Alternatieve rioolheffing - Harry van den Dool (FvD)
Tekst van het document
Alternatieve rioolheffing mr. drs. H.M.G. van Den Dool LL.B
Inleiding In de gemeente Middelburg wordt de rioolheffing geheven. Deze heffing is bedoeld er bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: • de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en • de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Ter zake van de hierboven vermelde kosten kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
Historie Op 1 januari 2008 is de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken in werking getreden. Met deze wet zijn, naast de verankering van gemeentelijke watersysteemtaken, via artikel 228a van de Gemeentewet de rioolbestemmingsheffingen ingevoerd ter vervanging van de rioolrechten gebaseerd op art. 229 Gemeentewet. Gemeenten hebben hierdoor meer regie gekregen over regenwater in bebouwd gebied en de aanpak van stedelijke grondwaterproblemen. Gemeenten kunnen maatregelen voor de verwerking van regenwater en overtollig grondwater bekostigen uit de rioolbestemmingsheffingen, ook wel verbrede rioolheffing genoemd. De systematiek van het kostenverhaal is vergelijkbaar met die van de rioolrechten, welke sinds 2010 niet meer kunnen worden geheven.
Doel en strekking Doel en strekking van de rioolheffingen is het kostenverhaal ter zake van waterketentaken en watersysteemtaken. Hieraan ligt het profijtbeginsel ten grondslag. Volgens de jurisprudentie tot op heden gaat het retributiekarakter van de waterketenheffing – indien deze gecombineerd (i.c. van de eigenaar) wordt geheven met de rioolsysteemheffing – op in het algemene karakter van de rioolheffing als bestemmingsheffing, die (mede) is gericht op verhaal van kosten voor het treffen van collectieve maatregelen. Recentelijk is ook de verduurzaming van de lokale belastingen onderwerp van discussie. Ook voor de de rioolheffing bestaan in dit verband mogelijkheden voor duurzame alternatieven, gezien de vrijheid bij de keuze van de belastingplichtige, de maatstaf waarnaar wordt geheven en de wijze waarop de tarieven worden vormgegeven. Hierop wordt hieronder nader ingegaan. De bredere invulling van de gemeentelijke watertaken rechtvaardigt eigenlijk een andere naam voor deze heffing: riool- en waterzorgheffing’.
Mogelijkheden verduurzaming rioolheffing Recentelijk is ook de verduurzaming van de lokale belastingen onderwerp van discussie. Zo heeft de VNG het initiatief genomen tot inventarisatie van duurzame alternatieven in lokale heffingen. Gekeken is of de verordeningen voor de gemeentelijke belastingheffing een duurzamere invulling kunnen krijgen. Voor de rioolheffing bestaan in dit verband mogelijkheden voor duurzame alternatieven, gezien de vrijheid bij de keuze van de belastingplichtige, de maatstaf waarnaar wordt geheven en de wijze waarop de tarieven worden vormgegeven. Ook wordt gedacht aan de mogelijkheid van een klimaatfonds dat door de rioolheffing wordt gevoed, als de efficiënte oplossing op particulier terrein ligt.
Alternatief rioolrecht
1
Belastingplicht Artikel 228a van de Gemeentewet, dat de rioolheffing regelt. bevat geen voorschriften over de belastingplicht, het belastbare feit, de heffingsmaatstaven, de tarieven en wat overigens voor de heffing en de invordering van de rioolheffing van belang is. De gemeenteraad is derhalve vrij om aan deze elementen van de rioolheffing in de desbetreffende belastingverordening de invulling te geven die hij wenst met dien verstande dat het bedrag van de gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Dit is slechts anders indien deze invulling leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing die de wetgever in formele zin bij de toekenning van de bevoegdheid om rioolheffingen in te voeren, niet op het oog kan hebben gehad. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000) gemeenten niet dwingt om de rioolheffing te heffen van de gebruiker. De rioolheffing kan vorm gegeven worden als een eigenarenbelasting of een gebruikers belasting of een combinatie van beide.
Voorwerp van de rioolheffingen Het voorwerp van de belasting van de rioolheffing is het perceel. Het is niet (meer) zo dat een perceel direct of indirect moet zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het direct of indirect aangesloten zijn is geen vereiste meer (zoals voorheen bij de rioolrechten) doch vereist is belang bij de uitvoering van uitvoering van waterketen- en/of -systeemtaken.
Belastbaar feit rioolheffingen De rioolheffingen worden doorgaans geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering (eigenarendeel) en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd (gebruikersdeel). Het ontbreken van voorzieningen op het perceel zoals wateraansluiting en sanitair staat los van het belastbare feit, te weten het afvoeren van hemelwater op de riolering.
Heffingsmaatstaf rioolheffingen In artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet is met ingang van 1 januari 1995 bepaald dat de gemeentelijke belastingen kunnen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen heffingsmaatstaven, met inachtneming van het verbod op heffing naar draagkracht. Daar waar dit aspect een rol speelt bij de gemeentelijke rioolheffingen, zal hierop in deze aantekening nader worden ingegaan. In de jurisprudentie tot op heden wordt onder meer een koppeling met de WOZ-waarde toelaatbaar geacht, alsmede een verhoging wegens het direct of indirect aangesloten zijn van een perceel op de gemeentelijke riolering. Artikel 228a van de Gemeentewet biedt aan gemeenten de ruimte om de rioolheffing met een zekere ruwheid vorm te geven. Het staat de gemeente daarom vrij om de rioolheffing te heffen naar de hoeveelheid op de riolering afgevoerd water. De Hoge Raad heeft in een casus over de rioolrechten, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, beslist dat gemeenten vrij zijn om de WOZ-waarde als maatstaf van heffing te nemen. Ook voor de rioolbestemmingsheffingen behoudt deze beslissing zijn geldigheid. Voorts is het bijvoorbeeld mogelijk te kiezen voor een vast basistarief voor woningen en een tarief afhankelijk van de WOZ-waarde voor niet-woningen.
Het staat de gemeenteraad vrij om voor de rioolheffing een maatstaf te kiezen waarbij wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Onjuist is dat deze invulling leidt tot een onredelijke en willekeurige Alternatief rioolrecht
2
belastingheffing die de wetgever in formele zin bij de toekenning van de bevoegdheid om rioolheffingen in te voeren, niet op het oog kan hebben gehad.
Tarief rioolheffingen Het tarief, dat op grond van art. 217 Gemw een essentieel element is in de belastingverordening, is afhankelijk van de eenheid waarin de heffingsmaatstaf is uitgedrukt. Het bedrag bijvoorbeeld van de rioolheffing dat bij gebruikers in rekening kan worden gebracht, kan afhankelijk worden gesteld van bijvoorbeeld de hoeveelheid geloosd afvalwater. Recentelijk is ook de verduurzaming van de lokale belastingen onderwerp van discussie. Zo heeft de VNG recentelijk het initiatief genomen tot inventarisatie van duurzame alternatieven in lokale heffingen. Gekeken is of de modelverordeningen voor de gemeentelijke belastingheffing een duurzamere invulling kunnen krijgen. Voor de rioolheffing bestaan in dit verband mogelijkheden voor duurzame alternatieven, gezien de vrijheid bij de keuze van de belastingplichtige, de maatstaf waarnaar wordt geheven en de wijze waarop de tarieven worden vormgegeven. Een vorm van tariefdifferentiatie die recentelijk in de belangstelling staat houdt verband met de wens om aan de gemeentelijke belastingheffing een meer duurzamere invulling te geven. Zo bestaat het idee om de rioolheffing te differentiëren op basis van de verharde oppervlakte. Van verhard oppervlak stroomt namelijk hemelwater af richting de riolering, waardoor het zich vermengd met afvalwater. Dat levert verdund water op voor de zuivering.
Van verhard oppervlak stroomt het hemelwater snel af, zodat de piek bij hevige neerslag nog hoger is en tot slot straalt verhard oppervlak hitte uit. Gelet op de gemeentelijke vrijheid bij het vaststellen van heffingsmaatstaven en tarieven, kan bij de rioolheffingen worden gekozen voor diverse varianten. Het toepassen van een basistarief met opslag indien sprake is van een aansluiting op de riolering, is daarbij een mogelijkheid.
Vormgeving van de rioolheffing in Middelburg In de gemeente Middelburg wordt de rioolheffing geheven. Belastbaar feit en belastingplicht Op grond van artikel 2 van de verordening wordt de rioolheffing wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven van: - de persoon die bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en - de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en van waaruit water, niet zijnde hemelwater, direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. Maatstaf van heffing Op grond van artikel 5 van de verordening wordt: - de belasting voor het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en - de belasting voor het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd en/of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water naar een jaarverbruik herleid. Alternatief rioolrecht
3
Onder verbruiksperiode wordt verstaand de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: -
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
Als de belastingplichtige aantoont dat meer dan 30% van de berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water niet is afgevoerd, word de niet afgevoerde hoeveelheid berekende op de toegevoerde of opgepompt water in mindering gebracht. Als de gegevens bedoeld in het derde lid voor een perceel niet bekend zijn, wordt het aantal kubieke meters water voor dat perceel door heffingsambtenaar vastgesteld op basis van het watergebruik wat laatst (….) Indien er sprake is van een perceel van waaruit geen afvalwater wordt afgevoerd, maar wel hemelwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt geloosd wordt het gebruikersdeel bepaald op een tarief dat gelijk is aan die van de eerste verbruiksklasse. Tarieven Het eigenarendeel bedraagt per perceel 175,94 Het gebruikersdeel bedraagt per perceel bij een waterafvoer van: a. 0 tot en met 250 m3 : 65,73 b. boven 250 m3 tot en met 300 m3 : 139,01 c. boven 300 m3 tot en met 500 m3 : 212,27 d. boven 500 m3 tot en met 1.000 m3 : 568,61 e. boven 1.000 m3 tot en met 2.000 m3 : 1.137,25 f. boven 2.000 m3 tot en met 4.000 m3 : 2.442,94 g. boven de 4.000 m3 : : 5.054,38
Alternatieve uitwerking van de rioolheffing in Middelburg gebruikersdeel De gemiddelde huishouding valt dan ook bijna altijd in de eerste tranche van 0 tot en met 250 m3 en betaalt dan ook altijd 65,73. Uit een tabel van een CBS-publicatie ‘Watergebruik Thuis (WGT) blijkt dat vrijwel elk type huishouden in de eerste tranche valt. Hieruit blijkt dat uit de tariefstelling van gebruikersdeel van de rioolheffing geen enkele prikkel bevat om tot een lager gebruik van leidingwater te komen. De eerste indruk die de verordening rioolheffing wekt is dat er geheven wordt naar de mate van waterverbruik, niet is minder waar. Met behulp van cijfers van het CBS is te schatten hoeveel water de huishoudens innemen.: 2.339.34 kuub per jaar. Het waterverbruik van de bedrijven wordt geschat op 50% van het waterverbruik van de huishoudens: 1.169.67097 kuub. Het totale waterverbruik komt dan op 3.509.091 kuub.
Alternatief rioolrecht
4
20% van de kosten van de rioolheffing wordt verhaald via het gebruikersdeel, het gebruikersdeel van de kosten bedraagt 1.300.000. Het tarief van het gebruikersdeel per kuub bedraagt dan afgerond 0,37. Het gevolg is een tariefstelling die spaarzaam gebruik van water niet ontmoedigt. Voor de aanslagoplegging kan het waterverbruik van de vorige (reeds afgesloten) gebruiksperiode worden gehanteerd. eigenarendeel In Middelburg zijn ongeveer 24.703 woningen en 4.853 niet-woningen. Dat geeft in het totaal 29.556 aansluitingen op het leidingwater. 80% van de kosten van de rioolheffing wordt verhaald via het eigenarendeel, het eigenarendeel van de kosten bedraagt 5.200.000. Het tarief van het eigenarendeel bedraagt dan 175,94 per aansluiting. De WOZ-waarde van de woningen bedraagt 8.729.388.943, de WOZ-waarde van de niet-woningen bedraagt 1.381.337.252. De totale WOZ-waarde bedraagt dan 10.110.726.195. Deze cijfers zijn af te leiden uit de begroting 2025. Confrontatie van de kosten van het eigenarendeel met de WOZ-waarde geeft een tarief van 0,05140% van de WOZ-waarde voor het eigenarendeel.
Ter beschikkingstelling van waterbesparende middelen. Het doel van het waterbeleid is te voorkomen dat zomin mogelijk water op de gemeentelijke riolering wordt geloosd. Regenwater is veelal water dat niet door een RWZI gezuiverd hoeft te worden. Het beleid is om de afvoer van het regenwater zoveel mogelijk te ontkoppelen van de afvoer van het vuil water. Regenwater kan in principe afstromen richting het grond water via de bodem. Gemiddeld valt er 883 mm per vierkante meter per jaar. Op een perceel van 150 m2 valt dus 127 m3. Als een woning een een bebouwd oppervlakte heeft van 75 m2 stroomt via het dak 63 m3 water In de vuilwatervoorziening. Door ontkoppeling kan dit water naar de tuin geleid worden om daar in de bodem te verdwijnen of opgevangen worden om later te worden gebruikt voor bewatering van de tuin. Ook kan dit water gebruikt worden voor doorspoeling van het toilet. In België zijn tal van dit soort maatregelen bon ton. Een verhoging van het tarief voor het eigenarendeel met 10% levert een extra opbrengst van 1 mln. een verhoging van het tarief van het gebruikersdeel van 0,37 naar 0,40 levert een extra opbrengst van 105.000. Met die extra middelen zouden huishoudens via subsidie uitgelokt kunnen worden om waterbesparende maatregelen te treffen.
Tot op heden verstrekt de gemeente Middelburg geen subsidie voor waterbesparende maatregelen zoals: - tegelwippen; - afkoppelen van regenpijp - regenton - regenwater-vijver of een grindstrook - groene daken. Via verhoging van de tarieven van het eigenarendeel of het gebruikersdeel kan geld voor subsidie voor waterbesparende maatregelen vrijgemaakt worden.
Alternatief rioolrecht
5
Tabel Rioolheffing Bedrag Totaal te verhalen € 6.500.000 Eigenaar 80% € 5.200.000 Gebruiker 20% € 1.300.000 Bron: Begroting 2025
Aantal huishouden is Middelburg Totaal particuliere huishoudens Eenpersoonshuishouden Totaal meerpersoonshuishoudens Bron: CBS
aantal 24.085 10.355 13.730 13.730
Watergebruik huishoudens Watergebruik niet-huishoudens
aantallen/WOZ/kuub
Tarieven
29.556 € 10.110,73
€ 175,94 0,05140%
3.509.091
€ 0,37
kuub p/hh 97 68 119 119
totaal 2.339.394 704.140 1.635.254 1.635.254
Kuubs 2.339.394 1.169.697 3.509.091
66,70% 33,30% Tarief gebruikersdeel € 0,37
Middelburg (Z.) Totaal 2024 29.556 Eigenaarsdeel € 5.200.000 Tarief eigenaarsdeel € 175,94 Bron: CBS
Woning 24.703
Niet-woning 4.853
OZB-Tarief OZBE_W 0,1031% OZBE_NW 0,3800% OZBG_NW 0,3005% 0,6805% WOZ_waarde Eigenaarsdeel Tarief eigenaarsdeel 0,05140% Bron: Begroting 2025
opbrengst € 9.000.000,00
WOZ_waarde € 8.729.388.943
€ 9.400.000,00
€ 1.381.337.252 € 10.110.726.195
kosten Totaal waterverbruik € 1.300.000 Bron: Waterforum
€ 5.200.000