Beantwoording vragen van Wim Bartels (LPM) over clientonderzoek Inkoop J..
Tekst van het document
Vragen van Wim Bartels (LPM) over cliëntonderzoek Inkoop Jeugd Zeeland (IJZ) In de notulen van MAZA van 15 september 2021 is onder punt 13 het volgende vermeld: 13. Ingekomen stukken gemeenteraad (MZ/RM/AB-21-112) Dhr. Bartels (LPM); refereert aan een brief van de SCW over het ‘Middelburgs model’ en zij vragen aandacht voor de inpassing van de onafhankelijk cliëntadviseur. Waarom is dit van belang; omdat Middelburg een substantieel bedrag (ca.600.000) heeft binnengekregen voor de onafhankelijke klantondersteuning. Hier kan je wat mee en dhr. Bartels geeft aan dat dit belangrijk is en kan een zuiverende werking binnen het hele aanvraagproces bij TIM hebben of krijgen. Graag reactie van de wethouder wat zij daarmee kan. Wethouder Doorn; we zijn begonnen met deelnemen aan het koplopers traject voor onafhankelijke klantondersteuning en daar maakt dit deel van uit. Als dit traject voortgang boekt komen we daarmee terug en wordt dit er in meegenomen. Het is een substantieel bedrag, waar wij dit duidelijk mee vorm willen geven en heeft begrepen dat dit een onderdeel is van de openbare gesprekken en denkt dat dit heel welkom is. Dhr. Bartels (LPM); m.b.t. GGD jaarrekening 2020 en daarbij een accountsverklaring; waar in wordt gezegd dat er miljoenen onzekerheden zijn bij inkoop Jeugd (1,5 en 4,7 miljoen). Dit zijn substantiële bedragen. Dhr.
Notulen vergadering raadscommissie Maatschappelijke Zaken 15 september 2021 14 Bartels kan zich niet voorstellen dat, dit het eerste jaar is dat er een opmerking hierover geplaatst wordt door de accountant. Wat kunt u als college er aan doen zodat wij als raad een goedkeurende verklaring kunnen krijgen over dit soort onderdelen bij de GGD? Wethouder Doorn; antwoord volgt via het verslag. (NOOT; GRIFFIE “De accountant geeft een verklaring aan de gemeenschappelijke regeling GGD Zeeland. In het accountantsrapport staan dan ook een aantal aanbevelingen vermeld voor de gemeenschappelijk regeling GGD Zeeland en specifiek voor organisatieonderdeel Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Zoals bijvoorbeeld het aandringen bij gemeenten op aanscherping van de interne controle omtrent afgifte en registratie van afgegeven gemeentelijke beschikkingen. Een andere aanbeveling is het als gemeenten in staat stellen van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland om prestatiecontroles te doen door middel van bijvoorbeeld cliëntonderzoek”). Met name over de prestatiecontroles en het cliëntonderzoek onderzoek hebben wij de volgende vragen; De uitvoering van de Jeugdzorg door de gemeenten kost naast de nodige energie ook veel geld. Het is daarom nogal van belang, dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van die bestedingen goed in beeld komen, wij denken, dat daar niemand anders over denkt.
1.De accountant is van mening dat het nodig is dat er steekproefsgewijs cliëntonderzoek plaats vindt om daarmee de doelmatigheid en rechtmatigheid van deze bestedingen in beeld te krijgen. Is het college het met deze stelling eens? Antwoord: Het belang van een steekproefsgewijs cliëntonderzoek wordt door het college ingezien. Op deze wijze wordt namelijk meer (aantoonbare) zekerheid ontvangen over de geleverde prestaties verricht door de zorginstellingen en daarmee de recht- en doelmatigheid van de bestedingen. Er worden inderdaad steekproeven uitgevoerd gericht op de rechtmatigheid. Met deze controles wordt het ‘recht op zorg’ getoetst. De controles of de zorg doelmatig is, worden door TIM uitgevoerd bij evaluaties. Dit gebeurt met cliënten individueel. 2. Als het college de voorgaande vraag bevestigt, is de vraag waarom deze onderzoeken niet plaatsvinden. Dit klemt temeer omdat er in de media, maar ook overal berichten opduiken over onjuist gebruik van de middelen die de gemeente via Jeugdzorg inzet. Antwoord: We zien de noodzaak voor goed onderzoek en zullen daarom blijven inzetten op evaluaties. Daarnaast staat voor 2022 de actielijn “Top 25 Jeugd” met prioriteit op de agenda. De doelmatigheidscontrole is daar een onderdeel van. Het onjuist gebruik van Jeugdmiddelen moet ook middels goed contractmanagement worden tegengegaan.
Dit is belegd bij Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Het is denkbaar dat er contractueel mogelijk ook aanpassingen nodig zijn van het contract met de aanbieders om dit goed aan te pakken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een maximale winstuitkering. Dit staat nu niet in de contractafspraken. 3. Ook vragen wij ons af of een onafhankelijk! breed cliënten-tevredenheidsonderzoek kan worden ingezet. Is de gemeente hiertoe bereid om zowel bij cliënten als bij natuurlijke ouders een dergelijk onderzoek in te zetten? Antwoord: Een cliënttevredenheidsonderzoek heeft een ander doel dan een cliëntonderzoek zoals bij vraag 1. Het uitvoeren van een cliëntonderzoek onder jeugdigen en diens ouders naar de tevredenheid m.b.t. de zorg die zij ontvangen, ziet het college als een instrument dat van meerwaarde kan zijn. Bij dit soort gegevensverzameling is het van belang zeer zorgvuldig te werk te gaan, onder meer vanwege de bijzondere persoonsgegevens. Het college is van mening dat bij de uitvoering van dergelijk onderzoek tevens goed gekeken moet worden naar de vorm waarin de informatie wordt opgehaald. Er zijn gemeenten die bijvoorbeeld zogeheten ‘pizza-avonden’ organiseren voor jeugdigen in zorg en hiermee proberen een laagdrempelige en toegankelijk vorm te gebruiken passend bij de doelgroep.
4.Tenslotte vragen wij u nog eens nadrukkelijk aan te geven welk percenbtage van de Jeugdzorgmiddelen door de
gemeente zelf worden geïndiceerd en tevens aan te geven welke percentages van de Jeugdzorgmiddelen door derden, Justitie, reclassering en anderen worden geïndiceerd. Hier klemt volgens ons, dat de gemeente slechts een uitvoeringsorganisatie is voor beslissingen van andere overheden etc. Antwoord: De exacte percentuele verdeling van verwijzers o.b.v. kosten kunnen wij op dit moment niet geven. Wel herkennen wij een beeld van ongeveer een 60-40% verhouding tussen gemeentelijke verwijzingen en externe verwijzingen. 5. Is de stelling juist, dat de gemeente door beslissingen derden/overheden, hier slechts financieel verantwoordelijk is en is het denkbaar dat dit anders moet of kan? Antwoord: De gemeente heeft inderdaad beperkte mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de zorg die toegekend wordt door wettelijke verwijzers zoals huisartsen, gecertificeerde instellingen en rechters. Het is immers diens verwijzing. De gemeente moet wel de rekening van de ingezette zorg betalen. Gemeenten kunnen door investeren in samenwerking met verwijzers bijvoorbeeld d.m.v. het delen van informatie over het zorglandschap wel ondersteunen in dit proces bij extern verwijzers. 6.
Wij nemen aan, dat kosten van bureau inkoop Jeugdzorg GGD in dezelfde mate worden besteed als de percentages van vraag 4? Antwoord: Nee, de kosten voor de Inkooporganisatie Jeugdhulp zijn 100% voor de Zeeuwse gemeenten voortvloeiend uit de gedecentraliseerde taak voor gemeenten om Jeugdhulp in te kopen. 7.Geven deze vragen het college nog aanleiding overige opmerkingen te plaatsen? Antwoord: Het actieplan sociaal domein loopt op gebied van de Wmo en Participatiewet (Orionis) voorspoedig. Bij Jeugd zien we nog steeds stijgende kosten in lijn met het landelijk beeld. We onderzoeken hoe we als gemeente meer grip kunnen krijgen op de jeugdkosten en zullen in 2022 concrete voorstellen gaan doen. Rondom Jeugd verwachten we in 2022 diverse ontwikkelingen waarmee we als gemeente geconfronteerd zullen worden zoals de plannen van het nieuwe kabinet. Dit kabinet moet namelijk keuzes maken over structureel extra geld voor gemeenten voor de jeugdhulp, de mogelijke beperking van taken voor gemeenten en reikwijdte van de jeugdzorg. Wij volgen de ontwikkelingen en zullen u als raad wanneer nodig nader informeren. Zeeuws wordt in 2022 nader gekeken naar de governancestructuur van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Deze is nu ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling GGD Zeeland en kent een eigen bestuurscommissie.
Op welke manier deze governance ingericht kan worden, zal nader onderzocht worden. Voor dit onderzoek is nu een opdracht geformuleerd vanuit het OZO sociaal domein.