CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-059 Bijlage 2. Ingekomen stukken RM

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken periode 4 (26-059 MZ/RM/AB)22.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ingekomen stukken Datum brief

16-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

064. artikel energietransitie

Ingekomen stuk

064. artikel energietransitie

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

A.P. Cloosterman

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 064. Bijlage 1. De mens weet onvoldoende raad

Datum brief

16-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

063. Nieuwsbrief OLAZ

Ingekomen stuk

063. Nieuwsbrief OLAZ

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

OLAZ

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

14-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

062. Verankering 3 30 300 principe in wijkvisie en Bomenplan geanonimiseerd

Ingekomen stuk

062. Verankering 3 30 300 principe in wijkvisie en Bomenplan geanonimiseerd

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

ìnwoner

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

14-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

061. Verhoeven - Mortiere laatste mail

Ingekomen stuk

061. Verhoeven - Mortiere laatste mail

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

C. verhoeven

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 061. Bijlage 1. PZC 3-12-2020. Eenzamestrijd.1 061. Bijlage 2. 13. Verhoeven-Mortiere (proces-verbaal zitting 12-12-2022)A 061. Bijlage 3. WOZ brief 3okt. 2024. Opstallen volledig afgeschreven.B 061. Bijlage 4. 23-01457-D0026 - Arrest Hoge Raad[1] 061. Bijlage 5. 23-01457-D0023 Conclusie PG Verhoeven - Gemeente Middelburg (2) 061. Bijlage 6. 14. Verhoeven-Mortiere (arrest van 17 januari 2023) (3)

Datum brief

14-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

060. HZ Onderzoek Leven in Zeeland

Ingekomen stuk

060. HZ Onderzoek Leven in Zeeland

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

HZ

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 060 Bijlage 1. Leven in Zeeland 2025 Conclusie en denkrichtingen

Datum brief

14-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

059. VNG nieuwe-modelhuisvestingsverordening-en-wet-versterking_regievolkshuisvesting

Ingekomen stuk

059. VNG nieuwe-modelhuisvestingsverordening-en-wet-versterking regievolkshuisvesting

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

VNG

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 059. Bijlage 1-handreikinghuisvestingsverordening-maart-2026 059. Bijlage 2-modelhuisvestingsverord ening-2026-maart-2026 059. Bijlage 3-toelichting-modelhuisvesti ngsverordening-maart-2026 059. Bijlage-4-implementatiehandleiding -modelhuisvestingsverordeningmaart-2026

Datum brief

08-04-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

055. Voortgangsbrief Robuuste RUD 2026

Ingekomen stuk

055. Voortgangsbrief Robuuste RUD 2026

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

RUD Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

26-03-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

049. Nieuwsbrief RUD Zeeland maart 2026

Ingekomen stuk

049. Nieuwsbrief RUD Zeeland maart 2026

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

RUD Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

23-03-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

048. zienswijze ontsluitingsroute Multicriteria onderzoek

Ingekomen stuk

048. zienswijze ontsluitingsroute Multicriteria onderzoek

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Vereniging Actiecomité Veilig en Leefbaar Lewedorp

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen:

048. Bijlage 1. PDF FLYER ONTSLUITINGSROUTE MAART 2026

Datum brief

23-03-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

047. Modelbrief-PFAS-beleid-gemeenten (geanonimiseerd)

Ingekomen stuk

047. Modelbrief-PFAS-beleid-gemeenten (geanonimiseerd)

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

inwoner

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

10-03-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

042. Brief over Molen de Hoop St. Laurens

Ingekomen stuk

042. Brief over Molen de Hoop St. Laurens.

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Inwoner

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 042. Bijlage 1. 042. Bijlage 2 042. Bijlage 3 042. Bijlage 4 042. Bijlage 5 042. Bijlage 6 042. Bijlage 7 042. Bijlage 8 042. Bijlage 9

042. Bijlage 10 042. Bijlage 11 042. Bijlage 12 042. Bijlage 13 042. Bijlage 14 042. Bijlage 15 042. Bijlage 16

Datum brief

09-03-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

13 mei 2026

Onderwerp

041. Ontwerpbrief GS - informeren voorkeursscenario gemeenten bereikbaarheid Westerschelde tunnel

Ingekomen stuk

041. Ontwerpbrief GS - informeren voorkeursscenario gemeenten bereikbaarheid Westerschelde tunnel

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Provincie Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

26-02-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

038. Brandbrieven over ontsluiting Veerse Meer Zuid

Ingekomen stuk

038. Bijlage 1. Brief Ontsluiting Veerse Meer Zuid (Geanonimiseerd)

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Inwoner

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

28 mei 2026

Bijlagen: 038. Bijlage 2. Brief draaiing vliegveld (Geanonimiseerd) 038. Bijlage 3. Tijdlijn ontwikkeling de zuidvliet (Geanonimiseerd)

Datum brief

26-02-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

035. Boomvernieuwing Middelburg - advies Molenbiotoop

Ingekomen stuk

035. Boomvernieuwing Middelburg - advies Molenbiotoop

Categorie

Organisatie

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Erfgoed Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

19-02-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

034. Verzoek om PFAS-reductieplan op te stellen en uit te voeren

Ingekomen stuk

034. Verzoek om PFAS-reductieplan op te stellen en uit te voeren (geanonimiseerd)

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Inwoner

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

28 mei 2026

Datum brief

18-02-2026

Commissie

Commissie Ruimte

Datum commissie

18 mei 2026

Onderwerp

030. Brief van dhr. Verhoeven over negeren deskundig onderzoek

Ingekomen stuk

030. Brief van dhr. Verhoeven over negeren deskundig onderzoek

Categorie

Inwoner

Afdeling

Leefomgeving

Afzender

Inwoner

Advies

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Raadsvergadering

28 mei 2026

Geachte mevrouw, mijnheer Hierbij het verzoek om onderstaand bericht door te sturen naar uw B&W en gemeenteraadsleden Hartelijk dank Ap Cloosterman

Zwartebroek, 12 april 2026 Geachte mevrouw, mijnheer, Het IPCC met haar vele politieke volgelingen voert een kostbaar en desastreus beleid met het denkbeeld, dat men in staat is om een klimaatverandering te keren door het tegengaan van emissie van CO2 in onze aardse atmosfeer. Men gaat hierbij totaal voorbij aan de veel grotere rol die waterstof speelt. Bij de verbranding van waterstof ontstaat waterdamp: 2H2+O2→2H2O Waterdamp is een veel sterker broeikasgas en daarmee vervalt de nominatie dat waterstof een duurzame energiebron is. Energietransitie van aardgas naar waterstof is een van de Europese en Nederlandse klimaatdoelen. Maar…. Het middel is erger dan de kwaal! In het artikel “De mens weet onvoldoende raad met veranderingen van het klimaat” kunt u alles hierover lezen. Zie bijlage. Wellicht mag ik eens uw mening vernemen. Hoogachtend en met een vriendelijke groet Ing. Ap J.H.G. Cloosterman Platanenstraat 32 3785 LE Zwartebroek

Extreme regenval

Stormen en tornado’s

En dan ook nog: Straat van Hormuz: geen aanvoer van fossiele olie. Voldoende aardgas? Onvoldoende elektrificatie. Waterdamp overtreft CO2 als broeikasgas! Is het gebruik van waterstof wel duurzaam? Dus: Geen stroom → hou het gas er op! Snelle actie: aardwarmte en kernenergie. Door: Ap Cloosterman 9 april 2026 1. Klimaatboodschap Clintel Stichting Clintel heeft in 2019 het initiatief genomen om een World Climate Declaration op te stellen met als boodschap “There is no climate emergency” (Er is geen klimaatcrisis). De Declaration is inmiddels ondertekend door ruim 2000 onderzoekers en experts en vertaald in vele talen. Zie: https://clintel.nl/world-climate-declaration/ Het klimaatbeleid van Clintel omvat 6 stellingen: 1. Zowel natuurlijke als door de mens veroorzaakte factoren leiden tot opwarming. 2. De opwarming verloopt veel langzamer dan voorspeld. 3. Het klimaatbeleid is gebaseerd op ontoereikende modellen. Pagina 1 van 11

4. CO₂ is plantenvoeding, de basis van al het leven op Aarde. 5. De opwarming van de Aarde heeft niet geleid tot een toename van natuurrampen. 6. Klimaatbeleid moet rekening houden met wetenschappelijke en economische realiteiten. Ik ben medeondertekenaar van de declaration, maar heb wel drie opmerkingen: * De uitdrukking “Er is geen klimaatcrisis” zal bij mensen die tornado’s, overstromingen of enorme temperatuurverschillen hebben ondervonden slecht vallen. Beter zou de uitdrukking zijn: “ Er is sprake van een matige aardse klimaatverandering met grote lokale verschillen” * Onder punt 4 wordt geen standpunt ingenomen over de mogelijke beperkte werking van CO2 als broeikasgas. Waterdamp als grootste boosdoener wordt niet genoemd. * De extremen die zich voordoen met het weer zijn, naar mijn mening, niet in overeenstemming met wat er in werkelijkheid plaats vindt (punt 5). Wellicht is er geen toename in het aantal natuurrampen, maar de hevigheid is wel enorm toegenomen. Broeikastheorie van Svante Arrhenius (1896) Svante Arrhenius publiceerde in 1896 een baanbrekend idee: De aardse atmosfeer kan opwarmen door de aanwezigheid van “broeikasgassen”, voornamelijk H2O en CO2, en wel door absorptie van infraroodstraling die door het aardoppervlak wordt uitgezonden. Zie figuur 1.

Laboratoriumproeven door Arrhenius zouden het overtuigende bewijs zijn van de door de mens veroorzaakte catastrofale opwarming. En inderdaad werd in bepaalde tijdvakken een stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur waargenomen met daarnaast een aanzienlijke stijging van het CO2-gehalte van de atmosfeer. Het leek voor de hand te liggen dat deze temperatuur stijging te maken had met het sterk toegenomen gebruik van fossiele brandstoffen (dit verband is overigens nooit bewezen). Het moge duidelijk zijn, dat een geïsoleerde laboratorium opstelling van een eeuw geleden, niet te vergelijken is met de werkelijkheid van de horizontale en verticale luchtcirculatie, oceanische stromingen, onweer, zonactiviteit en de cycli van Milanković.

Pagina 2 van 11

Figuur 1 Toelichting: Het zonlicht, dat de Aarde bereikt heeft een golflengte van 0,15 tot 5 μm. 1 μm = 1 miljoenste meter. De Aarde absorbeert dit zonlicht en zet het om in warmte. Het aardoppervlak zendt een breed continu spectrum van warmte straling uit. Het broeikasgas CO2 absorbeert slechts bepaalde golflengtes hieruit: 4,26 μm en 15 μm. Bij de absorptie van infrarood straling door CO2 komt er energie vrij, welke ten dele wordt omgezet in “warmte” en deze warmte wordt in alle richtingen uitgezonden. De naar beneden gerichte warmte zou dan volgens deze theorie verantwoordelijk zijn voor de extra opwarming van de Aarde. Na de eerste laboratorium- en berekeningsstudies van Svante Arrhenius rond 1896 is er enorm veel vervolgonderzoek gedaan naar CO2 als broeikasgas: * Guy Stewart Callendar (1938) koppelde als een van de eersten, stijgende CO2-concentraties aan temperatuurstijgingen op Aarde. * Nieuwe technieken, zoals infraroodspectroscopie, bevestigden dat CO2 warmte vasthoudt. * Charles David Keeling begon in 1958 met zeer precieze metingen op Hawaï. Dit leidde tot de beroemde Keeling-curve, die een duidelijke stijging van CO2 laat zien. Echter, er is ook een andere theorie: Met de warmte die door de broeikaswerking ontstaat wordt de waterdamp, die in de atmosfeer aanwezig is, opgewarmd. De gereflecteerde zonnewarmte vanuit de Aarde zal niet naar de ruimte Pagina 3 van 11

kunnen ontsnappen zolang de waterdamp temperatuur erboven hoger is. Immers: aardse warmte stroomt nooit naar een hogere temperatuur en de aardse warmte kan dus niet ontsnappen en wordt vastgehouden. De onderste atmosferische laag (waarin wij leven) zal warmte moeten opbouwen vanuit de Aarde totdat de temperatuur hoger is geworden dan de warmere bovenlaag. Pas dan kan warmte opstijgen en ontsnappen. Dit is de extra opwarming van de Aarde. De aardse opwarming is dus een gevolg van de broeikaswerking van CO2 met daarbij een rem op de warmte ontsnapping door de hogere warmere waterdamp laag: * In de lucht boven de woestijn is nauwelijks waterdamp aanwezig en de aardse warmte kan dus ongehinderd ontsnappen. Als de Zon is ondergegaan koelt het in de woestijn dan ook zeer snel af, soms tot temperaturen onder het vriespunt. * De atmosfeer van Mars bevat geen waterdamp maar wel 95% CO2: Ondanks dit extreem hoge CO2 gehalte is geen sprake van een broeikasgas proces. 2. De relatie tussen het atmosferisch CO2-gehalte en de aardse temperatuur In figuur 2 is de relatie logaritmisch aangegeven. In figuur 3 is de relatie lineair aangegeven. Vanaf 280 ppm is er duidelijke invloed (fig.2) van CO2 op de opwarming. Figuur 3: Van 280 → 360 ppm → duidelijke opwarming; Van 360 → 390 ppm → wel opwarming, maar minder sterk; Vanaf 416 ppm → een veel sterkere opwarming.

Deze sterkere opwarming conformeert niet met afbuigende lijn in figuur 2

Figuur 2

Figuur 3

Deze sterkere opwarming kan dus niet alleen door CO2 veroorzaakt zijn. Pagina 4 van 11

3. Het oceaanwater warmt op en pas daarna is er sprake van een toename van het atmosferisch CO2-gehalte. Zeer opvallend zijn de metingen met als resultaat dat er eerst een opwarming van het oceaanwater heeft plaats gevonden gevolgd door een toename van het atmosferisch CO2-gehalte. Ik geef u twee voorbeelden (figuur 4 en 5): A.

Figuur 4 (https://www.klimaatfeiten.nl/co2/correlatie-co2-temperatuur) De temperatuur- en CO2-variaties over een periode van 420.000 jaar op basis van de Vostok-ijsboringen. De bovenste grafiek geeft het verloop van de temperatuur (blauw) en de onderste het verloop van de CO2-concentratie (groen). Te zien is dat de veranderingen in de temperatuur net iets eerder plaatsvinden dan de veranderingen in de CO2-concentratie. Bron: Mario Buildreps. B. Prof. Humlum is van mening dat een deel van de toename van het atmosferische CO2 veroorzaakt is door vrijkomende CO2 uit het warmer geworden oceaanwater. De grafiek in figuur 5 is afkomstig van prof. dr. Ole Humlum – em. hoogleraar fysische geografie aan het departement Geowetenschappen, Universiteit van Oslo.

Prof.dr. Ole Humlum Pagina 5 van 11

Figuur 5 [Humlum 2013]. 39.000 gigaton CO2 in het oceaanwater(98,11%); 750 gigaton CO2 in de atmosfeer (1,89%). De oplosbaarheid van de enorme hoeveelheid CO2 in oceaanwater neemt af in warmer water. Als het oceaanwater dus warmer wordt, ontwijkt er CO2 naar de atmosfeer. De toppen van het voortschrijdende gemiddelde CO2-concentratie volgen na ±6 maanden op de toppen van de temperatuur van de oceaan. Een zeer groot deel van het atmosferisch CO2 gehalte is dus afkomstig uit het oceaanwater zelf, waardoor de menselijke bijdrage aan de aardse opwarming veel minder is dan de mainstream propageert. Een opzienbarende theorie is dat oceaanwater niet door de infraroodstraling van broeikasgas wordt opgewarmd! De infraroodstraling van broeikasgas met langere golflengtes dringt slechts een fractie van een millimeter door in het wateroppervlak. Deze warmte wordt gebruikt voor verdamping van een dun laagje water. Zonnestraling heeft een kortere golflengte en dringt 200 tot 500 meter diep in het water door. Het is o.a. de Zon die het oceaanwater opwarmt!

Pagina 6 van 11

Experiment: Zet een teil koud water in de schaduw. Infraroodstraling van broeikasgas is ook in de schaduw aanwezig en bestraalt dus ook het water. Het water warmt nauwelijks op. Zet dezelfde teil met koud water in de Zon en het water warmt op. Het IPCC met haar vele politieke volgelingen voert een kostbaar en desastreus beleid met het denkbeeld, dat men in staat is om een klimaatverandering te keren door het tegengaan van emissie van CO2 in onze aardse atmosfeer. Het zijn menselijke activiteiten (ontbossing, verstedelijking, windturbineparken en uitstoot van roetdeeltjes), die het klimaatsysteem (temperatuur, neerslag, wind en bewolking) sterk kunnen beïnvloeden. In 2030 wil Nederland volgens de Nederlandse klimaatwet 55% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990. En in 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. De broeikasgassen die Nederland in 2050 nog uitstoot, worden gecompenseerd met koolstofverwijdering. Hierdoor is er netto geen uitstoot meer. Mijn reactie: Veel drukte, weinig wol; Enorme kosten, niets bereiken; Bezig zijn om het bezig zijn. 4. Moeten we daarmee ons welzijn en onze economie schade berokkenen? In vergelijking met de wereld CO2 uitstoot is de “bijdrage” van Nederland slechts 0,4% Grote uitstoters als USA en India kennen geen beperkingen. Bovendien zijn vele wetenschappers van mening dat CO2 boven 380 ppm nauwelijks nog effect heeft.

Huidig gehalte (april 2026): 425 ppm. In de afgelopen maanden is er een totaal andere reden bijgekomen om te stoppen met fossiele brandstoffen: De onbetrouwbaarheid van leveranciers: Iran, Rusland, China en USA. 5. De hoeveelheid waterdamp in onze atmosfeer is mede bepalend voor de aardse atmosferische temperatuur. De mainstream van wetenschappers is ervan overtuigd dat de toename van het atmosferisch CO2-gehalte een van de (grootste) oorzaken is van de opwarming van de Aarde. Er is weinig informatie beschikbaar over de invloed van het atmosferisch waterdampgehalte op de atmosferische temperatuur. Pagina 7 van 11

In de volgende grafieken (figuur 6 en 7) wordt duidelijk, dat er een grote relatie is tussen deze twee grootheden.

Figuur 6

Figuur 7 Lage hoeveelheden waterdamp (vanaf 1992) komen overeen met lagere atmosferische temperaturen. Grotere hoeveelheden waterdamp (vanaf 2015) komen overeen met hogere atmosferische temperaturen. Zelfs de daling in grafiek 6 van de hoeveelheid waterdamp (2022) en de pieken in 2016 en 2024 zijn in grafiek 7 zichtbaar.

Pagina 8 van 11

6. Energiebronnen. Allereerst een overzicht van de voor de mens beschikbare bronnen: •Zonne-energie; •Windenergie. Windenergie is niet duurzaam. Zie: https://www.climategate.nl/2026/03/extra-argumenten-n-a-v-hetartikel-van-lidewij-de-vos-fvd-waarom-windturbines-een-slecht-idee-zijn/ •Waterkracht (nauwelijks van toepassing in NL); •Biomassa (planten, hout, afval); •Aardwarmte; •Fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas); •Waterstof; •Kernenergie. Voor een energiebron welke duurzaam is en geen CO2-uitstoot heeft, is de NL-keuze beperkt: Zonne-energie; Aardwarmte; Kernenergie. Echter: Zo lang Nederland problemen heeft met netcongestie (Het elektriciteitsnet heeft onvoldoende capaciteit om alle energievraag en terug levering te verwerken) zal aardolie en aardgas een noodzakelijke behoefte zijn. Ook al is dit tegen het zere duurzame en CO2-vrije been. Zie figuur 8.

Figuur 8 Pagina 9 van 11

Beperk dus de aanleg en het gebruik van elektriciteit en maak voor de time beeing gebruik van fossiele brandstoffen. Immers onze economie, leefbaarheid en welzijn is een eerste prioriteit! 7. Is waterstof een duurzame energiebron? Bij de verbranding van waterstof ontstaat waterdamp: 2H2+O2→2H2O In hoofdstuk 4 is gemeld dat waterdamp een sterk broeikasgas is en daarmee vervalt de nominatie dat waterstof een duurzame energiebron is. [Duurzame energie is de energie waarover de mensheid in de praktijk voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu, de gezondheid van mensen en dieren en de mogelijkheden voor huidige en toekomstige generaties niet wordt benadeeld.] De inzet van Nederland op waterstof draait vooral om de energietransitie: het vervangen van fossiele brandstoffen door duurzame alternatieven. Nederland wil de “waterstofhub van Europa” worden: • Import van waterstof uit landen met veel zon/wind; • Doorvoer via havens zoals Rotterdam; • Export van kennis en technologie. [Een waterstofhub is een lokale energieketen. Ondernemers die bij elkaar in de buurt zitten en die willen verduurzamen, werken hierin samen.] De Nederlandse overheid heeft de volgende doelen gesteld: • 3–4 GW elektrolysevermogen in 2030–2035; • Groei naar 8 GW rond 2032;

Ik vraag mij af of de overheid zich wel realiseert dat waterstof geen duurzame energiebron is! Pagina 10 van 11

8. Energievoorziening bij een crisis. De oorlogen in het Midden-Oosten en in Oekraïne zijn de oorzaken van de huidige problemen met brandstofleveranties. Het is dus verstandig dat de overheid hierop anticipeert en zorgt voor alternatieven. Nederland beschikt o.a. over het Groninger gasveld, een van de grootste aardgasvelden ter wereld. Naast Groningen heeft Nederland honderden kleinere gasvelden. De Noordzee is nu de belangrijkste gasbron geworden. Nederland gebruikt ook gas uit het buitenland: • Noorwegen (via pijpleidingen); • Rusland (voorheen belangrijk, nu minder); • LNG (vloeibaar gas USA) via havens zoals Rotterdam. Na de aardbevingen in het Groningen gasveld heeft de overheid besloten: • Gaswinning sterk af te bouwen; • Putten die niet meer nodig zijn definitief te sluiten; • Veiligheid van bewoners prioriteit te geven. Verstoringen in de relatie door oorlogshandelingen zouden levering problemen kunnen veroorzaken en dan is de Groningse gasvoorraad een welkome reserve! Het is dan ook onbegrijpelijk en enorm dom om deze gasputten vol te storten met beton. Bij het sluiten van een gasput is cementeren verplicht, maar men kan toch een kleine productie handhaven om sluiten te voorkomen.

Natuurlijk is de veiligheid van de bewoners een eerste prioriteit, maar als heel Nederland met energie tekorten te maken krijgt moet er toch een mogelijkheid zijn om dit gas weer boven te halen. En natuurlijk moet dan schade vergoed of hersteld worden!

Pagina 11 van 11

Nieuwsbrief OLAZ april 2026 • Invoering toegangscontrole en -registratie op de milieustraten • VANG cijfers 2025 • Bonus voor schoon GFT • Nieuw Afval Overslag Station in Middelburg • Circulair Ambachtscentrum Oosterschelderegio

Invoering toegangscontrole en -registratie op de milieustraten Op alle milieustraten in Zeeland is per 1 november 2025 succesvol een toegangscontrole en -registratiesysteem ingevoerd. Na een overgangsperiode van twee maanden wordt sinds 1 januari 2026 uitsluitend toegang verleend op vertoon van een Zeeuwse Afvalpas. De invoering is vrij vlekkeloos verlopen. 98% van de bezoekers komt met een afvalpas en de hoeveelheden afval zijn met ca. 15% gedaald. We zien dat gemiddeld ca. 58.000 mensen per maand gebruik maken van de Zeeuwse milieustraten en dat tot nu toe ongeveer 45% van de Zeeuwse Afvalpassen is gebruikt. Er ontstaat zicht op ‘veelgebruikers’ (meer dan 15 keer in drie maanden) en we kunnen inzichtelijk maken welke inwoners (aantallen) gebruik maken van welke milieustraten. Op basis van de gegevens over 2026 zullen de gemeenten via OLAZ beleid in 2027 de toegangsregels actualiseren. De huidige toegangsregels blijven tot dan ongewijzigd van kracht, waarbij de focus ligt op het weren van bedrijfsafval en het weren van afval afkomstig van niet-inwoners en toeristen. Alleen inwoners die Afvalstoffenheffing betalen hebben recht op een Zeeuwse Afvalpas.

Nieuwsbrief OLAZ - april 2026

www.olazzeeland.nl | www.zrd.nl

VANG cijfers 2025 Bijgevoegd vindt u de VANG (Van Afval Naar Grondstof) cijfers over de periode 2019 tot en met 2025 van de Zeeuwse gemeenten. Dit geeft de stand van zaken weer op weg naar het behalen van de VANG doelstelling: maximaal 100 kg restafval/inwoner per jaar en 75% recycling. In alle gemeenten zijn de hoeveelheden restafval per inwoner in 2025 gedaald ten opzichte van 2024. In twee gemeenten zijn deze hoeveelheden zelfs aanzienlijk gedaald: Reimerswaal (-20,7 kg/inwoner) en SchouwenDuiveland (-25,4 kg/inwoner). Dat heeft vooral te maken met gewijzigd afvalbeleid. Zowel in Reimerswaal als op Schouwen-Duiveland heeft men het zogenaamd ‘laag-frequent inzamelen’ (restafval nog maar éénmaal per 4 weken ophalen) ingevoerd, nadat de jaren ervoor succesvol op DIFTAR (betalen per lediging) was overgegaan. Nog geen enkele gemeente heeft de VANG doelstelling van 100 kg restafval per inwoner per jaar behaald, hoewel Reimerswaal met de huis-aan-huis inzameling op 85 kg/inwoner is uitgekomen. Voor de VANG cijfers tellen echter ook de kilo’s van de mileustraten mee (zie uitleg hieronder), waardoor het totaal voor koploper Reimerswaal op 110,8 kg uitkomt. Het gemiddelde ‘VANG cijfer’ voor Zeeland is gedaald en ligt nu op 171,7 kg.

Toelichting VANG cijfers De VANG cijfers behoeven enige toelichting: 1. De hoeveelheden in kg/inwoner zijn namelijk opgebouwd uit drie onderdelen: a) de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval/brandbaar afval die door of namens de gemeenten huisaan-huis of via verzamelcontainers is ingezameld; b) de hoeveelheid grof huishoudelijk afval/brandbaar restafval die is aangeboden op de milieustraten van de ZRD; c) 33% van de hoeveelheid sorteerbaar bouw- en sloopafval die is aangeboden op de milieustraten van de ZRD, omdat 67% hiervan is gerecycled (en niet is aangeboden voor verbranding). De hoeveelheden die zijn aangeboden op de milieustraten (b en c) zijn verdeeld per inwoner en niet via de milieustraat in de betreffende gemeente. Deze hoeveelheid was 26 kg per inwoner in 2025. Dit komt omdat de milieustraten regionaal beschikbaar zijn en inwoners van de ene gemeente soms gebruik maken van de milieustraat in een andere gemeente (niet zijnde hun woongemeente). 2. Met name de meer toeristische gemeenten (Sluis, Veere, Noord-Beveland en SchouwenDuiveland) geven aan dat de cijfers voor hun gemeenten waarschijnlijk negatief worden beïnvloed door toeristisch huishoudelijk afval. De gemeente Veere geeft bijvoorbeeld aan dat ca.

26% van het aantal woonhuisaansluitingen bestaat uit recreatiewoningen en –appartementen, waar in opdracht van de gemeente wel afval wordt opgehaald en waarvoor ook afvalstoffenheffing wordt betaald. De gebruikers van die woningen tellen echter niet mee als inwoners. Ook in de gemeenten Noord-Beveland, SchouwenDuiveland en Sluis is dat het geval. 3. Noord-Beveland blijft deze keer samen met Terneuzen hekkensluiter met nog 241 kg restafval/ inwoner/jaar.

Nieuwsbrief OLAZ - april 2026

www.olazzeeland.nl | www.zrd.nl

Nieuwsbrief OLAZ - april 2026

www.olazzeeland.nl | www.zrd.nl

Wederom Bonus voor schoon GFT in Zeeland Door OLAZ is een langjarig verwerkingscontract voor Groente, Fruit en Tuinafval (GFT) afgesloten met Indaver Compost in Nieuwdorp. Op het verwerkingstarief is een bonus/malusregeling van toepassing. Deze is afhankelijk van de vervuilingsgraad, die door een extern bureau wordt gemeten. Hoe schoner het aangeleverde GFT, hoe hoger de bonus. Voor het derde jaar op rij hebben de inwoners van Zeeland behoorlijk schoon GFT aangeleverd. Dat wil zeggen gemiddeld over 2025 met slechts 1,6% verontreiniging. Hierdoor is een korting ontvangen op het verwerkingstarief van ca. € 295.000,00. Dit bedrag komt via de begroting van OLAZ terug naar de gemeenten. Ook in 2026 streven we weer naar inzameling van schoon GFT.

Nieuw Afval Overslag Station in Middelburg Zoals eerder gemeld wordt hard gewerkt aan het nieuwe overslagstation aan de Ampèreweg in Middelburg. Deze nieuwe locatie vervangt de huidige overslaglocaties aan de Courtinestraat in Goes, waar oud papier, karton en PMD worden op- en overgeslagen. Ook de overslag van restafval en PMD+ afval op de locatie van Indaver Nederland B.V. in Nieuwdorp, verhuist naar deze nieuwe locatie in Middelburg. Van beide bovenstaande overslaglocaties lopen de huuren overslagovereenkomsten eind 2027 af. De voorbereidende grondwerken voor deze nieuwbouw zijn inmiddels gestart en de Europese aanbesteding voor de nieuwbouw is in de markt gezet. Bedoeling is dat deze nieuwbouw in 2027 in gebruik kan worden genomen.

Nieuwsbrief OLAZ - april 2026

www.olazzeeland.nl | www.zrd.nl

Circulair Ambachtscentrum Oosterschelderegio Het Algemeen Bestuur van OLAZ heeft ingestemd met de ontwikkeling van een Circulair Ambachtscentrum voor de Oosterschelderegio in Goes. In dit Circulair Ambachtscentrum komen een nieuwe milieustraat, kringloopwinkel, demontageruimte en ruimte voor (praktisch) onderwijs samen om de circulaire economie te ondersteunen. Allerlei spullen kunnen zo langer worden gebruikt, kunnen worden hersteld en/of verkocht of voor een betere verwerking gedemonteerd. Daarbij ontstaan tevens werkgelegenheidskansen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt en opleidingskansen voor de regio. De gemeenteraad van Goes heeft daarnaast ingestemd met de verplaatsing van de afdeling Openbare Ruimte van de gemeente Goes naar deze locatie in plan Deltaweg. Ook het kantoor van de ZRD en de remise voor vuilniswagens zal op deze locatie worden gerealiseerd. Zo ontstaat synergie door het samen bouwen en gebruiken van één multifunctionele locatie. Er zijn twee kwartiermakers aangesteld, die de samenwerkingskansen in het sociaal domein, op onderwijsgebied en met lokaal geïnteresseerde partijen in kaart brengen. Een stakeholder bijeenkomst in Goes leverde laatst al 44 geïnteresseerde deelnemers op die met elkaar willen bouwen aan dit initiatief.

Inmiddels wordt door een projectgroep onder leiding van de gemeente Goes samen met architecten van Rothuizen en Modulo Milieustraten gewerkt aan het opstellen van een Voorlopig Ontwerp voor de locatie in plan Deltaweg. Daarnaast wordt de samenwerking met Stichting De Kringloper verder uitgewerkt. Haalbaarheidsonderzoeken andere Circulaire Ambachtscentra Voor de regio’s Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen is besloten ook haalbaarheidsstudies uit te voeren voor het opzetten van een Circulair Ambachtscentrum. In Terneuzen is daarvoor reeds een locatie beschikbaar en op Walcheren zal in samenwerking met de gemeenten daar naar een geschikte locatie worden gezocht.

Nieuwsbrief OLAZ - april 2026

www.olazzeeland.nl | www.zrd.nl

-----------------

Aan: de gemeenteraad van Middelburg Betreft: Ingekomen stuk - Verankering 3-30-300-principe in wijkvisie en Bomenplan Datum: 14 april 2026

Geachte raadsleden,

De gemeente kiest terecht voor het 3-30-300-principe als richtinggevend kader voor een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. In de Concept-Wijkvisie ’t Zand – Stromenwijk – Rittenburg en het Bomenplan 2026–2035 ontbreekt echter een concrete en toetsbare uitwerking.

Probleem De Omgevingsvisie noemt het principe, maar werkt het niet uit per wijk. Daardoor ontbreekt de koppeling tussen ambitie en uitvoering. In diverse wijken worden de normen niet gehaald:

•

0 –1 zichtbare boom van eerste of tweede grootte (norm: 3)

•

Minder dan 30% boomkroonbedekking (norm: 30%)

•

Meer dan 300 meter tot een park (norm: max. 300 meter)

Daarnaast worden begrippen als boomkroonbedekking, boomkroonvolume en boomkransbedekking (blz. 71 omgevingsvisie) in de verschillende documenten gebruikt. Ook ontbreken duidelijke afspraken over bescherming van bestaande bomen en toezicht bij werkzaamheden. Het Bomenplan signaleert het probleem, maar maakt geen concrete uitvoeringsregels.

Waarom dit een raadszaak is De raad stelt de kaders; de wijkvisie bepaalt de toepassing per wijk en het Bomenplan regelt de technische uitwerking. Zonder deze combinatie kan het college de door de raad gestelde doelen niet aantoonbaar uitvoeren of onderbouwen.

Verzoek aan de gemeenteraad Ik verzoek u het college op te dragen om:

•

Het 3-30-300-principe op te nemen in de wijkvisie als toetsingskader voor ruimtelijke keuzes en in het Bomenplan als technisch en uitvoeringsgericht normenkader.

•

Eenduidige definities vast te leggen voor boomkroonbedekking, boomkransbedekking en boomkroonvolume.

•

Een uitvoeringskader op te leveren voor de meting en monitoring van het 3-30-300-principe.

•

Bescherming van bestaande bomen en toezicht bij werkzaamheden vast te leggen in het Bomenplan en als uitgangspunt op te nemen in de wijkvisie.

Tot slot Het 3-30-300-principe biedt een helder kader om wijken groener, gezonder en klimaatbestendiger te maken. De juiste verankering in de documenten is noodzakelijk om dit ook daadwerkelijk te realiseren.

Met vriendelijke groet,

Geachte heer en mevrouw,

Kun u A.U.B. deze e-mail in de volgende raadsvergadering en de vergadering Commissie Ruimte 18-052026 aanbieden. Aan iemand die begrijpen kan lezen en niet dyslectisch en doof is. Er is geen een ingenieursbureau in Nederland die dit ontwateringsplan heeft goed gekeurd. Ook het hof en de hoge-raad niet en Verhoeven heeft aangevoerd dat de voorgestelde maatregelen NIET toereikend waren en toen een begin van uitvoering daarvan werd gemaakt, de schade aan de gebouwen en het woonerf juist onmiddellijk werd verergerd. Enkel de Raad van staten en de STAB hebben dit ontwateringsplan goed gekeurd, maar dit is geen ingenieursbureau maar een TERMINATOR.

---------- Oorspronkelijk Bericht ---------Van: Charles Verhoeven <verhoeven62@kpnmail.nl> Aan: "s.hageman@middelburg.nl" <s.hageman@middelburg.nl>, "peter.hoefkens@amarijn.nl" <peter.hoefkens@amarijn.nl>, "info@scheldestromen.nl" <info@scheldestromen.nl>, "j.louws@middelburg.nl" <j.louws@middelburg.nl>, Bas Kole <b.kole@middelburg.nl>, "y.van.mastrigt@middelburg.nl" <y.van.mastrigt@middelburg.nl>, "toine.poppelaars@scheldestromen.nl" <toine.poppelaars@scheldestromen.nl> Datum: 09-04-2026 09:26 CEST Onderwerp: laatste E-mail. Geachte heer en mevrouw, HOE IS HET MOGELIJK DAT mr. G. (Gerbrant) Snijders, STAATSRAAD IN BUITENGEWONE DIENST HET PROCES-VERBAAL 12-12-2022 EN HET ARREST 17-01-2023 WEL BEGRIJPEND KAN LEZEN EN DE REST VAN BESTUURLIJK NEDERLAND NIET? Mr. G. (Gerbrant) Snijders Staatsraad in buitengewone dienst, is NIET dyslectisch en de rest van bestuurlijk Nederland wel en ze zijn nog DOOF ook. r.o 20.28 arrest 17-01-2023. Verhoeven heeft aangevoerd dat de voorgestelde maatregelen NIET toereikend waren en toen een begin van uitvoering daarvan werd gemaakt, de schade aan de gebouwen en het woonerf juist onmiddellijk werd verergerd. Antea-group 02-11-2021. ( Brief aan hof. 2 Nov. 2021) De uitvoering van de werkzaamheden komt voor zover ik kan beoordelen overeen met het ontwerp. Het probleem is dat het ontwerp van de maatregelen niet voldoet.

zie hiervoor de beantwoording van vraag 9. r.o20.28. In de situatie van 2020 is er blijkens het deskundigenbericht een verlagend effect op de grondwaterstand vanwege de maatregelen die uit gevoerd zijn op de randen van percelen van Verhoeven.

Van Roestel heeft dit jaartal ook genoemd als jaartal waarin de uitgevoerde maatregelen effect beginnen te krijgen. Niet kan worden vastgesteld dat Verhoeven thans in het geheel geen schade meer ondervindt door wateroverlast door het gevolg is van de hydrologische ingrepen. Op vragen van het hof aan partijen is gebleken dat ook de maatregelen in het memo van Arcadis van 23 juli 2019 niet volledig zijn uitgevoerd. De Gemeente en het Consortium hebben betoogd dat het aan Verhoeven te wijten is dat de maatregelen niet zijn uitgevoerd. Het Consortium stelt de uitvoering van de maatregelen in 2013 te hebben gestaakt toen Verhoeven aangaf daar aan niet te willen werken.

*******Verhoeven heeft aangevoerd dat de voorgestelde maatregelen *** NIET *** toereikend waren en toen een begin van uitvoering daarvan werd gemaakt, de schade aan de gebouwen en het woonerf juist onmiddellijk werd verergerd.************ De vraag of en zo ja in hoeverre de schade als gevolg van wateroverlast voor rekening van Verhoeven zelf dient te komen door dat hij geen medewerking heeft verleend aan de uitvoeren van maatregelen ter beperking van zijn schade, hoeft niet in deze procedure te worden beantwoord(zie hierna rov.20.4l). Wel merkt het hof op dat de afstemming van de benodigde maatregelen en de (ruimtelijke) inpassing ervan naar verwachting minder problematisch zouden zijn verlopen indien de Gemeente en het Consortium dit voorafgaand aan de werkzaamheden bij de voorbereiding ervan zouden hebben meegenomen. Gezien het deskundigenbericht (zie met name blz. 52 onderaan en blz.61. laatste gedachtestreepje) zullen partijen (opnieuw/alsnog) in overleg moeten treden over welke maatregelen nog dienen te worden uitgevoerd ter voorkoming van verdere schade door wateroverlast. Onderzoek Antea-Group 26-11-2021. Blz. 52. Tot slot dient te worden opgemerkt dat hier geen definitieve oplossing kan worden aangedragen. Partijen zouden verschillend oplossingsmogelijkheden naast moeten elkaar leggen om de haalbaarheid nader in beeld moeten brengen.

Zo geeft Verhoeven in zijn laatste reacties van 10 en 11 november de mogelijkheid van nieuwbouw aan, waarmee het uitgangspunt voor maatregelen heel anders wordt. Daarmee wordt een en ander ook sterk afhankelijk van de schadebepaling (hoofdstuk 9). Blz. 61. Tot slot, hiervoor zijn suggesties gedaan. Deze behoeven een nadere uitwerking en afweging. Zie hiervoor ook paragraaf 7.7. Voor alle maatregelen gelden dat er geen ongewenste grondwaterstandverlagingen met risico’s voor zettingen en fundering mogen optreden. Een ander is ook afhankelijk van de totaal aanpak van de schade, zoals van de opstallen. Zie Antea-Group.Blz. 63 26-11-2021. 9.2

De bouwkundige expertise en bodemkundige/hydrologische expertise ontmoeten elkaar op het vraagstuk van de mogelijke aantasting van de fundering zoals die in de loop van de tijd is opgetreden, als mogelijke oorzaak van de schade. 9.3 Aantasting van de fundering In dit deskundigenrapport ligt het accent op de omgevingscondities en de mate waarin deze de schade aan de fundering en daarmee de gebouwschade hebben veroorzaakt. Voor wat betreft de opstallen van Verhoeven gaat het dan met name om de (wijzigingen in) grondwaterstanden in het verleden en heden en de zettingen die hiermee samenhangen, alsmede de beïnvloeding van de draagkracht van de fundering door de verhoging van de grondwaterstanden die na aanvang van de werkzaamheden bouwrijp maken heeft plaatsgevonden.

Met vriendelijke Groet, Charles Verhoeven.

proces-verb aaI GFRECHTSHOF's-HERTOGEN BOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.163.844/02

proces-verbaal van mondelinge behandeling Proces-verbaal vau de moncielinge behandeling ter behandeling van burgerlijke zaken van lret gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 december 2022 in de zaak van

Charleslouis Theofiel Pieter Verhoeven, rvonende te Middelburg, hierna aan te duiclen als Verhoeven, appellant in principaal hoger beroep, geintimeercle in inciclenteel hoger beroep, advocaat: mr. J. Boogaard te Midclelburg, tegen

1, GemeenteMiddelburg, zetelend te Micldelburg, geïntirneerde in principaal hoger beroep, appellante in inciclenteel hoger beroep, liierna aan te duiden als de Gemeente, aclvocaat: rnr. R.M. Pieterse te Middelburg et-l

2. Mortiere Grondexploitatie C.V., mede zaakdoencle onder de naam Consortium Mortiere,

3. Grondbedrijf Mortiere Beheer I 8.V., 4. Grondbedrijf Mortiere II B.V.o 5. Heijmans Infra 8.V., voorheen Heijrnans Wegen 8.V., 6. Heijmans Woningbouw 8.V., voorheen Heijmans Bouw Zeelancl 8.V., alle kantoorhoudencle te Rosmalen, geïntimeerden in principaal hoger beroep, hiema gezamenlijk aan te duiden als het Consoftium, advocaat rnr. R.G. Gebelte Eindlioven. Tegenr,voordig zijn

mr. J.P. de Haan, voorzitter, rnrs. O.G.H. Milar en A.L. Bervoets, leden mr. S.C.J. Boulvman-Wagemakers, griffier Na uitroeping van de zaakzijn verschenen:

- Verhoeven, - mr. Boogaard voornoemd, advocaat van Verhoeven,

zaaknumme r 200.1 63 .844/ 02

2

Namens de Gemeente: a. Ing. B.M. Kole, senior projectleider van de Gemeente, b. J.A.W. Wolf, juridisch adviseur van de Gemeente, Mr. Pieterse voornoemd, advocaat van de Gemeente, Namens het Consortium: a. E. Prince (Princeprojecten), b. Mr. C. Jacobs, juriste bij Heijmans (toehoorcler), Mr. Gebel voornoemd, advocaat van het Consoftium, Deskundige: - Ir. J.J.M. van Roestel, senior adviseur Antea Group, - A. Ooms, projectrnanager (toehoorcler),

Partijdeskundigen aan de zijde van de Gemeente en het consortium: a. Ir. L. Broulver, advisettr (grond)r,vaterbeheer I watermanagement I Water & Maritieme, RoyalHaskoning b. M. Veenvliet MSc, adviseur geohyclrologie, Watermanagement NL, RoyalHaskoning c. Ir. I. Jensen, adviseur (geo)liyclrologie, Watennanagement I Water & Maritieme, RoyalHaskonirrg

Partijdeskundige aan de zijrle van cle Gemeenfe: Ir. J. Bouma, directeur en adviseur (grond)water en klirnaat bij BZ Ingenieurs & Managers. Partijdeskuntligen aan de zijde van het Consortium: a. C.J. de Vries, senior specialist r,vaterbeheer Arcadis Neclerlancl BV b. J. van de Zanden senior projectleider Arcaclis Neclerlancl BV

zaaknumme r 200.1 63.844/ 02

3

De voorzitter opent de zitting en stelt vast wie er zijnverschenen. De voorzitter geeft aan dat de volgende stukken voor de zittingzijri binnengekomen: - Aan cle zijde van Verhoeven: akte overlegging producties (producties 40-42) en akte overlegging producties (1a, 1b, 2aen2b) tevens houdende eiswijziging; - Aan de zijde van de gerneente: een brief cl.d. 28 novemb er 2022 rnet procluctie 20

-

(rappoñ STAB); Aan de zijde van het consoftium: een brief d,cl. 25 novemb er 2022 met procluctie 9 (rapport STAB).

Toelichting van Verhoeven: Mr. Boogaard licht de zaaktoe aan de hand van de cloor hern overgelegcle spreekaantekeningen clie aan dit proces-verbaal zijn gehecht. Mr. Boogaarcl heeft van de spreekaantekeningen het volgencle niet voorgelezen: pLurt 16, van pr,rnt 17.5 is alleen de eerste zin voorgelezen, de rest van 17.5 niet en ook niet punten 19 flm 28 omclat dit buiten cle

spreektijd van l0 minuten viel.

Toelichtins de Gemeente: Mr. Pieterse licht cle z.aaktoe aan de hand van de cloor hem overgelegde spreekaantekeningen clie aan dit proces-verbaal zijn gehecht, behouclens de hierna genoemcle correcties. PLrnt 18: oorzaken nroeten nog vastgestelcl worden. Punt l9: ik verwijs llaar r.o. 3.8.25 van liet tussenarrest van het hof. Daarin is overwogen clat zonder schade geen normschending is. Punt22: geen schade over exploitatiewinst alleen over eigendommen.

Toelichting van het Consortium: Mr. Gebel licht de zaaktoe aan cle hand van de cloor hem overgelegde spreekaantekeningen die aan dit proces-verbaal zijn gehecht, behoudens cle hierna genoemcle correcties. PLrnt 9: is nooit onderbouwcl, r,vaarschijnlijk regen',vater. Vraøen aan deskundipe Van Roestel Voorzitter: van het deskuncligenrapport is Van Roestel verschenen. Het hof is zeer erkentelijk dat u hier bent. De bedoeling is clat het een gesprek wordt tussen cle leclen van het hof en u en gaande r,veg met de aanrvezige partijdeskundigen. Het hof is ondeskLrnclig op het gebiecl van hydrologie. De vraagaan u is om het voor in juristen begrijpelijke taal uit te leggen.

Wat zijn ur,v bevindingen over het woonperceel? Van Roestel: in het algemeen: het perceel ligt enkele clecimeters hoger in 2007 alszijn perceel nuu, ,ro,.,nu"iijks geclrãineercl. Het water op het perceel kon alleen naar "rng""t"g.Het de omgeving. Daar lagen landbouwpercelen, Als zo'n gebied wordt opgehoogclof de drainage ondieper ligt dan gaat cle grondr,vaterstancl mee omhoog in þrincipe. Het is logisch dat er r,vateroverlast optreedt op zijn kavel. Met overlast op voorhand is geen rekening gehouden. Misschien ging men ervan uit dat het perceel ook intensief geãraineerd lva-s, maar dat is niet het geval. Er is niet aan gedacht, daarom zijn er ook geen peilbuizen geplaatst. De risico's zijn niet op voorhand bepaalcl. Als het uitgangspunt niet vastligt, moet achteraf bekeken worden r.vat clit r,vas. Dat leidt tot onzekerheiclsmarges.

Voorzitter: tr heeft de rapporten van cle partijdeskundigen ontvangen. Maar wat zijn urv bevinclingen? u moet hierbij nog niet ingaan op de mogelijke bezwaren van de partijdeskLrnd igen.

zaaknumme r 200.163 .844/02

4

Van Roestel: het ging over de situatie voor cle ingreep. Er zijn dus geen metingen verricht, geen risicocotltouren bepaald. Daardoor is over het hoofd geziendat Verhoeven schacle zon kunnen ondervinden. Daarom zijn geen peilbuizen geplaatst en is er niet gemonitord. Er is een fundatnentele onzekerheid clie dLrs blr1ft. Er zijn landelijke onclerzoekèn verricht naar gronclr'vatertrappen in het gebied, dat is de maat voor cle gronclwaterstand. Het onclerzoek waar ik naar verr.vijs is van kott voor cle ingrepen. In dat rappoft is het grondwater van Verlroeven genoemd met bepaalcle onzekerheidsmarges. Uit het rapport blijkt clat ruim 213" kans is dat de gronclr.vaterstand net onder cle ftrnclering staat. En mincler l/3" kans clat het hoger ligt. Als je 10 centimeter boven de funderirrg gaat kijken clan is kans l5% clat het hoger ligt clan cle funclering . Dat zijn de rnarges waar je over praat. Deze marges zijn statisch bepaald. Het is een standaardafwijking en op basis claarvan de meest waarschijnlijke gronclr,vaterstand. Het is op basis van onderzoek aan peilbuizen en clie r,vorclen vergeleken met allerlei gegevens. Ik verr,vijs naar het rapport. Het zijn gemiclclelcle gronclwaterstanclen en wat is cle kans dat er een hogere gronclwaterstancl komt. Naar mate je lroger kornt is cle kans kleiner dat het hoger is. Bij cle onderkant van de funclering dan 2l3e kans.

l0 centimeter boven cle ftrnderirrg clan is kansverdeling 160/o op een hogere stancl. Aan harrcl van cleze gegeven en roestverschijnselen kun je bepalen wat GHG zoi.r kunnen zijn. Hiermee is cle uitgangsituatie bepaald. Ik heb gekeken llaar r,vat de grondwaterstancl in cle omgeving is ger,vordett en clan berekencl wat het effect is op het perceel. De omgeving is van belang, lvaut ze hebben percelen verhoogcl. De drainage onder cle wegen is minàer diep clan in de eerdere situatie. Drainage is het belangrijkste. Dat is doorslaggevend. Ik heb bepàalcl dat bij het landbour,vgebiecl cle drainage tot het rnaaivelcl klvam. Er stond een peilbuis in dat gebied. Het is ook te bepalen op basis van hoe het gebied is ingericht. Daar is nu discsssie over. Ik kom tot cle conclusie clat de gronclwaterstand aan de zuidoost gevel 50 cm is. Of 36 cm \,vant de woning is tnincler doorlatend. Ik verwijs naar lioofdstuk 9 van het rapport, de gevolgen van de grondwaterstand. Welke schade van voor 2007 ett welke na20ói, na de ingreep. Van belang is dat twee bouwopnames in 2013 en202l een verschillend schaclebeeld geven. Dat wijst op een oorzakelijk verband tussen de grondwaterstijging en schade. Er zijn maatregelen genomen om de effecten van de gronclwaterstand te beperken.

Het lvater op perceel Verhoeven kon vroeger weglopen naar cle verre omgeving, maar dat kan nu niet meer' Er is nu om het perceel heen een sloot en drain aangelegd om r,vater op clie manier weg te laten lopen. Deze wateren niet veel meer af clan de vroegere lanclbouw$rains.. Vroeger \,vas er eell zone drains etr nu is het er maar één. Door één drain krijg je meer tegenclruk clan vroeger, dtts extra r,veerstand. De radiale r,veerstand is dan hoger, de afstroming mincler effectief. Deze maatregel is minder effectief clan voorheen. Een ancler probleern: in cle orngeving is cle gronclwaterstand verhoogcl. Dat lverkt door naar het perceel. Dit kun je ¡iet oplossen met maatregelen. Er is geen kant en klare oplossing gegeven. Een ander punt betreft het oppervlaktewatersysteem. Er is een terugslagklep aangelegd, maar de aftvatering is niet zoals het voorheen r,vas. Het gaat nu via een cluiker en terugslagklep. Die heeft een faalkans, het risico is vergroot. Het peit is hoger ger,vorden. Er zijnriiico's dat er een periocliek hogere grondwaterstand komt. Deze kan clan tot zijn woning komen. Over cle riolering: de daken en een deel van het perceel van Verhoeven is verharcl. Het lvater trekt niet in de lvoning, lnaar via de riolering r.vordt het water afgevoerd naar de sloten. Probleem: als het peil periodiek oploopt in de sloot kan het regenr,vater niet meer rveglopen.

Dit kan infìltreren in zijn perceel waardoor de gronclwaterstand r,veer hoger r,vorclt.

Voorzitter: ik mis nog tijdvakken. Zot u de periode in tijdvakken kunnen verdelen? Van Roestel: de le ingreep r,vas de aanleg van de Poproute van ca 80 meter afstand van het perceel. Aan de noordoost kant van het perceel is cle drainage doorgesneclen.

zaaknlrmmer 200.1 63 .84 41 0Z

5

2007: aan cle andere kant van de Eendrachtsweg is gebouwcl, Ik weet niet wanneer dat is begonnen' In2007 was het belangrijkste gegeven. Tussendoor is er gebour,vd aan andere kant van de Eendrachtsweg. De sloot is toen gedempt, dit kan invloed hebben gehad op zijn perceel. In 2020 is de randsloot aangelegd, toen is begonnen met monitoring uun à" grondwaterstand op het perceel. Deze sloot heeft het effect van de gronclr,vaterstand teruggebracht' Naast het pereeel aan de noordr,vest kant is ook begonnen rnet bouw. Toen r'vas de drainage niet meer functioneel en daar is ook een randsloot aangelegcl. h't2007 clLrs cle Poproute, vervolgensopheffen van de sloot bij de Eendrachirnu"g enin2020 cle randsloot r,vaardoor de clrainage is opgeheven.

Voorzitter: u zegt dat het doorsnijden van de clrainage cloorslaggevencl is ger,veest. Hiercloor is er onzekerheid over de grondwaterstand en is gesproken over maatregeien en effectiviteit daarvan. Zijn er maatregelen getroffen die effectief zijn ger.veest? Wanneer waren cle eerste m aatre gel en getroffen d ie effecti ef zij n clo,or gernee nte/con sorti um ?

Vatt Roestel: in2020 \,vas eell belangrijke maatregel. Ik i.veet zo nietvoor cle periocle claarvoor. Ik weet ''vel clat ze van plan r.varen om de sloot op te heffen maar dát ze clit niet hebben gedaan.

Vqorzitter: er is een causaal verbancl in uw ogen over werkzaamheden en schacle. Hoe zeker bent u claarvan? Van Roestel: ik vind het zeer aannernelijk. Ik ben er jaren mee bezig ge\,veest, in de loop van

tijd is rnijn mening steeds meer versterkt over dat causale verband. Dus vanaf 2007. Met de

aanleg van ranclsloot en randclrain is het voor een deel opgeheven. Tot die tijcl was er causaal verband, ik ben daarvan overtuigd.

Voorzitter: tt gaal.wel uit van onzekerheden, maar dat leidt niet tot mincler aannernelijkheicl? Van Roestel: dat klopt.

voorzitter: kunt u ingaan op de bezrvaren van de partijdeskundigen? wat zijn cle belangrij kste, meest kansrij ke bezr.varen?

Varl Roestel: het vraagstuk over cle roest. Ik heb al aangeven clat er ook een anclere methocliek is. Deze lvordt nu niet genoemd maar men is sterk gefocust op roest. De bovenkant van de LoeStzoue is van belang, clat geeft een indicatie van de GHG. Maar het staat niet altijd vast dat dit van voor 2007 is of dateert van latere datum. We zijn nLr l5 jaar verder r.vaardoor de roestgrens omhoog kan zijn geschoven, De foutmarg e van 25 cm: clit heeft betrekking op cle actuele grondr,vaterstand. In veel delen van Nederla¡d is de grondwaterstancl gedaalcl, clan is het dLrs lager clan cle roestzone . DaL zov dan niet kloppen en clat is een onzekerlieidsmarge. Die25 centimeter is een landelijke norrn. Waar het hier omgaat is dat actuele GHG nu hoger is dan de bovenkant roestzone die representatief was voor 2007. Als het om foutmarge gaat dan zou GHG hoger liggen dan roestgrens. De laagst aangetroffen roestzone is dan het meest representatief. De onzekerheidsmarge heeft betrekking op het feit dat zich roest heeft gevormcltussen 2007 en2020 door grondr,vaterstijging. De oorspronkelijke grens in 2007 kan hoger liggen door een hogere gronchvaterstand.

Voorzitter: houdt u vol clat cle rnethocle juist r.vas en dat r.r rekening heeft gehor.rden met onzekerheidsmarge?

zaaknlrmme î 200.1 63 .8441 02

6

Van Roestel:ja. Als je daar geen rekening mee houdt, clan is er nog andere methode van Van de Gaast waarin GHG is bepaald op de onclerkant van cle fundering. Als je dus GHG in het

velcl bepaalt zit je met opschuiving van de roestgrens. Daar zitdus een mogelijke foutmarge in' De lager gevonden roestgrenzen in 2007 zouden eigenlijk meer representatief zijn dan de hogere grens. De andere informatiebron van Van cle Gaast ctat betrekking heeft op ingrepen die wijst er op dat GHG aan de onderkant van cle funclering ligt. Er zijn clus twee gegevensbronl-len eÍÌ de meest kwestieuze is clie over de roest. Maar hier moet je daar toch vanuit gaan, want er is niks anders.

Voorzitter: is er nog een ander kansrijk 6ezwaar? Varr Roestel: Royal Haskoning zegl dat de 3D methocle moet worclen toegepast. Zij geven voorkeur aan het 3D-model maar ik twüfEl claaraan. Want je hebt hier weinig gegevens. Heeft het dan zin orn clit model toe te passen? Je liouclt clan discussie over puiornét"ru. Voorcleel van het 2D-model is dat het in ieder geval voor ieclereen inzichtelijk is lvat je maakt. Hoe ingewikkelcler het model, hoe moeilijker te beoorclelen.

Voorzitter: is het r,vel allemaal zou exact? Van Roestel: de hyclrologische praktijk is niet zo exact. Wel de moclellen, maar de praktijk minder. Ervaring is belangrijker. Het is en blijft een benadering. Ook het boerenverstand is van belang en het moet zo goed mogelijk onderboLnvd worclen.

Voorzitter: wij hechten lvaarcle aan de intuitie van eell cleskLmdige. Van Roestel: als je in grote lijnen clenkt, is het logisch dat Verhoeven problernen krijgt met cle afi.vatering, Dan proberen lve om dit te onderboulven.

Voorzitter: er is kritiek op aanllarnes, veronclerstellingen, methocliek en resultaten. an Roestel het meest oprnerkelijke is dat de lanclboulvdrainage nog steeds zor.r functionereli. In 2007 is de Poproute aangelegd en cle drainage zoll llog functioneren. Dat is raar, want ik ben het nog nooit tegengekomen. Er is geen koppelstuk aan oucle drains. Drains voet'en niet alleen r,vater af maar ook vuil. Als een clrain uitkornt in de sloot moet cleze één keer in de clrie jaar doorgespoten rvorden. Maar als cle clrain het in zand uitkomt clan kan dit niet door gespoten rvorden. Royal Haskoning onderschrijft het oplopen van cle gronchvaterstand niet, maar dan zie ik dat er met bepaalcle dingen geen rekening is gehouden, tenvijl ik daar wel rekening mee heb gehouden. Dat staat in eerclere rapporten, maar clat hebben zij niet gelezen, Royal Haskoning heeft zelf geen berekening gernaakt. Volgens Royal Haskoning zou geen rekening gehouclen zijn met cle drainage van een ander perceel, maar is niet juist. In bijlage 9.5 is daarop ingeþaan. BZ heeft berekend dat er afvoer lvas naar de omgeving maar in de bijlage is aangegeven dat dat niet klopt. [k verwijs ook naar bijlage 9.3,

Voorzitter: ik vat het samen. U zegt dat het partijdeskundigenrapporten zijn. U zegt dat zij niet over alle str¡kken beschikken. We moeten ook op bezlvaren in gaan van de partijcleskundigen.

Van Roestel: als het gaat om het rapport van Royal Haskoning dan zeg ik dat zij vrij kort met clit project bezig zijn geweest. Dan schrijf ik het toe aan gebrek aan'informatie aan hun kant.

zaaknlrmme r 200.1 63 .844/ 02

7

Over het rapport vanBZ: de kwaliteit is onvoldoende. Ik heb gevraagd of zij een berekening willen overleggen maar een bepaalde formule r,vorclt verkeercl toegepast. Over Arcadis: Arcadis is zelf verantwoordelijk geweest voor planvorming en risicocontouren. Ook de nraatregelen hebben zij ontworpen. Daar ziteen belang bij,

Voorzitter: van u wordt gezegd dat u naar bepaalde resultaten bent toe geredeneerd. Heeft u onparlijdigheid en onafhankelij kheid volcloende ger,vaarborgd? Van Roestel:ja, clat vincl ik rvel. Ik vind het erg clat Verhoeven met clit probleem zit, en ik vind het ook erg voor het Consoftium , tnaaî clat heeft mijn conclusie niet beinvloed.

Voorzitter: hoe ging de sarnenr.verking in het team? Van Roestel: het onderwerp trillingen is door Eshuis geclaan. Twee bouwkuncligen (Sapulette is belangrijkste) zijn geraadpleegcl over liet effect fundering, Vermeekeren heb ik geraaclpleegd in verbarrd met liych.ologie. sheer: Ooms heeft het rapport vrijgegeven. Wat betekent dat?

Van Roestel: dat heeft te maken met het proces van het rapport. Het kwaliteitsproces worclt gedaan door het team dat ik net heb genoemd. Het vrijgeven van het rapport gaat over clat liet gebeurcl is zoals het moet: clat staat buiten cle inhoLrd. Binnen het team hebben r,ve overleg gehad met elkaar? Het rapport is in teamverbancl tot stand gekomen. Maar ieclereen geeft 'uvel zijn eigen specialisrne. Mün specialisme ligt op het gebied van hydrologie. Ik heb inhouclelijk de verantrvoordelijkheid van het geheel op me genomen.

Voorzitter: voordat r,ve de paftijdeskundigen aan het woord laten wil ik eerst schorsen ISchorsing] oorzrtte r.vie i,vil er als partijcleskunclige gehoorcl worden? Namens BZ: de heer Bouma Namens Royal Haskoning: de heer Brou'uver en mevrou\.v Jensen Namens Arcadis: cle heer De Vries [partijdeskundigen komen voor zitten]

Voorzitter: Het verzoek lvas om een aanvullende toelichting van cle cleskunclige. Dat is nu geclaan. Nu een afsluitend gesprek lvaarin we het hebben over de belangrijkst bez,,varen van

de partijdeskundigen. Het eerste punt: de roest.

De Vries: het valt niet vast te stellen in welke tijcl het is opgetreden. Kan in hetjaar 1900 zijn of in2020. De meting r,vas alleen in2020. Daarom is deze methode niet geschikt. Methode is niet heel betrouwbaar om vast te stellen r.vat de grondwaterstand lvas. Bouma: er zijnverschillencle boringen geclaan en zelfs op metingen vlak bij elkaar op enkele meters afstancl zijn al grote verschillen in de roeststand, soms wel van een meter. Afgezien van die 25 cm marge, dit is wel de basis clie onnaulvkeurig is. Je kunt hier dan niet vanuit gaan. Als je uitgaat van boring kun je zelfs concluderen dat grondwaterstand is gedaald. Het verschil is zo groot datje geen goecle uitspraak kan doen, het hangt afvan de boring dieje neemt. Daarom had de mate van onzekerheid moeten,çvorclen lneegenomen.

zaaknLrmme r 200.1 63 .844/ 02

8

Veenvliet: hoe is die onzekerl-reidsmarge tot stand gekomen. Door experts is vastgesteld hoe zij GHG/GLG kunnen vaststellen in het veldrverk. Het is indicatief. É¡ tr"t schatt-en van GHG/GLG is moeilijk vast te stellen over welke periode de roest is ontstaan. Daarorn is het moeilijk om mee te nemen in de analyse. Van Ro estel de methode is volcloende betrour.vbaar, omdat er ook een andere methode is. Het is niet alleen de roestgrens. Het is de meest rnoeilijke discussie. De bovenkant van cle roestgrens geeft hoogste GHG aan die er ooit is ger,veest. ln2020 is de randsloot gegraven r,vaardoor grondwaterstancl is verlaagcl. Het kan clLrs zijn dat liet nu lager is dan in100 7 . Maar het gaat om de grens in 2007. Hef ureest representatiefvoor 2007 is de laagste roestgrens. Ik hoor veel onzekerheclell traar het is zo clat het om ouzekerheidsmarge gaat. Maar de bovengrens GHG kun je verklaren. De laagste grens is representatief, maar is niet het belangrijkste LritgangspLrnt. Dat is het onclerzoek. Bouma: ik heb moeite met cle opmerking dat laagste roestgrens representatief is. Op het perceel is cle afgelopen jaren ongetwijfelcl veel in de grond geroerd. Het is logisch clat cle oorspronkelijke grens variabel is. Voor mij is de hoogste grens representatief. Als Antea zegt clat de zone omhoog geschoven is, dan r,vorclt ervan uitgegaan dat grondwaterstancl gestegen

i¡. Dat is een omgekeerde reclenering. Grondr,vaterstanclen fluctueren. In neerslag zii geen ijzer waarcloor roest zou kunnen ontstaan. Als het even omhoog komt clan komtãie roestgrens niet hoger. Alleen in ki,velgebieden met venige groncl zit i-izer in. Maar clat is hier niet aan de orcle. Veenvliet: over rapport van Van cle Gaast. Voor bepaalde bodernrype zijn in Nederlallcl grondwaterstanden vastgesteld. Op basis claarvan gekeken wat cle afwijkingen zijn. Dat is een dataset voor heel Neclerland en niet op lokaalniveau toepasbaar. De aftvijking in set is niet gelijk aan aflvijking op lokaalniveau. Er is geen alternatieve methode. Het feit dat er niet gemeten is betekent dat er ook grote onzekerheid is. Brourver: cle GHG gebruik je als extra toets. Bij het 3D-model heb je kalibratie noclig en clan kun je roestverschijnselen gebruiken.

Voorzitter: is het nou zo rnoeilijk? Deskundigen zijn er jaren mee bezig geweest en er is geen consensus. Waar ligt dat aan? U gaat anclers om met onzekerheclen. Veenvliet: kan ltet antlvoord niet zijn clat rve het niet weten? Feit is clat er niet gemeten is en dat er veel onzekerheid is. op basis van gemeten gegevens r,veten lve het niet. De Vries: ik heb ook gehoorcl dat de deskunclige heeft gezegcl dat er niet veel gegevens zijn en er geen classificatie is. Maar dat hebben lve r,vel. Het is een huisperceel. Er zijn boringen gedaan en metingen gedaan. We r,veten ook clat als je een gieter leeg giet op zand met plastic eronder dan komt het water omhoog. We kunnen concluderen dat ook in de oorspronkelijke sittratie op de kavel niet een uniforme grondwaterstand heeft gestaan. Waar sloten of drains zitten, is de grondwaterstancl lager dan als die sloten er nietzijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16840995/1