Beantwoording vragen over NRK - Marc Overbeeke (SGP) en Mehmet Kavsitli (GL-PvdA)
Tekst van het document
Commissie
Ruimte – 8 december 2025
Agendapunt
5
Onderwerp
Nota Ruimtelijke Kwaliteit
Vragensteller
Marc Overbeeke (SGP) en Mehmet Kavsitli (GroenLinks-PvdA)
Datum ingediend
5 december 2025
Datum beantwoording
8 december 2025
Vraag 1 Antwoord
In beslispunt 2 lezen we ook ‘beeldkwaliteitsplan Arnestein (bijlage 3) vast te stellen’; bij argument 7 zien we waarom: • Uit de evaluatie van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 is gebleken dat als gevolg van de welstandsvrije status van industriegebied Arnestein de beeldkwaliteit van dit gebied sterk verslechtert. Verrassend! • Kan deze evaluatie gedeeld worden? • Kunnen er voorbeelden getoond worden van deze verslechterde kwaliteit? In 2022 is intern aangegeven dat door het ontbreken van welstandseisen verloedering optrad op Arnestein. Ook ondernemers hebben hier destijds klachten over ingediend. De erfafscheidingen zijn/waren het meest duidelijke voorbeeld. Betonnen keerwanden die op de perceelsgrens werden geplaatst of houten schuttingen waaraan vervolgens een afdak werd aangebouwd. Aan de Herculesweg staat/stond al jaren een groot portakabin-bouwsel. Ook in de uitgangspuntennotitie van het Gelders Genootschap is opgenomen dat de welstandsvrije status van Arnestein leidt tot een langzame verloedering van het bedrijventerrein en dat er minimaal meer regie en aandacht zou moeten komen voor de bebouwing langs invalswegen, voor het openbare gebied en voor erfafscheiding. Zie hiervoor ook deze memo van november 2023. Beslispunt 3 luidt: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016, met uitzondering van bijlage 8 terrassen-beleid, in te trekken.
Vraag 2
Waarom met uitzondering van bijlage 8?
Antwoord
Omdat voor het terrassenbeleid een afzonderlijk raadsvoorstel in procedure is gebracht. Als de nieuwe NRK wordt vastgesteld en het nieuwe Terrassenbeleid nog niet, of wanneer het omgekeerde gebeurt, dan ontstaat de situatie dat op dat moment een van beide beleidsdocumenten niet in werking kan treden. Dat wilde wij voorkomen en daarom worden beide beleidsdocumenten apart aan uw raad te besluitvorming aangeboden. In de aanleiding lezen we onder punt a. “Alle recente informatie, reacties en adviezen vertaald worden naar eenvoudige, duidelijke, open criteria en richtlijnen in een nieuwe NRK” We willen volgens mij een eenvoudige, duidelijke NRK, met eenduidige open criteria en richtlijnen. Een document waarin duidelijk is hoe en waaraan plannen, vergunningaanvragen getoetst worden. Een document waaraan indieners van plannen duidelijk kunnen lezen waar hun plan aan moet voldoen, waar het aan getoetst wordt … maar waar ook de gemeente (of haar commissie die de toetsing op zich neemt) mee kan toetsen. Ter verduidelijking van wat bedoeld wordt: o Op pag 4 staan de vaste criteria .. gelden altijd o In hoofdstuk 3, pag 9-25, staan de criteria per gebied ▪ Hier wordt dan voor kleuren weer verwezen naar H7 ▪ Met betr.
tot de beschermde gezichten vinden we ook regels in het omgevingsplan ▪ Vervolgens moet in de volgende hoofstukken gezocht worden naar regels/criteria voor kleine bouwwerken (H4), Duurzaamheidsaspecten (H5), Monumenten (H6), kleuren (H7) en reclame (H8) ▪ In het hoofdstuk mbt monumenten vooral verwijzingen naar richtlijnen opgesteld door verschillende, overigens, prima erkende organisaties (zie ook volgende vraag)
Vraag 3
•
•
Bent u van mening dat dit document daaraan voldoet? Bent u met ons van mening dat er op erg veel verschillende plaatsen criteria te vinden zijn, die van toepassing zijn, waaraan getoetst moet worden?
Antwoord
Doordat in het omgevingsplan een open criterium is opgenomen voor het uiterlijk van bouwwerken kunnen in de NRK niet ook open criteria worden opgenomen. De NRK bevat de beleidsregels waarmee het open criterium ‘redelijke eisen van welstand’ worden uitgelegd. Met de voorliggende nota zijn wij van mening dat een zo goed mogelijke balans gevonden is tussen enerzijds de wens van de raad voor een eenvoudige NRK en de wettelijke verplichting vanuit de Omgevingswet.
Vraag 4
Hoofdstuk 4 bevat een aantal sneltoetscriteria: Hoe volledig is dit? Dit oogt rommelig, niet overzichtig, niet erg compleet; is het redactioneel te verbeteren?
Antwoord
Met name in de beschermde stadsgezichten is voor kleine bouwplannen een omgevingsvergunning vereist. Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Voor bepaalde kleinere bouwplannen die niet-vergunningvrij zijn volstaat een beoordeling door een ambtelijk Sneltoetsteam (ST). Voordeel van deze sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van de ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen de sneltoets. Als er twijfel bestaat over bijvoorbeeld impact, ontsiering van in de omgeving gelegen rijksmonumenten of veiligheid wordt het plan voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Er is bij de sneltoetscriteria gekozen voor de meest voorkomende en min of meer uniforme aanpassingen aan gebouwen, zoals aan- en uitbouwen, zonnepanelen, enz., en/of waar al toetsbare criteria voor bestonden.
Er is wellicht behoefte aan criteria voor bijvoorbeeld een breder scala aan onderwerpen zoals bijvoorbeeld installaties, echter de grote diversiteit aan uitvoering en de vaak grote impact op de beeldkwaliteit, maakt deze minder geschikt voor het opstellen van algemene criteria. Dergelijke aanpassingen worden voorgelegd aan de ARK.
Vraag 5
Hoofdstuk Duurzaamheid; • Dit hoofdstuk gaat eigenlijk vooral over zonnepanelen ? • Er zijn toch meer belangrijke items hierbij ?
Antwoord
Met name binnen het beschermd stadsgezicht Middelburg hebben zonnepanelen een grote invloed op het uiterlijk van bouwwerken. De opgenomen criteria voor warmtepompen en airco-units bieden ruimte voor het leveren van maatwerk. Andere duurzaamheidsmaatregelen betreffen veelal glasisolatie en maatregelen die in het gebouw worden getroffen zoals gevel- en vloerisolatie. Zie tevens laatste alinea antwoord op vraag 4. In hoofdstuk 6 Monumenten zijn eigenlijk nauwelijks criteria of toetsrichtlijnen te vinden. Vooral een aantal verwijzingen, meer niet. Dit helpt onze aanvragers maar ook onze eigen toetsers te minimaal: o o
o
Pag 37: Werkzaamheden aan monumenten worden getoetst aan de uitvoeringsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg Ook Pag 37: Voor verduurzamingsmaatregelen bij monumenten hanteren we het Afwegingskader Verduurzaming van Monumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als toetsingskader Pag 38: Naast de uitvoeringsrichtlijnen van de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg en het Afwegingskader Verduurzamen van Monumenten sluiten we voor de toetsing van verduurzamingsmaatregelen bij monumenten aan bij: ▪ De Verduurzamingsrichtlijnen van de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg ▪ Leidraden van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zoals de publicatie ‘Naisolatie van historische woonhuizen’ ▪ Het detailboek ‘Een warme jas voor oude huizen’ wat door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als aanvulling op het hiervoor genoemde afwegingskader wordt gezien.
Vraag 6
Antwoord
• •
Moet iedereen hier de criteria en richtlijnen maar een beetje bij elkaar zoeken ? Is dit voldoende …… eenvoudige, duidelijke NRK, met eenduidige open criteria en richtlijnen…. Zie vraag bij 3?
Het leidende criterium bij de omgang met monumenten is het behoud van de monumentwaarden waarbij de door de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) ontwikkelde restauratieladder wordt gehanteerd. Door de uitvoeringsrichtlijnen van de ERM, vastgesteld door een college van deskundigen, als beleidsregel op te nemen borgen we de juiste omgang met beschermde monumenten. Daarmee geven we tevens richting aan het gesprek over mogelijke verschillen van inzicht tussen een initiatiefnemers en de gemeentelijke adviescommissie. Het zou te ver gaan genoemde richtlijnen één op één over te nemen in de nota. Dat komt de leesbaarheid en het overzicht niet ten goede.
Vraag 7
Kleuren: erg beperkt waarom niet meer aangesloten bij, in de lijn van bijv Dordrecht. Zou het misschien mogelijk zijn hier wat meer mogelijkheden, wat meer ruimte, wat meer vrijheid te creëren door (vooruitlopend op een uit te voeren kleuronderzoek in Middelburg) nu voorlopig het kleurenbeleid van Dordrecht of Delft te laten gelden ?
Antwoord
Het eenvoudigweg overnemen van een kleurenpalet uit een andere stad zou historisch niet correct zijn. Het toepassen van kleur op gebouwen in het verleden was streekgebonden en werd ook bepaald door andere factoren zoals religie. Bij de totstandkoming van de NRK2016 is ook met de ontwerpers van het kleurenbeleid van gemeente Dordrecht gesproken. De kleurenwaaier van Dordrecht lijkt op het eerste oog gebaseerd op historische kleuren, is niet zuiver historisch, maar is enkel “historisch geïnspireerd”. Kleuronderzoek in de praktijk geeft niet de garantie dat onomstotelijk vastgesteld kan worden dat dit ook de oorspronkelijke kleuren en kleurencombinaties zijn. Dit komt ondermeer omdat kozijnen, ramen, deuren, lijsten, ornamenten enz. in de loop der eeuwen geheel of gedeeltelijk zijn vervangen. De kleuren die dan nog gevonden worden op werkelijk historische onderdelen van het gebouw kunnen door weersinvloeden ook nog verkleurd of verbleekt zijn in de loop van de tijd.
Dan nog enkele praktisch punten: staan eigenaren destructief kleuronderzoek toe aan hun pand? Hoeveel onderdelen van het pand of panden als geheel in de straatwand moeten onderzocht worden om een representatief beeld te krijgen? En stel dat de juiste kleuren van afgelopen eeuwen worden gevonden, voor welke periode moet dan worden gekozen? Kiezen we voor 16de, 17de, 18de of 19de–-eeuwse kleuren? Of wordt gekeken naar de bouwperiode van het pand? Dan komt het probleem boven dat voor veel panden niet de exacte bouwperiode is aan te geven. In de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van het Middelburgse archief verloren gegaan. Historisch beeldmateriaal is tot halverwege de jaren ’70 van de vorige eeuw vooral zwart-wit. Verder hoeven kleuren op oude schilderijen niet overeen te komen met de kleuren die in die tijd op gevels en gebouwonderdelen toegepast werden. Dit geldt tevens voor ingekleurde oude prentbriefkaarten. Diverse panden zijn in de loop der eeuwen verbouwd, waardoor ze wellicht meer 19de-eeuwsekenmerken hebben dan oorspronkelijke 17de–-eeuwse kenmerken. Dit alles zou een beleid zeer ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar maken. Met het in de nota opgenomen kleurenpalet willen we het volgende bereiken: - Een binnenstad met een uitstraling als monumentenstad en een hoge beeldkwaliteit die aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers.
- Transparantie bevorderen door duidelijke richtlijnen. De kleuren en kleurcombinaties zijn zodanig gekozen, dat ze nagenoeg zonder risico door bijna de hele binnenstad toegepast kunnen worden. Dit maakt het beleid eenvoudig en uitvoerbaar. Met het kleurenbeleid willen we een praktische werkbare leidraad neerleggen voor kleurwijzigingen van schilderwerk. Bij voorkeur wordt zo vaak als mogelijk een kleurhistorisch onderzoek gevraagd/uitgevoerd zodat een databank ontstaat waaruit te zijner tijd een Middelburgse kleurenwaaier is samen te stellen. Voor uitvoering van een dergelijk project is tijd, capaciteit en budget benodigd.
Vraag 8
Reclames (H8): Welke reclameregels gelden in de andere gebieden ? (andere dan de gebieden 1, 4 of 7 ?)
Antwoord
Deze staan vermeld op pagina 45 van de NRK2025 onder ‘Winkelcentra in alle gebieden behalve gebied 1
Vraag 9
Zou een goede leeswijzer wellicht verduidelijkend kunnen werken?
Antwoord
Uit de ingediende zienswijzen is niet gebleken dat hier een breed gedragen behoefte aan is maar kan indien gewenst toegevoegd worden. Tevens wordt gestreefd om de beleidsregels op termijn ook middels een geotoepassing raadpleegbaar te maken.
Vraag 10
Concept Reglement van Orde Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Middelburg: • • • •
Wordt dit ook vastgesteld? Waarom bestaat dit naast de Verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) gemeente Middelburg 2022 Is het niet beter hier één document van te maken? Toetst de ARK ook nog wel de winterstad-bouwwerken? In de beantwoorde vragen bij het terrassenbeleid van 21 januari is duidelijk geantwoord van wel, (vraag en antwoord 5)
Antwoord
-Dit wordt toegelicht in de bij het raadsvoorstel gevoegde memo actieve informatie. -In de verordening is opgenomen dat de commissie haar werkwijze vastlegt in een Reglement van Orde. -Deze documenten zijn niet te combineren. De verordening wordt vastgesteld door de raad. Als ook het reglement van orde door college of raad zou worden vastgesteld wordt niet meer voldaan aan het wettelijk vereiste onafhankelijkheidscriterium wat een belangrijke pijler is van de kwaliteitsadvisering -Zodra de raad het beeldkwaliteitsplan voor Winterstad heeft vastgesteld dienen voor de overkappingen van Winterstad omgevingsvergunningen te worden aangevraagd en dienen de overkappingen van de reguliere terrassen (zijnde seizoensgebonden bouwwerken) te voldoen aan de criteria van het beeldkwaliteitsplan.
Vraag 11
Openbaarheid van vergaderen, van vergaderingen Zijn er mogelijkheden om de openbaarheid van de vergaderingen te vergroten, beter te regelen? Hierbij te denken aan de toegankelijkheid, maar ook de publicatie van agenda’s en verslagen
Antwoord
Op dit onderwerp heeft het Gelders Genootschap in de opgestelde uitgangspuntennotitie van 21-11-2024 aanbevelingen opgenomen waarover de raad met een memo actieve informatie dd 26-11-2024 als volgt is geïnformeerd. ‘De aanbevelingen 12, 13 en 14 zien op praktische uitvoering, processen en procedures, door de gemeente vast te stellen toetsingskaders en de vastgestelde verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2022 waarin o.m. de samenstelling van de commissie is vastgelegd. Bepaald zal worden wat benodigd is om een betere invulling te geven aan de openbaarheid (aanbeveling. 14). De interne organisatie dient zorg te kunnen dragen voor een actieve ambtelijke voorbereiding en begeleiding van het proces waardoor frustraties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. (aanbevelingen 12 en 13)’ Aan de praktische uitwerking hiervan wordt gewerkt. Bij de zoektocht naar meer openbaarheid loopt de organisatie wel aan tegen diverse praktische zaken en het afwegen van soms tegenstrijdige belangen: -Het Stadskantoor ligt wat bereikbaarheid gunstig, zowel wat betreft openbaar vervoer als wat betreft de mogelijkheden tot parkeren. Vooral wat betreft openbaar vervoer is een andere locatie lastig (architecten die hun plan komen toelichten én leden van de commissie maken gebruik van het openbaar vervoer).
Ook is onder het gebouw voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers. -De wens tot meer openbaarheid kan tegenstrijdig zijn aan de privacy van planindieners. -De veiligheid van zowel bezoekers als de leden kan, vooral bij het spontaan binnen kunnen lopen, niet of minder goed worden geborgd. De gemeente is verplicht een veilige werkomgeving te faciliteren.
-Bij het vaststellen van de agenda is het praktisch niet mogelijk het openbare deel volledig te scheiden van het niet openbare deel (de vooroverleggen). Het vastleggen van de overlegmomenten is ook afhankelijk van de agenda van de initiatiefnemer en/of degene die het plan mondeling komt toelichten. De plannen die wel openbaar behandelt kunnen worden, worden rondom de niet openbare overlegmomenten gepland. Een strikte scheiding tussen het openbare en het niet openbare deel zou tot gevolg hebben dat er per vergadering (veel) minder plannen kunnen worden geagendeerd. Of dat er voor de niet openbare planbehandelingen aparte vergaderingen moeten worden georganiseerd. Aan dat laatste kleven echter weer andere praktische bezwaren, zoals onder andere de beschikbaarheid van de leden van de ARK en het aantal beschikbare uren voor de ambtelijke ondersteuning van de ARK.