig hebben. In de woning bevindt zich alleen een afleverset, die doorgaans nauwelijks onderhoud vraagt. Voor tapwater is wel een kleine aanpassing nodig, bijvoorbeeld een TE‑booster of tapwaterboiler die het warmtenetwater naverwarmt tot tapwatertemperatuur. Flexibiliteit en onderlinge afhankelijkheid. Een belangrijke vraag voor de organisatie van het systeem was de mate van flexibiliteit. Het ZLTwarmtenet bied de meeste flexibiliteit. Omdat er gewerkt wordt met bronwarmte kan er per gebouw gekeken worden op welke temperatuur de warmtepomp warmte levert. Dit geeft veel flexibiliteit voor de eindgebruiker. Dit systeem geeft ook voor de warmteleverancier de grootste flexibiliteit. Er kunnen makkelijk gebieden toegevoegd worden. Omdat zij een eigen energiecentrale hebben kan deze zo ontworpen worden dat op piekmomenten het ZLT-warmtenet weinig gebruikt wordt. Hierdoor hoeft het systeem van de nieuwbouw niet aangepast te worden bij uitbreiding. De onderlinge afhankelijkheid is dan ook gemiddeld.

Bij het LT-warmtenet is de mate van flexibiliteit laag. Bij aanvang moet duidelijk zijn welke vermogens- en warmtevraag geleverd moet worden door de installatie. Wel is binnen de fasering enige flexibiliteit in te bouwen door onderdelen gefaseerd te installeren of aan te leggen. De onderlinge afhankelijkheid is bij dit systeem dan ook groot.

6.1

Scenario’s

Op basis van de uitkomsten zijn nog een aantal scenario’s bekeken: Scenario

Uitkomst

Commerciële partij (rendementseis van 10% in plaats van 6%) voor de situatie LT-warmtenet op lucht voor alleen de nieuwbouw met aardgas als piek- en backupvoorziening

BAK komt hoger uit €10,900 in plaats van €8,000

Hogere potentie per WKO (100 m3/ uur in plaats van 50 m3/ uur) voor de situatie ZLTwarmtenet op lucht voor alleen de nieuwbouw

BAK komt lager uit €11,500 in plaats van €13,200

Rapport | 22713-1712432

50

Rapport | 22713-1712432

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17022684/1