AB 2023.12.06 Memo actieve informatie definitieve locatiekeuze AZC
Tekst van het document
memo - actieve informatie aan
commissie
portefeuillehouder
datum
Gemeenteraad
Algemeen bestuur
Jeroen Louws
14 november 2023
steller
afdeling
telefoon
Nancy Baecke
Samenleving
+31118675287
N.Baecke@middelburg.nl
onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC en de participatie ten aanzien van de inpassing van het AZC op die locatie
Geachte leden van de raad, aanleiding
I. Op 14 februari jl. is uw raad geïnformeerd over het tijdspad voor de procedure tot locatiekeuze voor het nieuwe AZC. In dit memo is gemeld dat intern, onder andere door de vorming van een projectgroep, de voorbereidingen voor de realisatie van een nieuw AZC waren gestart. Als streefdata zijn uw vergaderingen in april voor de kaders en juli voor de locatiekeuze genoemd. Daaraan is toegevoegd dat snelheid de zorgvuldigheid van het proces niet in de weg mag staan en dat om die reden wordt gewerkt met streefdata in plaats van exacte data. II. Deze interne voorbereidingen hebben in april geleid tot een raadsvoorstel voor de kaders voor de locatiekeuze vanuit het uitgangspunt dat kaders zorgen voor duidelijkheid en transparantie in de keuze. Een aantal kaders was voor de hand liggend, zoals de milieutechnische beperkingen, de goede en veilige bereikbaarheid en de beschikbaarheid voor gebruik binnen afzienbare tijd. Andere kaders waren een samenspel van wensen van het COA en wensen van de gemeente. Het kader toekomstbestendigheid is daarvan een voorbeeld. Het COA kan en wil iets achterlaten voor de gemeente. Na vaststelling wordt bij toepassing van dit kader gezocht naar locaties met woonpotentie. Aan een locatie met woonpotentie zitten stedenbouwkundige en planologische voorwaarden.
Wanneer een locatie geen woonpotentie heeft dan kan er alleen tijdelijk worden gebouwd (en blijft er dus niks achter na het verstrijken van de termijn van het AZC) en past de locatie daarmee niet in het kader toekomstbestendig. Naast de kaders is een trapsgewijze hantering van de kaders vastgesteld door uw raad. Wanneer op een locatie een contract van 20 jaar rust of de locatie geen woonpotentie heeft, dan is het niet relevant de locatie bijvoorbeeld te scoren op afstanden tot voorzieningen. III. Na de vaststelling van de kaders zijn (naar analogie van de voorbeelden onder II) de verschillende locaties ambtelijk getoetst aan die kaders. IV. Op 30 mei kwamen wij tot de conclusie dat we nog nadere informatie wilden om tot een gedegen besluit te komen. Op 31 mei hebben wij u hierover geïnformeerd en tevens vermeld dat om die reden de
blad
2 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
voorgenomen locatiekeuze ook niet voor wensen en bedenkingen in uw vergadering van 6 juli zou voorliggen. V. In de daarop volgende maanden is de nadere informatie aan ons verstrekt. U kunt dit teruglezen in het raadsvoorstel en de daarbij behorende bijlagen. VI. Alles afwegende konden wij op 5 september gefundeerd het voorgenomen besluit nemen om Cleene Hooge (binnen de kaders van de in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde ontwikkelvisie; binnen de ruimtelijke contouren aan de zijde van de Europalaan) aan te wijzen als locatie voor het nieuwe AZC met 330 structurele opvangplaatsen en 150-250 flexibele opvangplaatsen. Dit voor de voorgenomen duur van ten minste 15 jaar. Deze locatie kwam na trapsgewijze afweging van de vastgestelde kaders van de drie overgebleven locaties als beste locatie naar voren. VII. Op 5 september is ook besloten in te stemmen met het procesvoorstel voor participatie vanaf de locatiekeuze zoals verwoord in het bij het raadsvoorstel gevoegde communicatie-participatieplan. VIII. Aan uw raad is vervolgens een raadsvoorstel voorgelegd waarin u wordt gevraagd: a. ten aanzien van de voorgenomen locatiekeuze en duur van het AZC geen wensen en bedenkingen in te dienen; b. in te stemmen met de participatiegraad ‘adviseren’ na het moment van de locatiekeuze. IX.
Op 5 september heeft u een mondelinge toelichting gekregen op de voorgenomen locatiekeuze en zijn daarna omwonenden en belanghebbenden en de pers geïnformeerd. X. Op 7 en 19 september zijn informatieavonden gehouden voor de omwonenden en andere belanghebbenden. XI. Op 3 en 4 oktober is het raadsvoorstel in de raadscommissie Algemeen Bestuur behandeld. Op 3 oktober hebben omwonenden en belanghebbenden ingesproken. XII. Op 12 en 16 oktober en 9 november is het raadsvoorstel in uw vergadering behandeld. Er zijn verschillende amendementen en moties ingediend. Het geamendeerde raadsvoorstel is op 9 november door uw raad aangenomen. Daarmee heeft uw raad diverse wensen en bedenkingen meegegeven. XIII. Tussen 5 september en heden is naar aanleiding van mails, WOO-verzoeken en vragen van fracties (al dan niet ex artikel 41 reglement van orde van de gemeenteraad), informatie verstrekt aan omwonenden en belanghebbenden en fracties. Wanneer uit mails bleek dat zaken kennelijk onduidelijk waren is de informatie tevens op de website geplaatst, evenals alle informatie die inmiddels is verstrekt naar aanleiding van WOO (Wet Open Overheid) verzoeken. informatie
Naar aanleiding van de wensen en bedenkingen door uw raad meegegeven, welke veelal mede gebaseerd waren op de input van de insprekers tijdens de commissievergadering, is het voorgenomen besluit op een
blad
3 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
aantal punten gewijzigd. Het definitieve besluit met betrekking tot de locatiekeuze voor het nieuwe AZC en de participatie ten aanzien van de inpassing van het AZC op die locatie luidt als volgt. Het college besluit: 1. a) Cleene Hooge (binnen de kaders van de in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde ontwikkelvisie; binnen de ruimtelijke contouren aan de zijde van de Europalaan) aan te wijzen als locatie voor een AZC met 330 structurele opvangplaatsen en maximaal 150 flexibele opvangplaatsen. b) de onder a genoemde ontwikkelvisie als uitgangspunt te nemen voor het participatietraject. c) dat de contouren van het in de ontwikkelvisie bedoelde exploitatiegebied en de zoekcirkel voor het AZC geen onderdeel uitmaken van het te doorlopen participatietraject. 2. Naar aanleiding van de wensen en bedenkingen van de raad en de mate van steun daarvoor in de raad, daarnaast: a) De onder 1 genoemde locatie aan te wijzen voor een nader te bepalen maximale termijn, welke wordt vastgelegd in de bestuursovereenkomst. b) Ten minste vier jaar voordat de termijn afloopt te starten met onderzoek naar een nieuwe locatie. c) Aan het COA op zijn vroegst twee jaar na de eerste bewoning van het AZC op de onder 1 genoemde locatie de mogelijkheid te bieden de flexibele opvang te effectueren.
d) Bij toepassing van flexibele opvang steeds vanuit de bestuursovereenkomst afspraken te maken over het aantal opvangplekken (maximum 150) en de termijn van de flexibele opvang. e) Een veiligheidsplan te laten opstellen door het COA in samenwerking met gemeente Middelburg (cluster openbare orde en veiligheid) en politie/hulpdiensten, vastgesteld door de burgemeester. f) Een omwonendenoverleg op frequente basis te borgen in de bestuursovereenkomst. g) Voor het niet te bebouwen deel van Cleene Hooge na besluitvorming over het AZC en na besluitvorming over de uitkomsten van de burgerraadpleging over de toekomstige woningbouwlocaties in te zetten op behoud en versterking van groen en natuurwaarde. h) Aan de gemeenteraad voor te stellen in ieder geval als thema in de participatie te betrekken: i. de ontsluiting van het AZC tijdens en na de bouw ii. de exacte locatiebepaling binnen de grote cirkel iii. de groene inpassing van 3 hectare bedoeld voor het AZC, waarbij ook de partijen die destijds betrokken waren bij de ontwikkelvisie worden benaderd. i) Een concept startnota met daarin in elk geval de participatiethema’s, -kaders en -niveaus aan de raad voor te leggen ten behoeve van het startgesprek in de raad. j) Deze thema’s voorafgaand aan concept startnota te toetsen bij omwonenden, belanghebbenden en het COA.
k) Een onafhankelijke, externe procesbegeleider in te schakelen voor de begeleiding van het participatieproces. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het proces. In de amendementen heeft uw raad wensen bedenkingen meegegeven aan het college. Deze zijn in uw vergadering themagewijs behandeld. Hieronder zullen bovenstaande besluiten worden beargumenteerd, waarbij dezelfde thema’s worden aangehouden.
blad
4 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
Thema: Splitsen flexibele van vaste opvang en termijn/duur van vestiging AZC Termijn/duur vestiging AZC Beslispunten 2a en 2b. “De lengte van de overeenkomst met het COA vast te stellen op maximaal 15 jaar.” “Ten minste 4 jaar voordat de termijn afloopt te starten met onderzoek naar een nieuwe locatie.” De vraag om duidelijkheid uit en voor de wijk is zeer begrijpelijk. Daar zal ook aan tegemoet worden gekomen. Echter, het is op dit moment nog te vroeg in het proces. De investering die het COA doet, moet in verhouding staan tot de periode waarin het AZC gebruikt kan worden. Mogelijk komen ook tijdens het participatieproces nog zaken naar voren die hierop van invloed zijn. Hierover zal transparant worden gecommuniceerd in het participatieproces. Uiteindelijk zal dit leiden tot een maximale termijn in de bestuursovereenkomst met het COA. Nu al besluiten dat dit maximaal 15 jaar zal zijn is op voorhand te beperkend. Op het moment dat de bestuursovereenkomst wordt getekend, zal de termijn wel helder zijn en kan deze op dat moment met omwonenden worden gecommuniceerd. De wens van uw raad voor een maximale termijn van 15 jaar zal hierin richtinggevend zijn. Ondanks dat het nog ver in de toekomst ligt is het een goed idee om ruim van te voren te starten met de zoektocht naar een eventuele nieuwe locatie. Dat kan 4 jaar zijn. Flexibele en vast opvang Beslispunten 1, 2c, 2d.
“Realiseer op de Cleene Hooge (binnen de kaders van de ontwikkelvisie uit 2019) een AZC, maar zoek vooralsnog een andere oplossing voor de flexibele plaatsen.” Uit de reacties van de omwonenden van de locatie Cleene Hooge blijkt dat de combinatie van de vaste en de flexibele opvang tot weerstand en ongerustheid leidt. Ook uw raad heeft lang gesproken over een eventuele splitsing van de vaste en de flexibele opvang. Om een goede afweging te kunnen maken moet er helderheid zijn over de voor- en nadelen van een combinatie van flexibele en reguliere opvang op één locatie, over wat flexibele opvang is, wie de bewoners van flexibele opvang zijn en welke bezwaren er vanuit de wijk op dit punt zijn. Noodopvang vs. flexibele opvang Allereerst moet onderscheid worden gemaakt tussen noodopvang (huidige Studio A58) en flexibele opvang. Noodopvang is van een lager niveau qua humane opvang en voorzieningen (recreatie en dagbesteding) dan flexibele opvang. Noodopvang in de huidige vorm is ook minder flexibel. Er kan minder worden ingespeeld op fluctuatie in instroom c.q. nood aan opvangplaatsen. Flexibele opvang in de vorm van het oorspronkelijke voorstel biedt voor langere tijd mogelijkheden om snel op en af te schalen. Het biedt een min of meer gelijkwaardige opvang voor de asielzoekers die daarvan gebruik moeten maken als wanneer zij in een regulier AZC terecht zouden zijn gekomen.
Achtergrond bewoners Voorts moet worden geconstateerd dat veelal wordt uitgegaan van een verkeerde vooronderstelling, namelijk dat de asielzoekers die in de flexibele opvang terecht komen, degenen zouden zijn die overlast veroorzaken. Flexibele opvang is nadrukkelijk geen exclusieve opvang voor overlastgevers of zogenoemde veiligelanders.
blad
5 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
De mensen in de flexibele opvang, zijn dezelfde mensen als de mensen in een regulier AZC, alleen hebben zij de pech dat er geen ruimte is in een regulier AZC. Die ervaring hebben we ook in Studio A58. Daar zitten zelfs statushouders, mensen met een vergunning om in Nederland te mogen blijven. Ook in Middelburg zien we niet dat de bewoners van bijvoorbeeld Studio A58 zich anders gedragen dan bewoners van het AZC aan de Laurens Stommesweg. Totaal aantal bewoners Los van de achtergrond van de bewoners van de flexibele opvang is er in de wijk ook weerstand tegen het aantal personen dat in het geval van een regulier AZC en maximale flexibele opvang op de locatie zal verblijven. Men vreest een min of meer structurele bezetting van 330 plus 250 bewoners en heeft geen vertrouwen in de tijdelijkheid van de flexibele opvang. Begrijpelijk is dat men vooronderstelt dat de flexibele opvang op Cleene Hooge meteen wordt geëffectueerd. In de media is dagelijks te horen en te lezen dat er een tekort is aan opvangplaatsen en dat de staatssecretaris de druk opvoert voor extra opvangplaatsen. De noodopvang in Studio A58 doet ook al langer dienst dan vooraf de bedoeling was en is thans verlengd tot eind 2024. Dit bezwaar vanuit de wijk moet serieus worden genomen en worden afgezet tegen de voordelen van de combinatie van reguliere en flexibele opvang op één locatie.
Op dit moment is onduidelijk hoe de asielinstroom en -opvang zich de komende jaren gaat ontwikkelen. We staan voor landelijke verkiezingen en de asielopvang is daarin een belangrijk thema. Daarnaast is nog onduidelijk of en zo ja, op welke wijze de Spreidingswet wordt ingevoerd. Tenslotte is de uitvoering van de flexibiliseringsagenda van de asielketen1 nog volop in ontwikkeling. Dat betekent enerzijds dat niet kan worden gesteld dat slechts mondjesmaat gebruik moet worden gemaakt van de flexibele opvang, maar anderzijds ook niet dat deze vorm van opvang continue geëffectueerd moet worden. Wat wel waarschijnlijk is, is dat de eerstkomende jaren de invloed van eventuele positieve ontwikkelingen op de noodzaak tot en beschikbaarheid van opvangplaatsen nog slechts in beperkte mate merkbaar zal zijn. De ontwikkelingen hebben immers tijd nodig. Bovenstaande heeft tot het volgende geleid. De bezwaren uit de wijk verminderen de voordelen van de combinatie van de reguliere en flexibele opvang niet, maar geven -mede gelet op de overwegingen over de onzekerheid van de landelijke ontwikkelingen op korte termijn- wel aanleiding de wijze van uitvoering in heroverweging te nemen: - Bij de vormgeving van het AZC op de Cleene Hooge zal rekening worden gehouden met de planologische en fysieke mogelijkheid van flexibele opvang.
1. De omvang en samenstelling van de asielinstroom verandert steeds. Ook zijn er niet altijd woningen beschikbaar voor statushouders. Om beter op zulke veranderingen in te kunnen spelen, is de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen opgesteld. Met het toekomstige asielsysteem krijgen asielzoekers zo snel mogelijk duidelijkheid over de kansrijkheid van de asielaanvraag en kunnen zij zich eerder voorbereiden op integratie of terugkeer. De wachttijden in de opvanglocaties worden beter benut en verhuisbewegingen worden beperkt. Op- en afschalen van opvanglocaties wordt meer voorspelbaar. Daardoor weten asielzoekers, bestuurders en bewoners van gemeenten met (toekomstige) opvanglocaties beter waar ze aan toe zijn. Provincies, gemeenten en COA maken concrete plannen om de asielopvang in de regio’s flexibeler te maken.
blad
6 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
- Om duidelijkheid te verschaffen en beter aan te sluiten bij het huidige aantal opvangplekken in Middelburg wordt het aantal van 150 tot 250 opvangplekken uit het voorgenomen besluit gemaximeerd tot 150 personen (beslispunt 1). - Om de ontwikkelingen zoals hiervoor omschreven af te wachten en het nieuwe AZC te laten integreren in de wijk, zal de eerste twee jaar vanaf de opening van het nieuwe AZC in ieder geval geen gebruik worden gemaakt van de flexibele opvang op Cleene Hooge. (beslispunt 2c) -Het COA moet voor de inzet van de flexibele opvang steeds een schriftelijke aanvraag indienen bij het college. Net als in de huidige situatie besluit het college over de inzet en worden uw raad en de omwonenden hierover geïnformeerd. -Bij toepassing van flexibele opvang worden vanuit de bestuursovereenkomst afspraken gemaakt over het aantal opvangplekken (maximum 150) en de termijn van die flexibele opvang. (beslispunt 2d) Gedurende de overbruggingsperiode zullen we steeds afwegen of en zo ja, op welke wijze in extra opvang wordt voorzien naast de reguliere opvang van 330 plaatsen. Thema: Het gebied: ontwikkelvisie 2019, contouren, ontsluiting, beheer gronden. Bij onderhavig besluit gaan we uit van de volgende feiten: - De gemeente Middelburg heeft circa 54 hectare grond in eigendom in gebied Cleene Hooge.
- In 2019 is een ontwikkelvisie vastgesteld, waarbij een deel van Cleene Hooge is aangewezen als locatie voor woningbouw. -Na vaststelling van de ontwikkelvisie is door uw raad ook een grondexploitatie voor dit deel van het gebied vastgesteld, uitgaande van een ontwikkeling van (netto) 6 hectare. Met andere woorden: 6 hectare kan worden uitgegeven en 6 hectare is voorzien voor groene inpassing. -Het gaat om 3 hectare voor een AZC; - De grenzen van het zoekgebied voor het AZC zijn bepaald door de ontwikkelvisie (zie in bijlage 1 het oranje gebied); -De onderhandelingen met het COA moeten duidelijkheid geven over wat de bouw van een AZC op deze locatie betekent voor de geldende exploitatieopzet. Onbebouwde gebied. Beslispunt 2h)iii en 2g. “Kies bij het maken van een plan voor de inrichting van het onbebouwde gebied voor coproductie bij het participatieproces. Betrek hier in ieder geval ook de organisaties bij die op gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie bij de ontwikkelvisie betrokken waren. Stap indien de invulling van natuur/landbouw uit het participatieproces komt, zo spoedig mogelijk over op ecologisch beheer/landbouw zonder bestrijdingsmiddelen van het onbebouwd gebied.
Sluit hierbij een contract op jaarbasis af.” “Maak een plan voor de toekomstige bestemming van de resterende gronden van de Cleene Hooge waarbij ingezet wordt op behoud en versterking van groen en natuurwaarde.” “Kies bij het maken van een plan voor de inrichting van het onbebouwde gebied voor coproductie bij het participatieproces.” Als gevraagd wordt om invulling of besluitvorming met betrekking tot het onbebouwde gebied of de resterende gronden is bij alle drie de amendementen niet duidelijk of dit nu geldt voor het gebied van de ontwikkelvisie of voor heel het eigendom van de gemeente in het gebied Cleene Hooge.
blad
7 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
Voor het gebied buiten de ontwikkelvisie, maar in eigendom van de gemeente, geldt dat dit onderdeel uitmaakt van het proces met het inwonerberaad over nieuwe woningbouwlocaties. Dit advies is op 8 november aan het college aangeboden. Verdere bebouwing van Cleene Hooge is onderdeel van het advies. Besluitvorming hierover door het college is voorzien voor eind december, besluitvorming door uw raad op 1 februari 2024. Als met het onbebouwde gebied of resterende gronden in de amendementen wordt bedoeld de gronden buiten de ontwikkelvisie dan is besluitvorming eind dit jaar en begin volgend jaar, zoals hiervoor beschreven, bepalend. Hierop kan in dit besluit niet worden vooruitgelopen. Als met het onbebouwde gebied of resterende gronden wordt bedoeld gronden binnen de ontwikkelvisie, zoals bedoeld in de exploitatieopzet, is het volgende van toepassing. Uitgaande van 3 hectare bebouwing door het COA, wordt tevens uitgegaan van 3 hectare groene inpassing. Voor het overige deel van de gronden binnen de ontwikkelvisie is afgesproken dit mee te nemen bij de besluitvorming over de woningbouwlocaties, zodat voor het gehele gebied een integraal besluit kan worden genomen.
Naast omwonenden en huidige belanghebbenden, worden belanghebbenden die destijds betrokken waren bij de ontwikkelvisie benaderd om deel te nemen aan de participatie over de invulling van de 3 hectare groene inpassing (het onbebouwde gebied) behorend bij de 3 hectare van het AZC. (Beslispunt 2h) iii) De participatiegraad wordt bepaald in het startgesprek met uw raad. Gelet op de geschiedenis van het gebied, de geluiden uit de wijk, van de belanghebbenden en uit uw raad is het gepast in onderhavig besluit al iets op te nemen over de ambitie om na duidelijkheid over het AZC en later over de woningbouwlocaties een plan te maken voor het niet te bebouwen deel van het gebied Cleene Hooge. Voor dit deel van Cleene Hooge zal worden ingezet op behoud en versterking van groen en natuurwaarde. (Beslispunt 2g) Ontwikkelvisie; mogelijkheden tot afwijking Beslispunt 1 a en 1b. “Gebruik de uitgangspunten van de Ontwikkelvisie 2019 als basis voor de ruimtelijke invulling.
Zorg dat sprake is van goede ruimtelijke inpassing.” “Laat voor het bepalen van de exacte vorm en locatie van het te bebouwen perceel de kaders van de Ontwikkelvisie richtinggevend zijn, maar vooral afhangen van de uitkomsten van het participatietraject.” “Gebruik de huidige contouren van de ontwikkelvisie als basis voor de realisatie van het AZC.” “Laat in het participatieproces de ruimte om van de ontwikkelvisie af te wijken, uitsluitend op initiatief van inwoners, binnen de maximum van 6 ha.” In de (vervolg)vergadering van uw raad van 16 oktober is over dit punt volop gediscussieerd. De vraag kwam op tafel of in het participatietraject afspraken kunnen worden gemaakt die afwijken van de in 2019 vastgestelde ontwikkelvisie. Ook uit de amendementen blijkt deze discussie. Als argument tegen kan worden gesteld dat de ontwikkelvisie destijds op basis van deskundig advies tot stand is gekomen en dat hierover ook participatie heeft plaatsgevonden. Om dat deskundig advies en de participatie serieus te nemen zou je kunnen zeggen dat je je thans aan de ontwikkelvisie moet houden. Ook
blad
8 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
biedt de huidige visie enige zekerheid aan omwonenden en belanghebbenden. Als argument voor de mogelijkheid om af te wijken kan worden gesteld dat we een paar jaar verder zijn, concrete uitwerking van (uitgangspunten van) een visie mogelijk kan botsen met de praktijk, de (markt)omstandigheden zijn gewijzigd en er ook voor dit traject participatie gaat plaatsvinden. Om recht te doen aan de destijds ingeschakelde deskundigheid en het participatietraject en de ontwikkelvisie een bepaalde mate van zekerheid voor de omwonenden en belanghebbenden oplevert, moet de ontwikkelvisie als uitgangspunt worden genomen. Uiteraard is star vasthouden aan uitgangspunten niet wenselijk als tijdens de participatie (ook door onafhankelijke deskundigheid bevestigd) blijkt dat de huidige praktijk daarin enige ruimte vraagt. Formeel betekent dit voor het proces het volgende. De ontwikkelvisie wordt voor wat betreft de ruimtelijke kaders als uitgangspunt genomen voor het ruimtelijke ontwerp en de inrichting van het exploitatiegebied waarop de ontwikkelvisie betrekking heeft. Deze ruimtelijke kaders zullen nader worden ingevuld tijdens het participatietraject en te zijner tijd als randvoorwaarden gelden voor de besluitvorming over de benodigde bestemmingswijziging en vergunningverlening. Exacte locatiebepaling Beslispunten 1c en 2h) ii.
Het college besluit definitief het AZC op Cleene Hooge te situeren binnen de ruimtelijke contouren van de ontwikkelvisie, aan de zijde van de Europalaan. Gelet op de doelgroep van een AZC en de wijze waarop men zich doorgaans verplaatst, te voet of per fiets, is een situering van het AZC zoals geformuleerd in het voorgenomen besluit “binnen de ruimtelijke contouren aan de zijde van de Europalaan” het meest logisch. Vermeden moet worden dat men over het drukke fietspad langs de Walcherseweg gaat lopen. Dit is onveilig voor zowel de voetgangers als de fietsers. Zoals tijdens omwonendenoverleggen en commissievergaderingen is aangegeven, is binnen de grote cirkel (zie bijlage 2) wel ruimte om in het participatietraject de exacte locatie te bepalen. Ontsluiting Beslispunt 2h) i. “Waarborg dat het Laurens Stommespad en de Cleene Hoogeweg de huidige functie van fiets/voetgangerspad behoudt.
Ook tijdens de bouw.” “Borg dat in het participatieproces de wijze van de verkeersontsluiting onderwerp van discussie is, waarbij de optie om de Europalaan niet als hoofdverkeersontsluiting te gebruiken ook betrokken wordt.” “De ontsluiting voor zowel bouw als het algemene gemotoriseerde verkeer in het gebied van de Cleene Hooge wordt onderwerp van de participatie in de trede van coproductie.” De definitieve ontsluiting is onlosmakelijk verbonden met de grootte en de aard van de ontwikkeling van het gehele gebied, zowel waar het gaat om het gebied van de ontwikkelvisie als wanneer het gaat om het gehele gebied van de Cleene Hooge in eigendom van de gemeente. Als er enkel sprake is van een AZC en verdere bebouwing van Cleene Hooge niet of voorlopig niet aan de orde is, is dat van invloed op het besluit over de ontsluiting.
blad
9 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
Naast de belangen van omwonenden, hebben onder andere ook het programma van eisen van het COA en de verkeersveiligheid invloed op de ontsluiting. Uit bovenstaande blijkt dat er op dit moment nog te veel onduidelijkheden zijn waardoor het niet mogelijk is nu al definitief te besluiten over (onderdelen van) de ontsluiting. De wijze van ontsluiting tijdens en na de bouw wordt een thema voor de participatie. De kaders en de participatiegraad worden in het startgesprek met de raad bepaald, zo mogelijk met in acht neming van besluitvorming over de woningbouwlocaties. Voor de volledigheid wordt, naar aanleiding van het betreffende amendement, opgemerkt dat het Laurens Stommespad en de Cleene Hoogeweg niet alleen toegankelijk zijn voor voetgangers en fietsers, maar al vele jaren eveneens voor bestemmingsverkeer (acht woningen, landbouwverkeer, schapenboer). “Borg dat het duurzame karakter van de te bouwen opvanglocatie niet alleen tot uitdrukking komt in de levensduur, maar ook in de manier waarop gebouwd wordt; bij voorkeur circulair en met inachtneming van andere kwaliteit- en duurzaamheidsoverwegingen.” Het COA wil zijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk maken en waar mogelijk bijdragen aan het milieu.
Dit is uitgewerkt in 5 thema’s: -circulariteit -energieverbruik -hernieuwbare energie -vervoer -huisvesting: het duurzaam bouwen en beheren van gebouwen, en het vergroten van biodiversiteit op locaties. Thema: Financiën en veiligheid Beslispunt 2e. “Zorg vooraf voor een duidelijk veiligheidsplan & -protocol met afdwingbare consequenties”. Op de huidige locatie vindt veiligheidsoverleg plaats en zijn de lijnen kort tussen COA, politie en gemeente. Dat werkt goed. Desondanks is het een goed idee om een veiligheidsplan te laten vaststellen, dan zijn de afspraken voor iedereen duidelijk en transparant. Het veiligheidsplan komt tot stand door een samenwerking tussen het COA, de gemeente Middelburg (afdeling veiligheid) en politie/hulpdiensten en is mede gebaseerd op input vanuit het participatieproces. Het plan treedt in werking na goedkeuring en vaststelling door de burgemeester, als bestuurlijk verantwoordelijke voor het onderwerp veiligheid. Beslispunt 2f. “Organiseer structureel overleg met inwoners/omwonende en het COA.” Op de huidige locatie vindt op regelmatige basis (in de beginjaren wat frequenter dan nu) overleg tussen COA en de omwonenden plaats. De gemeente is daarbij aanwezig. Het overleg vindt primair plaats tussen COA en de omwonenden, omdat het COA verantwoordelijk is voor de opvang.
Het college gaat een omwonendenoverleg voor de nieuwe locatie borgen in de bestuursovereenkomst.
blad
10 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
Thema: Participatie vervolgproces Kaders participatieproces Beslispunten 10 en 11. “Doorloop een voorproces waarin inwoners en de raad invulling geven aan de kaders voor het participatieproces. Vorm aan de hand van deze kaders een startnotitie voor het participatieproces.” “Geef in de startnotitie per onderdeel aan welke trede van de participatieladder toegepast wordt. Hanteer bij inhoudelijke onderdelen minimaal de trede van adviseren. Maak een uiterste inspanning om participatie voor de ruimtelijke invulling op het niveau van coproductie in te steken.” “Laat het participatieproces als eindproduct een set randvoorwaardelijke kaders opleveren waarbinnen het COA de nieuwe opvanglocatie dient te realiseren.” Na het definitieve besluit tot locatiekeuze gaat het participatietraject van start. De eerste mijlpaal daarin is het startgesprek met de raad. Ter voorbereiding op dit startgesprek worden de onderwerpen voor de participatie bij de omwonenden en belanghebbenden gecheckt. Vervolgens wordt input verzameld voor de kaders. Dat kunnen wettelijke of budgettaire kaders zijn, maar bijvoorbeeld ook kaders die voortkomen uit het programma van eisen van het COA en uit de ontwikkelvisie. Het totaalpakket gaat naar de raad en is onderwerp van gesprek tijdens het startgesprek. Dit gesprek vindt plaats onder begeleiding van een externe gespreksleider en een externe participatieadviseur.
Daar zullen ook de niveaus per onderwerp worden bepaald. Ook wordt in het startgesprek gesproken over op welke manier en met welke belanghebbenden geparticipeerd wordt. Naast omwonenden, huidige belanghebbenden en betrokkenen uit het eerdere participatietraject voor de ontwikkelvisie, is in elk geval ook het COA een deelnemer aan het participatietraject. Het COA is niet slechts de eindontvanger van een set randvoorwaardelijke kaders, maar heeft zelf ook inbreng in het participatieproces, met name aan de voorkant bij de kadering van de onderwerpen. Als het COA niet aan de voorkant wordt betrokken kan zij worden geconfronteerd met randvoorwaardelijke kaders waaraan zij geen uitvoering kan geven. Voor vertrouwen in het participatietraject en het kunnen opvolgen van de uitkomsten is transparantie over ieders (on)mogelijkheden aan de voorkant van belang. Aanvullend op vorenstaande stelt het college voor de ervaringen van de omwonenden van de huidige locatie te betrekken in het participatieproces. Begeleiding participatie Beslispunt 2k.
“Neem voor het participatieproces een extern bureau, met ervaring in participatieprocessen, in de arm die dit proces gaat begeleiden en de rol van externe gespreksleider zal vervullen.” De gemeente blijft de verantwoordelijke van het participatietraject, maar zal het traject laten begeleiden door een externe partij met ervaring in participatieprocessen. We besluiten daarom conform deze wens. NB. Tijdens de inspraak is door een belanghebbende aangegeven dat met de invoering van de Omgevingswet de gemeenteraad buiten spel wordt gezet. Het belang van onderhavig proces is evident en daarbij past het niet om de gemeenteraad geen rol te geven. Het college blijft de gemeenteraad pro-actief informeren en betrekken bij iedere besluitvorming met betrekking tot het nieuwe AZC. Vandaag (14 november) worden omwonenden en belanghebbenden via een huis-aan-huis brief geïnformeerd. Daarnaast zal het besluit via de gebruikelijke kanalen worden gepubliceerd en wordt een persbericht verzonden.
blad
11 van 11 onderwerp
Definitieve locatiekeuze nieuw AZC
In de periode na de besluitvorming wordt gestart met de voorbereidingen voor het startgesprek met uw raad zoals in dit voorstel beschreven: een conceptnota met daarin in elk geval de participatiethema’s, -kaders en niveaus opstellen en deze thema’s voorafgaand toetsen bij omwonenden, belanghebbenden en het COA. Het streven is om in januari 2024 het eerste startgesprek met uw raad te houden. Zowel het COA als de gemeente starten met de benodigde voorbereidingen voor het ontwikkelingsproces. Bijlagen: 1. Kaartje met contouren ontwikkelgebied. 2. Kaartje met contouren ontwikkelgebied en zoekcirkel locatie AZC. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris de burgemeester
mr. A. van den Brink
mr. H.M. Bergmann