CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-059 Bijlage 2. Ingekomen stukken RM

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken periode 4 (26-059 MZ/RM/AB)22.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5 alinea's met “griffie”: 420 547 549 696 701

Van Roestel: over de roest is belangrijk om op te merken dat bovenkant niet representatief zov zijn vind ik niet heel erg r.vaarschijnlijk. Ik-kom zelf van een boerclerij af. Er r,vordt ¡riet gegraven op dergelijke perceleu. Er is geen aanwijzing dat clat is gebeurcl en clie de roestgrens hebben beïnvloed. Dat blijkt ook niet uit hoogtemetingen van Arcadis. Je mag die

Type text here

zaaknummer 200.163.844102

I

niet met elkaar vergelijken omdat claar meetfout in zit, Die verklaarl l0- l5 cm verschil. De Stiboka bodetnkaart, het recente onderzoek van Van der Gaast wijzen in dezelfde richting als de resultaten uit de boringen. Discussie die we nu hebben gaat over lvat in de boringen is aangetroffen . War zij hebben opgernerkt is niet in strijd met wat ik heb opgemerkt. Verschillende hoogten in het perceel zegt niets over mijn conclusie ten aanzien van de bovenkant van cle roest. De bovenste grens is representatief van cle hoogte GHG. Omclat die na2007 rrog beïnvloed kan zijn, zijn de laagste grenzen het meest representatief. I¡ grond zelî zit ook ijzer, clus je hebt ook roestvorming zonder kwel.

Voorzitter: graag een toelichting op cle onderzoeksmethoden en het 3D-rnoclel. Brouwer: over het 3D-grondr.vatennodel: alle gegevens zijn in een ruimtelijk moclelte vatten met alle onzekerheclen claarbij. Voorcleel is dat alle je gegeven ruimtelijk en claannee beter kan benttttell. E,lke verandering kun je apart cloorrekenen. Klur.ven kun je uit elkaar rafelen en los van elkaar te beschouw en, Zo kun je terug redeneren naar 2001 en lvorclt cle onzekerheicl mincler.

Voòrzitter: cle deskunclige zegt dat met cle gegevens clie hier liggen altijcl cliscussie is over cle uitkonrst. Dus lvaarom clan het bez*vaar? Brottwer: ik heb niet gezegd clat hij clit had moeten doen. Wij hebben clit ingebracht als alternatief. Als je weinig gegevens hebt, kan dit modeltoch inzicht geven in ruimtelijke variatie en variaties in de tijd. Als je goecle set metingen hacldan had het je meer inzicht gegeven. Kofte meetreeks met droge en natte periode, Binnen reeks kLrn-je zien hoe ee¡ systeem reageert op uatte ofdroge periode.

Voorzitter: claar gaat het bij ons niet om. Broulver: r,vij zotrclen een 3D-moclel gemaakt hebben, maar er blijven onzekerheclen. De banclbreeclte is van belang, je moet marges aanbrengen. Dat maakt het niet rnakkelijker. oorzrtte binnen die banclbreedte is cle vraag hoe zeker je bent. De deskundige geeft aan clat binnen cle bandbreedte schacle is veroorzaakt cloor werkzaamheden Brour,ver: dat is op basis van het 2D-model, terwijl de ruimtelijke variatie die er is clie

comprimeer je in een 2D-rnodel.

Veenvliet: hoe langer geleden hoe minder metingen, Door micldelvalt zo'n moclelkun je op basis van metingen, clie gekalibreerd r,vorclen, terllg redeneren naalvvat de kans zov zijn gevveest in die periode. Beter in te schatten voor het hele verhaal.

Voorzitter: Je houdt dus onzekerheden met een bandbreeclte? Veenvliet: Ja De Vries: men kan het KNMI raadplegen om te zien wat er aau regen is gevallen en rvat er is verdampt. Wat waren er sinds 1950-2020 de droge en natte perioclen. Kan best zijn dat voor 2007 ook al dergelijke periodes waren. Droge periodes kunnen er voor gezorgcl hebben dat de fundering droog stond en er toen schade is ontstaan. Voorz

dat heeft u niet zelfgedaan?

zaaknumme r 200.1 63 .8441 02

10

De Vries: voor dit onderzoek is dit niet zo onderzocht Bouma: ik zit ruim 20 jaar in grondwater, -overlast en schacles. In rnijn ervaring zij¡ nooit schades door stijging van grondwaterstand ontstaan. Dat is lreel onwaarschijnlijk, maar tlieoretisch kan het. We weten wel dat grondr,vater soms zover claalt tot de veenlaag waardoor er oxiclatie ontstaat; het wordt omge zef in CO2 en 'water en dit verclwijnt. Het veerigaat zich dan zetten. Het onderzoek van de cleskundige gaat alleen over grondwaterstijgingen. Ik meen clat dit onclerzoek clan onvolledig is.

Van Roestel:3D of 2Ð cliscussie: er blijft clus onzekerheid. Ik wil r,vel tegemoet komen clat 3D-nroclel nuttig kan zijn. Er is nu in twee dimensies gerekencl. Maar je blijft zitten met het probleem aan gegevells. Ik kan er verder niet veel aan toevoegen. 3D is vaak voor eelt groter gebied. Voor het treffen van maatregelen kun je beter naar metingen kijken. Door het systeem te monitoren kun je betere conclusies trekken dan het 3D-rnocleltoepassen. Praktisch gezien heeft het 3D-moclel niet veel zin. Over cle tijdsreeksanalyse, clroge en natte periode: probleem is clat het dan over langere periocle tnoet zijn \À/aargenomen. Er is geen peilbuis die lang genoeg is geplaatst om te ktlntren waatuetnen. Tijdreeks kan niet worden cloorgezet naar verleden varì\,vege rverkzaanrheden.

Mr. Gebel: er is nog niet gereageerd op cle opmerking Veenvliet over Van cler Gaast. Van

dat rappoft wijst naar clezelfde richting

Veenvliet: Doet er niet aan af dat het landelijke datasets zijn wat voor de lokale sitLratie onzekerheicl geeft.

Van Roestel: Stiboka is gebaseercl op velclonderzoek en de meest recente methode is in diverse bestanden samengevoegd. Stiboka en Van der Gaast zijn verschillende types gegevensbronnen. En ze geven r,vel een goecle indruk van grondlvaterstanclen clie optreden. Deze r,vorclen heel veel gebruikt in Nederland. Ook voor bv. cle grondr,vaterstand in Grorringen voor lanclbouwopbrengst. Het is een veel gebruikt uitgangspunt. Waarom zo¡ je clat hier niet gebruiken?

voorzitter: zou de landboulvdrainage nog functioneren? Graag toelichten. Van Roestel: zij beargumenteren clat dit nog steeds functioneert. Er ligt ook een clrainage in de zandcunet maar deze is niet met een koppelstuk aangesloten. Normaal gesproken kornt een drain uit op oppervlaktewater en komt het daar meteen op uit. Nu i.vordt gesteld dat een drain r,vater kwijt kan in een zanclcunet. Een drainage worclt ontlvorpen voor 7 mm per dag. Ik heb daar rekening mee gehouden. Want door een zandcunet kan er niet lvorden afger.vaterd. In het begin zal die wel wat afivateren, maar in cle drain stroomt ook vuil in. Een clrainage in de sloot worclt schoongespoten. Die drainage in het zandcunet loopt vol met vuil en kan dus niet meer afi,vateren. Brour,ver: wij hebben gezegd dat de bovenzone en flux ook r,vat afvoeren. Horizontale componenten moet je niet helemaal wegschrijven. Ook al ligt er geen drainage in de zandlaag,hef zal ,uvel r.vat doen.

Van Roestel: we hebben al over horizontale afvoer gesproken metBZ. Dat staat in de bijlage

zaaknummer 200.1 63.8441 02

11

van het rapport, bijlage 9,5, pag3lz-3li . De verticale afvoer is ook besproken metBZ: bijlage 9.3, memo 22 mrt2020. Onze conclusie is dat de grondwaterstand tot het maaiveld staat.

De Vries: STAB zegt dal het standpr.rnt over cle drain in het cunet volgbaar is. Het is niet aangetoond dat vuil zich ophoopt in die clrain in het cunet. Ik vincl aannernelijk dat als drain op zancl worclt aangesloten dat water in het zandcunet komt. Het cunet heeft zelf een afvoerend vermogen. Zandis veel doorlatender clan klei. Ook in cle periocle clat de drains waren afgesloten, was er afivatering mogelijk. Ik ben het nog niet eens dat grondwaterstand tot het maaiveld was. B.ouma: het tritgangspunt clat de grondwaterstand tot het maaivelcl was, was clat cle drainage

niet zou functioneren , maar die zal het deels nog doen. V/ij geloven niet dat die grondwaterstand tot maaiveld zor¡ hebben gestaan. FIet STAB-rapport zegt ook dat het aannernelijk is dat oorspronkelijk grondr,vaterstand hoger is gelveest clan r,vat deskundige zegt. 2" raadsheer: zuiclelijk deel Mortiere 9b. Is dat clezelfde locatie? Daar staat dat de gronclwaterstand tot het maaiveld stoncl.

De Vries:ja. Ook in de oorspronkelijke staat zullen er hoge gronclwaterstanden zijn geweest, ook bij drainage. Dat r,vas voor 2007. Van : Ik ben cleze methode nooit tegengekornen, de aansluiting op een zandcunet. Dat zotr eerl baanbrekende methode zijn.Maar deze belvering is niet onderbour,vd of bewezen. Ik concludeer dat het niet kan.

De Vries: we weten daT. zand 5 meter doorstroming heeft. Er is een vrij grote sleuf gegraven Van Roestel: dat is een bewering. De Vries: zandgronclen hebben geen drainage nodig, kleigronden r,vel. Hier hebben r.ve zanclgrond aangelegd.

Voorzitter: partijdigheid, onvoldoencle gegevens. Van Roestel lieeft niet gezegcl dat Royal Haskoning partijdig zou zijn, alleen dat zij niet volcloencle gegevens hacl. Dus maar laten rusten? wij gaan uit van deskundigheicl en onpartijdigheid cleskundigen. De Vries: ik breng heel vaak als hydroloog dergelijke adviezen uit. Ik heb mijn beroepseer ook al r.vorden we door een paftij betaald, clan worden ook de risico's aangegeven. wij schuiven niets onder tafel en gaan geen verkeercle adviezen geven

Voorzitter: dit gaat om iets anclers. Er rvorclt gezegcl dat u belang heeft bij de uitkomst. Van Roestel geeft aan dat dit een rol kan spelen. De Vries: er is niets weggelaten Van de Zanden: wij willen een goed advies geven en hebben dit regelmatig getoetst. Wij geven onze meniñg. Ook over de maatregelen. Wij hebben ook kritiek gekregen dat dit niet zott werken. Maar het werkt lvel. Vanuit onze deskundigheid hebben we reactie op het rapport gegeven.

zaaknummet 200.1 63 .844/02

12

Þouma: datzelfde geldt voor mij. Ik ben door de gemeente gevraagd om het rapport te beoordelen. Er zijn ook clingen die ik wel goed vond en ik had u.ugen. Ik heb óót wel gevraagd waarom iets op een bepaalcle manier is geclaan. Ik heb twijfels bij sommige standpunten en aanpak van onderzoek.

STAB

Van Roestel: er lvorden zaken genoemcl zoncler zelf nate gaan of het wel klopf. Zeroepen maar wat en ik als deskundige moet dan antwoord geven. Dat geeft mij het gåvoel clat ie r.vat roepen en cle onderboLrwir-rg niet geven. Dat geeft mij extra r.verk. Bouma: de cliscussie is wat nrijn rol is. Ik beoorcleel het rapport en ik heb vragen. Het rapport is niet volledig. Dan vincl ik het rnijn rol om clit te vragen en niet clat ik het móet u.itzoeken.

Voorzitter: wij zijn aan het einde gekomeu aau clit gesprek. Graag een kwaftier schorsen en clan nog re- en dLrpliek.

Ischorsing]

Voorzitter: het gedeelte met cle toelichting van cle cleskundige is voorbij. Nu graag nog een korte re- en clupliek.

Mr. Boogaarcl: ik vond het zeer nuttig. Het ',vas een goecl leesbaar rappoft. Door de zitting is nog meer duidelijk gervorden. Ik heb nog r,vel een paar punten, bijvoorbeeld de aansprakelijkheid.

Voorzitter: ik onderbreek u. Daar hebben we het niet over gehad.

Mr. Booqaard: datt zeg ik dat cle vorclering voor toewijzing gereecl is. Ik heb geen behoefte aau verdere reacfie.

Verhoeven: het rapport van Van Roestel is duiclelijk, 2" raadsheer: u gaf aan dat maatregelen niet zijn uitgevoerd en dat de voorgestelde

maatregelen van Arcadis eerst anclers waren. Ten aanzien van twee maatregelen is het niet duidelijk of ze zijn uitgevoerd. Zit de terugslagklep er r,vel of niet?

Verhoeven: clat staat in het STAB-rapport, maar is niet relevant hier. In september viel er 30 mm regen, maar ook het lvater uit het riool moet ergens naar toe. Het r,vater stijgt dan in cle Mannesteegse gang met eeu meter of meer. Het gaat als een gek omhoog en dan komt alles blank te staan. Ze zeggen dat hoge lvaterstand in de sloot door regenbuien niet ziln te verr.vachten.

De terugslagklep zit er in. Prince: cle terugslagklep is geplaatst in2020 of 2021, cle clLriker is nog niet verlaagcl. Het zit onder de oprit van Verhoeven dus eerst moeten we met hem overleg lvanlleer r,ve dit kunnen doen.

De grindkoffer is nog niet geplaatst. Voor de uitvoering moeten we ook op de grond van Verhoeven zijn.

van Roestel: ik heb gezegd in hoeverre de maatregelen effectief waren. oppervlakter,vaterstand is gestegen, er treclen pieken op r,vaarcloor er kans is dat er

zaaknummer 200.1 63.844102

l3

regenoverloop is. 2" raadsheer: hoe zit het met die conclusie van 20 cm?

Van Roestel: als alle maatregelen zijn getroffen, dan kom ik tot die conclusie. Verhoeven: voor het l' korl geding heb ik gevraagd om te peilen en te mon itoren. In 201 5 heeft het hof al gevraagd oni dit te cloen, maar het Consortium moest dit met aancleelhouders overleggen, Royal Haskoning heeft geaclviseerclom te monitoren en te peilen. Maar ze negeren cle eigen adviseurs. Prince houdt inloggegevens van peilbuizen voor zich. Ik krijgze niet. Ik moet het met cle liancl cloen. Laten ze peilbuizen bij då Poproute zetten. Ze denken gewooll clat als ze niet tretelr het er niet is. Daar heb ik al 10 jaar mee te doen. STAB weet niet r,vat negatieve hydrologische gevolgen zijn.

Mr. Pieterse : ik zie Van Roestel zitten en hij geeft aan clat geen van partijen cle feiten kent en clat nieiralld het goecl heeft. Alleen Antea heeft het goed, De omgeving is omhoog gekomen en het boere nverstancl van Van Roestel leiclt er toe dat alles aan dat boerenverstancl is opgehangen. Ik vind dat zorgelijk. Als er alternatieve situaties lvorclen aangeclragen en Van Roestel zegt daf het niet kan, dan zou claT niet onclerbourvcl zou zijn. Yan Rãestel rnoet alternatieve oorzaken bij het onderzoek te betrekken. Ik vind hetiekenencl clat hij dan niet zelf clrie jaar geleclen peilbuizen heeft neergezet. De bal wordt teruggelegd bij dð partijcleskundigen maar clat is niet zoals het hoorl bij een deskundige. Er is r,vói¡ig tegen Royal Haskoning ingebracht. wat is er nog meer nodig om een gerechtelijke deskuncligenrappoft van tafel te krijgen? Er zijnvier deskLrndigen clie andãrs oorclelen.

Mr. Gebel: STAB heeft ook onderbour,vd waar het fout zit in het rapport. Ik heb in mijn

antlvoordmemorie een aantal punten genoemd clat Van Roestel lvisselencle stanclpunten heeft.

Alle kritiek lvordt door Van Roestel van tafel geveegd. Hij heeft alle punten van de

partijdesktrndigen niet betrokken in het rapport. Over de stelligheid die in het begin naar voren kwam over het causaal verband, dan verwijs ik naar rapport. Die stelligheicl vloeit niet voorl uit rapportage. Het lvordt steecls stelliger. Er zijn nog veel anclere oorzaken van de schade. Ik verlvijs verder naar antwoordmemorie.

Kole: Iiet is lastig om hier te zitten. Als de gemeente foLrt is clan hadclen rve hier ook niet gezeten.

Voorzitter: lvat zijrr cle kosten van de deskunclige, de taxe? U bent hier 4,5 uur gelveest. Om de toelichting ter zitting te geven, heeft u zich ook moeten voorbereiclen. Van Roestel: reiskosten, auto van kantoor Oosterhout en parkeerkosten. Maar ik ga ervan uit dat clit in het tarief zit. Ik reken € 140,- per uur. C 1400,- inclusief btw is reclelijk. Voorzitte

meneer Verhoeven moet clit voorschieten. Vindt u dit redelijk?

Mr. Bogaard: dat is redelijk. Mr. P

rse: cle gemeente is akkoorcl

Mr. Gebel: ik ga ervan trit clat dit cloorbetaald r.vordt aan Antea. Want Van Roestel is met pensioen.

zaaknumme r 200.163 .844102

14

Voorzitter: clan gaan we uit van € 1400,- inclusief btw, De voorzitter sluit de behandeling en bepaalt de uitspraak op7 maaft2023. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld

err ondertekend.

griffier

voorzitter

aßchrifr het Gerechtshof bosch

IN NAAM VAN DE KONING

arrest GERECHTSHOF's-HERTOGENBOSCH Tealn Handelsrecht zaakrrtrnrnrer 200. I 63.844102

arrest van 17 januari 2023 in de zaak van

Charleslouis Theofiel Pieter Verhoeven. worrende te Middelburg, hierna aan te duiclen als Verhoeveu. appellant in prirrcipaal lroger beroep. geïntiuieerde in incidenteel hoger beroep. advocaat: mr. J. Boogaard te Middelburg, tegerr

l. GemeenteMiddelburg, zetelencl te Micldelburg,

geïntimeerde in prirrcipaal hoger beroep, appellante in inciclenteel hoger beroep, hierna aan te dLriden als de Gerneente, advocaat: mr. R.M. Pieterse te Middelburg en

2. Mortiere Grondexploitatie C.V., nlede zaakcloende oncler de naam Consortium Mortiere,

3. Grondbedrijf Mortiere Beheer [ 8.V., 4. Grontlbedrijf Mortiere II8.V., 5. [Ieijmans Infra B.V.o voorheen Heijrnans Wegen 8.V.. 6. Heijmans Woningbouw B.V.o voorheen Heijmans Bouw Zeeland 8.V., alle kantoorhoudende te Rosmalen, geintinieerden in principaaI hoger beroep, hierna gezarnenlijk aan te duiden als het Consortium advocaat nrr. R.G. Gebel te Eindhoven. als vervolg op de door het hof ger.vezen tussenarresten van l2januari 2016,27 maart 2018. 2ljanLrar'i 2020, -11 maart 2020,9l'ebruari 2021 en 7 i'"lti2022 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant. zittingsplaats Midclelburg, oncler zaaknurnmer Cl02l268l 54/HA ZA 13-614 ger.vezen vonnis van 29 oktober 20 14.

19.

Het verloop van de procedure

Het verloop van cle procedure blijkt uit: het tussellarrest van 7 juni 2022 r,raarbij het hof een mondeliug behandeling heeft

-

ge last:

de akte overle-9ging producties tevens houclende eisrvijziging zijdens Verhoeven. op 27 oktober 2022 in_eekornen bij I.iet hot-. mer producries lA. lB, 2A en 2B:

Zaaknunrrner 200. I 63.844102

)

akte overlegging ploducties zijderrs Verhoeven. op 30 oktober 2022 ingekonre¡ bij het hol rnet producties 40, .ll en 42; lret H-fbrnrulier d.d. 25 november 2022 zijclens het Consorliurn tnet procluctie 9: lret H-fbrmulier d.d. 28 nor,'enrber 2022 zijdens de Genreente met procluctie 20; cle nrondelirrg behancleling \,an l2 december'2022, vraarbij parlijen spreeknotities hebben or,ergelegcl. Zoals is bepaald in het tussenarrest van 7 juni 2022. heeft zijclens de deskundige Antea de heer ir. J.J.M. van Roestel op de voet van artikel 194 lid 5 Rv eell Ilaclere toelichting op het deskuncligenbericht gegevelt. Op het verhalldelcle tijdens de monclelinge behancleling gaat het hof hierna bij cle beoorcleling voor zover t'elevant in. Het hof heeft claanla eeu daturn voor arrest bepaalcl. Het hof cloet recht op bovenvermelcle stttkketl. de in de tttssetrarresten genoernde stukken en cle stukken van cle eerste aanleg. .

20,

De verdere beoordeling

in prirtcipttul e n ittt'itlcntcel hr-tger he rocp

Eisrvii zlglns

20.1. Verhoeven vordercle aanvankelijk oncler r¡eer een verklarirlg voor recht clat de Gerneente jegens Verhoeven toerekenbaar tekort is geschoten in de nakomirrg van haar verbitltenissen voortvloeiende uit de overeenkomst valì 20 juni200l en een verklaring voor recht dat de Gemeente en het Consoftium orlrechtrnatig hebben gehandelcljegerrs Verhoeven tnet veroordeling van cle Gemeente en het Consofiium tot betaling van schadevergoeding aan Verhoeven nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de regels van cle r,r,et (zie het petitunr van de memorie van grieven).

20.2. B¡ zrln tnemorie na cleskundigenbericht en bij cle [riervoor in het procesverloop genoetncle akte heeft Verhoeven zijn eis gervijzigd. Het hof zal cle ger.vijzigde eis hierna in rov. 20.3 lveergevell. Het Gemeente en het Consoftium hebben geen bezr,vaar gemaakt tegen deze eisrvijzi,eing van Verhoeven. In cleze zaakzal het hof c'laarom recht doen op deze ger,vijzigde eis.

20.3. Na eiswijziging vordefi Verhoeven. verkort weergegeven: Printuir I. cle Gemeente ell het Consortiurn hoofclelijk te veroordelen aan Verhoeven te volcloen € 9.494.380,66. te vermeerderen met vrettelijke rente; Subsidiuir ii. cie Cerneeute en heî ConsoniLrrn hooicieiijk te veroorcieien schacievergoeciing aan Verhoer,ell te voldoen, nacler op te Inaken bij staat en te vereffenen volgens de regels van de wet. te verrreerderen met lr,ettelijke rente: III. cle Genteente en het Consoftiurn hoof,clelijk te veroordelen de bourvactiviteiten als v'enneld in zijn petituln te staken eu gestaakt. zulks op verbeufte varl een dwangsornl IV. de Gemeente en het Consorlium hoofdelijk te r,'eroordelen het aanbrerrgen r,'an ophogirrgerr en anclere infiastructurele rverkzaamheden als vermelcl in zijn petiturn te staken en gestaakt te houden. zulks op verbeufte van een dlvangsom: V. de Gerneeltte en het Consortiunr hoofdelijk te veroordelen een aan!,ang te nemen met het slopen v'an woningen. ltet verrvijdererl r.'an ophogingen. het herstellen vaf sloten, het terLt-ebrengen r,an het grortdniveau op het perceel van Verhoeven naar het niveau voorafgaanclaan de opho-uing r,an de omliggende percelen in 2005 en zodanige

Zaaknumrner 200. I 63.844102

J

rverkzaamheclen te verrichten en r,'oorzieningen te treffen dat het perceel van Verhoeven rreer katl afi.vateretr op de belendende percelen en worclt ben.erkstelligcl clat cle onrliggende percelen ttiet lan-eer afu'atereu op de percelen van Verhoeven. zulks oncler ler.beufte \,.ap eerl chvangsom; P t'i nttt it' cn s tt hs idi uit'

VI. te verklarell \'oor reclrt dat cle Genreente eu het Consoftiunt orlrechtmati_e hebben gehandelcl j egens Verhoevenl VIL cle Gelneetrte en het Consoftium lroofdelijk te veroolclelen in de kosten van het gecling in beicle instanties, waaronder de kôsten van cle cleskunclige Antea alsmecle de kosten vãn het conservatoir beslag.

Juridisch kacler

20.4. Aan de orcle is of de Gemeente erl het Consorliunr orlrechtrnatig hebben gehanclelcl jegens Verhoeven en rvateroverlast hebben veroorzaakt door de omgeving ronclorn zijn perceel op te hogen ell te beboulleu. Verhoeven heeft onder rlteer een beroep geclaan op arlikel 5:39 BW. Dit artikel bepaalt voor zover relevant clat cle eigenaar van eerl erf niet in eell lnate of op een'uvijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is. aan eigenaars van anclere erven hincler mag toebrengen door wijziging te brengen in de loop en lroeveelheicl van over zijn erf stromend r,vater olvan het grondr.vater. Verhoeven heeft daarbij ook gelvezen op het bepaalcle in artikel 5:38 BW ('Lagere erven nloeten het r,vater ontvangen clat vau hoger gelegen erveu vall llatru'e afloopt.'). 20,5. I-let hof stelt voorop dat of het veroorzaken van hincler onrechtmatig is, volgens vaste rechtspraak afliankelijk is van de aard, de enlst en cle duur van de hincler en cle daarcloor veroorzaakte schade in verbancl tnet de verdere omstandigheden van het geval, rvaaronder de plaatselijke omstancligheclen. Daarbij is het beschikken over eerr publiekrechtelijk vereiste vergttnning niet zonder rneer bepalencl voor het antwoorcl op de vraag ofjegetis een bepaalcle dercle sprake is gerveest van onrechtmatige hinder.

Het hof verrvijst voor dit juriclische kacler naar het arrest van de Hoge Raad van l6 juni 201 7 (ECLI:NL:HR:201 7: I 106)_

20.6. Voofts is in cleze zaak het volgencle van belang in verband met de - irr het navolgende te bespreken - stelling van verhoeven dat geen vooropname heeft

plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof lvaren de Cemeente en het Consoftium verpliclit in verbancl met ingrijpende r,verkzaamheden clie voor Verhoeven het gevaar meebrachtetr van schade aan zaken die aan hem toebehoren, voldoelrde maatlegelen te treffen om zttlke schade te voorkomen. In het licht van deze verplichting mocht Verhoeven verwaclttetr dat de Gemeente en lìet Consortium voldoende rekening zouden houclen rnet zijn beiattgen en bijzonciere zorg zou betrachten teneincie te loorkomeu ciat irrj schacie zou irlclen. Daaruit volgt dat de Gemeenteen het Consoftium vóór de aanvang van en tijdens de duur van cle rverkzaamheden behoorclen te onderzoeken olen in hoeverre cle onderhavige werkzaamlleclen rnogelijkerri ijs gevolgen hadclen clie zouclen kunnen leidelr tot het ontstaan van schacle voor Verhoeven (r,gl. HR 2l april 2000, ECLI:NL:HR:2000:4455901 zie ook Hof Arnsterdam l2 rnei 2020. ECLI:NL:CHAMS:2020: I 36¿l). Geen

pnalne

20.7. Het hof zal nLr de stellin-e van Verhoeven bespreken clat geen vooropname heeFt plaatsgevonden. Hij stelt dat de Gemeente en/of het Consortiurn ingrrjperrde inlrastructurele vlerkzaalnheden hebben verricht, waar bij het bestoncl voor schacle aan z.aken van -eevaar

Zaaknunrrner 200. I 63.844102

4

derden. namelijk van Verhoeven zelf. zonder vooraf-eaancl aan llet uitvoeren van cle itlft'astructtlrele rverken onderzoek te verrichten en maatregelen te nemen ter voorkornirrg van schade.'

20.8. Naar aanleiding van deze stellin-e heeft het hof Antea cle vraag gestelcl of het in zaken als cle otlclerhavige voorgeschreven of gebruikelijk is clat een vooropnarne in verbancl rnet potentieel op te tredett schacle rvordt uitgevoercl (vraag 2l). Op basis van het antr.voorcl van cle cleskLrndige cottclucleeft het hof clat het inderclaacl gebruikelijk is oni bij hl,drologische ingrepen zoals het bourvrijp en r.voonrijp rnaken van cle omgeving. op voorhancl cle risicocotltotlrell valt cle geplancle ingrepeu vast te stellen en claarbinrren cle groncllvaterstanclen en reecls aattlvezige schade bij risicovolle objecten op te nemeu. Het hof is van oorcleelciat dit in dit geval ook ltaclgemoeten onrclat cle opstallen van Verhoeven risicovolle objecten zijn. ntt cleze in cle jaren vijftig op staal en niet op palen zijn gefirndeercl zoals op clit type bodems tegenrvoorclig gebru ikel ij k is.

20.9. Uit de toelichting door de cleskurrclige Van Roestel van zijn bevindingen tijclens cle nlondelinge behandeling is naar voren gekomen dat het ontbrekell van eeu vooropualle cle nulsittratie vóór de aanvang van cle hydrologische ingrepen is vastgestelcl, zijn "vaarbij onclerzoek heeft belernrnercl. Daardoor zijn er rreer onzekerhederl clan er anders zouclen zijn geweest. Mede gelet op hetgeen hiervoor in rov. 2.6 is overr.vogen. dient clit niet voor risico van Verhoeven te kotnen, Ook betekent clit clat het hof nrinder hoge eisen zal stellen aan het cloor Verhoeven in cleze zaak te leveren bervijs, in overeensternrning rnet hetgeen in rov. 3.9.28 van het tussenarrest van 12 januari2016 is overwogen. Een en anderzal [rierna nader rvorden toegelicht. Waardering deskLrnd iqenbericht

20.10. Itl cleze zaak is de rvaarclerirlg van eelr cleskundigenbericht clat is uitgebracht door een cloor het hof benoernde cleskunclige aan cle orcle. Daarvoor geldt volgens vaste rechtspraak vatt cle Hoge Raacleett beperkte motiveringsplicht orn cle bevinclinger.ì van de cleskLrncligen al dan niet te volgen (vgl. HR 9 clecember 201 l, ECLI:NL:HR:20ll:BT292l). Indien cle rechter itt een geval waarir.l de opinie van anclere, door een der partijen geraaclpleegde, cleskurrdigen op gespairnen voet staat met die van de door de rechter benoemcle cleskundige, de ziensu,ijze van cleze cleskundige volgt.'zal de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder behoeven motiveren dan door aan te geven dat de cloor deze cleskurrdige gebezigde motiverin-9 hem ovetluigeuclr,'oorkornt. In dit geval is dát de conclusie van het hof: het cleskundigellbericht rnét de nadere toelichting tijdens de rnondelinge behancleling vau Van Roestel komt het hof overtuigend voor. Daarvoor is onder meer het volgencle reclengevend. 20. I L Het hof heeft (cle rechtspersoon) Arrtea als deskunclige benoemcl . Zoals het hof in het tttssenarrest van27 rnaart 2018 (rov. 6.14.5) heeft overrvogen. behooft Antea tot de grotere geretlotnnleerde aclvies- ert ingenieursbureaus. De deskuncligheid van Antea om het orrclerhavige onclerzoek te verrichterl staat niet ter discussie.

Het deskLrndigenbericht heeft vier auteurs: ir. i.J.M. van Roestel. ing. F.O. Eshuis, ir. B.T. r.'atl Meekeren en ittg. M, Sapulette. In genoemd tussenarrest is voorzien dat Van Roestel hêt feitelijke onderzoek. althans de coördinatie daarvan op ziclr zal nemen. Tijdens de Inondelinge beharrcleling heeft Van Roestel desgevraagd geantr,voorcl clat Antea het opgeclragen onderzoek in teamverband heeft geclaan. Voor de bour,lkurrdige effèctell heelt Van Roestel Sapulefte erbij gehaalcl. Eshuis is ingeschakeld voor het oncierzoek naar trillingen. Van Meekeren is eerr h¡,'droloog. Op het gebied van de þ1.clrolo-uie li,et ook cle

Zaaknunrmer 200. I 63.8441 02

5

e\pefiise'uan Van Roestelzelf. Van Roestel heeft verklaarclclat het cl:skuncligenbericht in overleg tot stancl is gekotnen. Hij heeft inhoLrclelijk cle verantwoorclelijkheiclian het geheel op zich gellolnelt. Het proces is bervaakt cloor de heer A. Oours, clie ook voor vrijga,,e va¡ het cleskLrndigenbericht llarnerìs Antea heeft getekencl. Naar het oorcleelvan het nóf lleen Antea het onderzoek aldus op zorgvulcli-se wijze Lritgevoercl. Er is geen aarrleiclin-e om (alsnog)te triijf,elen aan cle onaflrankelijkheiclen onpartijcligheicl van Antea in cleze zaak.

20.ll2. Volgens dezelfde rechtspraak als hiervoor becloelclzalcle rechter wel op specifieke bezlvaren van partijen tegen de zienswijze van de cloor hertl aar'ìgewezen deskunclþe rnoeten ingaan. als cleze bezrvaren voldoende gemotir,'eerde bet,*istin,e inhouilen van cle juistheiclvan deze zierrsrvijze.

In dit geval heeft cle Gemeetrte een reactie op het deskuncligerrbericht van haar deskunclige. BZ, overgelegd (productie I 5 bij haar antr.voordmemorie na cleskuncligenbericht). Voorts heeft cle Cenreente Haskoning opdracht geven het onclerzoek en cle rapporlage van Antea te beoordelen. Dit rapport is overgelegcl als procluctie l4 bij de antrvoorrlurernorie ua deskurrdigertbericht van cle Getneente. Ook het Consofiium doet een lreroep op lret rapport vatl Haskoning (productie 2 bij haar antwoorclmenrorie na cleskundigcrrbericht). Daarnaast heeft het Consoftittm een reactie van haar deskunclige. Arcadis. op het deskurrcligenbericht overgelegd (procluctie 3 bij cte antrvoorclmernorie na cleskuncligenberi,:ht van þet Consoftiuln). Zorvel cle Gemeente als het Consortium hebben ter gelegenheicl van cle trtonclelinge beharrclelirrg ook een rappoft van STAB in het kacler van eetl bestuursrechtelijke proceclure overgelegd (de hiervoor bij het procesverloop genoernde productie 9 respectievelUk 20). In cleze rapporten rvordt kritiek gelevercl op het onderzoek van Antea. Die kritiek houclt, kort gezegcl. in dat Antea van (onjuiste) aannarnes en veronclerstellingen is;uitgegaan, cle gebrtrikte onderzoekstnethoclen niet cleugclelrjk zrln en de uitkornsten (dus) onbetrouwbaar zi.in.

20.13. Van Roestel heeft tijdens de r¡onclelinge behandeling van het hof de gele_uerrheid gekregen op cleze kritiek te reageren. \,vaama een clebat met de aanlve;zige cleskurrcligen (van BZ, Arcadis en Haskoning) heeft plaatsgevonclen. Dit debat sterkt het hof in de overtuiging dat cle bevinclingen van Autr:a op de hierna te bespreken punten dienen te rvorden gevolgd. De partijcleskuncligen hebben cle onzekerheden benadrukt. Van Roestel heelt de onzekerheidsnlarges uitdrukkelijk gerelateerd aan de omstattdigheid dat vóór cle hy'drolo,eische in-erepen geell rnetingen zrjn verriclit ell geen risicocotrtottrelt zijn bepaald. Er zijn rriet op voorhancl risico's bepaal<1. Er zijn geen peilbtrizen geplaatst en er is niet gemonitord. Als het uitgangspunt niet vastligt, moet er achteraf bekekelt',vorcien wat van tevoren r,lei of,niet cie situatie was. Daarcioor is er een funclamentele onzekerheid en die blijft ook. aldLrs - steeds - Van Roestel. De pafiijdeskLrndigen hebben het r,'oorgaancle niet lleersproken. Naar het oorcleel van het hof client die onzekerlteid in de r,erhoucling tussen Verhoeven enerzijds en de Gemeente en het Consoftium anclerzijds voor risico van laatstgenoemden te komen. Het hof verr,lijst naar Iretgeeu hiervoor in ror,. 2.6 tot en met 2.9 is ovenvogen. 20.14.

Bij het voorgaande moet ook'uvorden bedacht clat Van Roestel heeft uitgelegd dat de hy'drologische praktijk niet zo exact is. Er zijn r.vel rnodellen. maar in de praktijk is ervaring belan-*rijk(er). Het blijft v'olgens hem een benadering. In clit verband rnerkt het hof op dat Van Roestel werkzaanluvas als senior aclviseur bij Antea (irlrniclclels i:; hij rnet pensioen). Uit zijrr toelichtin-e tijdens de mondelinge beharrdeling blijkt clat hij aannames heeft clie -eeclaan

Zaaknurnrner 200. I 63.844102

6

hij op gronclr,'arr zijn ervaring en zijn onderzoek reclelijk vond. rvaarbij hij rekening heeft -eeltottden met de bestaande ouzekerheden. Vercler gaat lret hier om een beoorcleling l,an een sittratie rotrd eetr boelderij en'heeft Van Roestelverklaarci clat lrij vau éen boerclerij atkornt. Dit heeft hij gedaan in de context clat tijclens het onclerzoek door cle partijcleskunclþen allerlei nrogelrjkheclett -geltoettrcl die van invloeci zouclen kuturen zijn. zoals clat op cle percelen vau Verhoevell gegravelì zou kunnen zijn. Op basis ran zrjn kennis van de situatie heeft hij clie cloor de pafiijdeskuncligen aangeclragerr suggesties ver\\,orpen. ook omclat clie niet blekèn uit zi.in onderzoek.

20.15. Hiertnee hangt samen dat Van Roestel naar voren heeft gebracht dat cle partijdeskundigen hun bez'uvaren tegen zijn onclerzoek niet steeds met eigen restr ltaatgegevens hebben onderboulvd. Zo heeft Haskoning gesteld clat Antea gebruik heeft gernaakt van een analytische f'orrnule in 2D, terrviil een 3D grortdwaterrnodelgebruikt hacl rnoeten rvorclen. Haskoning heeft cleze 3D nrethode in dit geval echter niet zelf toegepast, zodat er ook geen resultaten voorhanclen zijn op basis van deze methode. Hier komt bij ctat Varr Roestel tijdens de rnonclelinge behandelirrg heeft uiteerrgezet clat als er r,veinig gegevens zijn, zoals in clit geval. het in cle praktijk r,veinig zin heeft om het 3D grondrvaternrodel te gebruiken. Er blijven namelijk ottzekerhecletr bestaan, aldus Van Roestel. Dit is zijclens Haskoning tijclens de mondelinge behanclel ing ook erkencl.

Eetl ancler voorbeeld betreft cle door Arcaclis tijdens cle monclelinge behancleling genoemde tijclreeksanalyse. Zijdens Arcadis is aangevoerd clat men cloor het raadplegen van het KNMI kan zien rvat cle droge en natte periocles zijn. Niet uitgesloten is clat hiercloor een oorzaak van cle schade vart Verhoeven kan ',vorden vastgesteld. Arcadis heeft clit onclerzoek echter niet zelf gedaan. Vercler heeft Van Roestel uitgelegd dat deze aarrpak in clit geval op problemen stuit, onldat er ook. hiervoor onvolcloende gegevens beschikbaar zijtr. Als de bezwaren van de partijdeskuncligen een volcloende genrotiveerde betr,visting inhouclen van de jLristheid van cle ziensrvijze van de cloor het hof benoemde deskundige, gaat het hof in dit arrest op deze bezlvaren in. Het enkel cloen van suggesties voor nader onderzoek leveft echter niet volcloencle onderbouwde bezrvaren tegetl het deskuncligenbericht op, te nrincler als de deskundigezelf op basis van zijn kennis en ervarin-9 die suggesties rveirrig zinvol vinclt.

20.16. Gezien het tijclens de mondelinge behandeling verhandelde heeft het meest steekhoudeltde bezrvaar tegen het cleskundigenbericht betrekking op de onderzoeksmethocle vvaarbij Antea de grondwaterstanclen - de gernidcleld laagste grondwaterstancl (CLG) en cle gernidcleld l.ìoogste grottclrv'aterstand (GHG) - vóór cle aanvang van de lverkzaamheden (2005) heeft bepaald op basis van roestverschijnselen in de boorprofielen van uitgevoerde gronclboringen in 2020. Zo ireeft Haskorring benacirukt ciat cie uitkonrsten van cieze metilocie siechts ais inciicatie gelden voor de destijds heersende grondwaterstanden. Bovendien geldt dat áls er al zot¡ rvordeu uit-eegaan van de cloor Antea genoemde GLG/GHG in 2005. er een banclbreedte vau 25 crn gehanteerd dient te rvorden. Het hanteren van een clergelijke barrdbreeclte leidt er (ook) toe clat niet vast-gesteld kan r.lorden dat er sprake is van eell gronclwaterstijging op de -slerveest htliskavel. De vertnee¡lde gronchvaterstijging valt dan \.\eg tegen cle foutrnarge (zie bijr.oorbeeld het rapporr BZ. blz. 21. Tijclens cle mondelinge belrandelirrg heeft Van Roestel clesgevraagd gearrtvroord dat hij zijn deskuncli-eellbericht'wat het vraagstuk van de roest betreft het minst sterk vindt. Het hof heeft op dit punt een debat laten plaatsvinden tussen Van Roestel en de aanwezi_sle partijdeskrrndigerr van BZ, Arcadis en Haskoning.

Daarbij heeft Van Roesteltoe-qelicht clat zijn onderzoeksresultaterr in totaal zijn gebaseercl op clrie ge-gevensbronnen: naast cle

Zaaknrrnrmer 200. I 63,8441 02

7

roestverschijnselen. de Stiboka-boclenrkaart erl recent onderzoek van Van cler Gaast. Deze uijzen rolgelts henr in clezelfde lichting. Van Roestel heeft r,'olharcl iu zijn berindingen. ook rekertittg houdencl ntet cle onzekelheidsr.ì1arge (het hof veru,ijst naar hetgeen hierovei hiervoor in rov.2.l3 en 2.14 is ovenlogen). Tussell partijen is niet in geschil dat het bepalen van de -groncllraterstanclen op basis van roestverschijnselen op zichzelf een acceptabele rnethode is. zoals is vermelcl in het rappon van Haskonin-e (blz.4). Het hof konlt dan ook tot cle conclusie clat Antea cleze onderzoekslrlethocle ltad mogetr gebruiken bij haar onclerzoek en de bezrvaren claartegen onvolcloencle zijn ont niet uiite goun n'nn cle mecle nret die nlethocle verkre-9en resLrlta*ten, u''aarbij het hof itl aanmerking neenlt clat tlvee andele brounen het resultaat uit cle methocle bevestigen ell dat er - ook volgens cle partijcleskundigen - geen alternatieve nlethocle rvas clie volcloencle aan het bez'"vaar tesernoet korrt.

20.11. Br.¡ de r,vaardering van cle partijcleskuncligenrapporlen neerrt het hof voofts het volgencle in aanmerking. Arcaclis is betrokken ge\,veest bij de planvorming en de risicocoutottrell voor Moftiere in Midclelburg aismecle bij cle advisering oier maatregelen iu verbancl llet de lvateroverlast van Verhoeven. Er moet dus rekening rnee ,uvorclen -gehouclen clat Arcaclis mogelijk een belang heeft bij een voor de Gemeente en het Consortiurn guÍrstige uitkomst van cleze procedure. Verder heeft Van Roestel tijclens cle rnonclelinge behandeling over het rapport vanBZ gezegclclat hii clit kwalitatief onvolcloerrcle vinclt. Ter illustratie heeft hij naar voren gebracht dat hij heeft gevraagd of BZ èen bepaalcle berekening rvilcle overleggen en dat BZ vervolgetrs cle fonnule verkeercl heeft toe-9epast. Dit is zijclerrs BZ t'tiel vreersproketl. Wat het rapport van Haskoning betreft heeft Van Roestel erop ger,vezerr clat Haskoning niet over alle relevante stukken heeft beschikt en op basis van incomplete irtformatie Lritspraken over zijn onderzoek lreeft geclaan. Zijclerrs Haskonirrg is dit niet ontkellcl. Voor voorlneld STAB-rapport (en de andere, eerder in de proceclure overgelegde. STAB-rapporten) geldt clat STAB zelf geen (technisch) onderzoek heeft geclaa¡. Het hof hecllt daarorn lret meeste gelvicht aan het deskLrncligenbericht van Antea.

Los daarvan is de conclusie vatr Arcadis en STAB eveneens dat in beginsel sprake is van lvateroverlast op het perceel van Verhoeven als gevolg van cle rverkzaamheden. alleen kan die volgens Arcadis en STAB r,vorden voorkorneu door het tref-fen van bepaalde maatregelen (zie hierna vanaf rov. 20.27).

20.18. Daarbij gaat het hof uit van het definitieve deskuncligenrapport. Het Consorlium heefì aangevoerd clat dit op punten afwijkt van het concept-cleskundigenbericht. Dit conceptdeskundigerlbericht behoort evenrvel niet tot de geclingstukken. De cleskunclige legt op groncl van cle Leidructcl voor cleskuntligen in cit'iele :uken alleen het clefinitieve deskundigenbericht over (zie cleze leidraad. brj 25). Het Consorlium heeft het concept-deskundigenbericht niet overgeiegci (ook Verhoeven en cie Gemeente hebben dat overigens niet ,eedaan). Daarb¡ hebben cle partijdeskundigen deze afrvijkingen niet benoemcl tijdens de mondelinge behandelirrg en betreft clit daarmee geen substantieel punt van kritiek. Aan de stellingerr iu krvestie van ltet Consortium het hof dus (als onvoldoende onclerbouwd) voorbij. -qaat

20.19. Het voorgaande strekt ertoe te motiveren !\aaront het holvan oordeel is clat cle ber,'indingen van Antea kunnen lvorden gevol-ed en de kritiek daarop van cle partijdeskLrndigen daaraan niet in de we-q staat. Het hof acht de resultaten van het onclerzoek vall Antea volcloende betrour.r,baar om ten grondslag te leggen aan de beslissingen in cleze zaak. Op andere specifieke punten volgt hierna een lradere motir,.ering.

Zaaknunrrler 200. 1 63.844102

Wiizisi

8

van de u.aterloo p en cle hoev eelheicl r,vater

20.20' Verhoeven heeft reeds in zijrr inleidencle clagvaarding r,'olcloencle onclerbouwd gestelcl dat op de percelen die grenzeu aan zijn w'oouerf infrastnrctulele n'erken zijn verricht clie als gevolg hebben gehad dat de aangrenzende percelen hoger zijn komen te liggen clan het r,r,ootlerf. tenlijl ltet lroonerf voorheen het hoogste putlt was in cle orngeving. Hiercloor waterett de hoger gelegen percelerr nu af op het lager gelegen lvoonerf in plaats vau atldersotn. Ter otlderbour,ving van cleze stelling heeft Verhoeven oncler meer rapporten van Grontmij vatt l maart 20l3 en S rnaart 20l3 overgelegcl (proclucties l0 en lg bij cle akte overlegging productie l tot en met 32 van Verhoever'ì vall 4 september. 20l3). 20.21. Het voorgaancle rvorclt bevestigd cloor cle bevindingen van Antea in het deskuncligenbericht en is ook toegelicht door de deskunclige Van Roestel tijdens de ntondelinge behaneleling. Het hof verlvijst in het bijzoncler naarcle antr,voorden van Antea op cle vragett I tot en met 3 in het cleskundigenbelicht. Er hebben inderdaacl ophogingen van cle aaugrenzende percelelt plaatsgevonclen (waarbij cle deskunclige ervan is uitgegaan clat het graslarrclperceel inderlijcl in opdracht van Van Dijke - de moecler van Verhoeven - is opgehoogcl).

De Genteente en het Consortiurn hebben geen volcloencle onderbou,uvcle bezrvaren'tegen cle bevindingen van Antea ingebracht op clit punt. 20.22. Zoalshethofinhettussenarrestvan2T rnaaft20lS(rov.6.5.4)heeftoverwogenzijn niet enkel ophogingen aan cle orde, maar ook andere infrastructurele 'uverken. Daarbij gaat het in het bijzonder ook orn het clenrpen, afdammen en/of aanleggen van sloten. het (volgens Verhoeven) blokkeren of,ottgeclaan nlaken van bestaancle drainage, en het aanleggen van riolering en (anclere) drainage. Het hof heeft in dit verband vragen 4, 5 en 6 aan Antea gesteld. In het deskundigenbericht rvorclt geconcludeerd clat er sprake is van grondrvaterstijging alS gevolg van verlies van drainage, in combinatie met de ophogiugen. Tijclens cle rnondelinge behandeling heeft Van Roesteltoegelicht clat het verlies van drainage in leite cloorslaggevend lvas voor het ontstaan van cle lvateroverlast op lret pelceel varr Verhoeven. Dit heeft plaatsgevonclen vanaf het begin van de inlrastrtrcturele lverkzaarnheclen. toen de Poproute íverd aan-gelegd in 2007. Het hof acht het cleskuncligenbericht wat het verlies van drainage betreft oveftuigend. Antea heeft haar bevindirrgen daarover voldoende onclerbour,vcl

20.23. Op grond vall het voorgaande stelt het hof vast dat cle waterloop en de hoeveelheicl afstromend rvater door de infrastructurele werken ter plaatse zijn gewijzigd. Aan clit vereiste voor het r,'aststellen van onrechtrnatige hincler is derhalve voldaan. Wate

ri ast

20.24. Voorts heeft Verhoeven reeds in zijn inleidende dagvaarding voldoende onclerbouwd gestelcldat hij'urateror,'erlast ondervindt op zijn erf. Daartoe heefi hij onder lleer loto's overgelegcl(ziebijr,oorbeeldprodLrcties l6totenrnet lSbij zrlnakteoverleggingprocluctie I tot en nlet S2 r,an 4 september 20l3). ook heeft hij een beroep gedaarr op de trvee eerdergenoemde rapporten van Grontmij. Hij stelt clat deze wateroverlast schadelijke gevolgen heeft voor de opstallen (het holnoemt: zijn woonboerderij en de schuur) en de beplanting op zijn woouerf. Verhoeven heeft in hoger beroep rìog een derde rappoft varr Grontmij overgelegd (procluctie l0 b11 zijn akte overlegging proclucties 8 toten lnet l4 van l8 september 2015). Met dit rapport van 28 augustus 2015 wordt cle onderhavige stelling nader onderboLrrr d.

Zaaknurnrner 200. I 63.844102

9

20.25. Voor het hof staat voldoencle r.'ast clat dat er inclerclaacl sprake \\.as varl u,atero.r.erlast op het erf van Verhoeven. Dit blijkt ook uit het * in opclracht ran het Consoftiurn opgestelcle - rappoft r'an Arcaclis vatr 4 uraart 2013 (procluctie 8 bij cle akte overlegging proclucties I tot enmet32vanVerhoevenvan4septernber20l3).Opblz. llvanclatrapportstaatirlrnrers: 'Op het perceel lltcttts t'oorkontencle walerot'et'lct.çl vt¡rtlÍ ctls getolg t,cut cle nietnre .slolen tt¡tgelo'rt.'. Het hof heeft l'ercler cle boulvkundige opname van Quattro (rappor-t van 5 ntaart 20 I 3, overlegcl als procluctie 2 1 b11 de akte ol'erlegging proclucties I tot erl rlret 32 r,an Verhoeven van 4 septerrber 2013) in zijn beoorcleling betrokken, ook het cleskLrrrcligerlbericht van Antea geeft inzicht in de aarcl err cle ornvang varl cle rvateroverlast van Verhoeven.

20.26. Gezien de infbrmatie die het hof daarover beschikt. valt de rvateroverlast clie Verhoeven heeft ondervonclen op zijrr w'oonkavel als ernstig te kvl'alificeren. De aarcl en cle olnvallg claarvan overstijgt ver het niveau van hincler dat men nornraliter heeft te clulden (vgl rov. 6.6 van het ttlsseltarrest van27 maart 2018). De Gemeente en het Consoftium hebben hierlegen onvolcloencle ingebracht . Zoals hierna zal blijken, zal het hof mecle op groncl hiervatl conclttcleren clat er in dit geùal sprake is van onrechtmatige hincler.

Maatregelen

.

20.21. Dat geen vooropname is gedaan in verbancl met potentieel op te treden schacle werkt ook door in cle omstancligheid clat niet vau rreet af aan rnaatregelen zijrr getroffen om sclracle. bijvoorbeelcl in cle vornr valr lvateroverlast, bij Verhoeven te voorkomen. Daarbij rnerkt het hof op clat het vet'lies van clrainage heeft plaatsgevonden vanalcle aanleg van cle Poproute in 2007 (zie hiervoor bij rov. 20.22). Het Consorlium heeft op een gegeven moment. nadat Verhoeven zich meldcle vanwege wateroverlast, r,vel onderzoek laten verrichten welke Inaatregelen getlonlen zouclen moeteu worden om de hydrologische ef-fecten op het perceel van Verltoeven als gevolg van de ontwikkeling van Mortiere in Midclelburg te ondervarrgen. Dit heeft itt eerste instantie geleid tot het genoemde rapport van Arcadis van 4 rnaart 2013. Daariri is eett aantal maatregelen opg"no*.n (zieblz.ll), die uacler zijn uitgerverkt in een rapportage uit 2015 en vervolgens in 2017 cleels zijn gervijzigd opdat ze konden worden ttitgevoercl buiten cle perceelsgrenzen van Verhoeven. Naclat bleek dat een cleel van deze rnaatregelen ruimtelijk rriet inpaste in het stedenbour,vkurrdig plan, heeft Arcadis clit deel van de nraatregelen aangepast in een mer.no van23juli 2019. Deze belangrijkste maatre-qelen zijrr uitgevoercl in 2020.

Ten tijcle van cle mondelinge behancleling iu hoger beroep lvaren nog niet alle maatre-eelen uit lret memo (volledig) uitgevoerd. Het hof heeft vragen (vragen 9 en 10) gesteld aan Antea over maatregelen en cle uitvoering ciaarr,'atr. in het deskurrciigerrbericirt is nacier ingegaan op rno,eeiijke rnaatregeien ter beperking olvoorkonriug van wateroverlast in hoofdstLlk 7 en L Volgerrs het desktrncligertbericht is het probleem clat onvoldoende duidelijk is of met het ontrverp van cle nraatregelen het beoogde effect rvordt bereikt (antrvoorcl op vraag l0). Voorts heeft Van Roestel tijclens de monclelin-9e behandeling kritische kanttekeningen geplaatsr met betrekking tot de effèctil'iteit van cle uitgevoercle rnaatre-eelerr. waaronder het clrainerencl elf,ect van het zarrdcLrrret in de Poproute. 20.28. In cle situatie van 2020 is er blrjkens het deskundigenbericht een verlagend effect op de grondwaterstand vanwege de rnaatregelen die uit,qer,'oerd zijn op de randen van percelen r,atl Verhoevetr. Valr Roestel heeft ditjaartal ook genoernd als jaartal waarin de uitgevoerde maatregelen eltèct beginnen te krijgen. Niet kan u.orden vastgesteld dat Verhoeven thans in

Zaaknunrmer 200. I 63.844102

l0

het geheel geen schacle llleer onclervinclt door rvateroverlast clie het gevolg is van cle

hydrologische itt-urepen. Op vragen van het hof aan pafiijen is gebleken clat ook cle tlaatre-eeleu in het ntemo van Arcaclis van 23 juli 2019 uiet volleclig zijn uitsevoercl. De Gettleente en het Consortiunr hebben betoogcldat het aan Verhoeven te lrijten is dat cle ntaatregelen niet zijn uitgevoercl. Het ConsorliLrm stelt cle uitvoering van cle rnäatregeleu iu 2013 te hebben gestaakt toen Verhoel'en aaugaf claaraarl niet te w il.len nreer.l,erke¡. Verhoeven heeft aangevoeld dat de voorgestelcle maatregelen niet toereikencl rvaren en. toen een begin vatt uitvoering daarvau r.r,erd genraakt, de schade aan de gebour,ven en het rvoonerf juist onnicldellijk r,vercl verergercl. De vraag of en zo ja in hoeverre cle schacle als _gevolg van waterovet'last voor rekening van Verhoeveu zelf dient te konlen cloorclat hij geen Itlecle'uverking heeft verleend aan cle rritl'oering vatl rnaatregelen ter beperking varr zijn schade, hoelt niet in deze procedure te rvordeu beantu,oorcl(zie hierna rov.20.4l). Wel merkt het hof op dat.cle afstenrrring van cle benodigde maatregelen etr cle (ruimtelijke) inpassing etvalt naar verrvachting minder problematisch zouclen zijn verlopen inclien cle Getneente en het Consoftium dit voorafgaand aan de rverkzaanrheden bij cle voorbereicling ervan zottclerl hebben meegenor-nen. Gezieu het deskundigenbericht (zie met name blz. 52 otrcleraan en blz.6l.

laatste gedachtestreepje) zullen partijen (opnieurv/alsnog) in overleg lroetell treden over rvelke maatregelen nog clieuen te worclen uitgevoerd ter voorkonting varr verdele schacle door rvateroverlast.

Trillineen

20.29. Verhoeven heeft ook gesteld clat het uitvoeren van infrastructurele werken op de aatrgrenzettde percelelt trillingen en zettingsproblemen ntet zich meebracht. Dit heeft ook schade aan zijn opstallen en/of beplantingen veroorzaakt, alclLrs verhoeven.

20.30, Het hof heeft Antea gevraagd te rappofteren in verband nlet de trillingen. Daarvoor heeft het hof vijf vragen aan de deskurrclige geformuleercl (vragen l5 tot en met l9), Antea heeft deze vragen op basis van onderzoek beantrvoorcl in het deskLrrrdigenbericht. Deze antr,l'oorden komen erop neer dat er een kans is clat trillingen schacle aalt de gebourven op het huisperceel hebben veroorzaakt. nlaar dat het rriet aannernelijk is dat dit de (hoofd)oorzaak is vau de schade van Verhoeven.

20.31. Het hof leidt uit het deskuncligenbericht af dat cle kans zodanig klein is dat cle schacle van Verhoeven is veroorzaakt door trillirrgen clat deze niet kan bijclragen aan het oordeel dat cle Genteente en/of het Consortiurn onrechtrnatig hebben gehancleld jegens Verhoeven. In cle

reactie van Verhoeven op de ant'nloorden van de deskurrdige op cle vragen l5 tot en met l9 in zijn memorie na cleskundigerrbericht ziet het hof geen aanleicling hierover anders te oordelen. ¡\nders cian Verhoeven steit, birjkt uit ilet cieskunciigenbericht juisr niet ciat cie rverkzaatlhecletr valt de Cemeente en/of het Consortium hebben geleid tot trillingen n.ìet als gevolg schade. Causaal verbancl

20.32. Tussetr pafiÜen is ook in geschil of cle hlclrologische ingrepen cle r.raterov'erlast en de schacle l'alt Verhoevert (kurtnen) hebben veroorzaakt. Op basis van lret cleskuncligenbericht van Antea kan rvorden geconcludeerd dat er r.vel sprake is van causaal verband (zie ook lrieryoor onder ror,. 20.20 - 20.26). Het hof verwijst in het bijzonder naar hoofdstuk 9. Tijdens de mondeliu-t¡e behandelin-e heeft het hof Van Roestel hieroler bevraagd. mecle iu het licht van betwistillg vall het causaal verbancl door cle Gerneente en het Consoftiunl. Van

Zaaknunrnrer 200. I 63.844102

lt

Roestel heeft des-uevraagd bevestigd dat cje rvateroverlast en cle schade r.,an Verhoeven zijns inziens zijn r,'eroorzaakt door de in_grepen .

20.33. l-let hof heefi nadere vragen gestelclonr te onclerzoeken lloe zeker Van Roestel hiervatt is. Hij heetÌ daarop verklaarcl clat hij het zeer aannemelijk acht clat cle waterov,erlast en cle schade van Verhoeven zijn veroorzaakt cloor de hy'clrotogische ingrepen. Onclanks cle

onzekerheden is hij [rier gaartclerve-e het onderzoek van oveftuigclgeraakt. Orn clit duiclelijk te maken irr niet-hyclrologische tenren heeft hij toegelicht clat het logisch is dat er wateroverlast is opgetreden op cle kavel van Velhoeven. Het perceel lag in 2007 hoger clan zijn omgevipg. Het perceel r,vas natnvelijks geclraineerd en rvater op het perceel liep alleen naar cle olngeving. Daar lagerr landbourvpercelen. Als zo'n gebied vr,orclt opgehoogcl of cle clrainage onclieper ligt clan gaat cle -groncllvaterstand rree onrhoog in principe. alclus - steecls - Van Roestel. Deze reclellering is voor het hof,rravolgbaar.

20.34. In cle rappollett vatr cle partijcleskuucligen zijn er anclere factoren genoerlcl clie ktttltren hebben bijgeclragen aan de wateroverlast (zie het als productie l5 brl cle alltwoordmemorie na deskuncligenbericht overgelegcle rapport van BZ onder 7 en het als productie 3 bij de antrvoordnrellorie na cleskundigenberic.ht van het Consortium overgelegcle rrerrro van Arcadis onder L2). Dit is echter niet, althans onvoldoencle uitgewerkt clooi de Gemeetlte en het Consoftium. De stelling clat er mogelijke alternatieve oorzaken zijn van cle schacle van Verhoeven cloet in elk geval geen afbreuk aan de bevinding van Antea clat cle toegenolnen rvaterbelasting na 2005 cle hoofdoorzaak van cle schade van Verhoeverr is (zie ook het allttvoorcl op vraag l9). Bovenclieu lag het op de lveg van de Gemeente en het Consoftium oln vóór de hyclrologische ingrepen vast te stellen welke factoren zouclen kunnen Ieiden tot schacle aan cle geboulven van Verhoevetl en '!vat de staat is van cle gebour.ven. hetgeen zij niet hebben geclaan en hetgeen voor hun risico komt. 20.35. Al rnet alheeft het hof op dit punt geerr reden orn te trvijfelen aan de bevincliugerr van Antea. Zoncler cle hyclrologische iìrgrepen zou cle schade vai Verhoeven door rvateroverlast zich niet hebben voor,eedaan. althans niet op de manier en in cle mate als clat het geval ',vas.

Het hof zal claarom aannernen clat het vereiste causaal verband (het conditio sine qua tlon-verbancl) aanr.vezig is our de Gemeente en het Consoftium aansprakelijk te houden in clezen. k

nte en het C

20.36. Op groncl van al het voorgaande kourt het hof tot de conclusie dat er sprake is varr onreclttmati,ee hinder. Verhoeven heeft als gevolg van infrastructurele werkzaamheden ernstige 'ulateroverlasi op zrjn r'voonkavei onciervoncien. Daarbij heeft iret hof in her bijzorrcier itt aanlnerking genomen dat geen !ooropnaule heeft plaatsgevonclen voorclat cle hyclrologische inerepen plaatsvortclen \!'aardat wel gebruikelijk is en in clit gevalook hacl -qetrroetett omdat cle opstallen van Verhoeven risicovolle objecterr zijn. Er hadden maatregelen kunnen en lnoeten worden genomen onl de schacle door rvateroverlast van Verhoeven te loorkotnen of in elk ge"'alte beperkerr. Dit hebben cle Gemeente en het Consortittm echter niet althans onvolcloende gedaan. Aldus is er sprake van onrechtmatig hatrdeletl etr tralaten jegens Verhoeven. De Gemeente en het Consortium hebben niets aangevoerd dat in cle gegeven onrstandigheclen tot een ander oordeel kan leiden.

20.37. De Gemeellte en het Consortium (alle geintimeerden) zijn voor clit onrechtnrati_s hallclelen aansprakelijk jegens Verhoeren. Verhoeven heeft onbetrvist gestelcl clat de

Zaakrrunrmer 200. I 63.844102

1

Gellleente en het Consot'tiunr eigenaal u.a[en van cle aangrenzencle percelen. oncler overleg-uing ran procluctie 7 b¡ de inleiclencle clagr,'aarclin-q (zie ook procluctie l8 bij cje akte ttitlatelr l4 procltrcties vatt Verhoeven varl 5 april 2022 en punt 1 varr ranclnurnurer l7 van cle pleitnota vail Verltoeven). Dat cle Gemeente inmicldels geen eigenaar ureer is van aattgrettzettcle percelett. naar z.ij stelt. kan niet afcloen aau de conclusie c.lat cle Gemeente als (l'oornlalige) grondeigenaar aansprakelijk is in dezen (zie ook ror,. 3.8.4 van het tussenarrest

van l2januali 2016). InzijnirrleidendedagvaarclingheeftVerhoevenonbetr.vistgestelcl clat door geïntinteerden sub 5 en sub 6 (althans hun rechtsvoorgangers. Heijrnans Wegen B.V en Heijmans Bottrv Zeeland B.V.) de infr'astrurcturele en andere bourvkLrnclige r.lerkzaarlheden zijn verricht. Tijdens cle mondelirrge behandeling heeft hij voorts onbetr.vist gestelcl clar het Consoftiuu ett cle Gemeente de lverkzaanlheden zelf uitvoeren of die laten uitvoelen cloor coltceruoltclerclelen of cloor oncleraanrrerrers e11 opclrachtnemers (pleitnota van Verhoeven, ptrnt 8 van raltclntttnrner I 7). Dat het Consoftiunt een vergunlting had voor cle verrichte rverkzaalttlteden maakt in dit geval niet clat zij niet aansprakelijk kan worden gehouclen (zie het-eeen hiervoor is overwogeu in rov. 20.5). Daarnaast heeft Verhoeven onbetw'ist gestelcl clat tussen cle Gemeente etr het Consoftium eelt sarì1en\.verkiugsovereenkourst ('Samettu,erkingsovereettkomst Mortiere Miclclelburg') gelclt (zie productie l3 br1 cle akte overlegging producties 8 tot en nlet l4 van Verhoeverl valì I 8 septernber 2015), op groncl waarvan zij in nauw overleg opereren en het Consortiunr alle werkzaamheden dient af te stetnlneu met cle Gelreetrte (zie ook punt 2 van randnullrurer l7 van de pleitnota van Verlroeven).

Ook gelet daarop zijrr cle Genreente en het Consortiunt in clezen aansprakelijk te houden, nu zij bij cle uitvoering van die overeenkomsr cle rnaatschappelijke zorgvuldigheidsnom van artikel 6: 162 BW hebben geschonclen jegerrs Verhoeven. Daarbij rvijst het hof in het bijzonder op het nalaten van de vooroprlame (zie hiervoor rov. 20.6). Tot slot is de Gemeente betrokken als planwetgever en vergunningsverlener bij cle ontllikkeling van Mortiere in Middelbrlrg elr heeft ervoor te zorgen clat alle maatregelen worclen getroflf'en die reclelijkerrvijs kunnen 'uvorclen gevelgcl ter voorkoming van 'wateroverlast als gevolg daarvan.

20.38. Zoals cloor Verhoeven gevorclerd (vordeling VI), zal het hof darr ook in het dictum van dit arrest voor recht verklaren dat de Gemeente en het Consofiium onrechtnratig hebben gehandelcljegens Verhoevell. Het voorgaancle in onderling verbancl en salnenhang bezierr rechtvaardigt naar het oorcleel van het hof ook clat de Gemeente en het Consoftium hoofdelijk aansprakelijk zijn voor cle schade van Verhoeven. Als het Consortium ingang had willen doen vinden dat niet alle geintirneerden aansprakelijk kunnen rvorden gehouclen. had zij openheid van zaken moeten geven over de betrokkenheid van de geintinreerclen aflzonclerlijk bij de ontr.vikkeling van Mortiere in Middelburg. Dat heeflt zij evenrvel niet gedaan. Verocl

lins tot schadeve rgoedinc

20.39. Verhoev'en heeft aanvankelijk verrvijzirrg naar cle schadestaatprocedure gevorclercl (zie het petitum van appelclagvaarding. oncler IV). Na eisrvijzigirrg vorclert hij echter prirrair eell col.ìcreet schadebeclra-s. te \\eten € 9.494.380.66. Dit beclrag is gebaseerd op de door hern genoemde Methode A (schadeberekening op basis van geclerfcle herontrvikkelingsopbrengsten). Als alternatielheeft Verhoeven eell Methode B gegeven (schacleberekening op basis van sloop err herbour.v). Daarbij komt het schadebeclrag waarop Verlroeven aanspraak ntaakt op € 5.97 4.978. I I .

20.40. De Getneente en het Consor-tit-rrr hebben gernotiveerd'nreersproken clat cle schacle in

Zaakrtrrrrmer 200. I 63.844102

ll

clit ger,'al op deze u,ijzen kan worclen be-eroot. Het hof merkt op clat llet bewust zie rov. 6.10.I van het tttssettarrest vatl l7 maart 2018 --seell vragen aan cle cleskunclige Antea heelt -uesteld over cle schaelebegroting omdat Verhoeven aanvankeliik slechts verrvijzing naar cle schaclestaat heeft gevordercl (de eisrvijziging dateert vatl na het cleskLrncligenbericht). Antea heeft in haar deskullcli-senbericht aaubevolen orî een teanr van clrie boLrwkunclige expefts (een expeft llalnens eiser. een expeft narïens r,'enveelcler elt eetì onaflrankelijke expert clie voorzitter is en de rapportage opstelt, in overleg rnet cle overige experls) salren te stellen ont de fìnanciële conseqttenties van de bouwkunclige schacle te bepalen (hoofclstuk 9.zie9.j viercle geclachtestreepje). Dit lrebben Verhoeven. de Cerreente en/ollret Consortium

(vooralsnog) niet geclaan.

20'4ll. Gezierr het vorenstaancle kan op basis r.'arr de thans ter beschikking staancle gegevens cle schacle van Verhoeven niet, ook niet gecleeltelijk. rv'orden begroot. NLr cle bourvkunclige scltade niet vast staat. geldt clit ook voor gederfd \.voonget'ìot en imrnateriele schacle. De

prittraire vorderirrg tot betaling door cle Gemeente en het Consoftiunr vau eell cot1cleet schadebedrag (vorclering I) kan dLrs niet r,vorden toege'"vezen. Nu de mo-eelijkheicl van schacle 'uvelaaunetnelijk is. kan cle subsidiair gevorclerde verrvijzing naar cle schadestaatproceclure (vordering II) rvel u,'orden toeger.vezen.Ditzal het hof ook hierna in het dictum van dit arrest cloen. Vaststaat immers dat vanaf 2007 (infrastrurcturele) rverkzaarnheden hebben plaatsgevonclen clie tot ernstige rvateroverlast op het perceel van Verhoeven hebben geleicl. terrvijl rlaatregelen om clit tegen te gaan pas in 2020 en nog niet votleclig zijn uitgevoerd. De cloor Verhoeven gevorclercle schade lvegells geclerfde ontlvikkelingskansen acht het hof niet toewijsbaar. In het bijzoncler heeft Verhoeverl het causaal verbancl (het condicio sine qua non-verband en de toerekening ex arlikel 6:98 BW) onvoldoencle onderbour.vd tegenover cle genlotiveercle betlvistirrg daarvan door cle Gemeente en het Consortium. In cle schaclestaatproceclure client het prirnairte gaan om cle schacle ter.zake van cle opstallen varr Verhoevetl. In die proceclure kan eventueel ook nacler worclen onderzocht of en zo ja in hoeverre in verband t.ìlet concrete door Verhoeven te stellen schadeposten er sprake is van eigen schulcl van Verhoeven (artikel 6:l0l BW).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16840995/1