26-059 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ
Tekst van het document
Ingekomen stukken Datum brief
09-04-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
057. Brief gemeenteraad - Slachtofferhulp Nederland
Ingekomen stuk
057. Brief gemeenteraad - Slachtofferhulp Nederland
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Slachtofferhulp Nederland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 057. Infographic Slachtofferhulp 2025
Datum brief
08-04-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
056. Oproep - Versterk de lokale aanpak op eenzaamheid
Ingekomen stuk
056. Oproep - Versterk de lokale aanpak op eenzaamheid
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
kernteam van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Datum brief
07-04-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
054. Toegang tot recht voor de inwoners van uw gemeente - 030426
Ingekomen stuk
054. Toegang tot recht voor de inwoners van uw gemeente - 030426
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische en financiële hulp
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Datum brief
31-03-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
052. Moeten gezinnen in de bijstand beschermd worden?
Ingekomen stuk
052. Moeten gezinnen in de bijstand beschermd worden
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Hondenklust.nl
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Datum brief
10-03-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
043. Nieuwsbrief GGD Zeeland | Terugblik op 2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 043. Nieuwsbrief GGD Zeeland | Terugblik op 2025 (https://nieuwsbrief.n
edbase.nl/t/j-e-ydjtlkjy-hhijkrittr-r/)
Datum brief
09-03-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
040. BBV Ontwerpbrief GS IBT 2025 Gemeente Middelburg taakstelling huisvesting statushouders tweede halfjaar (ondertekend)
Ingekomen stuk
040. BBV Ontwerpbrief GS IBT 2025 Gemeente Middelburg taakstelling huisvesting statushouders tweede halfjaar (ondertekend)
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Provincie Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Datum brief
09-03-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2026
Onderwerp
039. VNG wijziging-model-verordening-jeugdhulp
Ingekomen stuk
039. VNG wijziging-model-verordening-jeugdhulp
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 039. Bijlage-1-model-verordening-jeugd hulp-gewijzigd-model-februari-2026 1 039. Bijlage-2-model-raadsbesluit-wijzig ing-model-verordening-jeugdhulpgewijzigd-model-februari 2026 039. Bijlage-3-model-toelichting-was-wo rdt-tabel-bij-model-raadsbesluit-wijzigin g-model-verordening-jeugdhulpgewijzigd-model-februari-2026 039. Bijlage-4-implementatiehandleiding -bij-model-verordening-jeugdhulpgewijzigd-model februari-2026
Datum brief
26-02-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2025
Onderwerp
037. Inspiratieagenda over het MBO
Ingekomen stuk
037. Inspiratieagenda over het MBO
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
MBO Raad
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 037. MBO-inspiratie-agenda gemeenten
Datum brief
19-02-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2025
Onderwerp
033. ChildFriendlyCities - Toolkit jeugddebat - in gesprek met de jeugd
Ingekomen stuk
033. ChildFriendlyCities - Toolkit jeugddebat - in gesprek met de jeugd
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
ChildFriendlyCities
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Datum brief
19-02-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2025
Onderwerp
032. Informatieve materialen van Jong Leren Eten
Ingekomen stuk
032. Informatieve materialen van Jong Leren Eten
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Jong Leren Eten Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 032. Bijlage 1. Infographic Voedseleducatie voor een gezonde en duurzame lokale educatieve agenda 032. Bijlage 2. Interactieve Verhalenbundel – inspirerende voorbeelden per Zeeuwse gemeente 032. Bijlage 4. Save the Date – Provinciale Opening Week van de Schooltuin 2026 (20 mei)
Datum brief
12-02-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2025
Onderwerp
028. Art. 44 vragen (PVZ) n.a.v. 'Hongersnood in Zeeland' (+ bijlagen)
Ingekomen stuk
028. Art. 44 vragen (PVZ) n.a.v. 'Hongersnood in Zeeland' (+ bijlagen)
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
PVZ
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 028. Bijlage 1. Bijna 400.000 mensen maken geen gebruik van de voedselbank, campagne gestart om drempel te verlagen 028. Bijlage 2. Duizend monden te voeden Explosieve groei bij
Voedselbank Walcheren 028. Bijlage 3. MOTIE mbt GEWENSTE LANDELIJKE DEELNAME aan EU- VO EDSELHULPPROGRAMMA03-02-2012 028. Bijlage 4. Nederland weigert hulp voor voedselbanken omdat die van EU komt 028. Bijlage 5. Zzpers en AOW'ers melden zich bij voedselbank. Zijn ook mensen met koophuis en auto
Datum brief
12-02-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
13 mei 2025
Onderwerp
027.Aanbiedingsbrief rapport Kinderombudsman
Ingekomen stuk
027.Aanbiedingsbrief rapport Kinderombudsman
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Kinderombudsman
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
28 mei 2026
Bijlagen: 027. Bijlage 1. Def rapport klachtbehandeling in residentiële jeugdzorg
Landelijk Kantoor Postbus 14208, 3508 SH Utrecht Moeder Teresalaan 100, 3527 WB Utrecht 088-7460746 www.slachtofferhulp.nl
Utrecht, 8 april 2026 Oproep aan raadsleden: aandacht voor slachtofferzorg
Geacht gemeenteraadslid, Van harte gefeliciteerd met uw verkiezing en benoeming! De komende vier jaar mag u zich inzetten voor een veilige, zorgzame gemeente. Daar helpen we u graag bij, met onze kennis en ervaring op het gebied van slachtofferschap en integrale zorg voor slachtoffers. Slachtofferhulp Nederland ondersteunt slachtoffers en nabestaanden na ingrijpende gebeurtenissen, zoals criminaliteit, verkeersongevallen en calamiteiten. Wij zijn 24/7 bereikbaar en staan bij urgente situaties klaar om de gemeente direct te ontzorgen en slachtoffers te ondersteunen. Wij helpen op een manier die past bij iemands situatie, zo lang als nodig en zo kort als kan. Onze hulp is kosteloos en beschikbaar voor iedereen die dat nodig heeft. Landelijk ondersteunen wij jaarlijks honderdduizenden slachtoffers, waarvan een aanzienlijk deel in acute crisissituaties. Ook in uw gemeente staan wij klaar voor inwoners die met een ingrijpende gebeurtenis worden geconfronteerd. Slachtofferzorg blijft hard nodig De komende jaren blijven wij ons samen met lokale en landelijke partners inzetten voor goede ondersteuning van slachtoffers. Deze inzet is nog steeds hard nodig. Op verschillende thema’s zien we zorgwekkende ontwikkelingen: Huiselijk geweld & femicide Geweld in afhankelijkheidsrelaties heeft vaak grote en langdurige gevolgen voor slachtoffers en hun omgeving.
Slachtofferhulp Nederland ondersteunt slachtoffers van huiselijk geweld en nabestaanden met hulp bij het doen van aangifte, begeleiding in het strafproces en ondersteuning bij het verhalen van schade. Daarnaast ontvangen nabestaanden ook emotionele ondersteuning van onze casemanagers. Ook werken wij samen met gemeenten, politie en zorgpartners om slachtoffers sneller te bereiken en hen passende ondersteuning te bieden. Suïcide preventie Bij de recente wettelijk vastgelegde gemeentelijke verantwoordelijkheid voor een lokale aanpak van suïcidepreventie staat Slachtofferhulp Nederland aan uw zijde. Wanneer iemand door suïcide overlijdt, heeft dat grote gevolgen voor nabestaanden en betrokkenen. Slachtofferhulp Nederland levert een belangrijke bijdrage aan suïcidepreventie binnen het lokale netwerk en de Landelijke agenda “samen minder suïcide 2026-2030” onder leiding van 113. Onze acute opvang biedt direct na een suïcide ondersteuning aan ooggetuigen, omstanders en nabestaanden. Deze nazorg helpt de psychosociale impact van ingrijpende gebeurtenissen te beperken en draagt op die manier bij aan preventie. Daarnaast biedt Slachtofferhulp
Slachtofferhulp Nederland helpt na een strafbaar feit, verkeersongeval of calamiteit.
Nederland on- en offline lotgenotencontact voor diverse nabestaanden zoals partners, broer/zus, kind en ouders en vrienden. Het bespreekbaar maken van suïcidaliteit binnen deze groepen is een belangrijk onderdeel van de begeleiding. Verkeer Verkeersongevallen behoren tot de gebeurtenissen die plotseling en vaak ingrijpend zijn, met grote gevolgen voor slachtoffers, nabestaanden en de directe omgeving. Naast lichamelijk letsel is er vaak sprake van langdurige emotionele en praktische gevolgen, bijvoorbeeld rond herstel, werk en aansprakelijkheid. Wij ondersteunen emotioneel, met praktische hulp en informatie over juridische stappen en schadevergoeding. Slachtofferhulp in uw gemeente In de bijlage vindt u een infographic, met daarin een beeld van onze activiteiten van afgelopen jaar over het hele land. Voor een beeld van de situatie in uw gemeente, bijvoorbeeld het aantal slachtoffers dat wij hebben ondersteund en de aard van de gebeurtenissen, verwijzen wij u graag naar onze gemeentecijfers. Alle slachtoffers hebben recht op aandacht, erkenning en ondersteuning. Wij hopen de aandacht voor slachtoffers en slachtofferschap terug te lezen in uw coalitie- en of raadsakkoord.
Met vriendelijke groet, Rosa Jansen Voorzitter Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland Bijlage: Infographic activiteiten Slachtofferhulp Nederland 2025
2025 in beeld Elk slachtoffer van een strafbaar feit, verkeersongeval of ramp verdient de beste hulp. Jaarlijks helpt Slachtofferhulp Nederland honderdduizenden slachtoffers en nabestaanden om hun leven weer op te pakken na zo’n ingrijpende gebeurtenis. We bieden psychosociale hulp, begeleiden in het strafproces, helpen bij het aanvragen van schadevergoeding en faciliteren lotgenotencontact. Ook familie, vrienden en professionals ondersteunen we bij het helpen van slachtoffers. We stimuleren de kennisontwikkeling op het gebied van slachtofferschap. Kijk op www.slachtofferhulp.nl of bel 0900-0101.
Verleende diensten
Medewerkers
623
766
92
Betaald
Vrijwilligers
Stagiairs
Persoonlijke diensten
563.733 Online diensten
3.286.413
(inclusief explainer video’s, lotgenoten community)
Hoe komen aanmeldingen binnen?
Aanmeldingen per delictgroep Politie/OM 77%
281.769 aanmeldingen
ZSM 10,1% Eigen initiatief 12,7%
3%
t.o.v. 2024
Anders 0,2%
Geweld Vermogen
72.373
115.353
Lotgenotencontact
269 bijeenkomsten
Spreekrecht ondersteuning
11.241
cliënten zijn ondersteund 66% t.o.v. 2024
99.356 gelezen ervarings verhalen
1.731.293 unieke website bezoeken Namens de familie
Casemanagement ondersteuning cliënten zijn ondersteund 10% t.o.v. 2024
10.947
Verkeer
Overig
43.838 39.258
Online
16 actieve online communities
4.314
Zeden
341
families zijn ondersteund
2,42 miljoen views explainer video’s Cliënttevredenheids cijfer
7,7
Versterk de lokale aanpak op eenzaamheid Eenzaamheid in jullie gemeente Ongeveer de helft van de volwassenen in Nederland voelt zich eenzaam. Bijna één op de zeven mensen is sterk eenzaam; onder jongeren tot 25 jaar en 75plussers zijn deze percentages nog hoger. Langdurige eenzaamheid leidt tot gezondheidsrisico’s, minder meedoen in de samenleving en een gevoel van verminderd welzijn of geluk.
Waarom nú? Nu de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug zijn, kiezen jullie niet alleen een bestuur, maar ook hoe jullie omgaan met eenzaamheid in de gemeente. Nieuwe coalitieafspraken zijn hét moment om een sterke, lokale aanpak tegen eenzaamheid vast te leggen. Daarbij biedt ook het landelijke coalitieakkoord kansen. Het kabinet gaat namelijk een Gemeenschapsfonds oprichten om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en te behouden. Samen met overheid, samenleving en bedrijfsleven kunnen we succesvol werken aan voldoende en verschillende vormen, plekken en programma’s voor ontmoeting.
Wat je als gemeente nú kunt doen Eenzaamheid is een complex vraagstuk dat raakvlakken met verschillende domeinen heeft. Zowel qua oorzaak als gevolg. Maak daarom de ‘aanpak tegen eenzaamheid‘ onderdeel van jullie coalitieakkoord. Reserveer structureel, meerjarig budget en capaciteit voor een langere inzet, die meer doet dan losse projecten. Omdat sterke buurten, ontmoetingen en netwerken net zo belangrijk zijn als infrastructuur.
Maak gebruik van bestaande kennis en bewezen aanpakken: Kijk in de Etalage van Maatschappelijke Initiatieven [link] . Van buurtdiners tot jongerenprogramma’s – bewezen concepten die helpen om mensen daadwerkelijk minder alleen te laten zijn. Gebruik de Toolkit voor bedrijven en organisaties [link]. Deze bevat inspirerende praktijkvoorbeelden van bedrijven uit de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid en helpt om lokale werkgevers en andere private partijen te betrekken bij jullie aanpak. Raadpleeg de databank van Movisie met meer dan 130 erkende sociale interventies [link]. Zo kies je interventies waarvan de werking is onderbouwd en die passen bij jullie lokale situatie. Stimuleer lokale maatschappelijke initiatieven en ondersteun een duurzame lokale aanpak. Een sterke aanpak vraagt om voortdurende inzet en samenwerking van organisaties, ondernemers en inwoners. Gezamenlijkheid werkt: publiek én privaat, met z’n allen, en juist op lokaal niveau. Een lokale coalitie helpt om dit duurzaam te organiseren. Zie ook: [Link]
Wat levert dit jullie op?
1
•
Meer inwoners die zich gezien voelen en meedoen in de samenleving.
•
Sterke buurten en netwerken, waar signalen eerder worden opgepakt.
•
Een stevigere sociale basis met vitale buurthuizen, verenigingen en dorpsvoorzieningen, mogelijk gemaakt door publiek-privaat samenwerken.
Namens de deelnemers van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid wensen we jullie veel succes de komende periode. Heb je vragen? Neem contact op met het coördinatieteam van de coalitie via eenzaamheid@aef.nl.
c
Utrecht, 3 april 2026 Beste leden van de nieuwe gemeenteraad, Hartelijk gefeliciteerd met uw verkiezing tot volksvertegenwoordiger! Postcoderecht Weet u waar in uw gemeente inwoners naartoe kunnen om hun recht te halen? Als ze geen geld hebben voor een advocaat of adviseur? Een substantieel deel van ons land loopt vast in de wirwar aan regelingen, toeslagen, loketten en procedures. Voor deze mensen is onvoldoende toegang tot goede sociaaljuridische en financiële hulp. Dat is niet alleen mijn bevinding na een aantal maanden aan de slag te zijn als ‘kwartiermaker’, maar dit is al door veel onderzoeken en rapporten geconstateerd. We noemen onszelf een rechtsstaat, maar je recht kunnen halen is afhankelijk van je postcode en je portemonnee. De parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening constateerde dat een schandaal zoals het toeslagenschandaal morgen gewoon weer kan gebeuren, als we dit niet aanpakken en ervoor zorgen dat sociaaljuridische hulp voor álle Nederlanders nabij en goed is. Waar gaat het om? Bij ‘sociaaljuridische problemen’ kun je bijvoorbeeld denken aan conflicten met je werkgever of verhuurder, problemen met uitkeringen, toeslagen, dreigende schulden, een zorgverzekering, energiemaatschappij of incassobureau. Het kunnen ‘losse’ kwesties zijn, maar vaak gaat het om meerdere problemen. Het dagelijks leven is zó enorm ingewikkeld gemaakt voor veel mensen.
Door complexe brieven, procedures en regelingen. Zeker als je niet zo’n groot netwerk hebt of digitaal niet zo handig bent kan dit tot grote problemen en stress leiden. Ook voor mensen die het redelijk op de rit hebben, is een ‘foutje’ zo gemaakt. Zoals u leest gaat het om problemen die direct raken aan de bestaanszekerheid van mensen: je huis, je inkomen, je gezondheid. In deze kwesties gaat het over ‘je recht kunnen halen’, maar is lang niet altijd de inzet van een advocaat mogelijk of nodig. Juridisch geschoolde beroepskrachten, zoals sociaal raadslieden, kunnen mensen met sociaaljuridische problemen bijstaan en hiermee vaak escalatie voorkomen. Wat is er nodig? Sociaaljuridische en financiële hulp moet voor iedereen kosteloos beschikbaar en makkelijk toegankelijk zijn. Het zoveel mogelijk onder één dak samenbrengen van verschillende hulp in buurten helpt hier enorm bij. Voor mensen met (complexe) vragen kan elke doorverwijzing naar weer een ander loket en/of persoon namelijk desastreus zijn. Hoe mooi zou het daarom zijn als er in uw gemeente één of meer plekken zijn waar bijvoorbeeld maatschappelijk werk, rechtshulp en hulp bij financiën en administratie op één plek beschikbaar zijn? Tijdens al mijn bezoeken en gesprekken in het hele land zie ik dat mensen terughoudend zijn geworden om hulp te vragen, zeker aan de overheid.
Naast schaamte, angst of onwetendheid, speelt hier vooral ook een gebrek aan vertrouwen in instituties. Gelukkig zie ik ook initiatieven in buurten om, bijvoorbeeld met inzet van vrijwilligers, wél contact te kunnen leggen met mensen. Als mensen gezien, gehoord én goed geholpen worden draagt dat bij aan het vertrouwen. Wat levert het op? Sociaaljuridische en financiële hulp heeft ook een enorme preventieve functie. Tijdige, goede hulp voorkomt veel stapeling van problemen, persoonlijke ellende én maatschappelijke kosten. Wat te denken van het voorkomen van een huisuitzetting, het voorkomen van schulden of voorkomen van de inzet van zorgverleners voor mentale of fysieke problemen als gevolg van oplopende stress? Door de enorme complexiteit en wantrouwen zijn er ook mensen die geen gebruik maken van regelingen, waardoor zij niet krijgen waar ze recht op hebben. Dit kan tot schrijnende situaties leiden. POK-middelen Mogelijk bent u op de hoogte van het bestaan van de zogeheten ‘POK-middelen’? Deze middelen, voortgekomen uit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) worden
aan gemeenten vanuit het Rijk beschikbaar gesteld om de lokale rechtsbescherming te verbeteren en goede sociaaljuridische hulp aan inwoners te verlenen. Weet u hoe deze ‘POK-middelen’ in uw gemeente ingezet worden? Ik hoop dat u zich als gemeenteraadslid ervoor wilt inzetten dat deze middelen goed worden besteed, bijvoorbeeld door als gemeente extra te investeren in goed sociaal raadsliedenwerk, met voldoende capaciteit en nabijheid om inwoners goed te kunnen helpen én bij te staan als dat nodig is. Heeft u vragen of behoefte aan een nadere toelichting? Wij denken graag met u mee dus neem gerust contact op. Ik wens u veel succes met uw belangrijke taak als volksvertegenwoordiger. Met vriendelijke groet,
Lilian Marijnissen Kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische en financiële hulp Contactadres: info@kwartiermakersjd.nl
Calvin bax 6 supporters Calvin bax
Posts
Moeten gezinnen in de bijstand beschermd...
Moeten gezinnen in de bijstand beschermd worden? Mar 28, 2026 Share
Als oud vriend van Dierenvoedselbank Hart voor Huisdieren Limburg heb ik mij regelmatig als democratisch politiek activist ingezet om in te spreken in zowel de gemeenteraad van Heerlen als de gemeenteraad van Reusel-De Mierden. Mijn inzet richt zich op het versterken van de juridische bescherming van huisdieren in nood — een onderwerp dat steeds urgenter wordt.
De noodvoorzieningen in Heerlen raken overbelast door een groeiende groep mensen in een kritieke financiële situatie. Dierenvoedselbanken, zoals Hart voor Huisdieren Limburg, hebben afgelopen week nog een noodoproep gedaan voor kattenvoeding.
Dit
is geen incident meer, maar een structureel probleem.
Volgens Calvin Bax van Hondenklus.nl ligt een belangrijke oorzaak bij het ontbreken van bescherming voor mensen in de bijstand, de WSNP of met problematische schulden. Huisdieren katten en honden worden massaal gratis aangeboden via platforms zoals Marktplaats en Facebook, of zelfs via advertentiekaartjes in supermarkten, vaak voorzien van aantrekkelijke en vertederende foto's met het label “GRATIS”. Deze ogenschijnlijk onschuldige aanbiedingen hebben echter verstrekkende gevolgen.
Mensen die al gebruikmaken van de (dieren)voedselbank denken al snel: “een kat meer of minder, wat maakt het uit?” Maar juist deze optelsom zorgt voor extra druk op een systeem dat al op zijn limiet zit. Sociale huurwoningen zijn bedoeld als noodvoorziening voor mensen die niet in staat zijn om tegen marktprijzen te huren of kopen. De bijstand is het laatste vangnet en wordt gefinancierd met gemeenschapsgeld. In de gemeente
Reusel-De Mierden heeft dit mede geleid tot een begrotingstekort van circa €1,2 miljoen en een stijging van de gemeentebelasting met 39% in de afgelopen vier jaar. Calvin Bax van Hondenklus.nl stelt daarom dat er meer bescherming moet komen — zowel voor de huisdieren als voor mensen in financiële nood. Gemeenteraden, colleges van B&W, ministers en Tweede Kamerleden hebben de mogelijkheid om via wet- en regelgeving beperkingen in te voeren. Denk hierbij aan een maximum aantal huisdieren per sociale huurwoning of per huishouden dat gebruikmaakt van noodvoorzieningen.
Veel mensen realiseren zich niet wat de werkelijke kosten van een huisdier zijn. Een gezonde hond kost al snel circa €50 per maand aan voeding en verzorging, exclusief dierenartskosten. Voor katten lijken de kosten lager, maar denk aan kattenbakvulling die gemiddeld twee keer per week vervangen moet worden à €5 per zak. Onder de streep komen de maandelijkse kosten daarmee in dezelfde orde van grootte als bij een hond.
Daarom pleit Calvin Bax, democratisch politiek activist en vertegenwoordiger van Hondenklus.nl, voor strengere voorwaarden rondom noodvoorzieningen zoals sociale huurwoningen. Beperkingen op het aantal huisdieren moeten hand in hand gaan met verbeterde ondersteuning, zoals collectieve dierenverzekeringen. Dit vergroot de zelfredzaamheid van mensen en voorkomt dat andere noodvoorzieningen — zoals fondsen voor dierenartskosten — structureel overbelast raken. Met de huidige, snel stijgende prijzen van brandstof, elektra, gas, boodschappen en dierenvoeding, en de daaruit voortvloeiende stijging van dierenartskosten, is de verwachting dat het aantal mensen met problematische schulden dit jaar fors zal toenemen. Daarmee komt het gehele systeem van noodvoorzieningen onder druk te staan. De vraag is niet óf het systeem zal bezwijken, maar wanneer — als er geen beschermende maatregelen worden getroffen.
Sluit je aan bij onze democratisch politieke activistische beweging en maak samen met ons het verschil.
Sluit je nu aan op:
https://backme.org/doneren/?
p=ne+moentje&a=1&t=hondenklus
(Bron Foto Chat gpt)
Enjoy this post? Buy Calvin bax a paw
Support
Share
Write a comment...
More from Calvin bax
English
€ EUR
Privacy
Terms
Start your Buy Me a Coffee page
Report
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
Gemeente Middelburg t.a.v. het college van burgemeester en wethouders en in afschrift aan de gemeenteraad Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG
Onderwerp
Zaaknummer
Behandeld door
IBT 2025 gemeente Middelburg taakstelling huisvesting vergunninghouders tweede halfjaar
768677
A.M. Deij
Verzonden
Middelburg, 3 maart 2026
Geacht college, Met deze brief informeren wij u over de voortgang van het Interbestuurlijk Toezicht in het kader van het domein huisvesting vergunninghouders. De huisvesting van vergunninghouders is een wettelijke taak van de gemeenten. Op grond van de Huisvestingswet draagt u zorg voor het tijdig voorzien in de huisvesting van vergunninghouders overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Rijk stelt deze taakstelling ieder half jaar per gemeente vast. De Provincie Zeeland heeft op grond van de Gemeentewet de taak om toezicht te houden op het tijdig realiseren van deze taakstelling door gemeenten. In ons beleidskader Interbestuurlijk Toezicht huisvesting vergunninghouders Provincie Zeeland staat beschreven hoe wij, met behulp van de interventieladder, invulling geven aan deze toezichthoudende taak. Taakstelling gemeente Middelburg tweede halfjaar 2025 De taakstelling voor het tweede halfjaar van 2025 voor de gemeente Middelburg bedroeg 36 vergunninghouders. De voorstand uit eerdere taakstellingsperioden bedroeg 4 vergunninghouders. Derhalve had uw gemeente in het tweede halfjaar van 2025 32 vergunninghouders te huisvesten. Op grond van de realisatiecijfers van het COA per 1 januari 2026 en de gegevens die wij van u hebben ontvangen, constateren wij dat u in het tweede halfjaar van 2025 in totaal 36 vergunninghouders heeft gehuisvest.
Daarmee heeft u de taakstelling volledig voldaan en heeft u een voorsprong van 4 gehuisveste vergunninghouders gerealiseerd. Hierdoor blijft u op trede 1 van de interventieladder staan. Wij complimenteren u met dit behaalde resultaat. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,
H.M. de Jonge, Voorzitter
drs. M.C.J. Franken, Secretaris-algemeen directeur
Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.
Behoort bij brief met zaaknummer: 768677
2
Aan de leden
Datum
27 februari 2026 Ons kenmerk
U202600122 Lbr. 26/005 Telefoon
070-3738393 Bijlage(n)
4
Onderwerp
Wijziging Model Verordening jeugdhulp
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij bieden wij u de Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026) aan. Aanleiding Vanuit verschillende gemeenten ontvingen wij vragen over de identificatieplicht in artikel 7 van de Model Verordening jeugdhulp. De vraag was of het in alle omstandigheden noodzakelijk is om een identiteitsbewijs van de aanvrager en zijn ouder(s) dan wel wettelijk vertegenwoordiger te vereisen om jeugdhulp te kunnen aanvragen. Naar aanleiding van deze vragen komen wij nu met een meer genuanceerde modelbepaling. Wijziging Het gewijzigde artikel 7 biedt ambtenaren beoordelingsruimte om de identiteit van de aanvrager en zijn ouder(s) dan wel wettelijk vertegenwoordiger te controleren op een andere manier dan met een identiteitsbewijs. Die ruimte voor maatwerk sluit aan bij de visie van de wetgever, zonder afbreuk te doen aan de opdracht van de wetgever om in de verordening regels te stellen om te voorkomen dat inwoners ten onrechte een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget ontvangen, of misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet maken. Bijlagen Deze ledenbrief bevat 4 bijlagen: • •
Bijlage 1: Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026). Geconsolideerde versie inclusief toelichting met wijzigingen bijgehouden. Bijlage 2: Model Raadsbesluit wijziging Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026). Opgemaakt in Word 2.0-format (GVOP/DROP) voor publicatie, zonder toelichting.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
•
•
Bijlage 3: Model Toelichting was-wordt-tabel bij Model Raadsbesluit wijziging Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026) Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 4: Implementatiehandleiding bij Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026). Nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de verordening.
Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (https://www.decentraleregelgeving.nl/). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG, via 0703738393 of e-mail: info@vng.nl.
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr.mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Bijlage 1: Model Verordening jeugdhulp (gewijzigd model, februari 2026) Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - [iets] = facultatief. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Hierbij kan het voorkomen dat de ene variant uit meer artikelen of artikelleden bestaat dan een andere variant. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg wordt opgenomen in de implementatiehandleiding.
Verordening van de raad van [gemeente] houdende bepalingen over Jeugdhulp [eventueel jaartal] (Verordening jeugdhulp [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 [en 8.1.1, derde lid,] van de Jeugdwet; gezien het advies van [naam commissie]; besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp [naam gemeente en eventueel jaartal]. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; - budgetbeheerder: wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder; - budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de wet; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; - individuele voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid; - iJw: door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15, derde lid, van de wet bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden
en berichtspecificaties, overeenkomstig artikel 1, van de Regeling Jeugdwet; - overige voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid; - pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1, van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; - wet: Jeugdwet.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
HOOFDSTUK 2. VORMEN VAN JEUGDHULP Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […]. 2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […]. 3. De volgende individuele voorzieningen hebben in beginsel de volgende maximale duur en frequentie: a. [voorziening]: maximaal [periode] en maximaal […] maal per [tijdseenheid]; b. [voorziening]: maximaal [periode] en maximaal […] maal per [tijdseenheid]; c. […]. 4. Het college maakt in het kader van de inkoop- of subsidierelatie en met inachtneming van het derde lid met aanbieders op geaggregeerd niveau afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen: a. doelgroepen; b. activiteiten; c. doorlooptijd; d. intensiteit; e. kwaliteit; f. beoogd resultaat; en g. vermelding productcode iJw. HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.
Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft. [3. Van het tweede lid kan uitsluitend worden afgeweken als het college daarmee schriftelijk heeft ingestemd voorafgaand aan de start van de zorgverlening op grond van bijzondere feiten of omstandigheden.] 4. De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het beoordelen van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen en ouders kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college. 2. Het eerste contact over de hulpvraag wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als is voldaan aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2, van de Algemene wet bestuursrecht. 3.
Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 8 aan als een aanvraag als er, gelet op het tweede lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/44
4. Als een jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in als bedoeld in artikel 16. Een door de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend pgb-plan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. 5. Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen [(tien)] weken na ontvangst van de aanvraag. 6. Het college legt het besluit op een aanvraag voor een individuele voorziening vast in een beschikking. 7. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen [(4)] weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG OM EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk[, maar uiterlijk binnen [(zes)] weken,] een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
[In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen.] 2. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende [(twee)] weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 5. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; b.
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; c. of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: 1°. welke problemen of stoornissen dat zijn; 2°. welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; 3°. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en 4°. voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; d. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s);
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/44
e. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 6. Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. 7. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. Artikel 6. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming 1. Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 2. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c.
op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. 3. Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt. Artikel 7. Identificatie 1. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1, van de Wet op de identificatieplicht. 2. Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan: a. een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; b. een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); c. een buitenlands paspoort; of d. een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers). 1. Bij het onderzoek vergewist het college zich van de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger. 2.
Het vergewissen van de identiteit vindt in elk geval plaats aan de hand van een identiteitsbewijs als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk en evenredig is: a. gelet op de zwaarte van de te bieden jeugdhulp; b. ter voorkoming van fraude; of c. ter controle van het wettelijk gezag van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger over de jeugdige. 3. Onder identiteitsbewijs wordt verstaan: document als bedoeld in artikel 1, van de Wet op de identificatieplicht of ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit: a. vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; b. verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); c. buitenlands paspoort; of d. vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers). Artikel 8. Verslag 1. Binnen […] werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband daarmee gevoerde gesprek. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden door hen aan het verslag toegevoegd.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/44
2. Het college vergewist zich ervan dat de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de uitleg over de uitkomsten van het onderzoek hebben begrepen. 3. Als uit het verslag of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. 4. Als uit het verslag blijkt dat gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen, dan wel door gebruik van een andere of overige voorziening, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. In dat geval geldt het ondertekende verslag voor zover er een aanvraag was ingediend als intrekking van die aanvraag voor een individuele voorziening. Artikel 9. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening 1.
Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. 2. Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan [wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 zoals deze luidden op 1 januari 2024 OF gelden de volgende uitgangspunten: […]]. 3. Een andere of overige voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: a. daadwerkelijk beschikbaar is; en b. passend en toereikend is voor de hulpvraag. 4.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 5. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. 6. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in: a. de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; b. de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; c. de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg); [d. […].] [7. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. 8.
Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.] Artikel 10. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/44
of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). 2. Tot het sociale netwerk behoren andere personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). 3. Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten. 4. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van: a.
geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 5. Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan [(3)] maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien; en [g. […].] Artikel 11. Vervoer 1. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder.
[Hierbij wordt [aantal] keer brengen en halen rijden per week in ieder geval beschouwd als behorend tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s).] 2. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 3. Een vervoersvoorziening wordt alleen aan de jeugdige toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van deze voorziening. 4. Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 10, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen. [5. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.] Artikel 12. Dyslexie 1. De zorg voor kinderen tot 13 jaar met ernstige dyslexie (ED), dyslexiezorg, valt onder de wet. [2. Voor dyslexiezorg geldt dat deze alleen toegankelijk is voor de jeugdige nadat de ED-specialist van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs [naam] op basis van het Protocol Dyslexie
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/44
Diagnostiek en Behandeling [versie] van oordeel is dat diagnostiek dan wel de behandeling van Ernstige Dyslexie noodzakelijk is.] [Artikel 13. Vaktherapie 1. Vaktherapie is een non-verbale behandelvorm die uitgaat van doen en ervaren. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de volgende vaktherapeutische disciplines: a. beeldende therapie; b. danstherapie; c. dramatherapie; d. muziektherapie; e. psychomotorische therapie; f. psychomotorische kindertherapie; en g. speltherapie 2. Vaktherapie wordt uitgevoerd door een vaktherapeut. Dat is een professional die [een erkende opleiding op HBO/master niveau voor vaktherapie heeft volbracht. Een erkende opleiding is een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie geaccrediteerde opleiding OF een door de desbetreffende beroepsverenigingen voor vaktherapeutische beroepen (aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen) erkende bachelor of masteropleiding in een van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding heeft volbracht]. 3. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de wet als naar het oordeel van het college sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief beschikbaar is. 4.
De behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of medewerker van het [Sociaal Wijkteam OF CJG OF […]] moet advies geven over vaktherapie als een noodzakelijk onderdeel van de totale behandeling. 5. Vaktherapie kan alleen worden ingezet onder verantwoordelijkheid van [een regiebehandelaar OF een professional die is ingeschreven in het Register Vaktherapie]. 6. Het maximaal aan uren behandeling dat vergoed wordt door de gemeente is [aantal] uren op jaarbasis. [Als de ouder(s) aanvullend verzekerd zijn, dan moet het aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van de maximale inzet. OF Als ouders aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd.] [Artikel 14. Kinderopvang en buitenschoolse opvang 1. Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. 2. In uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de wet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang begeleiding worden ingezet.] Artikel 15.
Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening [1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of in de vorm van een pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.] 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking [tevens] in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking [tevens] in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/44
d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. [4. Het ondertekende verslag, bedoeld in artikel 8, maakt in zijn geheel deel uit van de beschikking.] HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB Artikel 16. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb 1. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in [volgens een door het college ter beschikking gesteld format]. In het pgb-plan is opgenomen: a. de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is; b. welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; c. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; d. op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; e. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f.
indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; g. de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 17 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en [h. […].] 2. Het college verstrekt een pgb als: a. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten; b. uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 17 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en c. naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 19 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. 3.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder; of [e. […].] 4. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is. Artikel 17. Pgb-vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/44
b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse[ of Friese] taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e. in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h. in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i. in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en j. voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a.
het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder[, tenzij [hiervoor door het college toestemming is verleend OF de persoon eerste of tweedegraads bloed- of aanverwant is van de jeugdige]]; b. er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: 1°. schuldenproblematiek; 2°. ernstige verslavingsproblematiek; 3°. aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; 4°. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; 5°. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; 6°. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; 7°. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse[ of Friese] taal in woord en geschrift; 8°. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag; of 9°. […]. Artikel 18. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of b.
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 2. Formele hulp wordt geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of artikel 5.2.1, van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 3. Als de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste- of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp omdat zij onderdeel uitmaken van het sociale netwerk. 4. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid, onder a of b, en er niet voldaan is aan het tweede lid, is er sprake van informele hulp. Artikel 19. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb 1. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van de jeugdhulp aan de volgende eisen: