Beantwoording vervolgvragen over Joodse Huizen onderzoek - Caroline Diepeveen (GroenLinks-PvdA)
Tekst van het document
Commissie
Maatschappelijke Zaken – 8 juni 2025
Agendapunt
9a
Onderwerp
Vragen aan het college over Joodse Huizen Onderzoek
Vragensteller
Caroline Diepeveen (GroenLinks/PvdA)
Datum ingediend
16 juni 2025
Datum beantwoording
23-06-2025
Op 3 mei heeft de fractie GL/PvdA vragen gesteld over het verloop en de stand van zaken m.b.t. het Onderzoek naar Middelburgse Joodse Huizen in de Tweede Wereldoorlog. Deze vragen zijn door het college op 3 juni beantwoord. De beantwoording werd door ons ervaren als nogal summier en op sommige punten onvolledig. Wij hechten er daarom aan om nog enkele aanvullende vragen te stellen Vraag 1
De beantwoording van onze 1e vraag: Waarom er na 1,5 jaar nog steeds geen onderzoeksrapport is opgeleverd, begint bij februari 2025, terwijl het onderzoek is gestart in januari 2024 A. Wat is er in het eerste jaar van het onderzoek gebeurd? B. Het college zegt het te betreuren dat het onderzoek veel langer heeft geduurd dan de ca. 3 maanden die in het raadsvoorstel werd aangegeven. Maar de vraag wat nu de oorzaken van deze vertraging zijn wordt niet beantwoord. Zou u dat alsnog willen aangeven?
Antwoord
2024 is m.n. besteed aan archiefraadpleging en het uitschrijven van de rapportage. Op 1-7-2024 heeft de eerste bijeenkomst van klankbordgroep plaatsgevonden waarna op 7 -11-2024 het conceptrapport aan de gemeente is toegestuurd. Dit conceptrapport is op 2-12-2024 verzonden aan de leden van de klankbordgroep met de aankondiging dat in januari 2025 een datum gezocht zou worden voor een vervolgbijeenkomst. Deze bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 26-2-2025 omdat eerder niet alle agenda’s op elkaar afgestemd konden worden. Het definitieve rapport is 9-4-2025 aangeleverd en doorgezonden aan de klankbordgroep voor een laatste reactie. Op 16-6-2025 is de laatste reactie ontvangen en aan de RU toegestuurd. Na verwerking van de laatste opmerkingen van de klankbordgroep is op 20-6-2025 door de gemeente bevestigd dat het definitieve rapport opgeleverd kan worden. Oorzaken van vertraging liggen m.n. in doorlooptijden van archiefonderzoek, afstemming meerdere agenda’s, benodigde lees-en reactietijden en de hoeveelheid werkzaamheden van de ambtelijke organisatie.
Vraag 2
De beantwoording van onze 2e vraag naar de opleverdatum van het rapport beantwoordt het college dat verwacht wordt dat het rapport nog voor het zomerreces zal worden opgeleverd. Dit is de laatste cie MaZa voor het zomerreces, dus de raad zal zich in ieder geval niet meer voor het zomerreces over het rapport kunnen buigen. A. Klopt de verwachting dat de raad zich op de eerste cie MaZa na het zomerreces over het rapport zal kunnen buigen? B. Gezien de vele vertragingen die reeds zijn opgelopen en om te voorkomen dat er wederom vragen gesteld moeten worden, is het college bereid om deze planning toe te voegen aan de termijnkalender?
Antwoord
De definitieve rapportage is gereed. Het college hecht er aan dit op een passende wijze aan de raad te overhandigen waartoe in augustus 2025 een moment zal worden gezocht waarbij de onderzoekers een toelichting op het rapport zullen geven en voor welke bijeenkomst ook de klankbordgroepleden zullen worden uitgenodigd.
Vraag 3
In de beantwoording van onze 3e vraag over de gemaakte afspraken rond de presentatie van het rapport, stelt het college vast dat dit niet terug te vinden is in het overgedragen dossier. A. Hieruit maken wij op dat ook geen moeite is gedaan om navraag te doen bij de overige betrokkenen bij dit gesprek, te weten de heren Eduard Smit en Marcel Fränzel. Is het college bereid om die navraag alsnog te doen? B. De inhoud van de afspraak was dat er nagegaan zou worden bij andere gemeenten hoe met de presentatie van deze onderzoeksrapporten is omgegaan en vooral naar de rol van de burgemeester daarin zou worden gekeken. Wij begrijpen dat dit dus niet is gebeurd, dat betreuren wij. U geeft in uw beantwoording aan dat u de wijze van presentatie wil afstemmen met de klankbordgroep. Wij verwachten dat de klankbordgroep alsnog zal willen kijken naar hoe andere gemeenten dit hebben aangepakt. Mogen wij het antwoord op deze vraag interpreteren als een ferme toezegging van het college om de klankbordgroep een
belangrijke rol toe te delen bij het bepalen van de wijze waarop het onderzoeksrapport zal worden gepresenteerd? Antwoord
Bij meerderde gemeenten is nagegaan op welke wijze het onderzoeksrapport is gepresenteerd. In vrijwel alle gevallen is hier een afzonderlijke, veelal openbare, bijeenkomst voor georganiseerd. De onderzoekers van de RU hebben reeds toegezegd een toelichting op het rapport te willen geven tijdens de in augustus 2025 te organiseren bijeenkomst. Zoals in de beantwoording van de op 6 mei jl. door u schriftelijk gestelde vragen is vermeld zal hierover afstemming plaatsvinden met de leden van de klankbordgroep.
Vraag 4
In de beantwoording van onze 4e vraag, hoe beoordeelt het college de gang van zaken tot nog toe, geeft het college een antwoord van 1 regel waarin het college waardering uitspreekt voor de onderzoekers en de klankbordgroep. Wij vroegen echter niet naar de inhoud van het onderzoek, maar naar de beoordeling van het proces. De vraag was, met andere woorden, een uitnodiging aan het college tot enige zelfreflectie. Deze ontbreekt volledig in de beantwoording van de vraag. A. Kan het college alsnog enige zelfreflectie geven omtrent de eigen rol in dit proces. Wij denken daarbij aan zaken als: de enorme vertraging die het onderzoek heeft opgelopen, het in eerste instantie vergeten zijn om een klankbordgroep in te stellen, het regelen van de communicatie tussen klankbordgroep en onderzoekers, het kennelijk zoekgeraakt zijn van afspraken rond de presentatie van het onderzoek e.d.
Antwoord
Oorzaken van vertraging zijn in het antwoord op vraag 1 benoemd. Dat het instellen van de klankbordgroep eerder had moeten plaatsvinden onderkent en betreurt het college, echter niet dat dit ‘vergeten’ zou zijn. De vragen die u hierover gesteld heeft voor de commissie Maatschappelijke Zaken van 3-4-2024 hebben wij destijds uitgebreid beantwoord. In de opmerking over de communicatie tussen de klankbordgroep en de onderzoekers herkent het college zich niet. Dat geldt tevens voor de bewering dat er kennelijk gemaakte afspraken zoekgeraakt zouden zijn en verwijzen daarvoor naar het antwoord op vraag 3 van de door u op 6 mei 2025 gestelde schriftelijke vragen over dit onderwerp.