CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02b - Verslag planoverleg 15-5-2024 Middelburg Langevielebolwerk

Commissie Ruimte 9 december 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie voorlopige resultaten onderzoek locaties woningbouw - Wim Kant (CDA)2.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Planoverleg: Gemeente Middelburg Datum Locatie Tijd Versie Verslag

: woensdag 15 mei 2024 : Erfgoed Zeeland, Looierssingel 2, Middelburg : 9.30 uur - 10.15 uur : definitief : Dhr. Peter Zwemer

Aanwezig bij dit planoverleg Gemeente Middelburg:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Erfgoed Zeeland:

Dhr. Henk de Kunder (beleidsmedewerker erfgoed) Dhr. Jean-Luc Habets (vergunningverlening) Dhr. Wilbert Dingemanse Dhr. Aart van de Vrie (casemanager wabo) Mw. Danielle Takens (adviseur architectuurhistorie) Mw. Jennifer Maier (adviseur erfgoed en ruimte) Mw. Tjirke Roelofs-Blaas (voorzitter) Dhr. Peter Zwemer (notulen)

Onderwerp: Locatie/adres: Monumentnummer: Eigenaar/opdrachtgever: Bureau/architect: Locatie: Archeologische component: Te behandelen vraag: Overige wensen en bijzonderheden:

Langevielebolwerk 481741 (complex) 482107 Gemeente Middelburg N.v.t. Binnen de bebouwde kom Is het toevoegen van extra parkeerruimte en woningen op het bolwerk bespreekbaar? N.v.t.

Omschrijving monument in Rijksmonumentenregister Complex: 481741: 1. COMPLEX-OMSCHRIJVING VERDEDIGINGSWERKEN MIDDELBURG. De historische, oudnederlandse (15951598), oorspronkelijk middeleeuwse vesting, die begrensd wordt door een bolletjeslijn op bijbehorende kadastrale kaart, en waarvan de hierna beschreven samenstellende complexonderdelen zijn aangeduid op de bijbehorende situatiekaart, heeft de volgende kenmerken: A. Locatie en functie: De stad was in de Middeleeuwen gesitueerd aan (destijds) natuurlijke havens, nabij enerzijds toegangswegen te water naar het achterland en anderzijds gunstig gelegen ten opzichte van de zeemonden. De versterkte stad functioneerde als handels- en bestuurscentrum (tot in de tegenwoordige tijd) en speelde tot in de achttiende eeuw een rol in de gebiedsbeheersing met inbegrip van de beheersing van de toegangen tot de Ooster- en Westerschelde. B. Bouwjaren en bouwers. De aanleg van de eerste omwalling en omgrachting vond plaats na de in 1254 door de Rooms- Katholieke koning Willem II verleende toestemming. Behoudens enkele aan passingen van ondergeschikt belang, werden pas in het derde kwart van de zestiende eeuw nieuwe versterkingen

Pagina 1 van 5

aangelegd en wel om het havenkwartier aan de zuidoostelijke stadsrand. Deze zijn (gedeeltelijk nog herkenbaar) later opgenomen in de volledig nieuwe Oudnederlandse stadsversterkingen, aangelegd in de jaren 1595-1598; de bouwmeester is niet bekend. De huidige grondvorm van de resterende omwalling en omgrachting is nog vrijwel geheel die, welke toen tot stand kwam. Binnen die omwalling zijn nog grote delen van de middeleeuwse grachten aanwezig. De in 1735 her- en verbouwde Koepoort kan worden toegeschreven aan de architect J. de Munck. De belangrijkste wijzigingen aan die Oudnederlandse verdedigingswerken sinds 1598 betreffen: - het enkele malen verplaatsen, respectievelijk verbouwen der poorten: vrijwel alle poorten werden in de periode 1840-1873 afgebroken; slechts de (in 1735 herbouwde) Koepoort en beperkte resten van de Noordpoort bleven behouden; - het afvlakken en plantsoeneren ("hervormen" genoemd) van de omwalling door de tuinarchitect K.G. Zocher in de periode 1841-1848; - de aanleg van het Kanaal door Walcheren in het derde kwart van de negentiende eeuw, alsmede de aanleg van de spoorlijn met het station in die periode, waardoor een deel van de zuidoostelijke omwalling met drie bolwerken verdween. C. Verschijningsvorm en hoofdonderdelen.

Vrijwel regelmatige veelhoekige, volgens het Oudnederlandse stelsel aangelegde vesting, waarvan aan de zuidzijde door de kanaal- en spoorwegaanleg een segment is afgesneden, met binnen de omwalling belangrijke delen van de middeleeuwse omgrachting. De vestingwerken omvatten thans in hoofdzaak: - Delen van de middeleeuwse omgrachting binnen de Oudnederlandse omwalling; - Het grootste deel (ca. 65%) van de Oudnederlandse omwalling. - Het grootste deel (ca. 65%) van de Oudnederlandse omgrachting. - Grote delen van de singelkade (contrescarpe). - De Koepoort en beperkte resten van de Noordpoort. Voor de vesting zijn de volgende thans nog herkenbare historische toegangen van belang (vanaf het Vlissings bolwerk rechtsomgaand): - De voormalige Langevielepoort met voorgelegen brug (thans Langvielebuitenbrug) in de as van de Zandstraat-Langevieleweg. - De voormalige Seispoort met voorgelegen brug (thans Seisbuitenbrug) in de as Seisplein-Seissingel. - De voormalige Noordpoort met voorgelegen brug (thans Noordbrug) in de as NoordpoortpleinNoordpoortsingel). - De Koepoort met voorgelegen brug (thans Koepoortbrug) in de as Koepoortlaan-Veersesingel. D. Technische bijzonderheden. De meest kenmerkende bijzonderheden van de nog bestaande complexdelen zijn: - De wallen zijn vrijwel overal sterk afgevlakt; het beloop is goed herkenbaar.

De bastions zijn ook in horizontale zin afgevlakt en veelal bebouwd. - De Oudnederlandse hoofdgracht heeft zijn oorspronkelijke vorm en afmetingen goeddeels behouden

Pagina 2 van 5

- De middeleeuwse grachtdelen hebben hun oorspronkelijke vorm en afmetingen goeddeels behouden. - De poorten hadden in het algemeen het karakter van eenvoudige landpoorten met voorgelegen houten of soms gemetselde bruggen. Met uitzondering van de Koepoort zijn het thans nog slechts coupures in de hoofdwal met soms herkenbare, zeer beperkte restanten van de vroegere poortgebouwen. E. Samenvatting. Hoewel grote delen zijn gewijzigd of verloren zijn gegaan is het geheel, gevormd door (een groot deel van) een omwalling en omgrachting en vier landpoorten, alsmede binnen die omwalling een (groot deel van een) middeleeuwse omgrachting, wegens het karakter als Oudnederlandse vesting met binnen de omwalling middeleeuwse grachtdelen, een goed herkenbaar voorbeeld van een vesting, aangelegd volgens het Oudnederlandse stelsel om een middeleeuwse vesting, die gedurende twee eeuwen een rol vervulde in de regionale gebiedsbeheersing en de beheersing van belangrijke waterwegen, welk geheel van algemeen belang is op grond van zijn architectuurhistorische, krijgskundige en oudheidkundige waarde. Dit complex omvat de volgende onderdelen: 1. BOLWERK I, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482105. 2. COURTINE I-II, zie voor omschrijving bij complexonderdeel met monumentnummer 482106. 3. BOLWERK II, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482107. 4.

COURTINE II-III, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482108. 5. BOLWERK III, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482109. 6. COURTINE III-IV, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482110. 7. BOLWERK IV, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482111. 8. COURTINE IV-V, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482112. 9. BOLWERK V, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482113. 10. COURTINE V-VI, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482114. 11. BOLWERK VI, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482115. 12. COURTINE VI-VII, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482116. 13. BOLWERK VII, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482117. 14. COURTINE VII-VIII, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482118. 15. BOLWERK VIII, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482119. 16. COURTINE VIII-IX, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482120. 17. BOLWERK IX, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482121. 18. MIDDELEEUWSE VESTINGGRACHT, zie voor omschrijving bij complexonderdeel met monumentnummer 482122. 19.

MIDDELEEUWSE VESTIGGRACHT, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482123. 20. MIDDELEEUWSE VESTINGGRACHT, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482124. 21. MIDDELEEUWSE VESTINGGRACHT, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482125. 22. MIDDELEEUWSE VESTINGGRACHT, zie voor omschrijving bij complex-onderdeel met monumentnummer 482126. Monument: 482107: BOLWERK II Bastion met voorliggende gracht ter breedte van ca. 40m en buitengrachtboord ter breedte van ca. 5m.

Verslag Mw. Roelofs-Blaas opent het planoverleg. Dhr. de Kunder licht de situatie toe. De gemeente Middelburg heeft een inwonersberaad gehouden om potentiële inbreidingslocaties voor woningbouw te inventariseren. Een van de locaties die naar voren kwam, was het Hof van Tange, een parkeerterrein gelegen op het Langevielebolwerk. De locaties worden getoetst. Het Langevielebolwerk is een rijksmonument, een onderdeel van een rijksmonumentaal complex (de vestingwerken) en onderdeel van het rijksbeschermde stadsgezicht. Ook is deze locatie in beeld bij de afdeling verkeer voor een uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Dit zou dan door middel van een parkeerdek of ondergronds moeten plaatsvinden. In het advies van de afdeling Erfgoed van Middelburg hierover staat dat het bolwerk niet als woningbouwlocatie moet worden gebruikt. Dhr. de Kunder geeft aan dat in andere gevallen (uit het verleden) de monumentcontouren van bolwerken aangepast zijn nadat er op het bolwerk gebouwd is. In het interne advies vanuit erfgoed is aangegeven dat het niet wenselijk is dat een dergelijke belangrijke locatie verloren gaat ten gunste van woningbouw. De gemeente is in dit stadium

Pagina 3 van 5

echter ook benieuwd naar het advies van de RCE hierover, ook al is er nog geen aanvraag of concreet plan. In een oriënterend overleg hierover heeft de RCE op de mogelijkheid gewezen deze zoeklocatie voor te leggen in het kader van het planoverleg. Daarom ligt het nu hier voor. De RCE onderschrijft het interne advies van Erfgoed Middelburg, dat met historische kaarten en argumenten is onderbouwd. De vestingwerken van Middelburg zijn zeer waardevol als historisch monument, maar ook als groene gordel in de stad. Op verschillende plekken is deze waarde in meer en mindere mate aangetast door de aanleg van wegen en fietspaden en door bebouwing, maar als doorlopend vestingwerk met latere parkaanleg goed bewaard gebleven. Een dergelijke groene long kan een belangrijke rol spelen in een stad die (op andere plekken) steeds verder zal verdichten. De RCE onderstreept het belang van participatie bij maatschappelijke opgaven, maar dat neemt niet weg dat de gemeente zorgplicht heeft voor haar monumenten en dat er bij locatieonderzoek rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, zowel onder- als bovengronds. Het is goed om die in zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben, dan kan dit mede sturend zijn bij het bepalen van geschikte locaties voor bijvoorbeeld woningbouw.

De RCE wijst op de Erfgoedwet (2016) en Omgevingswet (2024), waar bij het maken van ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden met de cultuurhistorische waarden van het monument en de omgeving hiervan. De RCE van mening dat de ontwikkelingen op het bastion niet wenselijk zijn. De vestingwerken zullen verder worden aangetast wanneer de deur open wordt gezet voor een woningbouwprogramma of andere intensieve bebouwing. Dhr. Dingemanse legt uit waarom inwoners de locatie als geschikt zien: je ziet niet dat het deel is van een vestingwerk, de mensen zien het alleen als een parkeerterrein. Bij gebrek aan naaste buren/omwonenden (geen overlast) zal een evt. planontwikkeling hier niet op veel weerstand stuiten. De RCE geeft aan dat de huidige inrichting hieraan mede debet is en dat er zeker op verschillende plekken verbeteringen te bedenken zijn die de belevingswaarde van het monument kunnen versterken en ook het recreatieve gebruik en de bereikbaarheid van het monument kunnen verbeteren. Hiermee blijft Middelburg ook in lijn met de Omgevingsvisie waarin erfgoed terecht een belangrijke pijler is. Dhr. De Kunder wijst in dit verband nog op het Actieplan Toerisme waarin de gemeente zich meer gaat richten op de toeristen die meerdere dagen blijven. De RCE wijst erop dat het nadrukkelijker positioneren van de bijzondere bolwerken hiervoor veel kan betekenen.

Het Hof van Tange is een parkeerplaats waar bezoekers aankomen. Dat zou een mooi vertrekpunt kunnen zijn om de bolwerken verder te ontdekken. Dan moet er op het Hof van Tange wel informatie verstrekt worden over de vestingwerken; vanaf de parkeerplaats is de fysieke en visuele verbinding met de vestingwerken nu beperkt. Daarnaast zou een koppeling gemaakt kunnen worden met de vlakbij gelegen Kloveniersdoelen en het startpunt van de rondvaartboot. Dhr. Zwemer wijst ook op de waarde van de verdedigingswerken als openbaar groen. De verdedigingswerken werden in het verleden gepromoot als het langste stadspark van Nederland. De RCE raadt de gemeente aan eventueel naar andere vestingsteden te kijken. Het voorbeeld van Den Bosch wordt genoemd. Hier zijn ook bolwerken ontwikkeld, zijn parkeerruimte en horeca toegevoegd en er zijn ingrepen gedaan ten behoeve van een mooiere wandeling en het doorzicht op het Bossche Broek. Dit is wel allemaal gedaan vanuit een visie op de instandhouding en het maatschappelijk gebruik. Als je woningen of kantoren plaatst op bolwerken ontneem je de stad een heleboel kansen. Er zijn al genoeg functies die niet op een bolwerk thuishoren. Wil de gemeente er daar nog meer van? Vervolgens wordt gesproken over de mogelijkheid van een schriftelijk advies van de RCE over deze kwestie.

De RCE wijst op het verslag dat van dit overleg zal worden gemaakt en waarin de visie van de RCE dat deze ontwikkeling niet ondersteund wordt, al is verwoord. Het staat vrij ook een schriftelijk preadvies aan te vragen, maar de vraag is wat dit toevoegt. De RCE wijst er ook op dat het plan niet onderbouwd is en niet meer is dan een zoeklocatie. De gemeente heeft volgens de RCE zelf genoeg kennis in huis om de waarde Als de gemeente een adviesverzoek bij de RCE indient, zal de conclusie van dit overleg worden herhaald en bovendien moeten worden aangegeven dat de gemeente geen onderzoek heeft gedaan naar de waarden van de vestingwerken en het bolwerk waaruit blijkt dat een dergelijk plan de monumentwaarden zou kunnen versterken en het monument in stand zou kunnen houden. De RCE vraagt tot slot nog of de archeologische waarde ook is onderzocht. Dhr. de Kunder reageert dat de Walcherse Archeologische Dienst heeft aangegeven dat er weinig archeologische waarde is.

Pagina 4 van 5

De gemeente geeft aan dat als het nodig blijkt, de RCE ook wordt verzocht een adviesbrief te schrijven, maar concludeert ook dat in dit overleg de mening van de RCE al voldoende is aangegeven en ook de nodige argumenten daarbij zijn benoemd. In het verslag van het overleg wordt dit verwoord. Hiermee kan men in dit stadium verder.

Mw. Roelofs-Blaas sluit het overleg.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14921111/1