CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen SP, PvdA, GroenLinks, D66 en fractie Onderdijk over Quarleshavenstraat

Commissie Ruimte 28 juni 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vervolg n.a.v. beantwoording vragen over Quarleshavenstraat op verzoek van SP, PvdA, GroenLinks, D66 en fractie Onderdijk1.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VRAGEN QUARLESHAVENSTRAAT COMMISSIE RUIMTE 28 JUNI 2021 1a) Onderschrijft het College de stelling/het algemeen aanvaarde principe, dat de burger er op mag vertrouwen dat het bestemmingsplan bepaalde zekerheden biedt? Ja, maar dat wil niet zeggen dat een bestemmingsplan niet gewijzigd kan worden. Ieder jaar zijn er diverse situaties waarbij een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld of waarin van het bestaande bestemmingsplan wordt afgeweken (via een binnenplanse afwijking, kruimelafwijking of buitenplanse afwijking (voormalig projectbesluit)). 1b) Hoe is in het najaar 2017 door het College en de gemeentelijke organisatie het belang van het aangrenzende perceel Quarleshavenstraat 28 meegewogen? Als een beperkt belang. De functie blijft immers Wonen, enkel het bouwvlak zou wijzigen net als het aantal te realiseren woningen (1 wordt 2). En daardoor werd deze wijziging door ons als aanvaardbaar gezien.

1c) Had het College en de ambtelijk organisatie op dat moment het idee of het vermoeden dat het voorstel de belangen van het aanpalende erf(28) zodanig zou schaden dat dit tot bezwaren en juridische procedures zou kunnen leiden? Zo nee, bent u dan met ons eens dat enige zelfreflectie in de rede lig? Zo ja, waarom is op dat moment geen contact gezocht met de omgeving en met name de eigenaar van het hiervoor genoemde perceel? Nee, anders was er uiteraard anders gehandeld of, wat meer in de rede ligt, was er zelfs geen medewerking verleend aan het verzoek. Maar dat is wijsheid achteraf. 2) Acht het College deze interpretatie zoals opgenomen in hiervoor genoemde brief in de geest van de besluitvorming uit 2010 en duidt de vanzelfsprekendheid, zoals genoemd in de beantwoording, op deze interpretatie? Gezien de besluitvorming uit 2010 had dit gemeld moeten worden. Het feit dat dit niet is gebeurd, heeft voor de wettelijke procedure geen verdere consequenties. De raad moest voor dit initiatief geen specifieke verklaring van geen bedenkingen geven (zoals bedoeld in art. 6.5, lid 3 Bor). Het initiatief viel onder de algemene vvgb (door uw raad afgegeven in 2010). Uw raad had hierover wel geïnformeerd moeten worden.

3a) Vindt het College dat het betrekken van belanghebbende op deze manier op een juiste manier is gebeurd? Ja, in de formele procedure is er immers alle ruimte voor een zienswijze. Als er formele procedures zijn is het geen voorwaarde om voorafgaand aan die procedure met andere belanghebbenden op één lijn te zitten. Soms is dat ook niet mogelijk als een inwoner iets wil wat de gemeente vanuit haar kennis en expertise op ruimtelijk vlak geen goed idee vindt, of andersom. Het is wel zaak dat er op een goede manier informatie verstrekt wordt over plannen en afwegingen. 3b) Bent u het met ons eens dat dan slechts een vorm van eenzijdige communicatie resteert gericht op zenden en niet ontvangen met ander woorden, wij delen het u mee, dit is het plan en u bent nu op de hoogte? Dat klopt, waarbij het ontvangen dan gebeurt tijdens de formele procedure.

3c) Welke actie is van gemeentezijde ondernomen op het bericht van de initiatiefnemer dat het overleg met de omgeving uit de planning is gehaald? Dit kunnen we nu niet meer achterhalen. We kunnen wel stellen dat we overleg met de omgeving niet kunnen afdwingen en dat er in de formele procedure voor de ‘omgeving’ altijd ruimte is om een zienswijze te geven. 3d) Ziet het College mogelijkheden om hier ook het belang van de belanghebbenden/ omwonenden in acht te nemen? Belangen van belanghebbenden en omwonenden worden altijd in acht genomen in de brede belangenafweging of iets gewenst is of niet. 4) Kan het College aangeven hoe daar voortaan mee zal worden omgegaan teneinde willekeur te voorkomen? Een initiatiefnemer die op eigen grond iets wil realiseren betaalt altijd de gemeentelijke plankosten en heeft het risico op planschade. In dat geval wordt het facilitair grondbeleid met kostenverhaal toegepast. Bij een plan op grond van de gemeente is het kostenverhaal geacht in de grondprijs versleuteld te zijn, als vorm van actief grondbeleid. In dit geval was er een kavel voor een bepaalde prijs te koop. En was er een klant die iets anders op de kavel wilde, waar de gemeente ruimtelijk gezien medewerking aan wilde verlenen (ook omdat er vrijwel geen belangstelling voor de kavels was op dat moment en een makelaar ons had geadviseerd voor een ander programma te kiezen).

Strikt genomen zouden alle extra kosten die met die planwijziging te maken hadden voor rekening van de gemeente komen. De gemeente verkoopt immers grond voor residuele waarde en de waarde van de kavel werd er niet hoger door. Met de koper is desondanks een afspraak gemaakt dat het merendeel van de kosten alsnog doorberekend zou worden. In zoverre was er dus sprake van willekeur dat de kandidaat koper in dit geval een hoger bedrag zou moeten betalen dan normaal, waarmee hij heeft ingestemd. De overweging kan zijn om zulke kosten voortaan volledig voor rekening van de gemeente te laten komen. 5a) Heeft de wethouder overwogen, gegeven de zekere connectie die bestaat, het dossier over te dragen aan een collega? Zo nee, waarom niet? Op het moment van de verkoop van de kavel en de toestemming een twee onder één kap woning te realiseren (bestemmingsplanwijziging) was wethouder Aalberts geen houder van dit dossier, het viel toen onder wethouder Dekker. 5b) Heeft de wethouder wel gemeld dat het om één van zijn buren ging? Waar is dat gemeld en op welk tijdstip? Is dat door de gemeenteraad op enigerlei wijze te verifiëren? Zo ja, graag inzage in betreffende stukken/verslaglegging.

Op een gegeven moment is er tijdens de ruimtelijke procedure bestuurlijk overleg hierover geweest, waarbij op dat moment voor de wethouder (inmiddels wethouder Aalberts) duidelijk werd wie hierbij betrokken was. Vervolgens is door wethouder Aalberts in de collegevergadering gemeld dat dit een van zijn buren betrof. Het gaat om een mondelinge melding die niet in het verslag is opgenomen. 5c) Is het aan te bevelen in bestuurlijke procedures dit soort connecties zo spoedig mogelijk te melden? Ja, zonder meer. Vanuit het belang van de vier kernbegrippen uit onze gedragscode onafhankelijkheid, openheid, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid is dat in dit geval door de wethouder dan ook gedaan.

5d) Zijn er grenzen aan te geven wanneer dit wel en niet moet gebeuren? Onze gedragscode voorziet in een aantal duidelijke bepalingen op het gebied van bestuurlijke integriteit. Bijvoorbeeld over belangenverstrengeling en informatie (artikelen 2.2 en 4.2). Er is in de gedragscode geen tijdstermijn aan verbonden, maar de basis voor ons college is dat dergelijke informatie ten allen tijde wordt gedeeld en dat de schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen. 5e) Zo ja op welk moment is melding geboden, bij de start van de procedure of in een later stadium? Die grenzen zijn niet vastgelegd, zie het antwoord op 5d. 5f) Wat is de geëigende plaats om dit te melden? De plaats waar een besluit wordt genomen of voorbereid en de desbetreffende bestuurder deelneemt aan de besluitvorming (en waar sprake is van een (ogenschijnlijke) connecties). In dit geval de collegevergadering. 5g) Verdient een openbare melding de voorkeur, met het oogmerk hinderlijke roddel en achterklap te voorkomen? Het college kiest ervoor een collegelid met persoonlijke connecties op een bepaald dossier op het moment dat de schijn zou kunnen ontstaan dat die persoonlijke connecties de besluitvorming beïnvloeden geen dossierhouder te maken. Het college beslist in gezamenlijkheid of een openbare melding nodig is. 5h) Zijn er criteria wanneer wordt gemeld en wanneer wordt teruggetreden.

Ja, onze gedragscode bestuurlijke integriteit, waarbij openheid (dus altijd melden) en de schijn van bevoordeling (bijvoorbeeld door dossierhouder te zijn) vermijden, de leidraad zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10334533/1