Beantwoording vragen kadernota 2026-2029
Tekst van het document
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
SGP Pagina
Raadsvoorstel
Vraag
Met de vaststelling van de motie vreemd inzake kostendekkende leges realiseert uw raad wél een indirecte lastenverlichting, doordat de tarieven voor onder meer de burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen worden verlaagd.’ Klopt het bovenstaande? Binnen de leges vindt een verschuiving plaats, maar is er op het totaal een lastenverlichting?
Antwoord
Ja, de indirecte lastenverlichting komt in grotere mate ten goede aan burgers die trouwen of een reisdocument, rijbewijs of een bouwvergunning voor een bouwwerk onder de € 5.000 aanvragen, dan aan de relatief kleinere groep burgers en bedrijven die een vergunning aanvragen voor grotere bouwwerken of een terrasvergunning. Voor de gemeente verloopt dit besluit budgetneutraal.
Pagina
Raadsvoorstel
Vraag
Het college ziet geen directe mogelijkheid tot lastenverlichting. Hoe verhoudt dit zich tot de jaarlijkse overschotten, de stijgende ratio's en het overschot aan liquide middelen.
Antwoord
Het jaarlijkse overschot wordt grotendeels veroorzaakt door de dividenduitkering van ZEH. Het deel van het overschot dat uitkomt boven de vastgestelde weerstandsratio van 1.4 wordt altijd ter besluitvorming aan de raad voorgelegd en bij de Kadernota toegevoegd aan het investeringsfonds. Dit fonds wordt ingezet voor toekomstige investeringen binnen de omgevingsvisie.
Pagina
Raadsvoorstel
Vraag
''Bij het bepalen van de beschikbare ruimte boven de streefwaarde van het weerstandsratio van 1,4 wordt de reserve grondbedrijf buiten beschouwing gelaten'' Wat is op dit moment de stand van de reserve grondbedrijf en hoeverre is deze voldoende voor de afdekking van de risico's binnen het grondbedrijf?
Antwoord
Volgens de doorrekening ‘Grondbedrijf 2024–2044’ en uitgaande van het gehanteerde basisscenario, is in de jaarrekening 2025 – die in juli 2025 door uw raad wordt vastgesteld – een beschikbare reserve opgenomen van € 0,5 miljoen. Op basis van dit scenario groeit de reserve naar verwachting tot € 10,7 miljoen in 2026 en € 19,7 miljoen in 2036 (zie pagina 18 van deze doorrekening).
Pagina
Blz 12 en 13
Vraag
Van de GR'en wordt verwacht dat zijn in hun begrotingen een afname van 2,2% gaan laten zien? Hoe realistisch is dit? Wat is het effect in onze begroting van deze voorziene afname?
Antwoord
(1) Dat klopt (2) Wij vinden dit realistisch uitgangspunt. We hanteren het VNG-advies over de bezuinigingsrichtlijn begroting 2026 zoals vastgesteld door de VZG. De VZG geeft hierbij aan: “Voor de berekeningssystematiek volgen we de aanbeveling uit het rapport. Als de algemene uitkeringen van de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk in enig jaar afneemt met meer dan 1% dan volgt een doorvertaling naar de gemeenschappelijke regelingen. Op deze wijze dragen de gemeenschappelijke regelingen op evenredige wijze bij aan het begrotingsevenwicht bij de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling. De berekening vindt plaats op basis van het gemiddelde van de algemene uitkeringen van alle Zeeuwse gemeenten gezamenlijk. Uit de berekening is gebleken dat de algemene uitkering in dit jaar een afname laat zien van 2,2%. Het uitgangspunt is dat deze richtlijn strikt wordt toegepast. Op basis van de septembercirculaire 2025 wordt een voorstel gedaan voor de definitieve richtlijn op basis van de algemene uitkeringen van de Zeeuwse gemeenten in 2025 en 2026.”
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
(3) Indien blijkt dat een of meerdere gemeenschappelijke regelingen (GR-en) om gegronde redenen moeten afwijken van deze richtlijn, kunnen de eventuele extra kosten worden opgevangen via de opgenomen stelpost ‘Financiële tegenvallers | nr. 11’ in de Kadernota. Dit wordt nader beoordeeld bij de begroting 2026. Hierdoor is een bedrag van € 450.000 minder als bijdrage aan de GR-en opgenomen. Dit bedrag is echter wel als uitgangspunt meegenomen in de eerdergenoemde stelpost ‘Financiële tegenvallers’.
Pagina
Blz 12 en 13
Vraag
-
Antwoord
(1) Er is geen direct aanwijsbare verklaring voor maar met deze ontwikkeling volgen we, zoals bij de cijfers is aangegeven, de Macro Economische Verkenning 2025 (MEV). De MEV biedt een geactualiseerd beeld van de economische situatie in Nederland, inclusief verwachtingen van de overheidsuitgaven. Wij stellen hiermee onze ramingen af op basis van deze nationale trends. (2) De loonkostenstijging volgt met name recente cao-ontwikkelingen, hiermee wordt voor dit onderdeel een aparte indexatie gehanteerd en volgen we ook hier de landelijke trends. (3) Bovengenoemde onderdelen worden jaarlijks bijgewerkt op basis van de meest recente cijfers uit de MEV-cijfers, waardoor het risico op een financieel tekort als gevolg van een onjuiste indexering wordt verminderd.
De stijging van de belastingen is gekoppeld aan de inflatiecijfers en de loonkostenontwikkeling, voor 2026 voorzien we een stijging van 2,1% en voor 2027 voorzien we een stijging van 3,8%, wat verklaart het verschil tussen deze percentages? De verwachting is dat de inflatie en daarmee ook de loonkostensubsidie zal dalen in plaats van stijgen? Bij een lagere inflatie en loonkostenontwikkeling zal het percentage voor 2027 ook afnemen, waardoor er ook kans is op een groter financieel tekort?
Pagina
besluitpunt 1c. Aanmeldingen O&O en wenselijk
Vraag
Wenselijk: Hoeveel FTE is nu al beschikbaar voor openbare orde en veiligheid, monumentenbeleid en vergunningverlening, onderwijsbeleid en WMO en Jeugdaanvragen? Hoeveel FTE wordt nu in totaal toegevoegd met de voorstellen die het college nu al voorstelt?
Antwoord
(1) OOV = 5 fte Monumentenbeleid en vergunningverlening = 2 fte en 1 fte Onderwijsbeleid = 1fte WMO en Jeugdaanvragen = 15,1 fte (waarvan 1,1 tijdelijk) en 7,8 (waarvan 1 fte tijdelijk). Daarnaast nog 4,1 fte casusregie (2) O&O = € 146.000 (2025; € 153.000 (2026); € 161.000 (2027); € 167.000 (2028) => 1,5 fte Dringend gewenst = € 1.108.000 (2025); € 1.109.000 (2026); € 970.000 (2027); € 1.014.000 (2028) =>; 12,5 fte waarvan 10,8 fte structureel Wens = €1.130.000 (2025); € 1.159.000 (2026); € 591.000 (2027); € 617.000 (2028) => 11,2 fte, waarvan 6,8 fte structureel. N.B. Voor de volledigheid, deze bedrag zijn NIET vertaald in de kadernota
Pagina
Voorstellen nieuw beleid
Vraag
In de tabel voorstellen nieuw beleid, staan in de kolom van O&O, meermaals ja aangegeven, maar in sommige gevallen (1)? Wat betekent dit? Ik veronderstel dat dit dan ook onder O&O valt?
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Antwoord
De toelichting op de verwijzing is weggevallen. De (1) verwijst naar bijlage 1 ‘Formatie-uitbreidingen’, hiermee is in een oogopslag inzichtelijk welke formatie-uitbreiding in de kadernota is verwerkt. Zie ook verder toelichting onder b) formatie-uitbreidingen, blz. 14 kadernota
Pagina
Voorstellen nieuw beleid nr 13
Vraag
De taakstelling wordt verhoogd met 1,1 miljoen in 2029. Tegelijkertijd lees ik in het raadsvoorstel en verderop in de kadernota staat: ''Uitgaande van hetzelfde uitgangspunt, maar rekening houdend met de indexering, kan de taakstelling kan voor 2029 worden verhoogd naar 2,1 miljoen euro (70% van de haalbare doelstelling Hervormingsagenda Jeugd van € 3.1 miljoen)'' Een verhoging van 50 naar 70% zou toch maar een stijging moeten zijn van € 620.000 euro, ervanuit gaande dat 100% de 3,1 miljoen is? x € 1.000
Antwoord KN 25 - 28 Hervormingsagenda Jeugd 50% taakstelling
KN 26 - 29 Hervormingsagenda + indexering opbrengsten HVA Jeugd | Rijk 70% taakstelling
1
opbrengst hervormingsagenda onzeker haalbaar 1.211 2.086 -1.000 1.823
3.112 -2.100
Totaal 3.297 -1.000 4.935 -2.100
1
Bij de kadernota is het uitgangspunt gekozen dat de compensatie voor de 'tekort voor rekening Rijk Jeugd' en de ' Indexeren opbrengst Hervormingsagenda ' voor de jaren 2028 en verder budgettair neutral zouden verlopen. Uit de memo active informatie over de meicirculaire 2025 blijkt dat dit een goed uitgangspunt is geweest
Het betreft dus 2 mutaties op de eerder opgenomen taakstelling bij de kadernota 2026 – 2029. • Verhoging van de taakstelling van 50% naar 70%; • Indexering van de taakstelling als gevolg van het besluit van het Rijk om de opbrengsten uit de hervormingsagenda Jeugdzorg vanaf 2019 te indexeren.
Pagina
Voorstellen nieuw beleid
Vraag
In het RVS staat: ''Op dit moment is voorzien dat jeugdzorg vanaf 2028 opnieuw zal worden aanbesteed, wat de kans vergroot dat de taakstelling gehaald kan worden. Tegelijkertijd bestaat, door de opbouw van voorliggende voorzieningen, het risico dat de taakstelling niet wordt gehaald of pas later gerealiseerd kan worden. In de begroting 2026 zal dit risico vertaald worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.'' o Is de aanbesteding het enige moment dat bijgestuurd kan worden op de kosten in de jeugdzorg? Ziet het college nog meer mogelijkheden om de taakstelling te halen? o Hoe gaan andere Zeeuwse gemeenten om met de taakstelling voor 2026 en 2027?
Antwoord
(1) De eerste en meest impactvolle manier om bij te sturen op de kosten voor de jeugdhulp is via de regionale aanbesteding, inkoop en het contractmanagement van de jeugdhulp voor Zeeland. Dit
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
regionale proces is echter niet los te zien van de lokale verantwoordelijkheid om hiervoor de juiste randvoorwaarden te creëren. De voorliggende voorzieningen waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, moeten uiteindelijk mogelijk maken dat er minder zware (regionale) jeugdhulp geboden hoeft te worden. Lokaal werken alle 13 gemeenten in Zeeland daarom bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het Stevig lokaal team en de harmonisatie van de toegangen. Een andere belangrijke (maar niet per definitie gemakkelijke zoekrichting) is om de oplossing voor de vraag naar jeugdhulp te zoeken in systemen buiten de jeugdzorg (gezin, school, samenleving). Factoren als armoede, bestaanszekerheid, wonen, toegenomen prestatiedruk, complexe scheidingen en GGZ-problematiek bij ouders beïnvloeden de draagkracht van jongeren en ouders, met veel vraag naar vormen van ondersteuning en zorg tot gevolg, zo stelde de deskundigencommissie van Van Ark begin dit jaar. Ook hier zal in de komende jaren lokaal aan gewerkt worden. Samenvattend, de lokale maatregelen moeten dus mede mogelijk maken dat de kosten voor de regionaal ingekochte jeugdhulp kunnen dalen. Tot slot, noemen we hier nog een belangrijk instrument in handen van de rijksoverheid; de voorgenomen aanpassing van de reikwijdte van de jeugdwet.
Met name het gebrek aan duidelijkheid over de reikwijdte, wordt gezien als een belangrijke reden voor de toename van het gebruik van jeugdzorg. Alle maatregelen samen moeten uiteindelijk leiden tot een financieel houdbaar stelsel en duurzame toegankelijkheid van hulp voor kwetsbare kinderen en gezinnen. Dit vergt een lange adem van alle partijen. (2) Op vergelijkbare wijze, immers het Rijk compenseert de financiering van de jeugdzorg voor de jaren 2026 en 2027.
Pagina
Onderwijs
Vraag
In hoeverre verhouden zich de extra uitgaven nu nog t.o.v. het IHP?
Antwoord
De extra uitgaven voor onderwijshuisvesting die opgenomen zijn in deze kadernota zijn kosten die destijds niet voorzien of begroot waren vanuit het opgestelde SHP. In het geval van CSW betreft dit een wijziging t.o.v. het opgestelde SHP uit 2021
Pagina
Sport, cultuur en recreatie nr 38
Vraag
Hoe verhoudt dit zich nu t.o.v. de eerdere besluiten van de Raad, komt dit er nog een keer bovenop?
Antwoord
Nee, dit volgt het geamendeerde raadsbesluit over de “Vaststelling evenementenbeleid gemeente Middelburg 2025 – 2028 | 25-024”
Pagina
Sport, cultuur en recreatie nr 39
Vraag
We geven hiermee vier jaar lang extra geld uit aan de projectsubsidie vernieuwende kunst in hoeverre zijn deze budgetten in het verleden op gebruikt ?
Antwoord
In 2024 is € 46.290 vanuit deze regeling gesubsidieerd. Daarom is ervoor gekozen voor 2026 een lager bedrag te reserveren dan in 2025 (€ 100.000).
Pagina
Sport, cultuur en recreatie nr 40
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Vraag
Eerder hebben we éénmalig het budget jaarlijkse subsidie kunst en cultuur verhoogd met 85.000, op basis van welke criteria zijn de genoemde initiatieven afgevallen? Wordt in de criteria ook rekening gehouden met een evenwichtige spreiding tussen de verschillende kernen en de stad Middelburg?
Antwoord
Dit zijn de organisaties op basis van de subsidiebeoordeling 2025 ‘onder de zaaglijn’ voor subsidieverstrekking terecht waren gekomen, zonder het verhoogde subsidiebudget. Voor 2026 zijn nieuwe subsidieaanvragen ingediend. Die worden in de komende periode beoordeeld. Het is dus nog niet zeker of het in 2026 dezelfde organisaties zijn die zouden afvallen. Wel geeft een denkrichting. De subsidieaanvragen worden beoordeeld op basis van beoordelingscriteria uit de ‘nadere regels kunst en cultuur gemeente Middelburg 2023-2026’. Die zijn gebaseerd op Middelburgse cultuurvisie. Initiatieven ontvangen punten voor: ‘artistiek-inhoudelijke kwaliteit’, ‘waarde voor Middelburg’ en ‘effectieve en efficiënte inzet van middelen’. Als na rangschikking het subsidieplafond wordt overschreven en twee initiatieven op de grens van het beschikbare budget een gelijke beoordeling hebben gekregen, dan wordt gekeken naar de geografische spreiding in de gemeente, naar publieksbereik en kunstdiscipline. Initiatieven met een positieve beoordeling, maar waarvoor dan geen subsidiebudget meer beschikbaar is, vallen af.
Pagina
Sociaal domein nr 55 en 56
Vraag
Er worden extra consulenten structureel ingezet, deze formatie was eerder incidenteel toegekend, maar wordt nu structureel geborgd? Wat was toentertijd te motivatie om incidenteel extra consulenten toe te kennen? Graag verwijzing naar de onderbouwing in een eerder raadsvoorstel/kadernota/begroting?
Antwoord
(1) (2) (3)
Dat is juist. Destijds zijn de extra kosten gemaakt om de achterstanden bij aanvraag Wmo- en Jeugdzorg op te kunnen vangen en de extra taken in het kader van actieplan uit te kunnen voeren. De dekking zijn verkregen bij de Programmabegroting 2023 door hier specifiek extra middelen voor aan te vragen (zie pagina 64 Programmabegroting 2023). Dit hebben we kunnen continueren voor het jaar 2024 door de een gedeeltelijke inzet uit de saldo saldobestemming € 1.052.000 bij de jaarrekening 2023 te benutten (zie besluit raadsvoorstel Jaarrekening 2023)
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
VVD Pagina
Bijlage 3
Vraag
In bijlage 3 (Verloop reserve investeringsfonds) zijn geen dividenduitkeringen van de ZEH opgenomen. Wat is hier de reden voor? De raad had toch besloten om een deel van het ZEH-dividend de komende jaren aan het investeringsfonds toe te voegen?
Antwoord
Met uw raad is afgesproken dat uitsluitend de uitgaven die door de raad zijn goedgekeurd, worden opgenomen in het overzicht. Op deze manier behoudt de raad de regie over welke uitgaven ten laste van de reservering voor het investeringsfonds worden gedaan. Deze werkwijze vloeit voort uit het budgetrecht van de raad. Eenzelfde voorwaarde geldt voor toekomstige dividenduitkeringen van ZEH. Enerzijds omdat deze uitkeringen per jaar kunnen fluctueren, en anderzijds om te voorkomen dat uitgaven worden gedaan op basis van dividenduitkeringen die nog niet zijn gerealiseerd. Bovenstaand is een verdere uitwerking van het geamendeerde raadsvoorstel 25-017: Beslispunt 2: Het jaarlijks te ontvangen (super)dividend vanuit Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH, voorheen PZEM) gefaseerd toe te voegen aan het investeringsfonds, Beslispunt 5: De onder beslispunt 2 genoemde toevoeging van het ontvangen (super)dividend aan het investeringsfonds jaarlijks bij de kadernota te effectueren en daarbij als uitgangspunt te hanteren: a. het weerstandsratio van de gemeente blijft minimaal 1.4 bedragen, b. dat via expliciete besluitvorming bij de kadernota de mogelijkheid blijft bestaan om het ZEH- dividend naast het fysieke domein/Investeringsfonds ook in te kunnen zetten op andere domeinen als daar incidentele dekkingsmiddelen benodigd zijn.
Pagina
Nieuw beleid nr 11
Vraag
Onder voorstel nieuw beleid nr. 11 wordt voorgesteld om de komende vier jaar jaarlijks bijna 2 MLN euro als “Stelpost financiële tegenvallers” op te nemen in de kadernota. Indien dit voorstel wordt goedgekeurd, wie mag dan beslissen waar deze bedragen voor worden ingezet? De raad of het college?
Antwoord
De raad, immers het budgetrecht berust bij de raad. Vanuit dit uitgangspunt is het aan de raad om bij een eventuele inzet van middelen hierover een besluit te nemen.
Pagina
Nieuw beleid nr. 36
Vraag
Onder voorstel nieuw beleid nr. 36 lijkt de opsomming van de werkzaamheden te ontbreken (laatste regel). Indien dit klopt kunnen deze dan worden toegevoegd?
Antwoord
Dat klopt. 1. 2. 3. 4.
Uitfasering OTC-net (oude beheerssysteem) en implementatie nieuwe software. Voor deze ontwikkeling zal een extern bureau gevraagd worden een onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor onze welzijns- en sportaccommodaties en eigen huisvesting. Opstellen Programma van Eisen (PvE) t.b.v. inkoopproces Starten van het inkoopproces.
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
GL-PvdA Pagina
Onderdeel 56 Sociaal Team p. 38 ev
Vraag
Wat bij dit onderdeel is opgenomen is niet erg duidelijk tot onbegrijpelijk. 1. Voor welke activiteiten is het bedrag van € 700.000,-- nodig? 2. Waarom is dit na 2026 niet meer nodig? 3. Wat wordt bedoeld met: ”de kosten die Vizita aanvraagt aan subsidie moeten redelijkerwijs meegenomen worden in de uitvoering van de activiteiten en de noodzakelijke organisatiekosten te kunnen blijven voorzien.” 4. Welk gedeelte (percentage) van de activiteiten van Vizita is op dit moment toe te rekenen aan het Sociaal Team? 5. Doet ook de gemeente Veere mee aan het Sociaal Team?
Antwoord
1. Op dit moment kunnen hiervoor nog geen concrete activiteiten benoemd worden. De subsidieaanvraag 2026 moet nog beoordeeld worden. Wel is er de afgelopen jaren een stijging zichtbaar in de aangevraagde subsidie. Dit werd met name veroorzaakt door kosten die betrekking hadden op bedrijfsvoering. 2. Vanwege de transitie die Vizita doormaakt is het onduidelijk in welke mate bepaalde, nu nog incidentele kosten, structureel zullen worden. Daarom is er een incidentele aanvraag gedaan voor 2026 en 2027. 3. Dit heeft betrekking op het feit dat bij de opdracht voor het vormen van een sociaal team door de gemeenteraad was bepaald met welke partijen dit uitgevoerd moest worden. Het gaat om het feit dat dit met Maatschappelijk Werk Walcheren en Welzijn Middelburg moest gebeuren en dat deze organisaties toen, en daarna rechtsopvolger Vizita, extra organisatiekosten moesten maken om dit te kunnen realiseren. Vooraf was niet duidelijk hoeveel doorontwikkeling de organisaties moesten doorgaan en hoeveel kosten dit extra met zich zou gaan meebrengen. Omdat het sociaal team een transformatieopgave is, is jaarlijks bij de subsidieverlening welwillendheid getoond om extra kosten die de organisatie(s) aangaven nodig te hebben, te verlenen. Een ander deel uit de opdracht van de gemeenteraad bij het sociaal team is dat dit ‘onder strakke sturing’ van de gemeente moet plaatsvinden.
Voor dit onderdeel wordt bekeken wat er binnen subsidie nog verder mogelijk is en wat een alternatief zoals inkoop eventueel biedt. 4. Vizita voert activiteiten uit op gebied van welzijnswerk, maatschappelijke dienstverlening, sociaal team, meedenkers en vrijwilligersondersteuning. In het beleid staat over het sociaal team beschreven dat dit een generalistisch team is waarin verschillende functies samenkomen. Het sociaal team maakt een inschatting van de hulpvraag en de meest passende hulp en ondersteuning. Uit de subsidiedocumenten 2025 van Vizita komt naar voren dat Vizita het sociaal team inderdaad de vraagverheldering en triage laat uitvoeren maar dit is niet het team dat per definitie de hulp en ondersteuning biedt. Het is onduidelijk in welke mate het Sociaal Team al volledig een generalistisch team is. De functies die in verleden door het welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening aan inwoners geboden werden, zijn namelijk voortgezet. Het is lastig om een procentuele inschatting te maken. 5. Nee. De gemeente Veere heeft eigen subsidieafspraken met Vizita over de uitvoering van activiteiten zoals maatschappelijke dienstverlening. Veere werkt voor het welzijnswerk in haar gemeente samen met de organisatie Welzijn Veere.
Pagina
Blz 6. Stelpost financiële tegenvallers
Vraag
Om financiële risico’s en onzekerheden binnen de begroting verantwoord op te vangen, wordt een stelpost opgenomen. Deze dient als vangnet voor kosten die nog niet precies zijn in te schatten. Zo voorkomt de gemeente dat er ongedekte lasten ontstaan door huidige besluiten. De stelpost versterkt de begroting en
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
waarborgt continuïteit in beleid en uitvoering. Waar eerdere jaren ruimte was voor investeringen, kiest het college dit jaar uit voorzichtigheid voor het opnemen van deze stelpost in plaats van andere bestedingen. 1. Wij kunnen ons niet herinneren dat een dergelijke post in vorige kadernota’s ook is opgenomen. Klopt dat? 2. Waarom nu wel? 3. Voor welke tegenvallers is dit bedoeld? 4. Hoe is het bedrag precies berekend? 1.950k EUR per jaar is een enorme hap uit de kadernota. Dit moet zeer duidelijk worden toegelicht. 5. Hoe verhoudt zich dit tot de post onvoorzien? 6. Hoe verhoudt zich dit tot het risicoprofiel, waar wij in ons weerstandsvermogen ook al rekening houden? Is dit niet dubbel? 7. Waarom wordt dit als O&O gekwalificeerd? Dit is toch geen O&O kostenpost, maar een risicobuffer. Antwoord
1. Ja, dat klopt! 2. Om financiële risico’s en onzekerheden binnen de begroting verantwoord op te vangen, wordt een stelpost opgenomen. Deze dient als vangnet voor kosten die nog niet precies zijn in te schatten. Zo voorkomt de gemeente dat er ongedekte lasten ontstaan door huidige besluiten. De stelpost versterkt de begroting en waarborgt continuïteit in beleid en uitvoering. Waar eerdere jaren ruimte was voor investeringen, kiest het college dit jaar uit voorzichtigheid voor het opnemen van deze stelpost in plaats van andere bestedingen. 3. Dit kunnen allerlei risico’s zijn, waarvan er een al is toegelicht bij eerdere vragen bij een vraag van de SGP over de GR-en (Blz 12 en 13), een ander voorbeeld is bijvoorbeeld extra zorgkosten 4. Op basis van bovenstaande voorbeelden is dit bedrag bepaald (450K GR en 1.500K zorgkosten) 5. Een post "onvoorzien" in de begroting is bedoeld als: a.
Eenmalige financiële buffer voor uitgaven die vooraf niet concreet te voorspellen zijn. Bij een structureel karakter worden ze daarna in toekomstige begrotingen verwerkt; b. De post “onvoorzien” is gezien de hoogte (€ 220.000) om genoemde risico’s op te vangen; c. Zie 6 6. Bij deze posten hebben we een reëel inschatting proberen te maken van het risico (kans x bedrag). De factor kans is bij deze post hoog in te schatten (90%). Bij de begroting zal het risicoprofiel van de gemeente worden geactualiseerd. Het is niet dubbel, het is meer een getroffen beheersmaatregel 7. Zie vraag 5
Pagina
Blz 10, Jeugdzorg
Vraag
Ook heeft de deskundigencommissie Van Ark het Rijk geadviseerd de helft van de tekorten op de jeugdzorg van 2023 (€ 628 miljoen) en 2024 (€ 828 miljoen) te compenseren. De gemeenten zouden dus voor 2023 en 2024 € 728 miljoen compensatie moeten krijgen, maar deze tekorten zijn niet gecompenseerd in de Voorjaarsnota 2025. Mogelijk dat dit nog in de septembercirculaire 2025 een vervolg krijgt. 1. 2. 3.
Is hier meer over bekend? Zou dit bedrag structureel zijn? Welk bedrag zou dit voor Middelburg zijn?
Inzake de verplichte eigen bijdrage. 4. In hoeverre heeft het college de verwachting dat de administratieve lasten om die eigen bijdrage de verwachte opbrengsten zal overtreffen?
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
Antwoord
16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Wij gaan er daarbij van uit dat de gemeente de eigen bijdrage zal moeten innen, klopt dat?
1. 2. 3.
Nee Nee, het betreft een compensatie voor 2023 en 2024 Tussen de 1,2 en 1,3 mln. Wij gaan ervan uit dat de inning van de eigen bijdrage op dezelfde wijze zal plaatsvinden als bij het huidige Wmo-abonnementstarief. Dit betekent dat het CAK verantwoordelijk is voor de inning, waarbij zij op basis van gegevens van de gemeente de eigen bijdrage bij inwoners incasseren. De geïnde bedragen worden vervolgens overgemaakt naar de bankrekening van de gemeente Nee, zie hierboven.
5.
Vraag
Kadernota 2026-2029
5.
4.
Pagina
AB 24 juni 2025
Pag 16. Digitale post / Formatie uitbreiding Aanbesteding digitale uitgaande post, structureel €120 pj 8. Eveneens vindt stijging van portokosten plaats. Waarom is er geen besparing portokosten opgenomen bij een investering in digitale uitgaande post? 9. Waarom is een uitbreiding “Adviseur Kabinet” nodig? De capaciteit was altijd voldoende. 10. Er wordt genoemd “Een belangrijk onderdeel hiervan is de toegenomen betrokkenheid bij Koninklijke Onderscheidingen”. Kan dit met cijfers worden onderbouwd? 11. Expat Center Zeeland. Graag een toelichting waarom dit nu ook voor ’26 en ’27 wordt opgenomen. Een belangrijke voorwaarde was dat het bedrijfsleven ook ging bijdragen. Is dat nu toegenomen? Zo ja, met welk bedrag en hoeveel bedrijven? Waarom niet meer voor 2028?
Antwoord
8. 9.
Zie toelichting afwijking jaarrekening 2024 ‘portokosten’ pagina 8 De kabinetsformatie is in het recente verleden jarenlang altijd verdeeld geweest in een team van twee personen, exclusief de (beperkte) formatie van vakspecialist (koninklijke) onderscheidingen. Ten tijde van COVID is vanwege een interne verschuiving de post Kabinetszaken bij één persoon komen te liggen. Op dat moment kon dit tijdelijk en was de bijbehorende formatie toereikend. In de periode na COVID bleek middels structurele overuren en een hoge werkdruk dat dit niet langer houdbaar is. De redenen om de post Kabinet (terug) uit te breiden naar twee personen bestaat uit volgende argumentatie:
- terugdringen van kwetsbaarheid: Het beleggen van de taken voor kabinetszaken bij slechts één persoon is kwetsbaar. Bij ziekte, verlof of extra bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en reguliere jaarlijks terugkerende werkzaamheden is er een reëel risico of afbreuk van de ondersteuning van het college van B&W. - benchmark formatie kabinetszaken voor provinciehoofdsteden: Een provinciehoofdstad, klein of groter, heeft nu éénmaal meer ontvangsten voor te bereiden en protocollaire zaken te regelen dan een andere stad van 50.000 – 100.000 inwoners. De recente meervoudige bezoeken van de afgelopen twee jaar van het Koninklijk Huis of ambassadeursbezoeken zijn daar voorbeelden van. Gemeente
Kabinetszaken FTE (indicatief)
Opmerkingen
Arnhem
2 – 3 fte
Zelfstandig team Kabinetszaken
Zwolle
1,5 – 2 fte
Vaak gecombineerd met bestuurssecretariaat
Haarlem
2 – 3 fte
Inclusief ceremoniële zaken
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Leeuwarden
1 – 1,5 fte
Klein team, soms met communicatie
Middelburg
±0,8 – 1,0 fte
Eén coördinator/functionaris
Investering in externe stakeholders/lobbyfunctie: In recente jaren ontbrak het aan menskracht om proactief belangenbehartigers of hoogwaardigheidsbekleders uit te nodigen. Deze lobby-functie ligt gedeeltelijk bij kabinetszaken en met het terug op sterkte brengen ontstaan er kansen om op belangrijke dossiers voor Middelburg bijv. Tweede Kamerleden, Europarlementariërs of andere belangrijke partners ‘naar Middelburg te halen’. -toename aanvragen (koninklijke) onderscheidingen: In de laatste twee jaren zien we een toename van het aantal aanvragen voor een (koninklijke) onderscheiding. Op dit moment is de huidige formatie van de vakspecialist ontoereikend om hier tijdig en met nauwkeurigheid uitwerking aan te geven. De formatieve ‘uitbreiding’ haalt ook hier de kwetsbaarheid weg bij ziekte/verlof en helpt structureel om de toegenomen aanvragen vakkundig te beoordelen en uit te reiken. 10. De afgelopen jaren zien we een toename in het aantal aanvragen voor (koninklijke) onderscheidingen. De gemeente draagt zorg voor het in behandeling nemen van deze aanvragen. Dit wil niet zeggen dat elke aanvraag kansrijk is en leidt tot een ‘lintje’. Wel vergt het ambtelijke uren om deze in behandeling te nemen en hierover uiteindelijk advies over uit te brengen. In onderstaand overzicht cijfers van daadwerkelijk uitgereikte onderscheidingen.
BG staat voor ‘bijzondere gelegenheid’, lintjes die gedurende het jaar worden uitgereikt. AG staat voor ‘algemene gelegenheid’, de jaarlijkse lintjesregen. 2020: 11 uitreikingen, (7 tijdens AG 2021: 6 uitreikingen, (3 tijdens AG) 2022: 15 uitreikingen, (7 tijdens AG) 2023: 13 uitreikingen, (11 tijdens AG) 2024: 12 uitreikingen, (6 tijdens AG) Tot op heden in 2025: 20 uitreikingen, (13 tijdens AG). Het huidig aantal aanvragen t/m april 2026 is een 30-tal. (Er zijn een paar K.O.’s die door een buurgemeente uitgereikt worden en een aantal BG’s.) Naast de koninklijke onderscheidingen kunnen ook andere aanvragen voor overige onderscheidingen gedaan worden, waarbij gemeenten een rol spelen. 10. Dat is beperkt toegenomen. Er is een bijdrage van € 15.000/jaar van partnerbedrijven die een vast bedrag per jaar betalen. Die bijdrage is zeker. Daarnaast verwacht het Expat Center nog eens €35.000/jaar te ontvangen uit een tarief per aanmelding bij het IND loket. Daar zal het expat center €175 per aanmelding voor vragen. Deze extra dienstverlening zal de nodige kosten met zich meebrengen. Daarnaast wordt een toenamen van de bijdragen vanuit het bedrijfsleven verwacht. De totale kosten van het Expat Center zijn ongeveer € 550.000/jaar De bijdrage wordt voor 3 jaar gevraagd. Daarna komt er mogelijk een landelijke financiering voor Expat Centers.
Pagina
Pag 21-22. Parkeertarieven
Vraag
Parkeertarieven worden verhoogd.
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
Antwoord
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
1. 2. 3.
Welke effecten kunnen we verwachten met deze maatregel? Worden er groepen onevenredig geraakt of benadeeld met deze maatregel? Zouden de parkeertarieven geen onderdeel moeten zijn van de nog lopende discussie over parkeerbeleid?
1. 2.
De tariefsverhoging is gedifferentieerd ingezet om parkeer op straat zoveel mogelijk te beperken Nee, het betreft een verhoging op basis van bestaand beleid allen het tarief wordt verhoogd. Politieke vraag
3. Pagina
Pag 23. Hervormingsagenda
Vraag
Inzake hervormingsagenda 1. “Door de onder punt g aangekondigde indexering” à waar wordt hier naar gerefereerd? 2. Is de interpretatie correct dat er structureel 1,1 miljoen meer bezuinigd moet worden op Jeugdzorg vanaf 2029?
Antwoord
1. Voorjaarsnota en meicirculaire 2025 – gevolgen voor Middelburg In de Voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk aangekondigd dat de besparingsopgave uit de Hervormingsagenda is ingeboekt op prijs- en volumepeil van 2019. Aangezien prijzen en volumes sinds 2019 zijn gestegen, wordt vanaf 2028 een hogere besparing van € 507 miljoen verwacht. Deze aanpassing is bevestigd in de Meicirculaire 2025 en leidt voor de gemeente Middelburg tot een korting van € 1.594.000. Zie ook de memo ‘Actieve informatie over de Meicirculaire 2024’, waarin tabel 1 inzicht biedt in hoe de uitkomsten uit de Voorjaarsnota zijn verwerkt in de voorliggende Kadernota en vervolgens zijn doorvertaald in de Meicirculaire. 2. Opbrengst Hervormingsagenda voor Middelburg Ja, de verwachte opbrengst uit de Hervormingsagenda bedraagt voor Middelburg bijna € 5 miljoen. In de meerjarenbegroting hanteren we een voorzichtige benadering, waarbij vanaf 2029 rekening wordt gehouden met een te realiseren bedrag van € 2,1 miljoen. Zie ook het antwoord op de vraag van de SGP voor verdere toelichting.
Pagina
Pag 37. WMO consulent
Vraag
Loonkosten zijn omgerekend naar 1 fte bijna €100k pj. Is dit correct?
Antwoord
Nee, het gaat hier om 1,3 fte, waarbij rekening is gehouden met 10% vaste overheadkosten, zoals werkplekinrichting, ICT-ondersteuning en opleiding. De totale loonkosten per fte bedragen € 85.000, inclusief werkgeverslasten.
Pagina
Pag 38-39. Sociaal Team / Subsidie Vizita
Vraag
Deze pagina’s zijn voor ons onduidelijk. 1. In hoeverre functioneert er nu inmiddels een sociaal team (had er eigenlijk al per 1.1.2024 moeten zijn) of zijn we alleen nog maar aan het onderhandelen over de subsidie aan Vizita hiervoor? 2. De tekst op deze pagina’s is moeilijk te begrijpen, kan misschien een korte en heldere samenvatting van enkele regels worden gegeven?
Antwoord
1.
De wijze waarop Vizita het Sociaal Team heeft ingericht voldoet gedeeltelijk aan de beleidsmatige vereisten. In het beleid staat beschreven dat het Sociaal Team een generalistisch team is waarin verschillende functies samenkomen. Het Sociaal Team maakt een inschatting van de hulpvraag en de meest passende hulp en ondersteuning. Uit de subsidiedocumenten 2025 van Vizita komt naar voren dat Vizita het Sociaal Team inderdaad de vraagverheldering en triage laat uitvoeren maar dit is niet het team dat per definitie de hulp en ondersteuning biedt. Het is onduidelijk in welke mate het
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Sociaal Team al volledig een generalistisch team is. De functies die in verleden door het welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening aan inwoners geboden werden, zijn namelijk voortgezet. Het beleid beoogde een integratie van deze functies in een breed team. Vanwege deze bevindingen is het document Dienstverleningsconcept juridisch gekoppeld bij de subsidiebeschikking 2025 en is tevens een verplichting opgenomen dat de beschreven dienstverlening in 2025 geïmplementeerd wordt. 2.
Voorgesteld antwoord: De opdracht van de gemeenteraad verwoord in het beleidskader Middelburgs Model luidt: “Welzijn Middelburg en Maatschappelijk Werk Walcheren vormen het voorportaal (later gewijzigd in: sociaal team). De organisatievorm wordt in een later stadium en in samenspraak met MWW en WM bepaald. Er wordt vanuit de gemeente ingezet op een strakke sturing van het voorportaal. De gemeente is regisseur, bepaalt de koers en zorgt voor strakke sturing.” Ook is in de opdracht van de gemeenteraad opgenomen dat het sociaal team ingericht moest worden door MWW en Welzijn Middelburg, die nu samen zijn gevoegd als Vizita. Financieel is voor het sociaal team is uitgegaan van de bestaande subsidies aan de twee genoemde organisaties voor het welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening. Er is destijds vanuit gegaan dat de dienstverlening door een sociaal team in kosten structureel gelijkstaat aan de bestaande twee subsidiestromen. Gezien de fusie die plaatsvond en diverse ontwikkelkosten, was het lastig inschatten wat een structureel financieel effect is voor de uitvoering van het sociaal team op de langere termijn. In de praktijk heeft Vizita in 2024 en 2025 bovenop de structurele budgetten, incidenteel extra subsidie verleend gekregen ten behoeve van diverse organisatiekosten.
Gezien het feit dat in de opdracht van de gemeenteraad was opgenomen dat het met deze organisatie het sociaal team ingericht moest worden, was er geen sprake van een aanbesteding of subsidie aan andere partijen. En dus ook geen mogelijk concurrentievoordeel. De afspraken met Vizita zijn vormgegeven binnen subsidie. Het college bekijkt of dit instrument nog verdere mogelijkheden biedt en wat eventueel een alternatief als inkoop oplevert. De uitvoeringskeuzes die hier mogelijk uit volgen, vragen naar verwachting tijd om uit te werken. Ook moet bekeken worden welke kosten structureel blijven op het moment dat Vizita de transitie heeft afgerond. Daarom is voor de komende twee jaar nog een incidentele ophoging aangevraagd. Financieel neemt de gemeente Middelburg voor ongeveer 80% van de totale inkomsten van Vizita voor haar rekening. Dit verloopt via subsidie en is voor een deel opgebouwd uit incidentele gemeentelijke middelen. Dit laat zien in welke mate Vizita financieel afhankelijk is van de gemeente en toont het belang aan van meerjarige financiële duidelijkheid.
Pagina
-
Vraag
Hoe is de Sinterklaasbon verwerkt voor 2025? Valt dit onder de reservering minimabeleid (=350k) nav jaarstukken?
Antwoord
De Sinterklaasbon is voor 2025 niet opgenomen in de kadernota. Na de zomer besluiten we op welke manier we eind 2025 kinderen in minimagezinnen of andere minima extra kunnen ondersteunen. De kosten hiervoor kunnen gedekt worden uit het budget dat uw raad extra beschikbaar heeft gesteld voor minimabeleid (1 mln 2023, € 650.000 2024, € 450.000 2025 en € 300.000 structureel). Budget dat in het ene jaar niet besteed wordt, reserveren wij voor het volgende jaar.
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
Pagina
-
Vraag
N.a.v. de omzetting van SPUK’s. Kan aangegeven worden per SPUK wanneer deze wordt overgezet en wat voor financieel effect dit heeft|? Ook vinden wij het belangrijk om te weten hoe de raad wordt meegenomen bij de keuze om wel of niet door te gaan met de activiteiten die horen bij de SPUK. Dus niet dat de middelen vallen in het gemeentefonds, maar zonder tussenkomst van de raad besloten wordt om de taken niet meer uit te voeren. Hoe is dat geborgd?
Antwoord
Wij begrijpen dat de raad veel waarde hecht aan transparantie en zorgvuldigheid bij de omzetting of beëindiging van SPUK’s. Omzetting van een SPUK naar het gemeentefonds Zoals in de Kadernota is aangegeven, is in het Hoofdlijnenakkoord afgesproken dat vanaf 2026 alle specifieke uitkeringen (SPUK’s) – met uitzondering van de BUIG – worden ondergebracht in het Gemeentefonds. Op dit moment bestaan er ongeveer 185 SPUK’s. De specifieke uitkeringen die de gemeente Middelburg ontvangt, worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt in de SiSa-tabel, als bijlage bij de jaarrekening (zie 25-097 Bijlage 1. Jaarstukken 2024, blz 224). In de kadernota is aangegeven dat het kabinet (nu: demissionaire kabinet) slechts beperkte voortgang heeft geboekt met de omzetting van SPUK’s naar het Gemeentefonds. Om juridische of politieke redenen wordt er bovendien voor gekozen om bepaalde SPUK’s voorlopig te behouden. Het kabinet is voornemens om in 2026 acht SPUK’s en in 2027 tien SPUK’s over te hevelen naar het Gemeentefonds. Ten tijde van het opstellen van de kadernota was de bijgevoegde Kamerbrief nog niet beschikbaar. Deze brief biedt inmiddels meer duidelijkheid over de verschillende SPUK-regelingen en de voornemens van het demissionaire kabinet.
Gezien de huidige status van het kabinet is het echter onzeker binnen welk tijdsbestek deze plannen daadwerkelijk gerealiseerd en geconcretiseerd kunnen worden. Voor de volledigheid wordt deze gedetailleerde informatie (kamerbrief) aan uw raad verstrekt waarin ook een bijlage is opgenomen over de specifieke SPUK’s. Opgemerkt wordt dat een groot deel van deze SPUK’s niet voor Middelburg van toepassing zijn. Wanneer het Rijk besluit om middelen via het Gemeentefonds toe te voegen, kan dit op verschillende manieren: 1. Door het opnemen van de gebruikelijke taakmutaties (met bijbehorende uitgaven), of 2. Door aanvullende decentralisatie uitkeringen (met bijbehorende uitgaven), of 3. Door SPUK’s te vervangen door zogenoemde bijzondere fondsuitkeringen (hierna BFU’s). Deze nieuwe uitkeringen vallen dan onder de vrij besteedbare middelen van het Gemeentefonds. Tegelijkertijd krijgt het Rijk meer mogelijkheden om de besteding ervan te monitoren. Over dit soort wijzigingen informeert het Rijk de gemeenten via de reguliere circulaires. Deze circulaires worden altijd via een memo actieve informatie aan u voorgelegd. Eventuele taakmutaties en/of BFU’s worden daarbij budgettair neutraal verwerkt in de begroting: de algemene uitkering stijgt, maar daar staan ook bijbehorende uitgaven tegenover.
Samenvattend constateren wij dat het vooral gaat om een wijziging in de financieringswijze, waarbij de administratieve afhandeling wordt vereenvoudigd. Wel is aangekondigd dat er een efficiencykorting van 10% zal worden toegepast. Beëindiging van financiering van SPUK’s In de komende 4 jaar zijn er een tweetal SPUK’s die komen te vervallen: • Gemeenten ontvangen geen NPO-middelen (Nationaal Programma Onderwijs) meer omdat het programma is beëindigd. Het NPO was een tijdelijke regeling die in het leven werd geroepen om leerachterstanden als gevolg van de coronapandemie aan te pakken. De financiering liep tot en met
Commissie Agendapunt Onderwerp Vragensteller Datum ingediend Datum beantwoording
•
AB 24 juni 2025 Kadernota 2026-2029 16 en 17 juni 2025 20 juni 2025
schooljaar 2024-2025. De toekenningen van de afgelopen jaren kunnen als volgt worden weergegeven: 2022 € 554.177 en 2023 € 323.270. De brede SPUK-uitkering GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) is een specifieke uitkering waarmee gemeenten sinds 2023 ondersteuning kregen voor het uitvoeren van gezondheids- en preventiebeleid, zoals afgesproken in het GALA en het Sportakkoord II. Deze uitkering loopt in principe tot en met 2026. En onderdelen hiervan zijn verder opgenomen De toekenningen van de afgelopen jaren kunnen als volgt worden weergegeven: 2023 € 816.697; 2024 € 808.244; 2025 € 808.225 en 2026 € 640.735 (exclusief indexering). Aanvullende opmerking hierbij is dat onderdelen van deze SPUK genoemd worden in de meegezonden kamerbrief en bijbehorende bijlage. Zodra deze als BFU wordt toegevoegd zullen wij uw raad hierover informeren. Bij de financiering van de specifieke SPUK’s die wegvallen legt het college het uitgangspunt voor om vast te stellen om bij het eindigen van door het Rijk verstrekte Specifieke Uitkeringen (SPUK’s) de betreffende activiteiten te heroverwegen langs de lijn van nieuw voor oud. Waarbij dit altijd aan uw raad zal worden medegedeeld.