Beantwoording van de vragen over memo actieve informatie uitkomsten onderzoek minimabeleid - Ineke Jansen (GL-PvdA)
Tekst van het document
Commissie
Maatschappelijke Zaken – 2 april 2025
Agendapunt
6a
Onderwerp
Memo actieve informatie uitkomsten onderzoek minimabeleid
Vragensteller
Ineke Jansen – GroenLinks/PvdA
Datum ingediend
18 maart 2025
Datum beantwoording
31 maart 2025
Vraag 1
Allereerst, een mooi en goed leesbaar rapport. Zorgelijk is dat er slechts 10% respondenten zijn, ookal is gesteld dat dit genoeg is om conclusies uit te trekken. Wat zou er gedaan kunnen worden om het aantal respondenten te verhogen?
Antwoord
Inwoners van Middelburg die een beroep hebben gedaan op een minimaregeling zijn aangeschreven met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek, door het invullen van een vragenlijst. KWIZ stelt dat voor een doelgroep van deze omvang een respons nodig is van 239 ingevulde enquêtes (12 procent) om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De respons lag hier met 13 procent net boven en was derhalve voldoende. Het college overweegt diverse mogelijkheden om bij een vervolgonderzoek de respons te vergroten.
Vraag 2
In 2025 wordt onderzocht wat het effect is van de FCSO op het aantal kinderen van minima dat hier gebruik van maakt. Ik lees in het rapport dat die kinderen vaak niet kunnen sporten of geen sportkleding kunnen aanschaffen en dit is zorgelijk. Het onderzoek is dan ook terecht. Hoe denkt het college erover om aan dit onderzoek toe te voegen om te onderzoeken wat er voor nodig is om voor ál deze kinderen sport of cultuur te kunnen bieden, inclusief kleding en andere noodzakelijke zaken om te kunnen participeren?
Antwoord
Het college acht het van groot belang dat alle kinderen kunnen participeren, bijvoorbeeld door te sporten of een bezoek te brengen aan een museum. De aanbevelingen ‘’onderzoek of er dubbelingen zitten in het aanbod voor kinderen en probeer het op elkaar af te stemmen. Let erop dat het aanbod niet te veel wordt versnipperd’’ en ‘’onderzoek of de huidige bijdrage FCSO het gewenste effect heeft en blijf de regeling onder de aandacht brengen’’ zijn voor het college dusdanig opvallend dat is besloten hier meer onderzoek voor nodig is. Het college is het dus eens met de suggestie dat onderzocht moet worden wat nodig is voor al deze kinderen sport en cultuur te kunnen bieden.