bezwaar gericht aan de gemeenteraad Middelburg (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Middelburg , 2 december 2025 Aan: College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA Middelburg Betreft: Formeel bezwaar en zienswijze ten aanzien van kwalificatie gevelheaters als “installaties” gelijk aan airco- en warmtepomp-units onder de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Geacht college , Hierbij dien ik formeel mijn bezwaar en inhoudelijke zienswijze in tegen de wijze waarop de gemeente Middelburg gevelheaters kwalificeert als technische installaties gelijk aan warmtepomp- en airco-buitenunits , op grond van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Deze kwalificatie is juridisch onjuist , beleidsmatig onhoudbaar en feitelijk onverenigbaar met de aard , functie en regelgeving die voor deze objecten gelden. Hieronder licht ik dit formeel toe.
1. Onjuiste juridische kwalificatie De gemeente stelt dat een gevelheater hetzelfde zou zijn als een airco- of warmtepompbuitenunit. Dit standpunt is juridisch onhoudbaar omdat:
1. 1. Gevelheaters zijn geen gebouwgebonden installaties Onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden technische installaties van het gebouwonderscheiden van niet-gebouwgebonden voorzieningen. Een gevelheater: •
wordt niet gebruikt voor klimaatregeling van het gebouw;
•
maakt geen deel uit van de gebouwinstallatie;
•
is niet noodzakelijk voor de functie van het gebouw;
•
is doorgaans seizoensgebonden en verplaatsbaar.
Warmtepomp- en aircounits: •
maken wél deel uit van de installatietechniek van het gebouw;
•
vallen onder nationale regels voor geluid , energieprestatie en plaatsing;
•
zijn permanent bevestigd;
•
vallen onder technische veiligheidseisen (NEN/ISS0-richtlijnen).
Dit onderscheid is bevestigd in meerdere uitspraken , o. a. :
Rb. Midden-Nederland , 14 februari 2019 , ECLI:NL:RBMNE:2019:625 Buitenunits voor koeling/verwarming zijn gebouwgebonden installaties die onder het bouwrecht vallen. Gevelverwarmers vallen hier aantoonbaar niet onder. De gelijkstelling door de gemeente is daarmee in strijd met het systeem van de regelgeving.
2. Strijd met motiveringsplicht (art. 3:46 Awb) Bestuurlijke besluiten moeten rusten op een deugdelijke motivering. De huidige redenering (“het oogt hetzelfde als een airco , dus we behandelen het hetzelfde”) voldoet niet aan deze vereiste. Een dergelijke analogie zonder feitelijke , technische of juridische onderbouwing is naar vaste jurisprudentie onvoldoende , zie o. a. :
ABRvS 13 januari 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:31 Een motivering moet berusten op relevante feiten en een draagkrachtige argumentatie; vergelijking
zonder nadere onderbouwing is onvoldoende. De beslissing van de gemeente voldoet niet aan deze criteria.
3. Strijd met evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb) Besluiten moeten evenwichtig zijn , met een proportionele belangenafweging.
Gevelheaters: •
klein formaat
•
seizoensgebonden gebruik
•
geen permanente
•
bedoeld voor terrascomfort
visuele belasting
Airco/warmtepompunits: •
permanent , groot , geluid
producerend
•
raken energie- en milieubeleid
•
vallen onder geluidsnormering
•
hebben een cumulatief effect op gevelbeeld
Door deze totaal verschillende categorieën zonder onderscheid gelijk te behandelen , treedt de gemeente
buiten de grenzen van een evenredige afweging.
Volgens ABRvS 2 februari 2022 , ECLI:NL:RVS:2022:285 moet beleid proportioneel worden toegepast. Dat is hier niet gebeurd.
4. Strijd met gelijkheidsbeginsel Indien winkels , kantoren of woningen in de binnenstad wel buitenunits of zichtbare technische voorzieningen aan de gevel mogen hebben , maar horeca geen heaters , dan is sprake van ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen. De gemeente moet consistent zijn in toepassing van regels.
Zonder expliciet benoemde uitzondering mag men horeca niet zwaarder belasten. Dit is vaste rechtspraak , onder meer:
ABRvS 24 april 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:1366 Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld , tenzij een objectieve rechtvaardiging bestaat. Die objectieve rechtvaardiging ontbreekt.
5. Nota Ruimtelijke Kwaliteit biedt géén grondslag voor deze gelijkschakeling Voor zover uit de Nota blijkt , worden lucht- en warmtetechnische gebouwinstallaties expliciet
genoemd. Terrasinrichting , zoals heaters , parasols , heaters of windschermen , valt daar niet onder , tenzij letterlijk opgenomen. Een beleidsregel kan slechts objecten reguleren die binnen zijn beoogde strekking vallen. Heaters vallen niet onder “technische gebouwinstallaties” en kunnen dus niet via een analogie onder
dezelfde categorie worden geschoven. Volgens ABRvS 20 juli 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1975 is het niet toegestaan een beleidsregel toe te passen op gevallen waarvoor deze niet bedoeld of geschreven is. De toepassing van de Nota door de gemeente is daarom onrechtmatig.
6. Feitelijke analyse: waarom heaters installatietechniek zijn
geen
Kenmerk
Gevelheater
Airco/warmtepomp
Gebouwgebonden
Xx Nee
v Ja
Permanent zichtbaar
%Seizoensgebonden
/ Permanent
Regime
Terrasbeleid / horeca
Bouwen l
Geluid
Xx Geen
V Wel
Energieprestatie Veiligheidseisen Visuele
belasting kan
XC Geen invloed
v Wel
Beperkt Beperkt
Zeer strikt
.
Eebolw
deze
milieurecht
Groot
De
gemeente
objecten daarom technisch niet gelijkstellen.
De
vergelijking is feitelijk en juridisch onhoudbaar.
7. Conclusie Samengevat: 1.
Gevelheaters
zijn geen gebouwinstallaties luchtwarmtepompen of airco-units.
en
vallen niet onder het
De
toepassing van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is onjuist omdat categorie “technische installaties” vallen. De
motivering schiet tekort (art. 3:46 Awb).
De
belangenafweging is onevenredig (art. 3:4 Awb).
Er is
besluitvorming is daarom juridisch kwetsbaar bezwaar of beroep. u
deze
punten
te
betrekken
Antheunisse
(geanonimiseerd) mn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn
(geanonimiseerd) vit; ene (geanonimiseerd) O6.
en
naar
bij uw verdere beoordeling
Hoogachtend,
Marc
van
heaters niet binnen de
sprake van ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
De
Ik verzoek
regime
comm
verwachting niet houdbaar in
en
besluitvorming.