CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-096 Bijlage 3. Ingekomen stukken AB

Gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken (26-096 MZ/RM/AB)27.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken kunnen in afstemming met de overige leden van de Stuurgroep WGS (niet zijnde de verwerkingsverantwoordelijken) een lijst met geprioriteerde Casussen opstellen zoals bedoeld in artikel 2.22 BGS. De criteria hiervoor worden openbaar gemaakt. De Stuurgroep WGS is – voor zover wettelijk vereist: op voorspraak van de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken- verantwoordelijk voor de wettelijke waarborgen zoals bedoeld in artikel 1.4 WGS en 1.2 en 1.3 BGS. De secretaris van de Stuurgroep WGS is verantwoordelijk voor het organiseren van de vergaderingen, het samenstellen van de agenda op basis van inbreng vanuit het Partneroverleg en de leden van de Stuurgroep WGS en het opstellen en verspreiden van het verslag van de betreffende vergadering.

Artikel 5. Besluitvorming Stuurgroep WGS Strategische regie 5.1. De Stuurgroep WGS neemt besluiten over de wijze van samenwerking en de te varen koers in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Onderwerpen waarover besluiten genomen worden, zijn onder meer de financiën, de werkprocessen en de governance. 5.2. Voorafgaand aan het nemen van besluiten vraagt de Stuurgroep WGS om inbreng van het partneroverleg. 5.3. De Stuurgroep WGS houdt bij het nemen van besluiten rekening met de belangen van de verschillende Deelnemers en besluiten van de landelijke Stuurgroep Zorg en Veiligheid. In de te nemen besluiten mag niet worden getreden in bevoegdheden en wettelijke taken van een Deelnemer. 5.4. De Stuurgroep WGS vraagt op grond van artikel 1.8, zesde lid WGS bij nieuwe verwerkingen en/of wijzigingen van de gegevensverwerkingen ten behoeve van de activiteiten die stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland verricht vooraf advies aan de Rechtmatigheidsadviescommissie waarbij: a. De Stuurgroep WGS voorafgaande aan het verzoek aan de Rechtmatigheidsadviescommissie nagaat of de voorgestelde nieuwe verwerking of wijziging van een verwerking meerdere Zorg- en Veiligheidshuizen raakt; b. De Netwerkmanager het advies namens de Stuurgroep WGS indient; c. De Netwerkmanager zorgdraagt voor het verspreiden van het advies onder de leden van de Stuurgroep;

12

5.5.

5.6. 5.7.

5.8. 5.9. 5.10.

5.11.

5.12.

d. Afhankelijk van het gegeven advies: de Netwerkmanager een gemotiveerde reactie op het advies van de Rechtmatigheidsadviescommissie opstelt in overleg met de leden van de Stuurgroep. e. Bij afwijking van het advies van de Rechtmatigheidsadviescommissie rapporteert de Netwerkmanager namens de Stuurgroep WGS hierover aan de coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming en Rechtmatigheidsadviescommissie. Een afwijking van het advies van de Rechtmatigheidsadviescommissie mag alleen beargumenteerd plaatvinden. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen en zijn bindend voor alle Deelnemers van deze bestuurlijke afspraken, voor zover niet strijdig met de wettelijke taken, bevoegdheden en beroepsnormen van Deelnemers en verantwoordelijkheden van de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken. Er wordt gestreefd naar consensus. Bij besluiten die verantwoordelijkheden van de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken raakt, hebben deze een doorslaggevende stem. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken nemen gezamenlijk besluiten over de wijze waarop zij uitvoering geven aan hun gezamenlijke verantwoordelijkheid, waaronder het te voeren privacy beleid waarin onder meer aandacht is voor autorisaties, logging en het interne auditbeleid. Zij kunnen besluitvorming hierover beleggen bij de Stuurgroep WGS.

De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken horen de (overige) Stuurgroep-leden alvorens een besluit te nemen. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken nemen gemotiveerd hun besluiten en lichten deze aan de (overige) leden van de Stuurgroep WGS toe. Bij afwezigheid van een lid van de Stuurgroep WGS wordt die Deelnemer verzocht schriftelijk inbreng te leveren rondom de geagendeerde besluiten. Zonder schriftelijke inbreng worden besluiten die deze Deelnemer in belangrijke mate kunnen treffen niet genomen, tot die Deelnemer gehoord is. Overheidsdeelnemers kunnen hun beslissingsbevoegdheid mandateren dan wel in stiuaties waarin een Overheidsdeelenemer door overmacht niet in staat is om aanwezig te zijn op het moment van besluitvorming, een volmacht verlenen aan eeb andere Overheidsdeelnemer. De vergaderingen van de Stuurgroep WGS zijn niet openbaar.

Artikel 6. Partneroverleg 6.1. Het partneroverleg vindt drie keer per jaar plaats ter voorbereiding aan de stuurgroep WGS, of wanneer een Deelnemer hiertoe een verzoek indient. 6.2. Het partneroverleg bestaat uit: • een vertegenwoordiger vanuit iedere Overheidsdeelnemer, Deelnemers kunnen zich ook laten vertegenwoordigen door een andere Deelnemer bij te nemen besluiten. De afgevaardigde Deelnemer wordt geacht bevoegd te zijn tot het nemen van beslissingen op tactisch niveau namens de afvaardigende organisatie; • de Netwerkmanager van het Zorg- en Veiligheidshuis; en • een secretaris. 6.3. De secretaris van het partneroverleg is Stichting Zorg- en Veiligheidshuis. 6.4. De afgevaardigden van de Deelnemers geven op tactisch niveau opvolging aan de besluiten van de Stuurgroep WGS ten aanzien van de operationele processen van het Zorg- en Veiligheidshuis. 6.5 Het Partneroverleg heeft de volgende taken: • Op tactisch niveau vertaalt het partneroverleg de strategische agenda naar de uitvoering en schept de juiste randvoorwaarden hiervoor; • Op tactisch niveau sturing geven aan de operationele processen van het Zorg- en Veiligheidshuis; • Formuleren van voorstellen en vragen ten behoeve van of ter besluitvorming in de Stuurgroep; 13

6.6

• Het afstemmen van externe communicaties. De secretaris van het Partneroverleg ondersteunt bij het organiseren van de vergaderingen, het samenstellen van de agenda op basis van inbreng vanuit de Stuurgroep WGS en de leden van het Partneroverleg en het opstellen en verspreiden van het verslag van de betreffende vergadering, alsook het informeren van de Stuurgroep WGS over de in het Partneroverleg genomen relevante besluiten.

Artikel 7. Besluitvorming partneroverleg 7.1. Afspraken betreffende de taken van het Partneroverleg worden genomen met een meerderheid van stemmen en zijn bindend voor alle Deelnemers die deelnemen aan deze Bestuurlijke afspraken, voor zover niet strijdig met de verantwoordelijkheden van de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken, WGS/BGS en wettelijke taken, bevoegdheden en beroepsnormen van Deelnemers. Er wordt gestreefd naar consensus. 7.2. Bij afwezigheid van een lid van het Partneroverleg kan die Deelnemer schriftelijk inbreng leveren rondom de geagendeerde besluiten. Zonder schriftelijke inbreng worden afspraken die deze Deelnemer in belangrijke mate kunnen treffen niet genomen, totdat hierover met deze Deelnemer afstemming heeft plaatsgevonden. 7.3. Indien het Partneroverleg niet tot een gezamenlijke afspraak kan komen, wordt de aangelegenheid ter beslissing voorgelegd aan de Stuurgroep. 7.4. De secretaris van het Partneroverleg rapporteert de Stuurgroep WGS over de in het partneroverleg gemaakte afspraken. 7.5. De vergaderingen van het Partneroverleg zijn niet openbaar.

Deel C: Casusoverleg Artikel 8. Aanvullende afspraken over het Casusoverleg 8.1. De Gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken kunnen in overleg met andere Deelnemers die voor de casus noodzakelijk zijn een derde uitnodigen voor incidentele deelname aan een Casus. De medewerker die deelneemt namens een Incidentele Deelnemer aan een Casusoverleg ondertekent daartoe een geheimhoudingsverklaring. Op incidentele deelname zijn de voorwaarden van artikel 2.21 BGS van toepassing. (Zie voor een voorbeeld van zo’n geheimhoudingsverklaring het model in bijlage 2A). 8.2. In het Casusoverleg worden afspraken gemaakt over welke Deelnemer de Betrokkene(n) informeert over uitkomsten van het Casusoverleg. Als Deelnemers niet tot afspraken komen over het informeren van de Betrokkene, dan valt de verantwoordelijkheid hiervoor terug op de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken. 8.3. De (afgevaardigden van) Deelnemers kunnen tijdens het Casusoverleg als bedoeld in artikel 2.31 WGS afspraken maken over de inzet vanuit hun organisatie in een Casus. 8.4. De gegevensverwerking vindt gefaseerd plaats conform de in de WGS genoemde fasen1 en nadere werkafspraken hierover binnen het Zorg- en Veiligheidshuis. 8.5.

Deelnemers geven ieder - met het oog op de inzet van de wettelijke taken en bevoegdheden op grond waarvan zij in de WGS zijn aangewezen als Deelnemer - uitvoering aan de uitkomsten van het Casusoverleg, in het bijzonder voor wat betreft de uitwisseling van informatie en de uitvoering van het Plan van Aanpak zoals vastgesteld in het Casusoverleg. 8.6. Deelnemers behouden hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland besproken Casussen. De inzet van de Deelnemers is erop gericht om gezamenlijk een Casus te behandelen voor zover noodzakelijk voor het bewerkstelligen van de doeleinden van het Zorg- en Veiligheidshuis. Afzonderlijk optreden op 1

Zie artikel 2.31 WGS en de Factsheet 05 ‘Werkprocessen’ te vinden www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs/

14

8.7.

basis hiervan en op basis van eigen informatie blijft door samenwerking in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland onverlet. Indien de situatie dit toelaat, vindt hierover (vooraf) afstemming plaats met de andere bij de Casus betrokken (overheids-)Deelnemers en procesregisseur, ten behoeve van de voortgang of bijstelling van het plan van aanpak. De vergaderingen van het Casusoverleg zijn niet openbaar.

Artikel 9. Verantwoordelijkheid zorgvuldige verstrekkingen ten behoeve van het Casusoverleg 9.1. Deelnemers zijn ieder zelf verantwoordelijk voor het verstrekken van Persoonsgegevens in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Verstrekking van de resultaten van de verwerking binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland vindt conform artikel 1.7 WGS plaats. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken zijn ervoor verantwoordelijk dat dit proces conform het bepaalde in artikel 1.7 WGS verloopt. 9.2. Deelnemers verstrekken informatie over de Betrokkene die is aangemeld of personen die een gezinslid of ander direct sociaal contact van de Betrokkene zijn, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel zoals bedoeld in artikel 2 bestuurlijke afspraken. Verstrekking blijft achterwege als er naar het oordeel van een Deelnemer zwaarwegende redenen zijn die zich hiertegen verzetten. 9.3. Deelnemers zijn zich ervan bewust dat iedere Deelnemer met (wettelijke) kaders, die voor die betreffend Deelnemer van toepassing zijn, te maken kan hebben (zoals het medisch beroepsgeheim of strafrechtelijke onderzoeken) waarbinnen een professionele afweging moet worden gemaakt om te bepalen of en zo ja welke gegevens kunnen worden verstrekt ten behoeve van het doel van de samenwerking en respecteren elkaars verantwoordelijkheid en afweging daarin. 9.4.

De Deelnemers geven in onderling overleg passende opleidingen voor medewerkers die zij inzetten vorm.

Deel D: Ondersteunend bureau en Procesregie Artikel 10. Ondersteunend bureau 10.1. De Deelnemers van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland worden in de uitoefening ondersteund door het Ondersteunend bureau, ondergebracht bij de Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland als beheerorganisatie van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Het ondersteunend bureau bestaat uit de Netwerkmanager2, meerdere Procesregisseurs en ondersteunend personeel. 10.2. Het Ondersteunend bureau heeft de volgende taken: • Procesregie bij complexe casuïstiek (als bedoeld in de WGS) • Kennisknooppunt en vraagbaak • Radar voor trends en ontwikkelingen • Netwerkregie op het brede netwerk voor Zorg en Veiligheid 10.3. Samenwerkende Deelnemers dragen zorg voor voldoende personele ondersteuning in het Zorg- en Veiligheidshuis. Dit personeel is in dienst van de Beheerorganisatie Stichting Zorg- en Veiligheidshuis. 10.4. De dagelijkse operationele aansturing van het personeel gebeurt door de Netwerkmanager. 10.5. Het Ondersteund bureau kan slechts, als voldaan is aan de voorwaarden die de Stuurgroep WGS op grond van artikel 4.12 sub f van de Bestuurlijke afspraken heeft gesteld, worden ingezet voor de ondersteuning van taken die niet onder de WGS vallen. 10.6.

De informatiehuishouding voor de werkzaamheden die onder de WGS worden uitgevoerd, moet gescheiden zijn van de informatiehuishouding voor de werkzaamheden ten behoeve van taken die hier niet onder vallen.

2

Wordt ingevuld door de directeur van de Stichting ZVHZ

15

Artikel 11. Netwerkmanager 11.1. De dagelijkse aansturing van het Ondersteunend bureau is belegd bij de Netwerkmanager. 11.2. De Netwerkmanager wordt - na instemming van (een vertegenwoordiging van) de Stuurgroepaangesteld door- en valt arbeidsrechtelijk onder de Beheerorganisatie. De Netwerkmanager rapporteert aan de Stuurgroep WGS over de afgesproken resultaten, trends en ontwikkelingen en kwaliteit van het netwerk. 11.3. De Netwerkmanager heeft naast het gestelde in het eerste lid, de volgende taken en bevoegdheden: a. In afstemming met de Deelnemers bijdragen aan de domeinoverstijgende samenwerking in de regio; b. Het vaststellen en toezien op de uitvoering van de werkprocessen (conform de WGS/ BGS) in afstemming en met goedkeuring van de Stuurgroep; c. Het toezicht op de naleving en uitvoering van het Jaarplan; d. voor de verplichtingen die voortvloeien uit de WGS en BGS operationaliseren in overleg met de (verwerkingsverantwoordelijke) Deelnemers. e. Indien gemandateerd: het toezien op het inrichten en uitvoeren van de verplichtingen van het Contactpunt conform de BGS; f. Het coördineren van communicatie naar derden en treedt indien nodig op, in afstemming met de Stuurgroep, als woordvoerder voor het Zorg- en Veiligheidshuis. g.

Aangaan van overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de werkzaamheden waaronder, maar niet beperkt met leveranciers namens de Deelnemers (ICT, huisvesting) (waarvoor de Netwerkmanager ook tekenbevoegd is); h. Het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 5.4 sub e van deze Bestuurlijke afspraken. 11.4. De Netwerkmanager kan slechts worden ingezet voor andere taken als voldaan is aan de voorwaarden die de Stuurgroep WGS op grond van artikel 4.12 sub f van de Bestuurlijke afspraken heeft gesteld. 11.5. De Netwerkmanager rapporteert voorzover afgesproken, aan de Stuurgroep WGS. Artikel 12. Procesregie en Procesregisseur 12.1. Procesregie betreft het coördineren en faciliteren van de samenwerking tussen de Deelnemers en (als dat nodig is) Incidentele Deelnemers. Indien het Ondersteunend bureau is ondergebracht bij een organisatie die geen Deelnemer is in de zin van de wet wordt een overeenkomst opgesteld als bedoeld in artikel 4.12 onderdeel c 12.1. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijk kunnen ervoor kiezen om de feitelijke beoordeling of een Casus voldoet aan de criteria voor complexe casuïstiek door een triage/weegtafel van overheids- en/ of private Deelnemers te laten doen. 12.2.

De Procesregisseur is verantwoordelijk voor – in ieder geval- de Procesregie binnen het Zorgen Veiligheidshuis zonder hierbij taken en verantwoordelijkheden van de Deelnemers over te nemen. 12.3. De Procesregisseur volgt bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden het werkproces zoals vastgesteld door de Stuurgroep. Deze zijn nader uitgewerkt in de Factsheet Werkprocessen waarvan de meest actuele versie zoals gepubliceerd op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs, en integraal onderdeel uitmaakt van deze Bestuurlijke Afspraken (bijlage 5). 12.4. De Procesregisseur bewaakt dat Deelnemers aan het Casusoverleg bij de uitvoering van hun werkzaamheden tijdens het Casusoverleg het werkproces volgen zoals vastgesteld door de Stuurgroep. 12.5. De Procesregisseur ziet erop toe dat medewerkers die namens Incidentele Deelnemers deelnemen aan het Casusoverleg een geheimhoudingsverklaring hebben getekend als bedoeld in artikel 8.1. 16

12.6. De Procesregisseur werkt bij de uitvoering van de taken als hiervoor bedoeld onder gezag van de Gezamenlijke Verwerkingsverantwoordelijken, maar onafhankelijk van de individuele belangen van de Deelnemers. 12.7. Geschillen omtrent de uitvoering van zijn taken worden voorgelegd aan de Netwerkmanager.

Deel E. Gegevensbescherming, datalekken en waarborgen Artikel 13. Privacyaudits 13.1. De verplichte privacy audits zoals bedoeld in artikel 1.10 WGS en 1.18 BGS worden conform het landelijk ontwikkelde en door de landelijke Stuurgroep Zorg en Veiligheid vastgestelde Normenkader uitgevoerd. 13.2. Audits, anders dan bedoeld in bovenstaande artikel 13.1, worden in overleg met de Stuurgroep WGS geïnitieerd. Artikel 14. Contactpunt 14.1. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken wijzen de burgemeester van de gemeente Vlissingen als Contactpunt voor Betrokkenen voor de uitoefening van de rechten op grond van hoofdstuk III van de AVG. 14.2. Het Contactpunt is verantwoordelijk voor: a. de nakoming van AVG verzoeken; b. de nakoming van de informatieplicht; c. de nakoming van de meldplicht datalekken.3 14.3. Op grond van artikel 1.2 lid 2 BGS, neemt het Contactpunt een besluit na overleg met de Deelnemers die betrokken waren of zijn bij de gegevensverwerking. Indien naar het oordeel van een Deelnemer een van de uitzonderingsgronden van artikel 41 UAVG van toepassing is, stelt de Deelnemer het Contactpunt hiervan zo spoedig mogelijk op hoogte en wijst het Contactpunt het verzoek (gedeeltelijk) af. 14.4. Indien de uitzonderingsgrond niet meer van toepassing is informeert de betreffende Deelnemer het Contactpunt en wordt het eerder geweigerde verzoek alsnog gehonoreerd. 14.5.

Deelnemers stellen het Contactpunt in staat om te kunnen voldoen aan de verantwoordelijkheden als bedoeld in artikel 14.2 Bestuurlijke afspraken. 14.6. Het Contactpunt draagt -conform een door de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken vastgelegd werkproces- zorg voor het afhandelen van verzoeken van Betrokkenen, de nakoming van de informatieplicht en de nakoming van de meldplicht datalekken, dat voldoet aan de WGS en BGS. 14.7. Het Contactpunt mandateert de Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland om de werkzaamheden namens het Contactpunt uit te voeren conform de afspraken bedoeld in bovenstaand artikel 14.6. 14.8. Inhoudelijke vragen van een Betrokkene aan het Contactpunt over de afhandeling van een melding die de Betrokkene betreft, worden door het Contactpunt overgedragen aan de Deelnemer die op grond van artikel 8.2. van de Bestuurlijke afspraken is aangewezen door het Casusoverleg. 14.9. Indien het Contactpunt andere vragen, klachten of verzoeken van een Betrokkene krijgt die raken aan de belangen van één of meerdere van de Deelnemers, betrekt zij deze Deelnemer(s) bij de beantwoording daarvan, dan wel wordt de beantwoording of afhandeling hiervan overgedragen aan de betreffende Deelnemer(s). 14.10. Bij bezwaar of beroep worden de daarvoor geldende procedures gevolgd van het bestuursorgaan of de overheidsinstantie dat het dat het besluit heeft genomen.

Andere Deelnemers kunnen zich aansluiten als belanghebbende. 3

Artikel 1.2 t/m 1.4 BGS

17

14.11. Het Contactpunt borgt dat de contactgegevens van coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming bekend gemaakt worden bij Betrokkenen wiens gegevens worden verwerkt. Artikel 15. Coördinerend Functionaris Gegevensbescherming 15.1. De Functionaris voor Gegevensbescherming van gemeente Vlissingen is aangewezen als Coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming. 15.2. De Coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming is aanspreekpunt voor Deelnemers naast de eigen Functionaris voor Gegevensbescherming die het eerste aanspreekpunt blijft voor de eigen bestuurder van een Deelnemer. De coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming heeft een coördinerende en faciliterende taak ten aanzien van de in artikel 39 AVG genoemde taken en werkt samen met de andere Functionarissen voor gegevensbescherming van de Deelnemers om te proberen tot consensus te komen. Alle Functionarissen voor Gegevensbescherming houden daarbij hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. 15.3. De Coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming wordt door de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken in staat gesteld om op verantwoorde wijze zijn rol te kunnen vervullen. 15.4. De Coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming wordt door de Netwerkmanager namens Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken op de hoogte gebracht van: 1.

Aangelegenheden die verband houden met de bescherming van Persoonsgegevens, waaronder minimaal maar niet beperkt tot de adviezen van de rechtmatigheidsadviescommissie; 2. De wijze waarop de Stuurgroep WGS opvolging geven aan een advies van de Rechtmatigheidsadviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 BGS en artikel 5.4 sub e van deze Bestuurlijke afspraken en adviezen die door de (Coördinerend)Functionaris voor Gegevensbescherming van de samenwerkende partners zijn gegeven; 3. De resultaten van de privacy audit. 15.5. De Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken dragen (in overleg met de Stuurgroep) zorg voor het ter beschikking stellen van de benodigde middelen voor het vervullen van de taken van de- en het in stand houden van de deskundigheid van de coördinerend Functionaris voor Gegevensbescherming. Artikel 16. Bewaartermijn, vernietigen en archiveren van gegevens 16.1. Persoonsgegevens die zijn verwerkt op grond van de WGS worden bewaard, vernietigd of geanonimiseerd conform hetgeen hierover is bepaald in artikel 1.8 zevende lid WGS, artikel 1.16 BGS. Dit is nader uitgewerkt in de Factsheet Bewaartermijnen waarvan de meest actuele versie zoals gepubliceerd op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs, integraal onderdeel uitmaakt van deze Bestuurlijke Afspraken. 16.2. De Gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken wijzen uit hun midden gemeente …….

aan als archiefbeheerder, en mandateert deze taak door aan Stichting Zorg- en Veiligheidshuis. Daarbij wordt een concreet kader geleverd voor de uitoefening van deze taak. 16.3. De archiefbeheerder geeft namens de Deelnemers uitvoering aan de verplichtingen uit de Archiefwet. 16.4. De Archiefdienst van de archiefbeheerder fungeert als Archiefdienst voor het samenwerkingsverband. 16.5. Op documenten die geen betrekking hebben op individuele casussen of lijsten van geprioriteerde casussen, zijn de op de archiefbeheerder van toepassing zijnde selectielijsten van toepassing. Het betreft onder andere: besluiten van de stuurgroep, beleidsdocumenten, bedrijfsvoeringsdocumenten, managementinformatie, en beschrijvingen van werkprocessen. 18

Deel F: Toetreding, wijzigingen en aansprakelijkheid, duur en evaluatie Artikel 17. Toetreding 17.1. Alleen toetreding van een organisatie die in artikel 2.27 lid 1 en 2 WGS wordt aangewezen als Deelnemer, is mogelijk. Door toetreding committeert de organisatie zich aan de Bestuurlijke afspraken. 17.2. Een organisatie als bedoeld in bovenstaand artikel 17.1 die tot de samenwerking binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland wil toetreden kan daartoe een aanvraag doen bij de Stuurgroep. 17.3. Deelnemers worden vooraf door de secretaris of andere (door de Netwerkmanager daartoe aangewezen) functionaris van de Stuurgroep WGS op de hoogte gebracht van het verzoek tot toetreding. 17.4. De Stuurgroep WGS stelt vast of de verzoekende organisatie voldoet aan artikel 2.27 lid 1 en 2 WGS en aan de afspraken zoals bedoeld in artikel 4.12 sub e van deze Bestuurlijke Afspraken. 17.5. Een afwijzing op het verzoek van een door de wet aangewezen organisatie om toe te treden tot het samenwerkingsverband wordt met redenen omkleed. 17.6. In geval van goedkeuring, vindt toetreding tot de Bestuurlijke afspraken plaats door middel van ondertekening van een toetredingsformulierdoor de toetredende organisatie en de voorzitter van de Stuurgroep. (Zie voor een voorbeeld van zo’n toetredingsformulier het model in bijlage 1). Artikel 18. Wijzigingen 18.1.

De inhoud van de Bestuurlijke afspraken kan door de Deelnemers in gezamenlijk overleg worden gewijzigd voor zover niet strijdig met de wet. 18.2. Bij nieuwe verwerkingen of wijzigingen in de gegevensverwerking wint de Stuurgroep WGS advies in bij de Rechtmatigheidsadviescommissie. 18.3. Indien bij een Deelnemer sprake is van zwaarwegende omstandigheden die van invloed zijn op hun deelname aan het Zorg- en Veiligheidshuis, treedt deze Deelnemer hierover in overleg met de Stuurgroep. 18.4. Wijzigingen worden door de Stuurgroep WGS besloten. Mondelinge mededelingen, toezeggingen of afspraken welke betrekking hebben op de inhoud van de Bestuurlijke afspraken, hebben geen rechtskracht, tenzij deze uitdrukkelijk schriftelijk zijn bevestigd door de Stuurgroep. 18.5. Wijziging van de Bestuurlijke afspraken vindt plaats conform de besluitvorming zoals bepaald in artikel 5 Bestuurlijke afspraken. Artikel 19. Aansprakelijkheid 19.1. Deelnemers zetten zich in voor een goede uitvoering van het bepaalde in deze Bestuurlijke Afspraken en zullen zich houden aan de dienaangaande in deze Bestuurlijke Afspraken gemaakte afspraken. 19.2. Op grond van artikel 82 lid 1 AVG heeft een Betrokkene van wie bij de verwerking van zijn Persoonsgegevens de AVG is geschonden recht op schadevergoeding van de hierdoor geleden schade.

Hij kan zich hiervoor wenden tot elke van de Gezamenlijk Verwerkingsverantwoordelijken. 19.3. Wanneer meerdere Verwerkingsverantwoordelijken of Verwerkers bij dezelfde Verwerking betrokken zijn en door die Verwerking schade is veroorzaakt, wordt elke Verwerkingsverantwoordelijke of Verwerker op grond van artikel 82 lid 4 AVG, voor de gehele schade aansprakelijk gehouden teneinde te garanderen dat de Betrokkene daadwerkelijk wordt vergoed. 19.4. Een Deelnemer als bedoeld in artikel 27 lid 2 WGS is slechts aansprakelijk voor de schade die door een onrechtmatige Verwerking is veroorzaakt indien bij die Verwerking niet is voldaan 19

aan de specifiek tot Verwerkers gerichte verplichtingen van de AVG, WGS en BGS, of indien de verplichtingen die voortvloeien uit de bestuurlijke afspraken betreffende gegevensverwerking leiden tot schade die aantoonbaar is veroorzaakt door een onrechtmatige verwerking door die Deelnemer. 19.5. Onverminderd het gestelde in artikel 19.4 Bestuurlijke afspraken kan iedere Verwerkingsverantwoordelijke die de volledige schadevergoeding aan de Betrokkene heeft betaald vervolgens bij de andere Verwerkingsverantwoordelijken of Verwerkers die bij dezelfde Verwerking betrokken zijn, het deel van de schadevergoeding verhalen dat overeenkomt met hun deel van de aansprakelijkheid voor de schade. Een Verwerkingsverantwoordelijke of Verwerker kan door andere Verwerkingsverantwoordelijken of Verwerkers worden vrijgesteld van onderlinge betaling van schadevergoeding indien hij bewijst dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het schadeveroorzakende feit. Artikel 20. Duur en evaluatie 20.1. De Bestuurlijke afspraken treden met ingang van de datum van ondertekening door de Deelnemers in werking. Hiermee komt het Convenant en Privacyprotocol zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de WGS en BGS te vervallen. 20.2.

De Bestuurlijke afspraken zijn vijf jaar geldig en worden tussentijds geëvalueerd en waar nodig bijgesteld en/of aangevuld conform het bepaalde in artikel 18 van deze Bestuurlijke afspraken.

20

Aldus overeengekomen: Ondertekening Bestuurlijk afspraken Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland Zeeland Organisatie: In dezen rechtsgeldig vertegenwoordig door: Datum en plaats:

Ondertekening Bestuurlijk afspraken Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland Zeeland Organisatie: In dezen rechtsgeldig vertegenwoordig door: Datum en plaats:

Ondertekening Bestuurlijk afspraken Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland Zeeland Organisatie: In dezen rechtsgeldig vertegenwoordig door: Datum en plaats:

21

Bijlage 1. Toetredingsformulier Deelnemer tot Bestuurlijke Afspraken Versie geldend op 22 september 2025. De meest actuele versie is vanaf 1 december 2025 te vinden op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs. Toelichting: Elk Zorg- en Veiligheidshuis kent een eigen regionale samenwerking van gemeenten en andere overheids- en private instanties en organisaties. Met elkaar moet worden vastgesteld wie de Deelnemers aan de Bestuurlijke afspraken zijn. Door de WGS aangewezen Deelnemers hoeven nu nog niet allemaal ook daadwerkelijk onderdeel uit te maken van de netwerksamenwerking binnen het Zorg- en Veiligheidshuis en om die reden ook niet betrokken zijn bij de Bestuurlijke afspraken. Mocht dit op enig moment wel wenselijk worden geacht, dan kan worden overeengekomen dat deze organisatie ook toetreedt tot de Bestuurlijke afspraken. Belangrijk daarbij is dat duidelijk is deze organisatie zich hiermee ook committeert aan de afspraken zoals die zijn gemaakt waaronder bijvoorbeeld ook financiële afspraken. Hierop ziet dit toetredingsformulier.

[naam organisatie], statutair gevestigd te […] en kantoorhoudend aan […], hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door [naam, functie], overwegende dat: • •

De organisatie op grond van artikel 2.27 WGS is aangewezen als Deelnemer van het Zorg- en Veiligheidshuis en om die reden graag wil toetreden tot de samenwerking binnen het Zorg- en Veiligheids Zeeland; De Stuurgroep WGS positief heeft besloten op toetreding van ondergetekende aan de Bestuurlijke afspraken;

verklaart daartoe het volgende: •

Ondergetekende onderschrijft de in de Bestuurlijke afspraken geformuleerde doelstellingen, verplicht zich de bepalingen te zullen naleven en verklaart zich in dit kader gerechtigheid tot het uitwisselen van informatie met Deelnemers.

Aldus ondertekend te […], op datum […] Naam organisatie: Naam bevoegde functionaris: ………………….

Namens Stuurgroep: Naam: …………………

22

Bijlage 2A. Model geheimhoudingsverklaring Versie geldend op 22 september 2025. De meest actuele versie is vanaf 1 december 2025 te vinden op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs. Op grond van artikel 2.21 lid 2 BGS moet een incidentele Deelnemer een geheimhoudingsverklaring tekenen. Als een incidentele Deelnemer reeds uit hoofde van een bijzonder geheimhoudingsregime te weten ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht heeft, ziet de verklaring op dat hij bij de gegevensverwerking binnen het samenwerkingsverband gebonden is aan een bijzonder geheimhoudingsregime. De minimale vereisten voor in een geheimhoudingsverklaring: Voorbeeld geheimhoudingsverklaring voor een Deelnemer die aan het medisch beroepsgeheim van artikel 7.3.11 van de jeugdwet is gebonden De incidentele Deelnemer verklaart zich te houden aan de volgende geheimhoudingsverplichtingen: 1. Persoonsgegevens en resultaten binnen de WGS • Voor persoonsgegevens en resultaten onder de WGS die de incidentele Deelnemer tijdens zijn deelname ontvangt, geldt de geheimhoudingsplicht van artikel 7.3.11 van de Jeugdwet. • De Deelnemer belooft deze verplichting strikt na te leven. 2.

Andere vertrouwelijke gegevens • Voor andere gegevens die hij ontvangt tijdens zijn deelname, geldt dezelfde geheimhoudingsplicht als de WGS-gegevens, mits hij het vertrouwelijke karakter hiervan kent of redelijkerwijs moet vermoeden. Met deze verklaring verbindt de incidentele Deelnemer zich aan de wettelijke eisen rond vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid in het omgaan met gevoelige gegevens. Naam organisatie: Naam Ondergetekende: Voorbeeld geheimhoudingsverklaring voor een Deelnemer die niet aan een bijzondere geheimhoudingsplicht is gebonden De incidentele Deelnemer verklaart zich te houden aan de volgende geheimhoudingsverplichtingen: 1. Geheimhouding volgens de WGS • Voor persoonsgegevens en resultaten binnen de WGS die hij ontvangt tijdens zijn incidentele deelname, geldt de geheimhoudingsplicht van artikel 1.11 WGS. • Hij belooft deze verplichting strikt na te leven. 2. Andere vertrouwelijke gegevens • De geheimhoudingsverplichting geldt ook voor andere gegevens die hij ontvangt tijdens zijn deelname, op voorwaarde dat: - het vertrouwelijke karakter van de gegevens bekend is, - of hij redelijkerwijs kan vermoeden dat deze gegevens vertrouwelijk zijn.

Met deze verklaring bevestigt de incidentele Deelnemer dat hij zich aan de wettelijke eisen rond vertrouwelijkheid zal houden en zorgvuldig zal omgaan met alle gevoelige informatie die hij tijdens zijn deelname ontvangt Naam organisatie: Naam ondergetekende:

23

Bijlage 2B. Model Afspraken Incidentele Deelnemer (MODEL VOLGT LATER)

Zodra dit model beschikbaar is zal dit als bijlage 2B van deze Bestuurlijke Afspraken worden gepubliceerd op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs.

Van sommige netwerkpartners is te voorzien dat zij met enige regelmaat noodzakelijk zullen zijn om tot een goede aanpak in een Casus te komen. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld het CJIB omdat afstemming nodig is ihkv strafexecutie, of een zorgkantoor met het oog op de Levensloopaanpak. De WGS staat toe dat Deelnemers aan het samenwerkingsverband op bestuurlijk niveau afspraken te maken met dergelijke netwerkpartners ‘voor de situaties waarin hun organisatorische inzet nodig kan zijn bij de behandeling van een Casus, om de zorgvuldigheid van de gegevensverwerking bij deelname aan een Casus te waarborgen’1. Met het oog daarop wordt een model ontwikkeld in overleg met de landelijke Deelnemers en de koepels van regionale Deelnemers, dat zal voorzien in de afspraken die noodzakelijk zijn om de vereisten vanuit de WGS en BGS te waarborgen.

24

Bijlage 3. Format Taken Netwerkmanager Versie geldend op 22 september 2025. De meest actuele versie is vanaf 1 december 2025 te vinden op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs.

Verantwoordelijkheden functie Netwerkmanager: •

Stelt samen met de netwerkpartners de koers van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland vast;

•

Verbindt de partners hiertoe in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland op strategisch, tactisch en uitvoerend niveau;

•

Participeert in en is betrokken bij relevante landelijke en regionale ontwikkelingen of knelpunten op het gebied van zorg- en veiligheid en adresseert of vertaalt deze richting de netwerkpartners;

•

Fungeert als schakel tussen landelijk, regionaal en lokaal niveau. Onderhoudt hiertoe in ieder geval het contact met het landelijk netwerk van Zorg- en Veiligheidshuizen en de betrokken ministeries;

•

Draagt zorg voor de (door)ontwikkeling van (nieuwe) aanpakken binnen het Zorg- en Veiligheidshuis;

•

Adviseert bestuurders van de netwerkpartners;

•

Werkt in opdracht van de regionale Stuurgroep dan wel het Dagelijks Bestuur en legt daar verantwoording af (bijvoorbeeld over de bedrijfsvoering en resultaten);

•

Daarnaast geeft de Netwerkmanager leiding aan het Ondersteunende bureau van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland en draagt zorg voor de uitvoering van de vier functies van het Ondersteunende bureau. De Netwerkmanager is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van het Ondersteunend bureau.

25

Bijlage 4. Model mandaatbesluit AVG-verzoeken, informatieverstrekking en melden datalekken Mandaatbesluit: Verlening van mandaat aan de Netwerkmanager van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland namens het Contactpunt voor besluiten op AVG-verzoeken, informatieverstrekking aan Betrokkenen het melden van datalekken De burgemeester van gemeente Vlisingen, gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, overwegende dat: A. de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) en het Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (BGS) bepalen dat de Deelnemers van het Zorg- en Veiligheidshuis een Contactpunt moeten aanwijzen dat verantwoordelijk is voor: (i) het nemen van besluiten op verzoeken van burgers ter uitoefening van hun rechten bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), voor zover deze verzoeken betrekking hebben op persoonsgegevens die op grond van de WGS door het Zorg- en Veiligheidshuis worden verwerkt (artikel 1.2 BGS); (ii) de nakoming van de verplichting om de informatie te verstrekken, bedoeld in artikel 14 AVG, inzake de verwerking van persoonsgegevens op grond van de WGS door het Zorg- en Veiligheidshuis (artikel 1.3 BGS); (iii) de nakoming van de artikelen 33 en 34 AVG (meldplicht datalekken) met betrekking tot de verwerking op grond van de WGS van persoonsgegevens door het Zorg- en Veiligheidshuis

(artikel 1.4 BGS); B. als Contactpunt van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland voor de regio Zeeland4, is aangewezen: Stichting Zorg en Veiligheidshuis Zeeland; C. de sub B bedoelde aanwijzing wordt gedaan door de Gezamenlijke Verwerkingsverantwoordelijken middels de ondertekening van de Bestuurlijke afspraken van het onder sub B bedoelde Zorg- en Veiligheidshuis; D. het wenselijk is om de besluitvorming op de sub A, onder (i), bedoelde verzoeken alsmede de nakoming van de sub A, onder (ii) en (iii), bedoelde verplichtingen efficiënt en rechtmatig te laten verlopen; E. De burgemeester van gemeente Vlissingen op grond van artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd is om een mandaat te verlenen voor het nemen van besluiten op de sub A, onder (i), bedoelde verzoeken alsmede voor de nakoming van de sub A, onder (ii) en (iii), bedoelde verplichtingen; besluit de volgende regeling vast te stellen: 1. Mandaatverlening De Netwerkmanager van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland dat opereert onder de Stichting Zorgen Veiligheidshuis Zeeland, wordt gemandateerd om namens de de burgemeester Vlissingen: a. besluiten te nemen op verzoeken van Betrokkenen als bedoeld in hoofdstuk III AVG voor zover deze verzoeken betrekking hebben op persoonsgegevens die op grond van de WGS

4

M.u.v. gemeente Tolen

26

door het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland worden verwerkt (hierna: “AVG verzoeken”), zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.2 BGS; b. de verplichting na te komen om de informatie te verstrekken, bedoeld in artikel 14 AVG, inzake de verwerking van de persoonsgegevens die het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland op grond van de WGS verwerkt, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.3 BGS; c. de verplichtingen na te komen met betrekking tot de artikelen 33 en 34 AVG (meldplicht datalekken) met betrekking tot de verwerking op grond van de WGS van persoonsgegevens door het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.4 BGS. 2. Beperkingen van het mandaat Het mandaat geldt uitsluitend ten aanzien van persoonsgegevens die op grond van de WGS worden verwerkt door het in artikel 1 van dit besluit bedoelde Zorg- en Veiligheidshuis. 3. Verantwoordelijkheden De Netwerkmanager draagt zorg voor: a. een zorgvuldige en tijdige behandeling van AVG-verzoeken in overeenstemming met de wettelijke voorschriften en gemeentelijke richtlijnen; b. een zorgvuldige en tijdige nakoming van de verplichtingen bedoeld in artikel 1, onder b en c, van dit mandaatbesluit in overeenstemming met de wettelijke voorschriften en gemeentelijke richtlijnen.

De Netwerkmanager houdt de de burgemeester van gemeenten Vlissingen periodiek op de hoogte van de ontvangen AVG-verzoeken en de genomen besluiten, alsmede van eventuele inbreuken in verband met persoonsgegevens (datalekken) en de wijze waarop daarmee is omgegaan. 4. Ondertekening en bekendmaking Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en wordt gepubliceerd in het gemeentelijk publicatieblad. Aldus vastgesteld door de burgemeester van Gemeente Vlissingen op Datum:…………………………………… Handtekening

………………………………………………..

27

Bijlage 5. Nadere uitwerking werkprocessen Versie geldend op 22 september 2025. De meest actuele versie is vanaf 1 december 2025 te vinden op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs.

Ga verder op volgende pagina.

28

29

30

31

32

33

34

Bijlage 6. Nadere uitwerking Bewaartermijnen Versie geldend op 22 september 2025. De meest actuele versie is vanaf 1 december 2025 te vinden op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs.

Ga verder op volgende pagina.

35

36

37

Bijlage 7. Modelovereenkomst Ondersteunend bureau bij niet-Deelnemer ondergebracht (MODEL VOLGT LATER)

Zodra dit model beschikbaar is zal dit als bijlage 6 van deze Bestuurlijke Afspraken worden gepubliceerd op www.zorgenveiligheidshuizen.nl/implementatie-wgs.

In enkele gevallen is het Ondersteunend bureau ondergebracht bij een organisatie die niet behoort tot een bij wet aangewezen Deelnemer. Voor deze Zorg- en Veiligheidshuizen gelden specifieke randvoorwaarden om aan de vereisten van de WGS te kunnen voldoen1. Voor deze Zorg- en Veiligheidshuizen zijn specifieke afspraken noodzakelijk met name ten aanzien van procesregie en de rol van de procesregisseur, welke vastgelegd dienen te worden in een overeenkomst tussen het samenwerkingsverband Zorg- en Veiligheidshuis en de Beheerorganisatie. Hiervoor wordt in overleg met de landelijke Deelnemers en de koepels van regionale Deelnemers een modelovereenkomst uitgewerkt die voor de betreffende ’Zorg- en Veiligheidshuizen behulpzaam is om de relatie tussen het Samenwerkingsverband en de Beheerorganisatie op de juiste wijze vorm te geven.

38

39

Aan de leden

Datum

19 mei 2026 Ons kenmerk

U202600246 Lbr. 26/013 Telefoon

070 373 9393

Onderwerp

Begrotingsadvies 2027-2030

Geachte leden van college en gemeenteraad, Gemeenten bevinden zich nog steeds in een financieel onzekere tijd. Primair wordt dit veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door de ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028. Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de afspraak rond de Commissie-Van Ark herbevestigd. Daarbij heeft het kabinet onderstreept dat dit advies zwaarwegend en maatgevend is. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet en deze niet verwijtbaar is aan gemeentelijk handelen. Daarom kan het in onze visie niet zo zijn dat gemeenten op dit moment vanwege de oplopende kosten voor de jeugdzorg tal van bezuinigingen moeten doorvoeren op andere beleidsterreinen. Of lasten moeten verhogen om de begroting vanaf 2028 sluitend te krijgen. Dit levert op de korte termijn onzekerheid op voor u als gemeente.

Veelal tegelijkertijd met de opgave om in uw gemeente te komen tot afspraken voor een meerjarig financieel kader voor 2027 tot en met 2030, vanwege de lokale coalitieonderhandelingen. Deze onzekerheid maakt dat de VNG zich genoodzaakt ziet om ook dit jaar een begrotingsadvies af te geven. Onze leden hebben namelijk de wens uitgesproken een eenduidige lijn te hanteren over hoe gemeenten de jeugdzorg in hun begroting opnemen. De onzekerheid wordt nog versterkt door de ingeboekte besparing op de Huishoudelijke Hulp in de Wmo, vanaf 2029. Deze is vastgelegd in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten, maar hier is nog geen beleidsmatig plan voor opgesteld.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/4

Over de onzekerheid rondom de herijking van het Gemeentefonds geeft de VNG geen begrotingsadvies. Gemeenten dienen hiervan zelf een inschatting te maken, op basis van de informatie uit de meicirculaire 2026. Voor de totstandkoming van dit advies is overleg gevoerd met het provinciaal vakberaad van toezichthouders. Hun zienswijze is opgenomen in het advies. Het begrotingsadvies is ter informatie ook gedeeld met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Het advies sluit aan bij ons begrotingsadvies uit 2025. Begrotingsadvies 2027-2030 1. Maak de begroting voor 2027 sluitend. We adviseren ten minste boekjaar 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat de toezichthouder de gemeente niet onder preventief toezicht stelt. 2. Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt. Maak een realistische inschatting voor de kosten voor 2028 en verder, waarbij u aangeeft met welke maatregelen u de beïnvloedbare kosten tracht te verlagen, zoals de toezichthouder wenst. Neem daarnaast de volgende stelposten op: A. Stelpost aanvullende maatregelen Er zijn aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025 die vanaf 2028 financieel vertaald zijn in een bezuiniging.

Dit gaat onder andere over de invoering van een eigen bijdrage (€ 260 miljoen) en het sturen op de verkorting van de trajectduur (€ 68 miljoen). Het advies is, evenals vorig jaar, om deze maatregelen budgetneutraal te maken: korting versus besparing/inkomsten. Bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). Zienswijze toezichthouder De toezichthouder heeft aangegeven dat hij deze stelposten zal toestaan. Het rijk is immers verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. B. Stelpost Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Gemeenten doen er alles aan om via besparingsmaatregelen de kosten van jeugdzorg aan te laten sluiten bij het beschikbare budget. Vanaf 2028 is dit vanwege de ingeboekte bezuinigingen een enorme opgave. Begin 2027 zal de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zich uitspreken over de balans tussen kosten en budget, over 2026/2027 en ook over 2028 en verder. Het is zeer onwenselijk om nu al bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te boeken vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg, terwijl het oordeel van de deskundigencommissie begin 2027 pas volgt.

Het advies is om wederom een stelpost op te nemen voor het resterende tekort na realistische raming van de lasten jeugdzorg en de toepassing van de hierboven genoemde stelposten, namelijk de aanvullende maatregelen besparing trajectduur en eigen bijdrage.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

Voer in de begroting vanaf 2028 deze nieuwe stelpost op onder de titel “Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd”. De VNG hanteert als uitgangspunt artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet: medebewind is voor rekening en risico rijk – dus we brengen baten en lasten voor jeugdzorg in balans. Zienswijze toezichthouder Voor deze stelpost geeft de toezichthouder aan dat hij op basis van de geldende wet- en regelgeving, en het daarop gebaseerde Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK), niet akkoord kan gaan met deze stelpost. Dit geldt zolang er geen zwart-op-wit toezegging van het kabinet is dat het de kosten volledig compenseert naar aanleiding van de uitspraken van de deskundigencommissie. 3. Gebruik een stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo Vanaf 2029 wordt er structureel € 1 miljard uit het Gemeentefonds genomen, omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. Tot op heden is nog onduidelijk hoe dit vorm krijgt, terwijl de korting al wel verwerkt is. Daarmee is het onduidelijk of en in welke mate gemeenten deze kosten moeten blijven maken vanaf 2029. Het advies is om de vanaf 2029 ingeboekte bezuiniging op huishoudelijke hulp via een stelpost teniet te doen onder de titel “Afschaffing huishoudelijke hulp”.

Zienswijze toezichthouder Mogelijk gaan de toezichthouders deze stelpost toestaan, maar dit moeten zij bestuurlijk nog accorderen. Als dat gebeurt, komt er een aanvulling op de begrotingscirculaire. Tot die tijd is het noodzakelijk hierover met de toezichthouder te overleggen. Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. 4. Neem passages op over de stelposten in de risicoparagraaf Er zijn risico’s die gemeenten moeten nemen door het opnemen van deze stelposten. Wij adviseren om hierover deze passages op te nemen in de risicoparagraaf: “In de Voorjaarsnota 2025 zijn afspraken gemaakt over het zwaarwegende advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in 2027 met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg. Deze afspraken heeft het huidige kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 herbevestigd. Vooruitlopend op deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt.” “In de Voorjaarsnota 2026 is een korting toegepast op het Gemeentefonds vanwege het afschaffen van de huishoudelijke hulp in de Wmo. Het is nog onduidelijk hoe deze bezuiniging wordt ingevuld, wat maakt dat wij de korting vanaf 2029 via een stelpost tenietdoen.

Deze stelpost is onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder.” Gegeven de onzekerheid ten aanzien van het volledig opvolgen van het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, adviseren wij dat u aanvullend een financiële raming maakt van dit risico en dit verwerkt in uw weerstandsvermogen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

Mogelijkheden specifieke stelposten onderuitputting Daarnaast wijzen we u graag op mogelijkheid tot het opnemen van specifieke stelposten onderuitputting, die na toestemming van de toezichthouder kunnen worden benut. Zie hiervoor ook het nieuwsbericht: Aanpassing toezichtskader voor stelposten onderuitputting | VNG. Uw toezichthouder heeft u hierover geïnformeerd in de begrotingscirculaire, en het GTK zal hierop aangepast worden. Meer informatie Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze ledenbrief, dan kunt u contact opnemen met ons Klantcontactcentrum via info@vng.nl of 070-373 83 93. Tot slot De voortdurende onzekerheid over de financiën vraagt veel van u als gemeentebestuur, maar ook van uw gemeentelijke organisatie en uw partners. Zeker in tijden van coalitievorming. Als VNG blijven we ons daarom in alle contacten met het rijk onverkort inzetten om die onzekerheid zo veel mogelijk te beperken. Ik vertrouw erop dat ons advies behulpzaam is bij het gesprek binnen uw gemeente over uw meerjarenbegroting 2027-2030. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

Zeeuwen voor Brede Welvaart en Duurzaamheid

Tweede open brief over de Strategische Agenda Zeeland 2050. Aan

De Leden van Provinciale Staten van Zeeland, De leden van de gemeenteraad van de gemeenten Borssele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen, De leden van de Algemene Vergadering van het Waterschap Scheldestromen.

Zeeland, 19 mei 2026 Geachte volksvertegenwoordigers, C

O

N

C

E

P

T

1

Binnenkort stelt u de kaders vast voor de inbreng van Zeeland in de Strategische Agenda die de komende tijd samen met het Rijk voor Zeeland wordt opgesteld. De Strategische Agenda is een schets van kansen en mogelijkheden om Zeeland bij de tijd te houden en op basis daarvan afspraken te maken met het Rijk. Het aandeel van de provincie in deze afspraken zal volgens de planning in september 2026 worden vastgesteld. Een volgende stap wordt gericht op een gezamenlijke investeringsagenda voor de uitvoering van projecten. Wij, mensen van een brede groep maatschappelijke organisaties, waarderen de ambitie waarmee de Zeeuwse toekomst tegemoet wordt getreden. Omdat we op heel veel manieren betrokken zijn bij Zeeland, omdat we hier wonen en werken en omdat de kernwaarden van Zeeland ons aan het hart gaan. Het is vanuit die betrokkenheid dat wij met deze (tweede) open brief een aantal opmerkingen en suggesties naar voren brengen. Het fundament van Zeeland Onze provincie is een bijzonder gebied met unieke waarden: de strategische situering van de Zeeuwse delta in Noordwest-Europa, de open ruimte en het samenspel en de dynamiek van land en water met de natuur die daar bij hoort zijn van internationale betekenis.

Binnen de verstedelijkte ring van de Randstad, West Brabant en Vlaanderen geeft Zeeland zowel letterlijk als figuurlijk ‘lucht’ aan miljoenen buren: Hollanders, Duitsers, Brabanders en Belgen. Deze situering bepaalt de natuur, recreatie, industrie en landbouw zoals we die nu kennen. Deze Zeeuwse kernwaarden vormen het fundament onder een brede welvarende toekomst voor onze provincie.

1

De uitdagingen waar onze provincie voor staat zijn groot en wezenlijke vragen dringen zich op. De meest bepalende vraagstukken liggen rond de thema’s zeespiegelstijging, overstromings-veiligheid, verzilting, ecologie en landbouw. Problemen en risico’s van deze thema’s zijn sterk met elkaar verweven, ook economisch en ruimtelijk. Ingrepen, keuzes en oplossingen in deze thema’s kunnen daarom alleen in hun samenhang een meerwaarde voor het geheel opleveren. Het veilig zijn voor overstromingen en het ecologisch goed functioneren van de ondergrond als fundament staat aan de basis. We zullen moeten doorbreken dat inrichtingsmaatregelen voor waterveiligheid, landbouw, natuur en tegen verzilting apart van elkaar worden beschouwd. Daarom pleiten wij voor een echte opvolger van het historische Deltaplan. Een plan dat op deze thema’s geïntegreerde oplossingen toont, scenario’s schetst en de basis vormt voor het toewerken naar een Brede Welvaart. Deltawerken 2.0 De ontwikkelingen in het fundament van Zeeland kunnen niet los gezien worden van de ontwikkelingen in de gehele Zuidwestelijke delta en in de Rijn-, Maas- en Scheldemonding. De Zuidwestelijke delta is een integraal onderdeel van de Deltabeslissing Grote Rivieren en Delta’s. Voor Zeeland is een intensieve samenwerking met het Rijk, met de provincies Zuid-Holland en NoordBrabant en, voor de Schelde met Vlaanderen van groot belang.

Wij verwijzen hiervoor naar het concept Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050.

C

O

N

C

E

P

T

1

Deze samenwerking kan constructiever en intensiever én met meer deelname van de samenleving. Wij raden u aan de beschikbare capaciteit en middelen (programmabureau Zuidwestelijke Delta, Delta Climate Center en Gebiedenaanpak van de provincie) te bundelen om de aanwezige kennis te versterken én om zo de Zeeuwse samenleving nauwer te kunnen betrekken bij de beleids- en planvorming richting de deltawerken 2.0. Ruimte en wonen De ruimte van Zeeland op het land is niet groot en zal ook niet groter worden. Als de ambities uit de Strategische Agenda bewaarheid worden zal de druk op het landelijke deel van Zeeland hoe dan ook toenemen. Het gaat er dus om hoe deze functies ruimtelijk worden geïntegreerd. Dat vraagt om zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik voor ondernemers, recreanten en (veel meer) inwoners. De enige weg lijkt om de kwaliteit van de ruimte te vergroten door deze natuur-inclusief in te richten en te managen. Naast landbouw en natuur betreft dit ook woon- en recreatielocaties, het midden- en kleinbedrijf en de grotere industrie. Ook in zeeland hebben vooral jongeren problemen om een huis te vinden en werkt de vergrijzing door in de arbeids- en woningmarkt. Maar een grote bevolkingsgroei moet geen doel op zich zijn.

Groei vormt op zich zelf geen voorwaarde voor leefbaarheid en kan alleen beïnvloed worden in samenhang met andere thema’s zoals werkgelegenheid, het woon- en leefklimaat en voorzieningen. De ontwikkeling van de omvang van het inwoneraantal zal bepaald worden en afgestemd moeten worden op de kwaliteit van de Zeeuwse kernwaarden en op de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Overigens wijzen recente demografische cijfers van onder andere het PBL voor 2050 niet op groei maar voor grote delen van Zeeland op krimp. Ons valt op dat de landbouw slechts zijdelings wordt benoemd in de Strategische Agenda. Onvermeld blijft dat veel ambities in deze agenda ruimte zullen vragen, soms zelfs heel veel ruimte. Dat gaat ten 2

koste van de oppervlakte en de kwaliteit van het agrarische landelijk gebied. Ook naar de (verblijfs-) recreatie werkt dit door. Deze onevenwichtigheid in de agenda vraagt om herstel. De geroemde rust en ruimte in Zeeland worden immers bepaald door de natuur- en landschapskwaliteit van het landelijk gebied en de grote wateren. Bereikbaarheid is vanzelfsprekend een belangrijk aspect; de agenda zet daar stevig op in. De strategische Agenda noemt de Midden-Zeelandroute als één van sleutelprojecten. Maar voor welk probleem is dat de oplossing? Immers, buiten Zeeland zullen onder andere de Haringvlietbrug en Heinenoordtunnel nog langdurig de flessenhalzen blijven. Economie, werkgelegenheid en onderwijs De perspectieven van de energie-intensieve industrie in onze Zeeuwse havens zijn zorgelijk. Het belang van lage energiekosten voor deze bedrijven is groot en Zeeland kan moeilijk mondiaal concurreren met zonrijke regio’s, ook binnen de EU, waar de energieprijzen blijvend lager zullen zijn. In dit verband zal de implementatie van kernenergie in het Nederlandse energiesysteem een hoge, wellicht te hoge prijs kennen. De optie om in Zeeland 2 à 4 grote kerncentrales te bouwen betekent een fors ruimtebeslag dat concurreert met andere functies zoals industrie en landbouw. Ook zal de bouw gepaard gaan met een decenniumlange verstoring van de arbeids- en woningmarkt.

Nog afgezien van meer fundamentele vragen over kernenergie is de kans dat er in Zeeland geen kerncentrales gebouwd worden reëel. Daarom pleiten wij voor het parallel ontwikkelen van een tweede scenario: zonder kernenergie.

C

O

N

C

E

P

T

1

Ook bepleiten wij om actief nieuwe bedrijfstakken te werven voor Zeeland. Bedrijven die werk maken van bijvoorbeeld de circulaire economie, onderhoud van Noordzee-infrastructuur, productie van duurzame brandstoffen en industrie die waterstof als grondstof gebruikt. Dat biedt werkgelegenheid met inhoud. Zeeland heeft de sterktes die aantrekkelijk zijn voor het bedrijfsleven: goede logistieke verbindingen, aanlandingsplaats voor hernieuwbare elektriciteit, maritieme industrie, en nog beschikbare ruimte op bestaande industrieterreinen. Onderwijs is een voorwaarde voor het welslagen van Zeeland 2050. Goed onderwijs en educatie moeten voor alle inwoners gericht zijn op bewustwording en kennisdeling rond de grote, en in elkaar vervlochten thema’s klimaat, ecologie, nieuwe economie en welzijn. Een basisschool/IKC moet in elk dorp aanwezig zijn óf moet op redelijke afstand met specifiek openbaar vervoer bereikbaar zijn. Alleen met zo’n voorziening is een dorp een aantrekkelijke plek voor jonge gezinnen. Daarnaast kan het brede belang van goed MBO niet genoeg benadrukt worden. Met hun vakmanschap vormen MBO’ers de ruggengraat van de samenleving en dus van het Zeeland van de toekomst. Beroeps- en academisch onderwijs in het Zeeland van de toekomst moeten aansluiten bij de Zeeuwse kwaliteiten en arbeidsmarkt en moeten de noodzakelijke veranderingen ondersteunen.

Samen vormen deze onderwijslagen de basis voor een Zeeland dat bewust, weerbaar en toekomstgericht is. Kwaliteit van leven Gezondheid heeft -terecht- een belangrijke plaats in uw agenda. Bij ons rijst wel de vraag hoe de bevolkingsontwikkeling en -samenstelling hierbij meespelen. Immers nemen door de vergrijzing van de Zeeuwse bevolking zowel de druk op de arbeidsmarkt als ook de zorgvraag toe. Des te belangrijker wordt het dat het bevorderen van gezondheid en zorg ín alle beleidsopgaven wordt meegenomen. Gezondheid, welzijn, sociale relaties en maatschappelijke participatie zijn belangrijke aspecten van de Brede Welvaart die we nastreven. 3

Het versterken van het Zeeuwse culturele ecosysteem is hard nodig en erfgoed en educatie kunnen daarbij niet worden gemist. Wij vragen ook aandacht voor de (sociaal-)culturele omslag die uw agenda met zich mee zal brengen. Het wordt de ‘grootste verbouwing van Zeeland na de ramp’. Versterking van de vitaliteit, ‘samenredzaamheid’ en sociale cohesie maken van Zeeland een aantrekkelijk oord. Dat kan sterker in de agenda worden benoemd. Participatie De grootse verbouwing van Zeeland vraagt medewerking van velen. Ook van hen die zich afvragen of het ontwerp wel deugt, mensen die de planning onder de loep nemen en zo meer. Er is meer, veel meer, betrokkenheid nodig van de Zeeuwen bij deze verstrekkende plannen. Betrokkenheid begint met kennis. Wij vragen u om in dit proces serieus werk te maken van educatie en participatie. Een beproefde methode is de door de TU Delft ontwikkelde ‘Participatieve Waarden Evaluatie’. En ja, betrokkenheid versterken en onderhouden kost wat. Ongeïnteresseerdheid en achteloosheid kost meer. Wij wensen u veel wijsheid bij het bepalen van de kaders waarbinnen de Strategische Agenda uitgevoerd kan worden. Een precair proces waarbij een koersvaste overheid met belanghebbenden aan een zorgvuldig traject vorm en inhoud moeten geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17043676/1