CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPAST 22-096 Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen def 15jr

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Herziene exploitatieopzet flexwoningen Stromenpoort (22-096 RM) - aangepast25.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er zijn in de directe omgeving van het onderzoeksgebied verschillende vondstmeldingen bekend in Archis3 (de landelijke database van onderzoeken en vondstmeldingen). (zie figuur 4) Net ten westen van het plangebied heeft de WAD in 2010 en 2011 een bureauonderzoek, booronderzoek en een archeologische begeleiding van de aanleg van een fietspad en nieuwe sloot uitgevoerd. (zaaknummers 2296061100 en 2320799100) Er zijn hierbij geen archeologische vindplaatsen gevonden. 11

Fig. 5 Uitsnede van de Archeologische waarden- en verwachtingskaart Walcheren 2016 met het onderzoeksgebied rood omlijnd. Archeologische waarden: in groen voormalige buitenplaatsen; blauw gearceerde cirkel: archeologische vindplaatsen (op basis van vondstmelding Archis). Archeologische verwachtingswaarden: in beige gebied met middelhoge en in roze hog verwachtingswaarden op basis van bodemkaart Bennema en van der Meer 1952; grijs is onderzocht: geen verder onderzoek. Noorden is boven.

Fig. 6 Plangebied (lichtgroen op kadastrale minuut 1832 (bron Kaart Cultuurhistorie Zeeland).

12

Fig. 7 Het plangebied (lichtgroen) op het Bonneblad 1944. (Bron Kaart cultuurhistorie Zeeland)

Op de topografische kaart van 1949 blijkt de Watergang tegen die tijd niet meer zo gepronunceerd in het landschap aanwezig en is deze bij de naoorlogse verkaveling deels opgenomen in het slotensysteem.

een lage verwachting op archeologische resten uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Het oostelijk deel van het onderzoeksgebied is gelegen ter hoogte van een poelgebied met onderliggend veen. Daar waar de top van het onderliggend veen bewaard is, kunnen archeologische resten uit de ijzertijd en/ of de Romeinse tijd aanwezig zijn. Deze kans is niet groot, omdat de bodemkarteerders Bennema en Van der Meer op hun bodemkaart hier met een arcering hebben aangegeven dat het veen weg gegraven is (zogenaamde moernering). Alleen centraal en aan het oostelijke uiteinde van het onderzoeksgebied zou volgens hen nog intact veen over een klein oppervlak aanwezig zijn.

Op een luchtfoto uit 1959 is te zien dat er nog meer verkaveling heeft plaats gevonden. (geoweb Zeeland) De loop van de oude watergang is niet meer duidelijk aanwezig. Een afbeelding van een uitsnede van het AHN heeft weinig zien. Vandaag de dag ziet het er nogal uitgevlakt uit.

3.4 Verstoringen

- In het westelijke uiteinde van het onderzoeksgebied zijn volgens dezelfde bodemkaart uit 1952 afzettingen behorende bij een smalle kreekgeul te verwachten. De kans bestaat dat vanaf de middeleeuwen hier menselijke activiteit heeft plaatsgevonden, waarvan nog archeologische resten terug te vinden zijn. In de lager gelegen poelgronden is de kans hierop veel kleiner.

Buiten de door Bennema en Van der Meer waargenomen middeleeuwse moernering zijn uit het bureauonderzoek geen verstoringen gebleken.

3.5 Specifiek verwachtingsmodel Het bureauonderzoek resulteert in de opstelling van volgend verwachtingsmodel voor het plangebied:

- Dwars door het onderzoeksgebied heeft de oude Vlissingse Watergang gelopen. Deze is na de oorlog

- in de ondergrond van het onderzoeksgebied rust 13

Fig. 8 Het plangebied (lichtgroen) op de bodemkaart van Bennema en Van der Meer (1952) met de geplande boringen

Fig. 9 Het plangebied (lichtgroen) op de bodemkaart van Bennema en Van der Meer (1952) met de geplande boringen met hun coördinaten.

Fig. 10 Het onderzoeksgebied (lichtgroen) op de kadastrale kaart 1832. (Bron CHS Zeeland) Noorden is boven.

14

gedempt. Het grondspoor zal nog aanwezig zijn.

de bodemkaart op de locatie van de watergang of anders ter bevestiging van de moernering, boring 3 volgens de kadastrale minuut 1832 op de plaats van de watergang, boring 4 en 6 volgens de bodemkaart op de locatie van aanwezigheid van intact veen en boring 5 op de locatie van moernering.

- Op de geraadpleegde oude kaarten zijn binnen het onderzoeksgebied verder geen structuren of bouwwerken aangegeven. De verwachting op archeologie uit de Nieuwe tijd is daarom laag.

- de boringen zijn te zetten met een Edelmanboor, diameter 7 cm, tot een diepte van ca. 1 meter en vanaf daar door te zetten met de gutsboor, diameter 3 cm. In de regel worden de boringen doorgezet tot de onderkant van het pakket Hollandveen, tot in de top van het Laagpakket van Wormer.

3.6 Vraagstelling en onderzoeksmethode voor het booronderzoek De vraagstelling van het onderzoek is erop gericht om bovenstaand verwachtingsmodel te toetsen. Is in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied het veen inderdaad gemoerneerd en op twee plekken nog intact? Is de top van de kreekafzettingen in het westen nog intact? En zijn er aanwijzingen dat archeologische resten uit zowel de ijzertijd, de Romeinse tijd, als uit de middeleeuwen aanwezig (kunnen) zijn? De specifieke onderzoeksvragen zijn in hoofdstuk 1 al opgeschreven en worden in hoofdstuk 5 herhaald en beantwoord.

- Wordt in een boring een intact veenpakket aangeboord, dan worden enkele boringen rond deze boring gezet om te controleren of hier sprake is van een zogenaamd ‘veendammetje’ tussen moerneringskuilen of van een zogenaamd veeneiland. Met de onderzoeken in Ellewoutsdijk in het achterhoofd kunnen deze veeneilanden heel goed ook locaties zijn, waar de middeleeuwer om de resten van Romeinse boerderijen is gestuit. Dit veen zal voor hem te vuil zijn geweest. (Sier 2003)

De onderzoeksmethode is als volgt uitgedacht: - op basis van de projectie van het plangebied op de bodemkaart uit 1952 en op de kadastrale minuut van 1832 zijn zes boringen gepland. Boring 1 ter hoogte van de kreekafzettingen, boring 2 volgens

Kaart/luchtfoto

Periode

Visscher-Roman Hattinga Kadasterkaart Bonneblad Topo kaart Luchtfoto Luchtfoto

1680 1750 1832 1944 1949 1959 heden

- Mocht sprake zijn van een veeneiland, dan hanteert de WAD de regel dat hier ook een proefsleuf wordt gegraven.

Indicator Opmerkingen nee nee nee nee nee nee nee

Naast oude Vlissingse Watergang verder niets Naast oude Vlissingse Watergang verder niets Naast oude Vlissingse Watergang velden met slootjes Naast oude Vlissingse Watergang velden met slootjes Na verkaveling watergang deels opgenomen in slootsysteem akker- en weidegrond

15

4.

Resultaten archeologisch veldonderzoek

4.1 Inleiding en methode op 0,95 m -NAP.

Om het verwachtingsmodel te toetsen zijn op de onderzoekslocatie zes grondboringen gepland. (Fig. 8, 9 en 10) Hierboven is de argumentatie achter de bepaling van de plaats waar we de boringen hebben gezet. In het veld zijn de boorlocaties met het GPS uitgezet. Alleen boring zes hebben we een meter naar het westen verschoven, omdat op de oorspronkelijk locatie ondoordringbaar puin aanwezig was.

In de boring 3 is boven het dunne laagje veen sprake van wat wij interpreteren als slootvulling. Het gaat om sterk siltige, sterk humeuze klei; rommelig en vuil. Hier kan de oude Vlissingse Watergang zijn aangeboord. In boring 4 lijken we een uitloop van de oever van deze watergang aangeboord te hebben. Bij de boringen 2, 5 en 6 is sprake van een pakket opgebrachte kleigrond. De top van het bodemprofiel in alle boringen bestaat uit recent opgebrachte zandige grond met ook veel puin en ander afval erin.

De boringen zijn alle aangezet tot een diepte van 0,90 - 1,00 m onder maaiveld met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Daarna is overgegaan op de gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn doorgezet tot in de afzettingen van het Laagpakket van Wormer of, als dit sediment was weg geslagen door latere kreekactivitiet, tot een diepte tussen 2,10 3,00 m onder maaiveld. (zie bijlage 1 boorstaten)

Alleen boring 1 heeft onder deze laatste opgebrachte zandige grond geen kleiige afzettingen maar zwak siltige zand afzettingen die behoren bij een voormalige kreek. Dit komt overeen met de bodemkaart uit 1952. (zie fig. 8 en 9).

Het veldteam bestond uit B. Silkens, B. Meijlink en J. Vogel. Beschrijver van de boorkernen is B. Silkens, hierin bijgestaan door B. Meijlink.

4.3 Vondstmateriaal

Elke boring is individueel uitgezet met GPS. Hiervoor maakt de WAD gebruik van een jaarlijks gekeurd GPS. Netwerk, onderhoud en keuring worden geleverd door het bedrijf LNR Globalcom.

Er zijn in de boringen geen vondsten gedaan.

4.2 Stratigrafie Het maaiveld ter hoogte van de boringen ligt tussen 0,58 en 0,279 m - NAP. Het bodemprofiel dat we op basis van de boringen kunnen reconstrueren is behoorlijk eenduidig. Zie ook de boorstaten in bijlage 1. Tussen 2,30 en 2,80 m -NAP is in de boringen 2 tot en met 6 de top van het Laagpakket van Wormer aan geboord, tussen 3,08 en 3,66 m -NAP. Hierboven lag in dezelfde boringen nog een restant met ca. 10 cm dikte van het oorspronkelijke pakket van Hollandveen. Alleen in boring 3 was nog een restant met een dikte van 18 cm over. Boven het restant Hollandveen bevond zich in de boringen 2 tot en met 6 de matig siltige kleiige opvulling van moerneringskuilen. De bovenkant van deze vullingen varieerde per boring aangezien latere ingrepen de top van het bodemprofiel danig hebben verstoord. In boring 2 ligt de bovengrens van de moerneringskuilvulling op 0,70 m -NAP, in boring 4 op 1,20 m -NAP, in boring 5 op 1,00 m -NAP en in boring 6 16

5. Conclusies, waardestelling en selectieadvies 5.1 Algemeen Zoals ook in het Plan van Aanpak (PvA) is gemeld heeft dit onderzoek plaats gevonden in het kader van het realiseren van tijdelijke huisvesting aan Het Zwin 5-7 te Middelburg. De ligging van het onderzoekgebied is weergegeven in de figuren 1 en 2.

Het doel van het booronderzoek was om dit verwachtingsmodel te toetsen ten behoeve van het advies voor eventuele vervolgstappen, zie hieronder paragraaf 5.4. De vraagstelling hierbij was te onderzoeken of het bodemprofiel correspondeert met de verwachting, namelijk in grote delen verstoord door moernering en op enkele plaatsen nog intact.

Vanwege de slappe ondergrond zal voor deze huisvesting toch een fundering aangebracht moeten worden. Volgens het Walchers archeologiebeleid en het bestemmingsplan moet deze ontwikkeling worden voorafgegaan door een verkennend archeologisch onderzoek. Dit rapport bevat de resultaten van het uitgevoerde bureauonderzoek en het verkennende booronderzoek (IVO-O boringen).

Teruggrijpend op het PvA heeft bij het booronderzoek een kleine wijziging plaats gevonden. Boring 6 is ongeveer een meter naar het westen verplaatst. Op de oorspronkelijke plek bevond zich ondoordringbaar puin.

Op basis van het bureauonderzoek is het volgende specifieke verwachtingsmodel opgesteld (zie paragraaf 3.5):

5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen Om het doel van het onderzoek te bereiken en de vraagstelling te beantwoorden zijn de hieronder vermelde onderzoeksvragen in het PvA opgesteld. Zij kunnen als volgt beantwoord worden.

- in de ondergrond van het onderzoeksgebied rust een lage verwachting op archeologische resten uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Het oostelijk deel van het onderzoeksgebied is gelegen ter hoogte van een poelgebied met onderliggend veen. Daar waar de top van het onderliggend veen bewaard is, kunnen archeologische resten uit de ijzertijd en/ of de Romeinse tijd aanwezig zijn. Deze kans is niet groot, omdat de bodemkarteerders Bennema en Van der Meer op hun bodemkaart hier met een arcering hebben aangegeven dat het veen weg gegraven is (zogenaamde moernering). Alleen centraal en aan het oostelijke uiteinde van het onderzoeksgebied zou volgens hen nog intact veen over een klein oppervlak aanwezig zijn.

Specifiek gelden de volgende onderzoeksvragen:

Kan er op basis van de boringen een degelijk bodemprofiel worden opgemaakt? Hoe ziet het bodemprofiel eruit? Voor een gedetailleerde beschrijving zie hierboven pargraaf 4.2. In de boringen 2 tot en met 6 is een behoorlijk verstoord bodemprofiel te zien. In de boringen 2, 5 en 6 is sprake van opgevulde moerneringskuilen boven nog een dun restje Hollandveen. In boring 3 en 4 lijkt de oude Vlissingse Watergang aangeboord te zijn. In beide boringen rest ook nog maar een dunne laag veen.

- In het westelijke uiteinde van het onderzoeksgebied zijn volgens dezelfde bodemkaart uit 1952 afzettingen behorende bij een smalle kreekgeul te verwachten. De kans bestaat dat vanaf de middeleeuwen hier menselijke activiteit heeft plaatsgevonden, waarvan nog archeologische resten terug te vinden zijn. In de lager gelegen poelgronden is de kans hierop veel kleiner.

In boring 1 is sprake van zandige kreekafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. In alle boringen bestaat de bovenkant van het profiel uit opgebrachte grond.

- Dwars door het onderzoeksgebied heeft de oude Vlissingse Watergang gelopen. Deze is na de oorlog gedempt. Het grondspoor zal nog aanwezig zijn.

Welke verschillende stratigrafische verwachtingsniveaus zijn nog intact aanwezig en welke niet?

- Op de geraadpleegde oude kaarten zijn binnen het onderzoeksgebied verder geen structuren of bouwwerken aangegeven. De verwachting op archeologie uit de Nieuwe tijd is daarom laag.

Geen. De top van het Hollandveen is in alle boringen weg. In boring 1 lijkt de top van de kreekafzetting ook 17

geërodeerd. Onder de opgebrachte grond ontbreekt de oude bouwvoor.

middeleeuwen hier ook niet meer te verwachten zijn.. Om bovenstaande reden adviseren we geen vervolgstappen binnen het archeologisch onderzoeksproces en daarmee de geplande ontwikkeling van het terrein vrij te stellen van verder onderzoek.

• Zijn archeologische vondsten aangetroffen in de boorkernen of bij de terreininspectie? Zo ja, kunnen er uitspraken gedaan worden over de aard, datering en mate van conservering? Er zijn geen archeologische vondsten van belang gedaan.

Daarnaast luidt ons advies om de dubbelbestemming Waarde Archeologie binnen het plangebied te laten vervallen.

• Kan er een uitspraak gedaan worden over de conservering van paleo-ecologische resten? De beide bodemniveaus van archeologisch belang, de top van het Hollandveen en de top van de kreekafzettingen, zijn verdwenen, daarmee ook de eventuele paleo-ecologische resten.

5.3 Waardestelling & selectieadvies Wat is de waardering (volgens de waarderingstabel KNA versie 4.1 VS06) van de vindplaatsen? Waardestelling is niet van toepassing omdat er geen vindplaatsen zijn aangeboord.

- Welke vervolgstappen worden geadviseerd? Er worden geen vervolgstappen binnen het onderzoeksproces geadviseerd. Het onderzoek maakt duidelijk dat de kans heel klein is dat er nog archeologische vindplaatsen in goede staat in de ondergrond aanwezig zijn. Daarnaast luidt het advies om ter hoogte van het plangebied de dubbelbestemming Waarde Archeologie te laten vervallen.

5.4 Conclusies en aanbevelingen Het bureauonderzoek en het booronderzoek hebben aangetoond dat ter hoogte van het plangebied de kans op het aanwezig zijn van archeologische vindplaatsen erg klein is. In het overgrote deel van het plangebied is door moernering het onderliggende veenpakket bijna volledig weg gegraven. Daarnaast is er ook de oude Vlissingse watergang door het veenpakket gegraven. Met het verdwijnen van de top van het Hollandveen zijn ook eventuele resten uit de ijzertijd en/of Romeinse tijd verdwenen. In het westen van het plangebied sprake van zandige kreekafzetting. Hiervan lijkt de top ook geërodeerd, waardoor de kans op archeologische resten vanaf de 18

Lijst afbeeldingen en tabellen Fig. 1 Het plangebied op de topografische kaart en de luchfoto. Fig. 2 Het onderzoeksgebied op de topografische kaart GBKN. Fig. 3 Het onderzoeksgebied groen omlijnd op een uitsnede van de Bodemkaart van Walcheren 1952 (Bennema en Van der Meer 1952) Fig. 4 Overzichtkaartje uit Archis 3 met onderzoeken en vondstmeldingen. Fig. 5 Uitsnede van de Archeologische waarden- en verwachtingskaart Walcheren 2016 Fig. 6 Plangebied op kadastrale minuut 1832 (bron Kaart Cultuurhistorie Zeeland). Fig. 7 Het plangebied op het Bonneblad 1944. (Bron Kaart cultuurhistorie Zeeland Fig. 8 Het plangebied op de bodemkaart van Bennema en Van der Meer (1952) met de geplande boringen Fig. 9 Het plangebied op de bodemkaart van Bennema en Van der Meer (1952) met de geplande boringen met hun coördinaten. Fig. 10 Het onderzoeksgebied op de kadastrale kaart 1832. (Bron CHS Zeeland)

19

Literatuur Bennema J. & K. Van der Meer, 1952, De Bodemkartering van Nederland. Deel 12, De bodemkartering van Walcheren, Verslagen van landbouwkundige onderzoekingen No. 58.4, Stichting voor Bodemkartering/ Ministerie voor Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, ‘s-Gravenhage Meijlink, B. 2022 Plan van Aanpak PvA MIDD_022_002, versie 17-05-2022 Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019 Rummelen, F.F.F.E. van, 1972: Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland, 1: 50.000, blad Walcheren. Rijks Geologische Dienst. Haarlem, 120 Sier, M. 2003, Ellewoutsdijk in de Romeinse tijd, ADC Rapport 200, Amersfoort Vos, P., 2015, Origin of the Dutch Coastal Landscape, Deltares Utrecht Vos, P. & R.M. Van Heeringen 1997: Holocene geology and occupation history of the Province of Zeeland. In: Fischer, M.M. 1997: Holocene evolution of Zeeland (SW Netherlands), Haarlem (Mededelingen NITG-TNO, 59)

20

BIJLAGEN

21

Bijlage 1 Boorstaten

Rapportage Archeologisch Booronderzoek

Project: Het Zwin 5-7 Middelburg MIDD_022_002 Plaats: Middelburg Gemeente: Middelburg Opdrachtgever:

Gemeente Middelburg

Kaartblad: OM-nummer: Bepaling Locatie: Bepaling Maaiveldhoogte:

65D 5262687100 Dgps Dgps

Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort

Silt Humus Grind

Boring: 1

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30711.00

Y: 389535.00

Z: -0.73

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig stevig Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 80 -mv NAP: -1.53 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig slap Geel-Grijs Recent, verstoord 95 -mv NAP: -1.68 Aard ondergr.:

Geleidelijk

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig siltig Stevig Grijs Recent, verstoord 100 -mv NAP: -1.73

Geleidelijk

Boortype: Edelman 7

Aard ondergr.:

Lithologie: Zand, zwak siltig Matig slap Licht Grijs Kalkrijk Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Kreek Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekrugafzettingen Ondergrens: 130 -mv NAP: -2.03 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie: Zand, zwak siltig Slap Grijs Kalkrijk Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Kreek Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 210 -mv NAP: -2.83

Kreekrugafzettingen Boortype: Edelman 7

Boring: 2

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30746.00

Y: 389539.00

Z: -0.58

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.08 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.08 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.08 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.08 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig zandig Matig humeus Stevig Donker Bruin Bouwvoor Oudere bouwvoor? 70 -mv NAP: -1.28 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig siltig Matig slap Grijs-Bruin Kalkrijk Vulling veenextractiekuil Volledig gereduceerd Moernering rommelige samenstelling, moernering 240 -mv NAP: -2.98 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, zwak zandig Normaal Bruin Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 250 -mv NAP: -3.08 Aard ondergr.: Lithologie: Klei, sterk siltig Blauw-Grijs Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 280 -mv NAP: -3.38

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Boortype: Steekguts 3

Boring: 3

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30760.00

Y: 389518.00

Z: -0.77

Lithologie: Ondergrens:

Zand, matig siltig 50 -mv NAP: -1.27

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Sterk humeus Donker Grijs Kalkarm Slootvulling , humeuze band op 115, rommelig, brokken steviger klei afwisseling 240 -mv NAP: -3.17 Aard ondergr.: Scherp Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, zwak zandig Bruin Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 258 -mv NAP: -3.35

Aard ondergr.:

Aard ondergr.:

Scherp

Scherp

Lithologie: Klei, uiterst siltig Zeer slap Blauw-Grijs Opmerking: Spoelt uit boring Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 300 -mv NAP: -3.77

Boring: 4

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Boortype: Edelman 7

Boortype: Steekguts 3

Boortype: Steekguts 3

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30795.00

Y: 389522.00

Z: -0.94

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.44 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig zandig Matig stevig Bruin-Grijs Gevlekt-gevlekt Slootvulling HK, bst spikkels Vuil, verrommeld, bst spikkels 120 -mv NAP: -2.14 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Ondergrens:

Klei, matig zandig Stevig Grijs-Bruin Vulling veenextractiekuil Moernering 220 -mv NAP: -3.14 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, zwak zandig Normaal Bruin Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 230 -mv NAP: -3.24 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Klei, sterk siltig Slap Blauw-Grijs Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 287 -mv NAP: -3.81

Boortype: Steekguts 3

Boring: 5

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30811.00

Y: 389500.00

Z: -0.86

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig humeus Matig slap Donker Bruin-Grijs Opgebrachte grond Recent, verstoord 50 -mv NAP: -1.36 Aard ondergr.: Scherp

Lithologie: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig zandig Matig humeus Matig stevig Bruin-Grijs Gevlekt-gevlekt HK, bst spikkels Vuil, verrommeld, bst spikkels 100 -mv NAP: -1.86 Aard ondergr.: Scherp Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Ondergrens:

Klei, matig siltig Stevig Bruin Vulling veenextractiekuil Moernering 270 -mv NAP: -3.56

Boortype: Edelman 7

Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Veen, zwak zandig Normaal Bruin Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 280 -mv NAP: -3.66 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Klei, sterk siltig Blauw-Grijs Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 290 -mv NAP: -3.76

Boring: 6

Project:

Datum: 25-5-2022 Maaiveld: braak

Beschrijver: B. Silkens

Boortype: Steekguts 3

Het Zwin 5-7 Middelburg X: 30846.00

Y: 389490.00

Z: -0.59

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, matig siltig Matig slap Bruin-Grijs Opgebrachte grond "Recent, verstoord 10 -mv NAP: -0.69 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Los Geel Opgebrachte grond 35 -mv NAP: -0.94

Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:

Klei, matig zandig Matig stevig Bruin Opgebrachte grond Bst brok Recente brol 75 -mv NAP: -1.34 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Ondergrens:

Klei, zwak zandig Stevig Bruin 95 -mv NAP: -1.54 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Archeologie: Ondergrens:

Klei, matig siltig Matig stevig Licht Grijs-Bruin Moernering 250 -mv NAP: -3.09 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, zwak zandig Normaal Bruin Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 260 -mv NAP: -3.19 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Klei, sterk siltig Blauw-Grijs Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 290 -mv NAP: -3.49

Boortype: Steekguts 3

Bijlage 2. Afkortingenlijst AFKORTINGENLIJST

Algemeen Vondstmateriaal/inclusies aav aanleg vlak aw aardewerk mn mangaan afw afwerking bot bot fo fosfaat inh inhoud bst baksteen sch schelp sp spoor bw bouwmateriaal slk slak verz verzamelwijze hk houtskool vst vuursteen vnr vondstnummer ker keramiek Fe ijzer vul vulling ma monster algemeen Ca kalk wp werkput met metaal plt plantenresten mv maaiveld nst natuursteen Sporen Vorm Lithologie/Textuur bv bouwvoor lin lineair k klei gr greppel onr onregelmatig s silt kl kuil o ovaal z zand lg laag rh rechthoekig V veen pg paalgat vk vierkant pgk paalgatkuil pk paalkuil s scherp 1-4 licht-sterk rec recent g geleidelijk Kleur bl blauw gro groen l licht br bruin ro rood d donker ge geel wi wit gr grijs zw zwart or oranje Bodemhorizont XXX onbekend BASV Basisveen BV bouwvoor HOLV Hollandveen HOLVAAR Veraard Hollandveen KREEK kreekvulling

MOER PLEI REC WALC WORM

gemoerneerd Pleistoceen dekzand Recente verstoring Laagpakket van Walcheren Laagpakket van Wormer

Aardewerk bg blauwgrijs aardewerk (Elmpt, Paffrath en aanverwante baksels) g grijsbakkend aardewerk kp kogelpot aardewerk pi Pingsdorf aardewerk r roodbakkend aardewerk s steengoed wm Witbakkend Maaslands aardewerk

23

Stikstofonderbouwing huisvesting statushouders het Zwin Middelburg 1. Aanleiding

De gemeente Middelburg is voornemens aan het Zwin in Middelburg (figuur 1) een tijdelijke voorziening te realiseren voor statushouders en spoedzoekers. Daartoe worden vijf prefab gebouwen geplaatst, die voorheen onderdeel waren van het AZC te Goes. De gebouwen worden voor hergebruik all-electric gemaakt met behulp van een airco-unit in de verblijfsruimten, een boiler met naverwarmer voor tapwater, een WTW-unit voor ventilatie en zonnepanelen voor duurzame opwekking. De vijf gebouwen omvatten in totaal 52 eenheden, verdeeld in 40 eenheden met 2 kamers en 12 eenheden met 3 kamers.

Figuur 1. Plangebied

Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is nodig op grond van artikel 2.7 lid 2 van deze Wet: “Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.” Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied leidt niet per definitie tot een significant verstorend effect op soorten of tot een significante verslechtering van natuurlijke habitats gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. Getoetst zal worden aan het wetsartikel.

Stikstofonderbouwing het Zwin Middelburg - 1

2. Uitgangspunten

In eerste aanleg wordt getoetst of de beoogde situatie en/of de realisatiefase leidt tot een significante toename van stikstof op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Pas als er sprake is van een dergelijke significante toename wordt ook de referentiesituatie in de beschouwing betrokken. Bij dit project kan stikstof vrijkomen op grond van vier mogelijke bronnen: In de gebruiksfase: A. De toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie met gemotoriseerd vervoer; B. De toename van de verwarming en koeling van het gebouw met gas (of olie); In de realisatiefase: C. Het gebruik van zwaar materieel bij de verbouwing. D. Bouwwerkzaamheden, bijvoorbeeld aan- en afvoer van materiaal en werklui. In de beoogde situatie, zonder rekening te houden met de referentiesituatie: A. Neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie toe als gevolg van de bewoning. Worst case uitgaande van de kentallen voor huurappartementen midden/goedkoop (inclusief sociale huur) in de rest van de bebouwde kom in een stedelijke gemeente, geeft uitgave 381 van het CROW een verkeersgeneratie van 3,2 tot 4 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Gerekend wordt met het gemiddelde, zodat er sprake is van 187 verkeersbewegingen (52 * 3,6). B. Is er geen sprake van stikstofuitstoot als gevolg van verwarming en koeling, omdat de gebouwen all-electric worden gemaakt.

In Aerius is de situatie ingegeven dat 187 verkeersbewegingen per etmaal worden verwerkt. Op grond van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering is het niet langer nodig ten behoeve van de vergunning een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. In het geval van bouw, sloop en eenmalige aanleg is duidelijk dat het per definitie om een tijdelijke activiteit gaat. In dit geval is de bouwactiviteit ook nog beperkt, omdat het gaat om prefab woningen die ter plaatse worden gemonteerd. Er is sprake van een korte bouwtijd en het vervoer van en naar de locatie leidt tot de meeste uitstoot. Worst case is aan de Aeriusberekening toegevoegd dat er 52 transporten met zwaar vervoer (104 bewegingen) nodig zijn om de units te plaatsen. De verkeersbewegingen dienen te worden bepaald tot de locatie, waar verondersteld mag worden dat het extra verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Vaste jurisprudentie laat zien dat een provinciale weg in ieder geval als dergelijke locatie gezien wordt. Het verkeer van en naar de locatie het Zwin gaat via de kruising met verkeerslichten de Stromenweg op en komt vervolgens op de N661, een provinciale weg. Hier gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld.

3. Relevante Natura 2000-gebieden

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende Natura 2000-gebieden gelegen (zie figuur 2): • Westerschelde & Saeftinghe op een afstand van minimaal 3,7 kilometer; • Veerse Meer op een afstand van minimaal 7,5 kilometer; • Manteling van Walcheren op een afstand van minimaal 10,4 kilometer; • Voordelta op een afstand van minimaal 11,8 kilometer; • Vlakte van de Raan op een afstand van minimaal 12,5 kilometer.

Stikstofonderbouwing het Zwin Middelburg - 2

Figuur 2. Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden

4. Conclusie: met zekerheid geen significant negatieve effecten

In Aerius (zie bijlage 1) is de situatie ingevoerd met zowel de realisatiefase (104 bewegingen zwaar vervoer) als de gebruiksfase (187 bewegingen per etmaal) in één jaar. Dit is een overschatting van de situatie. Uit de bijlage blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Daarmee is met zekerheid te stellen dat er geen sprake kan zijn van een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is derhalve niet nodig.

Van Kerkhoff Maatwerk in RO Tilburg, 12 september 2022

Stikstofonderbouwing het Zwin Middelburg - 3

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van Kerkhoff Maatwerk in RO Het Zwin 1, 4335XT Middelburg Huisvesting statushouders Tijdelijke huisvesting statushouders en spoedzoekers

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RXbsHMZwaTh6 12 september 2022, 11:12 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Emissie NH₃ 0,7 kg/j

Emissie NOₓ 9,1 kg/j

Resultaten

Hoogste depositie -

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RXbsHMZwaTh6 (12 september 2022)

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RXbsHMZwaTh6 (12 september 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,7 kg/j

9,1 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RXbsHMZwaTh6 (12 september 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RXbsHMZwaTh6 (12 september 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

-

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RXbsHMZwaTh6 (12 september 2022)

6/6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ontwikkeling locatie t Zwin voor “tijdelijke” huisvesting INHOUD A. B. C. D. E. F G.

blz.

ORGANISATORISCHE EN ALGEMENE GEGEVENS ....................................................... 2 WETTELIJK KADER WET GELUIDHINDER ....................................................................... 2 RUIMTELIJKE- EN FYSIEKE GEGEVENS ........................................................................... 2 VERKEERSGEGEVENS ......................................................................................................... 3 TOEGEPASTE METHODE ...................................................................................................... 3 REKENRESULTATEN ............................................................................................................ 3 CONCLUSIE .............................................................................................................................. 4

Bijlagen: 1. Situatie tekeningen met geluidsbelasting

1

Afdeling Leefomgeving

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ontwikkeling locatie t Zwin voor “tijdelijke” huisvesting A. ORGANISATORISCHE EN ALGEMENE GEGEVENS Opdrachtgever : Burgemeester en wethouders van Middelburg. Uitvoerende instantie : Afdeling leefomgeving. Opsteller : J. Minderhoud. Datum : 26 april 2022. Aanleiding en doel. Onderzoek voor “tijdelijke” woonunits op “T ZWIN voor vestiging migranten is de geluidbelasting op de geprojecteerde woningbouw, veroorzaakt door het wegverkeer, bepaald. B. WETTELIJK KADER WET GELUIDHINDER De geprojecteerde woonunits liggen binnen ligt binnen de zone van de binnenstedelijke weg de Stromenweg en de buitenstedelijke weg de Nieuwe Vlissingseweg. Als het tijdelijk nieuwe woningen betreft hoeft niet getoetst worden aan de Wet geluidhinder en gelden er volgens het bouwbesluit geluidsnormen voor het geluidsniveau in de woningen die 10 dB ruimer zijn dan voor permanente woningen. Als het niet om tijdelijke woningen gaat, zijn deze binnen de zone op grond van de Wgh in principe alleen mogelijk indien doormiddel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting niet hoger is of zal worden dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bij overschrijding van deze norm moeten er zodanige geluidsreducerende maatregelen worden getroffen dat wel aan de 48 dB kan worden voldaan.

In geval er niet aan de gestelde voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan worden voldaan is het op grond van artikel 83 Wgh mogelijk voor de woonunits een hogere waarde te verlenen tot maximaal 63 dB(A) geluid van de Stromenweg en 53 dB voor geluid van de Nieuwe Vlissingseweg. De gemeente heeft hogere waarde beleid vastgesteld. Op basis van dit beleid is voor een inbreidingslocatie eveneens een hogere grenswaarde mogelijk tot maximaal 63 dB. Echter indien de er een hogere grenswaarde nodig is van meer dan 53 dB dient een van de gevels geluidsluw te zijn. C. RUIMTELIJKE- EN FYSIEKE GEGEVENS De situatie tekening geeft een beeld van de ligging van de weg, woningen en overige relevante gebouwen binnen het onderzoeksgebied

2

Afdeling Leefomgeving

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ontwikkeling locatie t Zwin voor “tijdelijke” huisvesting D. VERKEERSGEGEVENS Als maatgevend jaar is voor dit onderzoek uitgegaan van het jaar 2030. De in het onderzoek gehanteerde verkeersintensiteiten voor de Stromenweg en de Grevelingenstraat zijn afkomstig van het door gemeenteraad vastgestelde verkeersmodel 2030 . Tabel 1: Overzicht gehanteerde verkeersgegevens jaargemiddelde Stromenweg

mtv/etmaal 4945

Nieuwe Vlissingseweg 11538/14938

voertuigcategorieën

etmaalperioden

% licht % middelzwaar % zwaar % daguur % avonduur % nacht km/h wegdek 96 1,9 2,1 6,7 3,1 0,9 50 referentiewegdek 96 1,9 2,1 6,7 3,1 0,9 80 referentiewegdek

E. TOEGEPASTE METHODE Het onderzoek is verricht conform het besluit "Reken en Meetvoorschriften Verkeerslawaai 2012 zoals het artikel 102 lid 1 en 2 van de Wet geluidhinder aangeeft. Voor de berekeningen is de "Standaard Rekenmethode 2" gehanteerd. Verder is bij de berekening uitgegaan van: • het jaar 2032 als maatgevend prognosejaar (verkeersonderzoek van Goudappel-Coffeng voor 2030 geïndexeerd met 1,5% geïndexeerd naar 2032); • 5 dB(A) aftrek bij 50 km wegen conform art. 110g Wgh; • verschillende maatgevende waarneemhoogten op alle bouwlagen berekend afhankelijk het type bouw; • de gemeente Middelburg heeft in verband met hogere kosten en snelle slijtage van geluidarmasfalt besloten geen geluidsarmfalt meer toe te passen. • de maximum snelheid op de gehele Stromenweg 50 km/h bedraagt en de maximum snelheid op de Nieuwe Vlissingseweg bedraagt 80 km/h.

F.

REKENRESULTATEN

Uit de berekening blijkt het volgende. Uitgaande van tijdelijk. In geval van tijdelijkheid is de Wgh wat betreft hogere waarde niet van toepassing en moet alleen getoetst worden of aan de 10 dB spoelere norm van het Bouwbesluit kan worden voldaan door het cumulatieve geluid van alle wegen. Standaard geldt een geluidsniveau van 33 dB in de woning en voor een tijdelijke woningen bedraagt deze 43 dB. Zoals uit de bijlage blijkt wordt de gevel langs de Stromenweg, die het meest nabij de Nieuwe Vlissingseweg ligt, het zwaarst belast en bedraagt 60 dB. De minimale geluidsisolatie van de gevel bedraagt volgens het Bouwbesluit 20 dB. Als de gevelisolatie van de units voldoen aan de gestelde eisen in het Bouwbesluit bedraagt het geluidsniveau in de units

3

Afdeling Leefomgeving

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Ontwikkeling locatie t Zwin voor “tijdelijke” huisvesting maximaal 40 dB. Er wordt aan de gestelde eisen voldaan. Wel wordt geadviseerd om te onderzoeken of de geluidsisolatiewaarde gevels van de units aan de gestelde eisen van het Bouwbesluit voldoen. Geen tijdelijk karakter. Indien voornemens is om de woonunits permanent te plaatsen, dan moet getoetst worden of aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh kan worden voldaan voor beide afzonderlijke wegen, na aftrek. Het beoordelingsniveau voldoet afkomstig van de Nieuwe Vlissingseweg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het beoordelingsniveau voldoet afkomstig van de Stromenweg voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het beoordelingsniveau op de naar de Stromenweg gerichte gevel bedraagt maximaal 54 dB en op de zijgevels maximaal 51 dB. De achterzijde is geluidluw. Omdat maatregelen aan de weg financieel niet haalbaar zijn en de gemeente heeft besloten geen geluidarmasfalt toe te passen, omdat deze snel slijten en maatregelen in het overdrachtsgebied niet haalbaar zijn is een hogere grenswaarde van maximaal 54 dB nodig. Tevens kan met standaard gevelisolatie van 20 dB niet aan de gestelde binnenniveau geluidnormen van 33 dB worden voldaan. Hiertoe dient de isolatie van de voorgevel 27 dB en van de 24 voor de zijgevels te bedragen, mits daar verblijfsruimten aan grenzen.

4

Afdeling Leefomgeving

BIJLAGE Berekeningen

Dienst Ruimte Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG Telefoon (0118)67 52 00 www.middelburg.nl

afdeling leefomgeving J. Minderhoud Telefoon (0118)67 52 44 e-mail: j.minderhoud@middelburg.nl

Dienst Ruimte

Afdeling Ruimtelijk beleid

GEMEENTE MIDDELBURG

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling ‘Het Zwin, te Middelburg’

1

gemeente titel

Project Status Datum

Middelburg Aanmeldnotitie vorm vrije m.e.r.- beoordeling voor het realiseren van 52 tijdelijke woonunits ‘Het Zwin’ VH4040 C0-01 2022

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

INHOUD 1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Achtergrond 1.3 Waarom een vormvrije m.e.r-beoordeling? 1.4 Doel van een vormvrije m.e.r-beoordeling 1.5 Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrij m.e.r.-beoordeling

1 1 1 1 2 3

2.

BESCHRIJVING INITIATIEF, PROJECTGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Projectbeschrijving 2.3 Gevoelige gebieden

4 4 4 4

3.

POTENTIËLE EFFECTEN 3.1 Beoordeling

5 5

4.

CONCLUSIE

9

0

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het bevoegde gezag van de gemeente Middelburg dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke c.q. significante milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.- beoordeling volstaat.

1.2

Achtergrond Voor de gronden van het projectgebied vigeert het bestemmingsplan “Stromenwijk”. Ofschoon deze gronden reeds mede voor onzelfstandige woondoeleinden kunnen worden aangewend, staat de huidige bestemming (‘Gemengd - 2’) het realiseren van de beoogde 52 tijdelijke woon units voor spoedzoekers en statushouders niet bij recht toe. Initiatiefnemer heeft in nauw overleg met de gemeente voor deze locatie een plan voorbereid en uitgewerkt teneinde de realisatie van 52 tijdelijke woonunits, op een braakliggend perceel aan Het Zwin mogelijk te maken. Doordat de functie niet in het vigerende bestemmingsplan past en een termijn van meer dan 10 jaar beslaat, is een uitgebreide Wabo-procedure nodig waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. In figuur 1 is het plangebied, alsmede de begrenzing daarvan weergegeven.

Figuur 1: Luchtfoto plangebied, rechthoek betreft planlocatie 1.3

Waarom een vormvrije m.e.r-beoordeling? Afhankelijk van de type en omvang van de ontwikkeling en het voortraject dient een m.e.r.- procedure, een m.e.r.-beoordelingsprocedure of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure 1

uitgevoerd te worden. De type en omvang van een ontwikkeling, die relevant zijn in het kader van het Besluit m.e.r., staan beschreven in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde' (zie onderstaande figuur).

Figuur 2 Bijlage C en D in het kader van Besluit m.e.r.

Voor de voorgenomen ontwikkeling, die door het doorlopen van een uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt mogelijk gemaakt, wordt voorzien van een actueel planologisch-juridisch kader en wordt gemotiveerd of sprake is van negatieve effecten op het milieu. De gronden zijn onbebouwd. De totale oppervlakte van te plaatsen woonunits, inclusief twee fietsenbergen bedraagt het te ontwikkelen terrein bedraagt ongeveer 1.525 m². In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r., er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Op basis van onderdeel D 11.2 dient de ontwikkeling te worden getoetst aan de navolgende bepaling: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Indien de volgende drempelwaarden worden overschreden is sprake van een m.e.r.- beoordelingsplichtig plan: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen ontwikkeling kan formeel niet worden aangemerkt als een ontwikkeling die in der categorie D 11.2 valt, daar het tijdelijke woonunits en daarmee geen reguliere woningbouw betreft. Verder blijft de ontwikkeling ruimschoots onder de drempelwaarde van genoemde categorie.

Onverlet vorenstaande, wenst het bevoegde gezag vanuit het oogpunt van zorgvuldige bestuurlijke afweging en goede ruimtelijke ordening, alsnog een informele m.e.r.-beoordeling uit te voeren. 1.4

Doel van een vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is om te analyseren in hoeverre sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat sprake is van mogelijke belangrijke c.q. significante nadelige milieugevolgen, kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.-procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee om kan worden gegaan, volstaat deze vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. 2

De vormvrije m.e.r.- beoordeling is dan afgerond en vormt dan een bijlage bij het ruimtelijk besluit (in dit geval het bestemmingsplan). 1.5

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrij m.e.r.-beoordeling Er bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet aandacht worden besteed aan de volgende criteria: 1. Een beschrijving van de kenmerken van het plan. Hierbij wordt ingegaan op de aard en omvang van het plan en eventuele veranderingen die, al dan niet in cumulatie met andere projecten, kunnen optreden in bijvoorbeeld de uitstoot van stoffen, geluidproductie, verkeersgeneratie, risico op ongevallen, etc.. 2. Een beschrijving van de plaats van het plan. In het plangebied en daarbuiten kunnen gebieden voorkomen die gevoelig zijn voor bepaalde verstoringen. Te denken valt hierbij aan kwetsbare natuurgebieden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, gebieden met bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden, etc.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan relevante gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Door de mogelijke verstoringen van het plan in samenhang met de gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan te beschouwen zijn de potentiële effecten van het plan te bepalen. Daarbij wordt, waar mogelijk, o.a.

ingegaan op het bereik van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, etc..

3

2.

BESCHRIJVING INITIATIEF, PROJECTGEBIED

2.1

Uitgangspunten Voor een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan geldt het volgende uitgangspunt: • een actueel juridisch planologisch kader creëren conform de Wet ruimtelijke ordening in lijn met het actuele rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

2.2

Projectbeschrijving Met onderhavig plan worden voor een periode van 15 jaar 52 tijdelijke woonunits verdeeld met 2 en 3 kamers, verdeeld over 5 bouwdelen op het terrein geplaatst. Concreet bestaat het programma uit huisvesten van 28 statushouders en 24 spoedzoekers. De ontwikkeling past qua gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er is verder in het vigerende plan geen mogelijkheid tot wijziging van de huidige bestemmingen naar het beoogde bouwplan. Het parkeren geschiedt op het direct aangrenzende openbare parkeerterrein. De ontsluiting wijzigt verder niet; via Het Zwin en de Stromenweg en de Nieuw Vlissingseweg wordt de locatie ontsloten. Ook voor langzaam verkeer en met het openbaar vervoer is de locatie goed te bereiken; aan de zijde van de Stromenweg bevindt zich een bushalte en op korte afstand van de projectlocatie zijn fiets- en voetpaden aanwezig. Het gebied waar de ontwikkeling is geprojecteerd is gelegen aan de zuidkant van de gemeente Middelburg en gesitueerd aan Het Zwin. In groter verband bezien ligt de locatie op de scheidslijn tussen enerzijds het bestaande stedelijke en anderzijds landelijke gebied van de gemeente Middelburg. De locatie vormt daarmee de begrenzing van het stedelijke gebied.

In de directe omgeving van de projectlocatie is sprake van een mix van functies, zoals wonen, een sportschool, moskee en brandweerkazarne en kan daarmee als een gemengd gebied worden gekwalificeerd.

2.3

Gevoelige gebieden Onder gevoelige gebieden (zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.) vallen Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant (NNB), Nationale landschappen, nationale parken en beschermde monumenten. Natura 2000-gebied/beschermde natuurmonumenten In het plangebied zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde wettelijke beschermde Natura 2000 gebieden ligt op minimaal 4 kilometer van het projectgebied. Het betreft het Natura 2000-gebied ‘Westerschelde & Seaftinghe’. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen wordt geen directe aantasting van Natura 2000-gebieden verwacht. Indirecte effecten door stikstofemissie zijn mogelijk wel aan de orde. Natuurnetwerk Zeeland Het projectgebied ligt buiten de begrenzing NNZ. Gelet op de afstand tot de NNZ-gebieden zijn negatieve effecten op de kenmerken en kwaliteit van deze gebieden uitgesloten; wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Zeeland zullen niet worden aangetast.

4

3.

POTENTIËLE EFFECTEN

3.1

Beoordeling 1. Kenmerken van het project Het project bestaat uit de realisatie van 52 tijdelijke woonunits. Hiervoor zullen bestaande woonunits worden geplaatst, waarbij alleen interne verbouwingen zullen worden uitgevoerd. In de ruimtelijke onderbouwing is een inrichtingstekening van de beoogde terreininrichting opgenomen. 2. Plaats van het project Het projectgebied ligt aan de zuidkant van de bestaande woonwijk, de Stromenwijk genaamd. De locatie wordt direct ten westen door een dependance van het Leger des Heils met daarachter de brandweerkazerne en ten oosten door de Moskee begrensd. Verder wordt de projectlocatie door Het Zwin met bestaande parkeerterrein, de Stromenweg en Nieuw Vlissingseweg omsloten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Het gaat hierbij dan om de meer locatie gerelateerde effecten die te maken hebben met de realisatie en ingebruikname van het plangebied. Voor de rapportages van de uitgevoerde onderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van 52 woonunits. Natuurgebieden De dichtstbijzijnde wettelijke beschermde Natura 2000 gebied, ligt op minimaal 4 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het betreft het Natura 2000-gebied’ Westerschelde & Seaftinghe’.

Gezien de afstand heeft de projectlocatie geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar dit beschermde natuurgebied. Het enige mogelijke effect betreft stikstofdepositie wat met name wordt veroorzaakt door aan- en afrijdend verkeer. De te verwachten effecten hangen samen met de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe situatie. Onderhavige ontwikkeling betreft de tijdelijke plaatsing van 52 wooneenheden, verdeeld over vijf bouwdelen, met 2 tot 3 kamers. De wooneenheden zullen gasloos worden opgeleverd en zorgen daarmee niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier wel voor. Voor de toekomstige verkeergeneratie is uitgegaan van 135 motorvoertuigenbewegingen per etmaal. De locatie is verder in bestaande bebouwd gebied voorzien. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Naura2000 gebied, de reeds toegestane en feitelijk aanwezige bebouwing en functies én het feit dat de ontwikkeling tijdelijk van aard is, kan in alle redelijkheid worden aangenomen, dat in de gebruiksfase geen sprake is van een relevante stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j, die tot onderhavig project te herleiden is. Deze conclusie is door de stikstofrapportage en uitgevoerde stikstofberekening bevestigd. Hierbij is uitgegaan van een worstcase scenario, waar dan ook bij wordt aangegeven, dat dit een overschatting van de situatie bevat.

Flora en fauna Het projectgebied betreft een bouwkavel c.q. terrein, welke braak ligt en waar geen vegetatie aanwezig is. De grond op de projectlocatie zelf betreft overtollige grond uit Rittenburg II die lang in depot heeft gelegen. Het kavel is daarmee een ongeschikte biotoop voor beschermde 5

planten- en diersoorten. Binnen het projectgebied worden eveneens geen sporen van (zwaarder) beschermde soorten zoogdieren verwacht, gezien de aanwezige ongeschikte biotoop. Daarmee zijn in alle redelijkheid negatieve effecten op (zwaarder) beschermde (zoog-)dieren op voorhand uit te sluiten. Op basis hiervan kan het uitvoeren van een ecologisch onderzoek achterwege blijven. Daarnaast dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van algemene soorten. Bodem Uit eerdere onderzoeken, uitgevoerd in 2006 en 2007, is gebleken, dat ter plaatse ten hoogste lichte verontreinigingen voorkomen. De grond op de projectlocatie betreft de overtollige grond uit Rittenburg II die lang in depot heeft gelegen. Er is voor deze grond een melding voor ingediend en akkoord bevonden. Om die reden is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet vereist en kan de locatie als onverdacht worden aangemerkt. Water In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is een watertoets opgesteld waarin wordt ingegaan op de (eventuele) invloeden, die de tijdelijke ontwikkeling op de aanwezige waterhuishouding heeft. Uit deze watertoets blijkt dat het verhard oppervlak ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan niet zal toenemen en de benodigde watercompensatie daarin reeds is meegenomen.

Het voornemen heeft geen gevolgen voor de bestaande waterstructuur en onderhoudssituatie. Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect water. Geluid Door de gemeente Middelburg is een akoestische rapportage voor onderhavig project opgesteld. Het plangebied is conform de Wet geluidhinder gelegen binnen de zones van geluidgevoelige wegen. De berekende geluidbelastingen zijn vervolgens getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd, dat: • ten gevolge van de Nieuwe Vlissingseweg de voorkeurswaarde van 48 dB niet wordt overschreden; • ten gevolge van de Stromenweg bedraagt de geluidsbelasting maximaal 54 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder overschreden, maar blijft voorts ruimschoots binnen de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Door de gemeente Middelburg is geluidbeleid vastgesteld (“Wet geluidhinder – Beleidsregel gemeente Middelburg. Het beleid t.a.v. de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting”, d.d. 2009). Op basis van dit beleid is voor een inbreidingslocatie eveneens een hogere grenswaarde mogelijk tot maximaal 63 dB. Echter indien de er een hogere grenswaarde nodig is van meer dan 53 dB dient één van de gevels geluidsluw te zijn. Nu achterzijde van de units geluidluw zijn, wordt hieraan voldaan.

Omdat sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde is verder onderzocht of geluid beperkende maatregelen mogelijk zijn om te kunnen voldoen aan de voorkeurswaarde. Deze zijn echter vanuit, stedenbouwkundig en financieel opzicht niet haalbaar, noch wenselijk.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11883909/1