CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Adviesrapport Op naar een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland

Commissie Algemeen Bestuur 25 februari 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht22.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21

meerdere genera;es en leesijden. Bij deze ruimte wordt nu gedacht aan loca;es in Middelburg in en dichtbij het Zeeuws Archief. In de ZB Bibliotheek van Zeeland zou een ruimte op de eerste verdieping, bij een deelbibliotheek, hiervoor geschikt te maken zijn. In de gesprekken met HZ University of Applied Sciences zijn veel aanknopingspunten genoemd voor bestaande cursussen, opleidingen en programma’s van de HZ en het KCS. Er is brede consensus over het belang van educatie voor basiskennis en inzicht in het slavernijverleden. Een van de eerste activiteiten zou het opzetten van een basiscursus ‘kennis over het slavernijverleden’ kunnen zijn. Zo’n basiscursus is te verbinden met een basistentoonstelling, en beide kunnen door nieuw onderzoek regelmatig worden aangevuld met nieuwe kennis.

Leerlingen van CBS De Wissel krijgen uitleg over het slavernijverleden bij de expositie De Overtocht (2021).

Educatief team van het KCS Het KCS kan in 2025 starten met een educatief team. Dat kan de mogelijkheden in kaart brengen voor cursussen, workshops, onderdelen van vakopleidingen, gastcolleges en educatieve bijeenkomsten aan docenten van basisscholen tot en met universitair onderwijs en publiekseducatie, en starten met programmering. Dit team kan beginnen via kleine detacheringen vanuit de educatieve instellingen die zijn vertegenwoordigd in de projectgroep Kenniscentrum Slavernijverleden. In de implementatiefase 2024-2026 kan dit team onderzoeken en rapporteren waar gezamenlijke programmering mogelijk is, en ook al activiteiten zelf programmeren. Een onderdeel van de educatieve activiteiten kan een aanbod zijn voor schoolreizen en andere educatieve reizen naar Zeeland. Het KCS kan aansluiten op bestaande activiteiten op het gebied van educatie in Zeeland (zoals bijvoorbeeld Cultuurpunt Walcheren, voorheen Kunsteducatie Walcheren) en elders in Nederland. In het fellowship-programma kan aandacht aan educatie gegeven worden, individueel en voor educatieve teams. Bij het cursusaanbod kan ook het Zeeuws Archief een rol spelen. Zeker bij reguliere onderzoeksvaardigheden zoals de wetenschap die oud schrift bestudeert en ontcijfert, 22

archiefvaardigheden, en onderzoek en onderwijs in computer- en/of datagestuurde methoden. Specifieke vaardigheden zoals fundraising, projectmanagement en het opzetten van een subsidieaanvraag kunnen relevant zijn. Voorgesteld wordt vanaf 2025 een tweemaandelijks programma vanuit KCS te organiseren. Een langduriger project zou een Gids Slavernijverleden Zeeland kunnen zijn, gedurende twee jaar, als opleidingstraject met actieve deelname van studenten en leerlingen van diverse scholen en opleidingen. Bij educa;e gaat het ook om de taak van het KCS van het geven, aanbieden en uitdragen van programma’s, en het faciliteren van onderwijsprogramma’s. In verband met de grote relevan;e citeert de kwar;ermaker hier rechtstreeks uit het rapport Ketenen van het Verleden, Rapport van Bevindingen van het Adviescollege Slavernijverleden, over onderwijs en slavernijverleden. Ook uit gesprekken met jongeren bleek de cruciale en tegelijker;jd complexe rol van het onderwijs met betrekking tot het thema slavernij. De educa;eve voorstellen voor het KCS sluiten rechtstreeks op deze rapportage uit 2021 aan. Met name via HZ en UCR kan het tot een goed educa;ef aanbod komen in de loop van de komende jaren, en er kan direct mee worden begonnen.

“Als je in iemands schoenen kunt gaan staan en kunt begrijpen wat hij/zij of zijn/haar voorouders hebben meegekregen, kun je al beter een discussie voeren. Als je meer kanten van het verhaal weet, kun je beter een goede oplossing vinden.” - prof. dr. Alex van S9priaan | rapport Ketenen van het Verleden –

Aandacht voor het slavernijverleden in het voortgezet onderwijs in Zeeland.

23

C. KCS als informa7ecentrum: tentoonstellingen en activiteiten De kwar;ermaker pleit voor een informa;ecentrum over het slavernijverleden als derde onderdeel van het KCS. Hiermee wordt geen nieuw cultureel centrum beoogd, maar culturele ac;viteiten kunnen wel onderdeel zijn van het KCS. Cultuur als middel; de kracht en inspira;e van bijvoorbeeld zwarte muziek, poëzie, spoken word, dans, theater en visuele kunst maakt al jarenlang indruk bij herdenkingen en bijeenkomsten over het slavernijverleden en over de doorwerking daarvan in het heden. Vanuit de beleidsvisie De kracht van de voorouders is dit ook een belangrijk punt van NiNsee, van Ke; Ko;, 30 juni / 1 juli comités en ac;viteiten in het hele land. Het KCS kan fungeren als denktank en vliegwiel voor culturele ac;viteiten. In eerste instan;e vanuit de bestaande infrastructuur in Zeeland, door het samenbrengen van organisa;es en betrokkenen, en door het opstellen, bijhouden en delen van een brede agenda van ac;viteiten. Er is vanuit de projectgroep Slavernijverleden in Zeeland de afgelopen jaren al contact met allerlei culturele instellingen en organisa;es (Jeugdtheaterschool Zeeland, theater, muziek en dans). Het KCS zal dit naar buiten toe uitstralen. Via het fellowship-programma kunnen betrokkenen bij culturele produc;es, zoals regisseurs en schrijvers, naar Zeeland komen.

Zij kunnen via de educa;eve programma’s nieuw talent werven en opleiden via cursussen, workshops, gastcolleges en onderdelen van vakopleidingen. Tentoonstelling met basisinforma9e over slavernijverleden Informatieve en educatieve activiteiten sluiten op elkaar aan. De productie van een tentoonstelling met basisinformatie over het slavernijverleden zou prioriteit moeten hebben. Op langere termijn kan het KCS werken aan een grotere productie over een periode van bijvoorbeeld twee jaar, die een leertraject kan zijn voor opleidingen bij bijvoorbeeld HZ en UCR of andere scholen en opleidingen. Bij deze producties, die zowel educatief, informatie als cultureel kunnen zijn, kunnen gastdocenten en internationale experts worden uitgenodigd voor workshops en masterclasses. Idealiter zijn educatieve en informatieve programma’s en projecten gebaseerd op via academisch onderzoek gevonden gegevens en verhalen. Een eerdere vondst in het archief leidde bijvoorbeeld tot een kinderboek en een theaterprogramma (Aspha Bijnaar en Karin Lurvink over Serafima, Vrouwen in verzet), de tentoonstelling Kind aan de ketting, artikelenbundel, etcetera. Oral history-onderzoek produceert bronnen van kennis gebaseerd op interviews, die inspiratie kunnen bieden voor producties. Muziek, film, theater, poëzie, spoken word, dans en storytelling, zijn enkele voorbeelden van vormen die een plek kunnen krijgen.

Kinderen leggen een mini-krans bij het slavernijmonument in Miniatuur Walcheren.

24

3.3 De implementa7efase van het KCS: 2025 Nadat de stuurgroep Slavernijverleden en de colleges van de Walcherse overheden op basis van het adviesrapport van de kwartiermaker een positief besluit hebben genomen over de realisatie van een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden, kan de volgende fase, de implementatiefase of startfase, worden opgestart. Het ligt voor de hand dat er gewerkt wordt aan het oprichten van een Stichting internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden met een governance-structuur die daarbij past. Door daar snel uitvoering aan te geven, wordt het ook mogelijk als stichting eigen subsidieaanvragen in te dienen. Het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst voor de huidige (en toekomstige) partners in de projectgroep Kenniscentrum Slavernijverleden wordt ook aanbevolen. Het is denkbaar dat de huidige projectgroep en stuurgroep in de star•ase doorgaat; denkbaar is eveneens het aanzoeken van enkele adviseurs, het samenstellen van een raad van advies, en/of een klankbordgroep als onderdeel van de governance. Tevens zullen er opdrachten verstrekt moeten worden voor verder uitwerking en opstarten van activiteiten met als doel om in 2026 als KCS operationeel te zijn. Hierbij zal ook aandacht gegeven moeten worden aan concrete activiteiten op de terreinen onderzoek, educatie en informatie van het Kenniscentrum tijdens de implementatiefase.

verkenning 2023--2024

implementatie 2025

operationeel vanaf 2026

Van belang voor de effectuering van het nationaal Kenniscentrum Slavernijverleden is de aanwezigheid van commitment en medefinanciering vanuit de ministeries van OCW en BZK. Hoewel de afgelopen tijd regelmatig contact met deze ministeries is geweest, heeft dit nog niet tot een besluit vanuit de Rijksoverheid geleid. Het commitment van bij het slavernijverleden betrokken landelijke kennisinstellingen is belangrijk. Zoals al diverse keren in dit adviesrapport is aangegeven, constateert de kwartiermaker dat er ruim draagvlak is voor een nationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland. De adhesiebetuiging van Kathleen Ferrier, thans voorzi:er van de Nederlandse Unesco Commissie, is daarvan een voorbeeld (bijlage 5). In de opbouwfase zal uitwerking moeten plaatsvinden van de wijze waarop het KCS kan samenwerken met alle relevante instellingen. In de opbouwfase worden de gesprekken met internationale kennisinstellingen voortgezet om tot concrete samenwerkingsafspraken te komen. Naast de Rijksoverheid, de Provincie Zeeland en de drie gemeenten op Walcheren worden ook de andere overheden in Zeeland betrokken bij het KCS. Het ligt voor de hand dat hiervoor gebruik gemaakt wordt van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO).

Bij de invulling van het nationaal Kenniscentrum is het van belang dat zwarte zelforganisaties zoals Keti Koti Zeeland, KITAS en onderzoekers van het Aziatische slavernijverleden vanuit Zeeland expliciet betrokken worden en daarmee erkenning krijgen. In de businesscase is verondersteld dat het kenniscentrum vanaf 2026 volledig opera;oneel is met een compact team, in omvang oplopend van 3,0 se naar 5,0 se. Het KCS is aanvullend op de reeds

25

bestande onderzoeks-, educa;e- en informa;eac;viteiten in Zeeland en hees een (inter)na;onale uitstraling. Dat voorgesteld wordt om te kiezen voor een brede scope van aandachtsvelden en (inter)na;onale samenwerking, hees ook alles te maken met de afstemmende en faciliterende func;e die het interna;onaal Kenniscentrum Slavernijverleden moet gaan vervullen. Ook is met deze insteek de realisa;e van een succesvol fellowship-programma veel kansrijker. Dat alle voormalige Nederlandse koloniën de aandacht kunnen krijgen, hees er mee te maken dat Zeeland in het verleden bij al deze koloniën een belangrijke rol hees gespeeld, ook wat betres de slavernij en de slavenhandel.

“Van alle verhalen hier en daar wil ik een groot verhaal van herkenning maken. Op zoek naar connec1e. Het verleden mag daarbij niet langer onder een dikke laag van ontkenning worden geschoven. Het is 1jd om elkaar met open blik onder ogen te komen.” - Angelique Duijndam | Tijdschri\ Zeeland, KZGW, jaargang 33, nr 2 | juni 2024 -

Links: Keti Koti bij het slavernijmonument in Middelburg. Rechts: de burgemeesters van de drie Walcherse gemeenten (2023).

26

4. Businesscase 4.1 Kosten businesscase Wanneer de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport financieel worden vertaald, dan blijkt dat voor de implementatie in 2025 € 450.000 nodig is. In 2026 bedragen de kosten € 650.000. Structureel wordt vanaf 2027 uitgegaan van € 750.000 per jaar, te besteden aan activiteiten en programma’s van het kenniscentrum en met aanstelling van een compact team medewerkers. Deze bedragen zijn als volgt opgebouwd:

2025

2026

2027

2028

13.000 10.000 8.000 10.000 12.000 3.000

15.000 25.000 24.000 20.000 24.000 6.000

15.000 25.000 24.000 20.000 24.000 6.000

15.000 25.000 24.000 20.000 24.000 6.000

10.000 10.000 10.000 10.000 10.000

30.000 10.000 20.000 20.000 20.000

30.000 10.000 20.000 20.000 20.000

30.000 10.000 20.000 20.000 20.000

80.000 20.000 90.000 45.000 45.000

80.000 20.000 180.000 36.000 36.000

80.000 80.000 20.000 20.000 270.000 270.000 36.000 36.000 36.000 36.000

9.000 5.000 10.000 5.000 2.000 9.000 6.000 3.000

12.000 5.000 10.000 10.000 3.000 12.000 8.000 4.000

15.000 5.000 10.000 10.000 4.000 15.000 10.000 5.000

15.000 5.000 10.000 10.000 4.000 15.000 10.000 5.000

Onvoorzien

15.000

20.000

20.000

20.000

Totale kosten

450.000

650.000

750.000 750.000

Kosten Activiteiten Onderzoek onderzoeksportal (familienamen, plaatsen e.d.) familie onderzoek academische onderzoekers (Fellowships) onderzoeksgroepen (Fellowships) woonruimte Fellows werkruimte Fellows Educatie educatiemateriaal toegang tot fysieke archieven, collecties e.d. ( incl schoolvervoer) Informatie Tentoonstellingen, films congressen, lezingen en andere activiteiten Personele kosten programma coördinator office manager adviseur onderzoek/begeleider Fellows en onderzoekers adviseur educatieprogramma adviseur informatieprogramma Overhead IT inhuur website, sociale media accountant fundraiser bestuurskosten reiskosten huisvestingskosten facilitaire kosten

De businesscase is gebaseerd op de in dit adviesrapport aangegeven opzet en scope van het Kenniscentrum Slavernijverleden. In 2025 is sprake van de implementatiefase. Vanaf 2026 is het Kenniscentrum operationeel met een compact team dat in drie jaar ;jd wordt opgebouwd van 3,0 se in 2025 en 4,0 se in 2026 naar 5,0 se vanaf 2027, als volgt te specificeren:

27

- programmacoördinator - officemanager - adviseur educatieprogramma - adviseur maatschappelijke activiteiten - adviseurs/begeleider fellows en onderzoekers Totale formatie

0,8 0,4 0,4 0,4 3,0 5,0

Daarnaast zal externe exper;se worden ingehuurd op het gebied van informa;etechnologie (IT), dataportal, webmaster, controle en fundraising. De overheadkosten zijn gebaseerd op de rijksnormen voor overheid en bedragen circa 18% van de personeelskosten. De kosten van het fellowship-programma zijn gebaseerd op de in de ;jd op te bouwen aanwezigheid van uiteindelijk vier onderzoekers en twee onderzoeksgroepen per jaar. Op dit moment verrichten de in de projectgroep Kenniscentrum Slavernijverleden deelnemende organisaties en hun directe netwerk(en) al diverse activiteiten op het gebied van onderzoek, educatie en informatie. Deze activiteiten zullen op het KCS worden afgestemd waarbij de activiteiten van het KCS aanvullend zijn op deze bestaande activiteiten.

4.2. Financiering Kenniscentrum Slavernijverleden Tijdens de implementa;efase zal gezocht moeten worden naar structurele financiering van het kenniscentrum. Duidelijk is dat dit niet te realiseren is zonder een financiële bijdrage vanuit de Rijksoverheid. Het voormalige kabinet hees besloten om voor de ontwikkeling van een kenniscentrum éénmalig € 3 miljoen beschikbaar te stellen uit de middelen van het slavernijverledenfonds. De kwar;ermaker en leden van de projectgroep zijn in contact met de betreffende ministeries of een deel van deze middelen ingezet kunnen worden voor de dekking van de implementa;ekosten van het interna;onaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland. Uiteraard zal ook vanuit de Zeeuwse overheden een deel van de kosten van het Kenniscentrum gedekt moeten worden, zoals ook de gemeente Amsterdam een deel van de kosten voor het Na;onaal Slavernijmuseum voor haar rekening neemt. Ook zijn er fondsen, zoals die van De Nederlandse Bank, die aangeschreven kunnen worden om de kosten te dekken. De totaal begrote kosten in de periode 2025-2028 bedragen op basis van de business case € 2.600.000. Als uitgangspunt voor de concrete uitwerking van de dekking van de kosten zou de volgende financieringsmogelijkheid voor de eerste vier opera;onele jaren onderzocht kunnen worden: Bijdrage Zeeuwse overheden Bijdrage fondsen Bijdrage ministeries Totaal

€ 720.000 € 230.000 € 1.650.000 € 2.600.000

4.3. Te plannen ac7viteiten in 2024 Ter voorbereiding op de implementa;efase kunnen in 2024 de volgende ac;viteiten gepland worden: - Oprich;ng van een s;ch;ng - Organiseren van een conferen;e - Werven van personeel 28

- Benaderen van kennisins;tuten voor het starten van een fellowship-programma - Starten met fondsenwerving - Doorgaan met de gesprekken met de ministeries en andere gemeenten - Opstellen van een samenwerkingsovereenkomst tussen betrokken organisa;es - Inrichten van de werkruimte in het Zeeuws Archief en zo mogelijk ook in de Zeeuwse Bibliotheek Deze ac;viteiten kunnen door de huidige stuur- en projectgroep KCS worden opgepakt waarbij de kosten naar verwach;ng gedekt kunnen worden uit het resterende budget voor de kwar;ermakersfase.

Bijeenkomst in De Oostkerk (2024) en aandacht voor KeZ KoZ op HZ University of Applied Sciences.

29

Bijlage 1 Samenwerkingspartners slavernijverleden Deze bijlage toont de samenwerkingspartners in Zeeland die ac;ef betrokken zijn bij projecten en ac;viteiten rond slavernijverleden. Een aantal van deze samenwerkingspartners maakt deel uit van de projectgroep en stuurgroep Kenniscentrum Slavernijverleden.

Zeeuws Archief Het Zeeuws Archief is een belangrijk initiator van de aandacht voor het slavernijverleden. Het Zeeuws Archief beheert het archief van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), een onderneming die zich in de achttiende eeuw toelegde op trans-Atlantische slavenhandel. In 2011 is het omvangrijke en wereldwijd unieke MCC-archief opgenomen in Unesco’s internationale Memory of the World-Register. Het Zeeuws Archief heeft het MCC-archief gedigitaliseerd en online raadpleegbaar gemaakt. Daarnaast zet het Zeeuws Archief zich in om voor een breed publiek de geschiedenis van slavernij en slavenhandel toegankelijk te maken; sinds 2004 organiseert het exposities over slavenhandel – fysiek en online via Google Arts – en draagt het bij aan producties van derden. Met webprojecten wordt het publieksbereik vergroot in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld met de website over de reis van de Eenigheid: de bezoeker volgt de dagelijkse gebeurtenissen aan boord van een slavenschip, via een interactieve kaart met tijdbalk, aan de hand van de authentieke archiefstukken.

Provincie Zeeland Op 1 juli 2023 hees de Provincie Zeeland excuses aangeboden voor het slavernijverleden. De Provincie Zeeland subsidieert een aantal van de in dit overzicht genoemde organisa;es en faciliteert en/of organiseert bijeenkomsten rond de herdenking en viering van de afschaffing van slavernij, waaronder de jaarlijkse Ke; Ko;-viering op 1 juli. Vanuit het gedachtegoed van de Four Freedoms van Franklin D. Roosevelt wil de Provincie vrijheid, mensenrechten, verdraagzaamheid, respect en open dialoog bevorderen en ac;eve betrokkenheid bij de Vier Vrijheden s;muleren. De Provincie doet dit onder meer als medeorganisator van de uitreiking van de Four Freedoms Awards die om het jaar in Middelburg worden uitgereikt, en door de organisa;e van een jaarprogramma op het thema vrijheid en mensenrechten in het netwerk Four Freedoms door het jaar heen. Slavernijverleden en het borgen van deze geschiedenis voor toekoms;ge genera;es, sluit hierbij aan.

30

Gemeente Middelburg Op 1 juli 2023 hees de gemeente Middelburg excuses aangeboden voor het slavernijverleden van de stad. Het besluit om dit te doen werd door het gemeentebestuur al eerder genomen. Middelburg is mensenrechtenstad. In de Middelburgse gemeenteraad werd in juni 2021 aandacht gevraagd voor een kenniscentrum rondom het slavernijverleden. De gemeente Middelburg ondersteunt de bij slavernijverleden en mensenrechten betrokken organisa;es in de gemeente. Middelburg hecht grote waarde aan onderzoek naar en onderwijs over het slavernijverleden en vraagt aandacht voor schending van mensenrechten lokaal maar ook interna;onaal. Naast de aandacht voor de geschiedenis met betrekking tot de slavernij in De West (Caribisch gebied en Suriname) is er in toenemende mate binnen Middelburg ook aandacht voor de slavernij in De Oost (Indonesië).

Gemeente Vlissingen De gemeente Vlissingen liet in 2021 onderzoek doen naar de rol van de stad in de slavenhandel. Hieruit bleek dat het aandeel van Vlissingen veel groter was dan aangenomen. De gemeente hees haar rol erkend, en op 1 juli 2023 excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Vlissingen ondersteunt onder meer via het Mari;em MuZEEum ac;viteiten die gericht zijn op het slavernijverleden. In de gemeente Vlissingen wonen rela;ef veel mensen met een Molukse achtergrond wat ertoe hees geleid dat de gemeente contact hees met Indonesië (met name met bestuurders en organisa;es op Ambon).

De gemeente Veere De gemeente Veere maakt deel uit van de stuurgroep Kenniscentrum Slavernijverleden. Jaarlijks is Veere betrokken bij de Ke; Ko;-viering op 1 juli in Middelburg.

31

ZB Bibliotheek van Zeeland ZB Bibliotheek van Zeeland en Ke; Ko; Zeeland zijn in Zeeland verantwoordelijk voor de organisa;e van de Black Achievement Month. Vanuit Four Freedoms door het jaar heen (Provincie Zeeland) en met vele andere lokale partners wordt gewerkt aan een rijk programma met exposi;es, performances, films, voorstellingen en educa;eve ac;viteiten om samen gekleurd talent en ‘nieuwe’ verhalen voor het voetlicht te brengen. Daarnaast ondersteunt ZB, sinds 2018, de organisa;e van de Ke; Ko; Dialoogtafel in Zeeland. In overleg met S;ch;ng Kenniscentrum Impact Transatlan;sche Slavernij (KITAS) verkent ZB de realisa;e van een ‘Black Library’. Ook wil de ZB verder collec;e vormen op dit thema.

University College Roosevelt Van 2010 tot 2020 vond aan University College Roosevelt (UCR), het Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht in Middelburg, een Decolonial Summer School plaats. Hier bogen studenten en ac;visten van over de hele wereld zich kri;sch over onder andere het slavernijverleden. Dit thema komt ook terug in veel van de vakken en onderzoekprojecten aan dit college. UCR ontwikkelt de focus op meerdere gebieden, zoals sociologie, rechten, genderstudies en filosofie, meer op vragen van diversiteit en historische (on)rechtvaardigheid. University College Roosevelt besteedt in onderzoek en onderwijs aandacht aan zowel het slavernijverleden als aan de Four Freedoms vandaag. Zo doen geschiedenisstudenten en -docenten archiefonderzoek, en waren zij betrokken bij het MCC-archief, is er veel ervaring met mensenrechteneduca;e en organiseerde UCR ;en jaar lang een Decolonial Summer School. Hoogleraren en andere wetenschappers aan UCR begeleiden een scala aan onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten(educa;e).

Het Roosevelt Institute for American Studies (RIAS), het aan de Universiteit Leiden verbonden archief en wetenschappelijk onderzoeksinstituut in Middelburg, richt zich op historisch onderzoek naar de Amerikaanse geschiedenis en trans-Atlantische betrekkingen. Een van de onderzoeksprojecten dat op het RIAS uitgevoerd wordt, onder leiding van Damian Pargas met drie promovendi, betreft de institutionalisering en praktijk van racial democracy in de Verenigde Staten, zowel tijdens de periode van slavernij als erna. In 2025 gaat een nieuw project van start over de invloed van slavernij en vrijheid op de ontwikkeling van de Amerikaanse democratie. Het RIAS is bij uitstek in staat om het kenniscentrum een wetenschappelijke link te geven en in samenwerking met het Zeeuws Archief en UCR een onderzoeksopzet of onderzoeksplan op te stellen. 32

Stichting Slavernijmonumenten Zeeland / Keti Koti Zeeland Stichting Slavernijmonumenten Zeeland is opgericht in 2001. De werktitel van de organisatie is vanaf 2021 Keti Koti Zeeland. Keti Koti Zeeland organiseert sinds jaar en dag de evenementen op 30 juni en 1 juli (Keti Koti). Voorafgaand aan de 1 juli-viering, is er een wake bij het Slavernijmonument op 30 juni, ter herdenking van alle slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel. Het Zeeuws Slavernijmonument op de Balans in Middelburg is een monument ter herdenking van de afschaffing van de slavernij en is opgericht in 2005. De plaats van het monument, de Balans, was ten tijde van de slavernij het middelpunt van de bedrijfsvoering van de Middelburgse Commercie Compagnie. Stichting Kenniscentrum Impact Transatlantische Slavernij In 2021 is de Stichting Kenniscentrum Impact Transatlantische Slavernij (KITAS) opgericht. KITAS wil ervaringen met en kennis over het slavernijverleden zichtbaar maken, door het vertellen van verhalen en het tonen van materialen die voorheen verborgen bleven. Dit bijvoorbeeld door archeologisch onderzoek, onderzoek op de plantages en ‘Memory Public History’ van buiten de instituties.

Discrimina0e.nl Zeeland Discrimina;e.nl Zeeland (voorheen An; Discrimina;e Bureau Zeeland) is de an;discrimina;evoorziening voor alle der;en gemeenten in Zeeland. Discrimina;e.nl Zeeland is een onazankelijke organisa;e die werkt aan het voorkomen en bestrijden van discrimina;e, bijvoorbeeld op grond van geslacht, a‚omst, leesijd, handicap, seksuele gerichtheid etcetera. Iedereen kan terecht bij dit meldpunt voor steun en advies bij alle vormen van discrimina;e en ongelijke behandeling.

Het Zeeuws Museum zet kunst en erfgoed in voor een veerkrach;ge samenleving waarin iedereen ertoe doet. De collec;e van het Zeeuws Museum laat historische ontwikkelingen zien en vertelt verhalen over de samenleving. Het Zeeuws Museum hees regelma;g aandacht voor het slavernijverleden. In 2024-2025 is in het museum de tentoonstelling 'Heden van het Slavernijverleden' te zien. In de tentoonstelling, die werd overgenomen van het Wereldmuseum, is te zien hoe wij in de huidige ;jd met het slavernijverleden omgaan. Het Zeeuws Museum is partner in het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden. Een groot driedelig wandtapijt brengt het Zeeuwse slavernijverleden en mensen in verbinding. Op meerdere plekken in de provincie kan er door iedereen aan het tapijt gewerkt worden. Het museum is een belangrijke maakplek. De ontwikkeling van het tapijt is te volgen in het Mari;em MuZEEeum Zeeland, in Vlissingen.

33

Mari0em MuZEEum Zeeland Het MuZEEum in Vlissingen biedt een diepgaande en diverse blik op de mari;eme geschiedenis en cultuur. Het slavernijverleden is onderdeel van de vaste exposi;e. Zo toont het museum onder meer hoe de driehoekshandel plaatsvond en is er een ruimte die meer aan de tot slaafgemaakten gewijd is. Ook is het museum verantwoordelijk voor stadswandelingen waarin dit onderwerp belicht wordt. Vanaf najaar 2024 is in het museum de ontwikkeling van het wandtapijt te volgen dat gemaakt wordt in het kader van het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden. Zij zijn ook aangesloten bij het netwerk 'Musea bekennen kleur’.

De Four Freedoms/Roosevelt Founda0on De Roosevelt Founda;on in Middelburg reikt om het jaar de Four Freedoms Awards uit. In het andere jaar gebeurt dit in de VS. In de VS ontving Lonnie Bunch, oprichter van het Na;onal Museum of African-American History and Culture, in 2019 een award voor de wijze waarop het museum de gedeelde geschiedenis in beeld brengt. Ook ontwikkelde de Roosevelt Founda;on in 2020 onderwijsmateriaal over de Four Freedoms, met speciaal aandacht voor de Verenigde Na;es en rassendiscrimina;e.

Erfgoed Zeeland zet zich in voor het beschermen, benu:en en beleven van het cultureel erfgoed van Zeeland. Op de website van Zeeuwse Ankers wordt aandacht besteed aan de slavenhandel en slavernij, door middel van verhalen, video’s (Canon van Zeeland) en ac;viteiten.

Omroep Zeeland is de regionale omroep voor de provincie Zeeland, ac;ef op radio, televisie en internet. De omroep hees over de jaren veel aandacht besteed aan zowel het slavernijverleden als aan discrimina;e in Zeeland. Zo zond Omroep Zeeland in 2024 de tv-serie De Nazaten uit, over het

34

Zeeuwse slavernijverleden en de doorwerking ervan. Nazaten van tot slaafgemaakten en betrokken kooplieden en regenten komen in deze serie in beeld en aan het woord.

Het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen (KZGW) De geschiedenis van het KZGW is nauw verbonden met de aan de slavernij gerelateerde handel. Zo schreef medeoprichter en scheepsarts David Gallandat in het eerste jaarboek (1769) een verhandeling met gezondheidsadviezen aan slavenhandelaren. De genootschapscollec;e omvat een aantal objecten in rela;e tot het slavernijverleden en de wijze waarop men in de ach^ende en negen;ende eeuw aankeek tegen etnische diversiteit: manuscripten, a„eeldingen, een slavenarmband en een schedel met daarop het woord ‘neger’. Onderzoek naar de betekenis en de herkomst van deze objecten, geldt de komende jaren als belangrijk ac;epunt voor het Genootschap.

CBK Zeeland CBK Zeeland, het Centrum voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Architectuur Zeeland, is een actief centrum voor beeldende kunsten, vormgeving en architectuur. De organisatie ondersteunt en informeert kunstenaars, vormgevers en architecten en stimuleert de onderlinge samenwerking. CBK Zeeland is jaarlijks nauw betrokken bij de wake voorafgaand aan de Keti Koti-viering.

Zeeland Nazomerfes0val/Theaterproduc0ehuis Zeelandia (TPZ) Thema;eken als racisme, discrimina;e, gender en slavernij zijn actueler dan ooit en ook bij de (nieuwe en toekoms;ge) produc;es van TPZ. TPZ wil samenwerken met makers die werken op het snijpunt van genres en disciplines, daarmee uitdrukking geven aan deze ;jd en de dialoog aangaan met het publiek. Niet alleen het geschiedkundige weer te geven maar ook een vertaling te maken naar het heden. Door makers. Daar is theater een vorm voor die de vertaalslag daarvoor ook kan maken. En vanuit verschillende perspec;even.

35

Film by the Sea is het Interna;onaal filmfes;val in Vlissingen met als hoofdthema film en literatuur. De 27e edi;e vindt plaats in september 2025. Tijdens het fes;val is er regelma;g speciale aandacht voor het slavernijverleden met films, documentaires en een talkshow. Het jaarlijkse filmfes;val kent ook een speciaal educa;eprogramma voor leerlingen van het voortgezet onderwijs waarin dit thema ook regelma;g aan de orde is geweest.

De Oostkerk was de eerste kerk in Middelburg die speciaal voor de protestantse eredienst werd gebouwd. De Oostkerk is een belangrijke cultuurvoorziening in Middelburg voor rondleidingen, concerten, tentoonstellingen en lezingen.

36

Bijlage 2 Contact en samenwerking met Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam 2024 De kwar;ermaker en leden van de projectgroep hebben contact gezocht met de kwar;ermakers Na;onaal Slavernijmuseum (Amsterdam) en de Gemeente Amsterdam. Hier een verslag over de stand van zaken. Op 15 februari presenteerden de Kwar;ermakers in Amsterdam hun Plan van Eisen. Het omvat gegevens over het voorgestelde museum en omliggend park. Beide komen in eigendom van de stad Amsterdam, die ze verhuurt aan een nieuw op te richten s;ch;ng. Inmiddels is bekend dat deze s;ch;ng per 1 januari 2025 van start hoopt te kunnen gaan. Opdrachtgever is de Gemeente Amsterdam. Het Plan van Eisen is inspirerend en ambi;eus. Er wordt een compleet nieuw museum met een binnen- en een buitengedeelte beoogd. Onderdelen van het Museaal Concept zijn: Onderzoek, educa;e, cultuur. Het Plan van Eisen bevat ook een Kenniscentrum; dat is uiteraard relevant voor het Zeeuwse ini;a;ef van een Kenniscentrum Slavernijverleden. Wat is in het Plan van Eisen van het Na0onaal Slavernijmuseum specifiek relevant voor het Kenniscentrum Slavernijverleden? •

•

Het uitgangspunt voor het Na;onaal Slavernijmuseum is ‘Universeel Ontwerp’ of ‘Design for All’: een museum van en voor iedereen; maximaal toegankelijk voor een zo breed en divers mogelijk scala aan poten;ële bezoekers, van jong tot oud, inclusief beperkingen; geschikt voor flexibel gebruik, verschillende func;es, vb. educa;e. Het museaal ontwerp, waarin ‘ateliers’ of ‘studio’s’ zijn opgenomen, totaal 60m2, voor kunstenaars of onderzoekers. Dit sluit aan bij het idee van werkruimtes voor met het fellowshipprogramma ;jdelijk in Zeeland verblijvende onderzoekers. Hierin zouden museum in Amsterdam en kenniscentrum in Zeeland mogelijk kunnen samenwerken.

Het in het museum beoogde eigen kenniscentrum hees ruimtes voor onderzoek en educa;e, die vijf func;es zullen omva:en: Inspira;ebron voor familieonderzoek; Educa;ef centrum; Bibliotheek; Digitale toegangspoort; Ontmoe;ngsplan voor onderzoekers; vraagbaak-desk; leesruimte; zithoek. Deze vijf func;es bieden aanknopingspunten tussen Amsterdam en Zeeland. Op korte termijn, dus lang voordat het museum opent, kunnen deze ac;viteiten in Zeeland beginnen in ruimtes in het Zeeuws Archief en in de ZB Bibliotheek van Zeeland, en mogelijk ook nog op een derde loca;e. De opzet van de inhoud van het museum is chronologisch. Het advies is om presenta;es over vijf ;jdvakken op drie verdiepingen te maken, over zowel De Oost als De West, in een geheel nieuw gebouw op het Java-eiland. Onderin het slavernijverleden, bovenin het heden en de doorwerking; het heden is ook deel van het begin van het museum en van de buitenruimte. Tot de overige ruimtes behoren kantoren, vergaderruimte, lunchruimte medewerkers, projectkantoren voor externe organisa;es, depot, werkplaatsen, en een park met contempla;e-zones. Draagvlak voor het museum: par0cipa0etraject Het Slavernijmuseum hees een uitgebreid par;cipa;etraject doorlopen, met vele gesprekken, bijeenkomsten, en binnenkort wedstrijden voor ontwerpers en architecten.

‘Omdat het een zeer emo;oneel en gevoelig onderwerp is, is maximale betrokkenheid en invloed op de keuze van het ‘winnend’ ontwerp door de gemeenschap van groot belang. Gehoord worden en meedoen is essen;eel bij de keuze van de ontwerpend architect en het uiteindelijk te realiseren ontwerp.’ Er zijn verslagen gemaakt van de bijeenkomsten van de kwar;ermakers in Nederland, de An;llen en Suriname.

37

De kwar;ermakers leggen hun nadruk op het uitgebreide draagvlak-traject uit als cruciaal voor het opbouwen van vertrouwen. ‘Alle gemeenschappen die zich onderdeel voelen van het Na;onaal Slavernijmuseum moeten er vertrouwen in hebben dat dit museum hun verhaal op een waardige manier vertelt en dat hun perspec;ef centraal staat in dit museum. Dit vertrouwen is cruciaal voor dit emo;oneel beladen onderwerp en moet stap voor stap opgebouwd worden.’ Vijf 0jdvakken als basis Het museum hees een grote taak voor ogen: vertel het hele verhaal. Over de slavernij, over de ;jd ervoor en over de doorwerking ervan. Om dit verhaal te vertellen zijn er vijf ;jdvakken ontwikkeld: TIJDVAK 1: Het hier & nu; TIJDVAK 2: Kraamkamers van beschaving (prehistorie-1450); TIJDVAK 3: De mens als product (1450-1863); TIJDVAK 4: Dekolonisa;e en emancipa;e (1863-1950); TIJDVAK 5: De weg naar gelijkwaardigheid (1950-nu). Hierbij hoort ook: • Flexibiliteit: het is mogelijk om tussen ;jdvakken te switchen. • Gelaagdheid: zowel de historie als de persoonlijke verhalen komen aan bod. • Mul;perspec;viteit: de verhalen worden zowel in chronologisch perspec;ef als in(uiteenlopende) thema;sche perspec;even geplaatst. • Evenwich;ge aandacht voor de verhalen over en uit zowel het trans-Atlan;sch als het Indisch-Oceanisch gebied.

• Het gebruik van mul;-disciplinaire en mul;sensorische middelen: objecten, tekst, geluid, film, anima;e, kunst, blow-ups en interac;eve digitale toepassingen. De dragende gedachte is dat het museum een ervaring in ruimte en ;jd biedt, die veilig en inclusief voelt. Het moet bezoekers raken en betrekken. De tentoonstellingen zijn interac;ef en mul;-sensorisch en gericht op het brengen van nieuwe perspec;even en inzichten. De voortdurende samenwerking met een breed publiek en specifieke gemeenschappen is essen;eel. Het Slavernijmuseum wil inclusief zijn in meerdere opzichten Het Slavernijverleden gaat over ons allemaal. Door het gebouw, de collec;e, het museale verhaal en de programmering van het museum worden alle inwoners van het koninkrijk uitgenodigd om kennis te nemen van het complete verhaal over het slavernijverleden in de Nederlandse geschiedenis, van verleden tot heden en toekomst. Het Na;onaal Slavernijmuseum spreekt verschillende doelgroepen aan vanuit haar missie en visie. Zo zal het kindermuseum kinderen en gezinnen aantrekken en het kenniscentrum studenten, onderzoekers en nazaten van tot slaaf gemaakte mensen aantrekken. Educa0e, Kindermuseum, Digitaal Museum Het museum strees ernaar dat ieder kind, iedere klas en elk gezin het museum fysiek of digitaal bezoekt en lesprogramma’s van het museum gebruikt.

Educa;e hees een centrale func;e in het Na;onaal Slavernijmuseum. We adviseren om een apart kindermuseum te maken. Het Na;onaal Slavernijmuseum zou niet alleen een fysieke plek moeten zijn. Door ook een digitaal museum te maken, kan het museum al;jd en overal toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk mensen. Het Kenniscentrum in het Slavernijmuseum Amsterdam en aanknopingspunten met Kenniscentrum Slavernijverleden Zeeland In Amsterdam beoogt het slavernijmuseum een Kenniscentrum op te nemen. Dat kenniscentrum maakt het museum een bron van informa;e voor iedereen die zich verder wil verdiepen in het slavernijverleden of zijn persoonlijke familiegeschiedenis. Het kenniscentrum hees een kenniselement, een publiekselement en een digitaal element. In de toekomst kan het kenniscentrum ook zelfstandig onderzoek s;muleren en een ontmoe;ngsplek voor onderzoekers zijn. Samenwerkingen die de kwar;ermakers noemen zijn de regiegroep Staat en Slavernij, het Netherlands Ins;tute for Advanced Study in the Humani;es and Social Sciences (verder: NIAS), het IISG, de Universiteit van Suriname en de University of Curaçao. Het rapport noemt ‘drie leerstoelen in Europees-Nederland en een in Caribisch-Nederland rondom de slavernijgeschiedenis door het ministerie van Binnenlandse Zaken’, en NiNsee samenwerkingspartner, evenals de Fulbright Founda;on.

38

Publiekscentrum voor familieonderzoek: Een plek om je persoonlijke geschiedenis te ontdekken. De kwar;ermakers noemen ‘grote behoese aan familieonderzoek en voorouderonderzoek’ in het land bij deelnemers aan de voorbereidende bijeenkomsten. ‘Veel deelnemers gaven aan geïnteresseerd te zijn in hun familiegeschiedenis en hoe deze verbonden is met de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Het Na;onaal Slavernijmuseum moet daarom een plek zijn voor iedereen om zijn persoonlijke geschiedenis te ontdekken in het publiekscentrum. De kern van het publiekscentrum is dan ook het eigen onderzoek van bezoekers, die daarin door kundig personeel en vrijwilligers op weg worden geholpen.’ Deze func;e van het in Amsterdam beoogde Kenniscentrum zal ook in Zeeland een onderdeel van het KCS zijn, en kan gezamenlijk worden ontwikkeld. Digitale toegangspoort Slavernijmuseum en Kenniscentrum in Zeeland Gezamenlijke ontwikkeling geldt ook voor een dataportal. De kwar;ermakers van het museum: ‘Het is belangrijk dat het kenniscentrum zich ook online manifesteert. Deze online aanwezigheid draagt bij aan de toegankelijkheid van het kenniscentrum. Met de opbouw van het online kenniscentrum kan in de aanloopperiode 2024-2030 al worden begonnen.

Daarnaast kan een online pla•orm ook al worden gebruikt voor informa;e over de aanloop programmering.’ Hier kan het KCS in Zeeland zeker een start maken, vanuit de al uitgebreide dataportal-func;e van het Zeeuws Archief. Dat is al verbonden met de door de Kwar;ermakers genoemde organisa;es zoals het Na;onaal Archief en vele andere archieven. Daarom kunnen vanuit Zeeland deze door het museum beoogde samenwerkingen en func;es al in de eerste jaren van het KCS gezamenlijk met het museum worden ontwikkeld. Het gaat hier om organisa;es in Nederland en om interna;onale archieven en collec;es. Contact tussen projectgroep en kwar0ermaker KCS, en kwar0ermakers Slavernijmuseum Na februari 2024 is contact gehouden met de Kwar;ermakers van het Slavernijmuseum en met hun opdrachtgevers van de Gemeente Amsterdam. In dit contact is steeds de boodschap aan Zeeland geweest, het advies om het eigen Kenniscentrum in Zeeland op te bouwen en te starten met programmering. Alle ac;viteiten en programmering worden door het Slavernijmuseum als voorprogrammering van het te bouwen museum beschouwd en hartelijk verwelkomd. Zelf gaat het Slavernijmuseum in oprich;ng ook ;jdelijke tentoonstellingen en projecten in gang ze:en; het is daar al mee begonnen met een kleine tentoonstelling over verzet tegen slavernij, in het Verzetsmuseum in Amsterdam.

Van belang is een e-mailbericht op 15 mei 2024 door de kwar;ermakers en hun opdrachtgevers aan de kwar;ermaker KCS en de projectgroep. Hierin wordt opgemerkt dat na de kennismaking en verkenning nu een voorstel ligt voor concrete samenwerking. Tot de eerste taken van het Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland zouden behoren het ‘Meer bekendheid geven aan de archieven van De Zeeuwse kamer en beter ontsluiting voor onderzoekers en publiek. Inzicht geven in de samenhang van het wereldwijde systeem van de Trans-Atlantische mensenhandel, kolonisatie en gewelddadige onderdrukking waar Zeeland onderdeel van was en gedurende een aantal jaren een voortrekkersrol in had. Inzicht geven in de daaruit voorkomende maatschappelijke verhoudingen.’ Samenwerking tussen Kenniscentrum en Slavernijmuseum zou eveneens kunnen bestaan uit: ‘een rol bij het Nationaal Slavernijmuseum i.o.

in de ontwikkeling van verhaallijnen, tentoonstellingen; het ontwikkelen van publieksonderzoek; deelname aan het opzetten van een netwerk voor onafhankelijke onderzoekers; en gezamenlijke onderzoeks- en publieksactiviteiten.’ Nog meer mogelijkheden voor samenwerking zien de kwartiermakers en hun opdrachtgevers in: ‘Werken aan de toegang en digitalisering van koloniale en slavenhandel-gerelateerde en plantagearchieven, en informatie over gebouwd erfgoed: dit wordt steeds belangrijker in voormalige gekoloniseerde gebieden.’ Met name wordt genoemd de verbinding tussen verschillende landen op

39

het vasteland van Zuid- en Midden-Amerika en in het Caribisch gebied. Hiermee hebben de Kwartiermakers en hun opdrachtgevers aangegeven dat het Nationaal Slavernijmuseum met het Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland wil samenwerken aan het bekender maken van de Zeeuwse geschiedenis en de Zeeuwse archieven over slavernij en slavenhandel; dat zij willen samenwerken met het KCS aan de ontwikkeling van verhaallijnen, tentoonstellingen, publieksonderzoek, een netwerk van onderzoekers, en onderzoeks- en publieksactiviteiten. En aan internationale digitale en samenwerkingsnetwerken. De kwartiermaker adviseert de contacten met de kwartiermakers en de nieuw op te richten Stichting Nationaal Slavernijmuseum (beoogd vanaf 2025) te onderhouden en verder op te bouwen in de periode van opbouw van het Kenniscentrum en Museum. Dit kan allerlei concrete en praktische vormen krijgen in de loop van de komende jaren.

40

Bijlage 3 Verslag van drie bijeenkomsten van het Kenniscentrum Slavernijverleden, maart-mei 2024: De Oostkerk, Zeeuws Archief, MuZEEum De kwar;ermaker hees samen met de projectgroep enkele bijeenkomsten georganiseerd in Zeeland om de behoesen en vragen te peilen. De eerste bijeenkomst vond plaats in De Oostkerk in Middelburg op 27 maart 2024. Het eerste gedeelte bestond uit enkele lezingen over de geschiedenis van de protestantse kerken en het slavernijverleden, door onderzoekers van de Protestantse Theologische Universiteit en de Vrije Universiteit, en een keynote-lezing van de nieuwe hoogleraar prof. dr. Guno Jones, die de Anton de Kom-leerstoel bekleedt op de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo. Opnamen van de bijeenkomst van 27 maart 2024 zijn hier terug te zien: h:ps://vimeo.com/921973278?share=copy. Daarna ging het publiek in gesprek met elkaar. Het was een gemengd publiek, van belangstellenden en betrokkenen bij allerlei educa;eve, sociale, kerkelijke en culturele organisa;es, met ook de kwar;ermakers van het Na;onaal Slavernijmuseum Amsterdam en bestuursleden van NiNsee. De sfeer was zeer posi;ef ten opzichte van het plan voor het KCS. Een van de vragen was het voorleggen van een groot aantal heel verschillende ac;viteiten en func;es die het Kenniscentrum zou kunnen hebben.

Men kon aankruisen wat men meer of minder interessant vond. Hieruit kwam een duidelijke score naar voren. Van de meest genoemde ac;viteiten en belangrijkste func;es van het Kenniscentrum lag de nadruk op het kunnen bekijken, bezoeken, luisteren, en kennis verwerven via lezingen, films, en tentoonstellingen die getoond zouden kunnen worden. Duidelijk minder aanwezigen kozen voor het zelf doen van onderzoek naar het slavernijverleden. Wel was er veel bereidheid om eens mee te doen aan een gespreksbijeenkomst of een discussie, een ontmoe;ng bij het Kenniscentrum. Deze uitkomst laat zien dat het Kenniscentrum een eigen ac;ef aanbod zou moeten verzorgen van presenta;es, tentoonstellingen, films of gespreksbijeenkomsten. Citaten opgehaald aan de tafels in De Oostkerk op 27 maart 2024: -

-

-

-

-

(Is een toegankelijk en laagdrempelig Kenniscentrum Slavernijverleden een goed idee?) “Ja! Slavernij is een onderbelicht facet van onze geschiedenis. Veel aandacht hiervoor is hard nodig. Brede toegankelijkheid, vindbaarheid, uitstraling van het KCS is nodig. Het verhaal moet verteld worden. We staan pas aan het begin.” (Wat zou u/jij eventueel in het Kenniscentrum willen zien/doen?) “Wederkerigheid, dialoog, heling, luisteren naar elkaar vanuit compassie, veiligheid om elkaar ruimte te geven in de dialoog. Verplaats je in de ander. Kennisontwikkeling, onderwijs, cultuur. (Wat zou je kunnen/willen betekenen?) “Kennis leveren, kennis delen in het KCS bij te organiseren ac;viteiten op diverse loca;es, meedenken voor maatschappelijke impact.” “Iedereen moet kennis kunnen halen en delen. Discussie, ontmoe;ng en debat. Fysiek en digitaal, en wat moet het fysieke deel dan zijn? Voor welke doelgroepen, en hees dat dan ook een educa;eve func;e? Als het doel is bewustwording moet dit breder zijn dan alleen onderzoek.” “Ook vraaggericht werken, en aanbod op elkaar afstemmen en bundelen. Samenwerken is essen;eel. Ga ook naar de doelgroep toe (onderwijs). Opze:en van onderzoeksagenda, ontslui;ng van bronnen, nieuwe data ophalen.” “Goede koppeling met Museum. Bekijken vanuit ins;tu;es – ZA, ZB, Gemeente Middelburg.

Betere ontslui;ng en beschikbaarstelling van bronnen, binnen Zeeland en daarbuiten. Bronnen in context van slavernij. Nieuw onderzoek, nieuwe data. Toekomst: wat is doorwerking van slavernij en hoe gaan we om met hedendaagse vormen van slavernij (uitbui;ng)? (Wat doen?)

41

-

Ondersteuning en uitdragen van het kenniscentrum binnen de taken van onze organisa;e. Gezamenlijke ac;es zijn essen;eel: Focus aanbrengen. Beter één ding goed paanpakken collec;ef dan fragmentarisch zonder het van elkaar te weten. Kenniscentrum als impuls voor verdergaande samenwerking.” “Investeer in scholen. Culturele ui;ngen organiseren. Onderzoek s;muleren. Meet de verandering en het effect.” “Het mag geen speeltuin voor academici zijn.” “Naast documenta;e en educa;e zijn andere bronnen nodig. Zoals oral history.” “Kern is intergenera;onele slavernij met ontneming van iden;teit. Taal, woorden die we gebruiken. Met als eindpunt huidige vormen van moderne slavernij.”

‘Black Archives’ of ‘Zwarte Bibliotheek’ in Zeeland Bij een bijeenkomst in de Zeeuwse Bibliotheek op 14 oktober 2023 sprak Nikita Krouwel, medewerkster van de Black Archives in Den Haag. Zij legde de nadruk op herdenken, helen en herstellen. Ze citeerde Anton de Kom over Fort Zeelandia. De Staten van Zeeland en Abraham Crijnssen waren eigenaren van plaatsen die rechtstreeks met de slavernij te maken hebben; daar werd het bedacht, georganiseerd en uitgevoerd. Zulke plekken zijn er in Zeeland en Nederland ook. Black Archives wil het publiek vragen na te denken over herstel, hoe kan dat er uit zien? Daarover in gesprek gaan. Niet alleen over toen, maar ook over nu. Ferdinand Ralf, ini;a;efnemer van het Slavernijmonument in Middelburg, wil een ‘Black Archives’ in Zeeland s;muleren. Hij zegt: “Het gaat mij om kennis bij elkaar brengen en onderzoek kunnen doen. Zwarte geschiedenis. Weerbaar worden, via kennis, bewustwording. Dat kan ook door verhalen te vertellen en ervaringen te delen. Er zijn nog heel veel onbekende en onvertelde verhalen. De wereld van de zeevaart waar ik werkte is heel conserva;ef. Ik werd op mijn eigen schip niet als de captain erkend. Maar ook andere vormen van leren zijn waardevol, bijvoorbeeld leren kan ook via dans, muziek. Als kind in Suriname hebben uitzendingen van Radio Apin; op mij grote indruk gemaakt. Nu verdiep ik me in Win;.

Het is goed om erin te duiken. Muziek, vertellen, dans en het geestelijke hebben ons door de ;jd overeind gehouden! Ik heb zelf een collec;e die ik ter beschikking wil stellen aan het Kenniscentrum.” De kwar;ermaker adviseert om voor een ‘Zwarte Bibliotheek’ of ‘Black Archives’ ruimte te maken. Het kan in een eigen ruimte die zich in een grotere organisa;e bevindt. Deze ruimte zou tenminste enkele dagdelen per week beschikbaar moeten zijn. Idealiter ook in de avonduren en in het weekend. Op termijn zou zo’n bibliotheek of archief kunnen groeien naar een organisa;e met een eigen gebouw. 17 mei 2024 bijeenkomst in het Zeeuws Archief over onderzoek in het Kenniscentrum De tweede bijeenkomst was gericht op academische onderzoekers van verschillende universiteiten en onderzoekscentra uit Nederland. Deze vond plaats in het Zeeuws Archief in Middelburg op 17 mei 2024. De aanwezigen gingen uitgebreid in gesprek over hun huidige projecten en plannen en waren zeer posi;ef over mogelijkheden om zelf onderzoeksbijeenkomsten in het KCS te bezoeken en zelf onderzoek te komen doen. Kernwoorden waren ‘onderzoeksinfrastructuur’, ‘onderzoekscoördina;e’, ‘hub’ als onderdeel van de taken van het Kenniscentrum. Het KCS kan een hub zijn voor de kennisagenda van het slavernijverleden, nationaal en internationaal.

Onderzoek en publieksprojecten kunnen door het KCS samen worden ontwikkeld, uitgevoerd en gepresenteerd, die combinatie is belangrijk. Op termijn zou het KCS kunnen groeien naar een vorm van onderzoekscoördinatie van onderzoek naar het slavernijverleden. Vanuit de HZ University of Applied Sciences zijn door prof. dr. Barbara Oomen veel raakvlakken genoemd voor het KCS. Educatie, toerisme, publieksonderzoek, maar ook student-stages, het Joint 42

Research Center Zeeland, het Brede Welvaart-programma, de ontwikkeling van 'challenge-based education' zijn onderdelen waarin de thema's van het KCS goed passen. Dat geldt ook voor de Campus Zeeland, de combinatie van mbo, hbo en wo, de PhD mogelijkheid Destination Tourism aan de HZ. Maar ook de opleidingen Social Work en aandacht voor trauma zijn relevant voor het KCS. Damian Pargas, directeur van het RIAS presenteerde het fellowship-programma bij RIAS dat onder andere bestaat uit een verblijf van 1-3 maanden bij RIAS, met verblijf in een Air B&B in Middelburg. Het internationale netwerk van RIAS en het bestand van PhD-studenten zal vanzelfsprekend relevant zijn voor het KCS. Werken met vrijwilligers: ‘citizen science’ Aanwezig was PhD student Christine Mertens die zinvolle links gaf naar onder andere citizen scienceprojecten in Virginia waarbij vrijwilligers betrokken zijn bij transcripties van archiefstukken over African American narratives. Het thema Civic Knowledge en Citizen Science biedt aanknopingspunten. Er is al contact met de Radboud Universiteit en met het Stadsarchief Amsterdam hierover. Ook het Zeeuws Archief werkt met vrijwilligersprojecten en ziet dat een grote meerderheid van de bezoekers van het Zeeuws Archief geïnteresseerd is in stamboomonderzoek. De kwartiermaker ziet zeker mogelijkheden voor onderzoek naar voorouders en nakomelingen bij het KCS.

In de opbouwfase kan dit worden besproken met Zeeuwse en landelijke genealogische verenigingen, gericht op onder andere de Surinaamse, Indische en Molukse familiegeschiedenissen. 17 mei 2024: antwoorden van genodigde onderzoekers die waren verhinderd Op 17 mei 2024 vond een onderzoekersbijeenkomst plaats op het Zeeuws Archief. Aanwezigen en genodigden die niet konden komen gaven tal van adviezen over de mogelijkheden voor het Onderzoekscentrum onderdeel van het Kenniscentrum. Hier een greep uit deze reac;es. Vragen: 1. Wat zijn uw eerste gedachten bij dit Kenniscentrum, waar het gaat om activiteiten in Nederland, Zeeland en internationaal? 2. Hoe kan het Kenniscentrum Slavernijverleden bijdragen aan uw doelstelling, projecten, plannen en idealen als onderzoeker en onderzoeksgroep, zowel op de korte termijn als op de langere termijn? 3. Bij welke activiteiten ziet u samenwerkingsmogelijkheden en kansen? Antwoorden: Dr. Karwan Fatah Black, Universitair docent Geschiedenis, Universiteit Leiden: “Neem als voorbeeld het Gilder-Lehrman Centre (Yale, New Haven) of het Wilberforce Institute (Hull). Streef naar internationale kennisproductie over slavernij, én naar een rol in de lokale gemeenschap. Voor deze instellingen zijn de eigen archiefcollecties van belang, maar geen beperkende factor voor de vragen die worden gesteld.

De combinatie van maatschappelijke en academische relevantie lijkt me van groot belang om voor de lange termijn draagvlak te ontwikkelen. Inhoudelijk zou slavernij of extreme afhankelijkheid en doorwerking van dit verleden het richtsnoer kunnen vormen. Door ruimte te maken voor internationale fellowships (en deze fellows een dynamische omgeving te bieden) kan het centrum uitgroeien tot een belangrijk trefpunt. Hierbij is cohort-vorming tussen fellows in mooi middel: jaarlijks wetenschappers uit verschillende delen van de wereld laten samenkomen om interdisciplinair te werken aan de geschiedenis en doorwerking. Een dergelijk kenniscentrum kan niet

43

alleen afhankelijk zijn van overheidssubsidie of steun vanuit de universiteit. Het lijkt me dat maatschappelijke fondsen en financiers het leeuwendeel voor hun rekening zouden moeten nemen.” Dr. Esther Captain: Senior Researcher Koninklijk Ins;tuut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) Juicht een lokaal/regionaal Kenniscentrum in Zeeland toe, omdat “het past bij de toegenomen belangstelling ‘dicht bij huis’ die voortvloeit uit de vele stedelijke, regionale en provinciale onderzoeken naar het slavernijverleden en doorwerking. Niet iedereen is in staat om naar de Randstad te komen voor archiefonderzoek, programma’s en exposi;es, etcetera. Tegelijker;jd is het heel goed dat het Kenniscentrum Slavernijverleden i.o. een netwerkorganisa;e is met korte lijnen naar de andere ins;tuten, zodat zoveel mogelijk ideeën en ini;a;even met elkaar verknoopt kunnen worden. Let op twee grote bewegingen: een die uitzoomt en het Trans-Atlan;sche slavernijverleden wil verbinden met die van de Indische Oceaan om het structurele en globale karakter van slavenhandel en slavernij te onderzoeken. Een andere die juist weer inzoomt en meerdere lagen binnen een na;onaal kader aanboort: binnen Suriname bijvoorbeeld aandacht voor Inheemse (‘rode’) slavernij en de posi;e van marrons.

Voor mij zijn beide bewegingen waardevol en past een Kenniscentrum in Zeeland bij het verder inzoomen op de lokale situa;e, binnen die bredere na;onale en interna;onale context.” (Hoe kan het Kenniscentrum Slavernijverleden bijdragen aan uw doelstelling?) “Het project Staat en slavernij is inmiddels formeel afgesloten. Een uitvloeisel van Staat en slavernij is dat we het boek hebben kunnen presenteren op Curaçao en in Suriname, zie ook onze website www.staatenslavernij.nl voor verslagen en opnames. Omdat op Curaçao en in Suriname eigen onderzoeksagenda’s zijn ontwikkeld en het Kenniscentrum daar ook mee bezig is, denk ik dat het goed is om raakvlakken te iden;ficeren (inhoudelijk en organisatorisch) om samen te werken. Het daaruit voortgekomen idee om een transna;onale en buiten-curriculaire werkgroep op te richten past daar ook bij. Bij toekoms;ge onderzoeksprojecten sta ik open voor verdere uitwisseling.” (Verdere sugges;es?) Zie de organisa;e van de Kennisagenda-groep en de Klankbordgroep: Kathleen Ferrier is hiervan ook lid vanuit UNESCO Nederland. Organisa;e - Staat en Slavernij 2023. Zie ook de opnamen en verslagen van alle bijeenkomsten in Nederland, Curacao en Suriname: Het project Staat en Slavernij - Staat en Slavernij 2023 Deze opnamen en verslagen zijn zeker inspirerend. Prof. dr.

Ma>hias van Rossum Interna;onaal Ins;tuut voor Sociale Geschiedenis en Radboud Universiteit Nijmegen: “Mooi initiatief om kennisinfrastructuur naar plekken buiten de randstad te brengen. Hopelijk kan de kennisagenda zoals laatst gelanceerd een goede leidraad bieden voor themas die aandacht verdienen. - Opties: het kenniscentrum een plaats te laten zijn voor congressen en bijeenkomsten (Lorenz Center / NIAS model) lijkt me uiterst waardevol. Zeker ook om onderzoekers van over de hele wereld bij elkaar te brengen, en met het onderzoek naar het Nederlandse koloniale slavernijverleden te verbinden. - Extra aandacht is belangrijk voor: het betrekken en stimuleren van onderzoekers uit regio's met zeer levendige academische tradities (maar waar aandacht voor slavernij soms onder druk staat), zoals Indonesië, Zuid-Afrika, India, naast uiteraard ook andere belangrijke regio's (Suriname, Caribisch Nederland, Brazilie, West-Afrika, Brazilie, Madagaskar, Mauritius, etc etc). - Veranker het kenniscentrum stevig in samenwerking met instellingen die met het slavernijverleden én doorwerkingen bezig zijn: RU en het IISG (naast het onderzoek ook het ESTA (Exploring Slave Trade in Asia- Database) project, en volgend jaar een kort visiting fellowshipprogramma met Amsterdamse instellingen).

Uitstekende suggesties; dit fellowship-programma is zojuist (21 juni 2024) aangekondigd, zie Call for Global Slavery History Fellowships (GSHF) in Amsterdam - Blog | IISG Ramona Negron, PhD student Geschiedenis, Universiteit Leiden, en auteur van: De grootste slavenhandelaren van Amsterdam. Over Jochem MaYhijs en Coenraad SmiY

44

Wat zijn uw eerste gedachten bij dit Kenniscentrum, waar het gaat om ac;viteiten in Nederland, Zeeland en interna;onaal? - “Enerzijds een plek waar kennis kan worden genomen van het Nederlandse slavernijverleden, wellicht door ;jdelijke tentoonstellingen etcetera. en door bepaalde onderwijsprogramma’s aan te bieden (aan studenten, maar ook docenten). - Denk aan manieren om familieonderzoek te doen in archieven en vaardigheden die daarbij helpen, of bijv. zoiets als het GVGT voor docenten hoe zij dit verleden in de klas kunnen bespreken. - En anderzijds een plek waar kennis gedeeld kan worden, door bijv. de organisa;e van seminars, workshops, conferen;es, boekpresenta;es, etcetera. Hoe kan het Kenniscentrum Slavernijverleden bijdragen aan uw doelstelling, projecten, plannen en idealen als onderzoeker en onderzoeksgroep, zowel op de korte termijn als op de langere termijn? Ik zou er conferen;es, workshops en boekpresenta;es willen organiseren, zowel op lokaal, na;onaal als interna;onaal niveau. Het zou een mooie manier zijn om ook een breder netwerk op te bouwen met mensen binnen en buiten de academische wereld en ideeën uit te wisselen.” Prof. dr. George Harinck, Rector magnificus Theologische Universiteit Utrecht (Wat zijn uw eerste gedachten bij dit Kenniscentrum) “Mijn eerste gedachten zijn dat dit een centrum moet zijn dat: 1.

informa;e verzamelt en beheert over het slavernijverleden, 2. gevraagd en ongevraagd voorlich;ng gees (aan docenten, pers, poli;ek, bedrijven, algemeen publiek etcetera) over het slavernijverleden en (wetenschappelijk) onderzoek (congressen) en 3. publica;e (boeken, ar;kelen, online) over dat verleden bevordert en faciliteert (mede door (ondersteuning van) subsidieaanvragen)). Deze drie aspecten betreffen in de eerste plaats de regio Zeeland, waarbij in rekening gebracht moet worden dat Middelburg een sleutelrol speelde in de slavenhandel en er dus ook een bovenregionale, landelijke dimensie is. Zonder aanslui;ng bij interna;onale ac;viteiten met betrekking tot het slavernijverleden kan het centrum niet bestaan.” (Hoe kan het Kenniscentrum Slavernijverleden bijdragen aan uw doelstelling)? “Het onderzoek dat PThU/VU/UoC verricht naar het thema kerk en slavernij is een vierjarig project, waarvan nu al, na anderhalf jaar, duidelijk is, dat er veel en veel meer te onderzoeken valt dan in de bestemde periode mogelijk is. Om de kenniskring en de infrastructuur te behouden kunnen genoemde universiteiten wel iets betekenen, maar dat zal toch vrij sta;sch zich beperken tot bewaren en beheren van informa;e en op zijn best het blijvend financieren van onderzoek en onderwijs door enkelen uit deze kring.

Het Kenniscentrum kan con;nuïteit van dit onderzoek bevorderen en borgen, en mogelijk zelfs uitbouwen.” (Verdere sugges;es?) “Van belang is om connec;es te leggen met verwante instellingen op het gebied van onderzoek van het slavernijverleden en het agenderen van dit thema in poli;ekbestuurlijke kringen. Ik zou het thema van het centrum wel blijven beperken tot wat het nu is: onderzoek naar het slavernijverleden binnen Republiek en Koninkrijk en de koloniale ac;viteiten, en niet zozeer richten op de doorwerking daarvan, op de huidige slavernij of op andere gebieden. De kracht zit in de focus en de mogelijkheid zo de kwaliteit van de drie func;es vorm te geven en te bewaken.” Peter Scholten, EUR: professor of Governance of Migra;on and Diversity. (Wat zijn uw eerste gedachten bij dit Kenniscentrum)? “Focus op Zeeland, maar dat is relevant als voorbeeld voor andere regio’s, en alles wat met slavernijverleden te maken hees is eigenlijk per defini;e ook interna;onaal.” (Hoe kan het Kenniscentrum Slavernijverleden bijdragen aan uw doelstelling)?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15145736/4