Beantwoording vragen over storting in transitiefonds - Jaap Verhulst (VVD)
Tekst van het document
Commissie
Algemeen Bestuur – 20 januari 2026
Agendapunt
8
Onderwerp
Storting in Transitiefonds
Vragensteller
Jaap Verhulst (VVD)
Datum ingediend
19 januari 2026
Datum beantwoording
19 januari 2026
Vraag 1
In het raadsvoorstel wordt gesteld dat door de storting in het transitiefonds de externe rentelasten ongewijzigd blijven. Indien deze liquide middelen reeds in het bezit zijn van de gemeente nemen de rentebaten dan niet af? Overtollige liquide middelen worden toch tegen rente uitgezet bij de centrale overheid? Op deze manier kost deze storting de gemeente toch gewoon geld?
Antwoord
Dat is correct, er is sprake van gederfde rentebaten, het gaat echter om een beperkt bedrag (1,6%).
Vraag 2
Zou het de gemeente geld kunnen opleveren als de “ruime (positieve) kaspositie” zou worden gebruikt voor het aflossen van leningen. Over het algemeen is het immers zo dat leningen meer kosten dan het aanhouden van liquide middelen oplevert.
Antwoord
Onze langlopende leningen kennen een vaste looptijd. Vervroegd aflossen op deze leningen is zowel bij de BNG als bij de Nederlandse Waterschapsbank niet mogelijk (of tegen zeer hoge kosten). Wel leidt de forse kaspositie tot een afnemende schuldpositie omdat herfinanciering van aflopende leningen niet aan de orde is gezien de huidige liquiditeitspositie.
Vraag 3
Waarom hebben een aantal gemeenten besloten om niet mee te doen in het transitiefonds?
Antwoord
Voor zover bekend heeft, naast Middelburg, alleen Vlissingen nog niet besloten om mee te doen. Dat heeft te maken met de artikel 12-status.
Vraag 4
Hoe groot schat de gemeente de kans in dat deze 633.000 euro niet meer wordt teruggekregen? Er worden immers projecten gefinancierd waaraan banken hun vingers niet willen branden. Daarnaast zijn de leningen ook nog achtergesteld.
Antwoord
Het college houdt er rekening mee dat een deel van de leningen niet wordt terugbetaald en dat dit bedrag niet meer beschikbaar komt voor de gemeente. Dit risico geldt in algemene zin voor alle fondsen die door overheden worden opgericht om een beleidsdoel te bereiken.