AB 2024.09.17 Memo actieve informatie Meicirculaire 2024
Tekst van het document
memo - actieve informatie aan
commissie
portefeuillehouder
datum
Gemeenteraad
Algemeen bestuur
Rutger Schonis
25 juni 2024
steller
afdeling
telefoon
Frank Tillema
Bedrijfsvoering
+31118675466
f.tillema@middelburg.nl
onderwerp
Meicirculaire 2024
Geachte leden van de raad, aanleiding
Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december is op basis van de Najaarsnota en rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire 2024 is maandag 27 mei verschenen. Deze circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024, een incidentele compensatie vanaf 2024 tot en met 2029 en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026. De circulaire is te downloaden via deze link: Meicirculaire gemeentefonds 2024 | Circulaire | Rijksoverheid.nl Informatie
De circulaires kennen een volgende opbouw: Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. De uitkomsten van de voorjaarsnota zijn in de kadernota 2025 – 2028 financieel meegenomen. De voorjaarsnota geeft altijd een eerste inzicht hoe de meicirculaire er mogelijk zal gaan uitzien. Het getoonde in de kadernota was dus een verwachte uitkomst van de meicirculaire 2024. In de tabellen hieronder wordt op hoofdlijnen een nader inzicht gegeven in de uitkomsten van de meicirculaire en wordt aansluiting gezocht bij het gemelde in de Kadernota 2025 – 2028. Bestuurlijke samenvatting
In het voorjaar hebben VNG gesprekken gevoerd met het demissionaire kabinet en gestreden voor de goede financiële positie voor gemeenten. Deze gesprekken hebben resultaat opgeleverd. Deze zijn ook terug te lezen in de meicirculaire 2023. De oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen wordt structureel geschrapt en volgend op het besluit om de opschalingskorting af te schaffen is ook bekend gemaakt dat de
blad
2 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
nieuwe financieringssystematiek vervroegd is ingevoerd. Dit resulteert tot een terugval van middelen in 2026, om dit te compenseren stelt het Rijk extra middelen tegemoet, met uitzondering van 2025. De extra bezuiniging op de jeugdzorg van € 500 miljoen, die voor rekening en risico Rijk was, is komen te vervallen. Uit het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Schoof blijkt dat deze extra bezuiniging, € 511 miljoen, voor 2026 en verder definitief komt te vervallen. Deze laatste mutatie is uiteraard nog niet in deze circulaire opgenomen. Overigens is deze mutaties in de begroting budget neutraal opgenomen. Vanuit het provinciaal toezicht was aangegeven dat deze extra korting binnen gemeentelijke begrotingen konden worden verwerkt door een verlaging op de zorgkosten jeugd door te voeren. Naast deze ontwikkelingen zijn ook nog afspraken gemaakt over een rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en het hiervoor aparte fondsvorming te hanteren. Dit resulteert in een indexering zorgkosten van € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029. Dit om de toekomstige oplopende kosten binnen de WMO op te vangen. Tot slot zijn ook nog afspraken gemaakt over een opschoonactie voor specifieke uitkeringen. Daar wordt echter wel een besparing van 10%, € 638 miljoen aan gekoppeld.
Deze twee afspraken zijn nog niet verder in de meicirculaire 2023 vertaald. We wachten de verder uitkomsten hiervan af. Begrotingsadvies 2025-2028 VNG
Veel gemeenten worden geconfronteerd met een terugval in financiële middelen die vanaf 2026 blijft bestaan. Taken en middelen van gemeenten zijn hierdoor niet meer in balans. De VNG geeft gemeente hierin een begrotingsadvies 2025 - 2028 | VNG: i.
Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet; De VNG adviseert daarom opnieuw een onderdeel “Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder” op te nemen in uw begroting. Beschrijf daarin de nieuwe of voorgenomen bezuinigingsmaatregelen, maar ook bezuinigingen waartoe – vooruitlopend op de financiële situatie in 2026 – al eerder is besloten. Beschrijf in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen. De gemeenteraad heeft in 2020 een financieel herstelplan 2020 – 2024 vastgesteld, die in de Kadernota 2025 – 2028 wordt afgerond. Alle opgenomen structurele taakstellingen: 1. Taakstelling op sociaal domein WMO 5,5 miljoen; 2. OZB-verhoging 2,2 miljoen (20%); 3. Verhoging parkeerbelasting, -tarieven en toeristen/woonforensenbelasting 0,9 miljoen; 4. Personeel en organisatie 0,5 miljoen; 5. Geen inflatiecorrectie op subsidies 0,3 miljoen; 6. Overige 1,9 miljoen. zijn hierin nagenoeg gerealiseerd (zie Kadernota 2025 – 2028)
ii.
Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025; In de kadernota 2025 - 2028 beschouwen we dit als een incidentele korting op het gemeentefonds die niet structureel hoeft te worden vertaald. Dit is in lijn met het begrotingsadvies van de VNG.
blad
3 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
iii.
Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg; Zoals is de kadernota 2025 – 2028 is te lezen houden wij rekening met een toename van zorgkosten Jeugd. De opgenomen taakstelling voor Jeugd is geheel gekoppeld aan de uitkomsten van de Hervormingsagenda en is behoedzaam ingezet. Om de zorgkosten Jeugd te beteugelen moet regionaal invulling gegeven worden aan de hervormingsagenda Jeugd. Lokaal treffen we maatregelen die ervoor zorgen dat Jeugdzorg ook in de toekomst betaalbaar blijft.
iv.
Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het Btw-compensatiefonds (BCF) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Jaarlijks vindt afrekening plaats over de ruimte onder BCF-plafond. Dit wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Enerzijds is het de verwachting dat een dergelijke vrijval ook voor de volgende jaren mogelijk is anderzijds is het zeer denkbaar dat door hoger investeringen, waaronder de investering die gerealiseerd moeten worden voor klimaatdoelstellingen, een groter beroep doen op dit fonds. We hanteren de afrekening daarom als incidenteel geld. In de kadernota hebben wij aangegeven eerste de uitwerking van de uitwerking van een rechtvaardige risicoverdeling WMO af te wachten. Deze zijn nu nog niet in de meicirculaire 2024 vertaald. Gezien deze onzekerheid zijn deze toekomstige middelen nog niet meegenomen in de financiële prognose 2025 – 2028. De toezichthouder heeft mondeling aangegeven dat deze middelen vooralsnog niet in de begroting mogen worden opgenomen. Voor beide punten geldt dat de huidige financiële positie ook geen aanleiding geeft om meer risicovolle begrotingsruimte op te zoeken.
De resultaten van de herijking van het gemeentefonds waren gunstig. In een vroeg stadium werd duidelijk dat de ontwikkeling van de Algemene Uitkering (AU) een golf (tot en met 2025) van financiële middelen met zich meebracht. Echter deze extra inkomsten kende een eenmalig karakter. Het Rijk kondigde een inkomstendaling aan. Dit bleek ook uit de inkomsten uit het gemeentefonds voor 2026, het zogenaamde “ravijnjaar”, en verder. Om hierop in te spelen, heeft de gemeente ervoor gekozen om de structurele middelen die vanaf 2026 beschikbaar zijn als uitgangspunt te hanteren bij het inzetten van structureel ruimte voor nieuw beleid. Resume: De financiële situatie voor Middelburg dus wezenlijk anders als bij van andere gemeenten en VNG realiseert zich dat het doorlopen van bovenstaande stappen voor elke gemeente een eigen afweging vraagt. Wij hanteren hier een behoedzame en realistische prognose. Op de volgende pagina staat een korte weergave van het financiële beeld wat uit de meicirculaire 2023 volgt.
blad
4 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
Algemene mutaties + Taakmutaties (vrijval) Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
(A) - Algemene mutaties in uitkeringsfactor (budgetmutaties
361
-2.838
708
445
540
Verwachte mutaties meicircualire Kadernota 2025 - 2028 1
-
-2.899
669
390
471
361
61
39
55
69
(B) - Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen
620
230
79
213
234
Subtotaal:
620
230
79
213
234
(C) - Taakmutaties (vrijval)
-18
1.434
204
213
244
Subtotaal:
-18
1.434
204
213
244
963
1.725
322
481
547
Uitkeringsfactor, algemeen
Subtotaal: Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis
Taakmutaties
Tabel 1 - Budgetmutaties meicirculaire (voordeel) 1
De financiële effecten van de gemelde mutaties, het afschaffen opschalingskorting, de vervroegde overgang bbp-
systematiek en de bijstelling accres effect septembercirculaire 2023, zijn bij de voorjaarsnota 2024 berekend met 2023 als basisjaar. In de meicirculaire wordt 2024 als basisjaar genomen. Dit verklaart de kleine verschillen.
Taakmutaties Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
(D) - Taakmutaties
119
542
128
135
142
(E) - IU/DU/SU
689
342
346
294
300
Mutaties Decembercirculaire 2023
808
884
474
429
442
Tabel 2 - Taakmutaties meicirculaire(neutraal effect)
Om een goede aansluiting te houden met de kadernota toont de onderstaande tabel inzicht in de financiële prognose zoals die in de kadernota is opgenomen met daaronder de eindstand uit tabel 1. Financiële prognose 2025 – 2028 ná uitkomsten meicirculaire 2023 Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Prognose financiële ruimte per jaar concept Kandernota 2025 -2028
-4.275
903
2.877
2.685
Mutatie meicirculaire
1.725
322
481
547
-2.550
1.225
3.358
3.232
Tabel 3 - Taakmutaties meicirculaire
Kanttekeningen
De uitkomsten van de meicirculaire hebben effect voor het uitkeringsjaar 2024 (positief), 2025 (negatief) en verder (alle positief). Hierbij moet wel worden vermeld dat het altijd verwachte ramingen zijn. De uitkomsten voor 2024 zijn min of meer zeker. De ramingen voor de jaren erna zijn veel minder zeker. Via de
blad
5 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
verschillende circulaires zullen die nog meerdere malen worden aangepast, dat kan zowel in positieve als negatieve zin zijn. De uitkomsten van de septembercirculaire zijn hier een goed voorbeeld van omdat het accres over septembercirculaire 2023 neerwaarts is bijgesteld (in de kadernota is deze al verder toegelicht). Daarnaast is de hoogte van de stijging van het Gemeentefonds voor 2024 en verder in hoge mate afhankelijk van de plannen van het nieuwe kabinet. De uitkomsten van het toekomstige kabinet Schoof moet nog verder worden uitgewerkt en de VNG zal hierover in gesprek gaan met het Rijk. Op de bijlage volgt een technische toelichting van de financiële gevolgen van de meicirculaire 2024 over de verschillende uitkeringsjaren.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris de burgemeester
mr. A. van den Brink
M.A. Fränzel MSc
blad
6 van 9 onderwerp
Bijlage – Technisch toelichting Meicirculaire 2024
Hieronder volgt een technische toelichting van de financiële gevolgen van de decembercirculaire 2023. Overzicht van cijfers
De items in onderstaande tabel worden na de tabel nader toegelicht. Bedragen zijn in duizenden euro’s. 2024
2025
2026
2027
2028
-1.553
-3.598
-4.241
-4.446
-4.314
Volume accres historisch Bbp
-903
-1.282
2.452
2.446
2.481
Incidentele compensatie
2.167
1.968
407
330
261
2.036
2.035
2.040
92
89
89
90
9
-18
-35
-9
-18
361
-2.838
708
445
540
Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen
620
230
79
213
234
Subtotaal (B):
620
230
79
213
234
94
100
98
102
105
104
102
106
109
Uitkeringsfactor, algemeen LPO accres prijs Bbp 1
Schrappen oploop opschalingskorting Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023
641
Overig (volgens circulaire) Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding) Subtotaal (A): Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis
Taakmutaties (vrijval) Werkdrukverlaging jeugdbescherming Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ Besparingsverlies Jeugd
1.204
Overige posten jeugd
-85
4
Overige
-27
22
4
5
30
Subtotaal (C):
-18
1.434
204
213
244
119
128
128
135
142
542
128
135
142
2
-12
-12
-12
-12
Participatie (IU)
510
354
358
306
312
Subtotaal (E):
689
342
346
294
300
Totaal verschil
1.771
-290
1.465
1.300
1.460
Taakmutaties Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Besparingsverlies Jeugd Subtotaal (D):
414 119
IU/DU/SU Uitvoeringskosten Omgevingswet overige
1
177
Voor de vergelijkbaarheid met de kadernota 2025 – 2028 is het belangrijk in ogenschouw te nemen dat de ‘LPO accres prijs Bbp’,
zoals opgenomen in de memo actieve informatie, in de kadernota 2025 - 2028 is uitgesplitst in ‘LPO accres effect CEP 2024 t.o.v. Septembercirculaire 2023’ en ‘LPO accres effect wijziging indexatie o.b.v. bbp vanaf 2024’.
blad
7 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
Uitkeringsfactor, algemeen
Accressen Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. Deze circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024, een incidentele compensatie vanaf 2024 tot en met 2029 en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026. LPO accres In de meicirculaire 2024 is het LPO accres eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). Volume accres In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel.
Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. Incidentele compensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen (macro) resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. BTW-Compensatie Fonds (BCF) Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald.
De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag
blad
8 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit is ook weer in de meicirculaire van toepassing. Met name de jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is doorgevoerd veroorzaakt hier de afwijkingen. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. Taakmutaties (vrijval)
Werkdrukverlaging jeugdbescherming In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Middelburg houdt bij het ramen van het budget Jeugdzorg rekening met de reële kosten die IJZ heeft geraamd. Deze extra middelen compenseren deels de hogere bijdrage aan zorgkosten Jeugd. Vrijval compensatieregelingen Voogdij 18 In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Tegenover dit voordeel staat een nadeel als gevolg van vrijval van de IU Voogdij 18+. Besparingsverlies Jeugd De gemeenten en het kabinet hebben eerder een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het kabinet heeft toegezegd een ingroeipad te hanteren waarbij de taakstelling voor 2024 en 2025 is bevroren. In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing op Jeugdzorg opgenomen van € 500 miljoen (2025). Deze kan niet worden gerealiseerd.
Daarom wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. In het verleden zijn deze middelen altijd ingezet om de taakstelling Jeugd in de jaren naar achter te schuiven. De raad heeft in 2023 besloten om deze taakstelling niet meer aan zorgkosten Jeugd te koppelen. De huidige budgetten zijn nu afdoende om de zorgkosten Jeugd te kunnen betalen. Blijkend uit het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Schoof zal de extra bezuiniging op de jeugdzorg van € 511 miljoen (2026 en verder), die voor rekening en risico Rijk komt, definitief vervallen. In de meerjarenbegroting 2025 van Middelburg was deze bijstelling pas vanaf 2026 budgetneutraal ingeboekt. Dit betekent dat deze middelen voor 2025 eenmalig vrij besteedbaar zijn. Voor Middelburg is dit te becijferen op € 1,6 miljoen. Een gedeelte, € 1.200.000 kan hiervan vrijvallen, en restant van € 0,4 miljoen van deze middelen willen we graag de komende jaren inzetten om ruimte te creëren voor innovatie. Uit de voorliggende jaren resteert nog een bedrag van € 0,6 miljoen euro aan eenmalige jeugdmiddelen. Deze middelen zijn bij de begroting 2021 beschikbaar gesteld voor preventie Jeugd (evidence-based). In totaal is dan € 1.000.000 budget beschikbaar voor het
blad
9 van 9 onderwerp
Meicirculaire 2024
inrichten van een stimuleringsregeling met een looptijd van 4 jaar. (Jeugdhulp)aanbieders of andere partijen kunnen businesscases indienen voor goedkopere alternatieven op de geïndiceerde jeugdhulp. Het is ons voornemen dit verder voor de begroting 2025 uit te werken, en uw raad te vragen deze middelen hiervoor te reserveren, daarnaast zal binnenkort een voorstel aan ons college worden voorgelegd. Taakmutaties
Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (juli 2022) is € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Voor 2023 zijn deze middelen incidenteel beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden. Wij willen dit geld inzetten voor een intensivering van het beleid zoals we hebben omschreven in het beleidskader bestaanszekerheid, meedoen naar vermogen en inburgering. Concreet voor de volgende activiteiten: • Het versterken van de onderlinge samenwerking op het gebied van armoede en vroegsignalering van schulden (zowel wettelijk als vrijwillige schuldhulpverlening) • Extra inzet op een ketenaanpak voor de vroegsignalering van schulden (zoals de opvolging van de adviezen van de ombudsman) • Verbetering van de vraagverheldering en toeleiding. Besparingsverlies Jeugd Zie eerder tekst onder ‘taakmutaties (vrijval)’ IU/DU/SU
Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). Ook na 1 januari worden nog extra kosten (ambtelijke inzet) verwacht voor de inzet van deze middelen. Bovendien is het mogelijk dat we na inwerkingtreding (1 januari 2024) van de omgevingswet nog geconfronteerd worden met extra aanvullende kosten die we nog niet hadden voorzien. Mocht in de toekomst blijken dat de beschikbare middelen niet geheel noodzakelijk zijn dan zullen deze alsnog vrijvallen.
Integratie-uitkering Participatie Voor participatie (‘oude’ WSW, Wajong en Begeleiding) bestaat nog steeds een aparte integratie-uitkering. Voor Middelburg is dat € 5,7 miljoen (prijspeil 2025), een bedrag dat volledig doorbetaald wordt aan Orionis. In de meicirculaire wordt nu extra middelen toegevoegd voor een tegemoetkoming Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, een verhoging van de rijksbijdrage voor beschut werk en wordt een loon- en prijsbijstelling toegekend.