Beantwoording vragen van de heer B. Kollen - CDA - raadsinformatiebrief VRZ
Tekst van het document
Beantwoording vragen van de heer B. Kollen – CDA – over raadsinformatiebrief VRZ
Artikel
Vraag
Antwoord
Onderzoek naar de herverdeling van het gemeentefonds In opdracht van het OZO is door een extern bureau (Significant) onderzoek gedaan naar de financiële consequenties van de herverdeling van het gemeentefonds. Vanuit VRZ is een ambtelijke bijdrage geleverd aan het hoofdstuk over het cluster Openbare Orde en Veiligheid binnen dit fonds. Een belangrijke conclusie is dat op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid nagenoeg alle Zeeuwse gemeenten er bij de nieuwe verdeling op achteruit gaan. Het is de bedoeling om de bevindingen van het bureau Significant te vertalen naar een Zeeuws breed lobby document voor de Tweede Kamer.
In het hoofdstuk ‘Bedrijfsvoering’ wordt gesproken over de financiële achteruitgang op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid bij nagenoeg alle Zeeuwse gemeenten.
Het onderzoek van het bureau Significant zal door het OZO worden gebruikt om een lobbytraject op te starten richting de Tweede Kamer. Doel hiervan is om de nadelige financiële consequenties van de voorgestelde wijzigingen voor Zeeland, zoveel als mogelijk te beperken. VRZ voert nagenoeg alleen wettelijke taken uit. In de nieuwe beleidsperiode wordt bezien wat het lobbytraject voor Zeeland heeft betekend.
Grootschalig Brandweeroptreden Binnen de Brandweer is tot en met de classificatie Grote Brand sprake van basis-brandweerzorg. Bij verdere opschaling van de brandweer is er sprake van grootschalig brandweeroptreden (afgekort als GBO). Jaarlijks wordt er in Zeeland meerdere keren opgeschaald naar het grootschalig brandweeroptreden.
Zijn de korpsen wel genoeg opgeleid om alle calamiteiten in Middelburg grootschalig te kunnen bestrijden? Of moet er nu grote inhaalslag komen door middel van cursussen en zijn daar wel voldoende middelen voor?
Heeft dit gevolgen voor de uitvoering van taken? Moeten ze prioriteiten stellen? Kunnen ze alle taken blijven uitvoeren of moet het hier en daar met minder?
Overigens gaat Middelburg, zoals het er nu naar uitziet, als één van de weinige gemeenten in Zeeland, er op gebied van OOV niet op achteruit. Het herverdeeleffect is 0. De nieuwe verdeling is echter nog niet definitief en kan dus nog veranderen.
Voor de ploegen zijn er geen grote wijzigingen bij het vernieuwde grootschalig brandweeroptreden. Zij vormen als basis-eenheid, net als bij het oudere systeem, een onderdeel van de taakuitvoering binnen een groter geheel (pelotons). De pelotons
In 2020 is Brandweer Zeeland gestart met het implementeren van de landelijke visie Grootschalig Brandweer Optreden, GBO2.0. Deze landelijke visie is het eindresultaat van de vernieuwing van het grootschalig brandweeroptreden. Dit was nodig omdat de voorgaande werkwijze ruim 25 jaar oud was en als complex en log werd ervaren. Eén van de kenmerken van het vernieuwde GBO is dat de prestatie-eis van een peloton leidend is geworden, in plaats van het aantal voertuigen. Eén basispeloton kan daarmee een bepaalde inzet leveren en aangevuld worden met meerdere basispelotons of specialistische pelotons. Met de implementatie van het GBO2.0 is niet alleen gekeken naar de landelijke visie, maar zijn ook resultaten uit onderzoeksrapporten van het IFV en verbeterpunten uit eigen inzetevaluaties van grootschalige brandweerinzetten meegenomen. Zo is naast de samenstelling van de pelotons onder andere de structuur van de leiding & coördinatie tegen het licht gehouden, de inzetprocedure NL-Alert geactualiseerd en is er nu aansluiting bij de wijze waarop de huidige officieren worden opgeleid. In interregionaal verband kan er op betere wijze bijstand worden geleverd en gevraagd. In de komende periode zal het vernieuwde grootschalig optreden verder worden geoperationaliseerd.
worden aangestuurd door de officieren. Bij de officiersopleiding werd al opgeleid conform het nieuwe model, en in de afgelopen periode zijn alle officieren in Zeeland bijgeschoold. Deze bijscholing heeft plaatsgevonden in de reguliere bijscholings- en oefenmomenten. Er is geen sprake van een grote inhaalslag waar extra middelen voor nodig zijn.