AB 21.04.07 Memo actieve informatie Zeeuws onderzoek sociaal domein
Tekst van het document
memo - actieve informatie aan
commissie
portefeuillehouder
datum
Gemeenteraad
Algemeen bestuur
Johan Aalberts
23 maart 2021
steller
afdeling
telefoon
Simon Jongepier
Wijk en Bestuur
+31118675535
s.jongepier@middelburg.nl
onderwerp
Zeeuws onderzoek sociaal domein
Geachte leden van de raad, aanleiding
Medio 2020 hebben wij u geïnformeerd over het vooronderzoek dat het bureau Significant APE op verzoek van de Zeeuwse gemeenten heeft uitgevoerd naar de kosten van het sociaal domein. Bij alle Zeeuwse gemeenten waren en blijven er grote zorgen over de kostenontwikkeling in het sociaal domein en de onvoldoende rijksmiddelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld. Het vooronderzoek was aanleiding om aan Significant APE opdracht te geven om een vervolgonderzoek te doen naar de kostenstructuur van het sociaal domein bij de Zeeuwse gemeenten. Ook is opdracht gegeven om de uitkomsten van dit onderzoek te betrekken bij de herverdeling van het gemeentefonds. Beide onderzoeken zijn inmiddels afgerond. U treft bij dit memo de twee onderzoeksrapporten aan. informatie
Onderzoek naar de kosten in het sociaal domein bij de Zeeuwse gemeenten In het vervolgonderzoek naar de kostenstructuur (rapport "kostenverhogende regionale factoren sociaal domein Zeeuwse gemeenten) zijn de kosten in het sociaal domein van de Zeeuwse gemeenten verder uitgediept en vervolgens met elkaar vergeleken. Ook is de ontwikkeling van de kosten in de tijd (2017 tot en met 2019) in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen de gemeenten. Gelet op deze verschillen is vervolgens per gemeente een vergelijking gemaakt met de kosten van het sociaal domein bij gemeenten die qua kenmerken goed vergelijkbaar zijn, de zogenaamde referentiegemeenten. Verder is er een vergelijking met de landelijke ontwikkeling van de kosten in het sociaal domein gemaakt. Samengevat blijkt uit dit onderzoek dat: De kosten voor alle Zeeuwse gemeenten in vergelijking met het landelijke gemiddelde hoger liggen door de geografische structuur (veel reisuren ambulante zorgaanbieders), de demografische opbouw (relatief veel inwoners van 85 jaar en ouder) en de krappe arbeidsmarkt (tekort aan zorgpersoneel, relatief veel oudere en duurdere arbeidskrachten en gebrek aan concurrentie). De kosten bij de meeste Zeeuwse gemeenten in de periode 2017-2019 sterker zijn gestegen dan landelijk (Middelburg: 22% tegenover landelijk 6%)
blad
2 van 4 onderwerp
Zeeuws onderzoek sociaal domein
De stijging van de kosten in Zeeland zich met name heeft voorgedaan bij Jeugdhulp (37% stijging Zeeuwse gemeenten, landelijk 20%), de WMO (28% stijging tegenover 12% landelijk) en Samenkracht en Burgerparticipatie (19% tegenover 2% landelijk). De stijging van de kosten in de Jeugdhulp wordt bij de meeste gemeenten veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in zorg en de stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. In Middelburg wordt de toename van de kosten van Jeugdhulp in drie jaar tijd met 3,8 miljoen euro volledig verklaard door de sterke stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. Middelburg heeft in Zeeland niet alleen de hoogste kosten en tekorten op het taakveld Jeugdhulp, ook in vergelijking met referentiegemeenten liggen de kosten hoger (370 euro per inwoner tegenover 345 euro per inwoner) De stijging van de kosten met betrekking tot maatschappelijke opvang (WMO) in Middelburg is tussen 2017 en 2019 toegenomen met 37%. Dit ligt hoger dan het Zeeuws gemiddelde van 28% en het landelijk gemiddelde van 12%. De kosten liggen ook hoger dan het Zeeuws gemiddelde (260 euro tegenover 240 gemiddeld in Zeeland) maar wel lager dan bij referentiegemeenten (340 euro per inwoner). De ontwikkeling van de kosten van het taakveld Samenkracht en Participatie geeft in Zeeland een diffuus beeld te zien.
Bij sommige gemeenten nemen deze kosten af terwijl de kosten in Middelburg het sterkst zijn gestegen (3,7 miljoen euro in de periode 2017-2019). Ook liggen de kosten in Middelburg hoger in vergelijking met referentiegemeenten (250 euro per inwoner tegenover 170 euro per inwoner bij referentiegemeenten). Landelijk zijn de kosten voor inkomen en participatie in de periode 2017-2019 met 9 % afgenomen terwijl deze in Zeeland min of meer gelijk zijn gebleven. De kosten in Middelburg liggen iets boven die van referentiegemeenten. Wel heeft Middelburg, evenals Vlissingen, nog steeds te maken met een tekort op de BUIG al is dat tekort wel kleiner geworden. Wanneer de kosten afgezet worden tegen de gemeentefondsinkomsten voor het sociaal domein, dan is bij alle Zeeuwse gemeenten een oplopend tekort te constateren van 17 miljoen euro in 2017 naar 56 miljoen euro in 2019 waarbij Middelburg met een tekort van 13 miljoen euro het grootste tekort heeft.
Onderzoek naar de effecten van de herverdeling gemeentefonds voor de Zeeuwse gemeenten Begin 2021 zijn door het Ministerie van BZK de cijfers per gemeente bekend gemaakt met betrekking tot de gevolgen van de voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds. Hieruit blijkt dat op basis van de cijfers over 2017 de gemeente Middelburg er per inwoner 7 euro op vooruit gaat. De verhoging van de uitkering van het gemeentefonds voor de gemeente Middelburg met 7 euro per inwoner is samengesteld uit een verlaging van 76 euro per inwoner voor het sociaal domein, een uitname uit het gemeentefonds voor een bedrag van 89 euro voor de algemene eigen middelen en een verhoging met 172 euro per inwoner voor de klassieke taken van de gemeenten. Hoewel de herverdeling van het gemeentefonds voor de gemeente Middelburg per saldo positief uitpakt is dit effect dermate klein dat hiermee de structureel te lage uitkering uit het gemeentefonds voor met name het sociaal domein niet wordt opgelost. In de "Eindrapportage Zeeland en het gemeentefonds" van Significant APE worden samengevat de volgende opmerkingen gemaakt: Er zijn grote vraagtekens te plaatsen bij de gevolgde berekeningsmethode en gehanteerde (nieuwe) maatstaven. Een herverdeling moet leiden tot een betere aansluiting tussen de gemaakte kosten en
blad
3 van 4 onderwerp
Zeeuws onderzoek sociaal domein
de daarvoor ontvangen gemeentefondsuitkering. Dit blijkt niet het geval te zijn. Ook zijn de cijfers gebaseerd op cijfers over 2017 terwijl de uiteindelijke herverdeling in 2023 gebaseerd zal zijn op de cijfers over 2019. Hierboven is geconstateerd dat de kosten in Zeeland in de periode 2017-2019 sterker zijn gestegen dan het landelijk gemiddelde. Het effect van toepassing van de cijfers over 2019 op het herverdelingsmodel vormt voor Zeeland dan ook een grote onzekere factor. Opgemerkt wordt dat in 2027 wederom een actualisatie van het gemeentefonds zal plaatsvinden in het bijzonder ten aanzien van het sociaal domein, omdat deze budgetten nog in ontwikkeling zijn en gemeenten volop bezig zijn maatregelen te treffen om meer grip op de kosten van het sociaal domein te krijgen. Er heeft overheveling plaatsgevonden voor een bedrag van ca.1 miljard euro van het cluster WMO naar Jeugd en het klassieke domein waarbij deze verschuiving voordelig uitpakt voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en nadelig voor de kleinere gemeenten. Deze overheveling houdt verband met het landelijke beeld dat er geld op het taakveld WMO (de zogenaamde oude WMO taken) wordt overgehouden en op het taakveld Jeugd tekorten zijn. Voor de Zeeuwse gemeenten gaat dit beeld niet op omdat hier ook op het taakveld WMO tekorten zijn.
Desondanks is deze overheveling van WMO naar Jeugd doorgezet in het nu voorliggende herverdelingsmodel. Alle Zeeuwse gemeenten gaan er in het klassieke domein op vooruit en in het sociale domein op achteruit. In het klassieke domein wordt Zeeland voor een bedrag van 0,7 miljoen euro gekort op het cluster openbare orde en veiligheid. Dit terwijl de regio het tweede risicogebied van Nederland is, Middelburg gaat er in het cluster OOV overigens niet op achteruit. Deze korting is het gevolg van de gehanteerde nieuwe verdeelmaatstaven die nadelig uitpakken voor Zeeland. Specifiek voor Middelburg is er sprake van een korting van 1,5 miljoen op het cluster infrastructuur, milieu en ruimte. Omdat zowel voor het klassieke gedeelte als het sociaal domein de herverdeling tot een betere aansluiting tussen de kosten en de uitkering moeten leiden zou het bij de Zeeuwse gemeenten aanwezige tekort in het sociaal domein in belangrijke mate rechtgetrokken moeten worden. Dit is echter niet het geval. De herverdeling leidt juist tot een nog groter tekort in het sociaal domein, In totaal gaat het voor de Zeeuwse gemeenten om een extra tekort van 30 miljoen euro. Middelburg gaat er 76 euro per inwoner ofwel 3,6 miljoen euro structureel op achteruit.
Hoewel er 1,9 miljoen euro meer beschikbaar komt voor de Jeugdhulp in Middelburg, wordt er 2,5 miljoen op de WMO, 1,1 miljoen op de Basisvoorzieningen en 1,9 miljoen op de Participatie gekort. De herverdeling leidt dus niet alleen tot een onvoldoende compensatie van de kosten voor Jeugdhulp maar maakt het reeds bestaande tekort op de WMO, de Basisvoorzieningen en Participatie juist groter. Deze effecten worden met in het bijzonder veroorzaakt doordat in de herverdeling voor nieuwe verdeelmaatstaven wordt gekozen en bij Zeeland passende verdeelmaatstaven zijn verwijderd. Voor de WMO is bijvoorbeeld nu gekozen voor een groot stedelijk verzorgingsgebied als belangrijke verdeelmaatstaf. Centrumgemeenten in Zeeland kennen wel een verzorgingsgebied voor meer dan 100.000 inwoners maar worden desondanks niet als zodanig aangemerkt in de herverdeling van de WMO middelen. De negatieve ontwikkelingen binnen het sociaal domein in Zeeland is vergelijkbaar met die in de noordelijke gemeenten in Friesland en Groningen. In de rapportage over de herverdeling wordt ook aandacht gegeven aan de doordecentralisatie van de middelen Beschermd Wonen. Vanaf 2023 wordt elke gemeente verantwoordelijk voor de cliënten die onder de regeling Beschermd Wonen vallen waarbij een ingroeitraject van toepassing is. Tot nu toe wordt de regeling door centrumgemeente Vlissingen uitgevoerd.
De voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds geeft geen wezenlijke veranderingen voor Zeeland als totaal tot gevolg. Op
blad
4 van 4 onderwerp
Zeeuws onderzoek sociaal domein
dit moment is nog niet bekend of en zo ja welke financiële gevolgen deze overheveling naar de individuele gemeenten met zich mee gaat brengen. In het onlangs aan de gemeenteraad toegezonden memo over de herijking van het gemeentefonds is ook aandacht gevraagd voor de invoering van het woonplaatsbeginsel in 2022 bij de uitvoering van de Jeugdwet. Waar tot nu toe het adres van het bevoegd gezag bepalend is voor de vraag welke gemeente de kosten voor intramurale jeugdhulp moet betalen, is vanaf 2022 de plaats waar de jongere woonde voordat hij/zij in zorg ging bepalend. Dit betekent dat er een verschuiving van kosten van jeugdhulp tussen gemeenten gaat optreden waarbij het uitgangspunt is dat deze operatie budgettair neutraal verloopt.
Opgemerkt wordt dat door de herverdeling het structurele tekort landelijke op de jeugdhulp niet wordt opgelost. De koek wordt immers niet groter maar wordt over de gemeenten anders verdeeld. Om te weten te komen hoeveel geld er extra naar de gemeenten zou moeten gaan uit het gemeentefonds om het structurele tekort te dekken, is opdracht gegeven aan het bureau AEF hier onderzoek naar te doen. AEF constateert op basis van dit onderzoek dat er structureel 1,6 tot 1,8 miljard euro aan het gemeentefonds toegevoegd moet worden om de kosten van de jeugdhulp te kunnen dekken. Het is aan het nieuwe kabinet of en zo ja op welke wijze opvolging aan dit advies wordt gegeven. Voor de VNG is uitbreiding van het gemeentefonds een essentiële voorwaarde voor de samenwerking met het nieuwe kabinet.
Zeeuwse lobby Gelet op de bevindingen van Significant APE is in OZO verband door de Zeeuwse gemeenten besloten om een lobby tot aanpassing van het herverdelingsmodel te starten. Zo is het eindrapport van Significant APE aangeboden aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Aan deze Raad wordt gevraagd om evenals voor Friesland en Groningen te kijken naar de ongewenste effecten van de herverdeling voor de Zeeuwse gemeenten. Verwacht wordt dat de Raad in april een advies aan de Minister van BZK zal uitbrengen met hopelijk een positieve bijstelling voor de Zeeuwse gemeenten tot gevolg. In aansluiting op het ROB advies zal de VNG in mei een consultatieronde langs de gemeenten houden. Ook hier zullen de Zeeuwse gemeenten hun stem laten horen. Overigens zijn langs ambtelijke weg al diverse vragen aan de VNG gesteld bij het herverdeelmodel. Uiteindelijk zal het nieuwe kabinet en daarna ook de Tweede Kamer zich buigen over het (aangepaste) voorstel tot herverdelen, zo mogelijk gecombineerd met een voorstel tot vergroting van het gemeentefonds. Indien dat nodig mocht zijn, zal ook richting de Tweede Kamer een lobby worden uitgezet om voor Zeeland een acceptabele herverdeling van het gemeentefonds te krijgen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris de burgemeester
mr. A. van den Brink
mr. H.M. Bergmann