CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

AB 2025.06.24 Memo actieve informatie Meicirculaire 2025

Commissie Algemeen Bestuur 24 juni 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht4.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

blad

1 van 11 onderwerp

Bijlage: Technische toelichting Meicirculaire 2025

memo - actieve informatie aan

commissie

portefeuillehouder

datum

Gemeenteraad

Algemeen bestuur

Rutger Schonis

16 juni 2025

steller

afdeling

telefoon

e-mail

Frank Tillema

Bedrijfsvoering

0118-675466

f.tillema@middelburg.nl

onderwerp

Meicirculaire 2025

Geachte leden van de raad, aanleiding

Jaarlijks verschijnen er meestal drie circulaires. De meicirculaire bevat de vertaling van de Voorjaarsnota 2025 (hierna VJN 2025) van de rijksoverheid. De septembercirculaire betreft de vertaling van de Miljoenennota en de decembercirculaire is gebaseerd op de Najaarsnota van het Rijk en rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire 2025 is 28 mei jongstleden verschenen. Deze circulaire bevat onder andere informatie over de incidentele compensatie Jeugdzorg over de periode 2025 tot en met 2027 en de (gedeeltelijke) demping van het ravijnjaar 2026. De circulaire is te downloaden via deze link: Meicirculaire gemeentefonds 2025 | Rijksoverheid.nl informatie

De circulaires kennen een volgende opbouw: Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. De uitkomsten van de VJN 2025 zijn in de kadernota 2026 – 2029 financieel meegenomen. De VJN 2025 geeft altijd een eerste inzicht hoe de meicirculaire er mogelijk zal gaan uitzien. Het getoonde in de kadernota was dus een verwachte uitkomst van de meicirculaire 2024. Met name de prijs- en volumeontwikkelingen waren nog niet meegenomen in de kadernota 2026 - 2029. In de tabellen hieronder wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de uitkomsten van de meicirculaire en wordt aansluiting gezocht bij het gemelde in de Kadernota 2026 – 2029.

blad

2 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 Bestuurlijke samenvatting

Deze circulaire informeert gemeenten over de uitkeringen uit het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. Andere inkomstenbronnen zoals specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie, vallen buiten de reikwijdte van deze circulaire. In deze editie zijn de wijzigingen verwerkt die voortkomen uit de VJN 2025 en de bijbehorende eerste gewijzigde Begroting 2025 van het Rijk. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste aanpassingen. De opbouw van de circulaire volgt de verschillende typen uitkeringen binnen het gemeentefonds: de algemene uitkering, decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkering. Accres: jaarlijkse aanpassing gemeentefonds Het accres is de jaarlijkse groei of krimp van het gemeentefonds, gebaseerd op de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). In deze circulaire is een nieuwe raming opgenomen voor de jaren vanaf 2026. Ook is de definitieve afrekening van het accres voor 2025 verwerkt. Voor Middelburg lopen deze bedragen op tot ruim € 1,6 miljoen op structurele basis. Daarbij wordt opgemerkt dat deze bedragen in toekomstige circulaires mogelijk nog worden bijgesteld.

BTW-compensatiefonds: afrekening 2024 De circulaire bevat informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (BCF) voor 2024. In de Miljoenennota 2025 werd deze ruimte geraamd op € 447 miljoen. De uiteindelijke ruimte blijkt € 115 miljoen lager uit te vallen, hetgeen resulteert in een bedrag van € 332 miljoen. Dit verschil wordt verrekend met het gemeentefonds. Voor Middelburg is dit -/- € 0,35 miljoen. Extra middelen voor gemeenten en jeugdzorg Voor de periode 2025–2027 komt er landelijk in totaal ongeveer € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten, bestemd voor jeugdzorg en het opvangen van een terugval in het gemeentefonds in 2026. Vanaf 2028 worden de opbrengsten van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd geïndexeerd en zijn aanvullende taakmutaties opgenomen door de invoering van een ‘eigen bijdrage jeugdzorg’ en ‘het sturen op trajectduur Jeugdzorg’. Voor Middelburg betekent dit een afname van de algemene uitkering van respectievelijk € 0,8 miljoen en € 0,2 miljoen. Het verkorten van de trajectduur is een concrete invulling van de taakstelling om de jeugdzorguitgaven te beperken. Omdat hiervoor al een taakstelling binnen de bestaande begroting is opgenomen, wordt voor deze specifieke maatregel geen aanvullende of aangepaste besparingsdoelstelling (taakstelling) vastgesteld.

Hervormingsagenda Jeugd Er worden middelen overgeboekt van de Aanvullende Post (AP) naar het Gemeentefonds. Dit betreft bedragen van € 356 miljoen in 2026 tot € 342 miljoen in 2030. Deze AP was al opgenomen in de Rijksbegroting en is de afgelopen jaren ook steeds eenmalig uitgekeerd ter dekking van de zorgkosten Jeugd. Deze middelen (voor Middelburg € 1,1 miljoen euro), worden nu definitief aan het gemeentefonds toegevoegd. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen De circulaire bevat ook wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen vanaf 2025. Zowel bestaande als nieuwe uitkeringen zijn aangepast. De belangrijke wijzigingen zijn: • Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet: Er wordt € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld om gemeenten te ondersteunen bij de implementatie van de Omgevingswet. Voor Middelburg is dit € 0,2 miljoen. • Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s: In de periode 2025–2028 ontvangen arbeidsmarktregio’s een tijdelijk budget van € 148,5 miljoen, waarvan € 35,2 miljoen in 2025 wordt

blad

3 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025

•

uitgekeerd. om samenwerking en gezamenlijke dienstverlening te versterken. Voor Middelburg is dit € 0,2 miljoen in 2025 en vanaf 2026 en verder € 0,18 miljoen. Integratie-uitkeringen Participatie: Deze is geïndexeerd. Voor 2025 bedraagt de loon- en prijsbijstelling € 102,4 miljoen voor Participatie. Deze middelen worden in de begroting van Orionis vertaald.

Verschil Inschatting VJN 2025 versus uitkomsten meicirculaire 2025 In de kadernota is op basis van de VJN 2025 een inschatting gemaakt van de uitkomsten van de meicirculaire 2025. Onderstaande tabel geeft hierin inzicht. Bedragen x € 1.000

2026

2027

2028

2029

Demping terugval gemeentefonds

1.209

1.276

1.246

1.252

Tekort voor rekening Rijk Jeugd

1.317

1.315

-

-

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

1.584

1.420

-

-

-

-

-

-

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Aanv post Jeugd

1.132

870

994

1.086

verwachting KN 2026 -2028

5.242

4.881

2.240

2.338

Demping terugval gemeentefonds

1.257

1.374

1.391

1.447

Tekort voor rekening Rijk Jeugd

1.318

1.368

1.417

1.468

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

1.565

1.459

0

0

-

-

-1.594

-1.651

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Aanv post Jeugd

1.047

817

975

1.102

meicirculaire 2025

5.187

5.018

2.189

2.366

-55

137

-51

28

Verschil VJN 2025 versus meicirculaire 2025 Tabel 1

Financiële prognose 2026 – 2029 In de tabel zoals hierboven is aangegeven is met name de compensatie van de kosten voor Jeugdzorg en de terugval van het gemeentefonds in 2026 verwerkt. Opmerkelijk hierbij is dat de meicirculaire de demping van het ravijn 2026 met € 400 miljoen (2026) tot € 424 miljoen (structureel vanaf 2030) toerekent aan het cluster jeugdzorg en niet aan de algemene mutaties. Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

(A) - Algemene mutaties in uitkeringsfactor

740

1.598

1.506

1.476

1.681

(B) - Ontwikkeling uitkeringsfactor, hoeveelheidsverschillen en WOZ-mutaties

116

491

525

481

526

(C) - Taakmutaties

1.406

-9

-16

-231

-238

Budgetmutaties meicirculaire 2025

2.262

2.080

2.015

1.726

1.969

(D) - Taakmutaties

64

5.996

5.032

1.386

1.533

(E) - IU/DU/SU

863

524

554

561

511

Taakmutaties meicirculaire 2025

927

6.520

5.586

1.947

2.044

3.189

8.600

7.601

3.673

4.013

Tabel 2

Op basis van bovenstaande tabel kan het volgende financiële perspectief worden getoond. Waarbij de onderdelen A, B en C nog niet waren opgenomen in de kadernota 2026 – 2029.

blad

4 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025

Bedragen x € 1.000 Prognose financiële ruimte per jaar concept Kandernota 2025 -2028 Mutatie meicirculaire Verschil Inschatting voorjaarsnota versus uitkomsten meicirculaire 2025 Prognose financiële ruimte per jaar

2026

2027

2028

2029

-45

-122

-821

1.313

2.080

2.015

1.726

1.969

-55

137

-51

28

1.980

2.030

854

3.310

Waarvan eenmalig (afbouw ZEH-dividend)

1.192

Structureel

2.118

Tabel 3

De bijlage - Technische toelichting Meicirculaire 2025 - geeft een korte weergave van het financiële beeld wat uit de meicirculaire 2025 volgt. De uitkomsten van de meicirculaire voor het jaar 2025 worden verwerkt in de bestuurlijke tussenrapportage 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 worden deze betrokken bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027 – 2029. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris, de burgemeester,

Aart van den Brink

Yvonne van Mastrigt

Bijlage: Technische toelichting Meicirculaire 2025

blad

5 van 11 onderwerp

Bijlage: Technische toelichting Meicirculaire 2025 Hieronder volgt een technische toelichting van de financiële gevolgen van de meicirculaire 2025. Overzicht van cijfers

De items in onderstaande tabel worden na de tabel nader toegelicht. 2025

2026

2027

2028

2029

Uitkeringsfactor, algemeen Volume accres historisch Bbp

-

141

301

258

364

LPO accres prijs Bbp

1.119

1.363

1.346

1.440

1.606

Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024

-351

-

-

-

-

Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding)

-28

94

-141

-222

-289

Subtotaal (A):

740

1.598

1.506

1.476

1.681

Ontwikkeling uitkeringsbasis, hoeveelheidsverschillen en WOZ-mutaties

116

491

525

481

526

Subtotaal (B):

116

491

525

481

526

1.314

-

-

-

-

84

-

-

-

-

-

-

-

-214

-221

Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis

Taakmutaties (budgetmutaties) Tekorten Jeugdzorg voor rekening Rijk Faciliteitenbesluit opvangcentra (DU) Sturen op trajectduur jeugdzorg Overige

8

-9

-16

-17

-17

1.406

-9

-16

-231

-238

Demping terugval gemeentefonds 1

-

1.257

1.374

1.391

1.447

Tekorten voor rekening Rijk *

-

1.318

1.368

1.417

1.468

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda *

-

1.565

1.459

-

-

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda *

-

-

-

-1.594

-1.651

Hervormingsagenda Jeugd *

-

1.047

817

975

1.102

Eigen bijdrage jeugdzorg

-

-

-

-818

-848

Kinderopvang pleegouders

7

7

7

8

8

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

-

762

-

-

-

Wmo hulpmiddelen

-

34

-

-

-

Subtotaal (C): Taakmutaties Extra middelen gemeenten en jeugd

Aanpassen regeling dienstverlening aan huis

-

6

7

7

7

IBO Problematische schulden

57

-

-

-

-

Subtotaal (D):

64

5.996

5.032

1.386

1.533

Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet

199

-

-

-

-

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven

19

-

-

-

-

Alleenverdienersproblematiek

70

-

-

-

-

Impulsbudget sociale infrastructuur

198

178

178

178

178

Participatie (IU)

377

346

376

383

333

IU/DU/SU

Subtotaal (E):

863

524

554

561

511

Totaal verschil

3.189

8.600

7.601

3.673

4.013

Tabel 4

1 In de kadernota 2026 – 2029 zijn voor deze posten een inschatting opgenomen, gebaseerd op de uitkomsten van de VJN 2025. Het

verschil is weergegeven in tabel 1.

blad

6 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 A - Uitkeringsfactor, algemeen Volume accres historisch Bbp

Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2025). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volumeaccres is opwaarts bijgesteld. LPO accres prijs Bbp

In de meicirculaire 2025 is het Loon- en Prijsontwikkeling Overheid (LPO) accres geactualiseerd en volgen de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP 2025). De indexatie voor loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). Met name voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld (+ 0,92%). Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024

In de meicirculaire 2025 is de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (BCF) over 2024 verwerkt. B - Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis Ontwikkeling uitkeringsbasis, hoeveelheidsverschillen en WOZ-mutaties

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Dit heeft gevolgen voor de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. De maatstaaf OZB (onroerendezaakbelasting) is één van de ruim 50 maatstaven die worden gebruikt bij de verdeling van het gemeentefonds. Deze maatstaven bepalen hoeveel geld een gemeente ontvangt van het Rijk via de algemene uitkering. De maatstaf OZB is een negatieve maatstaaf. De maatstaaf OZB kijkt naar de belastingcapaciteit van een gemeente, oftewel: hoeveel belasting een gemeente in theorie zou kunnen heffen op basis van de WOZ-waarde van onroerende zaken binnen de gemeentegrenzen. Hoe hoger deze capaciteit, hoe lager de uitkering uit het gemeentefonds (negatieve maatstaaf). Dit komt doordat rijkere gemeenten geacht worden meer zelf te kunnen bekostigen via lokale belastingen. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is bij de meicirculaire doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief.

Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZwaarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. C - Taakmutaties (budgetmutaties) Tekorten Jeugdzorg voor rekening Rijk

De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen en worden hiermee toegevoegd aan gemeentefonds. Lokaal is dit bedrag voor 2025 te becijferen op € 1,3 miljoen. De middelen voor

blad

7 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 Jeugdzorg worden altijd afgestemd op de daadwerkelijk verwachte uitgaven. Bij de bestuursrapportage 2025 zullen deze ramingen worden geactualiseerd. De verwachte extra kosten kunnen hiermee worden gedekt. In de meerjarenbegroting 2026–2029 is rekening gehouden met de geraamde zorgkosten, gebaseerd op de begroting van de Inkooporganisatie Jeugdzorg Zeeland. Faciliteitenbesluit opvangcentra (DU)

In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. Deze uitkering is bedoeld om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Gemeenten doen hiervan aan het begin van het jaar een opgave. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het bedrag over 2025 bepaald op € 11,4 miljoen. Voor de gemeente bedraagt dit bedrag naar schatting € 84.000. Sturen op trajectduur jeugdzorg

In de periode 2025 tot en met 2027 wordt er in totaal ongeveer € 3 miljard beschikbaar gesteld aan gemeenten ter ondersteuning van de jeugdzorg en ter compensatie van de verwachte terugval in het gemeentefonds in 2026. Vanaf 2028 worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd verder aangescherpt en aangevuld met nieuwe beleidsmaatregelen. In de meicirculaire is aangekondigd dat het Rijk en gemeenten met de sector afspraken gaan maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Dit komt voor Middelburg neer op een structurele besparing van € 221.000. Hoewel deze post reeds in de VJN 2025 is benoemd, is deze nog niet financieel vertaald in de Kadernota 2026–2029. In de kadernota 2026 – 2029 is de taakstelling voor de opbrengsten uit de hervormingsagenda verhoogd. In de kadernota 2026 – 2029 is hierover het volgende aan uw raad meegegeven: “Op dit moment is voorzien dat jeugdzorg vanaf 2028 opnieuw zal worden aanbesteed, wat de kans vergroot dat de taakstelling gehaald kan worden. Tegelijkertijd bestaat, door de opbouw van voorliggende voorzieningen, het risico dat de taakstelling niet wordt gehaald of pas later gerealiseerd kan worden.

In de begroting 2026 zal dit risico vertaald worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.” Het verkorten van de trajectduur is een nadere invulling van de taakstelling om de uitgaven voor jeugdzorg terug te dringen. Daarom wordt voor deze specifieke beheersmaatregel geen extra reductie ingeboekt of toegevoegd aan de bestaande taakstelling. D - Taakmutaties Extra middelen gemeenten en jeugd

Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. De bijbehorende middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Hieronder een toelichting op de bijbehorende reeksen. i.

Demping terugval gemeentefonds

Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen.

blad

8 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 ii.

Tekorten voor rekening Rijk

De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen.2 iii.

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. Uitgangspunt van het Rijk is dat de volledige besparing van de Hervormingsagenda in 2028 wordt gerealiseerd. iv.

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda

De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. v.

Hervormingsagenda Jeugd

Er worden financiële middelen overgeheveld van de Aanvullende Post (AP) naar het Gemeentefonds. Het gaat hierbij om bedragen variërend van € 356 miljoen in 2026 tot € 342 miljoen in 2030. Deze middelen waren al opgenomen in de Rijksbegroting en zijn in voorgaande jaren telkens incidenteel beschikbaar gesteld ter dekking van de jeugdzorgkosten. Nu worden ze structureel toegevoegd aan het Gemeentefonds. Voor Middelburg betekent dit een definitieve verhoging van € 1,1 miljoen. vi.

Eigen bijdrage jeugdzorg

Er wordt een eigen bedragen ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Dit houdt in dat de algemene uitkering voor Middelburg vanaf 2028 structureel met € 848.000 zal afnemen. Tegelijkertijd wordt verwacht dat gemeenten eigen bijdragen voor jeugdzorg zullen gaan innen, vermoedelijk op vergelijkbare wijze als bij de Wmo. Op basis van de huidige inzichten wordt aangenomen dat deze wijziging budgettair neutraal zal uitpakken. vii.

Sturen op trajectduur jeugdzorg

Om het totaalbeeld van de door het Rijk aangekondigde maatregelen compleet te maken, wordt de eerder toegelichte post3 hier opnieuw vermeld. In de VJN 2025 is aangekondigd dat het Rijk en gemeenten met de sector afspraken gaan maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur wat in 2028 zijn effect zal moeten hebben. Tabel 1 in de bestuurlijke toelichting geeft een duidelijk overzicht van hoe de jeugdzorgmiddelen zijn verwerkt in de Rijksbegroting en vertaald naar de lokale situatie van Middelburg. Hieruit blijkt dat het Rijk gemeenten in 2026 en 2027 compenseert voor de jeugdzorgkosten voor een bedrag van circa € 5 miljoen en vanaf 2028 uit gaat dat de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd worden geeffectueerd, aangescherpt en aangevuld met nieuwe beleidsmaatregelen, waarbij de extra structurele middelen terugzakken naar € 2,4 mln. Kinderopvang pleegouders

Er wordt in 2025, 2026 en 2027 € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd. In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld en verwerkt in een volgende circulaire.

2 Zie voor een verder toelichting punt C - Taakmutaties (budgetmutaties) | Tekorten Jeugdzorg voor rekening Rijk 3 Zie voor een verder toelichting punt C - Taakmutaties (budgetmutaties) | Sturen op trajectduur jeugdzorg

blad

9 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 Vanaf 2028 is € 600.000 structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelstelherziening kinderopvang. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Voor Middelburg is dit een bedrag van € 1000. Daarnaast is per 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. De € 2,4 miljoen wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Voor Middelburg is dit een zeer beperkt bedrag van € 7000. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

In 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De € 225 miljoen wordt eenmalig toegevoegd aan het gemeentefonds. Het geraamd bedrag voor deze inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage zal voor 2026 komen te vervallen € 762.000 in de begroting van Middelburg en hiermee terugvallen naar het gebruikelijke abonnementstarief. Wmo hulpmiddelen

Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds. In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Voor Middelburg gaat het om een eenmalige bedrag van € 34.000 voor 2026. Aanpassen regeling dienstverlening aan huis

Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar. Voor Middelburg gaat het om een bedrag van € 6.000 ( 2026) en € 7.000 (2027 en verder). IBO Problematische schulden

Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. Voor Middelburg is dit een bedrag van € 57.000 (2025)

blad

10 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025 E - IU/DU/SU Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet

De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Voor Middelburg gaat het om een eenmalig bedrag van € 199.000 (2025) Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven

Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen Er is voor de decentralisatie-uitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor beide fases in totaal € 10,3 miljoen beschikbaar. Voor Middelburg gaat het om een bedrag van € 19.000 (2025). De gemeente speelt een cruciale rol bij de uitvoering van zowel de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) als de Lbv-plus (voor piekbelasters). Deze regelingen zijn bedoeld om de stikstofuitstoot te verminderen door veehouderijen vrijwillig te laten stoppen. Hier zijn de belangrijkste taken van de gemeente: Vergunningen intrekken of wijzigen, aanpassen van het omgevingsplan en toezicht op sloop. Alleenverdienersproblematiek

Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023. Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 20252027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op rijksoverheid.nl. Voor 2025 wordt € 25,4 miljoen toegekend.

Voor Middelburg betreft het een eenmalige bedrag van € 70.000 en de uitvoering hiervan is bij Orionis belegd. Impulsbudget sociale infrastructuur

Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet. Gemeenten ontvangen dit extra budget, in lijn met de ophoging van de Rijksbijdrage Beschut Werk (per 2024), ten behoeve van het beschikbaar komen van de infrastructuur. Gemeenten ontvangen circa € 3.600 per plek. Dit komt neer op € 19,8 miljoen in 2025, met een oploop naar structureel € 35,9 miljoen. Dit structurele niveau wordt in 2035 bereikt. De middelen worden verdeeld over gemeenten op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’. Voor Middelburg betreft het een bedrag van € 198.000 (2025) en € 178.000 (2026 en verder).

blad

11 van 11 onderwerp

Meicirculaire 2025

Participatie (IU)

De integratie-uitkering Participatie, waarvan de uitvoering door Orionis wordt verzorgd, wordt aangepast op de volgende onderdelen: • Loon- en prijsbijstelling van € 102,4 miljoen in 2025 aflopend naar € 84,9 miljoen in 2030; • Afschaffen Lage Inkomensvoordeel (LIV) in 2025 € 8,9 miljoen; • Wsw extrapolatie in 2030 -€ 64,2 miljoen; • Rijksbijdrage sociale infrastructuur € 19,8 miljoen in 2025, € 21,4 miljoen in 2026, € 23,1 miljoen in 2027, € 24,7 miljoen in 2028, € 26,3 miljoen in 2029 en € 28,1 miljoen in 2030. Voor Middelburg schommelt deze aanpassingen tussen € 0,34 miljoen en € 0,38 miljoen, die in de begroting van Orionis wordt vertaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15708519/2