CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-059 Bijlage 3. Ingekomen stukken AB

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken periode 4 (26-059 MZ/RM/AB)33.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 132.383

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 17.904

Subtotaal

€ 150.287

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 178.711

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 150.287

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

69

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. Gegevens 2025 Naam topfunctionaris

Functie

H.J.A. van Merrienboer (burgemeester van Terneuzen)

Voorzitter AB (01-01 t/m 31-12)

G.M. Dijksterhuis (burgemeester van Borsele)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

C.H. van den Bos (burgemeester van Goes)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

Y.P. van Mastrigt (burgemeester van Middelburg)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

I.M.M. Jense – van Haarst (burgemeester van Hulst)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

C. Jansen op de Haar (burgemeester van Kapelle)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

G.L. Meeuwisse (burgemeester van Noord-Beveland)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

J. van Egmond (burgemeester van Reimerswaal)

Lid AB (01-01 t/m 01-04)

J.J. Luteijn (burgemeester van Reimerswaal)

Lid AB (02-04 t/m 31-12)

J.C. van der Hoek (burgemeester van Schouwen-Duiveland)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

M.M.D. Vermue (burgemeester van Sluis)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

M.L.P. Sijbers (burgemeester van Tholen)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

F.J. van Doesburg – Schouwenaar (burgemeester van Veere)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

A.R.B. van den Tillaar (burgemeester van Vlissingen)

Lid AB (01-01 t/m 31-12)

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Gegevens 2025 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris

Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking

Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)

Gegevens per WNT-instelling

01-08-2023

Veiligheidsregio Zeeland

€ 188.965

06-06-2019

GGD Zeeland

€ 32.891

Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling

€ 221.856

Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.

€ 246.000

Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling

N.v.t.

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

70

Gegevens 2024 J. Gaemers is werkzaam in dienstbetrekking bij de volgende WNT-plichtige instellingen als topfunctionaris niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris

Datum aanvang Naam WNT-instelling dienstbetrekking

Totale bezoldiging per WNTinstelling (bedragen x € 1)

Gegevens per WNT-instelling

01-01-2020

Veiligheidsregio Zeeland

€ 150.287

06-06-2019

GGD Zeeland

€ 54.764

Gecumuleerde totale bezoldigingen bij alle WNT-instellingen gezamenlijk i.v.m. anticumulatiebepaling

€ 205.051

Het algemeen bezoldigingsmaximum dan wel een voor één van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum.

€ 233.000

Gegevens overschrijding en eventuele onverschuldigde betaling

N.v.t.

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. In 2025 zijn geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

71

11. Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 11 april 2025 vastgestelde normenkader van relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 945.949.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 688.535 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 945.949. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur een bedrag van € 519.359 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

72

12. Vaststelling jaarrekening 2025

Dagelijks Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld en aangeboden aan het Algemeen Bestuur op …... Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,

de voorzitter,

J. Gaemers

F.M. Weerwind

Algemeen Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland in de openbare vergadering van ……... Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,

de voorzitter,

J. Gaemers

F.M. Weerwind

73

13. Gebeurtenissen na balansdatum CAO Veiligheidsregio’s Na balansdatum zijn de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s afgerond. In de CAO is een structurele loonsverhoging overeengekomen van 4,1% per 1 augustus 2025. De financiële impact van de overeengekomen loonontwikkeling op het verslagjaar 2025 is reeds volledig verwerkt in de cijfers per 31 december 2025. De formele bekrachtiging van de nieuwe CAO in 2026 zal derhalve geen aanvullende invloed hebben op het resultaat over 2025.

74

14. Overige gegevens Controleverklaring accountant --

75

15. Bijlagen Bijlage 1 Realisatie begrote investeringen 2025 Rijlabels INV 001 C2000 Portofoons,mobilofoons,luistersets INV 002 ICT INV 003 Bluskleding INV 004 Inventaris kazernes INV 005 Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen (NBT's) INV 006 TS6 en SB-voertuigen INV 007 Logistieke voertuigen INV 013 Paxtas/AED's INV 015 MDT's (Ipads op de voertuigen) INV 016 Ipads brandweer ROL INV 017 Midlife vervanging banden + straalpijpen INV 019 Handlampen oplaadbaar INV 020 Precom-schermen INV 022 Duikmaterialen INV 025 Voertuigen waterongevallenteams INV 027 Dienstbussen INV 029 Dienstauto's (klein) INV 031 Hoogwerkers / Redvoertuigen INV 032 Waterwagens INV 036 I&A Telefoons INV 039 Energiebesparende maatregelen INV 041 Ademluchtmaskers INV 044 Werkplaatsinirchting MTL INV 048 Kettingzagen en zaagkleding INV 055 Redvesten INV 058 Blushelmen INV 059 Blushandschoenen INV 060 Bluslaarzen INV 069 Investeringsbijdragen nieuwe kazernes INV 075 Voorbereiding nieuwbouw kantoor Goes-West Eindtotaal

Budget 2025 61.200 215.900 76.400 118.600 0 160.000 441.500 58.800 39.303 27.901 61.200 34.400 30.600 86.683 0 0 94.100 2.139.000 0 45.380 164.720 5.600 39.700 2.600 4.000 35.000 33.200 97.700 65.000 1.626.000 5.764.487

Realisatie 2025 0 224.203 79.091 130.677 6.285 295.447 441.150 53.004 26.229 22.524 53.118 12.224 29.657 86.613 1.683 13.936 94.118 2.164.073 44.271 49.508 0 5.536 33.121 5.979 3.775 31.711 32.318 70.464 65.000 72.334 4.148.048

Verschil Status AT 61.200 -8.303 Activeren 4 -2.691 Activeren 10 -12.077 Activeren 10 -6.285 OHW 17 -135.447 Activeren/OHW 2 350 Activeren 10 5.796 Activeren 8 13.074 Activeren 4 5.377 Activeren 4 8.082 Activeren 8 22.176 Activeren 8 943 Activeren 5 71 Activeren 7 -1.683 OHW -13.936 OHW -18 Activeren 10 -25.073 Activeren 15 -44.271 OHW -4.128 Activeren 4 164.720 64 Activeren 10 6.579 Activeren 10 -3.379 Activeren 10 225 Activeren 10 3.289 Activeren 10 882 Activeren 5 27.236 Activeren 5 0 Activeren 25 1.553.666 OHW 1.616.439

Op de investeringen is er € 1.616.439 minder uitgeven dan begroot. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht. INV 001 C2000 Portofoons, mobilofoons en luistersets € 61.200 V We hebben 2e hands communicatie-apparatuur ‘om-niet’ overgenomen van een andere Veiligheidsregio. Het is daardoor niet nodig geweest om in 2025 nieuwe apparatuur aan te schaffen. INV 006 TS6 en SB-voertuigen € 135.447 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe TS-en die in 2026 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’. INV 031 Hoogwerkers / redvoertuigen € 25.073 N De meerkosten zijn het gevolg van het toevoegen van een ademlucht-systeem in de korf. Hiermee was in de oorspronkelijke inkooporder geen rekening gehouden. INV 032 Waterwagens € 44.271 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe waterwagens die naar verwachting in 2027 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’.

Jaarstukken 2025 76

INV 039 Energiebesparende maatregelen € 164.720 V Deze middelen zijn o.a. bedoeld voor laadpunten. Deze investering wordt in 2026 bezien en uitgevoerd samen met de start van de vervanging van een groot aantal dienstvoertuigen. Het NIPV is momenteel hiervoor bezig met een aanbesteding. Het budget van € 164.720 wordt doorgeschoven naar 2026. INV 060 Bluslaarzen € 27.236 V Eind 2025 is besloten dat in 2026 alle bluslaarzen in 1 keer zullen worden vervangen. Omdat hiermee rekening is gehouden zijn er in 2025 minder bluslaarzen vervangen. INV 075 Voorbereiding nieuwbouw kantoor Goes-West € 1.553.666 In 2025 is een voorbereidingskrediet van € 1.626.000 beschikbaar gesteld voor kosten van de ontwikkelfase van de nieuwbouw van het kantoor VRZ-GGD in Goes-West. De totale kosten (inclusief BTW) bedragen € 1.626.000 voor beide organisaties VRZ en GGD samen. Vooralsnog worden deze kosten geadministreerd bij VRZ. Deze post is onderdeel van de stichtingskosten nieuwbouw, die zal worden geactiveerd bij de eigenaar van het gebouw en tot afschrijvingslasten zal leiden in het jaar volgend op de oplevering van de nieuwbouw. Het budget van € 1.626.000 wordt doorgeschoven naar 2026. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’.

Jaarstukken 2025 77

Bijlage 2 Recapitulatie onttrekkingen reserves 2025 Algemene reserve Begroting 2025 B2025 Algemene reserve Saldo aan het begin van het jaar Toevoegingen Resultaat 2024

B2025 Totaal

€ 686.511 € 686.511

€ 686.511 € 686.511

€ 686.516 € 686.516

€ -5 € -5

€ 145.000 € 60.000 € 40.000 € 45.000

€ 145.000 € 60.000 € 40.000 € 45.000

€ 92.812 € 60.000 € 12.030 € 20.782

€ 52.188 €0 € 27.970 € 24.218

€ 306.724

€ 848.235

€ 848.235

€ 900.428

B2025

Mutatie 2025

€ 306.724 €0

€0

Onttrekkingen Meerjarenonderhoudsplanning huisvesting Professionalisering inkoopfunctie VRZ Implementatie laatste modules McMain Saldo aan het eind van het jaar Totaal algemene reserve

Begroting 2026-2030

Mutatie 2025

Realisatie 2025

Verschil

B2026

Nog te wijzigen

B2026 Totaal

B2027

B2028

B2029

B2030

€ 900.428 €0

€0

€0 €0

€0

€0

€0

€0

€0

€ 52.188

€ 52.188 €0 € 27.970 € 24.218

€0

€0

€0

€0

€ 848.240

€ 848.240

€ 848.240

€ 848.240

€ 848.240

B2029

B2030

€ 27.970 € 24.218

Bestemmingsreserves

Reserve Meldkamer Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Frictiekosten: woon-werkvekeer BoZ Frictiekosten: meerjarige kwaliteitsslag OCB incl procesaansluitingen brw.

€ 172.154 € 40.600 € 10.600 € 30.000

Saldo aan het eind van het jaar

€ 131.554

B2025

Reserve uitgestelde activiteiten Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen PFAS Schuimblusproblematiek Kwaliteitsslag riscobeheersing / Invoering omgevingswet Saldo aan het eind van het jaar

€ 27.640 €0

€ 27.640

B2025

Reserve Maritieme Veiligheid Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Maritieme Veiligheid Algemeen Maritieme Veiligheid Vakbekwaamheid Saldo aan het eind van het jaar

Reserve dekking afschrijving Saldo aan het begin van het jaar Onttrekkingen Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Stromenweg Dekking afschrijvingen verbouwing kazerne Borssele

€ 123.054 € 123.054

€ 163.654 € 10.600 € 153.054

€ 23.151 € 10.600 € 12.551

€ 8.500

€ 8.500

€ 149.003

Mutatie 2025

Begroting 2025 B2025 Realisatie Totaal 2025

€ 27.639 € 3.665 € 23.974

€ 27.639 € 3.665 € 23.974

€ 3.665 € 3.665 €0

€0

€0

€ 23.974

Mutatie 2025

€ 365.338 € 175.000 € 125.000 € 50.000 € 190.338

B2025

Mutatie 2025

159.320 € 9.200 € 5.600 € 3.600

Begroting 2025 B2025 Realisatie Totaal 2025

€ 30.000

Begroting 2025 B2025 Realisatie Totaal 2025

€ 30.000

€ 205.000 € 125.000 € 80.000

€ 114.064 € 91.144 € 22.920

€ 160.338

€ 160.338

€ 251.274

Begroting 2025 B2025 Realisatie Totaal 2025

€0

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

Verschil

€ 140.503 €0 € 140.503

Verschil

€ 23.974 €0 € 23.974

Verschil

€ 90.936 € 33.856 € 57.080

Verschil

€ 9.200 €0 €0

B2026

€ 149.003 € 6.400 € 6.400

B2026

€ 23.974 €0

Nog te wijzigen

€ 140.503 € 140.503

Nog te wijzigen

€ 23.974 € 23.974

B2026

€ 251.274 € 160.338 € 90.338 € 70.000

B2026

150.120 € 9.200 € 5.600 € 3.600

Nog te wijzigen

€ 90.936 € 33.856 € 57.080

Nog te wijzigen

€0

Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal

€ 146.903 € 6.400 € 140.503

€ 2.100 € 2.100

€0

€0

€0

€ 2.100

€0

€0

€0

€0

Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal

B2029

B2030

€ 23.974 €0 € 23.974

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal

B2029

B2030

€ 251.274 € 124.194 € 127.080

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Begroting 2026-2030 B2026 B2027 B2028 Totaal

B2029

B2030

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

€ 9.200 € 5.600 € 3.600

140.920

131.720

122.520

113.320

104.120

Saldo aan het eind van het jaar

150.120

150.120

150.120

150.120

Totaal bestemmingsreserves aan het begin van het jaar Totaal toevoegingen bestemmingsreserves Totaal onttrekkingen bestemmingsreserves Totaal bestemmingsreserves aan het eind van het jaar

€ 724.452 €0 € 224.800 € 499.652

€0 €0 € 180.693 € 318.959

€ 724.452 €0 € 405.493 € 318.959

€ 724.452 €0 € 150.080 € 574.372

€ 574.372 €0 € 175.938 € 398.434

€0 € 255.413

€ 574.372 €0 € 431.351 € 143.021

€ 143.021 €0 € 11.300 € 131.721

€ 131.721 €0 € 9.200 € 122.521

€ 122.521 €0 € 9.200 € 113.321

€ 113.321 €0 € 9.200 € 104.121

Totaal reserves aan het begin van het jaar € 1.031.176 € 0 € 1.031.176 Totaal toevoegingen reserves € 0 € 686.511 € 686.511 Totaal onttrekkingen reserves € 224.800 € 325.693 € 550.493 Totaal reserves aan het eind van het jaar € 806.376 € 1.167.194 € 1.167.194

€ 1.031.176 € 686.516 € 242.892 € 1.474.800

€ 1.474.800 €0 € 175.938 € 1.298.862

€0 € 307.601

€ 1.474.800 €0 € 483.539 € 991.261

€ 991.261 €0 € 11.300 € 979.961

€ 979.961 €0 € 9.200 € 970.761

€ 970.761 €0 € 9.200 € 961.561

€ 961.561 €0 € 9.200 € 952.361

Jaarstukken 2025 78

Bijlage 3 Overzicht van baten en lasten per taakveld 2025 Rijlabels 0.4 Overhead Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 0.5 Treasury Lasten 5.1 Rente Baten 5.1 Rente 0.8 Overige baten en lasten Lasten 3.8 Overige goederen en diensten 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Lasten 3.8 Overige goederen en diensten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer Lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten 2.1 Belastingen 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 5.1 Rente 7.2 Mutatie voorzieningen 7.3 Afschrijvingen Baten 3.5.2 Uitgeleend personeel 3.6 Huren 3.8 Overige goederen en diensten 4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk 4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten 4.3.6 Inkomensoverdrachten – overige overheden 4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie 0.10 Mutaties reserves Mutatie reserves 7.1 Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2025 10.580.309 10.580.309 7.035.700 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 50.000 50.000 50.000 0 0 0 -10.405.509 35.267.412 20.442.200 150.500 32.600 10.319.395 899.700 323.400 282.700 0 2.816.917 -45.672.921 -19.600 0 -309.200 -9.647.854 -35.420.267 -276.000 0 -224.800 -224.800 -224.800 0

Begroting 2025 na wijz. Jaarrekening 2025 11.243.970 11.061.012 11.344.966 10.306.120 7.084.465 7.113.045 6.200 2.164 180.800 243.277 3.482.269 2.321.535 35.000 34.239 164.240 169.456 20.600 28.537 48.200 70.673 323.192 323.193 -100.996 754.892 -64.300 -4.189 -23.334 -23.334 -13.362 -13.864 0 122.983 0 744.863 0 -71.567 -129.600 -144.760 -12.100 1.998 -12.100 1.998 -117.500 -146.758 -117.500 -146.758 146.071 0 146.071 0 146.071 0 0 0 0 0 0 0 -10.709.948 -10.792.001 37.556.870 36.989.320 21.339.731 21.415.200 171.300 169.245 178.633 163.304 11.315.793 10.675.487 1.148.554 960.346 356.400 348.313 214.400 205.389 106.400 299.377 2.725.659 2.752.658 -48.266.818 -47.781.320 -222.700 -76.283 -500 -500 -381.700 -408.508 -10.375.294 -9.960.056 -36.729.751 -36.729.753 -414.173 -569.833 -142.700 -36.387 -550.493 -242.892 -550.493 -242.892 -550.493 -242.892 0 -118.642

Verschil -182.958 -1.038.846 28.580 -4.036 62.477 -1.160.734 -761 5.216 7.937 22.473 1 855.888 60.111 0 -502 122.983 744.863 -71.567 -15.160 14.098 14.098 -29.258 -29.258 -146.071 -146.071 -146.071 0 0 0 -82.053 -567.550 75.469 -2.055 -15.329 -640.306 -188.208 -8.087 -9.011 192.977 26.999 485.498 146.417 0 -26.808 415.238 -2 -155.660 106.313 307.601 307.601 307.601 -118.642

Jaarstukken 2025 79

Uitkeringscode

A2

Verstrekker

JenV

Specifieke uitkering

Besluit veiligheidsregio's artikelen 8.1, 8.2 en 8.3 Veiligheidsregio's

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR)

Juridische grondslag

Aard controle R Indicator: A2/01 € 9.837.073

Indicator Besteding (jaar T)

Indicator

Indicator

Indicator

Indicator

SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2025 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 07-01-2026

Ontvanger

ocw

Indicator

Bijlage 4 SiSa 2025

Jaarstukken 2025

80

Meerjarenbeleidsplan 2022 - 2025 Samen zorgen voor een veilig zeeland 1

Inhoudsopgave 1. Voorwoord.......................................................................... 3 2. Leeswijzer ........................................................................... 4 3. Basis voor beleid................................................................. 5 3.1 Wetgevingskader........................................................... 5 3.2 Wat bedreigt ons? ......................................................... 5 3.3 Wat komt er op ons af? ................................................. 8 4. VRZ in perspectief............................................................. 11 4.1 Waar staan wij voor? .................................................. 11 4.2 Wat willen we bereiken? ............................................ 11 4.3 Wat gaan we doen?..................................................... 12 5. Toekomstbestendige brandweerzorg ............................... 13 5.1 Brandveiligheid ........................................................... 14 5.2 Incidentbestrijding ...................................................... 14 5.3 Leren en ontwikkelen .................................................. 15 5.4 Informatiemanagement & bedrijfsvoering ................. 15 6. Een voorbereide crisisorganisatie..................................... 16 6.1 Samen met onze partners ...........................................

17 6.2 Flexibel en wendbaar .................................................. 18 6.3 Vakbekwaam en hoge kwaliteit .................................. 18 6.4 Informatiegestuurde veiligheid ................................... 19 7. Werken in netwerken ....................................................... 20 7.1 Regionaal..................................................................... 21 7.2 Bovenregionaal ........................................................... 21 7.3 Internationaal.............................................................. 21 8. Mens en organisatie ......................................................... 22 8.1 Personeelsbeleid ......................................................... 22

Bijlage 1 – Wettelijk kader .................................................... 26 Bijlage 2 – Structuur beleidsdocumenten en p&c cyclus ..... 27 Bijlage 3 – Taakinvulling wet veiligheidsregio’s .................... 29 Bijlage 4 – MOTO 2022-2025 ................................................ 30 Bijlage 5 – Verklarende lijst met afkortingen........................ 31

8.2 Informatiegestuurde organisatie................................. 23 8.3 Duurzaamheid ............................................................. 23 8.4 Kwaliteitszorg .............................................................. 24 9. Monitoring en implementatie .......................................... 25 2

1. Voorwoord Beste lezer, Met gepaste trots presenteren we u het Meerjarenbeleidsplan 2022 – 2025. De totstandkoming ervan heeft vanwege de coronacrisis een andere dynamiek gekregen. Dankzij de flexibiliteit en gedrevenheid van onze medewerkers en partners is het - ondanks enige vertraging - toch gerealiseerd. Als betrokken organisatie zoeken wij nadrukkelijk verbinding met de Zeeuwse samenleving. De coronacrisis toont aan dat crisisbeheersing een belangrijke pijler is van onze organisatie. Want net als met andere incidenten, willen we ook deze crisis zo goed mogelijk bestrijden en de impact voor onze regio beperken. Hiermee maken wij het verschil: wij verbinden partners en faciliteren het proces - voor een veiliger Zeeland. Met dit plan zetten wij koers naar de toekomst. We leggen de focus voor de iets langere termijn vast. Maar omdat Veiligheidsregio Zeeland voor een groot deel een beheersmatig karakter heeft, kunt u in deze jaren geen belangrijke beleidswijzigingen van ons verwachten. Wel leggen wij een duidelijk accent op onze taken. Op basis van de wettelijke opdracht, Zeeuwse risico’s en alle maatschappelijke ontwikkelingen hebben wij dan ook de volgende vier nauw met elkaar

3

samenhangende aandachtsgebieden benoemd: 1. 2. 3. 4.

Toekomstbestendige brandweerzorg Een voorbereide crisisorganisatie Werken in netwerken Mens en organisatie

Zo nemen wij u graag mee in de richting die wij gaan. U leest ook dat in de komende beleidsperiode - naast het doorontwikkelen van crisisbeheersing - het herijken van de brandweerzorg centraal staat. Onze brandweerzorg is namelijk gebaseerd op vrijwilligheid. Om de continuïteit daarvan te waarborgen, moeten ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Behoud van vrijwilligheid staat hierbij centraal. De realiteit wijst uit dat de noodzaak hiertoe hoog is, maar een oplossing is nog niet in zicht. Dit meerjarenbeleidsplan geeft een beeld van de ontwikkelingen die onze organisatie raken. Samen met u als medewerker, vrijwilliger, burger, raadslid en netwerkpartner staan wij voor eenzelfde uitdaging: een veiliger Zeeland. Erik van Merrienboer Edith van der Reijden

2. Leeswijzer Deze leeswijzer biedt u een beknopt overzicht van de indeling van dit meerjarenbeleidsplan. Eerst leggen we de grondbeginselen uit van ons beleid; de wettelijke basis, de verschillende Zeeuwse risico’s en de voor onze regio relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Vervolgens plaatsen we Veiligheidsregio Zeeland in perspectief: waar staan we voor, wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? In de hoofdstukken daarna stellen we de eerste twee aandachtsgebieden centraal: ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ en ‘Een voorbereide crisisorganisatie’. Vervolgens werken we de essentiële randvoorwaarden uit: ‘Werken in netwerken’ en ‘Mens en organisatie’. In de bijlagen achterin vindt u aanvullende informatie.

4

3. Basis voor beleid Een groot deel van onze organisatie werkt aan beheersmatige zaken. Zo toetsen wij bouwplannen, voeren wij brandpreventiecontroles uit bij bedrijven, leiden we ons operationeel personeel op en zorgen we dat ze over de juiste vaardigheden en middelen beschikken. Omdat we de langere termijn met dit meerjarenbeleidsplan helder voor ogen hebben, kunnen we in de dagelijkse praktijk het accent leggen op de uitdagingen die op ons afkomen. Verder vinden wij het belangrijk dat de strategische beleidsthema’s ook herkenbaar zijn voor onze medewerkers. De accenten zullen daarom jaarlijks via onderliggende plannen en begrotingen worden vertaald naar de interne organisatie (zie Bijlage 2).

3.1 Wetgevingskader De taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's en de gemeenschappelijke regeling (zie Bijlage 1).

5

3.2 Wat bedreigt ons? Veiligheidsregio Zeeland is een regio met relatief weinig inwoners, ongeveer 380.000, en een groot oppervlakte dat bestaat uit eilanden die met elkaar verbonden zijn via een beperkt aantal verbindingen. Deze bijzonder infrastructuur en de uitgestrektheid van het gebied hebben invloed op hoe wij ons werk organiseren. Het betekent bijvoorbeeld dat er in verhouding tot het inwoneraantal veel brandweerposten en -mensen noodzakelijk zijn om overal tot een goede dekking te komen. Omdat we een bovengemiddeld aantal vrijwilligers hebben in Zeeland maakt dit de instandhouding van onze brandweerzorg complex. Daarnaast is het risicoprofiel zeer hoog in vergelijking met andere regio's. Met een groot cluster van chemische industrie, de enige nog werkende kerncentrale in Nederland en natuurlijk de Westerschelde als - lastig bevaarbare - toegang tot de havengebieden van Antwerpen, Gent en Zeeland, is continue alertheid geboden. Door het Algemeen Bestuur is het Regionaal Risicoprofiel 2020-2023 vastgesteld. Alle veiligheidsregio’s zijn verplicht iedere vier jaar een Regionaal Risicoprofiel op te stellen. Doel van het Regionaal Risicoprofiel is het (strategisch) beleid van iedere veiligheidsregio in samenhang te brengen met de daadwerkelijk aanwezige risico’s binnen de regio [Artikel 15 - Wet veiligheidsregio’s].

In het regionaal risicoprofiel is een breed beeld gegeven van de reële risico’s in Zeeland. Het biedt ons houvast bij het bepalen van ons beleid. Dit diagram geeft een overzicht vanuit dit risicoprofiel. Na 2022 volgt een geactualiseerde versie van het regionaal risicoprofiel.

Veiligheidsregio Zeeland bereidt zich - samen met de maatschappij – voor op deze risico’s. We proberen ze vanuit de veiligheidsketen1 (zie ook afbeelding rechts) preventief te verkleinen, en bij een incident of crisis de effecten ervan zoveel mogelijk te beperken. In welke mate wij tijdens de komende beleidsperiode aan aan het voorkomen of verkleinen van deze risico’s prioriteiten toekennen, hangt af van verschillende facetten, zoals landelijk beleid. Sommige risico’s kennen een groot (bestuurlijk) afbreukrisico. In het beheersen van overige risico’s hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd. 1

Nafase Teruggaan naar de normale situatie door het herstellen van schade. Voorbeeld: schoonmaak gebruikt materieel en psychologische hulp bij schokkende ervaringen.

Pro-actie Structurele oorzaken van onveiligheid wegnemen of voorkomen. Voorbeeld: adviseren van gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening.

Pro-actie-Preventie-Preparatie-Repressie-Nafase Preventie Onveiligheid voorkomen, veiligheidsbewustzijn vergroten en incidenten beheersbaar houden. Voorbeeld: voorlichting over het ophangen van rookmelders.

Repressie Bestrijding van incidenten, rampen en crises. Voorbeeld: overstroming en brand.

6

Preparatie Voorbereiding op incidenten, rampen en crises door planvorming, oefenen en trainen. Voorbeeld: evacuatieoefening en inzetoefening redvoertuig of het opstellen van een rampenbestrijdingsplan.

Het Algemeen Bestuur heeft zes risico’s benoemd die een hoge prioriteit hebben:

transportgerelateerde risico's

Nucleaire risico’s

Externe risico’s

Zeeland is een veelzijdige regio. Het kent veel toerisme en ook veel transport over wegen, water en spoor. De grote - onderling met elkaar verweven - verscheidenheid aan verkeersstromen en verkeersgebruikers met divers gedrag, leidt tot risico’s op wegen, water, spoor en zelfs in de lucht. De kwetsbare infrastructuur in Zeeland betekent een verhoogd risico. De impact van bijvoorbeeld een stranding op de Westerschelde of een incident op het Schelde-Rijnkanaal of de Oosterschelde is groot, omdat daarmee een belangrijke vaarroute wordt gestremd. Ook wanneer een LPG-trein ontspoort in de buurt van een woonkern, zijn de gevolgen aanzienlijk.

2

In Zeeland zijn veel Brzo -bedrijven met gevaarlijke stoffen. Deze bedrijven werken met stoffen die giftig, ontvlambaar of explosief zijn en moeten voldoen aan strenge wet- en regelgeving. Als ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een incident plaatsvindt, kan dit leiden tot ernstige gevolgen voor de volksgezondheid en tot schade aan het milieu.

Natuurrisico’s Zeeland bestaat voor een groot deel uit water. De kans op overstroming vanuit de zee(armen) is altijd aanwezig. Mede door de klimaatverandering nemen ook extreme weersomstandigheden toe; bij aanhoudende droogte is bijvoorbeeld het risico van natuurbranden op de kop van Schouwen-Duiveland niet te onderschatten. Een overstroming of natuurbrand kan veel economische, ecologische en materiële schade tot gevolg hebben.

Pandemie Een pandemie vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en de continuïteit van de maatschappij. Als een besmettelijke virusziekte uitbreekt, is Zeeland kwetsbaar. Covid-19 is hier een actueel voorbeeld van. Verder ziet men landelijk, en dus ook in onze provincie, een jaarlijks dalend percentage toegediende griepvaccinaties. Een pandemie verstoort de processen binnen onze samenleving en kan leiden tot verstrekkende maatregelen.

2

Besluit risico’s zware ongevallen

7

Binnen onze veiligheidsregio staat de enige werkzame kerncentrale van Nederland. Hier vindt opslag voor- en transport van nucleair afval plaats. Net over de grens bij het Belgische Doel bevinden zich vier kernreactoren. Gevolgen van een nucleaire ramp – hoe klein de kans ook is – zijn groot, lastig te overzien en moeilijk in te perken. Dit risico scoort hoog in het Regionaal Risicoprofiel.

Ontwrichtingsrisico’s Maatschappelijke ontwrichting van de samenleving ontstaat niet alleen door brand, werkzaamheden of overstromingen, maar ook door virussen, cybercrime of terrorisme. Omdat alles binnen onze maatschappij een steeds grotere onderlinge afhankelijkheid heeft - de digitale wereld gebruikt elektriciteit en elektriciteitsnetwerken kunnen niet functioneren zonder computers - is er altijd sprake van meerdere dreigingen of optredende gevaarlijke effecten. De essentie van deze scenario’s is, dat ze van langdurige aard zijn, grote maatschappelijke impact hebben en een beroep doen op de veerkracht van de hele samenleving.

3.3 Wat komt er op ons af? De richting die Veiligheidsregio Zeeland de komende jaren op gaat, wordt ook bepaald door wat er in de maatschappij gebeurt. In Zeeland zien wij hoe de volgende ontwikkelingen een rol spelen bij de wijze waarop wij onze beleidsdoelen kunnen behalen.

BELEIDSONTWIKKELINGEN Consequenties van covid-19 De mondiale uitbraak van Covid-19 heeft een enorme impact op hoe de crisisbeheersing in Nederland is georganiseerd. De pandemie toont hier helder het belang van aan, waarbij de centrale rol van veiligheidsregio’s nadrukkelijk naar voren komt. Vanwege de bovenregionale en internationale aspecten is een goed netwerk belangrijk. De crisis wordt geëvalueerd door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de Inspectie van Justitie en Veiligheid en door de veiligheidsregio’s zelf. Adviezen en mogelijke verbeteringen die uit deze evaluaties voortvloeien, vormen de input voor het beleid van Veiligheidsregio Zeeland. Dit geldt ook voor de Tijdelijke wet Covid-19.

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is uitgevoerd door een commissie die door de ministerraad is ingesteld. Het geeft zicht op het functioneren van het stelsel, zoals is beschreven in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) ten aanzien van bestuurlijke en operationele componenten. De Wvr is in 2012-2013 voor het eerst geëvalueerd en het tweede onderzoeksrapport kwam eind 2020 uit. Begin februari

2021 heeft het kabinet haar standpunt hierover uitgebracht. Thema’s die in de evaluatie aan de orde komen, zijn: de flexibiliteit om te kunnen inspelen op nieuwe risico’s; ruimte voor mogelijke harmonisatie met andere veiligheidsregio’s of gemeenschappelijke regelingen; het stimuleren van bovenregionale samenwerking; aandacht voor de borging van adequate informatievoorziening en een duidelijk onderscheid tussen brandweerzorg en crisisbeheersing.

Agenda risico- en crisisbeheersing Kabinetsperiode 2018-2021 Doel: dat Nederland op alle niveaus met elkaar - in een continu veranderende maatschappij en met oog voor de praktijk - toegerust is én blijft om risico’s en crises te beheersen en zo mogelijk te voorkomen. Dit is te bereiken door: • het versterken van het systeem dat de samenwerkende veiligheidspartners, publiek en privaat, in staat stelt om gezamenlijk invulling te geven aan risico- en crisisbeheersing; • het verbeteren van de inhoudelijke werking van het systeem; • het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de maatschappij als geheel. Mogelijke bijstelling van deze speerpunten door een nieuwe kabinetsformatie gedurende huidige beleidsperiode, kan van invloed zijn op de beleidsdoelstellingen van Veiligheidsregio Zeeland.

8

Strategische agenda Veiligheidsberaad Het Veiligheidsberaad werkt met een strategische agenda die samen met de 25 veiligheidsregio's tot stand is gekomen. De hoofdthema’s zijn: • taak- en rolopvatting van de veiligheidsregio’s, in relatie tot de Wet veiligheidsregio’s; • kansen en bedreigingen van de informatie- en data-gestuurde maatschappij; • gezamenlijke aanpak bij ongekende crises; • vrijwilligheid in multidisciplinair perspectief.

Landelijke agenda Brandweerzorg De Landelijke Agenda Brandweerzorg is gericht op de toekomst van de brandweer. Zij hanteert het volgende uitgangspunt: “Als betrouwbare partner in (brand)veiligheid werken we vraag- en risicogericht op basis van een sterke informatiepositie aan minder incidenten, minder slachtoffers en minder schade. Dit doen we samen, vanuit vakmanschap en een goede balans tussen mens en werk.” Dit is te bereiken met: • vraag- en risicogericht werken; • allianties voor een gezamenlijke meerwaarde voor de samenleving; • een krachtige informatiepositie.

NIEUWE WETGEVING

Collega's aan het woord

Wetgeving rechtsposities ambtenaren Sinds 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra); van kracht. De Wnra heeft als doel de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van werknemers in de private sector die een arbeidsovereenkomst hebben. Personeel van de veiligheidsregio’s, waaronder brandweervrijwilligers, valt binnen deze Wnra. Uit onderzoek is gebleken dat (in nauwe samenhang met de Wnra) op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze van vrijwilligheid bij de brandweer niet behouden kan blijven binnen de bestaande juridische kaders. Om te komen tot een juridisch houdbaar systeem wordt onderzocht hoe er onderscheid kan worden gemaakt tussen beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel door te differentiëren in taken. Omdat de veiligheidsregio’s te maken hebben met deze complexe vorm van werkgeverschap, is uitstel verleend op het inwerking treden van de Wnra. Dit betekent wel dat wij ons hierop moeten voorbereiden en de mogelijkheden voor onze vrijwilligers willen onderzoeken, zodat de vrijwillige basis voor de brandweerzorg in Zeeland blijft bestaan.

Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Het is één wet die alle bestaande wetgeving over de leefomgeving bundelt en zo verschillende thema’s bij elkaar brengt. Hierin krijgt Veiligheidsregio Zeeland, vanuit Risicobeheersing, een adviesrol. Dit is wettelijk geborgd in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s (zie Bijlage 3). Daarnaast beïnvloedt de nieuwe wetgeving de huidige uitvoeringspraktijk. Zo komen er bijvoorbeeld mínder vergunningen en zal er méér toezicht zijn. Ook moet meer rísicogericht worden

gewerkt, in plaats van régelgericht. Veiligheidsregio Zeeland staat met de komst van de Omgevingswet voor de uitdaging haar rol op een andere manier in te vullen, samen met partners als de RUD, GGD, Zeeuwse gemeenten, Provincie Zeeland, het Rijk en waterschappen. Dit raakt onmiddellijk de vraagstukken waar de toekomstbestendige brandweerzorg mee te maken heeft, omdat het op preventie gerichte advies nadrukkelijker wordt. Daarom is het belangrijk dat we de wettelijke verplichtingen vertalen en vastleggen in ons beleid.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een andere wettelijke ontwikkeling die invloed heeft op onze taken en verantwoordelijkheden. Deze treedt per 1 januari 2022 stapsgewijs in werking. Dit houdt in dat de kwaliteit van bouwwerken gaat verbeteren en de positie van opdrachtgevers wordt versterkt. Onze adviesrol vanuit Risicobeheersing krijgt hierdoor een andere invulling, omdat de bestaande preventieve bouwplantoets van het Nederlands Bouwbesluit voortaan door private partijen wordt uitgevoerd, en niet meer door de overheid. Na de afgegeven bouwtoestemming komt de nadruk dus meer te liggen op adviseren rondom toezicht en handhaving. De vergunning-aanvrager is echter wel verplicht vooraf informatie te overleggen die relevant is voor (mogelijke toekomstige) inzet van de brandweer.

Han Clarijs Beleidsadviseur Risico en Veiligheid ,,Er komt veel op ons af. Heel zwart-wit gesteld: aangezet door de Omgevingswet moeten we in de nabije toekomst geen rampen bestríjden, maar voorkómen. Dit betekent dat onze adviserende rol over de risico’s van bijvoorbeeld het spoor, chemische stoffen en nieuwe energiebronnen toeneemt. Om dit goed te regelen, zitten we eerder met allerlei partijen aan tafel. Vanuit deze verschuiving is het transformeren van onze brandweerzorg een ware uitdaging. Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen leiden tot minder vrijwilligers, en die vrijwilligers zijn ook nog eens korter beschikbaar, wat de druk op de posten verhoogt en de aanrijtijden verlengt. Naast het inspecteren van bedrijven, scholen en tehuizen, geven we dus publieksvoorlichting over hoe je onveilige situaties kunt ondervangen en wat je in geval van calamiteiten moet doen. We praten mee over rookdichte deuren, melders, aanwezige blusmiddelen en aanpassingen in de bouw, zoals explosieveilig glas, sprinklerinstallaties en afsluitbare ventilatiesystemen voor gevaarlijke gassen. Als adviseur ben ik natuurlijk altijd al aan de voorkant bezig. Met een enthousiaste groep betrokken collega’s sta ik midden in de actualiteit. Op basis van jarenlang verzamelde gegevens komen we tot risicoanalyses met een voorspellend karakter waarop we onze strategie kunnen baseren.

Mocht onverhoopt tóch een incident of ramp gebeuren, dan zetten we ons ervoor in de schade zoveel mogelijk te beperken en leveren we voor de slachtoffers uiteraard goede nazorg.”

9

DIGITALISERING VAN DE SAMENLEVING Snelle beschikbaarheid en uitwisseling van juiste informatie is essentieel voor de besluitvorming of om een goede risico-inschatting te kunnen maken. Dit geldt voor brandweerzorg en crisisbeheersing (zowel in de voorbereidings- als de bestrijdingsfase) en voor onze besturende en ondersteunende processen. Als netwerkorganisatie zijn wij gebaat bij goede en betrouwbare informatie-uitwisseling met onze ketenpartners. Zo kunnen we samen de werkprocessen efficiënt en integraal vormgeven. Het toenemende belang van het digitaliseren van onze informatieprocessen is sinds de pandemie in een stroomversnelling gekomen.

KLIMAAT EN DUURZAAMHEID Klimaatveranderingen leiden tot zeespiegelstijging en extreme weerssituaties, met droogteperioden of wateroverlast tot gevolg. In Zeeland werken gemeenten, het Rijk, het Waterschap en de Provincie Zeeland samen om de effecten hiervan voor de provincie te beperken. Dit doen ze gericht op een afgestemd klimaatbeleid op gemeentelijk, provinciaal en regionaal niveau. Vanwege onze expertise worden wij, met partners als de RUD en de GGD, vanuit een adviserende rol erbij betrokken. Ook werkt de overheid aan duurzaamheid en energietransitie. Het gebruik van alternatieve energiebronnen neemt toe, zoals de introductie van waterstof. Men ziet het belang in van een klimaatbestendige en klimaat-neutrale samenleving. Voor ons zal dit steeds meer invloed hebben op de (operationele) taken en bedrijfsvoeringsprocessen. Dit vraagt dat wij ons inzetten voor een veilige energietransitie Daarnaast brengen nieuwe energiebronnen en -dragers ‘nieuwe’ veiligheidsrisico’s met zich mee. De veiligheidsregio zet zich in voor een bijdrage aan een veilige energietransitie en bij nieuwe ontwikkelingen geven wij proactief advies. 10

DEMOGRAFISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Binnen Zeeland zijn de vergrijzing en afname van het aantal jongeren van grote invloed op de beleidsopgaven waar we in de komende jaren mee worden geconfronteerd. Eén van de verwachtingen is dat de leeftijdsgroep 15 – 60 jaar afneemt. Dit komt door lagere geboorteaantallen in het verleden en het huidige vertrek voor studie of werk naar elders in Nederland of daarbuiten, waarna men niet altijd meer terugkeert. Het aantal 60+ers stijgt juist door de vergrijzing van de babyboom generatie. Verder nemen de maatschappelijke verantwoordelijkheden voor alle burgers toe; door bijvoorbeeld (mantel)zorgtaken slinkt het aanbod werkende mensen en blijft men minder lang in dienst. Deze ontwikkelingen hebben direct invloed op onze personele organisatie. De werving van vrijwillige en beroepskrachten voor brandweer en crisisbeheersing komt hiermee onder druk te staan. Het in februari 2021 gepubliceerde rapport Vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland bevestigt dit. Deze context leidt ertoe dat de beleidsopgaven in Zeeland in sommige gevallen complexer zijn dan in andere regio’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16840996/1