CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vervolgvragen aan het college over zittingsduur leden ARK - Sven Meijer (VVD) beantwoording

Commissie Ruimte 2 maart 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vervolgvragen over zittingstermijn leden ARK - Sven Meijer (VVD)505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie

Ruimte – 2 maart

Agendapunt

9b

Onderwerp

Zittingsduur leden ARK

Vragensteller

Sven Meijer – VVD

Datum ingediend

27 februari 2026

Datum beantwoording

2 maart 2026

Op 26 februari heeft het college antwoord gegeven op onderstaande vraag over de zittingsduur van leden van de ARK. “In de vergadering van de raad van 1 februari 2024 is een amendement aangenomen waar de benoemingsduur van de leden van de ARK tot 2 jaar werd beperkt. Maar in de verordening staat -nog steeds- dat de leden voor 5 jaar worden benoemd. Wat is leidend? En hebben we dan per 1 februari geen leden meer in de ARK? Of zijn er tussentijds nog leden benoemd?” U vindt de beantwoording hier. Inleiding: Ik kan het college volgen bij de uitleg dat de termijn die in artikel 16 wordt genoemd (vier jaar) een verschrijving is. Er wordt immers verwezen naar artikel 5 waar vijf jaar wordt gehanteerd. Het antwoord van het college over het amendement roept bij mij twee vervolgvragen op. Vraag 1

Het college schrijft: "Het raadsbesluit van 1 februari 2024, waarin gesproken wordt over een zittingstermijn van twee jaar, heeft alleen betrekking op (nieuwe) ARK leden die na inwerkingtreding van de Omgevingswet benoemd zouden worden". Waaruit blijkt volgens het college dat dit de bedoeling was van de indieners van dit amendement? De indieners hebben het nergens zo verwoord. Volgens de verordening heeft de commissie ARK maximaal zes leden, zie artikel 4, eerste lid. Dit is ook precies het aantal leden dat door de raad is benoemd op 1 februari 2024 "voor de duur van maximaal twee jaar". Het amendement ziet daarmee op alle leden van de ARK en niet alleen op de nieuw te benoemen leden. Die intentie spreekt ook uit het tweede beslispunt van het amendement.

Antwoord

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn de leden van het ARK benoemd voor de duur van vijf jaren, ex artikel 16 jo. 5 van de Verordening. Een amendement dat na deze benoeming is aangenomen, kan geen werking hebben ten aanzien van een reeds bestaande en geldige benoeming, waardoor de benoeming voor de duur van twee jaren uitsluitend geldt voor leden die niet bij de inwerkingtreding zijn benoemd.

Vraag 2

Op grond waarvan is het college van mening dat het amendement gelezen moet worden alsof het enkel betrekking heeft op de nieuw te benoemen leden? Hoewel het amendement van 1 februari 2024 naar mijn overtuiging onrechtmatig is, het is in strijd met de eigen verordening. Maar het besluit is naar aard niet nietig en ook niet vernietigd of als onuitvoerbaar bestempeld. Waarom is het college van mening dat de commissieleden zijn benoemd tot 1-1-2029 en niet tot 1-1-2026? Op grond waarvan meent het college hier voorbij te kunnen gaan aan het door de raad genomen besluit?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 1. Zoals in de memo verwoord zal over de beantwoording van de initiële art. 41 vragen nog extern juridisch advies ingewonnen worden. De nu aanvullend gestelde vragen zullen bij deze adviesvraag worden betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16652368/2