Bijlage 02 - Notitie cultuurhistorische waarden
Tekst van het document
Erfgoed Middelburg Onderwerp Locatie
: Cultuurhistorische waarden te onderzoek locaties woningbouw : Oranjepolder | Welsinge/Mortiere | Langevielebolwerk | Brigdamme | Poppenroede |Schellach & Nieuwenhove + Blauwhoeve | Datum : 12-07-2024 Steller : Henk de Kunder _________________________________________________________________________________________ Introductie Vanuit het programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing is verzocht om van zeven locaties binnen de gemeente de cultuurhistorische waarden in beeld te brengen ten behoeve van de afwegingen om deze locaties mogelijk aan te wijzen als nieuwe woningbouwlocaties. Toelichting Per locatie is allereerst de ligging binnen de gemeentegrenzen inzichtelijk gemaakt. Vervolgens zijn de historische karakteristieken van de locaties visueel weergegeven met behulp van historisch kaartmateriaal. Ook de archeologische beleidsadvieskaart is voor elke locatie opgenomen en tot slot zijn de cultuurhistorischeverwachtingskaarten per locatie toegevoegd. Dit beeldmateriaal is voorzien van een beknopte toelichting op de locatie en duiding van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit document bevat echter geen uitgebreide historische beschrijving van de locaties. Middelburg, 17-07-2024
Henk de Kunder Beleidsmedewerker erfgoed
Bijlagen: 1 - Erfgoed Middelburg Hof van Tange 2023-12 2 – Verslag planoverleg 15-05-2024 Middelburg Langevielebolwerk
Gebruikte bronnen: -Zeeuws Archief - Het Pryeel van Zeeland | Martin van den Broeke - Cronyk van Zeeland | M. Smallegange - Tegenwoordige staat van Zeeland - Walcherse Arkadia | Mattheus Gargon - Tussen Afsluitdammen en Deltadijken | M.H. Wilderom - Landschapsatlas van Walcheren - Kaart Cultuurhistorie provincie Zeeland - Beleidskaart Archeologie | WAD - Cultuur- en bouwhistorische-verwachtingskaarten | A. van de Vrie
1
Oranjepolder (Arnemuiden | Uitbreiding richting het Veerse Meer) De locatie is gelegen in de Oranjepolder. In de 16e eeuw lag aan de oostkust van Walcheren tussen Veere en Arnemuiden een vrij uitgebreid schor genaamd ‘Ten Halven Crrijte’, destijds in eigendom van Prins Maurits als markies van Veere. Op 18 september 1599 ontving de magistraat van Arnemuiden bericht van Prins Maurits dat hij het plan had het schor te bedijken. Het bedijkingsoctrooi werd verstrekt op 22 september 1616 en de bedijking kwam gereed in 1618 en kreeg de naam Oranjepolder. Het te onderzoeken deel van Den Orangienpolder werd aan de Oostzijde begrensd door een inlaagdijk uit 1708. De inlaag werd in 1792 ingesloten bij de Wilhelminapolder.
Arnemuiden | Uitbreiding richting het Veerse Meer
Afb. 1 Locatie
Afb. 2 Uitsnede kaart Hattinga ca 1750
Cultuurhistorische waarden De historische aanleg van de Oranjepolder is sinds 1618 onveranderd. De inlaagdijk, rood gemarkeerd in afb.4, is nog in het landschap aanwezig en heeft, net als de overige dijken die de Oranjepolder en de Wilhelminapolder omsluiten een hoge cultuurhistorische waarde. Het onderzoeksgebied heeft een lage tot zeer lage archeologische verwachting en er bevinden zich in het gebied geen gebouwen met een bouwhistorische verwachtingswaarde. De beplanting van het gedeelte van de Oostweg en de Blikkendijk die het gebied deels begrenzen is oorspronkelijk aangelegd volgens het landschapsplan van N.M. de Jonge bij de herverkaveling van Walcheren (1946 en later). De locatie is gelegen in het Nationaal Landschap Walcheren.
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart
De cultuurhistorische waarden van het gebied zijn gelegen in de historische polderaanleg met de daartoe behorende dijklichamen.
2
Welsinge/Mortiere (Nieuw- en Sint Joosland | Trekdijk)
Afb. 1 Locatie
De onderzoekslocatie is gelegen in de polder Walcheren, met 18.832 ha de kern van het voormalige eiland en één van de oudste Zeeuwse poldergebieden en de grootste door dijken en duinen omringde eenheid in het Zeeuws-Zuidhollands deltagebied. De oostzijde van de onderzoekslocatie wordt begrensd door de in 1526 aangelegde inlaagdijk. De oostelijk daarvan gelegen Welsingepolder wordt eigenlijk ten onrechte als polder betiteld daar het geen inpoldering is maar een inlaag. In het gebied was ’t Hof te Welsinge van W. van Citters gelegen.
Afb. 2 Uitsnede kaart Hattinga ca 1750
Cultuurhistorische waarden Ter plaatse van de locatie Oude Schroeweg 124, Nieuwen St. Joosland, ligt een AMK-terrein..(AMK= Archeologische Monumenten Kaart) in rood aangegeven. Dit is de locatie van het voormalige Hof te Welsinge. Deze is weilswaar bij de Rijksdienst niet als officiële AMK aangemerkt maar wel binnen de Walcherse onderzoeksagenda aangeduid als waardevolle historische locatie. Tevens is een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied gemarkeerd. De toegangsweg vanaf de inlaagdijk van de Welsingepolder naar het hof te Welsinge zoals weergegeven op de kaart van Hattinga uit 1750, ligt er nog steeds. Deze is op afb. 4 weliswaar niet rood gemarkeerd maar heeft wel een hoge cultuurhistorische waarde evenals de uit 1526 daterende Trekdijk zelf. De Oude Schroeweg, vanaf de Kalverdijk tot de Welzichtweg, heeft een hoge waarde als karakteristieke landweg. Het onderzoeksgebied heeft naast het AMK-terrein en de gemarkeerde archeologische vindplaats hoge en middelhoge archeologische verwachting. In het gebied bevindt zicht alleen de bebouwing van de Oude Schroeweg 124. Hiervan heeft het woonhuis een middelhoge bouwhistorische verwachtingswaarde. Op het terrein is nog een deel van een oorspronkelijke noodstalling aanwezig met een hoge bouwhistorische verwachtingswaarde.
De beplanting van de Trekdijk is oorspronkelijk aangelegd volgens het landschapsplan Walcheren van N.M. de Jonge, bij de herverkaveling van Walcheren (1946 en later). De locatie is gelegen in het Nationaal Landschap Walcheren. Het gebied ligt tegen de N254. Aan de andere kan van deze weg ligt, parallel daaraan, een deel van het Landfront Vlissingen, opgenomen in het rijksmonumentenregister onder nummer 529327
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart
De cultuurhistorische waarden van het gebied bestaan uit de nog aanwezige wegen zoals hiervoor beschreven, het AMK-terrein en de Trekdijk uit 1526 die het gebied aan de Oostzijde begrensd. Het gebied vormt de directe omgeving van het rijksmonument Landfront Vlissingen waarvan de bescherming zich ook uitstrekt tot ontwikkelingen in de omgeving.
3
Langevielebolwerk (Middelburg inbreiding | Hof van Tange + optoppen Tref) De vesting Middelburg is volgens het Oud-nederlandse stelsel aangelegd in de jaren 1595-1598 waarbij het zeer waarschijnlijk is dat Johan van Rijswijck, in 1586 in Zeeland aangesteld als ‘generaal van de fortificatiën’ er bij betrokken was. De huidige grondvorm van de resterende omwalling en omgrachting is nog vrijwel hetzelfde als toen deze werden aangelegd. Slechts aan de zuidzijde is een segment door de aanleg van het kanaal en spoorweg eind 19e eeuw afgesneden. De vestingwerken werden tussen 1841 en 1848 door tuinarchitect K.G.Zocher omgevormd tot een stadspark in Engelse landschapsstijl. Het als parkeerterrein ingerichte Hof van Tange is aangelegd op één van de bolwerken van het rijksmonument ‘Vesting Middelburg’. Dit complex omvat 22 complexonderdelen waarbij het Hof van Tange is gelegen op complexonderdeel 3, monumentnummer 482107, met omschrijving: Bastion met voorliggende gracht ter breedte van ca. 40m en buitengrachtboord ter breedte van ca. 5 m.
Afb. 1 Locatie
Afb. 2 Uitsnede uit de 17e eeuwse stedenatlas van F. de Wit. Kaart lijkt een weergave te zijn van de situatie kort na voltooing van de bovwrken. De Kloveniersdoelen, gebouwd in 1607-1611 zijn namelijk niet weregegeven.
Cultuurhistorische waarden Langevielebolwerk Door Erfgoed Middelburg is reeds in december 2023 een advies opgesteld m.b.t. het Langevielebolwerk omdat het bolwerk zowel voor uitbreiding van de parkeerfunctie en als mogelijke inbreidingslocatie voor woningbouw in beeld is gekomen. Dit advies is als bijlage bij dit document gevoegd. Tevens zijn deze toekomstverkenningen gedeeld, en op 15 mei 2024 in een oriënterend overleg besproken, met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het verslag van dit overleg is eveneens als bijlage toegevoegd.
Cultuurhistorische waarden locatie TREF De bebouwing op deze locatie heeft geen cultuurhistorische waarde. Verhoging van het bouwvolume zal echter van invloed zijn op de directe omgeving waaronder de rijksbeschermde bolwerken en de nabijgelegen delen van het beschermd stadsgezicht waarvan het beschermingsbelang het historisch bebouwingsbeeld betreft. Hierin zijn meerdere rijksmonumenten opgenomen waaronder de als topmonument aangeduide Kloveniersdoelen.
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart
4
Middelburg uitbreiding | Brigdamseweg
Afb. 1 Locatie Afb. 2 Uitsnede kaart Hattinga ca 1750
Afb. 5 Cultuurhistorische verwachtingskaart
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart
De onderzoekslocatie is gelegen in de polder Walcheren op grondgebied van de voormalige heerlijkheid Breedamme en ligt ten oosten van de Noordweg en wordt omsloten door de Brigdamseweg. In het Noordoosten van het gebied lag de buitenplaats Golstein en in de meest zuidelijke punt van het zoekgebied of net er buiten lag ’t Kasteel Nieuwenhove wat eind 19e eeuw geheel verdwenen is. Cultuurhistorische waarden De locatie ligt deels in het beschermd stadsgezicht Noordweg. Bij het beschermde gezicht Noordweg zijn naast het bebouwingslint ook omliggende agrarische gebieden in de begrenzing opgenomen. De vrije ligging en de directe relatie van het bebouwingslint met de gebieden is namelijk een van de bijzondere ruimtelijke historische karakteristieken van het beschermde gezicht Noordweg. Op afbeelding 4 is de begrenzing middel een paarse lijn aangegeven. In het onderzoeksgebied is een AMK-terrein gemarkeerd. Dit betreft de locatie van de voormalige buitenplaats Golstein. Deze locatie is weliswaar bij de Rijksdienst niet als officiële AMK aangemerkt maar wel binnen de Walcherse onderzoeksagenda aangeduid als waardevolle historische locatie. Naast genoemd AMK-terrein heeft het gebied een hoge en middelhoge archeologische verwachting. Met uitzondering van een paardenstal van beperkte omvang is er in het onderzoeksgebied geen bebouwing aanwezig.
De beplanting van de Brigdamseweg, welke het gebied aan de noord- oost en westzijde begrensd, is oorspronkelijk aangelegd volgens het landschapsplan Walcheren van N.M. de Jonge, bij de herverkaveling van Walcheren (1946 en later). De cultuurhistorische waarden van het gebied zijn met name gelegen in de locatie van de voormalige buitenplaats Golstein en het beschermingsbelang van het rijksbeschermde stadsgezicht Noordweg waar een deel van het gebied in ligt alsmede de wegenstructuur met beplanting.
5
Poppenroede (Middelburg uitbreiding | Poppenroede)
Afb. 1 Locatie
Afb. 2 Uitsnede kaart Hattinga ca 1750
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart
De locatie is gelegen ten noorden van de Walcherseweg ,aan de westzijde begrensd door de Zantvoortweg en aan de oostzijde door de Sandberglaan. Het gebied is gelegen in de voormalige heerlijkheid Seisambacht of Poppenroedeambacht. Eind 17e eeuw werd de kleine buitenplaats Poppenroede gekocht door Jacob de Kuyser. Daniel Radermacher verwierf Poppenroede op 22 februari 1763 en maakte van Poppenroede een lusthof. Een plattegrond uit 1763, door Radermacher eigenhandig getekend, getuigt van zijn kennis van de regelen van de architectuur. Hij wilde een tuin naar zijn eigen ontwerp aanleggen, gebaseerd op de nieuwste mode uit Frankrijk. Een op architectonische principes gebaseerde tuin. De aanleg van de buitenplaats valt samen met de vroegste verschijningen van het neoclassicisme in de vormgeving van interieurs en architectuur van de gebouwen. Via vererving kwam de buitenplaats in 1834 in eigendom van de weduwe van Reinbrand Johan Boddaer, officie van justitie in Middelburg, en zij liet de buitenplaats afbreken. Op de plaats van de het tuinmanshuis verrees een boerderij. De vijvers werden gespaard, tot ook zij bij de inundatie van Walcheren in 1944 verdwenen. Op de locatie van de voormalige buitenplaats is tegenwoordig een Agrarisch bedrijf gevestigd. Achter het moderne woonhuis (1978) verwijst de groenaanleg met waterpartij nog enigszins naar de oorspronkelijke bestemming.
De oprijlaan naar het woonhuis geeft nog de plaats aan, waar de oprit van Radermachers lusthof zich ooit uitstrekte. Zie volgende pagina
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
6
Afb.6. Uitsnede kadastrale kaart 1824 Poppenroeden Ambacht met vm. buitenplaats.Bbron: Zeeuws Archief
Cultuurhistorische waarden De historische aanleg van de buitenplaats Poppenroede Ambacht is heden ten dagen in het landschap goed herkenbaar en afleesbaar. De contouren van de oorspronkelijke percellering is groeddeels in tact gebleven. Het ‘Canaal of Lange Vijver’ is door latere herverkaveling echter niet meer zichtbaar in het landschap. Niet alleen de afleesbaarheid van de voormalige buitenplaats in het landschap heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Daarbij is de ruimtelijkheid van de locatie eveneens van belang en van waarde. Het onderzoeksgebied heeft een hoge en middelhoge archeologische verwachting. De boerenschuur, op de plek die door Radermachter als ‘Stallinge’ is weergegeven, heeft een hoge bouwhistorische verwachtingswaarde. De beplanting van de Sandberglaan is oorspronkelijk aangelegd volgens het landschapsplan Walcheren van N.M. de Jonge, bij de herverkaveling van Walcheren (1946 en later). De locatie is gelegen in het Nationaal Landschap Walcheren. De cultuurhistorische waarden van het onderzoeksgebied zijn vooral gelegen in de nog herkenbare aanleg van de voormalige buitenplaats Poppenroeden Ambacht. Van de vele buitenplaatsen die Walcheren ooit kende zijn in de gemeente Middelburg alleen Toorenvliedt en Ter Hooge als zodanig bewaard gebleven. Nog herkenbare restanten van andere buitenplaatsen hebben dan ook een hoge cultuur historische waarde.
Afb.5 Plattegrond Poppenroeden Ambacht 1772 | Bron Zeeuws Archief
7
Schellach & Nieuwenhove + Blauwhoeve (Middelburg uitbreiding | Middelburg oost, twee gebieden)
Afb. 1 Locatie
Afb. 2 Uitsnede kaart Hattinga ca 1750
Het westelijke onderzoeksgebied is gelegen in de polder Walcheren op het grondgebied van de voormalige Heerlijkheid van Schellacht en wordt aan de noordzijde begrensd door de Golsteinseweg en aan de oostzijde door de Veerse watergang. In het gebied waren de buitenplaatsen ’t hof de Fruytberg en ’t hof (Niet) Altijd Winter gelegen aan de Golsteinseweg.. De Fruitberg werd begin 18e eeuw aangelegd door de grootvader van Johan Pieter Recxstoot. In 1754 werd deze ‘hofstelde met sijn heerenhuys, boerenwooninge, schuure etc.’ verkocht aan Adrien Duflo, een van de 54 commissarissen van de Polder Walcheren. De buitenplaats ‘Niet Altijd Winter’ was eigendom van Jan Boudaen, heer van Schellach. Hij vertrok in 1762 uit Walcheren en verkocht de buitenplaats aan de Middelburgse wijnkoopman Jan Nitzenberg. Deze liet het hof ontmantelen. Golsteinseweg 4 is de locatie van de kleine buitenplaats De Fruitberg. Het huidige woonhuis met aangebouwde schuur staat op (vrijwel) dezelfde plaats als het toenmalige hoofdgebouw van de buitenplaats. Aan de oriëntatie van het gebouw is de oorspronkelijk loop van de Golsteinseweg af te lezen. Het hoofgebouw stond parallel aan weg welke er op relatief korte afstand langsliep.
Naast een tweetal archeologische AMK-terreinen (zie volgend blad) zijn er in het gebied ook twee archeologische vindplaatsen en heeft het gehele gebied een hoge en middelhoge archeologische verwachting. Ook het oostelijke onderzoeksgebied is gelegen in de polder Walcheren en wel op het grondgebied van de voormalige Heerlijkheid van Noord Monster wat op de Visscher Roman kaart uit 1650 al staat aangegeven. Ook de Veerseweg die het gebied aan de westzijde begrensd is op genoemde kaart ingetekend en vind dus zijn oorsprong in de eerste helft van de 17e eeuw maar mogelijk al eind 16e eeuw toen de vestingwerken van Middelburg werden aangelegd. Op (ongeveer) de plaats van de bebouwing van Oude Veerseweg 134 stond voorheen de bebouwing van De Blauwe Hoeve. Om die reden is de locatie mogelijk aangeduid als AMK-terrein. In het gebied zijn tevens drie archeologische vindplaatsen aanwezig. Beide locaties bevinden zich in het Nationaal Landschap Walcheren. De beplanting van de Golsteinseweg, Prooijenseweg en de Veerseweg is oorspronkelijk aangelegd volgens het landschapsplan Walcheren van N.M. de Jonge, bij de herverkaveling van Walcheren (1946 en later). In het oostelijk onderzoeksgebied maakt van de bebouwing van Oude Veerseweg 134 nog een noodboerderij deel uit. Deze heeft een hoge bouwhistorische verwachtingswaarde.
Oude Veerseweg 130 is een wederopbouwboerderij uit 1948 welke nog in zeer oorspronkelijke staat verkeert. De boerderij is opgenomen op de lijst van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen van provinciaal belang.
8
Afb. 3 Archeologische beleidskaart
Afb. 4 Cultuurhistorische verwachtingskaart gebied Schellach
Golsteinseweg oostelijk AMK-terrein: Locatie van de voormalige buitenplaats (Niet) Altijd Winter. Deze is weilswaar bij de Rijksdienst niet als officiële AMK aangemerkt maar wel binnen de Walcherse onderzoeksagenda aangeduid als waardevolle historische locatie. Locatie De Blauwe Hoeve: Locatie van de voormalige buitenplaats ‘De Blauwe Hoeve’ Deze is weilswaar bij de Rijksdienst niet als officiële AMK aangemerkt maar wel binnen de Walcherse onderzoeksagenda aangeduid als waardevolle historische locatie. Golsteinseweg westelijk AMK-terrein Terrein met sporen van een vlietberg/motte uit de Late Middeleeuwen. Volgens Besteman (1981) betreft het geen motte. In september 2004 werd door provincie Zeeland, afdeling Archeologie, in het kader van het project 'Waardering Terreinen van Archeologische Betekenis voor de Archeologische Monumentenkaart Zeeland' een nader onderzoek ingesteld naar de archeologische waarde van dit monument. Daartoe is onder meer gebruik gemaakt van archeologische en historische gegevens, oude kaarten, luchtfoto's en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). In het verleden heeft op deze locatie geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In 1690 zou de berg zijn afgegraven (als jaartal wordt ook circa 1738 genoemd). Daarbij werd grijs grof aardewerk aangetroffen. De hoogte stond bekend als de Fruitberg. Tegenwoordig draagt de boerderij op nummer 4 deze naam.
Op oude kaarten is de berg niet meer traceerbaar, enkel nog als een bocht in de weg. Op een topografische kaart uit 1910 wordt in het westen van het onderzoeksterrein bebouwing weergegeven. Op meerdere luchtfoto's zijn geen aanwijzingen gevonden voor de ligging van een vliedberg. Een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) leverde evenmin bruikbare gegevens op. Wel is zichtbaar dat het terrein op een kreekrug ligt die zich duidelijk in het landschap aftekent. Er bevindt zich een boomkwekerij op de onderzoekslocatie. (in 2024 is deze niet meer aanwezig)In het verleden zijn er vele malen bomen gerooid en is het terrein dus meerdere malen verstoord. Er bestaat een kans dat een deel van de vliedberg onder de huidige Golsteinseweg ligt. In het westen van het monument heeft in de 19de en 20ste eeuw bebouwing gestaan. Het terrein is daardoor (gedeeltelijk) tot meer dan één meter beneden maaiveld verstoord. Het terrein ligt op de rand van een oude zandige kreekrug. Naar het zuiden toe is Hollandveen aangeboord. In boringnummers 2 en 14 werden mogelijk resten van de terpzool (een humeuze cultuurlaag) van de vliedberg geraakt. Hierin bevond zich Pingsdorf aardwerk uit de 12de eeuw. In boringnummer 6 werden resten van de 20ste eeuwse bebouwing in het westen van het terrein aangeboord. Hier is het terrein grotendeels verstoord.
Uit het onderzoek is gebleken dat binnen het AMK-terrein belangrijke archeologische waarden aanwezig zijn en dat het behoudenswaardig is. De Visser beveelt aan het monument op te waarderen tot AW. Opmerking: het complex wordt in de nabije toekomst mogelijk bedreigd door het opnieuw rooien van grote bomen.
Afb. 5 Cultuurhistorische verwachtingskaart gebied Blauwe Hoeve
Cultuurhistorische waarden De cultuurhistorische waarden van beide locaties zijn vooral gelegen in de landschappelijke waarden, de archeologische locaties van de voormalige buitenplaatsen en het ruimtelijk karakter. Daarnaast zijn de nood- en wederopbouwboerderij in het oostelijk gebied van cultuurhistorisch belang. Ondanks de veranderingen in het landschap, m.n. door de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, heeft het landschap dermate waardevolle kenmerken dat het van nationaal belang geacht wordt. De wegenstructuur in het gebied Schellach en de daarbij horende beplanting zijn van cultuurhistorisch belang.
9