26.m.1 Bijlage bij motie - CJO brief onderzoek Joodse huizen Middelburg
Tekst van het document
Op 1 apr. 2021, om 00:25 heeft CJO Info <info@cjo.nl> het volgende geschreven:
Geachte heer Bergmann, Namens de koepel van Joodse organisaties in Nederland, het Centraal Joods Overleg, dat zich in diverse steden in ons land bezighoudt met de na-oorlogse restitutie van onroerend goed dat van Joden onteigend was, neem ik de vrijheid opnieuw uw aandacht te vragen voor de situatie in Middelburg. Op 23 februari 2021 heeft wethouder Aalberts vragen van de PvdA fractie beantwoord over de rol van de gemeente Middelburg bij het in de Tweede Wereldoorlog onteigenen en verhandelen van onroerend goed dat van Joden was. Daarbij beloofde de wethouder dat het college een “intern vooronderzoek zal laten uitvoeren naar transacties die in de gemeente Middelburg hebben plaatsgevonden”. Op basis van de resultaten zal een eventueel vervolgtraject worden bepaald. Hoewel het Centraal Joods Overleg blij is met uw aandacht, vinden wij het “intern vooronderzoek” veel te beperkt omschreven. Uit het antwoord van de wethouder leiden we af dat het vooronderzoek alleen betrekking heeft op de 11 onteigende en verhandelde panden van Joden, die in de zogenaamde Verkaufsbücher staan vermeld. Wij zouden op een uitgebreider onderzoek willen aandringen. Het is onze ervaring dat in de Verkaufsbücher alleen de in de oorlog doorverkochte huizen van Joden staan vermeld, niet diegene die hebben leeg gestaan of door de bezetter zijn gebruikt.
In de praktijk is het aantal van Joden onteigende huizen ca. driemaal zo groot. Uit een recent onderzoek in Oss bleek dat er in de Verkaufsbücher 20 onteigende panden stonden vermeld, terwijl in werkelijkheid 70 panden van Joden bleken te zijn onteigend. In Vlissingen is onlangs een onderzoek gestart naar een voormalig pand van Joden, dat evenmin in deze Duitse administratie stond: Singel 328. In Middelburg mogen we dus aannemen dat het om een dertigtal onteigende panden van Joden gaat. Daarbij is vooral van belang of het stadsbestuur een of meer van die panden heeft aangekocht, of er restitutie heeft plaatsgevonden en wat de gemeente voor een rol heeft gespeeld bij het naoorlogse restitutieproces van die panden. Het aangekondigde interne vooronderzoek lijkt bovendien niet te gaan over de vraag of er na de oorlog gemeentelijke naheffingen zijn opgelegd over de onteigende panden. Dit soort naheffingen worden tegenwoordig als immoreel betiteld. Laat ik dit nader toelichten: Vanaf 1942 onteigenden de Duitse bezetters al het onroerend goed van Joden. In die periode beginnen ook de deportaties. Een kleine groep Joden wist het vege lijf te redden door onder te duiken of te vluchten. De onteigende huizen van Joden werden door de bezetter soms aan foute Nederlanders doorverkocht, ze werden verhuurd of bleven leeg staan.
Indien het huis doorverkocht werd, moesten de nieuwe eigenaren de gemeentelijke heffingen betalen maar dat deden ze vaak niet. Een aantal vluchtte aan het eind van de oorlog waardoor ook niet betaald werd. Als de huizen verhuurd werden of leeg stonden, werden de heffingen meestal niet betaald. Als de voormalige Joodse eigenaren of hun erfgenamen terugkeerden na de oorlog, kregen ze na rechtszaken of door minnelijke schikkingen soms hun gestolen onroerend goed terug. Maar ze kregen ook de onbetaalde rekeningen gepresenteerd. Die onbetaalde rekeningen betroffen soms erfpachtcanons (als er erfpacht was) en vrijwel altijd straat- en/of rioolbelasting over de periode 1942-1945. Dat leidde tot de bizarre situatie dat Joden na de oorlog gemeentelijke heffingen opgelegd kregen over een periode dat hun bezit geconfiskeerd was en ze er evenmin het ‘genot’ van hadden, omdat ze in kampen zaten
of ondergedoken waren. Als ze de gemeentelijke heffingen niet konden betalen, kwam er soms ook nog een boete bovenop. De gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Oss hebben deze handelwijze onderzocht en hebben geoordeeld dat deze heffingen ‘immoreel’ waren. Eindhoven, Arnhem, Apeldoorn, Deventer, Nijmegen, Vlissingen, Haarlem en Zutphen zijn nog met hun onderzoek bezig. Het Centraal Joods Overleg dringt er bij BenW Middelburg op aan in de voetsporen te treden van bovengenoemde gemeenten en een volledig onderzoek te doen naar de rol van de gemeente bij de roof en restitutie van alle panden die van Joden zijn onteigend en naar mogelijk na-oorlogse naheffingen over die panden. Het gaat ons daarbij niet om de roof en de restitutie als zodanig (dat was in handen van de centrale overheid), maar wel om de rol die de gemeente Middelburg erbij gespeeld heeft en om het mogelijke profijt voor de gemeente daarvan. Uit zo’n onderzoek kunnen ook de nodige lessen worden getrokken voor het handelen van gemeentebesturen nu. Graag ben ik bereid bovenstaande, indien nodig, toe te lichten. Uw reactie zien we met belangstelling tegemoet. Hoogachtend, Ronny Naftaniel (voorzitter Centraal Joods Overleg)